reltext

Chapter 6

1 Wee den gerusten te Sion, en den zekeren op den berg van Samaria! die de voornaamste zijn van de eerstelingen der volken, en tot dewelke die van het huis Israëls komen. 1234567

Original Hebrew

ה֚וֹיה֚ויהוֹיהויHowoe to!H1945HTj
הַ/שַּׁאֲנַנִּ֣יםה/שאננ֣יםהַ/שַּׁאֲנַנִּיםה/שאנניםha./sha.'a.na.Nimthe/ [people] at easeH9009H7600HTd+Aampa
בְּ/צִיּ֔וֹןב/צי֔וןבְּ/צִיּוֹןב/ציוןbe./tzi.Yonin/ ZionH9003H6726HR+Npl
וְ/הַ/בֹּטְחִ֖יםו/ה/בטח֖יםוְ/הַ/בֹּטְחִיםו/ה/בטחיםve./ha./bo.te.Chimand/ those/ [who] trustH9002H9009H0982HC+Td+Vqrmpa
בְּ/הַ֣רב/ה֣רבְּ/הַרב/הרbe./Harin/ [the] mountain ofH9003H2022GHR+Ncmsc
שֹׁמְר֑וֹןשמר֑וןשֹׁמְרוֹןשמרוןsho.me.RonSamariaH8111HNpl
נְקֻבֵי֙נקבי֙נְקֻבֵינקביne.ku.Vei[the] distinguished [people] ofH5344AHVqsmpc
רֵאשִׁ֣יתראש֣יתרֵאשִׁיתראשיתre.Shit[the] first ofH7225GHNcfsc
הַ/גּוֹיִ֔םה/גוי֔םהַ/גּוֹיִםה/גויםha./go.Yimthe/ nationsH9009H1471AHTd+Ncmpa
וּ/בָ֥אוּו/ב֥אווּ/בָאוּו/באוu./Va.'uand/ they will comeH9001H0935GHc+Vqq3cp
לָ/הֶ֖םל/ה֖םלָ/הֶםל/הםla./Hemto/ themH9005H9038HR+Sp3mp
בֵּ֥יתב֥יתבֵּיתביתbeit[the] house ofH1004MHNcmsc
יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\Yis.ra.'ElIsraelH3478\H9016HNpl
  1. den In het veelvoudig getal.
  2. gerusten Of, gemakkelijken, die op hun gemak in weelde leven, verg. Jer 48:11 , waar van Moab gezegd wordt dat hij van zijne jeugd af gerust, of op zijn gemak in stilte geweest is, geen overlast lijdende, noch vrezende.
  3. Sion, Dit ging Juda aan, waarvan Jeruzalem de hoofdstad was, en op Zion het koninklijke slot.
  4. zekeren Dat is, zorgelozen; verg. Jdg 18:27 , waar van Laïs gezegd wordt dat het een stil en zeker volk was; en Eze 30:9 , Chus der zekerheid, of des vertrouwens; dat is, dat zekere, of zorgeloze Chus, of den zekeren Chus; dat is, de zekere zorgeloze Moren. Anders: die op den berg van Samaria vertrouwen; of zich verlaten, en daarop zeker zijn en zorgeloos; de zin opeen uitkomende, doch in den tekst is gelet op de samenvoeging der beide leden.
  5. voornaamste zijn Of, vermaardste, beroemste. Zie van het Hebr. woord Pro 4:7 . Dir duiden sommigen op de beide bergen van Zion em Samaria, maar het voorgaande slaat op de hoofden van Juda en Israël, die op deze bergen hunne residentie hadden, in de beide hoofdsteden, zijnde de voornaamste onder de hoofden van het volk.
  6. eerstelingen der volken, De twaalf stammem, die God van alle andere volken afgezonderd en tot zijn volk had aangenomen. Zie Exo 19:5 ; Jer 2:3 .
  7. komen Om aldaar van hunne hoofden raad en daad [gelijk men zegt] te halen, Juda en Benjamin te Jeruzalem, en de tien stammen te Samaria. Hebr. het huis Israël komen, of zullen komen. God spreekt het wee over deze hoofden, omdat zij zich [gelijk volgt] in deze heerlijke plaatsen, [die zij door Gods goedheid bewoonden] en deze grote waardigheid, zo ondankbaar jegens Hem bewezen.

2 Gaat over naar Kalne, en ziet toe; en gaat van daar naar Hamath, de grote stad, en trekt af naar Gath der Filistijnen; of zij beter zijn dan deze koninkrijken, of hun landpale groter dan uw landpale? 1234

Original Hebrew

עִבְר֤וּעבר֤ועִבְרוּעברו'iv.Rupass overH5674AHVqv2mp
כַֽלְנֵה֙כלנה֙כַֽלְנֵהכלנהkhal.NehCalnehH3641BHNpl
וּ/רְא֔וּו/רא֔ווּ/רְאוּו/ראוu./re.'Uand/ seeH9002H7200GHC+Vqv2mp
וּ/לְכ֥וּו/לכ֥ווּ/לְכוּו/לכוu./le.Khuand/ goH9002H1980GHC+Vqv2mp
מִ/שָּׁ֖םמ/ש֖םמִ/שָּׁםמ/שםmi./Shamfrom/ thereH9006H8033GHR+D
חֲמַ֣תחמ֣תחֲמַתחמתcha.MatHamath-H2579HNpl
רַבָּ֑הרב֑הרַבָּהרבהra.BahRabbahH2579HAafsa
וּ/רְד֣וּו/רד֣ווּ/רְדוּו/רדוu./re.Duand/ go downH9002H3381HC+Vqv2mp
גַת\־גת\גַת\־גת\gat-GathH1661\H9014HNpl
פְּלִשְׁתּ֗יםפלשת֗יםפְּלִשְׁתּיםפלשתיםpe.lish.Tmof [the] PhilistinesH6430GHNgmpa
הֲ/טוֹבִים֙ה/טובים֙הֲ/טוֹבִיםה/טוביםha./to.Vim¿/ [are they] goodH9008H2896AHTi+Aampa
מִן\־מן\מִן\־מן\min-more thanH4480A\H9014HR
הַ/מַּמְלָכ֣וֹתה/ממלכ֣ותהַ/מַּמְלָכוֹתה/ממלכותha./mam.la.Khotthe/ kingdomsH9009H4467HTd+Ncfpa
הָ/אֵ֔לֶּהה/א֔לההָ/אֵלֶּהה/אלהha./'E.leh<the>/ theseH9009H0428HTd+Tm
אִם\־אם\אִם\־אם\'im-or?H0518I\H9014HTc
רַ֥בר֥ברַברבravgreatH7227AHAamsa
גְּבוּלָ֖/םגבול֖/םגְּבוּלָ/םגבול/םge.vu.La/m[is] territory/ theirH1366HH9028HNcmsc+Sp3mp
מִ/גְּבֻלְ/כֶֽם\׃מ/גבל/כם\מִ/גְּבֻלְ/כֶֽם\׃מ/גבל/כם\mi./ge.vul./Khemmore than/ territory/ yourH9006H1366HH9026\H9016HR+Ncmsc+Sp2mp
  1. Kalne, Ee zeer oude vermaarde stad in het land Sinear of Chaldea. Zie Gen 10:10 , en Isa 10:9 .
  2. grote stad, Of, machtige, geweldige, heerlijke. Zie van Hamath [ook een vermaarde koninklijke stad] Num 13:21 , en 2Sa 8:9 , enz.
  3. Gath der Filistijnen; Ook een koninklijke stad. Zie 1Sa 21:10 , en 2Sa 8:1 .
  4. beter zijn dan deze koninkrijken, Deze woorden, groter, beter, geven te verstaan, dat God hun wil voor ogen stellen, de heerlijkheid van het land, dat Hij hun had ingegeven, waarvoor zij hem dankbaar behoorden te zijn. Anders: en waren zij niet beter? enz., in deze zin, alsof God hun wilde voorstellen dat groter en heerlijker plaatsen dan de hunne al verwoest waren, zulks dat zij zo zeker en zorgeloos niet moesten zijn, zich maar spiegelen aan zulke voorbeelden en zich bekeren.

3 Gij, die den bozen dag verre stelt, en den stoel des gewelds nabij brengt. 123

Original Hebrew

הַֽ/מְנַדִּ֖יםה/מנד֖יםהַֽ/מְנַדִּיםה/מנדיםha/m.na.Dimthose/ [who] push awayH9009H5077BHTd+Vprmpa
לְ/י֣וֹםל/י֣וםלְ/יוֹםל/יוםle./Yom<to>/ a dayH9005H3117GHR+Ncmsa
רָ֑ער֑ערָערעRa'evilH7451BHAamsa
וַ/תַּגִּישׁ֖וּ/ןו/תגיש֖ו/ןוַ/תַּגִּישׁוּ/ןו/תגישו/ןva./ta.gi.Shu/nand/ you have brought near/ !H9001H5066HH9013Hc+Vhw2mp+Sn
שֶׁ֥בֶתש֥בתשֶׁבֶתשבתShe.veta seat ofH7675HNcfsc
חָמָֽס\׃חמס\חָמָֽס\׃חמס\cha.MasviolenceH2555\H9016HNcmsa
  1. bozen dag Den nakenden tijd der straf Gods, waarvan in Amo 5:18-20 . Versta hierop, wee u, uit het voorgaande.
  2. verre stelt, Als hebbende, òf gans niet òf immers bij uwen tijd, daarvoor niet te vrezen. Verg. Eze 12:22 , en in Amo 9:10 ; ja gij houdt de redenen van des Heeren dag als een onrein, afschuwelijk en vervoeilijk ding; waarop het Hebr. woord schijnt te zien.
  3. nabij brengt Alsof God zeide: Is dat niet een grote dwaasheid, dat gij op de rechterstoelen uwe goddeloosheid pleegt, zulks dat allerlei onrecht nabij u, ja onder en in u is en u aankleeft, en dat gij u evenwel wijsmaakt dat de straffen verre zijn, of uitblijven zullen?

4 Die daar liggen op elpenbenen bedsteden, en weelderig zijn op hun koetsen, en eten de lammeren van de kudde, en de kalveren uit het midden van den meststal. 1234

Original Hebrew

הַ/שֹּֽׁכְבִים֙ה/שכבים֙הַ/שֹּֽׁכְבִיםה/שכביםha./sho.khe.Vimthose/ [who] lieH9009H7901GHTd+Vqrmpa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
מִטּ֣וֹתמט֣ותמִטּוֹתמטותmi.Totbeds ofH4296HNcfpc
שֵׁ֔ןש֔ןשֵׁןשןShenivoryH8127HHNcfsa
וּ/סְרֻחִ֖יםו/סרח֖יםוּ/סְרֻחִיםו/סרחיםu./se.ru.Chimand/ [people] sprawled outH9002H5628HC+Aampa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
עַרְשׂוֹתָ֑/םערשות֑/םעַרְשׂוֹתָ/םערשות/םar.so.Ta/mcouches/ theirH6210H9028HNcfpc+Sp3mp
וְ/אֹכְלִ֤יםו/אכל֤יםוְ/אֹכְלִיםו/אכליםve./'o.khe.Limand/ [those who] eatH9002H0398HC+Vqrmpa
כָּרִים֙כרים֙כָּרִיםכריםka.RimlambsH3733CHNcmpa
מִ/צֹּ֔אןמ/צ֔אןמִ/צֹּאןמ/צאןmi./Tzonfrom/ [the] flockH9006H6629GHR+Ncbsa
וַ/עֲגָלִ֖יםו/עגל֖יםוַ/עֲגָלִיםו/עגליםva./'a.ga.Limand/ calvesH9002H5695HC+Ncmpa
מִ/תּ֥וֹךְמ/ת֥וךמִ/תּוֹךְמ/תוךmi./Tokhfrom/ [the] midst ofH9006H8432HR+Ncmsc
מַרְבֵּֽק\׃מרבק\מַרְבֵּֽק\׃מרבק\mar.Bek[the] stallH4770\H9016HNcmsa
  1. elpenbenen bedsteden, Hebr. tands. Zie 1Ki 10:18 . Verg. de beschrijving der koninklijke pracht, Est 1:6 .
  2. weelderig zijn Of, overdadig, overvloedig. Anders: die zich weeldelijk uitstrekken, uitbreiden, [gelijk een weelderige wijnstok. Eze 17:6 ] , alzo in vs.7.
  3. lammeren van de kudde, Te weten, de beste, uit het volgende.
  4. midden van den meststal Kiezende de vetste, uit de plaats waar men gewoon was te mesten.

5 Die op het geklank der luit kwinkeleren, en bedenken zichzelven instrumenten der muziek, gelijk David; 12

Original Hebrew

הַ/פֹּרְטִ֖יםה/פרט֖יםהַ/פֹּרְטִיםה/פרטיםha./po.re.Timthose/ [who] improviseH9009H6527HTd+Vqrmpa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
פִּ֣יפ֣יפִּיפיpi[the] mouth ofH6310IHNcmsc
הַ/נָּ֑בֶלה/נ֑בלהַ/נָּבֶלה/נבלha./Na.velthe/ lyreH9009H5035BHTd+Ncmsa
כְּ/דָוִ֕ידכ/דו֕ידכְּ/דָוִידכ/דוידke./da.Vidlike/ DavidH9004H1732HR+Npm
חָשְׁב֥וּחשב֥וחָשְׁבוּחשבוcha.she.Vuthey have devisedH2803GHVqp3cp
לָ/הֶ֖םל/ה֖םלָ/הֶםל/הםla./Hemfor/ themselvesH9005H9038HR+Sp3mp
כְּלֵי\־כלי\כְּלֵי\־כלי\ke.lei-instruments ofH3627\H9014HNcmpc
שִֽׁיר\׃שיר\שִֽׁיר\׃שיר\ShirsongH7892A\H9016HNcmsa
  1. geklank Hebr. op, of naar den mond; dat is, naar de wijze en aanleiding van het luiten of psalterspel, hunne stem op het fijnste en vaardigste weten te breken, dat men noemt kwinkeleren, of kwinken, kwinkelen, kwedelen, en bij de muzikanten [recht naar het Hebr. woord] heet verminderen.
  2. gelijk David; Passende [naar de wijze van ijdele wereldse mensen] het geestelijk heilig werk van den koninklijken profeet David op hun vleselijke weelde en dartelheid.

6 Die wijn uit schalen drinken, en zich zalven met de voortreffelijkste olie, maar bekommeren zich niet over de verbreking van Jozef. 12345

Original Hebrew

הַ/שֹּׁתִ֤יםה/שת֤יםהַ/שֹּׁתִיםה/שתיםha./sho.Timthose/ [who] drinkH9009H8354HTd+Vqrmpa
בְּ/מִזְרְקֵי֙ב/מזרקי֙בְּ/מִזְרְקֵיב/מזרקיbe./miz.re.Keiin/ bowls ofH9003H4219HR+Ncmpc
יַ֔יִןי֔יןיַיִןייןYa.yinwineH3196HNcmsa
וְ/רֵאשִׁ֥יתו/ראש֥יתוְ/רֵאשִׁיתו/ראשיתve./re.Shitand/ [the] best ofH9002H7225HHC+Ncfsc
שְׁמָנִ֖יםשמנ֖יםשְׁמָנִיםשמניםshe.ma.NimoilsH8081HNcmpa
יִמְשָׁ֑חוּימש֑חויִמְשָׁחוּימשחוyim.Sha.chuthey smearH4886HVqi3mp
וְ/לֹ֥או/ל֥אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
נֶחְל֖וּנחל֖ונֶחְלוּנחלוnech.Luthey were sickenedH2470IHVNp3cp
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
שֵׁ֥בֶרש֥ברשֵׁבֶרשברShe.ver[the] ruin ofH7667HNcmsc
יוֹסֵֽףיוסףיוֹסֵֽףיוסףyo.SefJosephH3130GHNpm
  1. uit schalen drinken, Anders: in, of met bekers van den wijn; dat is, die zich niet laten genoegen met gemene drinkbekers, schalen of koppen, maar grote wijde bekkens of kommen [gelijk sprengbekkens] vol wijn storten en uitzuipen.
  2. voortreffelijkste olie, Hebr. de eerstelingen, het eerste, voorste van de oliën; dat is, de allerbeste en kostelijkste olie. Zie Rth 3:3 ; Psa 23:5 ; Pro 21:17 , met de aantekening.
  3. bekommeren zich niet Of, hebben geen smart, weedom, hartzeer. Het Hebr. woord wordt gebruikt van krankheid van het lichaam, en ook smart en bekommering van den geest, beide kan hier plaatshebben, alzo het ene gemeenlijk op het andere volgt.
  4. verbreking De bijzondere verdrukkingen hunner broeders, en de algemene, o verledene als aanstaande, ellenden van Gods volk. Zie Jer 4:6 .
  5. Jozef Gelijk in Amo 5:6 .

7 Daarom zullen zij nu gevankelijk henengaan onder de voorsten, die in gevangenis gaan; en het banket dergenen, die weelderig zijn, zal wegwijken. 12345

Original Hebrew

לָ/כֵ֛ןל/כ֛ןלָ/כֵןל/כןla./Khen<to>/ thereforeH9005H3651CHR+D
עַתָּ֥העת֥העַתָּהעתה'a.TahnowH6258HD
יִגְל֖וּיגל֖ויִגְלוּיגלוyig.Luthey will go into exileH1540KHVqi3mp
בְּ/רֹ֣אשׁב/ר֣אשבְּ/רֹאשׁב/ראשbe./Roshat/ [the] head ofH9003H7218JHR+Ncmsc
גֹּלִ֑יםגל֑יםגֹּלִיםגליםgo.Lim[those who] go into exileH1540KHVqrmpa
וְ/סָ֖רו/ס֖רוְ/סָרו/סרve./Sarand/ it will come to an endH9001H5493GHc+Vqq3ms
מִרְזַ֥חמרז֥חמִרְזַחמרזחmir.Zach[the] revelry ofH4797HNcmsc
סְרוּחִֽים\׃\ \פסרוחים\\ \פסְרוּחִֽים\׃\ \פסרוחים\\ \פse.ru.Chimsprawled out [people]H5628\H9016\ \H9017HAampa
  1. nu gevankelijk henengaan Dat is, al haast. Zie Hos 10:3 .
  2. onder de voorsten, Hebr. in, of onder het hoofd; dat is, vooraan, in de spits der gevangenen zult gij de eerste en voorste zijn, gelijk gij in hoogheid en boosheid den voorgang hebt gehad. De voorste in straffen.
  3. banket dergenen, Anders: rouwmaaltijden, die zij met grote pracht, overdaad en wonderlijk bestuur plegen te houden. Zie Jer 16:4 .
  4. weelderig zijn, Gelijk in vs.4.
  5. wegwijken Alle vreugde, dartelheid, pracht en overdaad zal ophouden en hen verlaten, en inplaats van die zal hen ellende en jammer aankleven en volgen.

8 De Heere Heere heeft gezworen bij Zichzelf ( spreekt de Heere, de God der heirscharen): Ik heb een gruwel van Jakobs hovaardij, en Ik haat zijn paleizen; daarom zal Ik de stad en haar volheid overleveren. 1234

Original Hebrew

נִשְׁבַּע֩נשבע֩נִשְׁבַּענשבעnish.Ba'he has swornH7650HVNp3ms
אֲדֹנָ֨יאדנ֨יאֲדֹנָיאדני'a.do.Nai[the] LordH0136HNpt
יְהוִ֜היהו֜היְהוִהיהוהYah.wehYahwehH3069HNpt
בְּ/נַפְשׁ֗/וֹב/נפש֗/ובְּ/נַפְשׁ/וֹב/נפש/וbe./naf.Sh/oby/ self/ hisH9003H5315IH9023HR+Ncfsc+Sp3ms
נְאֻם\־נאם\נְאֻם\־נאם\ne.'um-[the] utterance ofH5002\H9014HNcmsc
יְהוָה֙יהוה֙יְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֱלֹהֵ֣יאלה֣יאֱלֹהֵיאלהי'e.lo.HeiGod ofH0430GHNcmpc
צְבָא֔וֹתצבא֔ותצְבָאוֹתצבאותtze.va.'othostsH6635BHNcfpa
מְתָאֵ֤במתא֤במְתָאֵבמתאבme.ta.'Ev[am] loathingH8374HVprmsa
אָֽנֹכִי֙אנכי֙אָֽנֹכִיאנכי'a.no.KhiIH0595HPp1bs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
גְּא֣וֹןגא֣וןגְּאוֹןגאוןge.'on[the] pride ofH1347HNcmsc
יַֽעֲקֹ֔ביעק֔ביַֽעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm
וְ/אַרְמְנֹתָ֖י/וו/ארמנת֖י/ווְ/אַרְמְנֹתָי/וו/ארמנתי/וve./'ar.me.no.Ta/vand/ fortresses/ hisH9002H0759HH9023HC+Ncfpc+Sp3ms
שָׂנֵ֑אתִישנ֑אתישָׂנֵאתִישנאתיsa.Ne.tiI hateH8130HVqp1cs
וְ/הִסְגַּרְתִּ֖יו/הסגרת֖יוְ/הִסְגַּרְתִּיו/הסגרתיve./his.gar.Tiand/ I will deliver upH9001H5462Hc+Vhq1cs
עִ֥ירע֥ירעִירעיר'ir[the] cityH5892BHNcfsa
וּ/מְלֹאָֽ/הּ\׃ו/מלא/ה\וּ/מְלֹאָֽ/הּ\׃ו/מלא/ה\u./me.lo.'A/hand/ what fills/ itH9002H4393H9024\H9016HC+Ncmsc+Sp3fs
  1. Zichzelf Hebr. bij zijne ziel; dat is, bij zichzelven. Zie Gen 22:16 , menselijk van God gesproken, ten aanzien van het woord ziel.
  2. Jakobs hovaardij, Dat is, Israël, der Israëlieten.
  3. volheid Alles waarmede Ik de stad vervuld, verrijkt en versierd heb. Verg. Deu 33:16 ; Psa 24:1 , enz.
  4. overleveren In de hand van den vijand.

9 En het zal geschieden, zo er tien mannen in enig huis zullen overgelaten zijn, dat zij sterven zullen. 12

Original Hebrew

וְ/הָיָ֗הו/הי֗הוְ/הָיָהו/היהve./ha.Yahand/ it will beH9001H1961Hc+Vqq3ms
אִם\־אם\אִם\־אם\'im-ifH0518A\H9014HTc
יִוָּ֨תְר֜וּיו֨תר֜ויִוָּתְרוּיותרוyi.Va.te.Ruthey will remainH3498HVNi3mp
עֲשָׂרָ֧העשר֧העֲשָׂרָהעשרה'a.sa.RahtenH6235HNcfsa
אֲנָשִׁ֛יםאנש֛יםאֲנָשִׁיםאנשים'a.na.ShimmenH0582HNcmpa
בְּ/בַ֥יִתב/ב֥יתבְּ/בַיִתב/ביתbe./Va.yitin/ a houseH9003H1004BHR+Ncmsa
אֶחָ֖דאח֖דאֶחָדאחד'e.ChadoneH0259HNcfsa
וָ/מֵֽתוּ\׃ו/מתו\וָ/מֵֽתוּ\׃ו/מתו\va./Me.tuand/ they will dieH9001H4191\H9016Hc+Vqq3cp
  1. overgelaten zijn, Van den vijand.
  2. sterven zullen Door de pestilentie, of honger, brand, aardbeving, enz., gelijk van God gedreigd was dat, die de ene plaag ontging, in de andere zou vallen. Zie Amo 5:19 , enz.

10 En de naaste vriend zal een iegelijk van die opnemen, of die hem verbrandt, om de beenderen uit het huis uit te brengen, en zal zeggen tot dien, die binnen de zijden van het huis is: Zijn er nog meer bij u? En hij zal zeggen: Niemand. Dan zal hij zeggen: Zwijg! want zij waren niet om des Heeren Naam te vermelden. 123456789

Original Hebrew

וּ/נְשָׂא֞/וֹו/נשא֞/ווּ/נְשָׂא/וֹו/נשא/וu./ne.sa.'/Oand/ he will lift up/ himH9001H5375GH9033Hc+Vqq3ms+Sp3ms
דּוֹד֣/וֹדוד֣/ודּוֹד/וֹדוד/וdo.D/oloved one/ hisH1730IH9023HNcmsc+Sp3ms
וּ/מְסָרְפ֗/וֹו/מסרפ֗/ווּ/מְסָרְפ/וֹו/מסרפ/וu./me.sa.re.F/oand/ [the one who] burns/ himH9002H5635H9033HC+Vprmsc+Sp3ms
לְ/הוֹצִ֣יאל/הוצ֣יאלְ/הוֹצִיאל/הוציאle./ho.Tzi'to/ bring outH9005H3318HHR+Vhcc
עֲצָמִים֮עצמים֮עֲצָמִיםעצמים'a.tza.MimbonesH6106GHNcmpa
מִן\־מן\מִן\־מן\min-fromH4480A\H9014HR
הַ/בַּיִת֒ה/בית֒הַ/בַּיִתה/ביתha./ba.Yitthe/ houseH9009H1004BHTd+Ncmsa
וְ/אָמַ֞רו/אמ֞רוְ/אָמַרו/אמרve./'a.Marand/ he will sayH9001H0559Hc+Vqq3ms
לַ/אֲשֶׁ֨רל/אש֨רלַ/אֲשֶׁרל/אשרla./'a.Sherto/ [the one] whoH9005H0834AHR+Tr
בְּ/יַרְכְּתֵ֥יב/ירכת֥יבְּ/יַרְכְּתֵיב/ירכתיbe./yar.ke.Tei[is] in/ [the] innermost parts ofH9003H3411HR+Ncfdc
הַ/בַּ֛יִתה/ב֛יתהַ/בַּיִתה/ביתha./Ba.yitthe/ houseH9009H1004BHTd+Ncmsa
הַ/ע֥וֹדה/ע֥ודהַ/עוֹדה/עודha./'od¿/ stillH9008H5750HTi+Acmsa
עִמָּ֖/ךְעמ֖/ךעִמָּ/ךְעמ/ך'i.Ma/kh[is anyone] with/ youH5973AH9032HR+Sp2ms
וְ/אָמַ֣רו/אמ֣רוְ/אָמַרו/אמרve./'a.Marand/ he will sayH9001H0559Hc+Vqq3ms
אָ֑פֶסא֑פסאָפֶסאפס'A.fesnoH0657AHNcmsa
וְ/אָמַ֣רו/אמ֣רוְ/אָמַרו/אמרve./'a.Marand/ he will sayH9001H0559Hc+Vqq3ms
הָ֔סה֔סהָסהסHashush!H2013HVpv2ms
כִּ֛יכ֛יכִּיכיkiforH3588AHTc
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
לְ/הַזְכִּ֖ירל/הזכ֖ירלְ/הַזְכִּירל/הזכירle./haz.Kirto/ bring to remembranceH9005H2142HR+Vhcc
בְּ/שֵׁ֥םב/ש֥םבְּ/שֵׁםב/שםbe./Shem<in>/ [the] name ofH9003H8034HR+Ncmsc
יְהוָֽה\׃יהוה\יְהוָֽה\׃יהוה\Yah.wehYahwehH3068G\H9016HNpt
  1. de naaste vriend Of, neef, bloedverwant, vriend; naar het gebruikt van het Hebr. woord.
  2. een iegelijk van die opnemen, Hebr. hem; dat is, een voorzeide verstorvene, de een na den ander.
  3. hem Het lichaam van den vertorvene, om de beenderen uit te brengen, ter begrafenis of om weg te werpen. Verg. Amo 8:3 .
  4. verbrandt, Hetwelk niet gebruikelijk was, dan in buitengewone toevallen en om bijzondere redenen, gelijk te zien is 1Sa 31:12 . Doch naar sommiger mening, ook in tijden van zware pest, hetwelk op deze plaats niet kwalijk zou passen.
  5. binnen de zijden van het huis is Hebr. in; de zin is, in het binneste van het huis.
  6. meer bij u? Doden in het huis?
  7. Niemand Of, het einde [is er]; dat is, zij zijn nu altemaal weg, daar is geen meer behouden.
  8. Zwijg Murmureer niet tegen Gods oordelen, want de verstorvenen waren goddeloos. Verg. Amo 5:13 , met de aantekening.
  9. zij waren niet om des HEEREN Naam te vermelden De verstorvenen. Anders: des HEEREN naam is niet te vermelden, of men moet dien niet vermelden. Waarmede te kenne zou gegeven worden de uiterste goddeloosheid dezer mensen, als die op het zwaarste geplaagd zijnde, evenwel niet zouden mogen lijden dat men des Heeren gedacht. Sommigen verstaan het van de algemene gewoonte van rouwklagen, of klaagliederen te gebruiken over de doden, in welke de naam des Heeren mocht gedacht worden. Verg. Amo 8:3 .

11 Want ziet, de Heere geeft bevel, en Hij zal het grote huis slaan met inwatering, en het kleine huis met spleten. 12

Original Hebrew

כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
הִנֵּ֤ההנ֤ההִנֵּההנהhi.Nehhere!H2009HTj
יְהוָה֙יהוה֙יְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
מְצַוֶּ֔המצו֔המְצַוֶּהמצוהme.tza.Veh[is] commandingH6680HVprmsa
וְ/הִכָּ֛הו/הכ֛הוְ/הִכָּהו/הכהve./hi.Kahand/ someone will strikeH9001H5221Hc+Vhq3ms
הַ/בַּ֥יִתה/ב֥יתהַ/בַּיִתה/ביתha./Ba.yitthe/ houseH9009H1004BHTd+Ncmsa
הַ/גָּד֖וֹלה/גד֖ולהַ/גָּדוֹלה/גדולha./ga.Dol<the>/ greatH9009H1419AHTd+Aamsa
רְסִיסִ֑יםרסיס֑יםרְסִיסִיםרסיסיםre.si.SimfragmentsH7447BHNcmpa
וְ/הַ/בַּ֥יִתו/ה/ב֥יתוְ/הַ/בַּיִתו/ה/ביתve./ha./Ba.yitand/ the/ houseH9002H9009H1004BHC+Td+Ncmsa
הַ/קָּטֹ֖ןה/קט֖ןהַ/קָּטֹןה/קטןha./ka.Ton<the>/ smallH9009H6996BHTd+Aamsa
בְּקִעִֽים\׃בקעים\בְּקִעִֽים\׃בקעים\be.ki.'Imrubble<s>H1233\H9016HNcmpa
  1. geeft bevel, Of, zal gebieden, bevel geven; dat is, door zijne regering beschikken, dat de vijand [als op zijn bevel] aankome en sla, enz. Zie vs.14, en Amo 9:9 .
  2. inwatering, Hebr. druppen, of droppelen; dat is, inwatering, zodat de straffen gaan zullen over hogen en lagen, groten en kleinen, als een doordringende en steeds druipende regen, die niet zal zijn te keren. Verg. Amo 5:24 . Sommigen duiden het op beide koninkrijken, van Israël en Juda, waarvan Israël door Assyriërs en Juda door de Babyloniërs zou bedorven en verwoest worden. Verg. Isa 8:14 .

12 Zullen ook paarden rennen op een steenrots? Zal men ook daarop met runderen ploegen? Want gijlieden hebt het recht in gal verkeerd, en de vrucht der gerechtigheid in alsem. 123

Original Hebrew

הַ/יְרֻצ֤וּ/ןה/ירצ֤ו/ןהַ/יְרֻצוּ/ןה/ירצו/ןha/y.ru.Tzu/n¿/ do they run/ !H9008H7323GH9013HTi+Vqi3mp+Sn
בַּ/סֶּ֙לַע֙ב/ס֙לע֙בַּ/סֶּלַעב/סלעba./Se.la'on the/ crag[s]H9003H5553HHRd+Ncmsa
סוּסִ֔יםסוס֔יםסוּסִיםסוסיםsu.SimhorsesH5483MHNcmpa
אִֽם\־אם\אִֽם\־אם\'im-or?H0518I\H9014HTc
יַחֲר֖וֹשׁיחר֖ושיַחֲרוֹשׁיחרושya.cha.Ro.oshdoes anyone plowH2790AHVqi3ms
בַּ/בְּקָרִ֑יםב/בקר֑יםבַּ/בְּקָרִיםב/בקריםba./be.ka.Rimwith <the>/ oxenH9003H1241HRd+Ncbpa
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
הֲפַכְתֶּ֤םהפכת֤םהֲפַכְתֶּםהפכתםha.fakh.Temyou have turnedH2015HVqp2mp
לְ/רֹאשׁ֙ל/ראש֙לְ/רֹאשׁל/ראשle./roShinto/ poisonH9005H7219HR+Ncmsa
מִשְׁפָּ֔טמשפ֔טמִשְׁפָּטמשפטmish.PatjusticeH4941HHNcmsa
וּ/פְרִ֥יו/פר֥יוּ/פְרִיו/פריu./fe.Riand/ [the] fruit ofH9002H6529HC+Ncmsc
צְדָקָ֖הצדק֖הצְדָקָהצדקהtze.da.KahrighteousnessH6666HNcfsa
לְ/לַעֲנָֽה\׃ל/לענה\לְ/לַעֲנָֽה\׃ל/לענה\le./la.'a.Nahinto/ wormwoodH9005H3939\H9016HR+Ncfsa
  1. Zullen ook paarden rennen op een steenrots? Dit vers kan men met sommigen alzo verstaan dat, gelijk zulks op steenrotsen niet past noch wel kan gelukken, Israël ook alzo niet wel kon varen, omdat zij verkeerd liepen en ploegden, of omdat al het vermanen en bestraffen aan hen niet dan vergeefs rennen en ploegen op steenrotsen was, want zij bleven verkeerd, gelijk volgt; of, gelijk zulks ene omkering zou zijn van alle natuurlijke orde en redegebruik, en niets anders den loutere en zeer schandelijke dwaasheid, alzo was ook hun doen; dewijl zij de heilige en zeer lieflijke ordinantiën Gods van recht en gerechtigheid omkeerden in enkel vergif en bitterheid.
  2. Want gijlieden Of, dat gij het recht verkeerd hebt, enz.
  3. gal verkeerd, Zie Psa 69:22 , en verg. Amo 5:7 .

13 Gij, die blijde zijt over een nietig ding; gij, die zegt: Hebben wij ons niet door onze sterkte hoornen verkregen? 12

Original Hebrew

הַ/שְּׂמֵחִ֖יםה/שמח֖יםהַ/שְּׂמֵחִיםה/שמחיםha./se.me.Chimthe/ joyful [people]H9009H8056HTd+Aampa
לְ/לֹ֣אל/ל֣אלְ/לֹאל/לאle./Lo'to/ LoH9005H3810HR+Npl
דָבָ֑רדב֑רדָבָרדברda.VarDebarH3810HNpl
הָ/אֹ֣מְרִ֔יםה/א֣מר֔יםהָ/אֹמְרִיםה/אמריםha./'O.me.Rimwho/ sayH9009H0559HTd+Vqrmpa
הֲ/ל֣וֹאה/ל֣ואהֲ/לוֹאה/לואha./Lo'¿/ notH9008H3808HTi+Tn
בְ/חָזְקֵ֔/נוּב/חזק֔/נובְ/חָזְקֵ/נוּב/חזק/נוve./cha.ze.Ke./nuby/ own strength/ ourH9003H2392H9025HR+Ncmsc+Sp1bp
לָקַ֥חְנוּלק֥חנולָקַחְנוּלקחנוla.Kach.nuhave we takenH3947GHVqp1cp
לָ֖/נוּל֖/נולָ/נוּל/נוLa./nufor/ ourselvesH9005H9035HR+Sp1bp
קַרְנָֽיִם\׃קרנים\קַרְנָֽיִם\׃קרנים\kar.Na.yimKarnaimH7161B\H9016HNpl
  1. nietig ding; Als daar is, met rijkdom en macht, waarvan gij u dwaselijk beroemt; want zij zijn u van mij gegeven, en, vermits uwe zonden, tegen mijn toorn niet zullen helpen.
  2. hoornen verkregen? Heerlijkheid en macht. Zie Deu 33:17 , en Job 16:15 .

14 Want ziet, Ik zal over ulieden, o huis Israëls! een volk verwekken, spreekt de Heere, de God der heirscharen; die zullen ulieden drukken, van daar men komt te Hamath, tot aan de beek der wildernis. 1234

Original Hebrew

כִּ֡יכ֡יכִּיכיkiforH3588AHTc
הִנְ/נִי֩הנ/ני֩הִנְ/נִיהנ/ניhi./Nihere/ IH2005H9040HTj+Sp1bs
מֵקִ֨יםמק֨יםמֵקִיםמקיםme.Kim[am] about to raise upH6965JHVhrmsa
עֲלֵי/כֶ֜םעלי/כ֜םעֲלֵי/כֶםעלי/כם'a.lei./Khemon/ youH5921AH9036HR+Sp2mp
בֵּ֣יתב֣יתבֵּיתביתbeitO house ofH1004MHNcmsc
יִשְׂרָאֵ֗לישרא֗ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
נְאֻם\־נאם\נְאֻם\־נאם\ne.'um-[the] utterance ofH5002\H9014HNcmsc
יְהוָ֛היהו֛היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֱלֹהֵ֥יאלה֥יאֱלֹהֵיאלהי'e.lo.Hei[the] God ofH0430GHNcmpc
הַ/צְּבָא֖וֹתה/צבא֖ותהַ/צְּבָאוֹתה/צבאותha./tze.va.'ot<the>/ hostsH9009H6635BHTd+Ncfpa
גּ֑וֹיג֑ויגּוֹיגויGoya nationH1471AHNcmsa
וְ/לָחֲצ֥וּו/לחצ֥ווְ/לָחֲצוּו/לחצוve./la.cha.Tzuand/ they will oppressH9001H3905Hc+Vqq3cp
אֶתְ/כֶ֛םאת/כ֛םאֶתְ/כֶםאת/כם'et./Khem<obj.>/ youH0853H9036HTo+Sp2mp
מִ/לְּב֥וֹאמ/לב֥ואמִ/לְּבוֹאמ/לבואmi./le.Vo'from/ LeboH9006H0935HHR+Npl
חֲמָ֖תחמ֖תחֲמָתחמתcha.MatHamathH2574GHNpl
עַד\־עד\עַד\־עד\'ad-toH5704\H9014HR
נַ֥חַלנ֥חלנַחַלנחלNa.chal[the] wadi ofH5158KHNcmsc
הָ/עֲרָבָֽה\׃\ \סה/ערבה\\ \סהָ/עֲרָבָֽה\׃\ \סה/ערבה\\ \סha./'a.ra.Vah<the>/ ArabahH9009H6160H\H9016\ \H9018HTd+Npl
  1. volk verwekken, De Assyriërs, gelijk de Babyloniërs over Juda.
  2. drukken, Of, dringen. Verg. Amo 2:13 .
  3. Hamath, Gelegen aan de noordelijke landpale van Kanaän, gelijk de beek of rivier van Egypte of Sichor, in het zuiden. Zie Num 34:5 , Num 34:8 ; Jos 13:3 . De zin is: zij zullen u plagen van het ene einde des lands tot het andere.
  4. wildernis Of, van het vlakke veld.