Chapter 9
1 Ik zag den Heere staan op het altaar, en Hij zeide: Sla dien knoop, dat de posten beven, en doorkloof ze allen in het hoofd; en Ik zal hun achterste met het zwaard doden; en vliedende zal onder hen niet ontvlieden, noch de ontkomende onder hen behouden worden.1234567891011
רָאִ֨יתִירא֨יתירָאִיתִיראיתיra.'I.tiI sawH7200GHVqp1cs אֲדֹנָ֜יאדנ֜יאֲדֹנָיאדני'a.do.Nai[the] LordH0136HNpt נִצָּ֣בנצ֣בנִצָּבנצבni.TzavstandingH5324HVNrmsa הַ/מִּזְבֵּ֗חַה/מזב֗חהַ/מִּזְבֵּחַה/מזבחha./miz.Be.achthe/ altarH9009H4196HTd+Ncmsa וַ/יֹּאמֶר֩ו/יאמר֩וַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.yo.Merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms הַ֨ךְה֨ךהַךְהךhakhstrikeH5221HVhv2ms הַ/כַּפְתּ֜וֹרה/כפת֜ורהַ/כַּפְתּוֹרה/כפתורha./kaf.Torthe/ capitalH9009H3730HTd+Ncmsa וְ/יִרְעֲשׁ֣וּו/ירעש֣ווְ/יִרְעֲשׁוּו/ירעשוve./yir.'a.Shuso/ they may shakeH9002H7493HC+Vqu3mp הַ/סִּפִּ֗יםה/ספ֗יםהַ/סִּפִּיםה/ספיםha./si.Pimthe/ thresholdsH9009H5592BHTd+Ncmpa וּ/בְצַ֙עַ/ם֙ו/בצ֙ע/ם֙וּ/בְצַעַ/םו/בצע/םu./ve.Tza.'a/mand/ break off/ themH9002H1214GH9038HC+Vqcc+Sp3mp בְּ/רֹ֣אשׁב/ר֣אשבְּ/רֹאשׁב/ראשbe./Roshon/ [the] head ofH9003H7218AHR+Ncmsc כֻּלָּ֔/םכל֔/םכֻּלָּ/םכל/םku.La/mall of/ themH3605H9028HNcmsc+Sp3mp וְ/אַחֲרִיתָ֖/םו/אחרית֖/םוְ/אַחֲרִיתָ/םו/אחרית/םve./'a.cha.ri.Ta/mand/ posterity/ theirH9002H0319H9028HC+Ncfsc+Sp3mp בַּ/חֶ֣רֶבב/ח֣רבבַּ/חֶרֶבב/חרבba./Che.revby the/ swordH9003H2719HRd+Ncfsa אֶהֱרֹ֑גאהר֑גאֶהֱרֹגאהרג'e.he.RogI will killH2026HVqi1cs יָנ֤וּסינ֤וסיָנוּסינוסya.Nushe will fleeH5127HVqi3ms לָ/הֶם֙ל/הם֙לָ/הֶםל/הםla./Hemof/ themH9005H9038HR+Sp3mp נָ֔סנ֔סנָסנסNas[one who] fleesH5127HVqrmsa יִמָּלֵ֥טימל֥טיִמָּלֵטימלטyi.ma.Lethe will escapeH4422HVNi3ms לָ/הֶ֖םל/ה֖םלָ/הֶםל/הםla./Hemof/ themH9005H9038HR+Sp3mp פָּלִֽיט\׃פליט\פָּלִֽיט\׃פליט\pa.Litan escapeeH6412A\H9016HNcmsa - zag den Heere Te weten, in een gezicht, waarin God den profeet vertoonde dat Hij zijn tempel, tempeldienst, priesters en hoofden van het volk niet wilde verschonen, maar met zijne straffen van boven tot beneden, van de hoge en voorste tot de lage en achterste toe doorgaan.
- staan Hebr. gesteld, staande.
- altaar, Te weten, het brandofferaltaar [naar het algemeen gevoelen], dat voor het heilige stond, waardoor God te kennen gaf dat Hij verhuizen wilde. Verg. Eze 10:4 . Hoewel sommigen menen dat dit gezicht te verstaan is van de afgodische tempels en altaren van Israël, als te Bethel, enz. Indien de profeet heeft moeten vluchten in het land van Juda [gelijk in Amo 7:12 ,] kan het wel zijn dat hem dit gezicht aldaar is geopenbaard, tegen Salamo's tempel; doch anderen mene dat de profeet niet is gevlucht, zie Amo 7:15 .
- Hij zeide De Heere, tot een engel, die zijn oordeel zou uitvoeren, of tot den profeet zelf. Verg. Eze 9:1 , enz., en Eze 43:3 .
- knoop, Of, appel, granaatappel, die boven op de spits van den tempel, of den bovendorpel der poort mag hebben gestaan, gelijk in zulke prachtige gebouwen wel gebruikelijk is.
- posten beven, Of, dorpels, om te tonen dat God alles van boven tot onder toe wilde vernielen.
- doorkloof ze allen Anders: verwond die, die hun allen ten hoofd zijn; dat is, de oversten en voornaamsten.
- achterste Sommigen verstaan hier de rest van het gemene volk; anderen het overblijfsel, de nakomelingen. Zie Psa 37:37 .
- zwaard doden; Der Babyloniërs en Assyriërs.
- de vliedende Dat is, die zich meent met de vlucht te behouden, of die anderszins wel placht te ontvlieden, zal het nu niet kunnen doen, en alzo, in het volgende. Zie Amo 2:14-16 , en Amo 5:19 .
- onder hen niet ontvlieden, Of, bij, van hen.
2 Al groeven zij tot in de hel, zo zal Mijn hand ze van daar halen, en al klommen zij in den hemel, zo zal Ik ze van daar doen nederdalen.1
יַחְתְּר֣וּיחתר֣ויַחְתְּרוּיחתרוyach.te.Ruthey will digH2864HVqi3mp בִ/שְׁא֔וֹלב/שא֔ולבִ/שְׁאוֹלב/שאולvi/sh.'olin/ SheolH9003H7585HR+Ncbsa מִ/שָּׁ֖םמ/ש֖םמִ/שָּׁםמ/שםmi./Shamfrom/ thereH9006H8033GHR+D יָדִ֣/ייד֣/ייָדִ/ייד/יya.D/ihand/ myH3027HH9020HNcbsc+Sp1bs תִקָּחֵ֑/םתקח֑/םתִקָּחֵ/םתקח/םti.ka.Che/mit will take/ themH3947GH9038HVqi3fs+Sp3mp יַעֲלוּ֙יעלו֙יַעֲלוּיעלוya.'a.Luthey will go upH5927GHVqi3mp הַ/שָּׁמַ֔יִםה/שמ֔יםהַ/שָּׁמַיִםה/שמיםha./sha.Ma.yimthe/ heavensH9009H8064HTd+Ncmpa מִ/שָּׁ֖םמ/ש֖םמִ/שָּׁםמ/שםmi./Shamfrom/ thereH9006H8033GHR+D אוֹרִידֵֽ/ם\׃אוריד/ם\אוֹרִידֵֽ/ם\׃אוריד/ם\'o.ri.De/mI will bring down/ themH3381H9038\H9016HVhi1cs+Sp3mp - hel, Zie Job 26:6 ; Psa 139:8 , met de aantekening. Met deze drie volgende verzen wil de Heere zeggen dat zij in gene plaatsen zijn straffende hand zullen kunnen ontgaan, alzo Hij overal met zijn wezen, almacht en regering tegenwoordig is.
3 En al verstaken zij zich op de hoogte van Karmel, zo zal Ik ze naspeuren en van daar halen; en al verborgen zij zich van voor Mijn ogen in den grond van de zee, zo zal Ik van daar een slang gebieden, die zal ze bijten.1234
יֵחָֽבְאוּ֙יחבאו֙יֵחָֽבְאוּיחבאוye.cha.ve.'Uthey will hide themselvesH2244HVNi3mp בְּ/רֹ֣אשׁב/ר֣אשבְּ/רֹאשׁב/ראשbe./Roshon/ [the] top ofH9003H7218IHR+Ncmsc הַ/כַּרְמֶ֔לה/כרמ֔להַ/כַּרְמֶלה/כרמלha./kar.Mel<the>/ CarmelH9009H3760GHTd+Npl מִ/שָּׁ֥םמ/ש֥םמִ/שָּׁםמ/שםmi./Shamfrom/ thereH9006H8033GHR+D אֲחַפֵּ֖שׂאחפ֖שאֲחַפֵּשׂאחפש'a.cha.PesI will search for [them]H2664HVpi1cs וּ/לְקַחְתִּ֑י/םו/לקחת֑י/םוּ/לְקַחְתִּי/םו/לקחתי/םu./le.kach.Ti/mand/ I will take/ themH9001H3947GH9038Hc+Vqq1cs+Sp3mp יִסָּ֨תְר֜וּיס֨תר֜ויִסָּתְרוּיסתרוyi.Sa.te.Ruthey will hide themselvesH5641HVNi3mp מִ/נֶּ֤גֶדמ/נ֤גדמִ/נֶּגֶדמ/נגדmi./Ne.gedfrom/ beforeH9006H5048HR+Acmsc עֵינַ/י֙עינ/י֙עֵינַ/יעינ/י'ei.Na/ieyes/ myH5869HH9020HNcfdc+Sp1bs בְּ/קַרְקַ֣עב/קרק֣עבְּ/קַרְקַעב/קרקעbe./kar.Ka'at/ [the] bottom ofH9003H7172HR+Ncmsc הַ/יָּ֔םה/י֔םהַ/יָּםה/יםhai./Yamthe/ seaH9009H3220GHTd+Ncmsa מִ/שָּׁ֛םמ/ש֛םמִ/שָּׁםמ/שםmi./Shamfrom/ thereH9006H8033GHR+D אֲצַוֶּ֥האצו֥האֲצַוֶּהאצוה'a.tza.VehI will commandH6680HVpi1cs הַ/נָּחָ֖שׁה/נח֖שהַ/נָּחָשׁה/נחשha./na.Chashthe/ snakeH9009H5175HTd+Ncmsa וּ/נְשָׁכָֽ/ם\׃ו/נשכ/ם\וּ/נְשָׁכָֽ/ם\׃ו/נשכ/ם\u./ne.sha.Kha/mand/ it will bite/ themH9001H5391AH9038\H9016Hc+Vqq3ms+Sp3mp - Karmel, Zie 2Ki 19:23 . Hebr. hoofd van Karmel.
- halen; Hebr. nemen. Zie Jer 37:17 .
- van voor Mijn ogen Menende dat Ik hen daar niet zou kunnen zien en vinden.
- gebieden, Dat is, door mijne regering beschikken, dat zij [als op een bijzonder bevel] zulks doe; zie Lev 25:21 , en verg. 2Ki 18:25 , met de aantekening, alzo in het volgende van het zwaard, vs.4, en het roepen der wateren, vs.6.
4 En al gingen zij in gevangenis voor het aangezicht hunner vijanden, zo zal Ik van daar het zwaard gebieden, dat het hen dode; en Ik zal Mijn oog tegen hen zetten ten kwade, en niet ten goede.12
יֵלְכ֤וּילכ֤ויֵלְכוּילכוye.le.Khuthey will goH1980GHVqi3mp בַ/שְּׁבִי֙ב/שבי֙בַ/שְּׁבִיב/שביva./she.Viin <the>/ captivityH9003H7628AHRd+Ncmsa לִ/פְנֵ֣יל/פנ֣ילִ/פְנֵיל/פניli/f.Nei<to>/ beforeH9005H6440GHR+Ncmpc אֹֽיבֵי/הֶ֔םאיבי/ה֔םאֹֽיבֵי/הֶםאיבי/הם'.vei./Hemenemies/ theirH0341H9028HVqrmpc+Sp3mp מִ/שָּׁ֛םמ/ש֛םמִ/שָּׁםמ/שםmi./Shamfrom/ thereH9006H8033GHR+D אֲצַוֶּ֥האצו֥האֲצַוֶּהאצוה'a.tza.VehI will commandH6680HVpi1cs הַ/חֶ֖רֶבה/ח֖רבהַ/חֶרֶבה/חרבha./Che.revthe/ swordH9009H2719HTd+Ncfsa וַ/הֲרָגָ֑תַ/םו/הרג֑ת/םוַ/הֲרָגָתַ/םו/הרגת/םva./ha.ra.Ga.ta/mand/ it will kill/ themH9001H2026H9038Hc+Vqq3fs+Sp3mp וְ/שַׂמְתִּ֨יו/שמת֨יוְ/שַׂמְתִּיו/שמתיve./sam.Tiand/ I will setH9001H7760AHc+Vqq1cs עֵינִ֧/יעינ֧/יעֵינִ/יעינ/י'ei.N/ieye/ myH5869AH9020HNcfsc+Sp1bs עֲלֵי/הֶ֛םעלי/ה֛םעֲלֵי/הֶםעלי/הם'a.lei./Hemon/ themH5921AH9038HR+Sp3mp לְ/רָעָ֖הל/רע֖הלְ/רָעָהל/רעהle./ra.'Ahfor/ evilH9005H7451IHR+Ncfsa וְ/לֹ֥או/ל֥אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn - gevangenis Menende alsdan vrij en het zwaard ontkomen te zijn.
- oog Zie Jer 24:6 , en verg. Lev 17:10 , en Jer 44:11 , met de aantekening.
5 Want de Heere Heere der heirscharen is het, Die het land aanroert, dat het versmelte, en allen, die daarin wonen, treuren; en dat het geheel oprijze als een rivier, en verdronken worde als door de rivier van Egypte.1234
וַ/אדֹנָ֨יו/אדנ֨יוַ/אדֹנָיו/אדניva./do.Naiand/ [the] LordH9002H0136HC+Npt יְהוִ֜היהו֜היְהוִהיהוהYah.wehYahwehH3069HNpt הַ/צְּבָא֗וֹתה/צבא֗ותהַ/צְּבָאוֹתה/צבאותha./tze.va.'otof <the>/ hostsH9009H6635BHTd+Ncfpa הַ/נּוֹגֵ֤עַה/נוג֤עהַ/נּוֹגֵעַה/נוגעha./no.Ge.a'who/ touchesH9009H5060HTd+Vqrmsa בָּ/אָ֙רֶץ֙ב/א֙רץ֙בָּ/אָרֶץב/ארץba./'A.retz<in> the/ earthH9003H0776GHRd+Ncfsa וַ/תָּמ֔וֹגו/תמ֔וגוַ/תָּמוֹגו/תמוגva./ta.Mogand/ it meltedH9001H4127Hc+Vqw3fs וְ/אָבְל֖וּו/אבל֖ווְ/אָבְלוּו/אבלוve./'a.ve.Luand/ they mournH9001H0056Hc+Vqq3cp י֣וֹשְׁבֵיי֣ושבייוֹשְׁבֵייושביYo.o.she.vei[the] inhabitantsH3427HVqrmpc וְ/עָלְתָ֤הו/עלת֤הוְ/עָלְתָהו/עלתהve./'al.Tahand/ it risesH9001H5927GHc+Vqq3fs כַ/יְאֹר֙כ/יאר֙כַ/יְאֹרכ/יארkha/y.'Orlike the/ RiverH9004H2975GHRd+Npl כֻּלָּ֔/הּכל֔/הכֻּלָּ/הּכל/הku.La/hall of/ itH3605H9024HNcmsc+Sp3fs וְ/שָׁקְעָ֖הו/שקע֖הוְ/שָׁקְעָהו/שקעהve./sha.ke.'Ahand/ it sinksH9001H8257Hc+Vqq3fs כִּ/יאֹ֥רכ/יא֥רכִּ/יאֹרכ/יארki./'Orlike/ [the] RiverH9004H2975GHR+Npl מִצְרָֽיִםמצריםמִצְרָֽיִםמצריםmitz.Ra.yimof EgyptH4714GHNpl - Want de Heere HEERE der heirscharen De profeet bevestigt deze profetie met beschrijving van de macht en majesteit van den auteur, opdat zij zich niet mochten inbeelden dat de voorgemelde uitvoering hem onmogelijk was. Verg. Amo 4:13 , en Amo 5:8-9 .
- is het, Of, die zal het land aanroeren, enz. te weten Kanaän, of Juda en Israël.
- het land aanroert, Anders: eenland; dat is, als Hij enig land met zijn straffende hand of vinger maar aanroert, enz. Verg Psa 39:12 , met de aantekening.
- het geheel oprijze Te weten, land. Zie Amo 8:8 .
6 Die Zijn opperzalen in den hemel bouwt, en Zijn benden heeft Hij op aarde gefondeerd; Die de wateren der zee roept, en giet ze uit op den aardbodem; Heere is Zijn Naam.12345
הַ/בּוֹנֶ֤הה/בונ֤ההַ/בּוֹנֶהה/בונהha./bo.Nehwho/ buildsH9009H1129HTd+Vqrmsa בַ/שָּׁמַ֙יִם֙ב/שמ֙ים֙בַ/שָּׁמַיִםב/שמיםva./sha.Ma.yimin the/ heavensH9003H8064HRd+Ncmpa מַעֲלוֹתָ֔י/ומעלות֔י/ומַעֲלוֹתָי/ומעלותי/וma.'a.lo.to/vstairs/ hisH4609BH9023HNcfpc+Sp3ms וַ/אֲגֻדָּת֖/וֹו/אגדת֖/ווַ/אֲגֻדָּת/וֹו/אגדת/וva./'a.gu.da.T/oand/ vault/ hisH9002H0092H9023HC+Ncfsc+Sp3ms אֶ֣רֶץא֣רץאֶרֶץארץ'E.retz[the] earthH0776GHNcfsa יְסָדָ֑/הּיסד֑/היְסָדָ/הּיסד/הye.sa.Da/hhe has founds/ itH3245H9034HVqp3ms+Sp3fs הַ/קֹּרֵ֣אה/קר֣אהַ/קֹּרֵאה/קראha./ko.Re'who/ summonsH9009H7121GHTd+Vqrmsa הַ/יָּ֗םה/י֗םהַ/יָּםה/יםhai./Yamthe/ seaH9009H3220GHTd+Ncmsa וַֽ/יִּשְׁפְּכֵ֛/םו/ישפכ֛/םוַֽ/יִּשְׁפְּכֵ/םו/ישפכ/םva/i.yish.pe.Khe/mand/ he poured out/ themH9001H8210GH9038Hc+Vqw3ms+Sp3mp פְּנֵ֥יפנ֥יפְּנֵיפניpe.Nei[the] surface ofH6440JHNcmpc הָ/אָ֖רֶץה/א֖רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ earthH9009H0776GHTd+Ncfsa יְהוָ֥היהו֥היְהוָהיהוהYah.weh[is] YahwehH3068GHNpt - opperzalen in den hemel bouwt, Verg. Psa 104:3 , Psa 104:13 , met de aantekening. Hebr. trappen, of opklimmingen, opgangen, daar en bij welke men opklimt tot opperzalen of opperkamers.
- benden Of, heir, heirtocht, troep, dicht samengevoegde hoop, gelijk 2Sa 2:25 , of bundel, waardoor men bekwamelijk kan verstaan alle schepselen Gods, die Hij als in een bundel of op een troep samengebonden gereed huodt, om overal en voornamelijk op aarde zijnen wil te verrichten. Verg. Gen 2:1 ; 1Ki 18:15 , met de aantekening.
- op aarde gefondeerd; Anders: boven, verstaande door het bundeltje de elementen, waarvan de aarde als een grondvest is.
- roept, Zie Amo 5:8 .
- aardbodem; Hebr. aangezicht der aarde.
7 Zijt gijlieden Mij niet als de kinderen der Moren, o kinderen Israëls? spreekt de Heere. Heb Ik Israël niet opgevoerd uit Egypteland, en de Filistijnen uit Kafthor, en de Syriërs uit Kir?12345
הֲ/ל֣וֹאה/ל֣ואהֲ/לוֹאה/לואha./Lo'¿/ notH9008H3808HTi+Tn כִ/בְנֵי֩כ/בני֩כִ/בְנֵיכ/בניkhi/v.Neilike/ [the] sons ofH9004H1121GHR+Ncmpc כֻשִׁיִּ֨יםכשי֨יםכֻשִׁיִּיםכשייםkhu.shi.Yim[the] CushitesH3569GHNgmpa אַתֶּ֥םאת֥םאַתֶּםאתם'a.Tem[are] youH0859DHPp2mp בְּנֵ֥יבנ֥יבְּנֵיבניbe.NeiO people ofH1121GHNcmpc יִשְׂרָאֵ֖לישרא֖ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl נְאֻם\־נאם\נְאֻם\־נאם\ne.'um-[the] utterance ofH5002\H9014HNcmsc יְהוָ֑היהו֑היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt הֲ/ל֣וֹאה/ל֣ואהֲ/לוֹאה/לואha./Lo'¿/ notH9008H3808HTi+Tn יִשְׂרָאֵ֗לישרא֗ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl הֶעֱלֵ֙יתִי֙העל֙יתי֙הֶעֱלֵיתִיהעליתיhe.'e.Lei.tidid I bring upH5927HHVhp1cs מֵ/אֶ֣רֶץמ/א֣רץמֵ/אֶרֶץמ/ארץme./'E.retzfrom/ [the] land ofH9006H0776GHR+Ncfsc מִצְרַ֔יִםמצר֔יםמִצְרַיִםמצריםmitz.Ra.yimEgyptH4714GHNpl וּ/פְלִשְׁתִּיִּ֥יםו/פלשתי֥יםוּ/פְלִשְׁתִּיִּיםו/פלשתייםu./fe.lish.ti.Yimand/ [the] PhilistinesH9002H6430GHC+Ngmpa מִ/כַּפְתּ֖וֹרמ/כפת֖ורמִ/כַּפְתּוֹרמ/כפתורmi./kaf.Torfrom/ CaphtorH9006H3731HR+Npl וַ/אֲרָ֥םו/אר֥םוַ/אֲרָםו/ארםva./'a.Ramand/ AramH9002H0758IHC+Npl - Moren, Hebr. Cuschiim. God wil zeggen dat Hij Israël wel boven andere volken uir genade verheven had, [ Amo 3:2 ] , maar dat zij van zichzelven en ten aanzien hunner goddeloosheid en ondankbaarheid nu niet beter en waardiger voor hem waren dan de verachte en vervloekte nakomelingen van Cusch, den zoon van Cham; Gen 10:6 .
- Heb Ik Israël niet opgevoerd uit Egypteland, Alsof de Heere zeide: Ik heb u [het is waar] uit de slavernij van Egypte verlost en Kanaän ingegeven, maar gij weet mij daarvoor zo weinig dank, als de Filistijnen en Syriërs, die Ik uit Kaftor en Kir heb uitgevoerd. Of, de Heere wil zeggen dat Hij de verlossing van Israël, vermits hunne ondankbaarheid nu niet meer acht, dan of Hij een hoop heidenen, gelijk Moren en Syriërs, verlost had.
- Kafthor, Zie Gen 10:14 , alwaar de Filistijnen en Kaftorim gesteld worden onder de nakomelingen van Mizraim, den zoon van Cham, Gen 10:6 , en verg. wijders Deu 2:23 , en Jer 47:4 , met de aantekening.
- Syriërs Hebr. Aram; dat is, Syrië, en voorts de Syriërs. Zie Gen 10:22 .
- Kir? Zie 2Ki 16:9 , en Amo 1:5 , alwaar gezegd wordt dat de Syriërs naar Kir gevankelijk zouden worden weggevoerd. Hier schijnt gesproken te worden van hunne verlossing uit Kir, waarvan elders niet vermeld wordt, gelijk bij de profeten verscheidene geschiedenissen worden gevonden, die elders nergens zijn verhaald en in dien tijd bekend waren.
8 Ziet, de ogen des Heeren Heeren zijn tegen dit zondig koninkrijk, dat Ik het van den aardbodem verdelge; behalve dat Ik het huis Jakobs niet ganselijk zal verdelgen, spreekt de Heere.1234
הִנֵּ֞ההנ֞ההִנֵּההנהhi.Nehhere!H2009HTj עֵינֵ֣י\׀עינ֣י\עֵינֵי\׀עיני\'ei.Nei[the] eyes ofH5869A\H9015HNcfdc אֲדֹנָ֣יאדנ֣יאֲדֹנָיאדני'a.do.Nai[the] LordH0136HNpt יְהוִ֗היהו֗היְהוִהיהוהYah.wehYahwehH3069HNpt בַּ/מַּמְלָכָה֙ב/ממלכה֙בַּ/מַּמְלָכָהב/ממלכהba./mam.la.Khah[are] on the/ kingdomH9003H4467HRd+Ncfsa הַֽ/חַטָּאָ֔הה/חטא֔ההַֽ/חַטָּאָהה/חטאהha./cha.ta.'Ah<the>/ sinfulH9009H2400HTd+Aafsa וְ/הִשְׁמַדְתִּ֣יו/השמדת֣יוְ/הִשְׁמַדְתִּיו/השמדתיve./hish.mad.Tiand/ I will destroyH9001H8045Hc+Vhq1cs אֹתָ֔/הּאת֔/האֹתָ/הּאת/ה'o.Ta/h<obj.>/ itH0853H9034HTo+Sp3fs פְּנֵ֣יפנ֣יפְּנֵיפניpe.Nei[the] surface ofH6440JHNcmpc הָ/אֲדָמָ֑הה/אדמ֑ההָ/אֲדָמָהה/אדמהha./'a.da.Mahthe/ groundH9009H0127GHTd+Ncfsa אֶ֗פֶסא֗פסאֶפֶסאפס'E.fesneverthelessH0657AHNcmsa לֹ֣אל֣אלֹאלאlo'notH3808HTn הַשְׁמֵ֥ידהשמ֥ידהַשְׁמֵידהשמידhash.Meidcertainly <to be destroying>H8045HVhaa אַשְׁמִ֛ידאשמ֛ידאַשְׁמִידאשמיד'ash.MidI will destroyH8045HVhi1cs בֵּ֥יתב֥יתבֵּיתביתbeit[the] house ofH1004MHNcmsc יַעֲקֹ֖ביעק֖ביַעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm נְאֻם\־נאם\נְאֻם\־נאם\ne.'um-[the] utterance ofH5002\H9014HNcmsc - Heeren HEEREN Dat is, mijne ogen; zie vs.4.
- zondig koninkrijk, Dat ten enemale tot zonde is overgegeven. Zie Psa 1:1 . Dit schijnt te zien op Israël, of de tien stammen en Juda tezamen, welker beider koninkrijk verstoord is. Sommigen nemen het aldus: Tgene een zondig koninkrijk, enz., maar met Jakob zal Ik nog genadelijker handelen, dan Ik wel met anderen zal doen. Zie Jer 30:11 .
- aardbodem verdelge; Hebr. aangezicht der aarde.
- ganselijk zal verdelgen, Hebr. verdelgende zal verdelgen; maar een overblijfsel der genade behouden, en dat zonderling zegenen, gelijk in vs.11, enz.
9 Want ziet, Ik geef bevel, en Ik zal het huis Israëls onder al de heidenen schudden, gelijk als zaad geschud wordt in een zeef; en niet een steentje zal er ter aarde vallen.1234
הִנֵּ֤ההנ֤ההִנֵּההנהhi.Nehhere!H2009HTj אָֽנֹכִי֙אנכי֙אָֽנֹכִיאנכי'a.no.KhiIH0595HPp1bs מְצַוֶּ֔המצו֔המְצַוֶּהמצוהme.tza.Veh[am] about to commandH6680HVprmsa וַ/הֲנִע֥וֹתִיו/הנע֥ותיוַ/הֲנִעוֹתִיו/הנעותיva./ha.ni.'o.tiand/ I will shakeH9001H5128Hc+Vhq1cs הַ/גּוֹיִ֖םה/גוי֖םהַ/גּוֹיִםה/גויםha./go.Yimthe/ nationsH9009H1471AHTd+Ncmpa בֵּ֣יתב֣יתבֵּיתביתbeit[the] house ofH1004MHNcmsc יִשְׂרָאֵ֑לישרא֑ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl כַּ/אֲשֶׁ֤רכ/אש֤רכַּ/אֲשֶׁרכ/אשרka./'a.Sherjust/ asH9004H0834DHR+Tr יִנּ֙וֹעַ֙ינ֙וע֙יִנּוֹעַינועyi.No.a'it is shakenH5128HVNi3ms בַּ/כְּבָרָ֔הב/כבר֔הבַּ/כְּבָרָהב/כברהba./ke.va.Rahin <the>/ sieveH9003H3531HRd+Ncfsa יִפּ֥וֹליפ֥וליִפּוֹליפולyi.Polit will fallH5307GHVqi3ms צְר֖וֹרצר֖ורצְרוֹרצרורtze.Rora pebbleH6872BHNcmsa אָֽרֶץ\׃ארץ\אָֽרֶץ\׃ארץ\'A.retz[the] groundH0776G\H9016HNcfsa - geef bevel, Zie Amo 6:11 .
- zeef; Of, wan.
- en niet een Of, maar, doch.
- steentje zal er ter aarde vallen Dat is, niets dat enige zwaarte heeft, maar alleen het lichte kaf. De gelijkenis wordt genomen van de steentjes, die altemet onder het koren gevonden worden. Anders: graantje; alsof de Heere zeide: Ik zal hen altemaal schudden, daar zal niemand ontgaan, maar Ik zal het door mijne voorzienigheid alzo regeren, dat er niet een van mijne uitverkorenen [vergeleken bij tarwe ] zal verloren gaan.
10 Alle zondaars Mijns volks zullen door het zwaard sterven; die daar zeggen: Het kwaad zal tot ons niet genaken, noch ons voorkomen.1234
בַּ/חֶ֣רֶבב/ח֣רבבַּ/חֶרֶבב/חרבba./Che.revby the/ swordH9003H2719HRd+Ncfsa יָמ֔וּתוּימ֔ותויָמוּתוּימותוya.Mu.tuthey will dieH4191HVqi3mp כֹּ֖לכ֖לכֹּלכלkolallH3605HNcmsc חַטָּאֵ֣יחטא֣יחַטָּאֵיחטאיcha.ta.'Ei[the] sinners ofH2400HAampc עַמִּ֑/יעמ֑/יעַמִּ/יעמ/י'a.M/ipeople/ myH5971AH9020HNcmsc+Sp1bs הָ/אֹמְרִ֗יםה/אמר֗יםהָ/אֹמְרִיםה/אמריםha./'o.me.Rimwho/ sayH9009H0559HTd+Vqrmpa תַגִּ֧ישׁתג֧ישתַגִּישׁתגישta.Gishit will bring nearH5066GHVhi2ms וְ/תַקְדִּ֛יםו/תקד֛יםוְ/תַקְדִּיםו/תקדיםve./tak.Dimand/ it may meetH9002H6923HC+Vhu2ms בַּעֲדֵ֖י/נוּבעד֖י/נובַּעֲדֵי/נוּבעדי/נוba.'a.Dei./nuthrough/ usH1157H9035HNcbsc+Sp1bp - zondaars Mijns volks Zie vs.8, en Psa 1:1 .
- kwaad Der straf.
- tot ons niet genaken, Of, omtrent ons.
- voorkomen Of, verrassen, bejegenen. Verg. Amo 5:18 , en Amo 6:3 , met de aantekening.
11 Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, en Ik zal haar reten vertuinen, en wat aan haar is afgebroken, weder oprichten, en zal ze bouwen, als in de dagen van ouds;123
בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomon the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa הַ/ה֔וּאה/ה֔ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms אָקִ֛יםאק֛יםאָקִיםאקים'a.KimI will raise upH6965IHVhi1cs סֻכַּ֥תסכ֥תסֻכַּתסכתsu.Kat[the] booth ofH5521HNcfsc דָּוִ֖ידדו֖ידדָּוִידדוידda.VidDavidH1732HNpm הַ/נֹּפֶ֑לֶתה/נפ֑לתהַ/נֹּפֶלֶתה/נפלתha./no.Fe.let<the>/ fallingH9009H5307GHTd+Vqrfsa וְ/גָדַרְתִּ֣יו/גדרת֣יוְ/גָדַרְתִּיו/גדרתיve./ga.dar.Tiand/ I will wall upH9001H1443Hc+Vqq1cs פִּרְצֵי/הֶ֗ןפרצי/ה֗ןפִּרְצֵי/הֶןפרצי/הןpir.tzei./Henbreaches/ theirH6556H9029HNcmpc+Sp3fp וַ/הֲרִֽסֹתָי/ו֙ו/הרסתי/ו֙וַ/הֲרִֽסֹתָי/וו/הרסתי/וva./ha.ri.so.Ta/vand/ ruins/ hisH9002H2034H9023HC+Ncfpc+Sp3ms אָקִ֔יםאק֔יםאָקִיםאקים'a.KimI will raise upH6965IHVhi1cs וּ/בְנִיתִ֖י/הָו/בנית֖י/הוּ/בְנִיתִי/הָו/בניתי/הu./ve.ni.Ti./haand/ I will rebuild/ itH9001H1129H9034Hc+Vqq1cs+Sp3fs כִּ/ימֵ֥יכ/ימ֥יכִּ/ימֵיכ/ימיki./Meilike/ [the] days ofH9004H3117GHR+Ncmpc עוֹלָֽם\׃עולם\עוֹלָֽם\׃עולם\o.LamantiquityH5769J\H9016HNcmsa - dien dage Na de voorzeide verstrooiing, enz. zal Ik Davids koninkrijk weder oprichten, veranderende dat in een geestelijk koninkrijk onder den Messias. Zie Act 15:16-17 ; waaruit klaarlijk blijkt dat deze en dergelijke profetieën geestelijk te verstaan zijn.
- hare reten toemuren, De hut van David.
- wat aan haar is afgebroken, Hebr. hare afbrekingen, verstroringen; dat is, puin, gebroken steen, kalkscherven, gruis, enz.
12 Opdat zij erfelijk bezitten het overblijfsel van Edom, en al de heidenen, die naar Mijn Naam genoemd worden, spreekt de Heere, Die dit doet.123
לְמַ֨עַןלמ֨עןלְמַעַןלמעןle.Ma.'anso thatH4616HTc יִֽירְשׁ֜וּיירש֜ויִֽירְשׁוּיירשוyi.re.Shuthey may dispossessH3423GHVqj3mp שְׁאֵרִ֤יתשאר֤יתשְׁאֵרִיתשאריתshe.'e.Rit[the] remnant ofH7611HNcfsc אֱדוֹם֙אדום֙אֱדוֹםאדום'e.dOmEdomH0123GHNpm הַ/גּוֹיִ֔םה/גוי֔םהַ/גּוֹיִםה/גויםha./go.Yimthe/ nationsH9009H1471AHTd+Ncmpa נִקְרָ֥אנקר֥אנִקְרָאנקראnik.Ra'it is calledH7121HHVNp3ms שְׁמִ֖/ישמ֖/ישְׁמִ/ישמ/יshe.M/iname/ myH8034H9020HNcmsc+Sp1bs עֲלֵי/הֶ֑םעלי/ה֑םעֲלֵי/הֶםעלי/הם'a.lei./Hemon/ themH5921AH9038HR+Sp3mp נְאֻם\־נאם\נְאֻם\־נאם\ne.'um-[the] utterance ofH5002\H9014HNcmsc יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt עֹ֥שֶׂהע֥שהעֹשֶׂהעשה'O.seh[who is] about to doH6213AHVqrmsa - zij erfelijk bezitten Het geestelijk Israël, mijne kerk, waarvan Christus het hoofd is.
- overblijfsel van Edom, Dat is, alle uitverkorenen uit de heidenen, zelfs uit de allervijandelijkste, afgebeeld door Edom, die door de predikatie van het Evangelie en werking van den Heiligen Geest zullen gebracht worden onder de gehoorzaamheid van Christus en tot de gemeenschap zijner kerk. Zie Isa 19:25 .
- naar Mijn Naam genoemd worden, Hebr. over welken mijn naam is, of wordt uitgeroepen, of genoemd. Zie deze manier van spreken, Isa 4:1 , en Jer 7:10 , met de aantekening. De zin is: Welke heidenen Ik tot mijn volk en kinderen zal aannemen, en tot mijn gemeenschap beroepen, waarvan zij blijde belijdenis zullen doen; verg. Isa 44:5 ; Hos 1:10 , en Hos 2:22 ; Act 2:39 ; Rom 9:25 , enz.
13 Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, dat de ploeger den maaier, en de druiventreder den zaadzaaier genaken zal; en de bergen zullen van zoeten wijn druipen, en al de heuvelen zullen smelten.123
הִנֵּ֨ההנ֨ההִנֵּההנהhi.Nehhere!H2009HTj יָמִ֤יםימ֤יםיָמִיםימיםya.MimdaysH3117GHNcmpa בָּאִים֙באים֙בָּאִיםבאיםba.'Im[are] comingH0935GHVqrmpa נְאֻם\־נאם\נְאֻם\־נאם\ne.'um-[the] utterance ofH5002\H9014HNcmsc יְהוָ֔היהו֔היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt וְ/נִגַּ֤שׁו/נג֤שוְ/נִגַּשׁו/נגשve./ni.Gashand/ he will approachH9001H5066GHc+VNq3ms חוֹרֵשׁ֙חורש֙חוֹרֵשׁחורשcho.Resh[the] plowmanH2790AHVqrmsa בַּ/קֹּצֵ֔רב/קצ֔רבַּ/קֹּצֵרב/קצרba./ko.Tzer<in> the/ reaperH9003H7114BHRd+Vqrmsa וְ/דֹרֵ֥ךְו/דר֥ךוְ/דֹרֵךְו/דרךve./do.Rekhand/ [the] treader ofH9002H1869HC+Vqrmsc עֲנָבִ֖יםענב֖יםעֲנָבִיםענבים'a.na.VimgrapesH6025HNcmpa בְּ/מֹשֵׁ֣ךְב/מש֣ךבְּ/מֹשֵׁךְב/משךbe./mo.Shekh<in>/ [the] sower ofH9003H4900HR+Vqrmsc הַ/זָּ֑רַעה/ז֑רעהַ/זָּרַעה/זרעha./Za.ra'the/ seedH9009H2233GHTd+Ncmsa וְ/הִטִּ֤יפוּו/הט֤יפווְ/הִטִּיפוּו/הטיפוve./hi.Ti.fuand/ they will dripH9001H5197Hc+Vhq3cp הֶֽ/הָרִים֙ה/הרים֙הֶֽ/הָרִיםה/הריםhe./ha.Rimthe/ mountainsH9009H2022GHTd+Ncmpa עָסִ֔יסעס֔יסעָסִיסעסיס'a.Sissweet wineH6071HNcmsa הַ/גְּבָע֖וֹתה/גבע֖ותהַ/גְּבָעוֹתה/גבעותha./ge.va.'otthe/ hillsH9009H1389IHTd+Ncfpa תִּתְמוֹגַֽגְנָה\׃תתמוגגנה\תִּתְמוֹגַֽגְנָה\׃תתמוגגנה\tit.mo.Gag.nahthey will flow with [it]H4127\H9016HVti3fp - zaadzaaier genaken zal; Hebr. trekt, of dien die het zaad trekt, of voortstrekt; dat is, al trekkende in de aarde werpt, of uit den zak trekt, haalt om te zaaien; zie Psa 126:6 . De zin is: Daar zal overvloed van alles zijn. Zie Lev 26:5 , waardoor de rijkdom en overvloed der geestelijke genade en zegeningen onder het rijk van Christus wordt afgebeeld. Verg. Hos 2:14 , Hos 2:20-21 , met de aantekening.
- bergen zullen van zoeten wijn druipen, Zie Joe 3:18 .
- smelten Dat is, zullen schijnen te smelten, door het overvloedig uitgeven van wijn, melk, olie, enz., alsof zij daarvan vloeiden.
14 En Ik zal de gevangenis van Mijn volk Israël wenden, en zij zullen de verwoeste steden herbouwen en bewonen, en wijngaarden planten, en derzelver wijn drinken; en zij zullen hoven maken, en derzelver vrucht eten.12
וְ/שַׁבְתִּי֮ו/שבתי֮וְ/שַׁבְתִּיו/שבתיve./shav.Tiand/ I will turn backH9001H7725HHc+Vqq1cs שְׁב֣וּתשב֣ותשְׁבוּתשבותshe.Vut[the] captivity ofH7622HNcfsc עַמִּ֣/יעמ֣/יעַמִּ/יעמ/י'a.M/ipeople/ myH5971AH9020HNcmsc+Sp1bs יִשְׂרָאֵל֒ישראל֒יִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl וּ/בָנ֞וּו/בנ֞ווּ/בָנוּו/בנוu./va.Nuand/ they will rebuildH9001H1129Hc+Vqq3cp עָרִ֤יםער֤יםעָרִיםערים'a.RimcitiesH5892BHNcmpa נְשַׁמּוֹת֙נשמות֙נְשַׁמּוֹתנשמותne.sha.mOtdesolatedH8074GHVNrfpa וְ/יָשָׁ֔בוּו/יש֔בווְ/יָשָׁבוּו/ישבוve./ya.Sha.vuand/ they will dwell [in them]H9001H3427Hc+Vqq3cp וְ/נָטְע֣וּו/נטע֣ווְ/נָטְעוּו/נטעוve./na.te.'Uand/ they will plantH9001H5193Hc+Vqq3cp כְרָמִ֔יםכרמ֔יםכְרָמִיםכרמיםkhe.ra.MimvineyardsH3754HNcmpa וְ/שָׁת֖וּו/שת֖ווְ/שָׁתוּו/שתוve./sha.Tuand/ they will drinkH9001H8354Hc+Vqq3cp יֵינָ֑/םיינ֑/םיֵינָ/םיינ/םyei.Na/mwine/ theirH3196H9028HNcmsc+Sp3mp וְ/עָשׂ֣וּו/עש֣ווְ/עָשׂוּו/עשוve./'a.Suand/ they will makeH9001H6213HHc+Vqq3cp גַנּ֔וֹתגנ֔ותגַנּוֹתגנותga.NotgardensH1593HNcfpa וְ/אָכְל֖וּו/אכל֖ווְ/אָכְלוּו/אכלוve./'a.khe.Luand/ they will eatH9001H0398Hc+Vqq3cp פְּרִי/הֶֽם\׃פרי/הם\פְּרִי/הֶֽם\׃פרי/הם\pe.ri./Hemfruit/ theirH6529H9028\H9016HNcmsc+Sp3mp - gevangenis van Mijn volk Israël wenden, Uit de geestelijke gevangenschap en macht van den satan, verlossen door den Heiland Christus.
- herbouwen en bewonen, Verg. Isa 65:21-22 , enz.
15 En Ik zal ze in hun land planten; en zij zullen niet meer worden uitgerukt uit hun land, dat Ik hunlieden gegeven heb, zegt de Heere, uw God.1
וּ/נְטַעְתִּ֖י/םו/נטעת֖י/םוּ/נְטַעְתִּי/םו/נטעתי/םu./ne.ta'.Ti/mand/ I will plant/ themH9001H5193H9038Hc+Vqq1cs+Sp3mp אַדְמָתָ֑/םאדמת֑/םאַדְמָתָ/םאדמת/ם'ad.ma.Ta/mown land/ theirH0127GH9028HNcfsc+Sp3mp וְ/לֹ֨או/ל֨אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn יִנָּתְשׁ֜וּינתש֜ויִנָּתְשׁוּינתשוyi.na.te.Shuthey will be plucked upH5428HVNi3mp ע֗וֹדע֗ודעוֹדעודodagainH5750HAcmsa אַדְמָתָ/ם֙אדמת/ם֙אַדְמָתָ/םאדמת/ם'ad.ma.Ta/mland/ theirH0127GH9028HNcfsc+Sp3mp אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr נָתַ֣תִּינת֣תינָתַתִּינתתיna.Ta.tiI have givenH5414GHVqp1cs לָ/הֶ֔םל/ה֔םלָ/הֶםל/הםla./Hemto/ themH9005H9038HR+Sp3mp אָמַ֖ראמ֖ראָמַראמר'a.Marhe saysH0559HVqp3ms יְהוָ֥היהו֥היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt אֱלֹהֶֽי/ךָ\׃אלהי/ך\אֱלֹהֶֽי/ךָ\׃אלהי/ך\'e.lo.Hei./khaGod/ yourH0430GH9021\H9016HNcmpc+Sp2ms - land planten; In mijne kerk, strijdende en triomferende, het hemels Kanaän.