reltext

Chapter 17

1 En er was een man van het gebergte van Efraïm, wiens naam was Micha.1

Original Hebrew

וַֽ/יְהִי\־ו/יהי\וַֽ/יְהִי\־ו/יהי\va/y.hi-and/ he wasH9001H1961\H9014Hc+Vqw3ms
אִ֥ישׁא֥ישאִישׁאיש'isha manH0376GHNcmsa
מֵֽ/הַר\־מ/הר\מֵֽ/הַר\־מ/הר\me./har-from/ [the] hill country ofH9006H2022H\H9014HR+Ncmsc
אֶפְרָ֖יִםאפר֖יםאֶפְרָיִםאפרים'ef.Ra.yimEphraimH0669GHNpm
וּ/שְׁמ֥/וֹו/שמ֥/ווּ/שְׁמ/וֹו/שמ/וu./she.M/oand/ name/ hisH9002H8034H9023HC+Ncmsc+Sp3ms
מִיכָֽיְהוּ\׃מיכיהו\מִיכָֽיְהוּ\׃מיכיהו\mi.Kha.ye.hu[was] MicaiahH4321I\H9016HNpm
  1. er was een man Wanneer de zaken, in dit en de volgende hfdst. van dit boek verhaald, geschied zijn, daarvan is verscheiden gevoelen. Het naaste schijnt te zijn dat zij wel, om de orde niet te verbreken van de historie der richters, tot hiertoe uitgesteld en achteraan gevoegd zijn, om levendig te vertonen den zeer vervallen staat van Israël en de rechtvaardigheid der goddelijke straf, doch niet geschied na Simsons dood, maar kort na den dood van Jozua en de vrome oudsten, in dien tijd, die beschreven wordt boven, Jdg 2:10-13, en Jdg 3:5-8. De aandachtige lezer kan vergelijken Jos 19:47 met boven, Jdg 13:25, en onder, Jdg 18:1, Jdg 18:7, Jdg 18:12, Jdg 18:27, Jdg 18:29. Idem onder, Jdg 19:11-12, met boven, Jdg 1:8. Ook letten op Jdg 20:28, waar gesproken wordt van den priester Pinehas, Aärons kindskind, als in dien tijd levende; van welken men al leest Num 25:7, enz., en Jos 22:13, Jos 22:32.

2 Die zeide tot zijn moeder: De duizend en honderd zilverlingen, die u ontnomen zijn, om dewelke gij gevloekt hebt, en ook voor mijn oren gesproken hebt, zie, dat geld is bij mij, ik heb dat genomen. Toen zeide zijn moeder: Gezegend zij mijn zoon den Heere!12345

Original Hebrew

וַ/יֹּ֣אמֶרו/י֣אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
לְ/אִמּ֡/וֹל/אמ֡/ולְ/אִמּ/וֹל/אמ/וle./'i.M/oto/ mother/ hisH9005H0517H9023HR+Ncfsc+Sp3ms
אֶלֶף֩אלף֩אֶלֶףאלף'e.Lefone thousandH0505GHNcbsa
וּ/מֵאָ֨הו/מא֨הוּ/מֵאָהו/מאהu./me.'Ahand/ one hundredH9002H3967HC+Ncfsa
הַ/כֶּ֜סֶףה/כ֜סףהַ/כֶּסֶףה/כסףha./Ke.sefthe/ silverH9009H3701GHTd+Ncmsa
אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
לֻֽקַּֽח\־לקח\לֻֽקַּֽח\־לקח\lu.kach-it was takenH3947G\H9014HVPp3ms
לָ֗/ךְל֗/ךלָ/ךְל/ךLa/khto <the>/ youH9005H9032HRd+Sp2fs
וְ/אַ֤תְּו/א֤תוְ/אַתְּו/אתve./'a.tiand/ youH9002H0859CHC+Pp2fs
אָלִית֙אלית֙אָלִיתאלית'a.Lityou cursedH0422HVqp2fs
וְ/גַם֙ו/גם֙וְ/גַםו/גםve./Gamand/ alsoH9002H1571HC+D
אָמַ֣רְתְּאמ֣רתאָמַרְתְּאמרת'a.Martyou saidH0559HVqp2fs
בְּ/אָזְנַ֔/יב/אזנ֔/יבְּ/אָזְנַ/יב/אזנ/יbe./'a.ze.Na/iin/ ears/ myH9003H0241IH9020HR+Ncfdc+Sp1bs
הִנֵּֽה\־הנה\הִנֵּֽה\־הנה\hi.neh-here!H2009\H9014HTj
הַ/כֶּ֥סֶףה/כ֥סףהַ/כֶּסֶףה/כסףha./Ke.sefthe/ silverH9009H3701GHTd+Ncmsa
אִתִּ֖/יאת֖/יאִתִּ/יאת/י'i.T/i[is] with/ meH0854H9030HRd+Sp1bs
אֲנִ֣יאנ֣יאֲנִיאני'a.NiIH0589HPp1bs
לְקַחְתִּ֑י/ולקחת֑י/ולְקַחְתִּי/ולקחתי/וle.kach.Ti/vI took/ itH3947GH9033HVqp1cs+Sp3ms
וַ/תֹּ֣אמֶרו/ת֣אמרוַ/תֹּאמֶרו/תאמרva./To.merand/ she saidH9001H0559Hc+Vqw3fs
אִמּ֔/וֹאמ֔/ואִמּ/וֹאמ/ו'i.M/omother/ hisH0517H9023HNcfsc+Sp3ms
בָּר֥וּךְבר֥וךבָּרוּךְברוךba.Rukh[be] blessedH1288HVqsmsa
בְּנִ֖/יבנ֖/יבְּנִ/יבנ/יbe.N/ison/ myH1121AH9020HNcmsc+Sp1bs
לַ/יהוָֽה\׃ל/יהוה\לַ/יהוָֽה\׃ל/יהוה\la./Yah.wehby/ YahwehH9005H3068G\H9016HR+Npt
  1. zilverlingen, Zie Gen 20:16.
  2. gevloekt hebt, Te weten, den dief, die ze u mocht hebben ontnomen.
  3. voor mijn oren gesproken hebt, Zodat ik den vloek zelf gehoord heb. Hierdoor schijnt hij bewogen te zijn tot bekentenis en wedergeving.
  4. geld is bij mij, Of, zilver.
  5. Gezegend zij mijn zoon den HEERE Zover is het vandaar, wil zij zeggen, dat ik u, mijn zoon, dien vloek zou toedenken. Ten aanzien van u wederroep ik dien ganselijk.

3 Alzo gaf hij aan zijn moeder de duizend en honderd zilverlingen weder. Doch zijn moeder zeide: Ik heb dat geld den Heere ganselijk geheiligd van mijn hand, voor mijn zoon, om een gesneden beeld en een gegoten beeld te maken; zo zal ik het u nu wedergeven.123

Original Hebrew

וַ/יָּ֛שֶׁבו/י֛שבוַ/יָּשֶׁבו/ישבva/i.Ya.shevand/ he brought backH9001H7725HHc+Vhw3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
אֶֽלֶף\־אלף\אֶֽלֶף\־אלף\'e.lef-[the] one thousandH0505G\H9014HNcbsa
וּ/מֵאָ֥הו/מא֥הוּ/מֵאָהו/מאהu./me.'Ahand/ one hundredH9002H3967HC+Ncfsa
הַ/כֶּ֖סֶףה/כ֖סףהַ/כֶּסֶףה/כסףha./Ke.sefthe/ silverH9009H3701GHTd+Ncmsa
לְ/אִמּ֑/וֹל/אמ֑/ולְ/אִמּ/וֹל/אמ/וle./'i.M/oto/ mother/ hisH9005H0517H9023HR+Ncfsc+Sp3ms
וַ/תֹּ֣אמֶרו/ת֣אמרוַ/תֹּאמֶרו/תאמרva./To.merand/ she saidH9001H0559Hc+Vqw3fs
אִמּ֡/וֹאמ֡/ואִמּ/וֹאמ/ו'i.M/omother/ hisH0517H9023HNcfsc+Sp3ms
הַקְדֵּ֣שׁהקד֣שהַקְדֵּשׁהקדשhak.Deshcertainly <to consecrate>H6942HHVhaa
הִקְדַּ֣שְׁתִּיהקד֣שתיהִקְדַּשְׁתִּיהקדשתיhik.Dash.tiI consecrateH6942HHVhp1cs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הַ/כֶּסֶף֩ה/כסף֩הַ/כֶּסֶףה/כסףha./ke.Sefthe/ silverH9009H3701GHTd+Ncmsa
לַ/יהוָ֨הל/יהו֨הלַ/יהוָהל/יהוהla./Yah.wehto/ YahwehH9005H3068GHR+Npt
מִ/יָּדִ֜/ימ/יד֜/ימִ/יָּדִ/ימ/יד/יmi./ya.D/ifrom/ hand/ myH9006H3027GH9020HR+Ncbsc+Sp1bs
לִ/בְנִ֗/יל/בנ֗/ילִ/בְנִ/יל/בנ/יli/v.N/ifor/ son/ myH9005H1121AH9020HR+Ncmsc+Sp1bs
לַֽ/עֲשׂוֹת֙ל/עשות֙לַֽ/עֲשׂוֹתל/עשותla./'a.sOtto/ makeH9005H6213HHR+Vqcc
פֶּ֣סֶלפ֣סלפֶּסֶלפסלPe.sela carved imageH6459HNcmsa
וּ/מַסֵּכָ֔הו/מסכ֔הוּ/מַסֵּכָהו/מסכהu./ma.se.Khahand/ a molten imageH9002H4541AHC+Ncfsa
וְ/עַתָּ֖הו/עת֖הוְ/עַתָּהו/עתהve./'a.Tahand/ thereforeH9002H6258HC+D
אֲשִׁיבֶ֥/נּוּאשיב֥/נואֲשִׁיבֶ/נּוּאשיב/נו'a.shi.Ve./nuI will return/ itH7725HH9033HVhi1cs+Sp3ms
לָֽ/ךְ\׃ל/ך\לָֽ/ךְ\׃ל/ך\La/khto <the>/ youH9005H9032\H9016HRd+Sp2ms
  1. den HEERE ganselijk geheiligd Hebreeuws, den Heere heiligende geheiligd. Dit was de dekmantel der afgoderij, dat zij dezelve den Heere wilde opdringen, alsof zij tot zijn dienst geschiedde, tegen zo menige uitgedrukte bevelen des Heeren, gelijk de boeken van Mozes en de tien geboden zelf betuigen.
  2. mijn zoon, Dat is, zoons zoon, zie vs.5.
  3. en een gegoten beeld Het schijnt dat zij twee beelden gemeend heeft, een gesneden en een gegoten, gelijk te zien is Jdg 18:17-18, hoewel daar in Jdg 18:20, Jdg 18:30-31 alleenlijk van één gemeld wordt; ook wordt hier vs.4 gezegd in het getal van enen: Dat [beeld] was in het huis van Micha, waarop de aandachtige lezer kan letten.

4 Maar hij gaf dat geld aan zijn moeder weder. En zijn moeder nam tweehonderd zilverlingen, en gaf ze den goudsmid, die maakte daarvan een gesneden beeld en een gegoten beeld; dat was in het huis van Micha.1

Original Hebrew

וַ/יָּ֥שֶׁבו/י֥שבוַ/יָּשֶׁבו/ישבva/i.Ya.shevand/ he brought backH9001H7725HHc+Vhw3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הַ/כֶּ֖סֶףה/כ֖סףהַ/כֶּסֶףה/כסףha./Ke.sefthe/ silverH9009H3701GHTd+Ncmsa
לְ/אִמּ֑/וֹל/אמ֑/ולְ/אִמּ/וֹל/אמ/וle./'i.M/oto/ mother/ hisH9005H0517H9023HR+Ncfsc+Sp3ms
וַ/תִּקַּ֣חו/תק֣חוַ/תִּקַּחו/תקחva./ti.Kachand/ she tookH9001H3947GHc+Vqw3fs
אִמּ/וֹ֩אמ/ו֩אִמּ/וֹאמ/ו'i.M/omother/ hisH0517H9023HNcfsc+Sp3ms
מָאתַ֨יִםמאת֨יםמָאתַיִםמאתיםma.Ta.yimtwo hundredH3967HNcfda
כֶּ֜סֶףכ֜סףכֶּסֶףכסףKe.sefsilverH3701GHNcmsa
וַ/תִּתְּנֵ֣/הוּו/תתנ֣/הווַ/תִּתְּנֵ/הוּו/תתנ/הוva./ti.te.Ne./huand/ she gave/ itH9001H5414GH9033Hc+Vqw3fs+Sp3ms
לַ/צּוֹרֵ֗ףל/צור֗ףלַ/צּוֹרֵףל/צורףla./tzo.Refto the/ silversmithH9005H6884HRd+Vqrmsa
וַֽ/יַּעֲשֵׂ֙/הוּ֙ו/יעש֙/הו֙וַֽ/יַּעֲשֵׂ/הוּו/יעש/הוva/i.ya.'a.Se./huand/ he made/ itH9001H6213HH9033Hc+Vqw3ms+Sp3ms
פֶּ֣סֶלפ֣סלפֶּסֶלפסלPe.sela carved imageH6459HNcmsa
וּ/מַסֵּכָ֔הו/מסכ֔הוּ/מַסֵּכָהו/מסכהu./ma.se.Khahand/ a molten imageH9002H4541AHC+Ncfsa
וַ/יְהִ֖יו/יה֖יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it wasH9001H1961Hc+Vqw3ms
בְּ/בֵ֥יתב/ב֥יתבְּ/בֵיתב/ביתbe./Veitin/ [the] house ofH9003H1004BHR+Ncmsc
מִיכָֽיְהוּ\׃מיכיהו\מִיכָֽיְהוּ\׃מיכיהו\mi.Kha.ye.huMicaiahH4321I\H9016HNpm
  1. beeld; Men kan verstaan dat het van marmer of iets anders eerst gesneden of gehouwen, en daarna met zilveren platen overtogen was; want van zo kleine som kon geen enkel zilveren beeld gemaakt worden, dat van zulk een grootte was, dat men het eerst in dit afgodshuis, daarna in de stad Dan voor een algemeen beeld gebruiken Kon.

5 En de man Micha had een godshuis; en hij maakte een efod, en terafim, en vulde de hand van een uit zijn zonen, dat hij hem tot een priester ware.12345

Original Hebrew

וְ/הָ/אִ֣ישׁו/ה/א֣ישוְ/הָ/אִישׁו/ה/אישve./ha./'Ishand/ the/ manH9002H9009H0376GHC+Td+Ncmsa
מִיכָ֔המיכ֔המִיכָהמיכהmi.KhahMicahH4318GHNpm
ל֖/וֹל֖/ול/וֹל/וl/o[belonged] to <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
בֵּ֣יתב֣יתבֵּיתביתbeita house ofH1004QHNcmsc
אֱלֹהִ֑יםאלה֑יםאֱלֹהִיםאלהים'E.lo.HimGodH0430GHNcmpa
וַ/יַּ֤עַשׂו/י֤עשוַ/יַּעַשׂו/יעשva/i.Ya.'asand/ he madeH9001H6213HHc+Vqw3ms
אֵפוֹד֙אפוד֙אֵפוֹדאפוד'e.fOdan ephodH0646HNcmsa
וּ/תְרָפִ֔יםו/תרפ֔יםוּ/תְרָפִיםו/תרפיםu./te.ra.Fimand/ teraphimH9002H8655HC+Ncmpa
וַ/יְמַלֵּ֗או/ימל֗אוַ/יְמַלֵּאו/ימלאva/y.ma.Le'and/ he filledH9001H4390Hc+Vpw3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
יַ֤די֤דיַדידyad[the] hand ofH3027RHNcbsc
אַחַד֙אחד֙אַחַדאחד'a.ChadoneH0259HNcfsa
מִ/בָּנָ֔י/ומ/בנ֔י/ומִ/בָּנָי/ומ/בני/וmi./ba.Na/vfrom/ sons/ hisH9006H1121AH9023HR+Ncmpc+Sp3ms
וַ/יְהִי\־ו/יהי\וַ/יְהִי\־ו/יהי\va/y.hi-and/ he becameH9001H1961\H9014Hc+Vqw3ms
ל֖/וֹל֖/ול/וֹל/וl/oof/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
לְ/כֹהֵֽן\׃ל/כהן\לְ/כֹהֵֽן\׃ל/כהן\le./kho.Hen<into>/ a priestH9005H3548\H9016HR+Ncmsa
  1. maakte Van de resterende som van het geld.
  2. efod, Zie Exo 28:4.
  3. terafim, Zie Gen 31:19.
  4. vulde de hand van een uit zijn zonen, Zie Lev 7:37, alzo onder, vs.12.
  5. priester ware Dit alles deed hij tegen Gods uitgedrukt bevel. Want God had maar één efod geboden te maken voor den hogepriester in Israël, om God door urim en thummim raad te vragen, Num 27:21. Beelden ten godsdienst waren scherpelijk verboden, en niemand mocht priester zijn, dan die van Aärons linie was; zie Num 16:40, en Num 18:2, Num 18:7, enz.

6 In diezelve dagen was er geen koning in Israël; een iegelijk deed, wat recht was in zijn ogen.1

Original Hebrew

בַּ/יָּמִ֣יםב/ימ֣יםבַּ/יָּמִיםב/ימיםba/i.ya.Mimin the/ daysH9003H3117GHRd+Ncmpa
הָ/הֵ֔םה/ה֔םהָ/הֵםה/הםha./Hem<the>/ thoseH9009H1992HTd+Pp3mp
אֵ֥יןא֥יןאֵיןאין'einthere notH0369HNcmsc
מֶ֖לֶךְמ֖לךמֶלֶךְמלךMe.lekh[was] a kingH4428GHNcmsa
בְּ/יִשְׂרָאֵ֑לב/ישרא֑לבְּ/יִשְׂרָאֵלב/ישראלbe./Yis.ra.'Elin/ IsraelH9003H3478HR+Npl
אִ֛ישׁא֛ישאִישׁאיש'isheveryoneH0376IHNcmsa
הַ/יָּשָׁ֥רה/יש֥רהַ/יָּשָׁרה/ישרhai./ya.Sharthe/ rightH9009H3477GHTd+Aamsa
בְּ/עֵינָ֖י/וב/עינ֖י/ובְּ/עֵינָי/וב/עיני/וbe./'ei.Na/vin/ view/ hisH9003H5869AH9023HR+Ncfdc+Sp3ms
יַעֲשֶֽׂה\׃\ \פיעשה\\ \פיַעֲשֶֽׂה\׃\ \פיעשה\\ \פya.'a.Sehhe didH6213A\H9016\ \H9017HVqi3ms
  1. koning in Israël; Dat is, geen regent, richter, overste, of wettelijke hoge overheid, die het volk in tucht en orde hield; anders zou het schijnen alsof er tevoren koningen in Israël geweest waren, maar nu niet. Alzo wordt het woord koning ook in het algemeen voor regeerder genomen, Gen 36:31; Deu 33:5. Dit wordt hier en in het volgende meermalen verhaald, als een reden van deze woeste ongebondenheid, dat iedereen deed niet wat recht en goed was in Gods ogen, maar in zijn eigen ogen, dat is, wat hemzelven goeddocht en wat hij maar wilde. Hieruit wordt ook afgenomen dat deze geschiedenissen behoren tot een tijd, in welken geen richter of wettelijke hoge overheid in Israël was.

7 Nu was er een jongeling van Bethlehem-juda, van het geslacht van Juda; deze was een Leviet, en verkeerde aldaar als vreemdeling.12

Original Hebrew

וַ/יְהִי\־ו/יהי\וַ/יְהִי\־ו/יהי\va/y.hi-and/ he wasH9001H1961\H9014Hc+Vqw3ms
נַ֗עַרנ֗ערנַעַרנערNa.'ara young manH5288HNcmsa
מִ/בֵּ֥יתמ/ב֥יתמִ/בֵּיתמ/ביתmi./Beitfrom/ Beth-H9006H1035GHR+Npl
לֶ֙חֶם֙ל֙חם֙לֶחֶםלחםle.chem-lehemH1035GHNpl
יְהוּדָ֔היהוד֔היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
מִ/מִּשְׁפַּ֖חַתמ/משפ֖חתמִ/מִּשְׁפַּחַתמ/משפחתmi./mish.Pa.chatfrom/ [the] tribe ofH9006H4940HR+Ncfsc
יְהוּדָ֑היהוד֑היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
וְ/ה֥וּאו/ה֥ואוְ/הוּאו/הואve./Hu'and/ heH9002H1931HC+Pp3ms
לֵוִ֖ילו֖ילֵוִילויle.Vi[was] a LeviteH3881HNgmsa
וְ/ה֥וּאו/ה֥ואוְ/הוּאו/הואve./Hu'and/ heH9002H1931HC+Pp3ms
גָֽר\־גר\גָֽר\־גר\gar-[was] sojourningH1481A\H9014HVqrmsa
שָֽׁם\׃שם\שָֽׁם\׃שם\ShamthereH8033G\H9016HD
  1. jongeling van Bethlehem-juda, Van het Hebreeuwse woord zie Gen 22:5.
  2. van het geslacht van Juda; Deze woorden worden bij de meesten verstaan van Bethlehem-Juda, alzo dat zij van den Heiligen Geest hierbij gevoegd zijn, om des te klaarder uit te drukken dat dit Bethlehem [tot onderscheiding van het andere, dat Zebulon toebehoorde, Jos 19:15 ] , zonder allen twijfel behoorde tot het geslacht en den stam Juda; en dat, overmits dit de geboorteplaats van den Messias, onzen Heere Jezus Christus, zou zijn. Sommigen duiden ze op den Leviet, die wel uit den stam Levi geweest, maar te Bethlehem-Juda geboren en opgetogen is, òf van moeders zijde uit den stam Juda, òf ook [zoals sommigen menen] in waarheid uit den stam Juda, maar desniettegenstaande, naar de verdorvenheid van die tijden, als tot een Leviet gemaakt en gebruikt; gelijk Jerobeam ook deed, 1Ki 12:31; 2Ch 11:14-15. Maar dit schijnt niet wel te passen op vs.13. Want Micha had alzowel met zijn zoon, zijnde uit Efraïm, tevreden kunnen zijn als met dezen, indien hij uit Juda, en niet uit Levi, geweest ware.

8 En deze man was uit die stad, uit Bethlehem-juda getogen, om te verkeren, waar hij gelegenheid zou vinden. Als hij nu kwam aan het gebergte van Efraïm tot aan het huis van Micha, om zijn weg te gaan,1

Original Hebrew

וַ/יֵּ֨לֶךְו/י֨לךוַ/יֵּלֶךְו/ילךva/i.Ye.lekhand/ he wentH9001H1980GHc+Vqw3ms
הָ/אִ֜ישׁה/א֜ישהָ/אִישׁה/אישha./'Ishthe/ manH9009H0376GHTd+Ncmsa
מֵ/הָ/עִ֗ירמ/ה/ע֗ירמֵ/הָ/עִירמ/ה/עירme./ha./'Irfrom/ the/ cityH9006H9009H5892BHR+Td+Ncfsa
מִ/בֵּ֥יתמ/ב֥יתמִ/בֵּיתמ/ביתmi./Beitfrom/ Beth-H9006H1035GHR+Npl
לֶ֙חֶם֙ל֙חם֙לֶחֶםלחםle.chem-lehemH1035GHNpl
יְהוּדָ֔היהוד֔היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
לָ/ג֖וּרל/ג֖ורלָ/גוּרל/גורla./Gurto/ sojournH9005H1481AHR+Vqcc
בַּ/אֲשֶׁ֣רב/אש֣רבַּ/אֲשֶׁרב/אשרba./'a.Sherin/ whereH9003H0834BHR+Tr
יִמְצָ֑אימצ֑איִמְצָאימצאyim.Tza'he will findH4672HVqi3ms
וַ/יָּבֹ֧או/יב֧אוַ/יָּבֹאו/יבאva/i.ya.Vo'and/ he cameH9001H0935GHc+Vqw3ms
הַר\־הר\הַר\־הר\har-[the] hill country ofH2022H\H9014HNcmsc
אֶפְרַ֛יִםאפר֛יםאֶפְרַיִםאפרים'ef.Ra.yimEphraimH0669GHNpm
עַד\־עד\עַד\־עד\'ad-toH5704\H9014HR
בֵּ֥יתב֥יתבֵּיתביתbeit[the] house ofH1004BHNcmsc
מִיכָ֖המיכ֖המִיכָהמיכהmi.KhahMicahH4318GHNpm
לַ/עֲשׂ֥וֹתל/עש֥ותלַ/עֲשׂוֹתל/עשותla./'a.Sotto/makeH9005H6213JHR+Vqcc
דַּרְכּֽ/וֹ\׃דרכ/ו\דַּרְכּֽ/וֹ\׃דרכ/ו\dar.K/ojourney/ hisH1870LH9023\H9016HNcbsc+Sp3ms
  1. gaan, Hebreeuws, te doen. Anders, doende zijn reis.

9 Zo zeide Micha tot hem: Van waar komt gij? En hij zeide tot hem: Ik ben een Leviet, van Bethlehem-juda, en ik wandel, om te verkeren, waar ik gelegenheid zal vinden.

Original Hebrew

וַ/יֹּאמֶר\־ו/יאמר\וַ/יֹּאמֶר\־ו/יאמר\va/i.yo.mer-and/ he saidH9001H0559\H9014Hc+Vqw3ms
ל֥/וֹל֥/ול/וֹל/וl/oto <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
מִיכָ֖המיכ֖המִיכָהמיכהmi.KhahMicahH4318GHNpm
מֵ/אַ֣יִןמ/א֣יןמֵ/אַיִןמ/איןme./'A.yinfrom/ where?H9006H0370HR+Ti
תָּב֑וֹאתב֑ואתָּבוֹאתבואta.Vo'do you comeH0935GHVqi2ms
וַ/יֹּ֨אמֶרו/י֨אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אֵלָ֜י/ואל֜י/ואֵלָי/ואלי/ו'e.La/vto/ himH0413H9033HRd+Sp3ms
לֵוִ֣ילו֣ילֵוִילויle.Vi[am] a LeviteH3881HNgmsa
אָנֹ֗כִיאנ֗כיאָנֹכִיאנכי'a.No.khiIH0595HPp1bs
מִ/בֵּ֥יתמ/ב֥יתמִ/בֵּיתמ/ביתmi./Beitfrom/ Beth-H9006H1035GHR+Npl
לֶ֙חֶם֙ל֙חם֙לֶחֶםלחםle.chem-lehemH1035GHNpl
יְהוּדָ֔היהוד֔היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
וְ/אָנֹכִ֣יו/אנכ֣יוְ/אָנֹכִיו/אנכיve./'a.no.Khiand/ IH9002H0595HC+Pp1bs
הֹלֵ֔ךְהל֔ךהֹלֵךְהלךho.Lekh[am] goingH1980GHVqrmsa
לָ/ג֖וּרל/ג֖ורלָ/גוּרל/גורla./Gurto/ sojournH9005H1481AHR+Vqcc
בַּ/אֲשֶׁ֥רב/אש֥רבַּ/אֲשֶׁרב/אשרba./'a.Sherin/ whereH9003H0834BHR+Tr
אֶמְצָֽא\׃אמצא\אֶמְצָֽא\׃אמצא\'em.Tza'I will findH4672\H9016HVqi1cs

10 Toen zeide Micha tot hem: Blijf bij mij, en wees mij tot een vader en tot een priester; en ik zal u jaarlijks geven tien zilverlingen, en orde van klederen, en uw leeftocht; alzo ging de Leviet met hem.1234

Original Hebrew

וַ/יֹּאמֶר֩ו/יאמר֩וַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.yo.Merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
ל֨/וֹל֨/ול/וֹל/וl/oto <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
מִיכָ֜המיכ֜המִיכָהמיכהmi.KhahMicahH4318GHNpm
שְׁבָ֣/השב֣/השְׁבָ/השב/הshe.Va/hremain/ !H3427H9012HVqv2ms+Sh
עִמָּדִ֗/יעמד֗/יעִמָּדִ/יעמד/י'i.ma.D/iwith/ meH5978H9030HR+Sp1bs
וֶֽ/הְיֵה\־ו/היה\וֶֽ/הְיֵה\־ו/היה\ve/h.yeh-and/ becomeH9002H1961\H9014HC+Vqv2ms
לִ/י֮ל/י֮לִ/יל/יl/iof/ meH9005H9030HRd+Sp1bs
לְ/אָ֣בל/א֣בלְ/אָבל/אבle./'Av<into>/ a fatherH9005H0001GHR+Ncmsa
וּ/לְ/כֹהֵן֒ו/ל/כהן֒וּ/לְ/כֹהֵןו/ל/כהןu./le./kho.Henand/ <into>/ a priestH9002H9005H3548HC+R+Ncmsa
וְ/אָנֹכִ֨יו/אנכ֨יוְ/אָנֹכִיו/אנכיve./'a.no.Khiand/ IH9002H0595HC+Pp1bs
אֶֽתֶּן\־אתן\אֶֽתֶּן\־אתן\'e.ten-I will giveH5414G\H9014HVqi1cs
לְ/ךָ֜ל/ך֜לְ/ךָל/ךle./Khato <the>/ youH9005H9031HRd+Sp2ms
עֲשֶׂ֤רֶתעש֤רתעֲשֶׂרֶתעשרת'a.Se.rettenH6235HNcfsc
כֶּ֙סֶף֙כ֙סף֙כֶּסֶףכסףke.sefsilverH3701GHNcmsa
לַ/יָּמִ֔יםל/ימ֔יםלַ/יָּמִיםל/ימיםla/i.ya.Mimto the/ daysH9005H3117IHRd+Ncmpa
וְ/עֵ֥רֶךְו/ע֥רךוְ/עֵרֶךְו/ערךve./'E.rekhand/ an order ofH9002H6187HC+Ncmsc
בְּגָדִ֖יםבגד֖יםבְּגָדִיםבגדיםbe.ga.DimgarmentsH0899BHNcmpa
וּ/מִחְיָתֶ֑/ךָו/מחית֑/ךוּ/מִחְיָתֶ/ךָו/מחית/ךu./mich.ya.Te./khaand/ sustenance/ yourH9002H4241H9021HC+Ncfsc+Sp2ms
וַ/יֵּ֖לֶךְו/י֖לךוַ/יֵּלֶךְו/ילךva/i.Ye.lekhand/ he wentH9001H1980GHc+Vqw3ms
הַ/לֵּוִֽי\׃ה/לוי\הַ/לֵּוִֽי\׃ה/לוי\ha./le.Vithe/ LeviteH9009H3881\H9016HTd+Ngmsa
  1. vader en tot een priester; Dezen titel, die den waren profeten en oprechten leraars der gemeente Gods, vanwege hun geestelijke, recht vaderlijke weldaden en diensten aan het volk Gods, als kinderen gedaan, toekomt, geeft hij ten onrechte aan dezen afgodischen buikdienaar. Zie 2Ki 6:21, en 2Ki 8:9, en 2Ki 13:14; Isa 22:21; 1Co 4:14-15; 1Th 2:11.
  2. jaarlijks geven tien zilverlingen, Hebreeuws, in dagen; dat is, in een jaar der dagen, dat is, een gans of vol jaar; zie boven, Jdg 11:40.
  3. orde van klederen, Dat is, ik zal u bestellen zoveel klederen, als gij naar uw staat zult van doen hebben. Anders, een pak, of twee pak klederen; idem, de waarde van klederen
  4. met hem. Te weten, met Micha, naar zijn huis.

11 En de Leviet bewilligde bij dien man te blijven; en de jongeling was hem als een van zijn zonen.1

Original Hebrew

וַ/יּ֥וֹאֶלו/י֥ואלוַ/יּוֹאֶלו/יואלva/i.Yo.'eland/ he was willingH9001H2974Hc+Vhw3ms
הַ/לֵּוִ֖יה/לו֖יהַ/לֵּוִיה/לויha./le.Vithe/ LeviteH9009H3881HTd+Ngmsa
לָ/שֶׁ֣בֶתל/ש֣בתלָ/שֶׁבֶתל/שבתla./She.vetto/ dwellH9005H3427HR+Vqcc
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-withH0854\H9014HR
הָ/אִ֑ישׁה/א֑ישהָ/אִישׁה/אישha./'Ishthe/ manH9009H0376GHTd+Ncmsa
וַ/יְהִ֤יו/יה֤יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ he wasH9001H1961Hc+Vqw3ms
הַ/נַּ֙עַר֙ה/נ֙ער֙הַ/נַּעַרה/נערha./Na.'arthe/ young manH9009H5288HTd+Ncmsa
ל֔/וֹל֔/ול/וֹל/וl/oto <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
כְּ/אַחַ֖דכ/אח֖דכְּ/אַחַדכ/אחדke./'a.Chadlike/ oneH9004H0259HR+Ncfsa
מִ/בָּנָֽי/ו\׃מ/בני/ו\מִ/בָּנָֽי/ו\׃מ/בני/ו\mi./ba.Na/vfrom/ sons/ hisH9006H1121AH9023\H9016HR+Ncmpc+Sp3ms
  1. als een van zijn zonen Dat is, hij had hem zo lief en waard, als een zijner zonen.

12 En Micha vulde de hand van den Leviet, dat hij hem tot een priester wierd; alzo was hij in het huis van Micha.1

Original Hebrew

וַ/יְמַלֵּ֤או/ימל֤אוַ/יְמַלֵּאו/ימלאva/y.ma.Le'and/ he filledH9001H4390Hc+Vpw3ms
מִיכָה֙מיכה֙מִיכָהמיכהmi.KhahMicahH4318GHNpm
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
יַ֣די֣דיַדידyad[the] hand ofH3027RHNcbsc
הַ/לֵּוִ֔יה/לו֔יהַ/לֵּוִיה/לויha./le.Vithe/ LeviteH9009H3881HTd+Ngmsa
וַ/יְהִי\־ו/יהי\וַ/יְהִי\־ו/יהי\va/y.hi-and/ he becameH9001H1961\H9014Hc+Vqw3ms
ל֥/וֹל֥/ול/וֹל/וl/oof/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
הַ/נַּ֖עַרה/נ֖ערהַ/נַּעַרה/נערha./Na.'arthe/ young manH9009H5288HTd+Ncmsa
לְ/כֹהֵ֑ןל/כה֑ןלְ/כֹהֵןל/כהןle./kho.Hen<into>/ a priestH9005H3548HR+Ncmsa
וַ/יְהִ֖יו/יה֖יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ he wasH9001H1961Hc+Vqw3ms
בְּ/בֵ֥יתב/ב֥יתבְּ/בֵיתב/ביתbe./Veitin/ [the] house ofH9003H1004BHR+Ncmsc
מִיכָֽה\׃מיכה\מִיכָֽה\׃מיכה\mi.KhahMicahH4318G\H9016HNpm
  1. vulde de hand van den Leviet, Gelijk boven, vs.5.

13 Toen zeide Micha: Nu weet ik, dat de Heere mij weldoen zal, omdat ik dezen Leviet tot een priester heb.1

Original Hebrew

וַ/יֹּ֣אמֶרו/י֣אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
מִיכָ֔המיכ֔המִיכָהמיכהmi.KhahMicahH4318GHNpm
עַתָּ֣העת֣העַתָּהעתה'a.TahnowH6258HD
יָדַ֔עְתִּייד֔עתייָדַעְתִּיידעתיya.Da'.tiI knowH3045HVqp1cs
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-thatH3588A\H9014HTc
יֵיטִ֥יבייט֥יביֵיטִיבייטיבyei.Tivhe will do goodH3190HVhi3ms
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
לִ֑/יל֑/ילִ/יל/יL/ito <the>/ meH9005H9030HRd+Sp1bs
כִּ֧יכ֧יכִּיכיkiforH3588AHTc
הָיָה\־היה\הָיָה\־היה\ha.yah-he has becomeH1961\H9014HVqp3ms
לִ֛/יל֛/ילִ/יל/יl/iof/ meH9005H9030HRd+Sp1bs
הַ/לֵּוִ֖יה/לו֖יהַ/לֵּוִיה/לויha./le.Vithe/ LeviteH9009H3881HTd+Ngmsa
לְ/כֹהֵֽן\׃ל/כהן\לְ/כֹהֵֽן\׃ל/כהן\le./kho.Hen<into>/ a priestH9005H3548\H9016HR+Ncmsa
  1. weet ik, Niettegenstaande hij veelvoudiglijk [gelijk boven is verhaald] afgoderij bedreef, maakte hij zich evenwel wijs dat hij en zijn afgoderij Gode moesten behagen. Een spiegel der gruwelijke verdorvenheid van dien tijd.