reltext

Chapter 5

1 Voorts zong Debora, en Barak, de zoon van Abinoam, ten zelven dage, zeggende:

Original Hebrew

וַ/תָּ֣שַׁרו/ת֣שרוַ/תָּשַׁרו/תשרva./Ta.sharand/ she sangH9001H7891Hc+Vqw3fs
דְּבוֹרָ֔הדבור֔הדְּבוֹרָהדבורהde.vo.RahDeborahH1683HHNpf
וּ/בָרָ֖קו/בר֖קוּ/בָרָקו/ברקu./va.Rakand/ BarakH9002H1301HC+Npm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
אֲבִינֹ֑עַםאבינ֑עםאֲבִינֹעַםאבינעם'a.vi.No.'amAbinoamH0042HNpm
בַּ/יּ֥וֹםב/י֥וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomon the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֖וּאה/ה֖ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
לֵ/אמֹֽר\׃ל/אמר\לֵ/אמֹֽר\׃ל/אמר\le./Mor<to>/ sayingH9005H0559\H9016HR+Vqcc

2 Looft den Heere, van het wreken der wraken in Israël, van dat het volk zich gewillig heeft aangeboden.123

Original Hebrew

בִּ/פְרֹ֤עַב/פר֤עבִּ/פְרֹעַב/פרעbi/f.Ro.a'when/ acted as leadersH9003H6544AHR+Vqcc
פְּרָעוֹת֙פרעות֙פְּרָעוֹתפרעותpe.ra.'OtheadsH6546HNcfpa
בְּ/יִשְׂרָאֵ֔לב/ישרא֔לבְּ/יִשְׂרָאֵלב/ישראלbe./Yis.ra.'Elin/ IsraelH9003H3478HR+Npl
בְּ/הִתְנַדֵּ֖בב/התנד֖בבְּ/הִתְנַדֵּבב/התנדבbe./hit.na.Devwhen/ volunteersH9003H5068HR+Vtcc
עָ֑םע֑םעָםעם'Ama peopleH5971AHNcmsa
בָּרֲכ֖וּברכ֖ובָּרֲכוּברכוba.ra.KhublessH1288HVpv2mp
יְהוָֽה\׃יהוה\יְהוָֽה\׃יהוה\Yah.wehYahwehH3068G\H9016HNpt
  1. wreken der wraken Omdat Hij zich en zijn volk volkomenlijk gewroken heeft aan zijne en zijns volks vijanden.
  2. in Israël, Anders, voor, of door Israël.
  3. volk zich gewillig heeft aangeboden Zebulon en Nafthali. Zie boven, Jdg 4:10, en onder, vs.18. Met nog enige andere stammen. Zie onder, vs.14,15.

3 Hoort, gij koningen, neemt ter oren, gij vorsten! Ik, den Heere zal ik zingen, ik zal den Heere, den God Israëls, psalmzingen.

Original Hebrew

שִׁמְע֣וּשמע֣ושִׁמְעוּשמעוshim.'UhearH8085GHVqv2mp
מְלָכִ֔יםמלכ֔יםמְלָכִיםמלכיםme.la.KhimO kingsH4428GHNcmpa
הַאֲזִ֖ינוּהאז֖ינוהַאֲזִינוּהאזינוha.'a.Zi.nugive earH0238HVhv2mp
רֹֽזְנִ֑יםרזנ֑יםרֹֽזְנִיםרזניםro.ze.NimO rulersH7336HVqrmpa
אָֽנֹכִ֗יאנכ֗יאָֽנֹכִיאנכי'a.no.KhiIH0595HPp1bs
לַֽ/יהוָה֙ל/יהוה֙לַֽ/יהוָהל/יהוהla./Yah.wehto/ YahwehH9005H3068GHR+Npt
אָנֹכִ֣יאנכ֣יאָנֹכִיאנכי'a.no.KhiIH0595HPp1bs
אָשִׁ֔ירָהאש֔ירהאָשִׁירָהאשירה'a.Shi.rahI will singH7891HVqc1cs
אֲזַמֵּ֕ראזמ֕ראֲזַמֵּראזמר'a.za.MerI will sing praisesH2167HVpi1cs
לַֽ/יהוָ֖הל/יהו֖הלַֽ/יהוָהל/יהוהla./Yah.wehto/ YahwehH9005H3068GHR+Npt
אֱלֹהֵ֥יאלה֥יאֱלֹהֵיאלהי'e.lo.Hei[the] God ofH0430GHNcmpc
יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\Yis.ra.'ElIsraelH3478\H9016HNpl

4 Heere! toen Gij voorttoogt van Seir, toen Gij daarheen traadt van het veld van Edom, beefde de aarde, ook droop de hemel, ook dropen de wolken van water.123

Original Hebrew

יְהוָ֗היהו֗היְהוָהיהוהYah.wehO YahwehH3068GHNpt
בְּ/צֵאתְ/ךָ֤ב/צאת/ך֤בְּ/צֵאתְ/ךָב/צאת/ךbe./tze.te./Khawhen/ going out/ youH9003H3318GH9041HR+Vqcc+Sp2ms
מִ/שֵּׂעִיר֙מ/שעיר֙מִ/שֵּׂעִירמ/שעירmi./se.'Irfrom/ SeirH9006H8165AHR+Npl
בְּ/צַעְדְּ/ךָ֙ב/צעד/ך֙בְּ/צַעְדְּ/ךָב/צעד/ךbe./tza'.de./Khawhen/ marching/ youH9003H6805H9041HR+Vqcc+Sp2ms
מִ/שְּׂדֵ֣המ/שד֣המִ/שְּׂדֵהמ/שדהmi./se.Dehfrom/ [the] region ofH9006H7704GHR+Ncmsc
אֱד֔וֹםאד֔וםאֱדוֹםאדום'e.DomEdomH0123GHNpm
אֶ֣רֶץא֣רץאֶרֶץארץ'E.retz[the] earthH0776GHNcfsa
רָעָ֔שָׁהרע֔שהרָעָשָׁהרעשהra.'A.shahit shookH7493HVqp3fs
גַּם\־גם\גַּם\־גם\gam-bothH1571\H9014HD
שָׁמַ֖יִםשמ֖יםשָׁמַיִםשמיםsha.Ma.yim[the] heavensH8064HNcmpa
נָטָ֑פוּנט֑פונָטָפוּנטפוna.Ta.futhey droppedH5197HVqp3cp
גַּם\־גם\גַּם\־גם\gam-as well asH1571\H9014HD
עָבִ֖יםעב֖יםעָבִיםעבים'a.Vim[the] cloudsH5645HNcmpa
נָ֥טְפוּנ֥טפונָטְפוּנטפוNa.te.futhey droppedH5197HVqp3cp
מָֽיִם\׃מים\מָֽיִם\׃מים\Ma.yimwaterH4325G\H9016HNcmpa
  1. voorttoogt Uw volk voorgaande en leidende door de wolkkolom.
  2. Seïr, Voerende uw volk van den berg Hor [na de overwinning des Kanaänietischen konings van Harad] langs de grenzen der Edomieten, die hun den doortocht weigerden, naar het land der koningen Sihon en Og, om die te verdelgen en Israël in het beloofde land te brengen. Zie Num 20:21, en Num 21:24, enz.
  3. beefde de aarde, Het was alsof zich alle creaturen van onderen en van boven over uw aankomst en tegenwoordigheid ontzetten. Vergelijk Psa 68:8-9.

5 De bergen vervloten van het aangezicht des Heeren; zelfs Sinaï van het aangezicht des Heeren, des Gods van Israël.12

Original Hebrew

הָרִ֥יםהר֥יםהָרִיםהריםha.Rim[the] mountainsH2022GHNcmpa
נָזְל֖וּנזל֖ונָזְלוּנזלוna.ze.Luthey flowedH5140HVNp3cp
מִ/פְּנֵ֣ימ/פנ֣ימִ/פְּנֵימ/פניmi./pe.Neifrom/ beforeH9006H6440GHR+Ncmpc
יְהוָ֑היהו֑היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
זֶ֣הז֣הזֶהזהzehthisH2088HTm
סִינַ֔יסינ֔יסִינַיסיניsi.NaiSinaiH5514GHNpl
מִ/פְּנֵ֕ימ/פנ֕ימִ/פְּנֵימ/פניmi./pe.Neifrom/ beforeH9006H6440GHR+Ncmpc
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֱלֹהֵ֥יאלה֥יאֱלֹהֵיאלהי'e.lo.Hei[the] God ofH0430GHNcmpc
יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\Yis.ra.'ElIsraelH3478\H9016HNpl
  1. bergen vervloten Het was, of scheen niet anders dan of zulks geschiedde. Vergelijk Psa 68:15, Psa 68:17, en Psa 97:5. Men kan dit ook duiden op de heidense volken, Amorieten en Kanaänieten, aan de bergen wonende, die vanwege Israëls aankomst en de grote daden Gods die zij gehoord hadden, sidderden en beefden. Vergelijk Deu 2:25; Jos 5:1.
  2. zelfs Sinaï Alles, wat zij achter zich lieten, als Sinaï, en waar zij naar toe trokken ontstelde zich. Of, [gelijk] als Sinaï gedaan had ten tijde toen God zijn wet gaf. Vergelijk Psa 68:9.

6 In de dagen van Samgar, den zoon van Anath, in de dagen van Jaël, hielden de wegen op, en die op paden wandelden, gingen kromme wegen.1234

Original Hebrew

בִּ/ימֵ֞יב/ימ֞יבִּ/ימֵיב/ימיbi./Meiin/ [the] days ofH9003H3117GHR+Ncmpc
שַׁמְגַּ֤רשמג֤רשַׁמְגַּרשמגרsham.GarShamgarH8044HNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
עֲנָת֙ענת֙עֲנָתענת'a.NatAnathH6067HNpm
בִּ/ימֵ֣יב/ימ֣יבִּ/ימֵיב/ימיbi./Meiin/ [the] days ofH9003H3117GHR+Ncmpc
יָעֵ֔ליע֔ליָעֵליעלya.'ElJaelH3278HNpf
חָדְל֖וּחדל֖וחָדְלוּחדלוcha.de.Luthey ceasedH2308HVqp3cp
אֳרָח֑וֹתארח֑ותאֳרָחוֹתארחות'o.ra.ChotroadsH0734HNcfpa
וְ/הֹלְכֵ֣יו/הלכ֣יוְ/הֹלְכֵיו/הלכיve./ho.le.Kheiand/ walkers ofH9002H1980IHC+Vqrmpc
נְתִיב֔וֹתנתיב֔ותנְתִיבוֹתנתיבותne.ti.VotpathsH5410BHNcfpa
יֵלְכ֕וּילכ֕ויֵלְכוּילכוye.le.Khuthey walkedH1980IHVqi3mp
אֳרָח֖וֹתארח֖ותאֳרָחוֹתארחות'o.ra.ChotroadsH0734HNcfpa
עֲקַלְקַלּֽוֹת\׃עקלקלות\עֲקַלְקַלּֽוֹת\׃עקלקלות\a.kal.ka.LottwistingH6128\H9016HAafpa
  1. Samgar, Zie boven, Jdg 3:31.
  2. Jaël, Zie Jdg 4:21, enz.
  3. hielden de wegen op, Dat is, de gemene- of herenwegen waren niet te gebruiken, vanwege rovers en straatschenders.
  4. die op paden wandelden, Hebreeuws, de wandelaars der paden; dat is, die de gemene wegen plachten te gebruiken, zochten moeilijke omwegen, om de stropers en vijanden te ontgaan.

7 De dorpen hielden op in Israël, zij hielden op; totdat ik, Debora, opstond, dat ik opstond, een moeder in Israël.12

Original Hebrew

חָדְל֧וּחדל֧וחָדְלוּחדלוcha.de.Luthey ceasedH2308HVqp3cp
פְרָז֛וֹןפרז֛וןפְרָזוֹןפרזוןfe.ra.Zonrural peopleH6520HNcmsa
בְּ/יִשְׂרָאֵ֖לב/ישרא֖לבְּ/יִשְׂרָאֵלב/ישראלbe./Yis.ra.'Elin/ IsraelH9003H3478HR+Npl
חָדֵ֑לּוּחד֑לוחָדֵלּוּחדלוcha.De.luthey ceasedH2308HVqp3cp
עַ֤דע֤דעַדעד'aduntilH5704HR
שַׁ/קַּ֙מְתִּי֙ש/ק֙מתי֙שַׁ/קַּמְתִּיש/קמתיsha./Kam.tithat/ I aroseH9007H6965BHTr+Vqp1cs
דְּבוֹרָ֔הדבור֔הדְּבוֹרָהדבורהde.vo.RahDeborahH1683HHNpf
שַׁ/קַּ֥מְתִּיש/ק֥מתישַׁ/קַּמְתִּיש/קמתיsha./Kam.tithat/ I aroseH9007H6965BHTr+Vqp1cs
אֵ֖םא֖םאֵםאם'ema motherH0517HNcfsa
בְּ/יִשְׂרָאֵֽל\׃ב/ישראל\בְּ/יִשְׂרָאֵֽל\׃ב/ישראל\be./Yis.ra.'Elin/ IsraelH9003H3478\H9016HR+Npl
  1. dorpen hielden op Ongemuurde plaatsen, als vlekken, dorpen, kleine steden, omdat er niemand veilig wonen kon, zo vervielen die en lagen woest en onbewoond. Anders, de landman, of, het landvolk, inwoners der dorpen, dorpslieden
  2. een moeder in Israël Die, als een profetes, het volk, zijnde mijn discipelen [die in de Schrift kinderen der profeten genoemd worden] van Gods wil heeft onderwezen, en als een richteres, de ellende der onderdanen met moederlijk medelijden ter harte genomen en afgewend heeft.

8 Verkoos hij nieuwe goden, dan was er krijg in de poorten; werd er ook een schild gezien, of een spies, onder veertig duizend in Israël?123

Original Hebrew

יִבְחַר֙יבחר֙יִבְחַריבחרyiv.Charit choseH0977HVqi3ms
אֱלֹהִ֣יםאלה֣יםאֱלֹהִיםאלהים'E.lo.HimgodsH0430JHNcmpa
חֲדָשִׁ֔יםחדש֔יםחֲדָשִׁיםחדשיםcha.da.ShimnewH2319HHAampa
אָ֖זא֖זאָזאז'azthenH0227AHD
לָחֶ֣םלח֣םלָחֶםלחםla.ChembreadH3901HNcmsa
שְׁעָרִ֑יםשער֑יםשְׁעָרִיםשעריםshe.'a.RimgatesH8179GHNcmpa
מָגֵ֤ןמג֤ןמָגֵןמגןma.Gena shieldH4043HNcmsa
אִם\־אם\אִם\־אם\'im-ifH0518H\H9014HTc
יֵֽרָאֶה֙יראה֙יֵֽרָאֶהיראהye.ra.'Ehit was seenH7200GHVNi3ms
וָ/רֹ֔מַחו/ר֔מחוָ/רֹמַחו/רמחva./Ro.machand/ a spearH9002H7420HC+Ncmsa
בְּ/אַרְבָּעִ֥יםב/ארבע֥יםבְּ/אַרְבָּעִיםב/ארבעיםbe./'ar.ba.'Imamong/ fortyH9003H0705HR+Ncmpa
אֶ֖לֶףא֖לףאֶלֶףאלף'E.lefthousandH0505GHNcbsa
בְּ/יִשְׂרָאֵֽל\׃ב/ישראל\בְּ/יִשְׂרָאֵֽל\׃ב/ישראל\be./Yis.ra.'Elin/ IsraelH9003H3478\H9016HR+Npl
  1. hij Namelijk, Israël.
  2. nieuwe goden, De afgoden der heidenen; zo strafte God hen telkens met overlast van krijg en oorlog.
  3. schild gezien, Zij waren zo moedeloos en verslagen dat men geen tegenweer zag.

9 Mijn hart is tot wetgevers van Israël, die zich gewillig aangeboden hebben onder het volk; looft den Heere!12

Original Hebrew

לִבִּ/י֙לב/י֙לִבִּ/ילב/יli.B/iheart/ myH3820AH9020HNcmsc+Sp1bs
לְ/חוֹקְקֵ֣יל/חוקק֣ילְ/חוֹקְקֵיל/חוקקיle./cho.Kei[is] for/ [the] commanders ofH9005H2710HR+Vqrmpc
יִשְׂרָאֵ֔לישרא֔ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
הַ/מִּֽתְנַדְּבִ֖יםה/מתנדב֖יםהַ/מִּֽתְנַדְּבִיםה/מתנדביםha./mit.na.de.Vimthose/ [who] volunteeredH9009H5068HTd+Vtrmpa
בָּ/עָ֑םב/ע֑םבָּ/עָםב/עםba./'Amamong the/ peopleH9003H5971AHRd+Ncmsa
בָּרֲכ֖וּברכ֖ובָּרֲכוּברכוba.ra.KhublessH1288HVpv2mp
יְהוָֽה\׃יהוה\יְהוָֽה\׃יהוה\Yah.wehYahwehH3068G\H9016HNpt
  1. wetgevers van Israël, De oversten des volks of der stammen, die het volk door bevelen en hun exempelen gewillig en hartig hebben gemaakt.
  2. gewillig aangeboden hebben Zie boven, vs.2, en Jdg 4:6, Jdg 4:10.

10 Gij, die op witte ezelinnen rijdt, gij, die aan het gerichte zit, en gij, die over weg wandelt, spreekt er van!1234

Original Hebrew

רֹכְבֵי֩רכבי֩רֹכְבֵירכביro.khe.VeiO riders ofH7392HVqrmpc
אֲתֹנ֨וֹתאתנ֨ותאֲתֹנוֹתאתנות'a.to.Notfemale donkeysH0860HNcfpa
צְחֹר֜וֹתצחר֜ותצְחֹרוֹתצחרותtze.cho.RottawnyH6715HAafpa
יֹשְׁבֵ֧יישב֧ייֹשְׁבֵיישביyo.she.VeiO [you who] sitH3427HVqrmpc
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
מִדִּ֛יןמד֛יןמִדִּיןמדיןmi.Dincloth garmentsH4055HNcmpa
וְ/הֹלְכֵ֥יו/הלכ֥יוְ/הֹלְכֵיו/הלכיve./ho.le.Kheiand/ O walkersH9002H1980IHC+Vqrmpc
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
דֶּ֖רֶךְד֖רךדֶּרֶךְדרךDe.rekh[the] roadH1870KHNcbsa
שִֽׂיחוּ\׃שיחו\שִֽׂיחוּ\׃שיחו\Si.chutell outH7878\H9016HVqv2mp
  1. ezelinnen rijdt, Gelijk grote en aanzienlijke lieden gewoon waren te doen. Zie onder, Jdg 10:4, en Jdg 12:14.
  2. aan het gerichte zit, Anders, die gij aan Middin woont; verstaande een plaats, waar des vijands aanstoot meest gevallen is. Zie Jos 15:61.
  3. weg wandelt, Zie vs.6.
  4. spreekt er van Anders, denkt, peinst er aan.

11 Van het gedruis der schutters, tussen de plaatsen, waar men water schept, spreekt aldaar te zamen van de gerechtigheid des Heeren, van de gerechtigheden, bewezen aan zijn dorpen in Israël; toen ging des Heeren volk af tot de poorten.123456

Original Hebrew

מִ/קּ֣וֹלמ/ק֣ולמִ/קּוֹלמ/קולmi./Kolfrom/ [the] sound ofH9006H6963HHR+Ncmsc
מְחַֽצְצִ֗יםמחצצ֗יםמְחַֽצְצִיםמחצציםme.cha.TzimarchersH2686BHVprmpa
בֵּ֚יןב֚יןבֵּיןביןbeinbetweenH0996GHAcmsc
מַשְׁאַבִּ֔יםמשאב֔יםמַשְׁאַבִּיםמשאביםmash.'a.Bim[the] places for drawing waterH4857HNcmpa
שָׁ֤םש֤םשָׁםשםshamthereH8033GHD
יְתַנּוּ֙יתנו֙יְתַנּוּיתנוye.ta.Nuthey will recountH8567HVpi3mp
צִדְק֣וֹתצדק֣ותצִדְקוֹתצדקותtzid.Kot[the] righteousness<es> ofH6666HNcfpc
יְהוָ֔היהו֔היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
צִדְקֹ֥תצדק֥תצִדְקֹתצדקתtzid.Kot[the] righteousness<es> ofH6666HNcfpc
פִּרְזֹנ֖/וֹפרזנ֖/ופִּרְזֹנ/וֹפרזנ/וpir.zo.N/orural people/ hisH6520H9023HNcmsc+Sp3ms
בְּ/יִשְׂרָאֵ֑לב/ישרא֑לבְּ/יִשְׂרָאֵלב/ישראלbe./Yis.ra.'Elin/ IsraelH9003H3478HR+Npl
אָ֛זא֛זאָזאז'azthenH0227AHD
יָרְד֥וּירד֥ויָרְדוּירדוya.re.Duthey went downH3381HVqp3cp
לַ/שְּׁעָרִ֖יםל/שער֖יםלַ/שְּׁעָרִיםל/שעריםla./she.'a.Rimto the/ gatesH9005H8179GHRd+Ncmpa
עַם\־עם\עַם\־עם\'am-[the] people ofH5971A\H9014HNcmsc
יְהוָֽה\׃יהוה\יְהוָֽה\׃יהוה\Yah.wehYahwehH3068G\H9016HNpt
  1. Van het gedruis Anders, vanwege.
  2. schutters, Dat is, krijgslieden, die met gedruis aankwamen om de waterscheppers te storen en overlast aan te doen, met plunderen, roven en anderszins.
  3. spreekt aldaar te zamen Het Hebreeuwse woord wordt ook gevonden onder, Jdg 11:40.
  4. gerechtigheid des HEEREN, Dat is, de rechtvaardige daden des Heeren, door welke Hij zijn volk gewroken en van des vijands overlast bevrijd heeft. Vergelijk 1Sa 12:7; Mic 6:5, met de aantekeningen.
  5. gerechtigheden, Hebreeuws, gerechtigheden zijns dorps; dat is, bewezen aan de dorpen of landlieden. Vergelijk boven, vs.6.
  6. ging des HEEREN volk af Zij mochten weder vrijelijk of onbeschroomd de poorten uit en ingaan.

12 Waak op, waak op, Debora, waak op, waak op, spreek een lied! maak u op, Barak! en leid uw gevangenen gevangen, gij zoon van Abinoam.1

Original Hebrew

עוּרִ֤יעור֤יעוּרִיעורי'u.RiawakeH5782HVqv2fs
עוּרִי֙עורי֙עוּרִיעורי'u.RiawakeH5782HVqv2fs
דְּבוֹרָ֔הדבור֔הדְּבוֹרָהדבורהde.vo.RahO DeborahH1683HHNpf
ע֥וּרִיע֥וריעוּרִיעורי'U.riawakeH5782HVqv2fs
ע֖וּרִיע֖וריעוּרִיעורי'U.riawakeH5782HVqv2fs
דַּבְּרִי\־דברי\דַּבְּרִי\־דברי\da.be.ri-speakH1696I\H9014HVpv2fs
שִׁ֑ירש֑ירשִׁירשירShira songH7892AHNcmsa
ק֥וּםק֥וםקוּםקוםkumariseH6965BHVqv2ms
בָּרָ֛קבר֛קבָּרָקברקba.RakO BarakH1301HNpm
וּֽ/שֲׁבֵ֥הו/שב֥הוּֽ/שֲׁבֵהו/שבהu./sha.Vehand/ take captiveH9002H7617HC+Vqv2ms
שֶׁבְיְ/ךָ֖שבי/ך֖שֶׁבְיְ/ךָשבי/ךshev.ye./Khacaptive[s]/ yourH7628BH9021HNcmsc+Sp2ms
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-O son ofH1121A\H9014HNcmsc
אֲבִינֹֽעַם\׃אבינעם\אֲבִינֹֽעַם\׃אבינעם\'a.vi.No.'amAbinoamH0042\H9016HNpm
  1. uw gevangenen gevangen, Hebreeuws, uw gevangenis.

13 Toen deed Hij de overgeblevenen heersen over de heerlijken onder het volk; de Heere doet mij heersen over de geweldigen.12

Original Hebrew

אָ֚זא֚זאָזאז'azthenH0227AHD
יְרַ֣דיר֣דיְרַדירדye.Radhe went downH3381HVqp3ms
שָׂרִ֔ידשר֔ידשָׂרִידשרידsa.Rid[the] survivor[s]H8300HNcmsa
לְ/אַדִּירִ֖יםל/אדיר֖יםלְ/אַדִּירִיםל/אדיריםle./'a.di.Rimof/ [the] noblesH9005H0117HR+Aampa
עָ֑םע֑םעָםעם'Am[the] peopleH5971AHNcmsa
יְהוָ֕היהו֕היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
יְרַד\־ירד\יְרַד\־ירד\ye.rad-he went downH3381\H9014HVqp3ms
לִ֖/יל֖/ילִ/יל/יl/ito <the>/ meH9005H9030HRd+Sp1bs
בַּ/גִּבּוֹרִֽים\׃ב/גבורים\בַּ/גִּבּוֹרִֽים\׃ב/גבורים\ba./gi.bo.Rimamong the/ mighty [ones]H9003H1368\H9016HRd+Ncmpa
  1. Hij Dat is, de Heere gaf aan het overblijfsel van Israël de heerschappij over de groten en aanzienlijken des Kanaänietischen volks. Anders, Hij gaf de heerschappij des overgeblevenen [vijands] den heerlijken, of machtigen, groten des volks [Israëls]. Of, Hij deed het overgebleven volk heersen over de heerlijken
  2. doet mij heersen Of, geeft mij heerschappij.

14 Uit Efraïm was hun wortel tegen Amalek. Achter u was Benjamin onder uw volken. Uit Machir zijn de wetgevers afgetogen, en uit Zebulon, trekkende door den staf des schrijvers.123456

Original Hebrew

מִנִּ֣ימנ֣ימִנִּימניmi.Nisome ofH4480AHR
אֶפְרַ֗יִםאפר֗יםאֶפְרַיִםאפרים'ef.Ra.yimEphraimH0669GHNpm
שָׁרְשָׁ/ם֙שרש/ם֙שָׁרְשָׁ/םשרש/םsha.re.Sha/mroot/ theirH8328H9028HNcmsc+Sp3mp
בַּ/עֲמָלֵ֔קב/עמל֔קבַּ/עֲמָלֵקב/עמלקba./'a.ma.Lek[was] in/ AmalekH9003H6002GHR+Npl
אַחֲרֶ֥י/ךָאחר֥י/ךאַחֲרֶי/ךָאחרי/ך'a.cha.Rei./khaafter/ youH0310AH9031HAcmpc+Sp2ms
בִנְיָמִ֖יןבנימ֖יןבִנְיָמִיןבנימיןvin.ya.MinBenjaminH1144GHNpm
בַּֽ/עֲמָמֶ֑י/ךָב/עממ֑י/ךבַּֽ/עֲמָמֶי/ךָב/עממי/ךba./'a.ma.Mei./kha[was] among/ people<s>/ yourH9003H5971BH9021HR+Ncmpc+Sp2ms
מִנִּ֣ימנ֣ימִנִּימניmi.NifromH4480AHR
מָכִ֗ירמכ֗ירמָכִירמכירma.KhirMakirH4353GHNpm
יָֽרְדוּ֙ירדו֙יָֽרְדוּירדוya.re.Duthey came downH3381HVqp3cp
מְחֹ֣קְקִ֔יםמח֣קק֔יםמְחֹקְקִיםמחקקיםme.Cho.ke.KimcommandersH2710HVprmpa
וּ/מִ֨/זְּבוּלֻ֔ןו/מ֨/זבול֔ןוּ/מִ/זְּבוּלֻןו/מ/זבולןu./Mi./ze.vu.Lunand/ from/ ZebulunH9002H9006H2074HC+R+Npm
מֹשְׁכִ֖יםמשכ֖יםמֹשְׁכִיםמשכיםmo.she.Khim[those who] marchH4900HVqrmpa
בְּ/שֵׁ֥בֶטב/ש֥בטבְּ/שֵׁבֶטב/שבטbe./She.vetwith/ [the] staff ofH9003H7626GHR+Ncmsc
סֹפֵֽר\׃ספר\סֹפֵֽר\׃ספר\so.Fera muster-officerH5608B\H9016HNcmsa
  1. Efraïm Hier verhaalt Debora hoe de stammen zich in deze hebben gekweten; toeschrijvende lof en schande naar ieders verdienste.
  2. wortel tegen Amalek Dit verstaan sommigen van Debora, wonende op het gebergte Efraïms, boven, Jdg 4:5; die door Gods genade als de wortel en oorsprong was van dit ganse werk tegen de Kanaänieten, die ten aanzien hunner vijandschap en uitroeiing met Amalek mogen worden vergeleken. Anderen duiden het op Jozua, die ook uit Efraïm was en Amalek overwon, Exo 17:13. Anders, welker wortel is bij Amalek; dat is, Juda en Simeon, welker begin zich van Efraïms gebergte uitstrekte tot aan Amalek, gelijk te zien is uit vergelijking van boven, Jdg 1:16, met 1Sa 15:6.
  3. Achter u was Benjamin Dat is, de stam van Benjamin volgde U, o Heere, mede na, onder uw ander volk. Sommigen duiden het op Efraïm, dien Benjamin gevolgd heeft.
  4. Machir Dat is, de stam van Manasse, wiens eerstgeboren zoon Machir was, Jos 17:1.
  5. wetgevers afgetogen, Dat is, oudsten en richters des volks.
  6. trekkende Te weten, het volk tot haar. Zie boven, Jdg 4:6. Anders, die met den straf, of de pen des schrijvers trokken; dat is, met de schrijfpen omgingen, of door middel van brieven of missieven het volk bijeentrokken of deden vergaderen. Vergelijk boven, Jdg 4:6.

15 Ook waren de vorsten in Issaschar met Debora; en gelijk Issaschar, alzo was Barak; op zijn voeten werd hij gezonden in het dal. In Rubens gedeelten waren de inbeeldingen des harten groot.1234

Original Hebrew

וְ/שָׂרַ֤/יו/שר֤/יוְ/שָׂרַ/יו/שר/יve./sa.Ra/iand/ princes/ myH9002H8269H9020HC+Ncmpc+Sp1bs
בְּ/יִשָּׂשכָר֙ב/יששכר֙בְּ/יִשָּׂשכָרב/יששכרbe./yi.sa.sh.Kharin/ IssacharH9003H3485GHR+Npm
עִם\־עם\עִם\־עם\'im-[were] withH5973A\H9014HR
דְּבֹרָ֔הדבר֔הדְּבֹרָהדברהde.vo.RahDeborahH1683HHNpf
וְ/יִשָּׂשכָר֙ו/יששכר֙וְ/יִשָּׂשכָרו/יששכרve./yi.sa.sh.Kharand/ IssacharH9002H3485GHC+Npm
כֵּ֣ןכ֣ןכֵּןכןkensoH3651CHD
בָּרָ֔קבר֔קבָּרָקברקba.RakBarakH1301HNpm
בָּ/עֵ֖מֶקב/ע֖מקבָּ/עֵמֶקב/עמקba./'E.mekin the/ valleyH9003H6010RHRd+Ncmsa
שֻׁלַּ֣חשל֣חשֻׁלַּחשלחshu.Lachhe was sentH7971GHVPp3ms
בְּ/רַגְלָ֑י/וב/רגל֑י/ובְּ/רַגְלָי/וב/רגלי/וbe./rag.La/vat/ feet/ hisH9003H7272H9023HR+Ncfdc+Sp3ms
בִּ/פְלַגּ֣וֹתב/פלג֣ותבִּ/פְלַגּוֹתב/פלגותbi/f.la.Gotamong/ [the] divisions ofH9003H6391HR+Ncfpc
רְאוּבֵ֔ןראוב֔ןרְאוּבֵןראובןre.'u.VenReubenH7205HNpm
גְּדֹלִ֖יםגדל֖יםגְּדֹלִיםגדליםge.do.Lim[were] greatH1419AHAampa
חִקְקֵי\־חקקי\חִקְקֵי\־חקקי\chi.kei-resolves ofH2711\H9014HNcmpc
לֵֽב\׃לב\לֵֽב\׃לב\LevheartH3820A\H9016HNcmsa
  1. de vorsten Anders, mijn vorsten.
  2. op zijn voeten Zie boven, Jdg 4:10, Jdg 4:14.
  3. gedeelten Ruben, wonende aan de andere zijde der Jordaan, zich houdende als afgezonderd van zijn broeders.
  4. inbeeldingen des harten groot Of, inzettingen, opzetten, besluitingen; dat is, zij waren zeer traag, zwaarmoedig, hebbende [zoals men zegt] grote wijsheid in het hoofd, en voorwendende veel zwarigheden, die hen ophielden en verhinderden, dat zij hun broeders niet te hulp kwamen, maar zich tussen beiden, als neutraal hielden, hun particulier belang meer achtende dan het algemene. Anders, over, of van Rubens afzonderingen zijne grote gedachten des harten, dat is, daarover valt veel na te denken en te verwonderen; alzo in vs.16. Sommigen menen dat hier geroemd wordt de grote vromigheid die zij tevoren bewezen hadden in het trekken over de Jordaan voor hun broeders, waarmede deze hun slapheid niet overeenkwam.

16 Waarom bleeft gij zitten tussen de stallingen, om te horen het geblaat der kudden? De gedeelten van Ruben hadden grote onderzoekingen des harten.1234

Original Hebrew

לָ֣/מָּהל֣/מהלָ/מָּהל/מהLa./mah<to>/ why?H9005H4100HR+Pi
יָשַׁ֗בְתָּיש֗בתיָשַׁבְתָּישבתya.Shav.tadid you sitH3427HVqp2ms
בֵּ֚יןב֚יןבֵּיןביןbeinbetweenH0996HHAcmsc
הַֽ/מִּשְׁפְּתַ֔יִםה/משפת֔יםהַֽ/מִּשְׁפְּתַיִםה/משפתיםha./mish.pe.Ta.yimthe/ fire-placesH9009H4942HTd+Ncmda
לִ/שְׁמֹ֖עַל/שמ֖עלִ/שְׁמֹעַל/שמעli/sh.Mo.a'to/ hearH9005H8085GHR+Vqcc
שְׁרִק֣וֹתשרק֣ותשְׁרִקוֹתשרקותshe.ri.Kot[the] whistling ofH8292HNcfpc
עֲדָרִ֑יםעדר֑יםעֲדָרִיםעדרים'a.da.Rim[the] flocksH5739HNcmpa
לִ/פְלַגּ֣וֹתל/פלג֣ותלִ/פְלַגּוֹתל/פלגותli/f.la.Gotto/ [the] divisions ofH9005H6391HR+Ncfpc
רְאוּבֵ֔ןראוב֔ןרְאוּבֵןראובןre.'u.VenReubenH7205HNpm
גְּדוֹלִ֖יםגדול֖יםגְּדוֹלִיםגדוליםge.do.Lim[were] greatH1419AHAampa
חִקְרֵי\־חקרי\חִקְרֵי\־חקרי\chik.rei-searchings ofH2714\H9014HNcmpc
לֵֽב\׃לב\לֵֽב\׃לב\LevheartH3820A\H9016HNcmsa
  1. gij zitten Of, Ruben. Deze stam was rijk aan vee. Zie Num 32:1, enz.
  2. stallingen, Of, twee rijen kooien, of stallen. Het Hebreeuwse woord schijnt daarop te zien, dat de stallen en kooien in twee rijen tegenover elkander [gelijk men nu ook gemeenlijk doet] gemaakt waren, tussen welke men doorging, en elk zijn voeder bekwamelijk kon geven. Anders, tussen twee lasten, gelijk een ezel, die, aan beide zijden beladen zijnde, zich nederlegt om te rusten. Vergelijk Gen 49:14.
  3. het geblaat der kudden? Of, schuifelingen, sijfelingen, pijpingen, sissingen.
  4. onderzoekingen des harten Zie op vs.15.

17 Gilead bleef aan gene zijde van de Jordaan; en Dan, waarom onthield hij zich in schepen! Aser zat aan de zeehaven, en bleef in zijn gescheurde plaatsen.123

Original Hebrew

גִּלְעָ֗דגלע֗דגִּלְעָדגלעדgil.'AdGileadH1568GHNpl
בְּ/עֵ֤בֶרב/ע֤ברבְּ/עֵבֶרב/עברbe./'E.veron/ [the] other side ofH9003H5676HHR+Ncmsc
הַ/יַּרְדֵּן֙ה/ירדן֙הַ/יַּרְדֵּןה/ירדןhai./yar.Denthe/ JordanH9009H3383HTd+Npl
שָׁכֵ֔ןשכ֔ןשָׁכֵןשכןsha.Khenhe dweltH7931HVqp3ms
וְ/דָ֕ןו/ד֕ןוְ/דָןו/דןve./Danand/ DanH9002H1835GHC+Npl
לָ֥/מָּהל֥/מהלָ/מָּהל/מהLa./mah<to>/ why?H9005H4100HR+Pi
יָג֖וּריג֖וריָגוּריגורya.Gurdid he sojournH1481AHVqi3ms
אֳנִיּ֑וֹתאני֑ותאֳנִיּוֹתאניות'o.ni.YotshipsH0591HNcfpa
אָשֵׁ֗ראש֗ראָשֵׁראשר'a.SherAsherH0836HNpm
יָשַׁב֙ישב֙יָשַׁבישבya.Shavhe remainedH3427HVqp3ms
לְ/ח֣וֹףל/ח֣וףלְ/חוֹףל/חוףle./Chofto/ [the] coast ofH9005H2348HR+Ncmsc
יַמִּ֔יםימ֔יםיַמִּיםימיםya.Mim[the] seasH3220GHNcmpa
וְ/עַ֥לו/ע֥לוְ/עַלו/עלve./'Aland/ atH9002H5921AHC+R
מִפְרָצָ֖י/ומפרצ֖י/ומִפְרָצָי/ומפרצי/וmif.ra.Tza/vlanding places/ hisH4664H9023HNcmpc+Sp3ms
יִשְׁכּֽוֹן\׃ישכון\יִשְׁכּֽוֹן\׃ישכון\yish.Konhe dweltH7931\H9016HVqi3ms
  1. Gilead Dat is, de Gileadieten, waardoor verstaan wordt de halve stam van Manasse, wonende aan gene zijde der Jordaan. Gilead was een zoon van Machir. Zie Jos 17:1, Jos 17:3. Anders kan men ook door Gilead tezamen verstaan Ruben, Gad en den voornoemden halven stam van Manasse, als wonende in Gilead. Zie Num 32:5, Num 32:29, Num 32:33.
  2. schepen De erfenissen van Dan en Aser waren merendeels gelegen aan de zee. Zie van Dan Jos 19:40, Jos 19:46, en van Aser ook aldaar Jos 19:24, Jos 19:26. Deze stammen waren in dezen krijg ook tehuis gebleven, om het gevaar te ontgaan, of zich met hun have in schepe, of op hoge rotsen te redden.
  3. gescheurde plaatsen Dat is, in steden en vlekken, die vervallen en niet wel bemuurd waren, of in kreken, die door den vloed der zee in het land scheuren. Anders, op zijn kloven of hoge rotsen.

18 Zebulon, het is een volk, dat zijn ziel versmaad heeft ter dood, insgelijks Nafthali, op de hoogten des velds.123

Original Hebrew

זְבֻל֗וּןזבל֗וןזְבֻלוּןזבלוןze.vu.LunZebulunH2074HNpm
עַ֣םע֣םעַםעם'am[was] a peopleH5971AHNcmsa
חֵרֵ֥ףחר֥ףחֵרֵףחרףche.Ref[which] it despisedH2778AHVpp3ms
נַפְשׁ֛/וֹנפש֛/ונַפְשׁ/וֹנפש/וnaf.Sh/olife/ itsH5315HH9023HNcfsc+Sp3ms
לָ/מ֖וּתל/מ֖ותלָ/מוּתל/מותla./Mutto/ dieH9005H4191HR+Vqcc
וְ/נַפְתָּלִ֑יו/נפתל֑יוְ/נַפְתָּלִיו/נפתליve./naf.ta.Liand/ NaphtaliH9002H5321GHC+Npm
עַ֖לע֖לעַלעל'alonH5921AHR
מְרוֹמֵ֥ימרומ֥ימְרוֹמֵימרומיme.ro.Mei[the] heights ofH4791HNcmpc
שָׂדֶֽה\׃שדה\שָׂדֶֽה\׃שדה\sa.Deh[the] fieldH7704G\H9016HNcmsa
  1. zijn ziel Dat is, zijn leven, hun personen, alzo ter dood gewaagd hebben, dat zij het leven schenen te verachten, en gewilliglijk zich daarheen te begeven, tot Israëls verlossing. Zie van het woord versmaden Job 27:6.
  2. ter dood, Hebreeuws, tot sterven.
  3. op de hoogten des velds Dat is, op den berg Thabor zich houdende bij Barak, en met hem ten strijde moediglijk aftrekkende. Zie boven, Jdg 4:10, Jdg 4:14.

19 De koningen kwamen, zij streden; toen streden de koningen van Kanaän, te Thaanach aan de wateren van Megiddo; zij brachten geen gewin des zilvers daarvan.12

Original Hebrew

בָּ֤אוּב֤אובָּאוּבאוBa.'uthey cameH0935GHVqp3cp
מְלָכִים֙מלכים֙מְלָכִיםמלכיםme.la.KhimkingsH4428GHNcmpa
נִלְחָ֔מוּנלח֔מונִלְחָמוּנלחמוnil.Cha.muthey foughtH3898AHVNp3cp
אָ֤זא֤זאָזאז'azthenH0227AHD
נִלְחֲמוּ֙נלחמו֙נִלְחֲמוּנלחמוnil.cha.Muthey foughtH3898AHVNp3cp
מַלְכֵ֣ימלכ֣ימַלְכֵימלכיmal.Khei[the] kings ofH4428GHNcmpc
כְנַ֔עַןכנ֔עןכְנַעַןכנעןkhe.Na.'anCanaanH3667AHNpl
בְּ/תַעְנַ֖ךְב/תענ֖ךבְּ/תַעְנַךְב/תענךbe./ta'.Nakhat/ TaanachH9003H8590HR+Npl
עַל\־על\עַל\־על\'al-atH5921A\H9014HR
מֵ֣ימ֣ימֵימיmei[the] waters ofH4325GHNcmpc
מְגִדּ֑וֹמגד֑ומְגִדּוֹמגדוme.gi.DoMegiddoH4023HNpl
בֶּ֥צַעב֥צעבֶּצַעבצעBe.tza'profit ofH1215HNcmsc
כֶּ֖סֶףכ֖סףכֶּסֶףכסףKe.sefsilverH3701GHNcmsa
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
לָקָֽחוּ\׃לקחו\לָקָֽחוּ\׃לקחו\la.Ka.chuthey tookH3947H\H9016HVqp3cp
  1. Tháänach Plaatsen, behorende tot den halven stam van Manasse. Zie boven, Jdg 1:27, en vergelijk Jos 17:11.
  2. zilvers daarvan Of, gelds. Anders, zij brachten niet een stukje zilver daarvan, daar zij groten buit meenden te halen.

20 Van den hemel streden zij, de sterren uit haar loopplaatsen streden tegen Sisera.1

Original Hebrew

מִן\־מן\מִן\־מן\min-fromH4480A\H9014HR
שָׁמַ֖יִםשמ֖יםשָׁמַיִםשמיםsha.Ma.yimheavenH8064HNcmpa
נִלְחָ֑מוּנלח֑מונִלְחָמוּנלחמוnil.Cha.muthey foughtH3898AHVNp3cp
הַ/כּֽוֹכָבִים֙ה/כוכבים֙הַ/כּֽוֹכָבִיםה/כוכביםha./ko.kha.Vimthe/ starsH9009H3556HTd+Ncmpa
מִ/מְּסִלּוֹתָ֔/םמ/מסלות֔/םמִ/מְּסִלּוֹתָ/םמ/מסלות/םmi./me.si.lo.Ta/mfrom/ highways/ theirH9006H4546H9028HR+Ncfpc+Sp3mp
נִלְחֲמ֖וּנלחמ֖ונִלְחֲמוּנלחמוnil.cha.Muthey foughtH3898AHVNp3cp
עִם\־עם\עִם\־עם\'im-withH5973A\H9014HR
סִיסְרָֽא\׃סיסרא\סִיסְרָֽא\׃סיסרא\si.se.Ra'SiseraH5516G\H9016HNpm
  1. Van den hemel streden zij, Met deze manieren van spreken wordt te kennen gegeven, dat God van boven en beneden, door velerlei creaturen en middelen tegen Sisera en zijn heirleger gestreden heeft.

21 De beek Kison wentelde hen weg, de beek Kedumin, de beek Kison; vertreed, o mijn ziel! de sterken.1234

Original Hebrew

נַ֤חַלנ֤חלנַחַלנחלNa.chal[the] wadi ofH5158AHNcmsc
קִישׁוֹן֙קישון֙קִישׁוֹןקישוןki.shOnKishonH7028HNpl
גְּרָפָ֔/םגרפ֔/םגְּרָפָ/םגרפ/םge.ra.Fa/mit swept away/ themH1640H9038HVqp3ms+Sp3mp
נַ֥חַלנ֥חלנַחַלנחלNa.chala wadi ofH5158AHNcmsc
קְדוּמִ֖יםקדומ֖יםקְדוּמִיםקדומיםke.du.Mimancient timesH6917HNcmpa
נַ֣חַלנ֣חלנַחַלנחלNa.chal[the] wadi ofH5158AHNcmsc
קִישׁ֑וֹןקיש֑וןקִישׁוֹןקישוןki.ShonKishonH7028HNpl
תִּדְרְכִ֥יתדרכ֥יתִּדְרְכִיתדרכיtid.re.Khiyou will marchH1869HVqi2fs
נַפְשִׁ֖/ינפש֖/ינַפְשִׁ/ינפש/יnaf.Sh/iO self/ myH5315GH9020HNcfsc+Sp1bs
עֹֽז\׃עז\עֹֽז\׃עז\'OzstrengthH5797\H9016HNcmsa
  1. wentelde hen weg, Of, veegde hen, keerde hen weg, door verbolgenheid van den stroom, die van boven door storm en onweder was verwekt.
  2. beek Kedumin, Lopende van het gebergte in de beek Kison, naar uitwijzen van de kaart. Anders, beek der oudheden; dat is, zeer oude beek, die vanouds, van den beginne af geweest, en van God daartoe gemaakt en behouden is.
  3. vertreed, Dat is, veracht de macht des vijands. Anders, mijn ziel trad op de sterken; door het gebed en Gods ingeven vertrouwende, dat zij als vertreden en onder de voeten gelegd zouden worden.
  4. de sterken Hebreeuws, de sterkte; te weten des machtigen vijands, die nu onder onze voeten gelegd is.

22 Toen werden de paardenhoeven verpletterd, van het rennen, het rennen zijner machtigen.12

Original Hebrew

אָ֥זא֥זאָזאז'azthenH0227AHD
הָלְמ֖וּהלמ֖והָלְמוּהלמוhal.Muthey struckH1986HVqp3cp
עִקְּבֵי\־עקבי\עִקְּבֵי\־עקבי\'i.ke.vei-[the] heels ofH6119\H9014HNcmpc
ס֑וּסס֑וססוּססוסSushorse[s]H5483MHNcmsa
מִֽ/דַּהֲר֖וֹתמ/דהר֖ותמִֽ/דַּהֲרוֹתמ/דהרותmi./da.ha.Rotfrom/ [the] gallopingH9006H1726HR+Ncfpa
דַּהֲר֥וֹתדהר֥ותדַּהֲרוֹתדהרותda.ha.Rot[the] galloping ofH1726HNcfpc
אַבִּירָֽי/ו\׃אבירי/ו\אַבִּירָֽי/ו\׃אבירי/ו\'a.bi.Ra/vmighty [horses]/ hisH0047HH9023\H9016HAampc+Sp3ms
  1. rennen Of, stampen, draven, trotteren, klateren; dat is, van het veel en haastig lopen en rennen.
  2. machtigen Die, de vlucht nemende, door snelheid hunner paarden meenden te ontkomen, doch tevergeefs.

23 Vloekt Meroz, zegt de Engel des Heeren, vloekt haar inwoners geduriglijk; omdat zij niet gekomen zijn tot de hulp des Heeren, tot de hulp des Heeren, met de helden.12345

Original Hebrew

א֣וֹרוּא֣ורואוֹרוּאורו'o.rucurseH0779HVqv2mp
מֵר֗וֹזמר֗וזמֵרוֹזמרוזme.RozMerozH4789HNpl
אָמַר֙אמר֙אָמַראמר'a.Marhe saysH0559HVqp3ms
מַלְאַ֣ךְמלא֣ךמַלְאַךְמלאךmal.'Akh[the] angel ofH4397HHNcmsc
יְהוָ֔היהו֔היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֹ֥רוּא֥רואֹרוּארו'O.rucurseH0779HVqv2mp
אָר֖וֹראר֖וראָרוֹרארור'a.Rorcontinuously <to curse>H0779HVqaa
יֹשְׁבֶ֑י/הָישב֑י/היֹשְׁבֶי/הָישבי/הyo.she.Vei./hainhabitants/ itsH3427H9024HVqrmpc+Sp3fs
כִּ֤יכ֤יכִּיכיkiforH3588AHTc
לֹֽא\־לא\לֹֽא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
בָ֙אוּ֙ב֙או֙בָאוּבאוva.'uthey cameH0935GHVqp3cp
לְ/עֶזְרַ֣תל/עזר֣תלְ/עֶזְרַתל/עזרתle./'ez.Ratto/ [the] help ofH9005H5833HR+Ncfsc
יְהוָ֔היהו֔היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
לְ/עֶזְרַ֥תל/עזר֥תלְ/עֶזְרַתל/עזרתle./'ez.Ratto/ [the] help ofH9005H5833HR+Ncfsc
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
בַּ/גִּבּוֹרִֽים\׃ב/גבורים\בַּ/גִּבּוֹרִֽים\׃ב/גבורים\ba./gi.bo.Rimon the/ mighty [ones]H9003H1368\H9016HRd+Ncmpa
  1. Meroz, Een stad of landstreek, nabij de beek Kison, niet ver van de plaats, waar de slag geschied is, aan de zuidelijke grenzen van Issaschar.
  2. Engel des HEEREN, Vergelijk onder, Jdg 6:11, enz.
  3. vloekt haar inwoners geduriglijk; Hebreeuws, vloekt vloekende.
  4. des HEEREN, tot de hulp des HEEREN, Dat is, tot Israëls hulp, die de Heere bevolen en beschikt heeft. Of, tot de hulp van des Heeren volk. Anders is het menselijkerwijze gesproken van God, die eigenlijk niemands hulp van doen heeft.
  5. de helden Die Barak en Debora gevolgd zijn.

24 Gezegend zij boven de vrouwen Jaël, de huisvrouw van Heber, den Keniet; gezegend zij ze boven de vrouwen in de tent!123

Original Hebrew

תְּבֹרַךְ֙תברך֙תְּבֹרַךְתברךte.vo.raKhshe will be blessedH1288HVPi3fs
מִ/נָּשִׁ֔יםמ/נש֔יםמִ/נָּשִׁיםמ/נשיםmi./na.Shimmore than/ womenH9006H0802GHR+Ncmpa
יָעֵ֕ליע֕ליָעֵליעלya.'ElJaelH3278HNpf
אֵ֖שֶׁתא֖שתאֵשֶׁתאשת'E.shet[the] wife ofH0802HHNcfsc
חֶ֣בֶרח֣ברחֶבֶרחברChe.verHeberH2268HHNpm
הַ/קֵּינִ֑יה/קינ֑יהַ/קֵּינִיה/קיניha./kei.Nithe/ KeniteH9009H7017HTd+Ngmsa
מִ/נָּשִׁ֥יםמ/נש֥יםמִ/נָּשִׁיםמ/נשיםmi./na.Shimmore than/ womenH9006H0802GHR+Ncmpa
בָּ/אֹ֖הֶלב/א֖הלבָּ/אֹהֶלב/אהלba./'O.helin the/ tentH9003H0168GHRd+Ncmsa
תְּבֹרָֽךְ\׃תברך\תְּבֹרָֽךְ\׃תברך\te.vo.Rakhshe will be blessedH1288\H9016HVPi3fs
  1. Gezegend Zie Gen 14:19.
  2. de vrouwen Jaël, Te weten, andere vrouwen; alzo in het volgende.
  3. in de tent Dat is, in haar tent, waar zij dat loffelijk werk gedaan had. Of [die] in tenten [wonen].

25 Water eiste hij, melk gaf zij; in een herenschaal bracht zij boter.12

Original Hebrew

מַ֥יִםמ֥יםמַיִםמיםMa.yimwaterH4325GHNcmpa
שָׁאַ֖לשא֖לשָׁאַלשאלsha.'Alhe askedH7592HVqp3ms
חָלָ֣בחל֣בחָלָבחלבcha.LavmilkH2461HNcmsa
נָתָ֑נָהנת֑נהנָתָנָהנתנהna.Ta.nahshe gaveH5414GHVqp3fs
בְּ/סֵ֥פֶלב/ס֥פלבְּ/סֵפֶלב/ספלbe./Se.felin/ a bowl ofH9003H5602HR+Ncmsc
אַדִּירִ֖יםאדיר֖יםאַדִּירִיםאדירים'a.di.RimnoblesH0117HAampa
הִקְרִ֥יבָההקר֥יבההִקְרִיבָההקריבהhik.Ri.vahshe brought nearH7126HHVhp3fs
חֶמְאָֽה\׃חמאה\חֶמְאָֽה\׃חמאה\chem.'Ahcurd<s>H2529A\H9016HNcfsa
  1. herenschaal Hebreeuws, in een schaal der heerlijken; dat is, in een zulke grote schaal, als doorluchtige, grootmachtige heren en vorsten wel plegen te gebruiken.
  2. boter Anders, botermelk, melk waar de boter nog in was.

26 Haar hand sloeg zij aan den nagel, en haar rechterhand aan den hamer der arbeidslieden; en zij klopte Sisera; zij streek zijn hoofd af, als zij zijn slaap had doorgenageld en doorgedrongen.123

Original Hebrew

יָדָ/הּ֙יד/ה֙יָדָ/הּיד/הya.Da/hhand/ herH3027GH9024HNcbsc+Sp3fs
לַ/יָּתֵ֣דל/ית֣דלַ/יָּתֵדל/יתדla/i.ya.Tedto the/ pegH9005H3489HRd+Ncfsa
תִּשְׁלַ֔חְנָהתשל֔חנהתִּשְׁלַחְנָהתשלחנהtish.Lach.nahthey stretched outH7971KHVqi3fs
וִֽ/ימִינָ֖/הּו/ימינ֖/הוִֽ/ימִינָ/הּו/ימינ/הvi./mi.Na/hand/ right [hand]/ herH9002H3225GH9024HC+Ncfsc+Sp3fs
לְ/הַלְמ֣וּתל/הלמ֣ותלְ/הַלְמוּתל/הלמותle./hal.Mutto/ a hammer ofH9005H1989HR+Ncfsc
עֲמֵלִ֑יםעמל֑יםעֲמֵלִיםעמלים'a.me.LimworkmenH6001AHAampa
וְ/הָלְמָ֤הו/הלמ֤הוְ/הָלְמָהו/הלמהve./hal.Mahand/ she struckH9001H1986Hc+Vqq3fs
סִֽיסְרָא֙סיסרא֙סִֽיסְרָאסיסראsi.se.Ra'SiseraH5516GHNpm
מָחֲקָ֣המחק֣המָחֲקָהמחקהma.cha.Kahshe shatteredH4277HVqp3fs
רֹאשׁ֔/וֹראש֔/ורֹאשׁ/וֹראש/וro.Sh/ohead/ hisH7218AH9023HNcmsc+Sp3ms
וּ/מָחֲצָ֥הו/מחצ֥הוּ/מָחֲצָהו/מחצהu./ma.cha.Tzahand/ she smashedH9001H4272Hc+Vqq3fs
וְ/חָלְפָ֖הו/חלפ֖הוְ/חָלְפָהו/חלפהve./chal.Fahand/ she piercedH9001H2498Hc+Vqq3fs
רַקָּתֽ/וֹ\׃רקת/ו\רַקָּתֽ/וֹ\׃רקת/ו\ra.ka.T/otemple/ hisH7541H9023\H9016HNcfsc+Sp3ms
  1. hand sloeg zij aan den nagel, Te weten, de linkerhand; of aldus: haar handen strekten zich uit, de ene aan de nagel, de rechter aan den hamer der arbeidslieden
  2. zij streek zijn hoofd af, Het Hebreeuwse woord wordt bij de Hebreën eigenlijk gebruikt van het afstrijken der maten, die te vol of opgehoopt zijn. De zin is: dat zij hem het hoofd heeft afgesneden.
  3. doordrongen Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk veranderen, ten goede of ten kwade; en voorts doorgaan, doordringen, van het ene tot het andere, idem, verderven.

27 Tussen haar voeten kromde hij zich, viel henen, lag daar neder; tussen haar voeten kromde hij zich; hij viel; alwaar hij zich kromde, daar lag hij geheel geschonden!12

Original Hebrew

בֵּ֣יןב֣יןבֵּיןביןbeinbetweenH0996GHAcmsc
רַגְלֶ֔י/הָרגל֔י/הרַגְלֶי/הָרגלי/הrag.Lei./hafeet/ herH7272H9024HNcfdc+Sp3fs
כָּרַ֥עכר֥עכָּרַעכרעka.Ra'he bowed downH3766HVqp3ms
נָפַ֖לנפ֖לנָפַלנפלna.Falhe fellH5307JHVqp3ms
שָׁכָ֑בשכ֑בשָׁכָבשכבsha.Khavhe lay downH7901GHVqp3ms
בֵּ֤יןב֤יןבֵּיןביןbeinbetweenH0996GHAcmsc
רַגְלֶ֙י/הָ֙רגל֙י/ה֙רַגְלֶי/הָרגלי/הrag.Lei./hafeet/ herH7272H9024HNcfdc+Sp3fs
כָּרַ֣עכר֣עכָּרַעכרעka.Ra'he bowed downH3766HVqp3ms
נָפָ֔לנפ֔לנָפָלנפלna.Falhe fellH5307JHVqp3ms
בַּ/אֲשֶׁ֣רב/אש֣רבַּ/אֲשֶׁרב/אשרba./'a.Sherat/ whereH9003H0834BHR+Tr
כָּרַ֔עכר֔עכָּרַעכרעka.Ra'he bowed downH3766HVqp3ms
שָׁ֖םש֖םשָׁםשםshamthereH8033GHD
נָפַ֥לנפ֥לנָפַלנפלna.Falhe fellH5307JHVqp3ms
שָׁדֽוּד\׃שדוד\שָׁדֽוּד\׃שדוד\sha.DuddestroyedH7703\H9016HVqsmsa
  1. kromde hij zich, Vanwege de pijn; of pogende zich op te richten, doch terstond daarheen vallende, enz.
  2. geheel geschonden Hebreeuws eigenlijk, verwoest; dat is, gans beroofd en ten enenmale verdorven. Want zulk een machtig en trots krijgsoverste, te voet gevlucht, verbaasd, vermoeid en door een vrouw verstoken en toegedekt zijnde, lag daar doornageld, gekromd, bebloed en dood.

28 De moeder van Sisera keek uit door het venster, en schreeuwde door de traliën: Waarom vertoeft zijn wagen te komen! Waarom blijven de gangen zijner wagenen achter?12

Original Hebrew

בְּעַד֩בעד֩בְּעַדבעדbe.'AdthroughH1157HAcbsc
הַ/חַלּ֨וֹןה/חל֨וןהַ/חַלּוֹןה/חלוןha./cha.Lonthe/ windowH9009H2474HTd+Ncmsa
נִשְׁקְפָ֧הנשקפ֧הנִשְׁקְפָהנשקפהnish.ke.Fahshe looked downH8259HVNp3fs
וַ/תְּיַבֵּ֛בו/תיב֛בוַ/תְּיַבֵּבו/תיבבva./te.ya.Bevand/ she lamentedH9001H2980Hc+Vpw3fs
אֵ֥םא֥םאֵםאם'em[the] mother ofH0517HNcfsc
סִֽיסְרָ֖אסיסר֖אסִֽיסְרָאסיסראsis.Ra'SiseraH5516GHNpm
בְּעַ֣דבע֣דבְּעַדבעדbe.'AdthroughH1157HAcbsc
הָֽ/אֶשְׁנָ֑בה/אשנ֑בהָֽ/אֶשְׁנָבה/אשנבha./'esh.Navthe/ widow-latticeH9009H0822HTd+Ncmsa
מַדּ֗וּעַמד֗ועמַדּוּעַמדועma.Du.a'why?H4069HTi
בֹּשֵׁ֤שׁבש֤שבֹּשֵׁשׁבששbo.Sheshhas it delayedH0954HVpp3ms
רִכְבּ/וֹ֙רכב/ו֙רִכְבּ/וֹרכב/וrikh.B/ochariot/ hisH7393GH9023HNcmsc+Sp3ms
לָ/ב֔וֹאל/ב֔ואלָ/בוֹאל/בואla./Vo'to/ comeH9005H0935GHR+Vqcc
מַדּ֣וּעַמד֣ועמַדּוּעַמדועma.Du.a'why?H4069HTi
אֶֽחֱר֔וּאחר֔ואֶֽחֱרוּאחרו'e.che.Ruhave they delayedH0309HVpp3cp
פַּעֲמֵ֖יפעמ֖יפַּעֲמֵיפעמיpa.'a.Mei[the] hoof-beats ofH6471HNcmpc
מַרְכְּבוֹתָֽי/ו\׃מרכבותי/ו\מַרְכְּבוֹתָֽי/ו\׃מרכבותי/ו\mar.ke.vo.Ta/vchariots/ hisH4818H9023\H9016HNcfpc+Sp3ms
  1. traliën Of, door een kijkvenstertje.
  2. wagenen achter? Hebreeuws, de gangen, de voeten, of, voetstappen zijner wagens.

29 De wijsten harer staatsvrouwen antwoordden; ook beantwoordde zij haar redenen aan zichzelve:12

Original Hebrew

חַכְמ֥וֹתחכמ֥ותחַכְמוֹתחכמותchakh.Mot[the] wise [women] ofH2450HAafpc
שָׂרוֹתֶ֖י/הָשרות֖י/השָׂרוֹתֶי/הָשרותי/הsa.ro.Tei./hanoble ladies/ herH8282H9024HNcfpc+Sp3fs
תַּעֲנֶ֑ינָּהתענ֑ינהתַּעֲנֶינָּהתענינהta.'a.Nei.nahthey answeredH6030BHVqi3fp
אַף\־אף\אַף\־אף\'af-alsoH0637\H9014HTj
הִ֕יאה֕יאהִיאהיאhi'sheH1931HPp3fs
תָּשִׁ֥יבתש֥יבתָּשִׁיבתשיבta.Shivshe brought backH7725MHVhi3fs
אֲמָרֶ֖י/הָאמר֖י/האֲמָרֶי/הָאמרי/ה'a.ma.Rei./hawords/ herH0561H9024HNcmpc+Sp3fs
לָֽ/הּ\׃ל/ה\לָֽ/הּ\׃ל/ה\La/hto <the>/ herselfH9005H9034\H9016HRd+Sp3fs
  1. De wijsten Anders, een iegelijk van haar wijze staatsvrouwen antwoordde haar.
  2. staatsvrouwen Anders, vorstinnen.

30 Zouden zij dan den buit niet vinden en delen? een liefje, of twee liefjes, voor iegelijken man? Voor Sisera een buit van verscheidene verven, een buit van verscheidene verven, gestikt; van verscheiden verf aan beide zijden gestikt, voor de buithalzen?12345

Original Hebrew

הֲ/לֹ֨אה/ל֨אהֲ/לֹאה/לאha./Lo'¿/ notH9008H3808HTi+Tn
יִמְצְא֜וּימצא֜ויִמְצְאוּימצאוyim.tze.'Uare they findingH4672HVqi3mp
יְחַלְּק֣וּיחלק֣ויְחַלְּקוּיחלקוye.cha.le.Kuare they dividing up?H2505AHVpi3mp
שָׁלָ֗לשל֗לשָׁלָלשללsha.LalplunderH7998HNcmsa
רַ֤חַםר֤חםרַחַםרחםRa.chama wombH7356AHNcmsa
רַחֲמָתַ֙יִם֙רחמת֙ים֙רַחֲמָתַיִםרחמתיםra.cha.ma.Ta.yimtwo wombsH7356AHNcfda
לְ/רֹ֣אשׁל/ר֣אשלְ/רֹאשׁל/ראשle./Roshfor/ [the] head ofH9005H7218AHR+Ncmsc
גֶּ֔בֶרג֔ברגֶּבֶרגברGe.vera manH1397HNcmsa
שְׁלַ֤לשל֤לשְׁלַלשללshe.Lalplunder ofH7998HNcmsc
צְבָעִים֙צבעים֙צְבָעִיםצבעיםtze.va.'Imcolored cloth<s>H6648HNcmpa
לְ/סִ֣יסְרָ֔אל/ס֣יסר֔אלְ/סִיסְרָאל/סיסראle./Si.se.Ra'for/ SiseraH9005H5516GHR+Npm
שְׁלַ֥לשל֥לשְׁלַלשללshe.Lalplunder ofH7998HNcmsc
צְבָעִ֖יםצבע֖יםצְבָעִיםצבעיםtze.va.'Imcolored cloth<s>H6648HNcmpa
רִקְמָ֑הרקמ֑הרִקְמָהרקמהrik.Mahembroidered materialH7553HNcfsa
צֶ֥בַעצ֥בעצֶבַעצבעTze.va'colored clothH6648HNcmsc
רִקְמָתַ֖יִםרקמת֖יםרִקְמָתַיִםרקמתיםrik.ma.Ta.yimembroidered material<s>H7553HNcfda
לְ/צַוְּארֵ֥יל/צואר֥ילְ/צַוְּארֵיל/צואריle./tza.ve.Reifor/ [the] necks ofH9005H6677AHR+Ncmpc
שָׁלָֽל\׃שלל\שָׁלָֽל\׃שלל\sha.LalplunderH7998\H9016HNcmsa
  1. Zouden zij Alsof zij zeide: Ik heb ongelijk, dat ik die zo haast tegemoet zie; want zij moeten toch eerst den buit uitvinden en delen, enz.
  2. vinden en delen? Dat is, aantreffen, bekomen.
  3. liefje, Of, boelke, meisje.
  4. voor iegelijken man? Hebreeuws, voor het hoofd eens mans; dat is, voor elk hoofd, voor elken man.
  5. voor de buithalzen? Hebreeuws, voor de halzen des buits; dat is, dergenen wien de beste buit toekomt, als krijgsoversten, of die in den strijd zich wel gekweten en goeden buit bekomen hebben, zodat hun een goed gedeelte toebehoort; of, die den buit op den hals nadroegen, of met gevaar van hun halzen gehaald hadden.

31 Alzo moeten omkomen al Uw vijanden, o Heere! die Hem daarentegen liefhebben, moeten zijn, als wanneer de zon opgaat in haar kracht. En het land was stil, veertig jaren.123

Original Hebrew

כֵּ֠ןכ֠ןכֵּןכןkensoH3651CHD
יֹאבְד֤וּיאבד֤ויֹאבְדוּיאבדוyoe.Dumay they perishH0006HVqi3mp
כָל\־כל\כָל\־כל\khol-allH3605\H9014HNcmsc
אוֹיְבֶ֙י/ךָ֙אויב֙י/ך֙אוֹיְבֶי/ךָאויבי/ך'oy.Vei./khaenemies/ yourH0341H9021HVqrmpc+Sp2ms
יְהוָ֔היהו֔היְהוָהיהוהYah.wehO YahwehH3068GHNpt
וְ/אֹ֣הֲבָ֔י/וו/א֣הב֔י/ווְ/אֹהֲבָי/וו/אהבי/וve./'O.ha.Va/vand/ [those who] love/ himH9002H0157HH9033HC+Vqrmpc+Sp3ms
כְּ/צֵ֥אתכ/צ֥אתכְּ/צֵאתכ/צאתke./Tzet[be] as/ [the] going out ofH9004H3318KHR+Vqcc
הַ/שֶּׁ֖מֶשׁה/ש֖משהַ/שֶּׁמֶשׁה/שמשha./She.meshthe/ sunH9009H8121HTd+Ncbsa
בִּ/גְבֻרָת֑/וֹב/גברת֑/ובִּ/גְבֻרָת/וֹב/גברת/וbi/g.vu.ra.T/oin/ strength/ itsH9003H1369H9023HR+Ncfsc+Sp3ms
וַ/תִּשְׁקֹ֥טו/תשק֥טוַ/תִּשְׁקֹטו/תשקטva./tish.Kotand/ it was at peaceH9001H8252Hc+Vqw3fs
הָ/אָ֖רֶץה/א֖רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ landH9009H0776GHTd+Ncfsa
אַרְבָּעִ֥יםארבע֥יםאַרְבָּעִיםארבעים'ar.ba.'ImfortyH0705HNcmpa
שָׁנָֽה\׃\ \פשנה\\ \פשָׁנָֽה\׃\ \פשנה\\ \פsha.Nahyear[s]H8141\H9016\ \H9017HNcfsa
  1. Hem daarentegen liefhebben, Den Heere.
  2. als wanneer Dat is, zij moeten in krachten en glans voortgaan, en toenemen, gelijk de zon oprijst en voortgaat. Vergelijk Isa 40:31.
  3. opgaat in haar kracht Of, voortgaat.