reltext

Chapter 22

1 Wanneer iemand een os, of klein vee steelt, en slacht het, of verkoopt het, die zal vijf runderen voor een os wedergeven, en vier schapen voor een stuk klein vee.

DutSVVA word tags

iemandH376
verkooptH4376H8804
vijfH2568
runderenH1241
wedergevenH7999H8762
vierH702
schapenH6629

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

2 Indiën een dief gevonden wordt in het doorgraven, en hij wordt geslagen, dat hij sterft, het zal hem geen bloedschuld zijn.12

DutSVVA word tags

diefH1590
doorgravenH4290
geslagenH5221H8717
bloedschuldH1818

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. in het doorgraven, Gelijk Mat 24:43. Hebreeuws, in doorgraving, of, met een doorgravend instrument.
  2. het zal hem geen bloedschuld zijn Hebreeuws, het zal hem geen bloeden zijn; dat is, hem [te weten den doodslager des diefs] zal geen bloed toegerekend worden; hij zal daarom niet als een doodslager gestraft worden. Aldus wordt het woord bloeden genomen, Num 35:27, en elders.

3 Indiën de zon over hem opgegaan is, zo zal het hem een bloedschuld zijn; hij zal het volkomen wedergeven; heeft hij niet, zo zal hij verkocht worden voor zijn dieverij.1234

DutSVVA word tags

bloedschuldH1818
volkomenH7999H8763
wedergevenH7999H8762
dieverijH1591

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Indien de zon Dat is, indien het klaar dag is als de dief inbreekt, die hem dan doodslaat, diens bloed zal daarom vergoten worden.
  2. over hem opgegaan is, Te weten, over den dief, toen hij geslagen werd.
  3. hem een bloedschuld zijn; Te weten, den doodslager.
  4. volkomen wedergeven; Hebreeuws, wedergevende wedergeven; hij, te weten den dief, van welken vs.1 gesproken is, welke zaak hier vervolgd wordt.

4 Indiën de diefstal levend in zijn hand voorzeker gevonden wordt, hetzij os, of ezel, of klein vee, hij zal het dubbel wedergeven.123

DutSVVA word tags

diefstalH1591
levendH2416
handH3027
voorzekerH4672H8736
ezelH2543
dubbelH8147
wedergevenH7999H8762

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. in zijn hand Dat is, bij hem, hetzij in zijn huis, of stal, eer hij het gestolene geslacht of verkocht heeft.
  2. voorzeker gevonden wordt, Hebreeuws, gevonden wordende gevonden wordt.
  3. hetzij os, of ezel, of klein vee, Hebreeuws, van den os tot den ezel.

5 Wanneer iemand een veld, of een wijngaard laat afweiden, en hij zijn beest daarin drijft, dat het in eens anders veld weidt, die zal het van het beste zijns velds en van het beste zijns wijngaards wedergeven.1

DutSVVA word tags

iemandH376
veldH7704
wijngaardH3754
afweidenH1197H8686
beestH1165
andersH312
veldH7704
besteH4315
veldsH7704
besteH4315
wijngaardsH3754
wedergevenH7999H8762

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. wijngaard laat afweiden, Versta hierbij, of iets dergelijks, als hof, of tuin, jonge boompjes of hagen, enz.

6 Wanneer een vuur uitgaat, en vat de doornen, zodat de koornhoop verteerd wordt, of het staande koorn, of het veld; hij, die den brand heeft aangestoken, zal het volkomen wedergeven.12

DutSVVA word tags

vuurH784
uitgaatH3318H8799
doornenH6975
koornhoopH1430
koornH7054
veldH7704
brandH1200
aangestokenH1197H8686
volkomenH7999H8763
wedergevenH7999H8762

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. en vat Hebreeuws, en het vindt de doornen.
  2. de doornen, Versta hierbij, of het stro, of hooi, of iets dergelijks, wat lichtelijk in brand komt.

7 Wanneer iemand zijn naaste geld of vaten te bewaren geeft, en het wordt uit diens mans huis gestolen; indien de dief gevonden wordt, hij zal het dubbel wedergeven.1

DutSVVA word tags

iemandH376
naasteH7453
geldH3701
vatenH3627
bewarenH8104H8800
mansH376
huisH1004
gestolenH1589H8795
diefH1590
dubbelH8147
wedergevenH7999H8762

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. of vaten te bewaren geeft, Dat is, huisraad.

8 Indiën de dief niet gevonden wordt, zo zal de heer des huizes tot de goden gebracht worden, of hij niet zijn hand aan zijns naasten have gelegd heeft.12

DutSVVA word tags

diefH1590
nietH3808
heerH1167
huizesH1004
godenH430
handH3027
naastenH7453
haveH4399

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. goden gebracht worden, Dat is, overheden, gelijk Exo 21:6.
  2. of hij niet zijn hand aan zijns naasten have gelegd heeft Versta hierbij, om te onderzoeken.

9 Over alle zaak van onrecht, over een os, over een ezel, over klein vee, over kleding, over al het verlorene, hetwelk iemand zegt, dat het zijn is, beider zaak zal voor de goden komen; wien de goden verwijzen, die zal het aan zijn naaste dubbel wedergeven.12

DutSVVA word tags

zaakH1697
onrechtH6588
ezelH2543
kledingH8008
verloreneH9
beiderH8147
zaakH1697
godenH430
godenH430
verwijzenH7561H8686
naasteH7453
dubbelH8147
wedergevenH7999H8762

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. hetwelk iemand zegt, Anders, die zegt dat het dat is, of dat hij het is.
  2. beider zaak zal voor de goden komen; Te weten, des klagers, en des beklaagden.

10 Wanneer iemand aan zijn naaste een ezel, of os, of klein vee, of enig beest te bewaren geeft, en het sterft, of het wordt verzeerd, of weggedreven, dat het niemand ziet;12

DutSVVA word tags

iemandH376
naasteH7453
ezelH2543
beestH929
bewarenH8104H8800
verzeerdH7665H8738
weggedrevenH7617H8738

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. bewaren geeft, Te weten, voor geld.
  2. niemand ziet; Te weten, die daarvan getuigen Kon.

11 Zo zal des Heeren eed tussen hen beiden zijn, of hij niet zijn hand aan zijns naasten have geslagen heeft; en derzelver heer zal dien aannemen; en hij zal het niet wedergeven.123

DutSVVA word tags

HeerenH3068
beidenH8147
handH3027
naastenH7453
haveH4399
heerH1167
aannemenH3947H8804
wedergevenH7999H8762

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. des HEEREN eed tussen hen beiden zijn, Dat is, de eed, waarmede de Heere tot getuige wordt aangeroepen.
  2. zal dien aannemen; Dat is, met den eed tevreden zijn, en zich laten vergenoegen.
  3. hij zal het niet wedergeven Te weten, de bewaarder.

12 Maar indien het van hem zekerlijk gestolen is, hij zal het zijn heer wedergeven.1

DutSVVA word tags

zekerlijkH1589H8800
heerH1167
wedergevenH7999H8762

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. zekerlijk gestolen is, Hebreeuws, stelende gestolen is.

13 Is het gewisselijk verscheurd, dat hij het brenge tot getuige, zo zal hij het verscheurde niet wedergeven.1

DutSVVA word tags

gewisselijkH2963H8800
verscheurdH2963H8735
brengeH935H8686
getuigeH5707
verscheurdeH2966
wedergevenH7999H8762

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. het brenge tot getuige, Dat is, iets, of, wat van het verscheurde, gelijk Amo 3:12.

14 En wanneer iemand van zijn naaste wat begeert, en het wordt beschadigd, of het sterft; zijn heer daar niet bij zijnde, zal hij het volkomen wedergeven.12

DutSVVA word tags

iemandH376
naasteH7453
begeertH7592H8799
beschadigdH7665H8738
heerH1167
volkomenH7999H8763
wedergevenH7999H8762

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. begeert, Versta hierbij, en hij leent het hem.
  2. zal hij het volkomen wedergeven Hebreeuws, zal het wedergevende wedergeven; dat is, betalen.

15 Indiën zijn heer daarbij geweest is, hij zal het niet wedergeven; indien het gehuurd is, zo is het voor zijn huur gekomen.1

DutSVVA word tags

heerH1167
wedergevenH7999H8762
huurH7939
gekomenH935H8804

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. indien het gehuurd is, De zin is: hij die het gehuurd heeft, zal vrij zijn met de bedongen huur te betalen.

16 Wanneer nu iemand een maagd verlokt, die niet ondertrouwd is, en hij ligt bij haar, die zal haar zonder uitstel een bruidschat geven, dat zij hem ter vrouwe zij.1

DutSVVA word tags

iemandH376
maagdH1330
verloktH6601H8762
uitstelH4117H8800
vrouweH802

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. die niet ondertrouwd is, Een ondertrouwde maagd te beslapen was de dood; Deu 22:23.

17 Indiën haar vader ganselijk weigert haar aan hem te geven, zo zal hij geld geven naar den bruidschat der maagden.123

DutSVVA word tags

vaderH1
ganselijkH3985H8763
weigertH3985H8762
geldH3701
bruidschatH4119
maagdenH1330

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. ganselijk weigert haar aan hem te geven, Hebreeuws, weigerende weigert.
  2. geven Hebreeuws, wegen; eertijds woog men elkander het geld toe.
  3. naar den bruidschat der maagden Dit was vijftig sikkelen zilvers, Deu 22:29. Dit zijn omtrent twaalf rijksdaalders en een half.

18 De toveres zult gij niet laten leven.1

DutSVVA word tags

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. toveres zult gij niet laten leven Versta, dat dit ook gesproken wordt van de tovenaars, Deu 18:10.

19 Al wie bij een beest ligt, die zal zekerlijk gedood worden.1

DutSVVA word tags

beestH929
zekerlijkH4191H8800

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. die zal zekerlijk gedood worden Lev 20:15, beveelt God dat het beest ook zal gedood worden.

20 Wie den goden offert, behalve den Heere alleen, die zal verbannen worden.12

DutSVVA word tags

godenH430
behalveH1115
HeereH3068

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. offert, Onder den naam van offerande doen, moet men ook verstaan allerlei dienst en eerbieding, Deu 17:3.
  2. die zal verbannen worden Dat is, hij zal gehouden worden voor vervloekt, en zal uitgeroeid worden.

21 Gij zult ook den vreemdeling geen overlast doen, noch hem onderdrukken; want gij zijt vreemdelingen geweest in Egypteland.

DutSVVA word tags

vreemdelingH1616
onderdrukkenH3905H8799
geweestH1616
EgyptelandH776H4714

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

22 Gij zult geen weduwe noch wees beledigen.

DutSVVA word tags

weduweH490
weesH3490
beledigenH6031H8762

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

23 Indiën gij hen enigszins beledigt, en indien zij enigszins tot Mij roepen, Ik zal hun geroep zekerlijk verhoren;123

DutSVVA word tags

IndiënH518
enigszinsH6031H8763
beledigtH6031H8762
enigszinsH6817H8800
geroepH6818
zekerlijkH8085H8800
verhorenH8085H8799

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. enigszins beledigt, Hebreeuws, beledigende beledigt.
  2. enigszins tot Mij roepen, Of, ernstig. Hebreeuws, roepende roepen.
  3. zekerlijk verhoren; Hebreeuws, verhorende verhoren.

24 En Mijn toorn zal ontsteken, en Ik zal ulieden met het zwaard doden; en uw vrouwen zullen weduwen, en uw kinderen zullen wezen worden.

DutSVVA word tags

toornH639
ontstekenH2734H8804
zwaardH2719
vrouwenH802
weduwenH490
kinderenH1121
wezenH3490

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

25 Indiën gij Mijn volk, dat bij u arm is, geld leent, zo zult gij tegen hetzelve niet zijn, als een woekeraar; gij zult op hetzelve geen woeker leggen.1

DutSVVA word tags

volkH5971
geldH3701
woekeraarH5383H8802
woekerH5392

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. woeker leggen Het Hebreeuwse woord neschech heeft zijn naam van bijten, omdat de woeker de arme lieden bijt en verteert.

26 Indiën gij enigszins uws naasten kleed te pand neemt, zo zult gij het hem wedergeven, eer de zon ondergaat;12345

DutSVVA word tags

enigszinsH2254H8800
naastenH7453
kleedH8008
wedergevenH7725H8686
ondergaatH935H8800

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. enigszins Hebreeuws, te pand nemende te pand neemt.
  2. uws naasten Versta hierbij, indien hij een arm man is, die maar één kleed heeft, gelijk blijkt uit vs.27; Deu 24:12-13.
  3. kleed te pand neemt, Versta hieronder ook deksel.
  4. eer de zon Of, tegen, terwijl de zon ondergaat.
  5. ondergaat; Hebreeuws, ingaat; te weten, in haar slaapkamer, gelijk David spreekt, Psa 19:6.

27 Want dat alleen is zijn deksel, het is zijn kleed over zijn huid; waarin zou hij liggen? Het zal dan geschieden, wanneer hij tot Mij roept, dat Ik het zal horen; want Ik ben genadig!

DutSVVA word tags

dekselH3682
kleedH8071
huidH5785
genadigH2587

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

28 De goden zult gij niet vloeken, en de oversten in uw volk zult gij niet lasteren.1

DutSVVA word tags

godenH430
vloekenH7043H8762
overstenH5387
volkH5971
lasterenH779H8799

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. De goden zult gij niet vloeken, Zie Exo 21:6, en versta hier, door de oversten, zowel de voorstanders der kerk als der politieke regering van dien tijd, gelijk blijkt uit de woorden van Paulus, Act 23:3.

29 Uw volheid en uw tranen zult gij niet uitstellen; den eerstgeborene uwer zonen zult gij Mij geven.1234

DutSVVA word tags

volheidH4395
tranenH1831
uitstellenH309H8762
eerstgeboreneH1060
zonenH1121

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Uw volheid Dat is, de volrijpe vruchten, of de vruchten, die vol en rijp zijn, gelijk Num 18:27.
  2. uw tranen Aldus worden de wijn en de olie genoemd, omdat zij als tranen vlieten, wanneer zij uitgeperst worden.
  3. niet uitstellen; Versta hierbij, maar gij zult ze Mij ten rechten tijd betalen.
  4. zult gij Mij geven Of, rantsoenen met vijf sikkelen zilvers, die men den priesters des Heeren gaf, Num 18:16.

30 Desgelijks zult gij doen met uw ossen en met uw schapen; zeven dagen zullen zij bij hun moeder zijn, op den achtsten dag zult gij ze Mij geven.

DutSVVA word tags

DesgelijksH3651
ossenH7794
schapenH6629
zevenH7651
dagenH3117
moederH517
achtstenH8066

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

31 Gij nu zult Mij heilige lieden zijn; daarom zult gij geen vlees eten, dat op het veld gescheurd is, gij zult het den hond voorwerpen.12

DutSVVA word tags

heiligeH6944
liedenH582
vleesH1320
veldH7704
hondH3611
voorwerpenH7993H8686

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. heilige lieden zijn; Hebreeuws, mannen der heiligheid; dat is, leidende een heiliger en godzaliger leven dan de heidenen.
  2. dat op het veld verscheurd is, Lev 17:15 worden hier bijgevoegd de beesten, die vanzelf sterven.