reltext

Chapter 8

1 Daarna zeide de Heere tot Mozes: Ga in tot Farao, en zeg tot hem: Zo zegt de Heere: Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.

DutSVVA word tags

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

2 En indien gij het weigert te laten trekken, zie, zo zal ik uw ganse landpale met vorsen slaan;12

DutSVVA word tags

weigertH3986
trekkenH7971H8763
landpaleH1366
vorsenH6854

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. uw ganse landpale Dat is, het ganse land.
  2. slaan; Dat is, plagen, kwellen.

3 Dat de rivier van vorsen zal krielen, die zullen opkomen, en in uw huis komen, en in uw slaapkamer, ja, op uw bed; ook in de huizen uwer knechten, en op uw volk, en in uw bakovens, en in uw baktroggen.123

DutSVVA word tags

rivierH2975
vorsenH6854
krielenH8317H8804
opkomenH5927H8804
huisH1004
slaapkamerH2315H4904
huizenH1004
knechtenH5650
volkH5971
bakovensH8574
baktroggenH4863

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. rivier van vorsen zal krielen, Of, dat de rivier vorsen overvloediglijk zal voortbrengen. Versta hierbij ook andere wateren en poelen, gelijk vs.5.
  2. opkomen, en in uw huis komen, Alzo namelijk, dat noch deuren, noch poorten, noch muren, noch geweer of wapens, u, noch uw knechten, zullen kunnen bevrijden van deze beesten.
  3. baktroggen Anders, deegklompen.

4 En de vorsen zullen opkomen, op u, en op uw volk, en op al uw knechten.1

DutSVVA word tags

vorsenH6854
opkomenH5927H8799
volkH5971
knechtenH5650

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. op u, en op uw volk, Wanneer Mozes dus particulierlijk Faraö en zijn knechten noemt, zo geeft hij te kennen dat de Israëlieten daarvan zijn vrij geweest; zie onder, vs.21, 22.

5 Verder zeide de Heere tot Mozes: Zeg tot Aäron: Strek uw hand uit met uw staf, over de stromen, en over de rivieren, en over de poelen; en doe vorsen opkomen over Egypteland.1

DutSVVA word tags

HeereH3068
MozesH4872
AäronH175
handH3027
stafH4294
stromenH5104
rivierenH2975
poelenH98
vorsenH6854
opkomenH5927H8685
EgyptelandH776H4714

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. zeide de HEERE tot Mozes Te weten, nadat Mozes het bevel [waarvan vs.1 gesproken wordt] volbracht had, en Faraö geweigerd had te gehoorzamen.

6 En Aäron strekte zijn hand uit over de wateren van Egypte, en er kwamen vorsen op en bedekten Egypteland.1

DutSVVA word tags

AäronH175
strekteH5186H8799
handH3027
waterenH4325
EgypteH4714
vorsenH6854
bedektenH3680H8762
EgyptelandH776H4714

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. en er kwamen vorsen op en bedekten Egypteland Hebreeuws, en de vors kwam op, en alzo elders.

7 Toen deden de tovenaars ook alzo, met hun bezweringen; en zij deden vorsen over Egypteland opkomen.1

DutSVVA word tags

tovenaarsH2748
bezweringenH3909
vorsenH6854
EgyptelandH776H4714
opkomenH5927H8686

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. ook alzo, met hun bezweringen; Zie boven, Exo 7:11.

8 En Farao riep Mozes en Aäron, en zeide: Bidt vuriglijk tot den Heere, dat Hij de vorsen van mij en van mijn volk wegneme; zo zal ik het volk trekken laten, dat zij den Heere offeren.12

DutSVVA word tags

FaraoH6547
MozesH4872
AäronH175
vuriglijkH6279H8685
HeereH3068
vorsenH6854
volkH5971
wegnemeH5493H8686
volkH5971
HeereH3068
offerenH2076H8799

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Bidt vuriglijk tot den HEERE, Zie Gen 25:21. De plagen en harde slagen doen Faraö dien God kennen, wien hij tevoren niet wilde kennen. Zie Exo 5:2, en 1Sa 6:2-3, enz.
  2. wegneme; De tovenaars konden wel de plagen van God nabootsen, vs.7, maar zij konden die niet weren noch verlichten.

9 Doch Mozes zeide tot Farao: Heb de eer boven mij! Tegen wanneer zal ik voor u, en voor uw knechten, en voor uw volk, vuriglijk bidden, om deze vorsen van u en van uw huizen te verdelgen, dat zij alleen in de rivier overblijven?1

DutSVVA word tags

MozesH4872
FaraoH6547
wanneerH4970
knechtenH5650
volkH5971
vorsenH6854
huizenH1004
verdelgenH3772H8687
rivierH2975
overblijvenH7604H8735

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Heb de eer boven mij! Alsof Mozes zeide: Ik doe u de eer, dat ik u toelaat mij den tijd te bestemmen, waarin God de Heere door mijn gebeden u verlossen zal van deze plaag der vorsen. Zie dergelijke manier van spreken, Jdg 7:2; Isa 10:15.

10 Hij dan zeide: Tegen morgen. En hij zeide: Het zij naar uw woord, opdat gij weet, dat er niemand is, gelijk de Heere, onze God.12

DutSVVA word tags

morgenH4279
woordH1697
HeereH3068
GodH430

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Hij dan zeide Te weten, Faraö.
  2. hij zeide Te weten, Mozes.

11 Zo zullen de vorsen van u, en van uw huizen, en van uw knechten, en van uw volk wijken; zij zullen alleen in de rivier overblijven.

DutSVVA word tags

vorsenH6854
huizenH1004
knechtenH5650
volkH5971
rivierH2975
overblijvenH7604H8735

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

12 Toen ging Mozes en Aäron uit van Farao; en Mozes riep tot den Heere, ter oorzake der vorsen, die Hij Farao had opgelegd.1

DutSVVA word tags

MozesH4872
AäronH175
FaraoH6547
MozesH4872
HeereH3068
oorzakeH1697
vorsenH6854
FaraoH6547
opgelegdH7760H8804

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. die Hij Faraö had opgelegd. Dat is, die God door Mozes tot een straf over Faraö en de zijnen had gebracht.

13 En de Heere deed naar het woord van Mozes; en de vorsen stierven, uit de huizen, uit de voorzalen, en uit de velden.12

DutSVVA word tags

HeereH3068
woordH1697
MozesH4872
vorsenH6854
stiervenH4191H8799
huizenH1004
voorzalenH2691
veldenH7704

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. uit de huizen, Mozes wil zeggen dat de vorsen in de huizen, enz. stervende met bezems en schoppen uitgekeerd en uitgeworpen werden.
  2. voorzalen, Of, voorhuizen, voorhoven.

14 En zij vergaderden ze samen bij hopen, en het land stonk.12

DutSVVA word tags

vergaderdenH6651H8799
hopenH2563
landH776

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. zij vergaderden ze samen Te weten, de Egyptenaars.
  2. bij hopen, Hebreeuws, hopen, hopen.

15 Toen nu Farao zag, dat er verademing was, verzwaarde hij zijn hart, dat hij naar hen niet hoorde, gelijk als de Heere gesproken had.12

DutSVVA word tags

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. verademing was, Dat is, verlichting van de plaag. Anders, ruimte.
  2. verzwaarde hij zijn hart, Dat is, hij bleef verhard in zijn goddeloos en wederspannig voornemen. Zie Exo 7:14, en Isa 6:10.

16 Verder zeide de Heere tot Mozes: Zeg tot Aäron: Strek uw staf uit, en sla het stof der aarde, dat het tot luizen worde, in het ganse Egypteland.

DutSVVA word tags

HeereH3068
MozesH4872
AäronH175
stafH4294
stofH6083
aardeH776
luizenH3654
EgyptelandH776H4714

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

17 En zij deden alzo; want Aäron strekte zijn hand uit met zijn staf, en sloeg het stof der aarde, en er werden vele luizen aan de mensen, en aan het vee; al het stof der aarde werd luizen, in het ganse Egypteland.1

DutSVVA word tags

AäronH175
strekteH5186H8799
handH3027
stafH4294
stofH6083
aardeH776
luizenH3654
mensenH120
veeH929
stofH6083
aardeH776
luizenH3654
EgyptelandH776H4714

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. vele luizen aan de mensen, Hebreeuws, veelheid der luizen.

18 De tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen, opdat zij luizen voortbrachten; doch zij konden niet; zo waren de luizen aan de mensen, en aan het vee.12

DutSVVA word tags

tovenaarsH2748
bezweringenH3909
luizenH3654
voortbrachtenH3318H8687
luizenH3654
mensenH120
veeH929

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. deden ook alzo met hun bezweringen, Dat is, zij sloegen tegen de aarde in het stof, gelijk Aäron gedaan had, maar tevergeefs.
  2. opdat zij luizen voortbrachten; Of, dat zij luizen zouden doen voortkomen.

19 Toen zeiden de tovenaars tot Farao: Dit is Gods vinger! Doch Farao’s hart verstijfde, zodat hij naar hen niet hoorde, gelijk de Heere gesproken had.1

DutSVVA word tags

zeidenH559H8799
tovenaarsH2748
FaraoH6547
GodsH430
vingerH676
Farao’sH6547
hartH3820
verstijfdeH2388H8799
HeereH3068

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. is Gods vinger! Dat is, de kracht en het werk Gods. Vergelijk Luk 11:20, met Mat 12:28; zie dergelijke manier van spreken, Jdg 2:15, en 1Sa 6:3, 1Sa 6:9; Act 13:11.

20 Verder zeide de Heere tot Mozes: Maak u morgen vroeg op, en stel u voor Farao’s aangezicht; zie, hij zal aan het water uitgaan, en zeg tot hem: Zo zegt de Heere: Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen;

DutSVVA word tags

HeereH3068
MozesH4872
morgenH1242
Farao’sH6547
aangezichtH6440
waterH4325
uitgaanH3318H8802
HeereH3068
volkH5971
trekkenH7971H8761

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

21 Want zo gij Mijn volk niet laat trekken, zie, zo zal Ik een vermenging van ongedierte zenden op u, en op uw knechten, en op uw volk, en in uw huizen; alzo dat de huizen der Egyptenaren met deze vermenging zullen vervuld worden, en ook het aardrijk, waarop zij zijn.12

DutSVVA word tags

volkH5971
trekkenH7971H8764
vermengingH6157
knechtenH5650
volkH5971
huizenH1004
huizenH1004
EgyptenarenH4714
vermengingH6157
aardrijkH127

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. ongedierte zenden op u, Als: vliegen, wespen, muggen, kevers, horzelen, mieren, rupsen, muizen, slakken, en dergelijke, die het gras en de boomvruchten als ook het korengewas opeten en beschadigen.
  2. waarop zij zijn Te weten, de Egyptenaars. Hij wil zeggen dat dit ongedierte overal wezen zal, waar de Egyptenaars zullen zijn, niet elders, gelijk blijkt uit vs.22.

22 En Ik zal te dien dage het land Gosen, waarin Mijn volk woont, afzonderen, dat daar geen vermenging van ongedierte zij, opdat gij weet, dat Ik, de Heere, in het midden dezes lands ben.1234

DutSVVA word tags

dageH3117
landH776
GosenH1657
volkH5971
afzonderenH6395H8689
geenH1115
vermengingH6157
opdatH4616
HeereH3068
middenH7130
landsH776

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. woont, Hebreeuws, op staat.
  2. dat daar geen vermenging van ongedierte zij, Te weten, ofschoon de tovenaars hun uiterste best daartoe aanwenden.
  3. dat Ik, de HEERE, Dat is, dat Ik ook Heere in Egypte ben, hoewel Faraö meent dat er geen ander heer is dan hij; zie boven, Exo 5:2.
  4. dezes lands ben Anders, der aarde.

23 En Ik zal een verlossing zetten tussen Mijn volk en tussen uw volk; tegen morgen zal dit teken geschieden!1

DutSVVA word tags

verlossingH6304
volkH5971
volkH5971
morgenH4279
tekenH226

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. zetten tussen Mijn volk en tussen uw volk; Te weten, die onderscheid make tussen uw volk en mijn volk.

24 En de Heere deed alzo; en er kwam een zware vermenging van ongedierte in het huis van Farao, en in de huizen van zijn knechten, en over het ganse Egypteland; het land werd verdorven van deze vermenging.1

DutSVVA word tags

HeereH3068
zwareH3515
vermengingH6157
huisH1004
FaraoH6547
huizenH1004
knechtenH5650
EgyptelandH776H4714
landH776
verdorvenH7843H8735
vermengingH6157

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. land werd verdorven van deze vermenging Dat is, hetgeen het land voorbracht.

25 Toen riep Farao Mozes en Aäron, en zeide: Gaat heen, en offert uwen God in dit land.1

DutSVVA word tags

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. dit land Versta hierbij, maar niet in de woestijn, gelijk gij begeerd hebt. Zie Exo 5:1.

26 Mozes dan zeide: Het is niet recht, dat men alzo doe; want wij zouden der Egyptenaren gruwel den Heere, onzen God, mogen offeren; zie, indien wij der Egyptenaren gruwel voor hun ogen offerden, zouden zij ons niet stenigen?1

DutSVVA word tags

MozesH4872
wantH2005
EgyptenarenH4714
gruwelH8441
HeereH3068
GodH430
offerenH2076H8799
EgyptenarenH4714
gruwelH8441
ogenH5869
offerdenH2076H8799
stenigenH5619H8799

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. der Egyptenaren gruwel den HEERE, Te weten ossen, kalven, koeien, stieren, die de Egyptenaars als goden eren en niet durven doden, ja niet lijden mogen dat men die doodt om te offeren. Zie Gen 43:32, en Gen 46:34.

27 Laat ons den weg van drie dagen in de woestijn gaan, dat wij den Heere onzen God offeren, gelijk Hij tot ons zeggen zal.1

DutSVVA word tags

drieH7969
dagenH3117
woestijnH4057
HeereH3068
GodH430
offerenH2076H8804

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. dat wij den HEERE onzen God offeren, Zij wisten niet wat zij den Heere zouden offeren of slachten, totdat zij in de woestijn zouden gekomen zijn. Zie onder, Exo 10:26.

28 Toen zeide Farao: Ik zal u trekken laten, dat gijlieden den Heere, uwen God, offert in de woestijn; alleen, dat gijlieden in het gaan geenszins te verre trekt! Bidt vuriglijk voor mij.12

DutSVVA word tags

FaraoH6547
HeereH3068
GodH430
woestijnH4057
geenszinsH7368H8687
vuriglijkH6279H8685

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. gijlieden in het gaan geenszins te verre trekt! Hebreeuws, ver vertrekkende, niet ver vertrekt.
  2. Bidt vuriglijk voor mij Te weten, dat de plaag van mij genomen worde. Zie boven, vs.8, en Act 8:24.

29 Mozes nu zeide: Zie, ik ga van u, en zal tot den Heere vuriglijk bidden, dat deze vermenging van ongedierte van Farao, van zijn knechten, en van zijn volk morgen wegwijke! Alleen, dat Farao niet meer bedriegelijk handele, dit volk niet latende gaan, om den Heere te offeren.1

DutSVVA word tags

MozesH4872
HeereH3068
vermengingH6157
FaraoH6547
knechtenH5650
volkH5971
morgenH4279
wegwijkeH5493H8804
AlleenH7535
FaraoH6547
handeleH2048H8763
volkH5971
nietH1115
HeereH3068
offerenH2076H8800

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. niet meer bedriegelijk handele, Te weten, gelijk hij gedaan heeft, toen de plaag der vorsen hem kwelde; boven, vs.15

30 Toen ging Mozes uit van Farao, en bad vuriglijk tot den Heere.

DutSVVA word tags

MozesH4872
FaraoH6547
vuriglijkH6279H8799
HeereH3068

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

31 En de Heere deed naar het woord van Mozes, en de vermenging van ongedierte week van Farao, van zijn knechten, en van zijn volk; er bleef niet een over.

DutSVVA word tags

HeereH3068
woordH1697
MozesH4872
vermengingH6157
FaraoH6547
knechtenH5650
volkH5971
eenH259

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

32 Doch Farao verzwaarde zijn hart ook op ditmaal, en hij liet het volk niet trekken.

DutSVVA word tags

FaraoH6547
verzwaardeH3513H8686
hartH3820
ditmaalH6471
volkH5971
trekkenH7971H8765

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.