reltext

Chapter 9

1 Och, dat mijn hoofd water ware, en mijn oog een springader van tranen! zo zou ik dag en nacht bewenen de verslagenen van de dochter mijns volks.1

DutSVVA word tags

hoofdH7218
waterH4325
springaderH4726
tranenH1832
nachtH3915
bewenenH1058H8799
verslagenenH2491
dochterH1323
volksH5971

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. dat mijn hoofd Hebreeuws, wie zal geven, enz.; ene manier van wensen bij de Hebreën gebruikelijk, alzo in het volgende. Zie Deu 5:29 .

2 Och, dat ik in de woestijn een herberg der wandelaars had, zo zou ik mijn volk verlaten, en van hen trekken; want zij zijn allen overspelers, een trouweloze hoop.12

DutSVVA word tags

woestijnH4057
herbergH4411
wandelaarsH732H8802
volkH5971
verlatenH5800H8799
trekkenH3212H8799
overspelersH5003H8764
trouwelozeH898H8802
hoopH6116

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. herberg Zie Isa 24:20 .
  2. trouweloze Hebreeuws, hoop, of vergadering der trouwelozen. Anders: [op] den verbodsdag; [dat is, zelfs op de bijzonderste feestdagen] handelen zij trouwelooslijk; zie Lev 23:36 .

3 En zij spannen hun tong als hun boog tot leugen; zij worden geweldig in het land, doch niet tot waarheid; want zij gaan voort van boosheid tot boosheid, maar Mij kennen zij niet, spreekt de Heere.123

DutSVVA word tags

spannenH1869H8686
tongH3956
boogH7198
leugenH8267
geweldigH1396H8804
landH776
waarheidH530
boosheidH7451
boosheidH7451
spreektH5002H8803
HeereH3068

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. spannen Hebreeuws, treden; gelijk men den voetboog doet als men dien spant. Of aldus: Zij spannen hunne tong, hun boog is leugen.
  2. tot waarheid; Of, in de waarheid of geloof, trouw.
  3. gaan voort Vergelijk Deu 29:19 , met de aantekening.

4 Wacht u, een iegelijk van zijn vriend, en vertrouwt niet op enigen broeder; want elk broeder doet niet dan bedriegen, en elk vriend wandelt in achterklap.1

DutSVVA word tags

iegelijkH376
vriendH7453
vertrouwtH982H8799
broederH251
broederH251
bedriegenH6117H8799
vriendH7453
wandeltH1980H8799
achterklapH7400

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. doet niet dan bedriegen, Hebreeuws, ondertredende ondertreedt; dat is, onderdrukt, bedriegt in alle manieren; zie Gen 27:36 , en onder Jer 17:9 .

5 En zij handelen bedriegelijk, een ieder met zijn vriend, en spreken de waarheid niet; zij leren hun tong leugen spreken, zij maken zich moede met verkeerdelijk te handelen.1

DutSVVA word tags

bedriegelijkH2048H8762
iederH376
vriendH7453
sprekenH1696H8762
waarheidH571
tongH3956
leugenH8267
sprekenH1696H8763
handelenH5753H8687

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. handelen Anders: spotten, drijven den spot; zie het gebruik van het Hebreeuwse woord Gen 31:7 ; 1Ki 18:27 ; Job 13:9 .

6 Uw woning is in het midden van bedrog; door bedrog weigeren zij Mij te kennen, spreekt de Heere.12

DutSVVA word tags

middenH8432
bedrogH4820
bedrogH4820
spreektH5002H8803
HeereH3068

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Uw woning Dit zijn Gods woorden tot Jeremia.
  2. bedrog; Dat is, van mensen, die met enkel bedriegerij omgaan, dies al uwe vermaningen bij hen tevergeefs zijn. Bedrog voor bedriegers; zie Job 35:13 .

7 Daarom zegt de Heere der heirscharen alzo: Ziet, Ik zal hen smelten en zal hen beproeven; want hoe zou Ik anders doen ten aanzien der dochter Mijns volks?12

DutSVVA word tags

HeereH3068
heirscharenH6635
smeltenH6884H8802
beproevenH974H8804
aanzienH6440
dochterH1323
volksH5971

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. heirscharen Zie 1Ki 18:15 .
  2. smelten Door het vuur der ellende, plagen en straffen; want zij zijn toch anders tot geen gevoel van hunne boosheid te brengen.

8 Hun tong is een moordpijl, zij spreekt bedrog; een ieder spreekt met zijn naaste van vrede met zijn mond, maar in zijn binnenste legt hij lagen.1234

DutSVVA word tags

tongH3956
spreektH1696H8765
bedrogH4820
spreektH1696H8762
naasteH7453
vredeH7965
mondH6310
binnensteH7130
lagenH696

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. moordpijl, Anders: een uitgerekte, uitgeschoten pijl.
  2. een ieder spreekt Hebreeuws, hij spreekt; dat is een ieder, of men spreekt.
  3. legt Dat is, in zijn hart.
  4. zijne lagen Of, legt hij hem lagen. Hebreeuws, lage.

9 Zou Ik hen om deze dingen niet bezoeken? spreekt de Heere; zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk, als dit is?1

DutSVVA word tags

bezoekenH6485H8799
spreektH5002H8803
HeereH3068
zielH5315
volkH1471

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. bezoeken? Met straffen, zie Gen 21:1 .

10 Ik zal een geween en een weeklage opheffen over de bergen, en een klaaglied over de herdershutten der woestijn; want zij zijn afgebrand, dat er niemand doorgaat, en men hoort er geen stem van vee; van de vogelen des hemels aan tot de beesten toe zijn zij weggezworven, doorgegaan!123

DutSVVA word tags

geweenH1065
weeklageH5092
opheffenH5375H8799
bergenH2022
klaagliedH7015
herdershuttenH4999
woestijnH4057
afgebrandH3341H8738
niemandH376
doorgaatH5674H8802
stemH6963
vogelenH5775
hemelsH8064
beestenH929
weggezworvenH5074H8804
doorgegaanH1980H8804

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. herdershutten Of weiden, waar de herders hunne woningen of hutten hebben.
  2. afgebrand, Dat is, het zal alzo zekerlijk gebeuren; en zo in het volgende.
  3. zijn zij weggezworven, Gelijk onder Jer 50:3 .

11 En Ik zal Jeruzalem stellen tot steen hopen, tot een woning der draken; en de steden van Juda zal Ik stellen tot een verwoesting, zonder inwoner.

DutSVVA word tags

JeruzalemH3389
stellenH5414H8804
hopenH1530
woningH4583
drakenH8577
stedenH5892
JudaH3063
stellenH5414H8799
verwoestingH8077
inwonerH3427H8802

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

12 Wie is de wijze man, die dit versta? En tot wien heeft de mond des Heeren gesproken, dat hij het verkondige, waarom het land vergaan en afgebrand zij als een woestijn, dat er niemand doorgaat?12

DutSVVA word tags

wijzeH2450
manH376
verstaH995H8799
mondH6310
HeerenH3068
gesprokenH1696H8765
verkondigeH5046H8686
landH776
vergaanH6H8804
woestijnH4057
doorgaatH5674H8802

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. wijze man, Alsof hij zeide: Zulken zijn er zeer weinig onder het ganse volk, niettegenstaande ik, nevens andere dienstknechten des Heeren, dit geduriglijk door Gods bevel uitroep, tegen de verleidingen der valse profeten, die niet dan van vrede spreken. Zie boven Jer 8:11 , Jer 8:15 .
  2. verkondige, Of verklare.

13 En de Heere zeide: Omdat zij Mijn wet, die Ik voor hun aangezicht gegeven had, verlaten hebben, en naar Mijn stem niet gehoord, noch daarnaar gewandeld hebben;

DutSVVA word tags

HeereH3068
aangezichtH6440
stemH6963
gehoordH8085H8804

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

14 Maar hebben gewandeld naar het goeddunken huns harten, en naar de Baäls, hetwelk hun vaders hun geleerd hadden.12

DutSVVA word tags

gewandeldH3212H8799
naarH310
goeddunkenH8307
hartenH3820
naarH310
BaälsH1168
vadersH1

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. goeddunken Gelijk boven Jer 3:17 .
  2. Baäls, Zie Jdg 2:11 .

15 Daarom zegt de Heere der heirscharen, de God Israëls, alzo: Ziet, Ik zal dit volk spijzen met alsem, en Ik zal hen drenken met gallewater;12

DutSVVA word tags

HeereH3068
heirscharenH6635
GodH430
IsraëlsH3478
volkH5971
spijzenH398H8688
alsemH3939
drenkenH8248H8689
gallewaterH4325H7219

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Ik zal dit Hebreeuws, Ik zal hen spijzigen, dit volk.
  2. alsem, Dat is, hun bittere en verderflijke ellenden en plagen toezenden; zie boven Jer 8:14 ; Deu 29:18 ; Psa 69:22 .

16 En Ik zal hen verstrooien onder de heidenen, die zij niet gekend hebben, zij noch hun vaders; en Ik zal het zwaard achter hen zenden, totdat Ik hen verteerd zal hebben.1

DutSVVA word tags

verstrooienH6327H8689
heidenenH1471
vadersH1
zwaardH2719
achterH310

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. totdat Ik hen Gelijk onder Jer 49:37 .

17 Zo zegt de Heere der heirscharen: Merkt daarop, en roept klaagvrouwen, dat zij komen; en zendt henen naar de wijze vrouwen, dat zij komen.12

DutSVVA word tags

HeereH3068
heirscharenH6635
daaropH995H8708
klaagvrouwenH6969H8789
wijzeH2450

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. klaagvrouwen, Dit ziet op de gewoonte van die tijden en plaatsen, dat men in tijd van groten rouw zangers en zangeressen ontbood, die kunstige klaagliederen bewegelijk konden zingen om de mensen tot wenen te verwekken. Zie 2Ch 35:25 ; Job 3:8 ; Eze 32:16 ; Amo 5:16 ; Mat 9:23 ; Mar 5:38 . God wil hierdoor te verstaan geven dat er, alleszins oorzaak van rouw in het land wezen zal, zodat men de ellende van dien tijd niet genoeg zal kunnen bewenen.
  2. wijze Die in deze kunst van klaagliederen te zingen wel ervaren zijn; vergelijk onder Jer 10:9 .

18 En haasten, en een weeklage over ons opheffen, dat onze ogen van tranen nederdalen, en onze oogleden van water vlieten.1

DutSVVA word tags

haastenH4116H8762
weeklageH5092
opheffenH5375H8799
ogenH5869
tranenH1832
nederdalenH3381H8799
oogledenH6079
waterH4325
vlietenH5140H8799

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. nederdalen, Dat is, tranen in overvloed uit onze ogen aflopen, afvallen, afvlieten, nederdalen; alzo onder Jer 13:17 , en Jer 14:17 .

19 Want er is een stem van weeklage gehoord uit Sion: Hoe zijn wij verstoord! wij zijn zeer beschaamd, omdat wij het land hebben verlaten, omdat zij onze woningen hebben omgeworpen.1

DutSVVA word tags

stemH6963
weeklageH5092
gehoordH8085H8738
SionH6726
verstoordH7703H8795
zeerH3966
beschaamdH954H8804
landH776
verlatenH5800H8804
woningenH4908
omgeworpenH7993H8689

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. omdat zij Of, omdat onze woningen [ons] hebben uitgeworpen, of weggeworpen.

20 Hoort dan des Heeren woord, gij vrouwen! en uw oor ontvange het woord Zijns monds, en leert uw dochters weeklagen, en elke een haar metgezellin klaagliederen.1

DutSVVA word tags

HeerenH3068
woordH1697
vrouwenH802
oorH241
ontvangeH3947H8799
woordH1697
mondsH6310
dochtersH1323
weeklagenH5092
elkeH802
metgezellinH7468
klaagliederenH7015

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. weeklagen, Hebreeuws, weeklage, klaaglied.

21 Want de dood is geklommen in onze vensteren, hij is in onze paleizen gekomen, om de kinderkens uit te roeien van de wijken, de jongelingen van de straten.12

DutSVVA word tags

doodH4194
geklommenH5927H8804
vensterenH2474
paleizenH759
gekomenH935H8804
kinderkensH5768
wijkenH2351
jongelingenH970
stratenH7339

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Want de dood Of, zekerlijk; en alzo konden deze woorden een formulier zijn van een klaaglied.
  2. kinderkens Van het Hebreeuwse woord, zie Psa 8:8 .

22 Spreek: Zo spreekt de Heere: Ja, een dood lichaam des mensen zal liggen, als mest op het open veld, en als een garve achter den maaier, die niemand opzamelt.1234

DutSVVA word tags

spreektH5002H8803
HeereH3068
lichaamH5038
mensenH120
mestH1828
openH6440
veldH7704
garveH5995
achterH310
opzameltH622H8764

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. liggen, Alzo wordt het Hebreeuws woord, dat gemeenlijk vallen betekent, ook elders voor liggen genomen. Zie Deu 21:1 ; Jdg 4:22 , en Jdg 19:26 ; 1Sa 31:8 ; 2Ch 20:24 ; onder Jer 51:4 ; Eze 6:7 , enz.
  2. open veld, Hebreeuws, aangezicht des velds.
  3. garve Eenige korenaren, die de manier overstaat en laat vallen, waar men niet meer naar omziet.
  4. die niemand opzamelt Of, niemand zal het [te weten het dode lichaam] inzamelen, opnemen, wegnemen, om te begraven. Vergelijk boven Jer 8:2 .

23 Zo zegt de Heere: Een wijze beroeme zich niet in zijn wijsheid, en de sterke beroeme zich niet in zijn sterkheid; een rijke beroeme zich niet in zijn rijkdom;1

DutSVVA word tags

HeereH3068
wijzeH2450
wijsheidH2451
sterkeH1368
sterkheidH1369
rijkeH6223
rijkdomH6239

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. in zijn wijsheid, Of, van, over, om; alzo in het volgende.

24 Maar die zich beroemt, beroeme zich hierin, dat hij verstaat, en Mij kent, dat Ik de Heere ben, doende weldadigheid, recht en gerechtigheid op de aarde, want in die dingen heb Ik lust, spreekt de Heere.

DutSVVA word tags

beroemtH1984H8693
verstaatH7919H8687
HeereH3068
weldadigheidH2617
rechtH4941
gerechtigheidH6666
aardeH776
spreektH5002H8803
HeereH3068

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

25 Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, dat Ik bezoeking zal doen over alle besnedenen, met degenen, die de voorhuid hebben;12

DutSVVA word tags

dagenH3117
spreektH5002H8803
HeereH3068
besnedenenH4135H8803
hebbenH6190

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. bezoeking Gelijk vs.9.
  2. voorhuid Hebreeuws, met de voorhuid; dat is, met den onbesnedene [gelijk Rom 2:26 ; zie wijders Job 35:13 ;] over den een met den ander, wil de Heere zeggen; mijn volk, dat besneden is, zowel als de onbesneden heidense natiën. Vergelijk onder Jer 25:17-20 , enz. Sommigen verstaan met, of in de voorhuid; dat is, zodanigen, die wel naar het vlees zijn besneden, maar onbesneden van harte, gelijk in het volgende van Israël gezegd wordt.

26 Over Egypte, en over Juda, en over Edom, en over de kinderen Ammons, en over Moab, en over allen, die aan de hoeken afgekort zijn, die in de woestijn wonen; want al de heidenen hebben de voorhuid, maar het ganse huis Israëls heeft de voorhuid des harten.1234

DutSVVA word tags

EgypteH4714
JudaH3063
EdomH123
kinderenH1121
AmmonsH5983
MoabH4124
hoekenH6285
woestijnH4057
heidenenH1471
voorhuidH6189
huisH1004
IsraëlsH3478
voorhuidH6189
hartenH3820

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Egypte, Dat is, de Egyptenaars, enz.
  2. hoeken Hebreeuws, den hoek; te weten van hun hoofd, dat is, die rondom aan de hoeken des hoofds zijn beschoren, gelijk de Arabieren. Vergelijk Lev 19:27 , alzo onder Jer 25:23 , en onder 49:32. Anders: die in den uitersten hoek gelegen zijn; dat is, de heidense volken, die buiten en aan de uiterste hoeken van Kanaän, in het oosten, zuiden, of naar de Rode zee toe, of aan zekeren uitersten hoek van dien [gelijk enigen menen] woonachtig waren.
  3. hebben de voorhuid, Hebreeuws alsof men zeide: Zijn voorhuid.
  4. voorhuid des harten Dat is, zijn onbesneden van harte, hoewel zij naar het lichaam besneden zijn. Zie boven Jer 4:4 .