reltext

Chapter 6

1 Waar is uw Liefste heengegaan, o gij schoonste onder de vrouwen? Waarheen heeft uw Liefste het aangezicht gewend, opdat wij Hem met u zoeken? 123

Original Hebrew

אָ֚נָהא֚נהאָנָהאנה'A.nahwhere?H0575HTi
הָלַ֣ךְהל֣ךהָלַךְהלךha.Lakhhas he goneH1980GHVqp3ms
דּוֹדֵ֔/ךְדוד֔/ךדּוֹדֵ/ךְדוד/ךdo.De/khlover/ yourH1730GH9022HNcmsc+Sp2fs
הַ/יָּפָ֖הה/יפ֖ההַ/יָּפָהה/יפהhai./ya.FahO/ beautiful [one]H9009H3303HTd+Aafsa
בַּ/נָּשִׁ֑יםב/נש֑יםבַּ/נָּשִׁיםב/נשיםba./na.Shimamong <the>/ womenH9003H0802GHRd+Ncmpa
אָ֚נָהא֚נהאָנָהאנה'A.nahwhere?H0575HTi
פָּנָ֣הפנ֣הפָּנָהפנהpa.Nahhas he turnedH6437GHVqp3ms
דוֹדֵ֔/ךְדוד֔/ךדוֹדֵ/ךְדוד/ךdo.De/khlover/ yourH1730GH9022HNcmsc+Sp2fs
וּ/נְבַקְשֶׁ֖/נּוּו/נבקש֖/נווּ/נְבַקְשֶׁ/נּוּו/נבקש/נוu./ne.vak.She./nuso/ we may seek/ himH9002H1245H9033HC+Vpu1cp+Sp3ms
עִמָּֽ/ךְ\׃עמ/ך\עִמָּֽ/ךְ\׃עמ/ך\'i.Ma/khwith/ youH5973AH9032\H9016HR+Sp2fs
  1. is uw Liefste Dit zijn de woorden der dochteren van Jeruzalem, waarvan gesproken is Son 5:16 .
  2. het aangezicht Te weten, van u tot anderen, of tot een andere plaats.
  3. opdat wij Hem Of, en wij zullen Hem met u zoeken. De dochteren van Jeruzalem, hebbende gehoord hoe de Bruid haren Bruidegom geprezen had, zijn daardoor bewogen geworden om ernstiglijk tot tweemaal toe naar Hem te vragen [alzo haar groten ijver uitdrukkende], en zij beloven dat zij Hem met haar willen zoeken, opdat zij zijne genade en zegeningen mede mochten deelachtig worden. Dusdanig is de kracht der predikatie van het heilige Evangelie in de harten der uitverkorenen. Zie Act 2:37 , Act 4:4 , en Act 11:20-21 .

2 Mijn Liefste is afgegaan in Zijn hof, tot de specerijbedden, om te weiden in de hoven, en om de leliën te verzamelen. 123456

Original Hebrew

דּוֹדִ/י֙דוד/י֙דּוֹדִ/ידוד/יdo.D/ilover/ myH1730GH9020HNcmsc+Sp1bs
יָרַ֣דיר֣דיָרַדירדya.Radhe has gone downH3381HVqp3ms
לְ/גַנּ֔/וֹל/גנ֔/ולְ/גַנּ/וֹל/גנ/וle./ga.N/oto/ garden/ hisH9005H1588MH9023HR+Ncbsc+Sp3ms
לַ/עֲרוּג֖וֹתל/ערוג֖ותלַ/עֲרוּגוֹתל/ערוגותla./'a.ru.Gotto/ [the] beds ofH9005H6170HR+Ncfpc
הַ/בֹּ֑שֶׂםה/ב֑שםהַ/בֹּשֶׂםה/בשםha./Bo.sem<the>/ spiceH9009H1314HTd+Ncmsa
לִ/רְעוֹת֙ל/רעות֙לִ/רְעוֹתל/רעותli/r.'Otto/ grazeH9005H7462BHR+Vqcc
בַּ/גַּנִּ֔יםב/גנ֔יםבַּ/גַּנִּיםב/גניםba./ga.Nimin the/ gardensH9003H1588MHRd+Ncbpa
וְ/לִ/לְקֹ֖טו/ל/לק֖טוְ/לִ/לְקֹטו/ל/לקטve./li/l.Kotand/ to/ gatherH9002H9005H3950HC+R+Vqcc
שֽׁוֹשַׁנִּֽים\׃שושנים\שֽׁוֹשַׁנִּֽים\׃שושנים\Sho.o.sha.NimliliesH7799\H9016HNcmpa
  1. Mijn Liefste De Bruid, die eerst haren Bruidegom gezocht maar niet gevonden had, weet nu waar Hij is, en zij onderwijst anderen daarvan; zodat wij hier zien vervuld hetgeen Christus belooft, Mat 7:7 :Zoekt en gij zult vinden. Zie Deu 4:29 .
  2. in Zijn hof, De hof van Christus is zijne gemeente, gelijk boven Son 4:16 , en Son 5:1 . Daar is Hij te zoeken en te vinden.
  3. de specerijbedden, Het schijnt dat hiermede te kennen gegeven worden de hopen, of gezelschappen der gelovigen, in wier harten, als in een goede aarde, het goede zoetriekende zaad van het goddelijke Woord gezaaid wordt; Mat 13:8 , Mat 13:23 . Dit is des Bruidegoms lusthof, waar Hij met zijn genade en geest altijd omtrent is, en Hij schept zijn vermaak in de goede werken der gelovigen, gelijk iemand doet in lieflijke kruidbedden met allerlei kostelijke specerijen en bloemen bezet en bezaaid.
  4. om te weiden Dat is om gemeenschap met zijne uitverkorenen te hebben, etende en genietende zijn aangename vrucht. Zie boven Son 4:16 ; alsook om de zijnen te weiden, te voeden en deelachtig te maken de gaven van den Heiligen Geest.
  5. in de hoven, Dat is, in de particuliere kerken en verzamelingen der gelovigen; gelijk Son 5:1 .
  6. om de leliën Dat is, om tot zicht te vergaderen zijn uitverkoren volk, hetwelk vergeleken wordt bij de leliën onder de doornen; Son 2:2 .

3 Ik ben mijns Liefsten, en mijn Liefste is mijn, Die onder de leliën weidt. 12

Original Hebrew

אֲנִ֤יאנ֤יאֲנִיאני'a.NiIH0589HPp1bs
לְ/דוֹדִ/י֙ל/דוד/י֙לְ/דוֹדִ/יל/דוד/יle./do.D/i[belong] to/ lover/ myH9005H1730GH9020HR+Ncmsc+Sp1bs
וְ/דוֹדִ֣/יו/דוד֣/יוְ/דוֹדִ/יו/דוד/יve./do.D/iand/ lover/ myH9002H1730GH9020HC+Ncmsc+Sp1bs
לִ֔/יל֔/ילִ/יל/יL/i[belongs] to/ meH9005H9030HR+Sp1bs
הָ/רֹעֶ֖הה/רע֖ההָ/רֹעֶהה/רעהha./ro.'Ehwho/ [is] grazingH9009H7462BHTd+Vqrmsa
בַּ/שׁוֹשַׁנִּֽים\׃\ \סב/שושנים\\ \סבַּ/שׁוֹשַׁנִּֽים\׃\ \סב/שושנים\\ \סba./sho.sha.Nimamong the/ liliesH9003H7799\H9016\ \H9018HRd+Ncmpa
  1. Ik ben mijns Liefsten, De Bruid verheugt zich hier vanwege de liefde en den vrede, tussen haren Bruidegom en haar vernieuwd, onaangezien haar vorige zwakheden en wederwaardigheden. Deze zelfde woorden spreekt de Bruid ook van haren Bruidegom, boven Son 2:16 , en onder Son 7:10 ; doch een weinig in een anderen zin.
  2. Die onder de leliën Dat is, niet alleen op een gezonde weide, maar ook op een overvloedige lustige weide, tot verkwikking en tot eeuwigen troost zijner schapen.

4 Gij zijt schoon, Mijn vriendin, gelijk Thirza, liefelijk als Jeruzalem, schrikkelijk als slagorden met banieren. 12345

Original Hebrew

יָפָ֨היפ֨היָפָהיפהya.Fah[are] beautifulH3303HAafsa
אַ֤תְּא֤תאַתְּאת'atyouH0859CHPp2fs
רַעְיָתִ/י֙רעית/י֙רַעְיָתִ/ירעית/יra'.ya.T/iO friend/ myH7474H9020HNcfsc+Sp1bs
כְּ/תִרְצָ֔הכ/תרצ֔הכְּ/תִרְצָהכ/תרצהke./tir.Tzahlike/ TirzahH9004H8656HHR+Npl
נָאוָ֖הנאו֖הנָאוָהנאוהna.VahlovelyH5000HAafsa
כִּ/ירוּשָׁלִָ֑םכ/ירושל֑םכִּ/ירוּשָׁלִָםכ/ירושלםki./ru.sha.Limlike/ JerusalemH9004H3389HR+Npl
אֲיֻמָּ֖האימ֖האֲיֻמָּהאימה'a.yu.MahmajesticH0366HAafsa
כַּ/נִּדְגָּלֽוֹת\׃כ/נדגלות\כַּ/נִּדְגָּלֽוֹת\׃כ/נדגלות\ka./nid.ga.Lotlike <the>/ hosts with bannersH9004H1713B\H9016HRd+VNrfpa
  1. Gij zijt schoon, De Bruidegom, zijne Bruid gevonden hebbende, roemt haar vanwege de menigvuldige gaven, waarmede zij versierd is. Zie boven, Son 4:1 .
  2. Thirza, Dit was ene stad in het land Kanaän, niet wijd van Samaria gelegen, in welke hof gehouden heeft een van de koningen, die Jozua heeft overwonnen; Jos 12:24 . Naderhand hebben de koningen van Israël er hof gehouden, totdat Samaria gebouwd was door Omri. Zie 1Ki 14:17 , en 1Ki 15:21 , 1Ki 15:33 , en 1Ki 16:6 , 1Ki 16:8 , 1Ki 16:23 . De Griekse overzetters vertalen het woord Tihrtsa, en stellen in den tekst, goed vermaak, of gunstige aanneming. Waaruit af te nemen is dat het een schone aangename stad geweest is, in hoedanige plaatsen de koningen en prinsen plachten te wonen. Dusdanige fraaiheid of schoonheid wordt hier de Bruid toegeschreven, zijnde schoon en aangenaam gemaakt door Christus haren Bruidegom; Eph 1:6 , en Eph 5:27 .
  3. Jeruzalem, De stad Jeruzalem is vermaard vanwege hare schoonheid en heerlijkheid. Zij is eertijds de vermaardste stad geweest van geheel het Oosten, Plin. lib. 5 cap. 14. Zij was de stoel van den zuiveren godsdienst en de woonplaats der koningen van Juda; Psa 122 . Zij wordt genoemd de vreugde der ganse aarde; Psa 48:3 .
  4. schrikkelijk Dat is, vol van majesteit en moed, vreeslijk in de ogen harer vijanden, gelijk onder vs.10.
  5. als slagorden Hebreeuws, als gebanierden; te weten, legers, of slagorden; dat is als legers, staande onder hunne banieren, of vaandels in slagorde, vaardig om slag te leveren. Daarom is de kerk van Christus schrikkelijk voor de ogen harer vijanden, omdat zij omlegerd is met vele krachtige engelen, 2Ki 6:17 , en 2Ki 19:35 ; idem omdat zij gewapend is met geestelijke wapenen, zie Act 5:11 ; Eph 6:13 ; 2Co 10:4 . Zie ook onder, vs.10.

5 Wend uw ogen van Mij af, want zij doen Mij geweld aan; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van Gilead afscheren. 12345

Original Hebrew

הָסֵ֤בִּיהס֤ביהָסֵבִּיהסביha.Se.biturnH5437JHVhv2fs
עֵינַ֙יִ/ךְ֙עינ֙י/ך֙עֵינַיִ/ךְעיני/ך'ei.Na.yi/kheyes/ yourH5869AH9022HNcfdc+Sp2fs
מִ/נֶּגְדִּ֔/ימ/נגד֔/ימִ/נֶּגְדִּ/ימ/נגד/יmi./neg.D/ifrom/ before/ meH9006H5048H9030HR+Acmsc+Sp1bs
שֶׁ֥/הֵ֖םש֥/ה֖םשֶׁ/הֵםש/הםshe./Hemthat/ theyH9007H1992HTr+Pp3mp
הִרְהִיבֻ֑/נִיהרהיב֑/ניהִרְהִיבֻ/נִיהרהיב/ניhir.hi.Vu./nithey have confused/ meH7292H9030HVhp3cp+Sp1bs
שַׂעְרֵ/ךְ֙שער/ך֙שַׂעְרֵ/ךְשער/ךsa'.re/Khhair/ yourH8181H9022HNcmsc+Sp2fs
כְּ/עֵ֣דֶרכ/ע֣דרכְּ/עֵדֶרכ/עדרke./'E.der[is] like/ [the] flock ofH9004H5739HR+Ncmsc
הָֽ/עִזִּ֔יםה/עז֔יםהָֽ/עִזִּיםה/עזיםha./'i.Zim<the>/ she-goatsH9009H5795HTd+Ncmpa
שֶׁ/גָּלְשׁ֖וּש/גלש֖ושֶׁ/גָּלְשׁוּש/גלשוshe./gal.Shuthat/ they have descendedH9007H1570HTr+Vqp3cp
מִן\־מן\מִן\־מן\min-fromH4480A\H9014HR
הַ/גִּלְעָֽד\׃ה/גלעד\הַ/גִּלְעָֽד\׃ה/גלעד\ha./gil.'Ad<the>/ GileadH9009H1568G\H9016HTd+Npl
  1. Wend uw ogen Manier van spreken, uitdrukkende de grootheid der liefde van Christus. Anders: Wend uw ogen naar mij toe. Het Hebreeuwse woord betekent somtijds zich tot iemand wenden, gelijk 1Ch 12:23 , somtijds zich van iemand afwenden, gelijk Eze 7:22 .
  2. van Mij af, Of, tegenover mij, gelijk Num 2:2 .
  3. zij doen Mij Anders: Zij hebben mij opgelicht, of verheven.
  4. uw haar is Zie de aantekening Son 4:1 .
  5. van Gilead Hier staat alleen Gilead, maar Son 4:1 staat, de berg Gilead. Zo op de ene als op de andere plaats wordt de gehele landstreek van Gilead verstaan.

6 Uw tanden zijn als een kudde schapen, die uit de wasstede opkomen, die al te zamen tweelingen voortbrengen, en onder dezelve is geen jongeloos. 1

Original Hebrew

שִׁנַּ֙יִ/ךְ֙שנ֙י/ך֙שִׁנַּיִ/ךְשני/ךshi.Na.yi/khteeth/ yourH8127GH9022HNcfdc+Sp2fs
כְּ/עֵ֣דֶרכ/ע֣דרכְּ/עֵדֶרכ/עדרke./'E.der[are] like/ [the] flock ofH9004H5739HR+Ncmsc
הָֽ/רְחֵלִ֔יםה/רחל֔יםהָֽ/רְחֵלִיםה/רחליםha./re.che.Lim<the>/ ewesH9009H7353HTd+Ncmpa
שֶׁ/עָל֖וּש/על֖ושֶׁ/עָלוּש/עלוshe./'a.Luthat/ <they> have come upH9007H5927GHTr+Vqp3cp
מִן\־מן\מִן\־מן\min-fromH4480A\H9014HR
הָ/רַחְצָ֑הה/רחצ֑ההָ/רַחְצָהה/רחצהha./rach.Tzahthe/ washingH9009H7367HTd+Ncfsa
שֶׁ/כֻּלָּ/ם֙ש/כל/ם֙שֶׁ/כֻּלָּ/םש/כל/םshe./ku.La/mthat/ all of/ themH9007H3605H9028HTr+Ncmsc+Sp3mp
מַתְאִימ֔וֹתמתאימ֔ותמַתְאִימוֹתמתאימותmat.'i.Mot[are] bearing twinsH8382HVhrfpa
וְ/שַׁכֻּלָ֖הו/שכל֖הוְ/שַׁכֻּלָהו/שכלהve./sha.ku.Lahand/ [is one] deprived of offspringH9002H7909HC+Aafsa
אֵ֥יןא֥יןאֵיןאין'einnotH0369HNcmsc
בָּ/הֶֽם\׃ב/הם\בָּ/הֶֽם\׃ב/הם\ba./Hemamong/ themH9003H9038\H9016HR+Sp3mp
  1. Uw tanden Zie de aantekening boven Son 4:2 .

7 Uw wangen zijn als een stuk van een granaatappel tussen uw vlechten. 1

Original Hebrew

כְּ/פֶ֤לַחכ/פ֤לחכְּ/פֶלַחכ/פלחke./Fe.lach[is] like/ [the] slice ofH9004H6400HR+Ncfsc
הָ/רִמּוֹן֙ה/רמון֙הָ/רִמּוֹןה/רמוןha./ri.mOn<the>/ pomegranateH9009H7416HTd+Ncmsa
רַקָּתֵ֔/ךְרקת֔/ךרַקָּתֵ/ךְרקת/ךra.ka.Te/khtemple/ yourH7541H9022HNcfsc+Sp2fs
מִ/בַּ֖עַדמ/ב֖עדמִ/בַּעַדמ/בעדmi./Ba.'adfrom/ behindH9006H1157HR+Acbsa
לְ/צַמָּתֵֽ/ךְ\׃ל/צמת/ך\לְ/צַמָּתֵֽ/ךְ\׃ל/צמת/ך\le./tza.ma.Te/khto/ veil/ yourH9005H6777H9022\H9016HR+Ncfsc+Sp2fs
  1. Uw wangen Zie boven, Son 4:3 .

8 Er zijn zestig koninginnen en tachtig bijwijven, en maagden zonder getal. 1234

Original Hebrew

שִׁשִּׁ֥יםשש֥יםשִׁשִּׁיםששיםshi.Shim[are] sixtyH8346HAcmpa
הֵ֙מָּה֙ה֙מה֙הֵמָּההמהhe.mahtheyH1992HPp3mp
מְּלָכ֔וֹתמלכ֔ותמְּלָכוֹתמלכותme.la.KhotqueensH4436HHNcfpa
וּ/שְׁמֹנִ֖יםו/שמנ֖יםוּ/שְׁמֹנִיםו/שמניםu./she.mo.Nimand/ eightyH9002H8084HC+Acmpa
פִּֽילַגְשִׁ֑יםפילגש֑יםפִּֽילַגְשִׁיםפילגשיםpi.lag.ShimconcubinesH6370HNcmpa
וַ/עֲלָמ֖וֹתו/עלמ֖ותוַ/עֲלָמוֹתו/עלמותva./'a.la.Motand/ young womenH9002H5959HC+Ncfpa
אֵ֥יןא֥יןאֵיןאין'einthere notH0369HNcmsc
מִסְפָּֽר\׃מספר\מִסְפָּֽר\׃מספר\mis.Par[is] a numberH4557\H9016HNcmsa
  1. Er zijn Deze woorden mag men ook nemen als onder voorwaarde gesproken zijnde, aldus: Laat daar zestig koninginnen zijn; dat is, al waren er zestig koninginnen, enz., nochtans is eene mijne duif, enz.
  2. Zestig . . . tachtig Dit spreekt de Bruidegom Christus onder den naam van Salomo, die zijn voorbeeld geweest is. Eenigen besluiten hieruit dat Salomo dit lied gedicht heeft in de eerste jaren van zijn koninkrijk, toen hij nog zovele vrouwen en bijwijven gehad heeft; 1Ki 11:3 . Doch enigen menen dat hier een zeker getal voor een onzeker gesteld is; Job 5:19 ; Mic 5:4 , en elders meer. De geestelijke zin is dat de ware kerk alleen de kerk van Christus te achten is, gelijk hier vs.9 breder gezegd wordt.
  3. bijwijven, Van het woord bijwijven zie Gen 22:24 . Het schijnt dat door deze koninginnen en bijwijven verstaan worden die kerken, die zich voor ware kerken uitgeven, maar geen inwendige geestelijke gemeenschap met den Bruidegom Christus hebben, hoewel zij door Gods genade daartoe kunnen gebracht worden.
  4. maagden Versta hier dienstmaagden of staatjonkvrouwen der koninginnen, gelijk Est 2:9 ; Psa 45:15 ; en bij deze dienstmaagden wordt verstaan het volk, dat van de groten afhangt en zich van dezelven laat leiden, hetwelk verre de grootste hoop in de wereld is.

9 Een enige is Mijn duive, Mijn volmaakte, de enige harer moeder, zij is de zuivere dergenen, die haar gebaard heeft; als de dochters haar zien, zo zullen zij haar welgelukzalig roemen, de koninginnen en de bijwijven; en zij zullen haar prijzen.12345678

Original Hebrew

אַחַ֥תאח֥תאַחַתאחת'a.Chat[is] oneH0259HAcfsa
הִיא֙היא֙הִיאהיאhi'sheH1931HPp3fs
יוֹנָתִ֣/ייונת֣/ייוֹנָתִ/ייונת/יyo.na.T/idove/ myH3123H9020HNcfsc+Sp1bs
תַמָּתִ֔/יתמת֔/יתַמָּתִ/יתמת/יta.ma.T/iperfect [one]/ myH8535H9020HAafsc+Sp1bs
אַחַ֥תאח֥תאַחַתאחת'a.Chat[is] one [daughter]H0259HAcfsa
הִיא֙היא֙הִיאהיאhi'sheH1931HPp3fs
לְ/אִמָּ֔/הּל/אמ֔/הלְ/אִמָּ/הּל/אמ/הle./'i.Ma/hof/ mother/ herH9005H0517H9024HR+Ncfsc+Sp3fs
בָּרָ֥הבר֥הבָּרָהברהba.Rah[is] a pure [daughter]H1249HAafsa
הִ֖יאה֖יאהִיאהיאhi'sheH1931HPp3fs
לְ/יֽוֹלַדְתָּ֑/הּל/יולדת֑/הלְ/יֽוֹלַדְתָּ/הּל/יולדת/הle./yo.lad.Ta/hof/ [the] [one who] bore/ herH9005H3205H9034HR+Vqrfsc+Sp3fs
רָא֤וּ/הָרא֤ו/הרָאוּ/הָראו/הra.'U./hathey saw/ herH7200GH9034HVqp3cp+Sp3fs
בָנוֹת֙בנות֙בָנוֹתבנותva.nOtdaughtersH1323GHNcfpa
וַֽ/יְאַשְּׁר֔וּ/הָו/יאשר֔ו/הוַֽ/יְאַשְּׁרוּ/הָו/יאשרו/הva/y.'a.she.Ru./haand/ they called blessed/ herH9001H0833H9034Hc+Vpw3mp+Sp3fs
מְלָכ֥וֹתמלכ֥ותמְלָכוֹתמלכותme.la.KhotqueensH4436HHNcfpa
וּ/פִֽילַגְשִׁ֖יםו/פילגש֖יםוּ/פִֽילַגְשִׁיםו/פילגשיםu./fi.lag.Shimand/ concubinesH9002H6370HC+Ncmpa
וַֽ/יְהַלְלֽוּ/הָ\׃\ \סו/יהללו/ה\\ \סוַֽ/יְהַלְלֽוּ/הָ\׃\ \סו/יהללו/ה\\ \סVa/y.ha.Lu./haand/ they praised/ herH9001H1984BH9034\H9016\ \H9018Hc+Vpw3mp+Sp3fs
  1. Een enige Of, [maar] zij alleen is mijn duif. Dit wordt gesteld tegen het groot getal der koninginnen, enz., vs.8. En hier wordt de Bruid van Christus, die maar een is, [gelijk er maar een lichaam, een Geest, eene hoop, een Heere, een geloof is; Eph 4:4-5 ] gesteld en meer geacht dan het groot getal van anderen, die in hun eigen en anderer mensen mening koninginnen en prinsessen zijn. Zie wat God tot Israël spreekt Exo 19:5 ; 2Sa 7:23 .
  2. de enige harer Al de particuliere kerken op aarde, die rechtzinnig zijn, maken tezamen niet meer dan een lichaam; Eph 4:16 . De enige kerk zijnde als de enige en wettelijke dochter van het hemelse Jeruzalem, hetwelk is de algemene kerk, welke is onzer aller moeder; Gal 4:26 .
  3. de zuivere Of, gezuiverde of uitgelezene, of de klare, en alzo onder vs.10, en 1Ch 7:40 . Daar zijn wel vele bastaardkerken, maar daar is niet meer dan een zuivere, wettelijke uitverkoren kerk. Van welke zie 1Pe 1:2 .
  4. dergenen, Hebreeuws, van hare baarster.
  5. de dochters Te weten, de dochters of maagden van wie vs.8 gesproken is.
  6. haar zien, Dat is, haar staat en gelegenheid terdege kennen.
  7. zullen haar Of, zullen haar; te weten deze Bruid. Zie Deu 4:6 , en Deu 26:19 ; Act 5:13 .
  8. prijzen Dat is, zij zullen haar gelukzalig achten. De zin is, ofschoon de kerken, die in deze wereld zo van anderen als van zichzelven zo groot geacht worden, schijnen de ware kerk te zijn, nochtans zullen zij eindelijk overtuigd worden, immers [tenzij dat zij zich bekeren] ten jongsten dage, als zij de schapen zullen zien staan aan de rechterhand van den oppersten rechter, dat er maar een ware kerk is en dat die welzalig zijn, die tot dezelve behoren; Mal 3:18 .

10 Wie is zij, die er uitziet als de dageraad, schoon, gelijk de maan, zuiver als de zon, schrikkelijk als slagorden met banieren? 123456

Original Hebrew

מִי\־מי\מִי\־מי\mi-who?H4310\H9014HPi
זֹ֥אתז֥אתזֹאתזאתzotthisH2063HTm
הַ/נִּשְׁקָפָ֖הה/נשקפ֖ההַ/נִּשְׁקָפָהה/נשקפהha./nish.ka.Fah[is] the/ [one who] looks downH9009H8259HTd+VNrfsa
כְּמוֹ\־כמו\כְּמוֹ\־כמו\ke.mov-likeH3644G\H9014HR
שָׁ֑חַרש֑חרשָׁחַרשחרSha.char[the] dawnH7837HNcmsa
יָפָ֣היפ֣היָפָהיפהya.FahbeautifulH3303HAafsa
כַ/לְּבָנָ֗הכ/לבנ֗הכַ/לְּבָנָהכ/לבנהkha./le.va.Nahlike the/ full moonH9004H3842HRd+Ncfsa
בָּרָה֙ברה֙בָּרָהברהba.RahpureH1249HAafsa
כַּֽ/חַמָּ֔הכ/חמ֔הכַּֽ/חַמָּהכ/חמהka./cha.Mahlike the/ sunH9004H2535HRd+Ncfsa
אֲיֻמָּ֖האימ֖האֲיֻמָּהאימה'a.yu.MahmajesticH0366HAafsa
כַּ/נִּדְגָּלֽוֹת\׃\ \סכ/נדגלות\\ \סכַּ/נִּדְגָּלֽוֹת\׃\ \סכ/נדגלות\\ \סka./nid.ga.Lotlike <the>/ hosts with bannersH9004H1713B\H9016\ \H9018HRd+VNrfpa
  1. Wie is zij, Dat is, wat voor een is dit? Dit wordt gevraagd door degenen, die in het einde van vs.9 vermeld zijn. Zij verwonderen zich over de schoonheid en heerlijkheid der kerk Gods, alsof zij zeiden: Is dat die kerk, die wij versmaad hebben? Zie hoe heerlijk is zij nu!
  2. uitziet Of, uitkijkt, verschijnt.
  3. als de dageraad, Gelijk de klare morgenstond na den duisteren nacht, alzo staat de Bruid op en komt voort, na de duisternis van het kruis, onwetenschap en dwaling; te weten als de morgenster van de kennis van Christus in haar hart opgaat. Zie Isa 60:2 ; 2Pe 1:19 .
  4. de maan, De maan heeft in het Hebreeuws haren naam van wittigheid en van haar helder schijnsel. Hier betekent het schoon schijnen der maan den heerlijken staat der kerk Gods. Zie dergelijke manier van spreken Isa 30:26 , en Isa 60:20 ; Eze 16:14 , en Eze 32:7-8 ; Joe 3:15 .
  5. zuiver Zuiver, of klaar, of rein. als de zon, Christus is de zon der gerechtigheid, Mal 4:2 . De vrouw, te weten zijne Bruid, is met de zon bekleed, Rev 12:1 . Want zij heeft Christus aangedaan door het geloof, Gal 3:27 ; door wiens gerechtigheid zij gezuiverd is van hare zonden, en alzo is zij heerlijk en schoon schijnende.
  6. schrikkelijk Te weten harer vijanden, met wie zij te vechten heeft onder de banier van haren Bruidegom, aanhebbende niet vleselijke wapens, maar machtig door God om de sterkten neder te werpen; 2Co 10:4 . Zie ook Exo 15:14-16 ; Deu 2:25 , en Deu 33:29 ; Psa 48:5-6 . Zie ook boven de aantekening vs.4.

11 Ik ben tot den notenhof afgegaan om de groene vruchten der vallei te zien; om te zien, of de wijnstok bloeide, de granaatbomen uitbotten.123456

Original Hebrew

אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
גִּנַּ֤תגנ֤תגִּנַּתגנתgi.Nata garden ofH1594HNcfsc
אֱגוֹז֙אגוז֙אֱגוֹזאגוז'e.goyZnut[s]H0093HNcmsa
יָרַ֔דְתִּייר֔דתייָרַדְתִּיירדתיya.Rad.tiI went downH3381HVqp1cs
לִ/רְא֖וֹתל/רא֖ותלִ/רְאוֹתל/ראותli/r.'otto/ lookH9005H7200GHR+Vqcc
בְּ/אִבֵּ֣יב/אב֣יבְּ/אִבֵּיב/אביbe./'i.Beion/ [the] green shoots ofH9003H0003HR+Ncmpc
הַ/נָּ֑חַלה/נ֑חלהַ/נָּחַלה/נחלha./Na.chalthe/ wadiH9009H5158NHTd+Ncmsa
לִ/רְאוֹת֙ל/ראות֙לִ/רְאוֹתל/ראותli/r.'Otto/ seeH9005H7200GHR+Vqcc
הֲ/פָֽרְחָ֣הה/פרח֣ההֲ/פָֽרְחָהה/פרחהha./fa.re.Chah¿/ had it buddedH9008H6524AHTi+Vqp3fs
הַ/גֶּ֔פֶןה/ג֔פןהַ/גֶּפֶןה/גפןha./Ge.fenthe/ vineH9009H1612HTd+Ncbsa
הֵנֵ֖צוּהנ֖צוהֵנֵצוּהנצוhe.Ne.tzuhad they bloomed?H5132BHVhp3cp
הָ/רִמֹּנִֽים\׃ה/רמנים\הָ/רִמֹּנִֽים\׃ה/רמנים\ha./ri.mo.Nimthe/ pomegranatesH9009H7416\H9016HTd+Ncmpa
  1. Ik ben Dit zijn de woorden van den Bruidegom, aanwijzende hoe Hij den hof, zijne kerk bezoekt.
  2. notenhof Het Hebreeuwse woord Egoz wordt alleen hier gevonden. De meeste vertalers nemen het voor noten, en menen dat men hier moet verstaan, niet slechte noten, maar notenmuskaten, hoedanige lieflijke vruchten veel in den hof van den Bruidegom wassen. Zie boven Son 4:12-14 . Anders: gezuiverden of besnoeiden hof.
  3. groene vruchten Anders: nieuwe of eerste vruchten; te weten die in het voorjaar rijp worden. De zin is, dat na den winter des tegenspoeds, de lieflijke lente der genade in den hof der ker verschijnt.
  4. der vallei Of, in de laagte, waar de kerk van Christus bewaterd en bevochtigd wordt met Gods Woord en Geest, om overvloedige vruchten te dragen.
  5. Wijnstok . . . granaatbomen Versta hier door den wijnstok en de granaatbomen het volk van God geroepen en in den hof der kerk geplant, hetwelk bottende en bloeiende in ware en oprechte kennis en wetenschap, daarna vruchten voortbrengt der goede werken ter ere Gods en stichting des naasten. Zie boven Son 2:13-14 .
  6. uitbotten Of, bloesemden of knopten.

12 Eer ik het wist, zette mij mijn ziel op de wagens van mijn vrijwillig volk.123

Original Hebrew

לֹ֣אל֣אלֹאלאlo'notH3808HTn
יָדַ֔עְתִּייד֔עתייָדַעְתִּיידעתיya.Da'.tiI knewH3045HVqp1cs
נַפְשִׁ֣/ינפש֣/ינַפְשִׁ/ינפש/יnaf.Sh/idesire/ myH5315LH9020HNcfsc+Sp1bs
שָׂמַ֔תְ/נִישמ֔ת/נישָׂמַתְ/נִישמת/ניsa.Mat./niit set/ meH7760AH9030HVqp3fs+Sp1bs
מַרְכְּב֖וֹתמרכב֖ותמַרְכְּבוֹתמרכבותmar.ke.Vot[the] chariots ofH4818HNcfpc
עַמִּי/־/נָדִֽיב\׃עמי//נדיב\עַמִּי/־/נָדִֽיב\׃עמי//נדיב\'a.mi/-/na.Davpeople of/-/princeH5971AH9014H5081H\H9016HNcbsc+Ncmsa
  1. Eer ik het wist, Dit schijnen nog de woorden des Bruidegoms te zijn. Als Hij zegt: Eer Ik het wist; dat is te zeggen in der haast, onvermoed, onvoorziens, vanwege mijn groot verlangen naar den hof. Alwaar Ik, ziende en bevindende zo schone vruchten, heb Ik mijn volk als met wagens voortgeholpen, het ook beschermende tegen hunne vijanden. Dit kan men ook door het woord wagens verstaan, overmits men eertijds wagens in den krijg gebruikte. Zie Jos 11:4 , en 1Sa 13:5 , en elders meer. Sommigen verstaan hier de heilige engelen.
  2. zette Dat is: Ik zet mijzelven. Deze manier van spreken is zeer algemeen in de Heilige Schrift; zie daarvan voorbeelden Psa 6:4 ; Ecc 7:28 ; Son 1:7 ; Isa 1:14 , en Isa 61:10 en elders meer. De zin is: Ik werd bewogen door mijn vurige barmhartigheid en niet door uwe verdiensten. Anders: mijne ziel; dat is mijne begeerte. Zie Psa 27:12 .
  3. van mijn vrijwillig Of, van mijn edel, of prinselijk volk. Het Hebreeuwse woord nadib, hetwelk hier gebruikt wordt, is te zeggen vrijwillig, of goedwillig, of vrij, of edel, of prinselijk. Eenigen hebben hier: op de wagens van Amminadib, makende van twee woorden een; ook vindt men nergens in de Heilige Schrift wie deze Amminadib zou wezen. Daarom is het beter dat men hier stelle: mijn vrijwillig volk; te weten, de Christengelovigen, die gezegd worden vrijwillig te zijn ten dage der macht, of des heirs; Psa 110:3 . Het gepredikte Woord met alle genegenheid ontvangende, Act 2:41 , en Act 17:11 .

13 Keer weder, keer weder, o Sulammith! Keer weder, keer weder, dat wij u mogen aanzien. Wat ziet gijlieden de Sulammith aan? Zij is als een rei van twee heiren.1234567

DutSVVA word tags

SulammithH7759
aanzienH2372H8799
gijliedenH2372H8799
SulammithH7759
heirenH4264

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Keer weder, Dit betekent den ernstigen wens van de bekering der verdwaalden, en het wordt daarom viermaal herhaald, omdat wij van nature traag van hart en van oren zijn, Luk 24:25 ; Heb 5:11 . Eenigen duiden dit op het wederroepen en wederkeren der Joden tot Christus. Zie Rom 11:25 . Anderen menen dat dit de woorden zijn van de speelgenoten der Bruid.
  2. o Sulammith Salomo heeft zijnen naam van vrede, 1Ch 22:9 . Jeruzalem wordt ook Salem genoemd, Psa 76:3 , dat is, vrede, Heb 7:2 . Alzo wordt de kerk, of het volk, hetwelk geroepen wordt om weder te keren, Sulammith genoemd, hetwelk zoveel te zeggen is, als vreedzame, of vredige, of in vrede levende, ten aanzien van den vrede, dien zij heeft met God door Jezus Christus; Rom 5:1 . Het is dan zoveel alsof de Bruidegom hier zeide: Kom herwaarts, mijn lieve Bruid, die naar mijnen naam Salomo, Vredevorst, of vreedzaam genoemd wordt Sulammith; dat is, vreedzame, keer weder, kom tot mij, Ik zal u tot genade aannemen, al hebt gij mij vertoornd.
  3. wij u mogen Deze woorden schijnen gesproken te zijn door de vrienden van Sulammith, wensende te mogen zien dat de vorige gaven en genade wederom op of in haar mochten gezien en bespeurd worden, want de engelen zelf wensen te mogen zien die dingen, die de kerk door het Evangelie zijn medegedeeld; 1Pe 1:12 . Zie ook Psa 27:4 ; Isa 52:8 .
  4. aanzien Of, aanschouwen; te weten met vreugde en blijdschap.
  5. Wat ziet gijlieden Eenigen menen dat dit de woorden der Bruid zijn. Anderen nemen ze voor de woorden van den Bruidegom. Anders: wat ziet gijlieden [toch] aan Sulammith? of aan de Sulammietische.
  6. een rei Of, als een gezelschap; dat is een hoop dergenen, die een rei maken, die tezamen vrolijk zijn. De Israëlieten, zelfs ook de godzaligen, plachten met reien zich te verblijden en God te danken voor verworven overwinningen, of om andere oorzaken; Exo 15:20 ; Jer 31:4 , Jer 31:13 ; Luk 15:25 . In deze plaats wordt door de rei te kennen gegeven de blijdschap der gelovigen, als zij tot Christus komen zullen.
  7. van twee heiren Door deze twee heiren wordt te kennen gegeven de menigte dergenen, die zich tot Christus bekeren zouden. Doch anderen verstaan door de twee legers de kerk van Christus, bestaande uit Joden en heidenen. Anderen houden hier in den tekst het Hebreeuwse woord Machanaïm, dat twee heiren, of twee leger betekent. Zie Gen 32:1-2 .