reltext

Chapter 10

1 Koning Achasjwerosj maakte zowel de eilanden als het vaste land schatplichtig.

Original Hebrew

וַ/יָּשֶׂם֩ו/ישם֩וַ/יָּשֶׂםו/ישםva/i.ya.Semand/ he putH9001H7760HHc+Vqw3ms
הַ/מֶּ֨לֶךְה/מ֨לךהַ/מֶּלֶךְה/מלךha./Me.lekhthe/ kingH9009H4428GHTd+Ncmsa
אֲחַשְׁוֵר֧וֹשׁאחשור֧ושאֲחַשְׁוֵרוֹשׁאחשורוש'a.cha.she.roshAhasuerusH0325HNpm
מַ֛סמ֛סמַסמסmasa taxH4522HNcmsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
הָ/אָ֖רֶץה/א֖רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ landH9009H0776GHTd+Ncfsa
וְ/אִיֵּ֥יו/אי֥יוְ/אִיֵּיו/אייve./'i.Yeiand/ [the] islands ofH9002H0339HC+Ncmpc
הַ/יָּֽם\׃ה/ים\הַ/יָּֽם\׃ה/ים\hai./Yamthe/ seaH9009H3220G\H9016HTd+Ncmsa

2 Al zijn geweldige en machtige daden, met het bericht over de waardigheid, waartoe de koning Mordokai verhief, staan beschreven in het boek der Kronieken van de koningen der Meden en Perzen.

Original Hebrew

וְ/כָל\־ו/כל\וְ/כָל\־ו/כל\ve./kholand/ allH9002H3605\H9014HC+Ncmsc
מַעֲשֵׂ֤המעש֤המַעֲשֵׂהמעשהma.'a.Seh[the] achievement ofH4639GHNcmsc
תָקְפּ/וֹ֙תקפ/ו֙תָקְפּ/וֹתקפ/וta.ke.P/opower/ hisH8633H9023HNcmsc+Sp3ms
וּ/גְב֣וּרָת֔/וֹו/גב֣ורת֔/ווּ/גְבוּרָת/וֹו/גבורת/וu./ge.Vu.ra.T/oand/ might/ hisH9002H1369H9023HC+Ncfsc+Sp3ms
וּ/פָרָשַׁת֙ו/פרשת֙וּ/פָרָשַׁתו/פרשתu./fa.ra.Shatand/ [the] full account ofH9002H6575HC+Ncfsc
גְּדֻלַּ֣תגדל֣תגְּדֻלַּתגדלתge.du.Lat[the] greatness ofH1420HNcfsc
מָרְדֳּכַ֔ימרדכ֔ימָרְדֳּכַימרדכיma.re.do.KhaiMordecaiH4782HHNpm
אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhomH0834AHTr
גִּדְּל֖/וֹגדל֖/וגִּדְּל/וֹגדל/וgi.de.L/ohe had made great/ himH1431H9033HVpp3ms+Sp3ms
הַ/מֶּ֑לֶךְה/מ֑לךהַ/מֶּלֶךְה/מלךha./Me.lekhthe/ kingH9009H4428GHTd+Ncmsa
הֲ/לוֹא\־ה/לוא\הֲ/לוֹא\־ה/לוא\ha./lo'-¿/ notH9008H3808\H9014HTi+Tn
הֵ֣םה֣םהֵםהםhem[are] theyH1992HPp3mp
כְּתוּבִ֗יםכתוב֗יםכְּתוּבִיםכתוביםke.tu.VimwrittenH3789HVqsmpa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
סֵ֙פֶר֙ס֙פר֙סֵפֶרספרse.fer[the] scroll ofH5612HHNcmsc
דִּבְרֵ֣ידבר֣ידִּבְרֵידבריdiv.Rei[the] words ofH1697OHNtmpc
הַ/יָּמִ֔יםה/ימ֔יםהַ/יָּמִיםה/ימיםhai./ya.Mimthe/ daysH9009H3117GHTd+Ncmpa
לְ/מַלְכֵ֖יל/מלכ֖ילְ/מַלְכֵיל/מלכיle./mal.Kheiof/ [the] kings ofH9005H4428GHR+Ncmpc
מָדַ֥ימד֥ימָדַימדיma.DaiMediaH4074HHNpl
וּ/פָרָֽס\׃ו/פרס\וּ/פָרָֽס\׃ו/פרס\u./fa.Rasand/ PersiaH9002H6539\H9016HC+Npl

3 Want de Jood Mordokai bleef de eerste na koning Achasjwerosj. Ook stond hij in aanzien bij de Joden, en was bemind bij zijn talrijke broeders; want hij meende het goed met zijn volk, en zocht het welzijn van heel zijn geslacht.

Original Hebrew

כִּ֣י\׀כ֣י\כִּי\׀כי\kiforH3588A\H9015HTc
מָרְדֳּכַ֣ימרדכ֣ימָרְדֳּכַימרדכיma.re.do.KhaiMordecaiH4782HHNpm
הַ/יְּהוּדִ֗יה/יהוד֗יהַ/יְּהוּדִיה/יהודיhai./ye.hu.Dithe/ JewH9009H3064HTd+Ngmsa
מִשְׁנֶה֙משנה֙מִשְׁנֶהמשנהmish.Neh[was] secondH4932HHNcmsa
לַ/מֶּ֣לֶךְל/מ֣לךלַ/מֶּלֶךְל/מלךla./Me.lekhto the/ kingH9005H4428GHRd+Ncmsa
אֲחַשְׁוֵר֔וֹשׁאחשור֔ושאֲחַשְׁוֵרוֹשׁאחשורוש'a.chash.ve.Ro.oshAhasuerusH0325HNpm
וְ/גָדוֹל֙ו/גדול֙וְ/גָדוֹלו/גדולve./ga.dOland/ [was] greatH9002H1419AHC+Aamsa
לַ/יְּהוּדִ֔יםל/יהוד֔יםלַ/יְּהוּדִיםל/יהודיםla/i.ye.hu.Dimto the/ JewsH9005H3064HRd+Ngmpa
וְ/רָצ֖וּיו/רצ֖ויוְ/רָצוּיו/רצויve./ra.Tzuiand/ was acceptableH9002H7521HC+Vqsmsa
לְ/רֹ֣בל/ר֣בלְ/רֹבל/רבle./Roto/ [the] multitude ofH9005H7230HR+Ncmsc
אֶחָ֑י/ואח֑י/ואֶחָי/ואחי/ו'e.Cha/vbrothers/ hisH0251IH9023HNcmpc+Sp3ms
דֹּרֵ֥שׁדר֥שדֹּרֵשׁדרשdo.ReshseekingH1875HVqrmsa
טוֹב֙טוב֙טוֹבטובtOvgoodH2896BHAamsa
לְ/עַמּ֔/וֹל/עמ֔/ולְ/עַמּ/וֹל/עמ/וle./'a.M/ofor/ people/ hisH9005H5971AH9023HR+Ncmsc+Sp3ms
וְ/דֹבֵ֥רו/דב֥רוְ/דֹבֵרו/דברve./do.Verand/ speakingH9002H1696GHC+Vqrmsa
שָׁל֖וֹםשל֖וםשָׁלוֹםשלוםsha.LompeaceH7965GHNcmsa
לְ/כָל\־ל/כל\לְ/כָל\־ל/כל\le./kholto/ allH9005H3605\H9014HR+Ncmsc
זַרְעֽ/וֹ\׃זרע/ו\זַרְעֽ/וֹ\׃זרע/ו\zar.'/Ooffspring/ hisH2233HH9023\H9016HNcmsc+Sp3ms

4 Nu sprak Mordokai: Dit is het werk van God geweest!

5 Want nu herinner ik mij, dat ik dit alles in een droom heb gezien; niets er van is onvervuld gebleven:

6 het kleine beekje, dat een stroom werd, waarop licht, zon en grote watervloed kwam. Die stroom is Ester, die met den koning huwde en tot koningin werd verheven.

7 De twee draken zijn ik en Haman.

8 De volkeren zijn zij, die zich hebben verzameld, om de naam der Joden uit te roeien.

9 Mijn volk is Israël, dat tot God heeft geroepen en gered werd. Ja, de Heer heeft zijn volk gered, en ons verlost van al deze rampen! God heeft grote tekenen en wonderen gewrocht, zoals Hij nooit onder de heidenen deed!

10 Daarom heeft Hij een dubbel lot gemaakt: één voor het volk Gods en één voor alle andere volkeren.

11 Dat dubbele lot kwam voor het aanschijn van God op de dag en het uur, waarop Hij tussen zijn volk en alle andere volkeren zou richten.

12 En God was zijn volk indachtig, en heeft zijn erfdeel recht verschaft.

13 Daarom zullen de veertiende en de vijftiende dag van de maand Adar feestdagen voor hen zijn; onder Israël, het volk Gods, zullen zij, alle geslachten door, steeds in feestelijke bijeenkomst met vreugde en blijdschap voor zijn aanschijn worden gevierd.