reltext

Chapter 8

1 Het geschiedde nu in het zesde jaar, in de zesde maand, op den vijfden der maand, als ik in mijn huis zat, en de oudsten van Juda voor mijn aangezicht zaten, dat de hand des Heeren Heeren daar over mij viel.123456

Original Hebrew

וַ/יְהִ֣י\׀ו/יה֣י\וַ/יְהִי\׀ו/יהי\va/y.Hiand/ it wasH9001H1961\H9015Hc+Vqw3ms
בַּ/שָּׁנָ֣הב/שנ֣הבַּ/שָּׁנָהב/שנהba./sha.Nahin the/ yearH9003H8141HRd+Ncfsa
הַ/שִּׁשִּׁ֗יתה/שש֗יתהַ/שִּׁשִּׁיתה/ששיתha./shi.Shit<the>/ sixthH9009H8345HTd+Aofsa
בַּ/שִּׁשִּׁי֙ב/ששי֙בַּ/שִּׁשִּׁיב/ששיba./shi.Shiin the/ sixth [month]H9003H8345HRd+Aomsa
בַּ/חֲמִשָּׁ֣הב/חמש֣הבַּ/חֲמִשָּׁהב/חמשהba./cha.mi.Shahon/ [day] fiveH9003H2568HR+Acbsa
לַ/חֹ֔דֶשׁל/ח֔דשלַ/חֹדֶשׁל/חדשla./Cho.deshof the/ monthH9005H2320GHRd+Ncmsa
אֲנִי֙אני֙אֲנִיאני'a.NiIH0589HPp1bs
יוֹשֵׁ֣ביוש֣ביוֹשֵׁביושבyo.Shev[was] sittingH3427HVqrmsa
בְּ/בֵיתִ֔/יב/בית֔/יבְּ/בֵיתִ/יב/בית/יbe./vei.T/iin/ house/ myH9003H1004BH9020HR+Ncmsc+Sp1bs
וְ/זִקְנֵ֥יו/זקנ֥יוְ/זִקְנֵיו/זקניve./zik.Neiand/ [the] elders ofH9002H2205GHC+Aampc
יְהוּדָ֖היהוד֖היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
יוֹשְׁבִ֣יםיושב֣יםיוֹשְׁבִיםיושביםyo.she.Vim[were] sittingH3427HVqrmpa
לְ/פָנָ֑/יל/פנ֑/ילְ/פָנָ/יל/פנ/יle./fa.Na/i<to>/ before/ meH9005H6440GH9020HR+Ncmpc+Sp1bs
וַ/תִּפֹּ֤לו/תפ֤לוַ/תִּפֹּלו/תפלva./ti.Poland/ it fellH9001H5307GHc+Vqw3fs
עָלַ/י֙על/י֙עָלַ/יעל/י'a.La/ion/ meH5921AH9030HRd+Sp1bs
שָׁ֔םש֔םשָׁםשםShamthereH8033GHD
יַ֖די֖דיַדידyad[the] hand ofH3027HHNcbsc
אֲדֹנָ֥יאדנ֥יאֲדֹנָיאדני'a.do.Nai[the] LordH0136HNpt
יְהֹוִֽה\׃יהוה\יְהֹוִֽה\׃יהוה\Yah.wehYahwehH3069\H9016HNpt
  1. zesde jaar, Te weten na de wegvoering van Jojachin. Zie boven Eze 1:2 .
  2. zesde maand, Genaamd bij de Hebreën Elul. Zie Neh 6:15 en de aantekening.
  3. mijn huis zat, Te weten in Babylonië of Mesopotamië, onder de weggevoerde Joden.
  4. oudsten van Juda Dat is, de regeerders der Joden; zie Exo 3:16 , en Lev 4:15 , en de aantekening. Eenigen verstaan degenen, die in Jeruzalem woonachtig waren; anderen, die daar onder de weggevoerden woonden; vergelijk onder Eze 14:1 , en Eze 20:1 .
  5. zaten, Te weten om enig bericht, raad, onderwijs of troost over den staat van het land Juda en Gods kerk van den profeet te mogen ontvangen; vergelijk Exo 3:16 ; 2Ki 6:32 , en de aantekening.
  6. de hand des Heeren HEEREN daar over mij viel Zie boven Eze 1:3 .

2 Toen zag ik, en ziet, een gelijkenis, als de gedaante van vuur; van de gedaante Zijner lenden en nederwaarts was vuur; en van Zijn lenden en opwaarts, als de gedaante ener klaarheid, als de verf van Hasmal.12345

Original Hebrew

וָ/אֶרְאֶ֗הו/ארא֗הוָ/אֶרְאֶהו/אראהva./'er.'Ehand/ I sawH9001H7200GHc+Vqw1cs
וְ/הִנֵּ֤הו/הנ֤הוְ/הִנֵּהו/הנהve./hi.Nehand/ there!H9002H2009HC+Tj
דְמוּת֙דמות֙דְמוּתדמותde.Muta likenessH1823HNcfsa
כְּ/מַרְאֵה\־כ/מראה\כְּ/מַרְאֵה\־כ/מראה\ke./mar.'eh-like/ [the] appearance ofH9004H4758\H9014HR+Ncmsc
אֵ֔שׁא֔שאֵשׁאש'EshfireH0784HNcbsa
מִ/מַּרְאֵ֥המ/מרא֥המִ/מַּרְאֵהמ/מראהmi./mar.'Eh[was] from/ [the] appearance ofH9006H4758HR+Ncmsc
מָתְנָ֛י/ומתנ֛י/ומָתְנָי/ומתני/וma.te.Na/vhips/ hisH4975H9023HNcmdc+Sp3ms
וּ/לְ/מַ֖טָּהו/ל/מ֖טהוּ/לְ/מַטָּהו/ל/מטהu./le./Ma.tahand/ <to>/ downwardsH9002H9005H4295HC+R+Acmsc
אֵ֑שׁא֑שאֵשׁאש'EshfireH0784HNcbsa
וּ/מִ/מָּתְנָ֣י/וו/מ/מתנ֣י/ווּ/מִ/מָּתְנָי/וו/מ/מתני/וu./mi./ma.te.Na/vand/ [was] from/ hips/ hisH9002H9006H4975H9023HC+R+Ncmdc+Sp3ms
וּ/לְ/מַ֔עְלָ/הו/ל/מ֔על/הוּ/לְ/מַעְלָ/הו/ל/מעל/הu./le./Ma'.la/hand/ <to>/ upwards/ <towards>H9002H9005H4605H9011HC+R+Acbsa+Sd
כְּ/מַרְאֵה\־כ/מראה\כְּ/מַרְאֵה\־כ/מראה\ke./mar.'eh-like/ [the] appearance ofH9004H4758\H9014HR+Ncmsc
זֹ֖הַרז֖הרזֹהַרזהרZo.harbrightnessH2096HNcmsa
כְּ/עֵ֥יןכ/ע֥יןכְּ/עֵיןכ/עיןke./'Einlike/ [the] appearance ofH9004H5869IHR+Ncfsc
הַ/חַשְׁמַֽלָ/ה\׃ה/חשמל/ה\הַ/חַשְׁמַֽלָ/ה\׃ה/חשמל/ה\ha./chash.Ma.la/h<the>/ shining substance/ towardsH9009H2830H9011\H9016HTd+Ncfsa+Sd
  1. zag ik, Te weten in den geest en in optrekking der zinnen; zie van de profetische gezichten Gen 15:1 en Gen 46:2 .
  2. gelijkenis, Te weten van den vorm eens mensen.
  3. vuur; Hetwelk betekende Gods wraak en rechtvaardige gramschap, die ontstoken was tegen de goddeloosheid. Vergelijk Deu 4:24 .
  4. ener klaarheid, Betekende Gods majesteit en aangename vriendelijkheid jegens degenen, die met gelovigen eerbied zijn woord ontvangen; zie boven Eze 1:28 .
  5. van Hasmal Zie boven Eze 1:4 .

3 En Hij stak de gelijkenis ener hand uit, en nam mij bij het haar mijns hoofds; en de Geest voerde mij op tussen de aarde en tussen den hemel, en bracht mij in de gezichten Gods te Jeruzalem, tot de deur der poort van het binnenste voorhof, dewelke ziet naar het noorden, alwaar de zitplaats was van een beeld der ijvering, dat tot ijver verwekt.123456789

Original Hebrew

וַ/יִּשְׁלַח֙ו/ישלח֙וַ/יִּשְׁלַחו/ישלחva/i.yish.Lachand/ he stretched outH9001H7971HHc+Vqw3ms
תַּבְנִ֣יתתבנ֣יתתַּבְנִיתתבניתtav.Nit[the] form ofH8403HNcfsc
יָ֔די֔דיָדידYada handH3027HHNcbsa
וַ/יִּקָּחֵ֖/נִיו/יקח֖/ניוַ/יִּקָּחֵ/נִיו/יקח/ניva/i.yi.ka.Che./niand/ he took/ meH9001H3947GH9030Hc+Vqw3ms+Sp1bs
בְּ/צִיצִ֣תב/ציצ֣תבְּ/צִיצִתב/ציצתbe./tzi.Tzitby/ [the] hair ofH9003H6734HR+Ncfsc
רֹאשִׁ֑/יראש֑/ירֹאשִׁ/יראש/יro.Sh/ihead/ myH7218AH9020HNcmsc+Sp1bs
וַ/תִּשָּׂ֣או/תש֣אוַ/תִּשָּׂאו/תשאva./ti.Sa'and/ it carriedH9001H5375GHc+Vqw3fs
אֹתִ֣/יאת֣/יאֹתִ/יאת/י'o.T/i<obj.>/ meH0853H9030HTo+Sp1bs
ר֣וּחַ\׀ר֣וח\רוּחַ\׀רוח\Ru.acha spiritH7307G\H9015HNcfsa
בֵּֽין\־בין\בֵּֽין\־בין\bein-betweenH0996G\H9014HAcmsc
הָ/אָ֣רֶץה/א֣רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ earthH9009H0776GHTd+Ncfsa
וּ/בֵ֣יןו/ב֣יןוּ/בֵיןו/ביןu./Veinand/ betweenH9002H0996GHC+Acmsc
הַ/שָּׁמַ֡יִםה/שמ֡יםהַ/שָּׁמַיִםה/שמיםha./sha.Ma.yimthe/ heavensH9009H8064HTd+Ncmpa
וַ/תָּבֵא֩ו/תבא֩וַ/תָּבֵאו/תבאva./ta.Ve'and/ it broughtH9001H0935PHc+Vhw3fs
אֹתִ֨/יאת֨/יאֹתִ/יאת/י'o.T/i<obj.>/ meH0853H9030HTo+Sp1bs
יְרוּשָׁלְַ֜מָ/הירושל֜מ/היְרוּשָׁלְַמָ/הירושלמ/הye.ru.sha.Le.ma/hJerusalem/ towardsH3389H9011HNpl+Sd
בְּ/מַרְא֣וֹתב/מרא֣ותבְּ/מַרְאוֹתב/מראותbe./mar.'otin/ visions ofH9003H4759AHR+Ncfpc
אֱלֹהִ֗יםאלה֗יםאֱלֹהִיםאלהים'E.lo.HimGodH0430GHNcmpa
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
פֶּ֜תַחפ֜תחפֶּתַחפתחPe.tach[the] opening ofH6607HNcmsc
שַׁ֤עַרש֤ערשַׁעַרשערSha.'ar[the] gateH8179GHNcmsa
הַ/פְּנִימִית֙ה/פנימית֙הַ/פְּנִימִיתה/פנימיתha./pe.ni.Mitthe/ inner [court]H9009H6442HTd+Aafsa
הַ/פּוֹנֶ֣הה/פונ֣ההַ/פּוֹנֶהה/פונהha./po.Nehwhich/ facesH9009H6437GHTd+Vqrmsa
צָפ֔וֹנָ/הצפ֔ונ/הצָפוֹנָ/הצפונ/הtza.Fo.na/hnorth/ -wardH6828GH9011HNcfsa+Sd
אֲשֶׁר\־אשר\אֲשֶׁר\־אשר\'a.Sher-whereH0834A\H9014HTr
שָׁ֣םש֣םשָׁםשםsham[was] thereH8033GHD
מוֹשַׁ֔במוש֔במוֹשַׁבמושבmo.Shav[the] location ofH4186HNcmsc
סֵ֖מֶלס֖מלסֵמֶלסמלSe.mel[the] idol ofH5566HNcmsc
הַ/קִּנְאָ֥הה/קנא֥ההַ/קִּנְאָהה/קנאהha./kin.'Ah<the>/ jealousyH9009H7068HTd+Ncfsa
הַ/מַּקְנֶֽה\׃ה/מקנה\הַ/מַּקְנֶֽה\׃ה/מקנה\ha./mak.Nehwhich/ provokes to jealousyH9009H7065\H9016HTd+Vhrmsa
  1. Hij stak de gelijkenis ener hand uit, Te weten welke gelijkenis en gedaante beschreven is in vs.2.
  2. het haar mijns hoofds; Of, haarlokken.
  3. Geest Dat is de Heilige Geest, die hem dit gezicht vertoonden. Zie boven Eze 1:12 .
  4. voerde mij op Dat is geschied in den geest, niet in het lichaam, door optrekking der zinnen en niet door verandering der plaatsen. Want de profeet verklaart zichzelven terstond, zeggende: In de gezichten Gods. Vergelijk onder Eze 11:24 .
  5. in de gezichten Gods te Jeruzalem, Te weten die God door zijn Geest in mijne zinnen wrocht. Alzo boven Eze 1:1 , en onder Eze 40:2 .
  6. voorhof , Dit woord is in den Hebreeuwsen tekst uitgedrukt, onder Eze 10:3 . Zie van dit voorhof 1Ki 6:36 . Sommigen verstaan dit van het binnenste deel des groten voorhofs, anders genaamd het voorhof des volks; anderen van den ingang des groten voorhofs.
  7. een beeld Men houdt dit beeld het beeld van Baäl geweest te zijn, die Achaz een altaar opgericht had. 2Ki 16:1 , enz. hetwelk Hizkia daarna verstoord maar Manasse weder opgericht heeft; 2Ki 21:3 . Is daarna weder afgebroken van Josia, en herstel van Joahaz en zijne broeders.
  8. ijvering, Zo genaamd omdat de afgodendienst, daaraan van de Joden gedaan, God tot ijver verwekte, dat is vergramde en tergde, overmits de eer en de dienst, die zijn volk Hem alleen, als den enigen bruidegom deszelven schuldig was, dezen afgoden toegedragen werd. Zie Exo 20:5 en Lev 20:5 .
  9. tot ijver verwekt Namelijk den Heere. Het is menselijkerwijze gesproken. Zie Deu 4:24 .

4 En ziet, de heerlijkheid des Gods van Israël was aldaar, naar de gedaante, die ik in de vallei gezien had.12

Original Hebrew

וְ/הִ֨נֵּה\־ו/ה֨נה\וְ/הִנֵּה\־ו/הנה\ve./Hi.neh-and/ there!H9002H2009\H9014HC+Tj
שָׁ֔םש֔םשָׁםשםSham[was] thereH8033GHD
כְּב֖וֹדכב֖ודכְּבוֹדכבודke.Vod[the] glory ofH3519HNcmsc
אֱלֹהֵ֣יאלה֣יאֱלֹהֵיאלהי'e.lo.Hei[the] God ofH0430GHNcmpc
יִשְׂרָאֵ֑לישרא֑ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
כַּ/מַּרְאֶ֕הכ/מרא֕הכַּ/מַּרְאֶהכ/מראהka./mar.'Ehlike the/ appearanceH9004H4758HRd+Ncmsa
אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
רָאִ֖יתִירא֖יתירָאִיתִיראיתיra.'I.tiI had seenH7200GHVqp1cs
בַּ/בִּקְעָֽה\׃ב/בקעה\בַּ/בִּקְעָֽה\׃ב/בקעה\ba./bik.'Ahon the/ plainH9003H1237K\H9016HRd+Ncfsa
  1. de heerlijkheid des Gods van Israël was aldaar, Zie boven Eze 1:28 .
  2. vallei gezien had Zie boven Eze 3:23 .

5 En Hij zeide tot mij: Mensenkind, hef nu uw ogen op naar den weg van het noorden; en ik hief mijn ogen op naar den weg van het noorden, en ziet, tegen het noorden aan de poort van het altaar was dit beeld der ijvering, in den ingang.1234

Original Hebrew

וַ/יֹּ֣אמֶרו/י֣אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אֵלַ֔/יאל֔/יאֵלַ/יאל/י'e.La/ito/ meH0413H9030HR+Sp1bs
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-O son ofH1121A\H9014HNcmsc
אָדָ֕םאד֕םאָדָםאדם'a.DamhumankindH0120GHNcmsa
שָׂא\־שא\שָׂא\־שא\sa'-lift upH5375M\H9014HVqv2ms
נָ֥אנ֥אנָאנאna'pleaseH4994HTj
עֵינֶ֖י/ךָעינ֖י/ךעֵינֶי/ךָעיני/ך'ei.Nei./khaeyes/ yourH5869AH9021HNcfdc+Sp2ms
דֶּ֣רֶךְד֣רךדֶּרֶךְדרךDe.rekh[the] directionH1870JHNcbsa
צָפ֑וֹנָ/הצפ֑ונ/הצָפוֹנָ/הצפונ/הtza.Fo.na/hnorth/ -wardH6828GH9011HNcfsa+Sd
וָ/אֶשָּׂ֤או/אש֤אוָ/אֶשָּׂאו/אשאva./'e.Sa'and/ I lifted upH9001H5375MHc+Vqw1cs
עֵינַ/י֙עינ/י֙עֵינַ/יעינ/י'ei.Na/ieyes/ myH5869AH9020HNcfdc+Sp1bs
דֶּ֣רֶךְד֣רךדֶּרֶךְדרךDe.rekh[the] directionH1870JHNcbsa
צָפ֔וֹנָ/הצפ֔ונ/הצָפוֹנָ/הצפונ/הtza.Fo.na/hnorth/ -wardH6828GH9011HNcfsa+Sd
וְ/הִנֵּ֤הו/הנ֤הוְ/הִנֵּהו/הנהve./hi.Nehand/ there!H9002H2009HC+Tj
מִ/צָּפוֹן֙מ/צפון֙מִ/צָּפוֹןמ/צפוןmi./tza.fOnfrom/ [the] northH9006H6828GHR+Ncfsa
לְ/שַׁ֣עַרל/ש֣ערלְ/שַׁעַרל/שערle./Sha.'arof/ [the] gate ofH9005H8179GHR+Ncmsc
הַ/מִּזְבֵּ֔חַה/מזב֔חהַ/מִּזְבֵּחַה/מזבחha./miz.Be.achthe/ altarH9009H4196HTd+Ncmsa
סֵ֛מֶלס֛מלסֵמֶלסמלSe.mel[the] idol ofH5566HNcmsc
הַ/קִּנְאָ֥הה/קנא֥ההַ/קִּנְאָהה/קנאהha./kin.'Ah<the>/ jealousyH9009H7068HTd+Ncfsa
הַ/זֶּ֖הה/ז֖ההַ/זֶּהה/זהha./Zeh<the>/ thisH9009H2088HTd+Tm
בַּ/בִּאָֽה\׃ב/באה\בַּ/בִּאָֽה\׃ב/באה\ba./bi.'Ah[was] in the/ entranceH9003H0872\H9016HRd+Ncfsa
  1. Hij zeide tot mij Te weten de Geest, van welken gesproken is boven vs.3.
  2. uw ogen op Te weten de ogen des geestes, niet des lichaams. Want Ezechiël was binnen Jeruzalem, niet naar het lichaam, maar in de optrekking der zinnen.
  3. naar den weg van het noorden; Hebreeuws, den weg naar het noorden, of noordwaarts.
  4. aan de poort van het altaar Versta, de poort des tempels, bij welke het koperen altaar [anders genaamd het brandofferaltaar ] naar Gods bevel staan moest. Vergelijk 2Ki 16:14 .

6 En Hij zeide tot mij: Mensenkind, ziet gij wel, wat zij doen, de grote gruwelen, die het huis Israëls hier doet, opdat Ik van Mijn heiligdom verre wegga? Doch gij zult nog wederom grote gruwelen zien.123

Original Hebrew

וַ/יֹּ֣אמֶרו/י֣אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אֵלַ֔/יאל֔/יאֵלַ/יאל/י'e.La/ito/ meH0413H9030HR+Sp1bs
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-O son ofH1121A\H9014HNcmsc
אָדָ֕םאד֕םאָדָםאדם'a.DamhumankindH0120GHNcmsa
הֲ/רֹאֶ֥הה/רא֥ההֲ/רֹאֶהה/ראהha./ro.'Eh¿/ seeingH9008H7200GHTi+Vqrmsa
אַתָּ֖האת֖האַתָּהאתה'a.Tah[are] youH0859AHPp2ms
מָ֣ה/הֵ֣םמ֣ה/ה֣םמָה/הֵםמה/הםme./hemwhat/ [are] they?H4100H1992HPi+Pp3mp
עֹשִׂ֑יםעש֑יםעֹשִׂיםעשים'o.SimdoingH6213AHVqrmpa
תּוֹעֵב֨וֹתתועב֨ותתּוֹעֵבוֹתתועבותto.'e.VotabominationsH8441HNcfpa
גְּדֹל֜וֹתגדל֜ותגְּדֹלוֹתגדלותge.do.LotgreatH1419AHAafpa
אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
בֵּֽית\־בית\בֵּֽית\־בית\beit-[the] house ofH1004M\H9014HNcmsc
יִשְׂרָאֵ֣ל\׀ישרא֣ל\יִשְׂרָאֵל\׀ישראל\Yis.ra.'ElIsraelH3478\H9015HNpl
עֹשִׂ֣יםעש֣יםעֹשִׂיםעשים'o.Sim[are] doingH6213HHVqrmpa
פֹּ֗הפ֗הפֹּהפהPohhereH6311HD
לְ/רָֽחֳקָה֙ל/רחקה֙לְ/רָֽחֳקָהל/רחקהle./ro.cho.Kahto/ be farH9005H7368HR+Vqcc
מֵ/עַ֣למ/ע֣למֵ/עַלמ/עלme./'Alfrom/ atH9006H5921AHR+R
מִקְדָּשִׁ֔/ימקדש֔/ימִקְדָּשִׁ/ימקדש/יmik.da.Sh/isanctuary/ myH4720H9020HNcmsc+Sp1bs
וְ/עוֹד֙ו/עוד֙וְ/עוֹדו/עודve./'Odand/ againH9002H5750HC+Acmsa
תָּשׁ֣וּבתש֣ובתָּשׁוּבתשובta.Shuvyou will returnH7725GHVqi2ms
תִּרְאֶ֔התרא֔התִּרְאֶהתראהtir.'Ehyou will seeH7200GHVqi2ms
תּוֹעֵב֖וֹתתועב֖ותתּוֹעֵבוֹתתועבותto.'e.VotabominationsH8441HNcfpa
גְּדֹלֽוֹת\׃\ \סגדלות\\ \סגְּדֹלֽוֹת\׃\ \סגדלות\\ \סge.do.LotgreatH1419A\H9016\ \H9018HAafpa
  1. de grote gruwelen, Versta den gruwelijken afgodendienst, dien zij Baäl daar ter ere deden.
  2. opdat Ik van Mijn heiligdom verre wegga? De zin is dat de gruwelen, die zij bedreven, Hem ene oorzaak zouden geven om van zijn heiligdom te wijken.
  3. gij zult nog wederom Hebreeuws, gij zult wederkeren, gij zult zien, dat is, gij zult weder zien. Zie Num 11:4 . Anders, keer u nog weder, [en] gij zult groter gruwelen zien.

7 Zo bracht Hij mij tot de deur van het voorhof. Toen zag ik, en ziet, er was een hol in den wand.12

Original Hebrew

וַ/יָּבֵ֥או/יב֥אוַ/יָּבֵאו/יבאva/i.ya.Ve'and/ he broughtH9001H0935PHc+Vhw3ms
אֹתִ֖/יאת֖/יאֹתִ/יאת/י'o.T/i<obj.>/ meH0853H9030HTo+Sp1bs
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
פֶּ֣תַחפ֣תחפֶּתַחפתחPe.tach[the] entrance ofH6607HNcmsc
הֶֽ/חָצֵ֑רה/חצ֑רהֶֽ/חָצֵרה/חצרhe./cha.Tzerthe/ courtH9009H2691AHTd+Ncbsa
וָ/אֶרְאֶ֕הו/ארא֕הוָ/אֶרְאֶהו/אראהva./'er.'Ehand/ I sawH9001H7200GHc+Vqw1cs
וְ/הִנֵּ֥הו/הנ֥הוְ/הִנֵּהו/הנהve./hi.Nehand/ there!H9002H2009HC+Tj
חֹר\־חר\חֹר\־חר\chor-a holeH2356\H9014HNcmsa
אֶחָ֖דאח֖דאֶחָדאחד'e.ChadoneH0259HAcfsa
בַּ/קִּֽיר\׃ב/קיר\בַּ/קִּֽיר\׃ב/קיר\ba./Kir[was] in the/ wallH9003H7023\H9016HRd+Ncmsa
  1. voorhof Te weten van het binnenste voorhof, daarvan zie boven vs.3. Anderen verstaan het buitenste voorhof.
  2. hol in den wand Versta, een opening in den muur, welken de profeet bevolen wordt te doorgraven en groter te maken, opdat een deur daarvan worden zou, waardoor de profeet mocht ingaan en zien wat daarbinnen geschiedde, hetwelk al in het gezicht des geestes geschied is, en niet door enig werk des lichaams.

8 En Hij zeide tot mij: Mensenkind, graaf nu in dien wand. En ik groef in dien wand, en ziet, daar was een deur.1

Original Hebrew

וַ/יֹּ֣אמֶרו/י֣אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אֵלַ֔/יאל֔/יאֵלַ/יאל/י'e.La/ito/ meH0413H9030HR+Sp1bs
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-O son ofH1121A\H9014HNcmsc
אָדָ֖םאד֖םאָדָםאדם'a.DamhumankindH0120GHNcmsa
חֲתָר\־חתר\חֲתָר\־חתר\cha.tor-digH2864\H9014HVqv2ms
נָ֣אנ֣אנָאנאna'pleaseH4994HTj
בַ/קִּ֑ירב/ק֑ירבַ/קִּירב/קירva./Kirin the/ wallH9003H7023HRd+Ncmsa
וָ/אֶחְתֹּ֣רו/אחת֣רוָ/אֶחְתֹּרו/אחתרva./'ech.Torand/ I dugH9001H2864Hc+Vqw1cs
בַּ/קִּ֔ירב/ק֔ירבַּ/קִּירב/קירba./Kirin the/ wallH9003H7023HRd+Ncmsa
וְ/הִנֵּ֖הו/הנ֖הוְ/הִנֵּהו/הנהve./hi.Nehand/ there!H9002H2009HC+Tj
פֶּ֥תַחפ֥תחפֶּתַחפתחPe.tachan openingH6607HNcmsa
אֶחָֽד\׃אחד\אֶחָֽד\׃אחד\'e.ChadoneH0259\H9016HAcfsa
  1. daar was een deur Of, werd een deur; te weten die de Heere van die opening maakte.

9 Toen zeide Hij tot mij: Ga in, en zie de boze gruwelen, die zij hier doen.

Original Hebrew

וַ/יֹּ֖אמֶרו/י֖אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אֵלָ֑/יאל֑/יאֵלָ/יאל/י'e.La/ito/ meH0413H9030HR+Sp1bs
בֹּ֤אב֤אבֹּאבאbo'goH0935GHVqv2ms
וּ/רְאֵה֙ו/ראה֙וּ/רְאֵהו/ראהu./re.'Ehand/ seeH9002H7200GHC+Vqv2ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הַ/תּוֹעֵב֣וֹתה/תועב֣ותהַ/תּוֹעֵבוֹתה/תועבותha./to.'e.Votthe/ abominationsH9009H8441HTd+Ncfpa
הָ/רָע֔וֹתה/רע֔ותהָ/רָעוֹתה/רעותha./ra.'ot<the>/ wickedH9009H7451AHTd+Aafpa
אֲשֶׁ֛ראש֛ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
הֵ֥םה֥םהֵםהםhemtheyH1992HPp3mp
עֹשִׂ֖יםעש֖יםעֹשִׂיםעשים'o.Sim[are] doingH6213HHVqrmpa
פֹּֽה\׃פה\פֹּֽה\׃פה\PohhereH6311\H9016HD

10 Zo ging ik in, en ik zag, en ziet, er was alle beeltenis van kruipende dieren en verfoeilijke beesten, en van alle drekgoden van het huis Israëls, geheel rondom aan den wand gemaald.123456

Original Hebrew

וָ/אָבוֹא֮ו/אבוא֮וָ/אָבוֹאו/אבואva./'a.Vo'and/ I wentH9001H0935GHc+Vqw1cs
וָֽ/אֶרְאֶה֒ו/אראה֒וָֽ/אֶרְאֶהו/אראהva./'er.'Ehand/ I sawH9001H7200GHc+Vqw1cs
וְ/הִנֵּ֨הו/הנ֨הוְ/הִנֵּהו/הנהve./hi.Nehand/ there!H9002H2009HC+Tj
כָל\־כל\כָל\־כל\khol-everyH3605\H9014HNcmsc
תַּבְנִ֜יתתבנ֜יתתַּבְנִיתתבניתtav.Nitform ofH8403HNcfsc
רֶ֤מֶשׂר֤משרֶמֶשׂרמשRe.mescreeping thingH7431HNcmsa
וּ/בְהֵמָה֙ו/בהמה֙וּ/בְהֵמָהו/בהמהu./ve.he.Mahand/ animalH9002H0929HC+Ncfsa
שֶׁ֔קֶץש֔קץשֶׁקֶץשקץShe.ketzdetestable thingH8263HNcmsa
וְ/כָל\־ו/כל\וְ/כָל\־ו/כל\ve./kholand/ allH9002H3605\H9014HC+Ncmsc
גִּלּוּלֵ֖יגלול֖יגִּלּוּלֵיגלוליgi.lu.Lei[the] idols ofH1544HNcmpc
בֵּ֣יתב֣יתבֵּיתביתbeit[the] house ofH1004MHNcmsc
יִשְׂרָאֵ֑לישרא֑ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
מְחֻקֶּ֥המחק֥המְחֻקֶּהמחקהme.chu.Keh[was] carvedH2707HVPsmsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
הַ/קִּ֖ירה/ק֖ירהַ/קִּירה/קירha./Kirthe/ wallH9009H7023HTd+Ncmsa
סָבִ֥יב\׀סב֥יב\סָבִיב\׀סביב\sa.Vivall aroundH5439G\H9015HNcbsa
סָבִֽיב\׃סביב\סָבִֽיב\׃סביב\sa.Vivall aroundH5439G\H9016HNcbsa
  1. alle beeltenis van kruipende dieren Dat is, van allerlei soort der gedaanten, beeltenissen of gestalten. Het woord alle is dikwijls zo genomen. Zie Gen 7:14 , alzo hier in het volgende.
  2. verfoeilijke Hebreeuws, beesten der verfoeiing; dat is, die verfoeilijk zijn, te weten niet alleen omdat enigen niet mochten gegeten worden, Lev 11 , maar omdat zij allen in het gebruik van hun godsdienstige eer te bewijzen voor God een gruwel waren, Deu 27:15 .
  3. beesten, Het Hebreeuwse woord betekent viervoetige dieren, niet alleen tamme, maar ook wilde, en voornamelijk die van enige grootte zijn. Zie Gen 6:7 .
  4. drekgoden van het huis Israëls, Zie Lev 26:30 .
  5. geheel rondom aan den wand Hebreeuws, rondom, rondom.
  6. gemaald Te weten òf door schilderij, òf door gravering.

11 En zeventig mannen uit de oudsten van het huis Israëls, met Jaazanja, den zoon van Safan, staande in het midden van hen, stonden voor hun aangezichten; en een ieder had zijn rookvat in zijn hand, en een overvloedige wolk des reukwerks ging op.123456

Original Hebrew

וְ/שִׁבְעִ֣יםו/שבע֣יםוְ/שִׁבְעִיםו/שבעיםve./shiv.'Imand/ seventyH9002H7657HC+Acmpa
אִ֣ישׁא֣ישאִישׁאיש'ishmanH0376GHNcmsa
מִ/זִּקְנֵ֣ימ/זקנ֣ימִ/זִּקְנֵימ/זקניmi./zik.Neifrom/ [the] elders ofH9006H2205GHR+Aampc
בֵֽית\־בית\בֵֽית\־בית\veit-[the] house ofH1004M\H9014HNcmsc
יִ֠שְׂרָאֵלי֠שראליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'elIsraelH3478HNpl
וְ/יַאֲזַנְיָ֨הוּו/יאזני֨הווְ/יַאֲזַנְיָהוּו/יאזניהוve./ya.'a.zan.Ya.huand/ JaazaniahH9002H2970HHC+Npm
בֶן\־בן\בֶן\־בן\ven-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
שָׁפָ֜ןשפ֜ןשָׁפָןשפןsha.FanShaphanH8227GHNpm
עֹמֵ֤דעמ֤דעֹמֵדעמד'o.Med[was] standingH5975GHVqrmsa
בְּ/תוֹכָ/ם֙ב/תוכ/ם֙בְּ/תוֹכָ/םב/תוכ/םbe./to.Kha/min/ midst of/ themH9003H8432H9028HR+Ncmsc+Sp3mp
עֹמְדִ֣יםעמד֣יםעֹמְדִיםעמדים'o.me.Dim[were] standingH5975GHVqrmpa
לִ/פְנֵי/הֶ֔םל/פני/ה֔םלִ/פְנֵי/הֶםל/פני/הםli/f.nei./Hem<to>/ before/ themH9005H6440GH9028HR+Ncmpc+Sp3mp
וְ/אִ֥ישׁו/א֥ישוְ/אִישׁו/אישve./'Ishand/ everyoneH9002H0376IHC+Ncmsa
מִקְטַרְתּ֖/וֹמקטרת֖/ומִקְטַרְתּ/וֹמקטרת/וmik.tar.T/ocenser/ hisH4730H9023HNcfsc+Sp3ms
בְּ/יָד֑/וֹב/יד֑/ובְּ/יָד/וֹב/יד/וbe./ya.D/o[was] in/ hand/ hisH9003H3027GH9023HR+Ncbsc+Sp3ms
וַ/עֲתַ֥רו/עת֥רוַ/עֲתַרו/עתרva./'a.Tarand/ [the] fragrance ofH9002H6282BHC+Ncmsc
עֲנַֽן\־ענן\עֲנַֽן\־ענן\'a.nan-[the] cloud ofH6051\H9014HNcmsc
הַ/קְּטֹ֖רֶתה/קט֖רתהַ/קְּטֹרֶתה/קטרתha./ke.To.ret<the>/ incenseH9009H7004HTd+Ncfsa
עֹלֶֽה\׃עלה\עֹלֶֽה\׃עלה\'o.Leh[was] going upH5927G\H9016HVqrmsa
  1. zeventig mannen uit de oudsten Sommigen verstaan door dezen de zeventig raadsheren van wie gesproken is Num 11:16 , welker president Jaäzanja zou mogen geweest zijn; maar men kan ook door dezen wel verstaan andere personen, die aanzien hadden onder het volk, òf door hun ouderdom, òf betrekking, of enige reden, om welke zij anderen een voorbeeld tot het goede behoorden te zijn.
  2. het huis Israëls, Dat is, van het volk Juda. Zie boven Eze 7:2 .
  3. Jaäzánja, Men leest onder Eze 11:1 van een anderen Jaäzanja, die de zoon van Azzur was.
  4. stonden Dat is, dienden de afgodische beeltenissen; zie Deu 10:8 .
  5. voor hun aangezichten; Te weten de afgemaalde beelden.
  6. overvloedige wolk des reukwerks ging op Hebreeuws, de overvloedigheid van een wolk; dat is, een overvloedige wolk of nevel.

12 Toen zeide Hij tot mij: Hebt gij gezien, mensenkind, wat de oudsten van het huis Israëls doen in de duisternis, een ieder in zijn gebeelde binnenkameren? want zij zeggen: De Heere ziet ons niet, de Heere heeft het land verlaten.123

Original Hebrew

וַ/יֹּ֣אמֶרו/י֣אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אֵלַ/י֮אל/י֮אֵלַ/יאל/י'e.La/ito/ meH0413H9030HR+Sp1bs
הֲ/רָאִ֣יתָה/רא֣יתהֲ/רָאִיתָה/ראיתha./ra.'I.ta¿/ have you seenH9008H7200GHTi+Vqp2ms
בֶן\־בן\בֶן\־בן\ven-O son ofH1121A\H9014HNcmsc
אָדָם֒אדם֒אָדָםאדם'a.DamhumankindH0120GHNcmsa
אֲשֶׁ֨ראש֨ראֲשֶׁראשר'a.Sher[that] whichH0834AHTr
זִקְנֵ֤יזקנ֤יזִקְנֵיזקניzik.Nei[the] elders ofH2205GHAampc
בֵֽית\־בית\בֵֽית\־בית\veit-[the] house ofH1004M\H9014HNcmsc
יִשְׂרָאֵל֙ישראל֙יִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
עֹשִׂ֣יםעש֣יםעֹשִׂיםעשים'o.Sim[are] doingH6213AHVqrmpa
בַּ/חֹ֔שֶׁךְב/ח֔שךבַּ/חֹשֶׁךְב/חשךba./Cho.shekhin the/ darknessH9003H2822HRd+Ncmsa
אִ֖ישׁא֖ישאִישׁאיש'isheveryoneH0376IHNcmsa
בְּ/חַדְרֵ֣יב/חדר֣יבְּ/חַדְרֵיב/חדריbe./chad.Reiin/ [the] rooms ofH9003H2315HR+Ncmpc
מַשְׂכִּית֑/וֹמשכית֑/ומַשְׂכִּית/וֹמשכית/וmas.ki.T/ocarved image/ hisH4906H9023HNcfsc+Sp3ms
כִּ֣יכ֣יכִּיכיkiforH3588AHTc
אֹמְרִ֗יםאמר֗יםאֹמְרִיםאמרים'o.me.Rim[they are] sayingH0559HVqrmpa
אֵ֤יןא֤יןאֵיןאין'einnotH0369HNcmsc
יְהוָה֙יהוה֙יְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
רֹאֶ֣הרא֣הרֹאֶהראהro.'Eh[is] seeingH7200GHVqrmsa
אֹתָ֔/נוּאת֔/נואֹתָ/נוּאת/נו'o.Ta./nu<obj.>/ usH0853H9035HTo+Sp1bp
עָזַ֥בעז֥בעָזַבעזב'a.Zavhe has forsakenH5800AHVqp3ms
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הָ/אָֽרֶץ\׃ה/ארץ\הָ/אָֽרֶץ\׃ה/ארץ\ha./'A.retzthe/ landH9009H0776G\H9016HTd+Ncfsa
  1. in de duisternis, Dat is, in heimelijke en verborgen plaatsen, naar de gruwelen der heidenen.
  2. gebeelde binnenkameren? Hebreeuws, binnenkamers zijner afbeelding; dat is, waarin een ieder zijn afgodische schilderijen had, die hij in het verborgene eerde. Dit kan verstaan worden van de kamers der priesters, die aan den tempel gebouwd waren, 1Ki 6:5 ; of van de heimelijke plaatsen, die zij in hunne huizen tot den dienst der afgoden bescheiden hadden.
  3. De HEERE ziet ons niet, Deze onschuld hebben zij voorgewend, als zij reden wilden geven waarom zij de afgoden dienden. Vergelijk 2Ch 28:23 ; Jer 44:18 , enz. Daartoe verklaarden zij aldus dat zij niet vreesden voor Gods gramschap, dewijl Hij op hen geen acht nam, ja hen niet zag, als verre van hen gescheiden zijnde; vergelijk Psa 10:4 , Psa 10:11 , en Psa 94:7 .

13 En Hij zeide tot mij: Gij zult nog wederom grote gruwelen zien, die zij doen.1

Original Hebrew

וַ/יֹּ֖אמֶרו/י֖אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אֵלָ֑/יאל֑/יאֵלָ/יאל/י'e.La/ito/ meH0413H9030HR+Sp1bs
ע֣וֹדע֣ודעוֹדעודodagainH5750HAcmsa
תָּשׁ֥וּבתש֥ובתָּשׁוּבתשובta.Shuvyou will returnH7725JHVqi2ms
תִּרְאֶ֛התרא֛התִּרְאֶהתראהtir.'Ehyou will seeH7200GHVqi2ms
תּוֹעֵב֥וֹתתועב֥ותתּוֹעֵבוֹתתועבותto.'e.VotabominationsH8441HNcfpa
גְּדֹל֖וֹתגדל֖ותגְּדֹלוֹתגדלותge.do.LotgreatH1419AHAafpa
אֲשֶׁר\־אשר\אֲשֶׁר\־אשר\'a.Sher-whichH0834A\H9014HTr
הֵ֥מָּהה֥מההֵמָּההמהHe.mahtheyH1992HPp3mp
עֹשִֽׂים\׃עשים\עֹשִֽׂים\׃עשים\'o.Sim[are] doingH6213H\H9016HVqrmpa
  1. Gij zult nog wederom grote gruwelen zien, Zie boven vs.6.

14 En Hij bracht mij tot de deur der poort van het huis des Heeren, die naar het noorden is, en ziet, daar zaten vrouwen, bewenende den Thammuz.123

Original Hebrew

וַ/יָּבֵ֣או/יב֣אוַ/יָּבֵאו/יבאva/i.ya.Ve'and/ he broughtH9001H0935PHc+Vhw3ms
אֹתִ֗/יאת֗/יאֹתִ/יאת/י'o.T/i<obj.>/ meH0853H9030HTo+Sp1bs
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
פֶּ֙תַח֙פ֙תח֙פֶּתַחפתחpe.tach[the] entrance ofH6607HNcmsc
שַׁ֣עַרש֣ערשַׁעַרשערSha.'ar[the] gate ofH8179GHNcmsc
בֵּית\־בית\בֵּית\־בית\beit-[the] house ofH1004Q\H9014HNcmsc
יְהוָ֔היהו֔היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֲשֶׁ֖ראש֖ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-[was] toH0413\H9014HR
הַ/צָּפ֑וֹנָ/הה/צפ֑ונ/ההַ/צָּפוֹנָ/הה/צפונ/הha./tza.Fo.na/hthe/ north/ towardsH9009H6828GH9011HTd+Ncfsa+Sd
וְ/הִנֵּה\־ו/הנה\וְ/הִנֵּה\־ו/הנה\ve./hi.neh-and/ there!H9002H2009\H9014HC+Tj
שָׁם֙שם֙שָׁםשםshamthereH8033GHD
הַ/נָּשִׁ֣יםה/נש֣יםהַ/נָּשִׁיםה/נשיםha./na.Shimthe/ womenH9009H0802GHTd+Ncmpa
יֹֽשְׁב֔וֹתישב֔ותיֹֽשְׁבוֹתישבותyo.she.Vot[were] sittingH3427HVqrfpa
מְבַכּ֖וֹתמבכ֖ותמְבַכּוֹתמבכותme.va.KotbewailingH1058HVprfpa
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הַ/תַּמּֽוּז\׃\ \סה/תמוז\\ \סהַ/תַּמּֽוּז\׃\ \סה/תמוז\\ \סha./ta.Muz<the>/ TammuzH9009H8542\H9016\ \H9018HTd+Npt
  1. tot de deur der poort van het huis des HEEREN, Die plaats, waar deze afgoderij gepleegd werd, meent men geweest te zijn bij de poort van het voorhof der priesters, in de kamers, die voor de priesters aan den tempel gebouwd waren. In deze mochten gene vrouwen komen, maar de profeet heeft haar daarin gezien.
  2. vrouwen, Versta, priesteressen, welker afgodendienst vol oneerlijkheid en onkuischheid was, gedaan ter ere van den afgod Thammuz.
  3. Thammuz De naam van een heidensen afgod, welke van velen gehouden wordt geweest te zijn de afgod der Egyptenaars, genaamd Osiris, die de man geweest was van ene Isis, welke dezen haren man in Egypte verloren hebbende, hem door ene soort van zeer onkuisen afgodsdienst jaarlijks had doen bewenen. Anderen verstaan den afgod Adonis, met welken de heidenen gelijke afgoderij bedreven hebben.

15 En Hij zeide tot mij: Hebt gij, mensenkind, dat gezien? Gij zult nog wederom grotere gruwelen zien dan deze.

Original Hebrew

וַ/יֹּ֥אמֶרו/י֥אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אֵלַ֖/יאל֖/יאֵלַ/יאל/י'e.La/ito/ meH0413H9030HR+Sp1bs
הֲ/רָאִ֣יתָה/רא֣יתהֲ/רָאִיתָה/ראיתha./ra.'I.ta¿/ have you seenH9008H7200GHTi+Vqp2ms
בֶן\־בן\בֶן\־בן\ven-O son ofH1121A\H9014HNcmsc
אָדָ֑םאד֑םאָדָםאדם'a.DamhumankindH0120GHNcmsa
ע֣וֹדע֣ודעוֹדעודodagainH5750HAcmsa
תָּשׁ֥וּבתש֥ובתָּשׁוּבתשובta.Shuvyou will returnH7725JHVqi2ms
תִּרְאֶ֛התרא֛התִּרְאֶהתראהtir.'Ehyou will seeH7200GHVqi2ms
תּוֹעֵב֥וֹתתועב֥ותתּוֹעֵבוֹתתועבותto.'e.VotabominationsH8441HNcfpa
גְּדֹל֖וֹתגדל֖ותגְּדֹלוֹתגדלותge.do.LotgreatH1419AHAafpa
מֵ/אֵֽלֶּה\׃מ/אלה\מֵ/אֵֽלֶּה\׃מ/אלה\me./'E.lehmore than/ theseH9006H0428\H9016HR+Tm

16 En Hij bracht mij tot het binnenste voorhof van het huis des Heeren; en ziet, aan de deur van den tempel des Heeren, tussen het voorhuis en tussen het altaar, waren omtrent vijf en twintig mannen; hun achterste leden waren naar den tempel des Heeren, en hun aangezichten naar het oosten, en deze bogen zich neder naar het oosten voor de zon.1234567

Original Hebrew

וַ/יָּבֵ֣או/יב֣אוַ/יָּבֵאו/יבאva/i.ya.Ve'and/ he broughtH9001H0935PHc+Vhw3ms
אֹתִ֗/יאת֗/יאֹתִ/יאת/י'o.T/i<obj.>/ meH0853H9030HTo+Sp1bs
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
חֲצַ֣רחצ֣רחֲצַרחצרcha.Tzar[the] court ofH2691AHNcbsc
בֵּית\־בית\בֵּית\־בית\beit-[the] house ofH1004Q\H9014HNcmsc
יְהוָה֮יהוה֮יְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
הַ/פְּנִימִית֒ה/פנימית֒הַ/פְּנִימִיתה/פנימיתha./pe.ni.Mit<the>/ innerH9009H6442HTd+Aafsa
וְ/הִנֵּה\־ו/הנה\וְ/הִנֵּה\־ו/הנה\ve./hi.neh-and/ there!H9002H2009\H9014HC+Tj
פֶ֜תַחפ֜תחפֶתַחפתחFe.tach[were at] [the] entrance ofH6607HNcmsc
הֵיכַ֣להיכ֣להֵיכַלהיכלhei.Khal[the] temple ofH1964GHNcmsc
יְהוָ֗היהו֗היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
בֵּ֤יןב֤יןבֵּיןביןbeinbetweenH0996GHAcmsc
הָֽ/אוּלָם֙ה/אולם֙הָֽ/אוּלָםה/אולםha./'u.Lamthe/ porchH9009H0197JHTd+Ncmsa
וּ/בֵ֣יןו/ב֣יןוּ/בֵיןו/ביןu./Veinand/ betweenH9002H0996GHC+Acmsc
הַ/מִּזְבֵּ֔חַה/מזב֔חהַ/מִּזְבֵּחַה/מזבחha./miz.Be.achthe/ altarH9009H4196HTd+Ncmsa
כְּ/עֶשְׂרִ֥יםכ/עשר֥יםכְּ/עֶשְׂרִיםכ/עשריםke./'es.Rimabout/ twentyH9004H6242HR+Acmpa
וַ/חֲמִשָּׁ֖הו/חמש֖הוַ/חֲמִשָּׁהו/חמשהva./cha.mi.Shahand/ fiveH9002H2568HC+Acbsa
אִ֑ישׁא֑ישאִישׁאיש'Ishperson[s]H0376GHNcmsa
אֲחֹ֨רֵי/הֶ֜םאח֨רי/ה֜םאֲחֹרֵי/הֶםאחרי/הם'a.Cho.rei./Hembacks/ theirH0268H9028HNcmpc+Sp3mp
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-[were] toH0413\H9014HR
הֵיכַ֤להיכ֤להֵיכַלהיכלhei.Khal[the] temple ofH1964GHNcmsc
יְהוָה֙יהוה֙יְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
וּ/פְנֵי/הֶ֣םו/פני/ה֣םוּ/פְנֵי/הֶםו/פני/הםu./fe.nei./Hemand/ faces/ theirH9002H6440HH9028HC+Ncmpc+Sp3mp
קֵ֔דְמָ/הק֔דמ/הקֵדְמָ/הקדמ/הKe.de.ma/h[were] east/ -wardH6924BH9011HNcmsa+Sd
וְ/הֵ֛מָּהו/ה֛מהוְ/הֵמָּהו/המהve./He.mahand/ theyH9002H1992HC+Pp3mp
מִשְׁתַּחֲוִיתֶ֥םמשתחוית֥םמִשְׁתַּחֲוִיתֶםמשתחויתםmish.ta.cha.vi.Tem[were] bowing downH7812HVtrmpa
קֵ֖דְמָ/הק֖דמ/הקֵדְמָ/הקדמ/הKe.de.ma/heast/ -wardH6924BH9011HNcmsa+Sd
לַ/שָּֽׁמֶשׁ\׃ל/שמש\לַ/שָּֽׁמֶשׁ\׃ל/שמש\la./Sha.meshto the/ sunH9005H8121\H9016HRd+Ncbsa
  1. binnenste voorhof van het huis des HEEREN; Zie boven vs.3.
  2. het voorhuis Zie hiervan 1Ki 6:3 .
  3. het altaar, Te weten het brandofferaltaar. Anderen verstaan het reukaltaar, dat in het heilige was.
  4. vijf en twintig mannen; Welken enigen menen geweest te zijn degenen, waarvan gesproken wordt onder Eze 11:1 , waar zij vorsten des volks genaamd worden, dat is regeerders en oversten in het land.
  5. den tempel des HEEREN, Dat is, naar het heilige en heilige der heiligen, waarin de ark was, een teken van Gods genadige tegenwoordigheid onder die volken.
  6. naar het oosten, Dat is, met hun rug naar het westen, even gelijk de heidenen; maar de Joden moesten zich wenden met het aangezicht naar het westen, waar de ark Gods was in het heilige der heiligen.
  7. bogen zich neder naar het oosten voor de zon Dat is, riepen de zon aan, en bewezen haar godsdienstige eer tegen het uitgedrukte bevel Gods; Deu 17:2-3 , enz.

17 Toen zeide Hij tot mij: Hebt gij, mensenkind, dat gezien? Is er iets lichter geacht bij het huis van Juda, dan deze gruwelen te doen, die zij hier doen? Als zij het land met geweld vervuld hebben, zo keren zij zich, om Mij te vertoornen; want zie, zij steken de wijnranken aan hun neus.1234

Original Hebrew

וַ/יֹּ֣אמֶרו/י֣אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אֵלַ/י֮אל/י֮אֵלַ/יאל/י'e.La/ito/ meH0413H9030HR+Sp1bs
הֲ/רָאִ֣יתָה/רא֣יתהֲ/רָאִיתָה/ראיתha./ra.'I.ta¿/ have you seenH9008H7200GHTi+Vqp2ms
בֶן\־בן\בֶן\־בן\ven-O son ofH1121A\H9014HNcmsc
אָדָם֒אדם֒אָדָםאדם'a.DamhumankindH0120GHNcmsa
הֲ/נָקֵל֙ה/נקל֙הֲ/נָקֵלה/נקלha./na.Kel¿/ is it [too] triflingH9008H7043HTi+VNp3ms
לְ/בֵ֣יתל/ב֣יתלְ/בֵיתל/ביתle./Veitfor/ [the] house ofH9005H1004MHR+Ncmsc
יְהוּדָ֔היהוד֔היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
מֵ/עֲשׂ֕וֹתמ/עש֕ותמֵ/עֲשׂוֹתמ/עשותme./'a.Sotfor/ doingH9006H6213HHR+Vqcc
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הַ/תּוֹעֵב֖וֹתה/תועב֖ותהַ/תּוֹעֵבוֹתה/תועבותha./to.'e.Votthe/ abominationsH9009H8441HTd+Ncfpa
אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
עָֽשׂוּ\־עשו\עָֽשׂוּ\־עשו\'a.su-they have doneH6213H\H9014HVqp3cp
פֹ֑הפ֑הפֹהפהFohhereH6311HD
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-thatH3588A\H9014HTc
מָלְא֨וּמלא֨ומָלְאוּמלאוmal.'Uthey have filledH4390HVqp3cp
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הָ/אָ֜רֶץה/א֜רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ landH9009H0776GHTd+Ncfsa
חָמָ֗סחמ֗סחָמָסחמסcha.MasviolenceH2555HNcmsa
וַ/יָּשֻׁ֙בוּ֙ו/יש֙בו֙וַ/יָּשֻׁבוּו/ישבוva/i.ya.Shu.vuand/ they have returnedH9001H7725JHc+Vqw3mp
לְ/הַכְעִיסֵ֔/נִיל/הכעיס֔/נילְ/הַכְעִיסֵ/נִיל/הכעיס/ניle./hakh.'i.Se./nito/ provoke to anger/ meH9005H3707H9030HR+Vhcc+Sp1bs
וְ/הִנָּ֛/םו/הנ֛/םוְ/הִנָּ/םו/הנ/םve./hi.Na/mand/ there/ theyH9002H2005H9048HC+Tj+Sp3mp
שֹׁלְחִ֥יםשלח֥יםשֹׁלְחִיםשלחיםsho.le.Chim[are] sendingH7971KHVqrmpa
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הַ/זְּמוֹרָ֖הה/זמור֖ההַ/זְּמוֹרָהה/זמורהha./ze.mo.Rahthe/ branchH9009H2156HTd+Ncfsa
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
אַפָּֽ/ם\׃אפ/ם\אַפָּֽ/ם\׃אפ/ם\'a.Pa/mnose/ theirH0639HH9028\H9016HNcmsc+Sp3mp
  1. Is er iets lichter geacht bij het huis van Juda, Deze vraag loochent sterkelijk. Zie Gen 18:17 . De zin is dat bij de Joden niets lichter geacht was; hoewel deze gruwelen, tegen de eerste tafel begaan, de allerzwaarste en verschrikkelijkste waren; maar daar was geen gebod zo zwaar, dat de Joden niet licht hielden om te overtreden.
  2. geweld vervuld hebben, Dat is, met verdrukking der onschuldigen en der armen, welke geschiedt òf in het algemeen door het gericht, òf in het bijzonder door allerlei soort van onrecht.
  3. te vertoornen; Te weten door gruwelijke afgoderij, waarom zij mij tot ijver verwekken en mijn tempel ontheiligen.
  4. wijnranken aan hun neus Of, takken, of scheuten. Het Hebreeuwse woord is zo genomen Num 13:23 , en onder Eze 15:2 . Te weten ter ere van de zon, die zij aanroepen omdat zij de vruchten kweekt en rijp maakt. Deze plaats wordt verscheidenlijk verklaard.

18 Daarom zal Ik ook handelen in grimmigheid, Mijn oog zal niet verschonen, en Ik zal niet sparen; hoewel zij voor Mijn oren met luider stem roepen, nochtans zal Ik hen niet horen.1

Original Hebrew

וְ/גַם\־ו/גם\וְ/גַם\־ו/גם\ve./gam-and/ alsoH9002H1571\H9014HC+D
אֲנִי֙אני֙אֲנִיאני'a.NiIH0589HPp1bs
אֶעֱשֶׂ֣האעש֣האֶעֱשֶׂהאעשה'e.'e.SehI will actH6213AHVqi1cs
בְ/חֵמָ֔הב/חמ֔הבְ/חֵמָהב/חמהve./che.Mahin/ rageH9003H2534HR+Ncfsa
לֹֽא\־לא\לֹֽא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
תָח֥וֹסתח֥וסתָחוֹסתחוסta.Chosit will look with compassionH2347HVqi3fs
עֵינִ֖/יעינ֖/יעֵינִ/יעינ/י'ei.N/ieye/ myH5869AH9020HNcfsc+Sp1bs
וְ/לֹ֣או/ל֣אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
אֶחְמֹ֑לאחמ֑לאֶחְמֹלאחמל'ech.MolI will show pityH2550HVqi1cs
וְ/קָרְא֤וּו/קרא֤ווְ/קָרְאוּו/קראוve./ka.re.'Uand/ they will call outH9001H7121GHc+Vqq3cp
בְ/אָזְנַ/י֙ב/אזנ/י֙בְ/אָזְנַ/יב/אזנ/יve./'a.ze.Na/iin/ ears/ myH9003H0241IH9020HR+Ncfdc+Sp1bs
ק֣וֹלק֣ולקוֹלקולKola voiceH6963AHNcmsa
גָּד֔וֹלגד֔ולגָּדוֹלגדולga.DolgreatH1419AHAamsa
וְ/לֹ֥או/ל֥אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
אֶשְׁמַ֖עאשמ֖עאֶשְׁמַעאשמע'esh.Ma'I will hearH8085GHVqi1cs
אוֹתָֽ/ם\׃אות/ם\אוֹתָֽ/ם\׃אות/ם\'o.Ta/m<obj.>/ themH0853H9038\H9016HTo+Sp3mp
  1. nochtans zal Ik hen niet horen Te weten omdat hunne gebeden niet uit een oprecht geloof zullen voortkomen, noch met de ware bekering verenigd zijn, maar alleen uit het gevoel van den tegenwoordigen nood en vrees van meerdere straf, zonder een vast voornemen van ware betering, uitgedrongen.