reltext

Chapter 17

1 En des Heeren woord geschiedde tot mij, zeggende:

Original Hebrew

וַ/יְהִ֥יו/יה֥יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it cameH9001H1961Hc+Vqw3ms
דְבַר\־דבר\דְבַר\־דבר\de.var-[the] word ofH1697G\H9014HNcmsc
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֵלַ֥/יאל֥/יאֵלַ/יאל/י'e.La/ito/ meH0413H9030HR+Sp1bs
לֵ/אמֹֽר\׃ל/אמר\לֵ/אמֹֽר\׃ל/אמר\le./Mor<to>/ sayingH9005H0559\H9016HR+Vqcc

2 Mensenkind, stel een raadsel voor, en gebruik een gelijkenis tot het huis Israëls,123

Original Hebrew

בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-O son ofH1121A\H9014HNcmsc
אָדָ֕םאד֕םאָדָםאדם'a.DamhumankindH0120GHNcmsa
ח֥וּדח֥ודחוּדחודchudask a riddleH2330HVqv2ms
חִידָ֖החיד֖החִידָהחידהchi.Daha riddleH2420HNcfsa
וּ/מְשֹׁ֣לו/מש֣לוּ/מְשֹׁלו/משלu./me.Sholand/ speak a parableH9002H4911BHC+Vqv2ms
מָשָׁ֑למש֑למָשָׁלמשלma.Shala parableH4912HNcmsa
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-concerningH0413\H9014HR
בֵּ֖יתב֖יתבֵּיתביתbeit[the] house ofH1004MHNcmsc
יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\Yis.ra.'ElIsraelH3478\H9016HNpl
  1. raadsel voor, Zie Jdg 14:12 .
  2. gelijkenis Of, parabel; dat is een verhaal in hetwelk ene zaak doorgaans met iets anders vergeleken wordt, om die te meer klaarheid en kracht te geven; en kan anders ook genoemd worden een allegorie. Alzo onder Eze 20:49 en Eze 24:3 ; Mat 13:3 , Mat 13:13 , enz. Hebreeuws, parabel een parabel.
  3. tot het huis Israëls, Of, rakende het huis van Israël.

3 En zeg: Alzo zegt de Heere Heere: Een arend, die groot was, groot van vleugelen, lang van vlerken, vol van vederen, die verscheidene verven had, kwam op den Libanon, en nam den oppersten tak van een ceder.123456

Original Hebrew

וְ/אָמַרְתָּ֞ו/אמרת֞וְ/אָמַרְתָּו/אמרתve./'a.mar.Taand/ you will sayH9001H0559Hc+Vqq2ms
כֹּה\־כה\כֹּה\־כה\koh-thusH3541\H9014HD
אָמַ֣ר\׀אמ֣ר\אָמַר\׀אמר\'a.Marhe saysH0559\H9015HVqp3ms
אֲדֹנָ֣יאדנ֣יאֲדֹנָיאדני'a.do.Nai[the] LordH0136HNpt
יְהוִ֗היהו֗היְהוִהיהוהYah.wehYahwehH3069HNpt
הַ/נֶּ֤שֶׁרה/נ֤שרהַ/נֶּשֶׁרה/נשרha./Ne.sherthe/ eagleH9009H5404HTd+Ncmsa
הַ/גָּדוֹל֙ה/גדול֙הַ/גָּדוֹלה/גדולha./ga.dOl<the>/ greatH9009H1419AHTd+Aamsa
גְּד֤וֹלגד֤ולגְּדוֹלגדולge.Dol<the> great ofH1419AHAamsc
הַ/כְּנָפַ֙יִם֙ה/כנפ֙ים֙הַ/כְּנָפַיִםה/כנפיםha./ke.na.Fa.yim<the>/ wingsH9009H3671HTd+Ncfda
אֶ֣רֶךְא֣רךאֶרֶךְארך'E.rekh<the> long ofH0750HAamsc
הָ/אֵ֔בֶרה/א֔ברהָ/אֵבֶרה/אברha./'E.ver<the>/ pinionH9009H0083HTd+Ncmsa
מָלֵא֙מלא֙מָלֵאמלאma.Le'fullH4392HAamsa
הַ/נּוֹצָ֔הה/נוצ֔ההַ/נּוֹצָהה/נוצהha./no.Tzah<the>/ plumageH9009H5133HTd+Ncfsa
אֲשֶׁר\־אשר\אֲשֶׁר\־אשר\'a.Sher-whichH0834A\H9014HTr
ל֖/וֹל֖/ול/וֹל/וl/o[belonged] to/ itH9005H9033HR+Sp3ms
הָֽ/רִקְמָ֑הה/רקמ֑ההָֽ/רִקְמָהה/רקמהha./rik.Mah<the>/ variegated plumageH9009H7553HTd+Ncfsa
בָּ֚אב֚אבָּאבאba'it cameH0935GHVqp3ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
הַ/לְּבָנ֔וֹןה/לבנ֔וןהַ/לְּבָנוֹןה/לבנוןha./le.va.Non<the>/ LebanonH9009H3844GHTd+Npl
וַ/יִּקַּ֖חו/יק֖חוַ/יִּקַּחו/יקחva/i.yi.Kachand/ it tookH9001H3947GHc+Vqw3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
צַמֶּ֥רֶתצמ֥רתצַמֶּרֶתצמרתtza.Me.ret[the] treetop ofH6788HNcfsc
הָ/אָֽרֶז\׃ה/ארז\הָ/אָֽרֶז\׃ה/ארז\ha./'A.rezthe/ cedarH9009H0730\H9016HTd+Ncmsa
  1. Een arend, Versta Nebukadnezar, den koning van Babel, zie onder vs.12.
  2. groot van vleugelen, Dat is, hebbende grote macht, een wijd uitgestrekt koninkrijk en overvloed van allen rijkdom.
  3. verscheidene veren had, Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk wat met de naald van verscheidene kleuren gemaakt wordt, als geborduurd of gestikt werk, boven Eze 16:10 , Eze 16:13 , enz.; maar hier wordt het bij gelijkenis gebruikt van schone gespikkelde en dooreen gekleurde vederen, alsof zij geborduurd waren.
  4. Libanon, Versta het land van Palestina, hetwelk noordwaarts met het gebergte van Libanon begrensd was. Zie 1Ki 4:33 .
  5. oppersten tak Door dezen is betekend de koning Jojachin, ander ook Jechonias genaamd, 1Ch 3:16 ; die van Nebukadnezar gevankelijk naar Babylonië weggevoerd was; 2Ki 24:12 ; 2Ch 36:10 .
  6. ceder Die ene figuur was van het koninkrijk der Joden. Vergelijk Num 24:6 ; Amo 2:9 .

4 Hij plukte den top van zijn jonge takjes af, en bracht hem in een land van koophandel; hij zette hem in een stad van kooplieden.1234

Original Hebrew

אֵ֛תא֛תאֵתאת'et<obj.>H0853HTo
רֹ֥אשׁר֥אשרֹאשׁראשrosh[the] topH7218IHNcmsc
יְנִֽיקוֹתָ֖י/ויניקות֖י/ויְנִֽיקוֹתָי/ויניקותי/וye.ni.ko.Ta/vshoots/ itsH3242H9023HNcfpc+Sp3ms
קָטָ֑ףקט֑ףקָטָףקטףka.Tafit plucked offH6998HVqp3ms
וַ/יְבִיאֵ֙/הוּ֙ו/יביא֙/הו֙וַ/יְבִיאֵ/הוּו/יביא/הוva/y.vi.'E./huand/ it brought/ itH9001H0935PH9033Hc+Vhw3ms+Sp3ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
אֶ֣רֶץא֣רץאֶרֶץארץ'E.retza land ofH0776GHNcfsc
כְּנַ֔עַןכנ֔עןכְּנַעַןכנעןke.Na.'anmerchant[s]H3667BHNcbpa
בְּ/עִ֥ירב/ע֥ירבְּ/עִירב/עירbe./'Irin/ a city ofH9003H5892BHR+Ncfsc
רֹכְלִ֖יםרכל֖יםרֹכְלִיםרכליםro.khe.LimtradersH7402HVqrmpa
שָׂמֽ/וֹ\׃שמ/ו\שָׂמֽ/וֹ\׃שמ/ו\sa.M/oit placed/ itH7760AH9033\H9016HVqp3ms+Sp3ms
  1. zijn jonge takjes af, Deze betekenden de vorsten, heren en edellieden, die met den koning Jojachin in de gevangenschap naar Babel gingen; 2Ki 24:12 .
  2. koophandel; Hier is in het oorspronkelijke het woord chenaän, hetwelk eigenlijk betekent koopman. Zie Job 40:25 , en de aantekening. Versta nu hierdoor Babylonië, alwaar veel koophandel omging uit oorzaak van de menigte der mensen, die daar woonden en die van alle landen daar verkeerden en handelden.
  3. een stad Namelijk Babel.
  4. kooplieden Anders, kruideniers, of drogisten; gelijk 1Ki 10:15 . Zo zou de stad van Babel genaamd zijn, omdat zij vol was van allerlei specerijen, droge en kostelijke waren, dienende niet alleen tot nooddruft of vermaak, maar ook tot lekkernij en overdadigheid.

5 Hij nam ook van het zaad des lands, en legde het in een zaadakker; hij nam het, hij zette het bij vele wateren met grote voorzichtigheid.12345

Original Hebrew

וַ/יִּקַּח֙ו/יקח֙וַ/יִּקַּחו/יקחva/i.yi.Kachand/ it tookH9001H3947GHc+Vqw3ms
מִ/זֶּ֣רַעמ/ז֣רעמִ/זֶּרַעמ/זרעmi./Ze.ra'one of/ [the] seed ofH9006H2233GHR+Ncmsc
הָ/אָ֔רֶץה/א֔רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ landH9009H0776GHTd+Ncfsa
וַֽ/יִּתְּנֵ֖/הוּו/יתנ֖/הווַֽ/יִּתְּנֵ/הוּו/יתנ/הוva/i.yi.te.Ne./huand/ it put/ itH9001H5414HH9033Hc+Vqw3ms+Sp3ms
בִּ/שְׂדֵה\־ב/שדה\בִּ/שְׂדֵה\־ב/שדה\bi/s.deh-in/ a field ofH9003H7704B\H9014HR+Ncmsc
זָ֑רַעז֑רעזָרַעזרעZa.ra'seedH2233GHNcmsa
קָ֚חק֚חקָחקחkach<you> take [it]H3947GHVqv2ms
עַל\־על\עַל\־על\'al-atH5921A\H9014HR
מַ֣יִםמ֣יםמַיִםמיםMa.yimwatersH4325GHNcmpa
רַבִּ֔יםרב֔יםרַבִּיםרביםra.BimmanyH7227AHAampa
צַפְצָפָ֖הצפצפ֖הצַפְצָפָהצפצפהtzaf.tza.Faha willowH6851HNcfsa
שָׂמֽ/וֹ\׃שמ/ו\שָׂמֽ/וֹ\׃שמ/ו\sa.M/oit placed/ itH7760AH9033\H9016HVqp3ms+Sp3ms
  1. Hij nam ook Te weten de voorgemelde arend, de koning Nebukadnezar.
  2. het zaad des lands, Dat is, van degenen, die in het land Juda geboren waren. Versta, Matthanja, den oom van Jechonia, dat is, zijns vaders Jojakims broeder, genaamd van Nebukadnezar Zedekia; 2Ki 24:17 .
  3. legde het in een zaadakker; Dat is, hij stelde Zedekia tot koning over Juda.
  4. bij vele wateren Dat is, in een bekwame plaats, waar het wel kon groeien.
  5. met grote voorzichtigheid Dat is, met wijze en welbedachte voorwaarden. Anders: [als] een wilgenboom, die gaarne bij het water wast.

6 En het sproot uit, en werd tot een welig uitlopenden wijnstok, doch nederig van stam, ziende met zijn takken naar hem, dewijl zijn wortelen onder hem waren. Zo werd hij tot een wijnstok, die ranken voortbracht en scheuten uitwierp.12345

Original Hebrew

וַ/יִּצְמַ֡חו/יצמ֡חוַ/יִּצְמַחו/יצמחva/i.yitz.Machand/ it sproutedH9001H6779Hc+Vqw3ms
וַ/יְהִי֩ו/יהי֩וַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it becameH9001H1961Hc+Vqw3ms
לְ/גֶ֨פֶןל/ג֨פןלְ/גֶפֶןל/גפןle./Ge.fen<into>/ a vineH9005H1612HR+Ncbsa
סֹרַ֜חַתסר֜חתסֹרַחַתסרחתso.Ra.chatspreadingH5628HVqrfsa
שִׁפְלַ֣תשפל֣תשִׁפְלַתשפלתshif.Latlow ofH8217HAafsc
קוֹמָ֗הקומ֗הקוֹמָהקומהko.MahstatureH6967HNcfsa
לִ/פְנ֤וֹתל/פנ֤ותלִ/פְנוֹתל/פנותli/f.Notto/ turnH9005H6437GHR+Vqcc
דָּלִיּוֹתָי/ו֙דליותי/ו֙דָּלִיּוֹתָי/ודליותי/וda.li.yo.Ta/vbranches/ itsH1808H9023HNcfpc+Sp3ms
אֵלָ֔י/ואל֔י/ואֵלָי/ואלי/ו'e.La/vto/ itH0413H9033HR+Sp3ms
וְ/שָׁרָשָׁ֖י/וו/שרש֖י/ווְ/שָׁרָשָׁי/וו/שרשי/וve./sha.ra.Sha/vand/ roots/ itsH9002H8328H9023HC+Ncmpc+Sp3ms
תַּחְתָּ֣י/ותחת֣י/ותַּחְתָּי/ותחתי/וtach.Ta/vunder/ itH8478IH9033HNcmpc+Sp3ms
יִֽהְי֑וּיהי֑ויִֽהְיוּיהיוyih.Yuthey wereH1961HVqi3mp
וַ/תְּהִ֣יו/תה֣יוַ/תְּהִיו/תהיva./te.Hiand/ it becameH9001H1961Hc+Vqw3fs
לְ/גֶ֔פֶןל/ג֔פןלְ/גֶפֶןל/גפןle./Ge.fen<into>/ a vineH9005H1612HR+Ncbsa
וַ/תַּ֣עַשׂו/ת֣עשוַ/תַּעַשׂו/תעשva./Ta.'asand/ it producedH9001H6213HHc+Vqw3fs
בַּדִּ֔יםבד֔יםבַּדִּיםבדיםba.DimshootsH0905GHNcmpa
וַ/תְּשַׁלַּ֖חו/תשל֖חוַ/תְּשַׁלַּחו/תשלחva./te.sha.Lachand/ it sent outH9001H7971GHc+Vpw3fs
פֹּארֽוֹת\׃פארות\פֹּארֽוֹת\׃פארות\po.RotboughsH6288A\H9016HNcfpa
  1. het sproot uit, Te weten dat zaad, de koning Zedekia. De zin is, dat deze koning welvoer en gelukkig was in zijn koninkrijk, zolang als hij den koning van Babel getrouw bleEf.
  2. doch nederig Te weten als die onder het gebied was van den koning van Babel, dien hij jaarlijks schatting moest betalen.
  3. stam, Hebreeuws, statuur, hoogte, opstaande gestalte; alzo onder Eze 19:11 , en Eze 31:3 , Eze 31:5 , Eze 31:10 .
  4. naar hem, Te weten waarvan hij zijne planting had en onder wiens bescherming hij schuilde.
  5. hij tot een wijnstok, Namelijk de wijnstok.

7 Nog was er een grote arend, groot van vleugelen en overvloedig van vederen; en ziet, deze wijnstok voegde zijn wortelen naar denzelven toe, en wierp zijn takken tot hem uit, opdat hij hem bevochtigen zou naar de bedden zijner planting toe.123456789

Original Hebrew

וַ/יְהִ֤יו/יה֤יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it wasH9001H1961Hc+Vqw3ms
נֶֽשֶׁר\־נשר\נֶֽשֶׁר\־נשר\ne.sher-an eagleH5404\H9014HNcmsa
אֶחָד֙אחד֙אֶחָדאחד'e.ChadoneH0259HAcfsa
גָּד֔וֹלגד֔ולגָּדוֹלגדולga.DolgreatH1419AHAamsa
גְּד֥וֹלגד֥ולגְּדוֹלגדולge.Dolgreat ofH1419AHAamsc
כְּנָפַ֖יִםכנפ֖יםכְּנָפַיִםכנפיםke.na.Fa.yimwingsH3671HNcfda
וְ/רַב\־ו/רב\וְ/רַב\־ו/רב\ve./rav-and/ great ofH9002H7227A\H9014HC+Aamsc
נוֹצָ֑הנוצ֑הנוֹצָהנוצהno.TzahplumageH5133HNcfsa
וְ/הִנֵּה֩ו/הנה֩וְ/הִנֵּהו/הנהve./hi.Nehand/ there!H9002H2009HC+Tj
הַ/גֶּ֨פֶןה/ג֨פןהַ/גֶּפֶןה/גפןha./Ge.fenthe/ vineH9009H1612HTd+Ncbsa
הַ/זֹּ֜אתה/ז֜אתהַ/זֹּאתה/זאתha./Zot<the>/ thisH9009H2063HTd+Tm
כָּֽפְנָ֧הכפנ֧הכָּֽפְנָהכפנהka.fe.Nahit bentH3719HVqp3fs
שָׁרֳשֶׁ֣י/הָשרש֣י/השָׁרֳשֶׁי/הָשרשי/הsho.ro.Shei./haroots/ itsH8328H9024HNcmpc+Sp3fs
עָלָ֗י/ועל֗י/ועָלָי/ועלי/ו'a.La/von/ itH5921AH9033HR+Sp3ms
וְ/דָֽלִיּוֹתָי/ו֙ו/דליותי/ו֙וְ/דָֽלִיּוֹתָי/וו/דליותי/וve./da.li.yo.Ta/vand/ branches/ itsH9002H1808H9023HC+Ncfpc+Sp3ms
שִׁלְחָה\־שלחה\שִׁלְחָה\־שלחה\shil.chah-it sent outH7971G\H9014HVpp3fs
לּ֔/וֹל֔/ולּ/וֹל/וl/oto/ itH9005H9033HR+Sp3ms
לְ/הַשְׁק֣וֹתל/השק֣ותלְ/הַשְׁקוֹתל/השקותle./hash.Kotto/ waterH9005H8248GHR+Vhcc
אוֹתָ֔/הּאות֔/האוֹתָ/הּאות/ה'o.Ta/h<obj.>/ itH0853H9034HTo+Sp3fs
מֵ/עֲרֻג֖וֹתמ/ערג֖ותמֵ/עֲרֻגוֹתמ/ערגותme./'a.ru.Gotfrom/ [the] beds ofH9006H6170HR+Ncfpc
מַטָּעָֽ/הּ\׃מטע/ה\מַטָּעָֽ/הּ\׃מטע/ה\ma.ta.'A/hplanting/ itsH4302H9024\H9016HNcmsc+Sp3fs
  1. grote arend, Namelijk Farao, de koning van Egypte. Zie onder vs.15, 17.
  2. groot van vleugelen Vergelijk boven de aantekening vs.3.
  3. deze wijnstok Dat is, de koning Zedekia.
  4. zijn wortelen Versta door dezen de gezanten, die de koning Zedekia naar den koning van Egypte heimelijk zond om een verbond met hem te maken, ten einde dat hij hem helpen zou tegen den koning van Babel, wiens schatplichtige en vazal hij was, en van welken hij nu was afgevallen. Vergelijk onder vs.15; Jer 2:18 .
  5. denzelven toe, Te weten arend, den koning van Egypte.
  6. hij Versta denzelfden arend.
  7. hem bevochtigen zou Te weten den voorgemelden wijnstok, den koning Zedekia.
  8. naar de bedden Dat is naar de ingangen en passages toe, die leidden tot de plaats zijner planting. Het Hebreeuwse woord is in gelijke betekenis genomen; Jdg 7:3 , Jdg 7:7 . Zie de aantekening. Dit ziet nu op de gewoonte van Egypte, waar men, als de rivier de Nijl overvloeide, waterlopen, groeven en voren maakte om het water door het gehele land uit te laten en naar alle plaatsen te verspreiden. Alzo begeerde of verzocht ook de koning Zedekia, dat de koning van Egypte zijn macht en krijgsvolk hem toeschikken zou, om tegen den koning van Babel geholpen te worden. Anders: uit de bedden zijner planting; te weten alzo dat zijn land van den koning van Egypte bevochtigd zijnde, hij alsdan daardoor mocht opwassen.
  9. zijner planting toe Te weten des wijnstoks planting; dat is, ter plaatse, waar hij geplant was, te weten in Judea.

8 Hij was in een goede landouwe bij vele wateren geplant, om takken te maken en vrucht te dragen, opdat hij tot een heerlijken wijnstok worden mocht.1

Original Hebrew

אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
שָׂ֥דֶהש֥דהשָׂדֶהשדהSa.deha fieldH7704BHNcmsa
טּ֛וֹבט֛ובטּוֹבטובTovgoodH2896AHAamsa
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
מַ֥יִםמ֥יםמַיִםמיםMa.yimwatersH4325GHNcmpa
רַבִּ֖יםרב֖יםרַבִּיםרביםra.BimmanyH7227AHAampa
הִ֣יאה֣יאהִיאהיאhi'itH1931HPp3fs
שְׁתוּלָ֑השתול֑השְׁתוּלָהשתולהshe.tu.Lah[was] plantedH8362HVqsfsa
לַ/עֲשׂ֤וֹתל/עש֤ותלַ/עֲשׂוֹתל/עשותla./'a.Sotto/ produceH9005H6213HHR+Vqcc
עָנָף֙ענף֙עָנָףענף'a.Nafbranch[es]H6057HNcmsa
וְ/לָ/שֵׂ֣אתו/ל/ש֣אתוְ/לָ/שֵׂאתו/ל/שאתve./la./Setand/ to/ bearH9002H9005H5375HHC+R+Vqcc
פֶּ֔רִיפ֔ריפֶּרִיפריPe.rifruitH6529HNcmsa
לִ/הְי֖וֹתל/הי֖ותלִ/הְיוֹתל/היותli/h.Yotto/ becomeH9005H1961HR+Vqcc
לְ/גֶ֥פֶןל/ג֥פןלְ/גֶפֶןל/גפןle./Ge.fen<into>/ a vine ofH9005H1612HR+Ncbsc
אַדָּֽרֶת\׃\ \סאדרת\\ \סאַדָּֽרֶת\׃\ \סאדרת\\ \ס'a.Da.retsplendorH0155\H9016\ \H9018HNcfsa
  1. geplant, Te weten van den koning Nebukadnezar.

9 Zeg: Alzo zegt de Heere Heere: Zal hij gedijen? Zal hij niet zijn wortelen uitrukken, en zijn vrucht afsnijden, dat hij droog worde? Hij zal aan al de bladeren van zijn gewas verdrogen; en dat niet door een groten arm, noch door veel volks, om dien van zijn wortelen weg te voeren.12345

Original Hebrew

אֱמֹ֗ראמ֗ראֱמֹראמר'e.MorsayH0559HVqv2ms
כֹּ֥הכ֥הכֹּהכהkohthusH3541HD
אָמַ֛ראמ֛ראָמַראמר'a.Marhe saysH0559HVqp3ms
אֲדֹנָ֥יאדנ֥יאֲדֹנָיאדני'a.do.Nai[the] LordH0136HNpt
יְהֹוִ֖היהו֖היְהֹוִהיהוהYah.wehYahwehH3069HNpt
תִּצְלָ֑חתצל֑חתִּצְלָחתצלחtitz.Lachwill it prosper?H6743BHVqi3fs
הֲ/לוֹא֩ה/לוא֩הֲ/לוֹאה/לואha./lO'¿/ notH9008H3808HTi+Tn
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
שָׁרָשֶׁ֨י/הָשרש֨י/השָׁרָשֶׁי/הָשרשי/הsha.ra.Shei./haroots/ itsH8328H9024HNcmpc+Sp3fs
יְנַתֵּ֜קינת֜קיְנַתֵּקינתקye.na.Tekwill it pull upH5423HVpi3ms
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
פִּרְיָ֣/הּ\׀פרי֣/ה\פִּרְיָ/הּ\׀פרי/ה\pir.Ya/hfruit/ itsH6529H9024\H9015HNcmsc+Sp3fs
יְקוֹסֵ֣סיקוס֣סיְקוֹסֵסיקוססye.ko.Seswill it strip off?H7082HVpi3ms
וְ/יָבֵ֗שׁו/יב֗שוְ/יָבֵשׁו/יבשve./ya.Veshand/ it will witherH9001H3001Hc+Vqq3ms
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
טַרְפֵּ֤יטרפ֤יטַרְפֵּיטרפיtar.Pei[the] fresh [things] ofH2965HAampc
צִמְחָ/הּ֙צמח/ה֙צִמְחָ/הּצמח/הtzim.Cha/hgrowth/ itsH6780H9024HNcmsc+Sp3fs
תִּיבָ֔שׁתיב֔שתִּיבָשׁתיבשti.Vashit will witherH3001HVqi3fs
וְ/לֹֽא\־ו/לא\וְ/לֹֽא\־ו/לא\ve./lo'-and/ notH9002H3808\H9014HC+Tn
בִ/זְרֹ֤עַב/זר֤עבִ/זְרֹעַב/זרעvi/z.Ro.a'by/ an armH9003H2220HR+Ncfsa
גְּדוֹלָה֙גדולה֙גְּדוֹלָהגדולהge.do.LahgreatH1419AHAafsa
וּ/בְ/עַם\־ו/ב/עם\וּ/בְ/עַם\־ו/ב/עם\u./ve./'am-and/ by/ a peopleH9002H9003H5971A\H9014HC+R+Ncmsa
רָ֔בר֔ברָברבRavnumerousH7227AHAamsa
לְ/מַשְׂא֥וֹתל/משא֥ותלְ/מַשְׂאוֹתל/משאותle./mas.'otto/ lift upH9005H5375GHR+Ncfpa
אוֹתָ֖/הּאות֖/האוֹתָ/הּאות/ה'o.Ta/h<obj.>/ itH0853H9034HTo+Sp3fs
מִ/שָּׁרָשֶֽׁי/הָ\׃מ/שרשי/ה\מִ/שָּׁרָשֶֽׁי/הָ\׃מ/שרשי/ה\mi./sha.ra.Shei./hafrom/ roots/ itsH9006H8328H9024\H9016HR+Ncmpc+Sp3fs
  1. hij gedijen? Te weten de wijnstok, die van den eersten arend geplant is.
  2. hij niet Te weten de eerste arend, de koning Nebukadnezar.
  3. zijn wortelen uitrukken, Te weten, van den wijnstok. Versta den koning Zedekia, gelijk boven, met al zijne macht en zijn ganse koninkrijk.
  4. en dat Alzo is de letter vau voor en dat genomen; Jer 17:10 .
  5. niet door een groten arm, Dat is, zonder dat een zeer geweldig leger daartoe zal nodig zijn. Want de Heere zal Zedekia tegen zijn om zijne goddeloosheid en meinedigheid.

10 Ja ziet, zal hij geplant zijnde gedijen? Zal hij niet, als de oostenwind hem aanroert, gans verdrogen? Op de bedden van zijn gewas zal hij verdrogen.123456

Original Hebrew

וְ/הִנֵּ֥הו/הנ֥הוְ/הִנֵּהו/הנהve./hi.Nehand/ there!H9002H2009HC+Tj
שְׁתוּלָ֖השתול֖השְׁתוּלָהשתולהshe.tu.Lah[it is] plantedH8362HVqsfsa
הֲ/תִצְלָ֑חה/תצל֑חהֲ/תִצְלָחה/תצלחha./titz.Lach¿/ will it prosperH9008H6743BHTi+Vqi3fs
הֲ/לוֹא֩ה/לוא֩הֲ/לוֹאה/לואha./lO'¿/ notH9008H3808HTi+Tn
כְ/גַ֨עַתכ/ג֨עתכְ/גַעַתכ/געתkhe./Ga.'atwhen/ touchesH9004H5060HR+Vqcc
בָּ֜/הּב֜/הבָּ/הּב/הba/h<in>/ itH9003H9034HR+Sp3fs
ר֤וּחַר֤וחרוּחַרוחRu.ach[the] wind ofH7307HHNcfsc
הַ/קָּדִים֙ה/קדים֙הַ/קָּדִיםה/קדיםha./ka.Dimthe/ eastH9009H6921HTd+Ncmsa
תִּיבַ֣שׁתיב֣שתִּיבַשׁתיבשti.Vashwill it witherH3001HVqi3fs
יָבֹ֔שׁיב֔שיָבֹשׁיבשya.Voshcompletely <to wither>H3001HVqaa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
עֲרֻגֹ֥תערג֥תעֲרֻגֹתערגת'a.ru.Got[the] beds ofH6170HNcfpc
צִמְחָ֖/הּצמח֖/הצִמְחָ/הּצמח/הtzim.Cha/hgrowth/ itsH6780H9024HNcmsc+Sp3fs
תִּיבָֽשׁ\׃\ \פתיבש\\ \פתִּיבָֽשׁ\׃\ \פתיבש\\ \פti.Vashit will witherH3001\H9016\ \H9017HVqi3fs
  1. zal hij geplant zijnde gedijen? Deze vraag loochent sterkelijk.
  2. Zal hij niet, Deze vraag verzekert sterkelijk.
  3. oostenwind hem aanroert, Versta den koning van Babel, die den koning Zedekia, al zijne macht en de stad Jeruzalem zou verderven, gelijk de vruchten van den oostenwind verdorven worden; Gen 41:6 .
  4. gans verdrogen? Hebreeuws, verdrogende verdrogen.
  5. Op de bedden Te weten waarin hij geplant is om wel bevochtigd te worden en wel te groeien. Of, tezamen met de voren, dat is met het land Juda mede, waarin hij staat, zal hij verdorren en vergaan. Of, de voren, da is de middelen, waardoor hij water zal zoeken, dat is hulp uit Egypte te krijgen, zullen mede vergaan.
  6. van zijn gewas Dat is, waarin hij wast of groeit; alzo boven vs.7, de bedden zijner planting; dat is, waarin hij geplant was.

11 Daarna geschiedde des Heeren woord tot mij, zeggende:

Original Hebrew

וַ/יְהִ֥יו/יה֥יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it cameH9001H1961Hc+Vqw3ms
דְבַר\־דבר\דְבַר\־דבר\de.var-[the] word ofH1697G\H9014HNcmsc
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֵלַ֥/יאל֥/יאֵלַ/יאל/י'e.La/ito/ meH0413H9030HR+Sp1bs
לֵ/אמֹֽר\׃ל/אמר\לֵ/אמֹֽר\׃ל/אמר\le./Mor<to>/ sayingH9005H0559\H9016HR+Vqcc

12 Zeg nu tot dat wederspannig huis: Weet gij niet, wat deze dingen zijn? Zeg: Ziet, de koning van Babel is tot Jeruzalem gekomen, en heeft haar koning genomen, en haar vorsten, en heeft ze tot zich gevoerd naar Babel.123456

Original Hebrew

אֱמָר\־אמר\אֱמָר\־אמר\'e.mor-sayH0559\H9014HVqv2ms
נָא֙נא֙נָאנאna'pleaseH4994HTj
לְ/בֵ֣יתל/ב֣יתלְ/בֵיתל/ביתle./Veitto/ [the] house ofH9005H1004MHR+Ncmsc
הַ/מֶּ֔רִיה/מ֔ריהַ/מֶּרִיה/מריha./Me.ri<the>/ rebellionH9009H4805HHTd+Ncmsa
הֲ/לֹ֥אה/ל֥אהֲ/לֹאה/לאha./Lo'¿/ notH9008H3808HTi+Tn
יְדַעְתֶּ֖םידעת֖םיְדַעְתֶּםידעתםye.da'.Temdo you knowH3045HVqp2mp
מָה\־מה\מָה\־מה\mah-what?H4100\H9014HPi
אֵ֑לֶּהא֑להאֵלֶּהאלה'E.leh[are] these [things]H0428HTm
אֱמֹ֗ראמ֗ראֱמֹראמר'e.MorsayH0559HVqv2ms
הִנֵּה\־הנה\הִנֵּה\־הנה\hi.neh-there!H2009\H9014HTj
בָ֨אב֨אבָאבאva'he wentH0935GHVqp3ms
מֶֽלֶךְ\־מלך\מֶֽלֶךְ\־מלך\Me.lekh-[the] king ofH4428G\H9014HNcmsc
בָּבֶ֤לבב֤לבָּבֶלבבלba.VelBabylonH0894HNpl
יְרוּשָׁלִַ֙ם֙ירושל֙ם֙יְרוּשָׁלִַםירושלםye.ru.sha.LimJerusalemH3389HNpl
וַ/יִּקַּ֤חו/יק֤חוַ/יִּקַּחו/יקחva/i.yi.Kachand/ he tookH9001H3947GHc+Vqw3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
מַלְכָּ/הּ֙מלכ/ה֙מַלְכָּ/הּמלכ/הmal.Ka/hking/ itsH4428GH9024HNcmsc+Sp3fs
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
שָׂרֶ֔י/הָשר֔י/השָׂרֶי/הָשרי/הsa.Rei./haprinces/ itsH8269H9024HNcmpc+Sp3fs
וַ/יָּבֵ֥או/יב֥אוַ/יָּבֵאו/יבאva/i.ya.Ve'and/ he broughtH9001H0935PHc+Vhw3ms
אוֹתָ֛/םאות֛/םאוֹתָ/םאות/ם'o.Ta/m<obj.>/ themH0853H9038HTo+Sp3mp
אֵלָ֖י/ואל֖י/ואֵלָי/ואלי/ו'e.La/vto/ himselfH0413H9033HRd+Sp3ms
בָּבֶֽלָ/ה\׃בבל/ה\בָּבֶֽלָ/ה\׃בבל/ה\ba.Ve.la/hBabylon/ towardsH0894H9011\H9016HNpl+Sd
  1. dat wederspannig huis Hebreeuws, dat huis der wederspannigheid. Versta, den stam of het koninkrijk van Juda. Zie boven Eze 2:5 .
  2. deze dingen Te weten, die Ik u voorgesteld heb van twee arenden.
  3. zijn? Of, beduiden, of betekenen, of te kennen geven.
  4. Ziet, Hier volgt de verklaring der voorgestelde gelijkenis.
  5. haar koning genomen, Namelijk Jojachin; 2Ki 24:12 ; 2Ch 36:10 . Zie boven vs.3.
  6. vorsten, Welke boven vs.4, vergeleken worden bij de opperste tedere takken van den Libanon.

13 Daartoe heeft hij van het koninklijk zaad genomen, en daarmede een verbond gemaakt, en heeft hem tot een eed gebracht, en de machtigen des lands heeft hij weggenomen;1234

Original Hebrew

וַ/יִּקַּח֙ו/יקח֙וַ/יִּקַּחו/יקחva/i.yi.Kachand/ he tookH9001H3947GHc+Vqw3ms
מִ/זֶּ֣רַעמ/ז֣רעמִ/זֶּרַעמ/זרעmi./Ze.ra'one of/ [the] offspring ofH9006H2233HHR+Ncmsc
הַ/מְּלוּכָ֔הה/מלוכ֔ההַ/מְּלוּכָהה/מלוכהha./me.lu.Khah<the>/ royaltyH9009H4410HTd+Ncfsa
וַ/יִּכְרֹ֥תו/יכר֥תוַ/יִּכְרֹתו/יכרתva/i.yikh.Rotand/ he madeH9001H3772HHc+Vqw3ms
אִתּ֖/וֹאת֖/ואִתּ/וֹאת/ו'i.T/owith/ himH0854H9033HR+Sp3ms
בְּרִ֑יתבר֑יתבְּרִיתבריתbe.Rita covenantH1285HNcfsa
וַ/יָּבֵ֤או/יב֤אוַ/יָּבֵאו/יבאva/i.ya.Ve'and/ he made goH9001H0935PHc+Vhw3ms
אֹת/וֹ֙את/ו֙אֹת/וֹאת/ו'o.T/o<obj.>/ himH0853H9033HTo+Sp3ms
בְּ/אָלָ֔הב/אל֔הבְּ/אָלָהב/אלהbe./'a.Lahin/ an oathH9003H0423HR+Ncfsa
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
אֵילֵ֥יאיל֥יאֵילֵיאילי'ei.Lei[the] leaders ofH0352CHNcmpc
הָ/אָ֖רֶץה/א֖רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ landH9009H0776GHTd+Ncfsa
לָקָֽח\׃לקח\לָקָֽח\׃לקח\la.Kachhe tookH3947G\H9016HVqp3ms
  1. koninklijk zaad genomen, Genaam boven vs.5, het zaad des lands, namelijk van Juda. Hebreeuws, zaad des koninkrijks. Hij bedoelt Zedekia. Zie boven vs.5.
  2. een eed gebracht, Of, in een eed doen komen; te weten waardoor Zedekia zich vervloekt zo hij zijn woord niet hield en niet getrouw bleef; vergelijk boven Eze 16:59 . Sommigen menen dat deze manier van spreken, in den eed doen komen, ziet op het oude gebruik, waardoor degenen, die met elkander een verbond maakten, beesten slachtten, die in stukken deelden en dan tussen de gedeelde stukken doorgingen; zie Gen 15:17 .
  3. machtigen des lands Te weten die Zedekia met raad en met daad hadden kunnen helpen, om het koninkrijk van Juda tegen den koning van Babel vast te maken en eindelijk van hem te doen afvallen.
  4. weggenomen; Te weten tot pandlieden of gijzelaars.

14 Opdat het koninkrijk nederig zou zijn, zich niet verheffende, en dat het, zijn verbond houdende, bestaan mocht.1

Original Hebrew

לִֽ/הְיוֹת֙ל/היות֙לִֽ/הְיוֹתל/היותli/h.yOtto/ beH9005H1961HR+Vqcc
מַמְלָכָ֣הממלכ֣המַמְלָכָהממלכהmam.la.Khaha kingdomH4467HNcfsa
שְׁפָלָ֔השפל֔השְׁפָלָהשפלהshe.fa.LahlowlyH8217HAafsa
לְ/בִלְתִּ֖יל/בלת֖ילְ/בִלְתִּיל/בלתיle./vil.Tito/ notH9005H1115HR+Ncbsa
הִתְנַשֵּׂ֑אהתנש֑אהִתְנַשֵּׂאהתנשאhit.na.Se'to exalt itselfH5375GHVtcc
לִ/שְׁמֹ֥רל/שמ֥רלִ/שְׁמֹרל/שמרli/sh.Morto/ keepH9005H8104GHR+Vqcc
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
בְּרִית֖/וֹברית֖/ובְּרִית/וֹברית/וbe.ri.T/ocovenant/ hisH1285H9023HNcfsc+Sp3ms
לְ/עָמְדָֽ/הּ\׃ל/עמד/ה\לְ/עָמְדָֽ/הּ\׃ל/עמד/ה\le./'a.me.Da/hto/ continue/ itH9005H5975GH9034\H9016HR+Vqcc+Sp3fs
  1. zijn verbond houdende, Te weten van den koning van Babel. Versta de beloften van onderdanigheid en trouw, die Zedekia en de heren van het land aan den koning van Babel gedaan hadden.

15 Maar hij rebelleerde tegen hem, zendende zijn boden in Egypte, opdat men hem paarden en veel volks bestellen zou; zal hij gedijen? Zal hij ontkomen, die zulke dingen doet? Ja, zal hij het verbond breken en ontkomen?1

Original Hebrew

וַ/יִּמְרָד\־ו/ימרד\וַ/יִּמְרָד\־ו/ימרד\va/i.yim.rod-and/ he rebelledH9001H4775\H9014Hc+Vqw3ms
בּ֗/וֹב֗/ובּ/וֹב/וb/oagainst/ himH9003H9033HR+Sp3ms
לִ/שְׁלֹ֤חַל/של֤חלִ/שְׁלֹחַל/שלחli/sh.Lo.achby/ sendingH9005H7971GHR+Vqcc
מַלְאָכָי/ו֙מלאכי/ו֙מַלְאָכָי/ומלאכי/וmal.'a.Kha/vmessengers/ hisH4397GH9023HNcmpc+Sp3ms
מִצְרַ֔יִםמצר֔יםמִצְרַיִםמצריםmitz.Ra.yimEgyptH4714GHNpl
לָֽ/תֶת\־ל/תת\לָֽ/תֶת\־ל/תת\la./tet-to/ giveH9005H5414G\H9014HR+Vqcc
ל֥/וֹל֥/ול/וֹל/וl/oto <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
סוּסִ֖יםסוס֖יםסוּסִיםסוסיםsu.SimhorsesH5483MHNcmpa
וְ/עַם\־ו/עם\וְ/עַם\־ו/עם\ve./'am-and/ a peopleH9002H5971K\H9014HC+Ncmsa
רָ֑בר֑ברָברבRavnumerousH7227AHAamsa
הֲ/יִצְלָ֤חה/יצל֤חהֲ/יִצְלָחה/יצלחha./yitz.Lach¿/ will he prosperH9008H6743BHTi+Vqi3ms
הֲ/יִמָּלֵט֙ה/ימלט֙הֲ/יִמָּלֵטה/ימלטha./yi.ma.Let¿/ will he escapeH9008H4422HTi+VNi3ms
הָ/עֹשֵׂ֣הה/עש֣ההָ/עֹשֵׂהה/עשהha./'o.Sehthe/ [one who] doesH9009H6213AHTd+Vqrmsc
אֵ֔לֶּהא֔להאֵלֶּהאלה'E.lehthese [things]H0428HTm
וְ/הֵפֵ֥רו/הפ֥רוְ/הֵפֵרו/הפרve./he.Ferand/ will he break?H9001H6565AHc+Vhq3ms
בְּרִ֖יתבר֖יתבְּרִיתבריתbe.Rita covenantH1285HNcfsa
וְ/נִמְלָֽט\׃ו/נמלט\וְ/נִמְלָֽט\׃ו/נמלט\ve./nim.Latand/ will he escape?H9001H4422\H9016Hc+VNq3ms
  1. het verbond breken Te weten dat hij met den koning Nebukadnezar gemaakt heeft.

16 Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere Heere, zo hij niet in de plaats des konings, die hem koning gemaakt heeft, wiens eed hij veracht, en wiens verbond hij gebroken heeft, bij hem in het midden van Babel zal sterven!123

Original Hebrew

חַי\־חי\חַי\־חי\chai-[by] [the] lifeH2416A\H9014HAamsa
אָ֗נִיא֗ניאָנִיאני'A.niof meH0589HPp1bs
נְאֻם֮נאם֮נְאֻםנאםne.'Um[the] utterance ofH5002HNcmsc
אֲדֹנָ֣יאדנ֣יאֲדֹנָיאדני'a.do.Nai[the] LordH0136HNpt
יְהוִה֒יהוה֒יְהוִהיהוהYah.wehYahwehH3069HNpt
אִם\־אם\אִם\־אם\'im-ifH0518I\H9014HTc
לֹ֗אל֗אלֹאלאLo'notH3808HTn
בִּ/מְקוֹם֙ב/מקום֙בִּ/מְקוֹםב/מקוםbi/m.kOmin/ [the] place ofH9003H4725HR+Ncmsc
הַ/מֶּ֙לֶךְ֙ה/מ֙לך֙הַ/מֶּלֶךְה/מלךha./Me.lekhthe/ kingH9009H4428GHTd+Ncmsa
הַ/מַּמְלִ֣יךְה/ממל֣יךהַ/מַּמְלִיךְה/ממליךha./mam.Likhwho/ made kingH9009H4427AHTd+Vhrmsa
אֹת֔/וֹאת֔/ואֹת/וֹאת/ו'o.T/o<obj.>/ himH0853H9033HTo+Sp3ms
אֲשֶׁ֤ראש֤ראֲשֶׁראשר'a.SherwhomH0834AHTr
בָּזָה֙בזה֙בָּזָהבזהba.Zahhe despisedH0959HVqp3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
אָ֣לָת֔/וֹא֣לת֔/ואָלָת/וֹאלת/ו'a.la.T/ooath/ hisH0423H9023HNcfsc+Sp3ms
וַ/אֲשֶׁ֥רו/אש֥רוַ/אֲשֶׁרו/אשרva./'a.Sherand/ whomH9002H0834AHC+Tr
הֵפֵ֖רהפ֖רהֵפֵרהפרhe.Ferhe brokeH6565AHVhp3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
בְּרִית֑/וֹברית֑/ובְּרִית/וֹברית/וbe.ri.T/ocovenant/ hisH1285H9023HNcfsc+Sp3ms
אִתּ֥/וֹאת֥/ואִתּ/וֹאת/ו'i.T/owith/ himH0854H9033HR+Sp3ms
בְ/תוֹךְ\־ב/תוך\בְ/תוֹךְ\־ב/תוך\ve./tokh-in/ [the] midst ofH9003H8432\H9014HR+Ncmsc
בָּבֶ֖לבב֖לבָּבֶלבבלba.VelBabylonH0894HNpl
יָמֽוּת\׃ימות\יָמֽוּת\׃ימות\ya.Muthe will dieH4191\H9016HVqi3ms
  1. in de plaats des konings, Waar de koning Nebukadnezar woont, dat is, in Babel, gelijk hier in het einde van vs.16 gezegd wordt.
  2. bij hem in het midden van Babel Dat is, in dezelfde plaats of stad, gelijk straks gezegd is, en dus niet in zijn vaderland.
  3. zal sterven De zin is: Dat hij daar zekerlijk zou sterven; hoewel hij het land niet zien zou, omdat hem tevoren in Riblath de ogen verblind zouden worden; 2Ki 25:6-7 ; Jer 32:5 , en Jer 34:3 , Jer 34:5 , en Jer 52:11 .

17 Ook zal Farao, door een groot heir en door menigte van krijgs vergadering, met hem in oorlog niets uitrichten als men een wal zal opwerpen, en als men sterkten bouwen zal, om vele zielen uit te roeien.1234

Original Hebrew

וְ/לֹא֩ו/לא֩וְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
בְ/חַ֨יִלב/ח֨ילבְ/חַיִלב/חילve./Cha.yilwith/ an armyH9003H2428AHR+Ncmsa
גָּד֜וֹלגד֜ולגָּדוֹלגדולga.DollargeH1419AHAamsa
וּ/בְ/קָהָ֣לו/ב/קה֣לוּ/בְ/קָהָלו/ב/קהלu./ve./ka.Haland/ with/ a companyH9002H9003H6951HC+R+Ncmsa
רָ֗בר֗ברָברבRavgreatH7227AHAamsa
יַעֲשֶׂ֨היעש֨היַעֲשֶׂהיעשהya.'a.Sehhe will do withH6213AHVqi3ms
אוֹת֤/וֹאות֤/ואוֹת/וֹאות/ו'o.T/o<obj.>/ himH0853H9033HTo+Sp3ms
פַרְעֹה֙פרעה֙פַרְעֹהפרעהfar.'OhPharaohH6547RHNcmsa
בַּ/מִּלְחָמָ֔הב/מלחמ֔הבַּ/מִּלְחָמָהב/מלחמהba./mil.cha.Mahin <the>/ battleH9003H4421HRd+Ncfsa
בִּ/שְׁפֹּ֥ךְב/שפ֥ךבִּ/שְׁפֹּךְב/שפךbi/sh.Pokhwhen/ pour outH9003H8210IHR+Vqcc
סֹלְלָ֖הסלל֖הסֹלְלָהסללהso.le.Laha moundH5550HNcfsa
וּ/בִ/בְנ֣וֹתו/ב/בנ֣ותוּ/בִ/בְנוֹתו/ב/בנותu./vi/v.Notand/ when/ buildH9002H9003H1129HC+R+Vqcc
דָּיֵ֑קדי֑קדָּיֵקדיקda.Yeka siege-wallH1785HNcmsa
לְ/הַכְרִ֖יתל/הכר֖יתלְ/הַכְרִיתל/הכריתle./hakh.Ritto/ cut offH9005H3772IHR+Vhcc
נְפָשׁ֥וֹתנפש֥ותנְפָשׁוֹתנפשותne.fa.ShotlivesH5315HHNcfpa
רַבּֽוֹת\׃רבות\רַבּֽוֹת\׃רבות\ra.BotmanyH7227A\H9016HAafpa
  1. hem in oorlog Dat is met Zedekia, te weten om hem te helpen door zijne macht bij de macht van Zedekia te voegen. Of tegen hem; dat is tegen den koning Nebukadnezar, om hem te wederstaan en van Jeruzalem te verdrijven.
  2. als men een wal Hetwelk de koning van Babel doen zou.
  3. opwerpen, Hebreeuws, uitstorten; alzo 2Sa 20:15 ; 2Ki 19:32 .
  4. vele zielen Dat is, vele mensen.

18 Want hij heeft den eed veracht, brekende het verbond, daar hij, ziet, zijn hand gegeven had; dewijl hij al deze dingen gedaan heeft, zal hij niet ontkomen.123

Original Hebrew

וּ/בָזָ֥הו/בז֥הוּ/בָזָהו/בזהu./va.Zahand/ he despisedH9001H0959Hc+Vqq3ms
אָלָ֖האל֖האָלָהאלה'a.Lah[the] oathH0423HNcfsa
לְ/הָפֵ֣רל/הפ֣רלְ/הָפֵרל/הפרle./ha.Ferby/ breakingH9005H6565AHR+Vhcc
בְּרִ֑יתבר֑יתבְּרִיתבריתbe.Rit[the] covenantH1285HNcfsa
וְ/הִנֵּ֨הו/הנ֨הוְ/הִנֵּהו/הנהve./hi.Nehand/ there!H9002H2009HC+Tj
נָתַ֥ןנת֥ןנָתַןנתןna.Tanhe had givenH5414GHVqp3ms
יָד֛/וֹיד֛/ויָד/וֹיד/וya.D/ohand/ hisH3027HH9023HNcbsc+Sp3ms
וְ/כָל\־ו/כל\וְ/כָל\־ו/כל\ve./kholand/ allH9002H3605\H9014HC+Ncmsa
אֵ֥לֶּהא֥להאֵלֶּהאלה'E.lehthese [things]H0428HTm
עָשָׂ֖העש֖העָשָׂהעשה'a.Sahhe didH6213AHVqp3ms
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
יִמָּלֵֽט\׃\ \סימלט\\ \סיִמָּלֵֽט\׃\ \סימלט\\ \סyi.ma.Lethe will escapeH4422\H9016\ \H9018HVNi3ms
  1. hij heeft Namelijk de koning Zedekia.
  2. eed veracht, Of, vloek.
  3. hand gegeven had; Te weten aan den koning van Babel, tot verzekering van te zullen vasthouden aan het verbond, dat hij met hem gemaakt had. Zie van zulke handhaving, gedaan tot verzekering van hetgeen men zegt of belooft, 2Ki 10:15 ; 2Ch 30:8 ; Ezr 10:19 .

19 Daarom, alzo zegt de Heere Heere: Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik Mijn eed, dien hij veracht heeft, en Mijn verbond, dat hij gebroken heeft, datzelve niet op zijn hoofd geve!12

Original Hebrew

לָ/כֵ֞ןל/כ֞ןלָ/כֵןל/כןla./Khen<to>/ thereforeH9005H3651CHR+D
כֹּה\־כה\כֹּה\־כה\koh-thusH3541\H9014HD
אָמַ֨ראמ֨ראָמַראמר'a.Marhe saysH0559HVqp3ms
אֲדֹנָ֣יאדנ֣יאֲדֹנָיאדני'a.do.Nai[the] LordH0136HNpt
יְהוִה֮יהוה֮יְהוִהיהוהYah.wehYahwehH3069HNpt
חַי\־חי\חַי\־חי\chai-[by] [the] lifeH2416A\H9014HAamsa
אָנִי֒אני֒אָנִיאני'a.Niof meH0589HPp1bs
אִם\־אם\אִם\־אם\'im-ifH0518I\H9014HTc
לֹ֗אל֗אלֹאלאLo'notH3808HTn
אָֽלָתִ/י֙אלת/י֙אָֽלָתִ/יאלת/י'a.la.T/ioath/ myH0423H9020HNcfsc+Sp1bs
אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
בָּזָ֔הבז֔הבָּזָהבזהba.Zahhe despisedH0959HVqp3ms
וּ/בְרִיתִ֖/יו/ברית֖/יוּ/בְרִיתִ/יו/ברית/יu./ve.ri.T/iand/ covenant/ myH9002H1285H9020HC+Ncfsc+Sp1bs
אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
הֵפִ֑ירהפ֑ירהֵפִירהפירhe.Firhe brokeH6331HVhp3ms
וּ/נְתַתִּ֖י/וו/נתת֖י/ווּ/נְתַתִּי/וו/נתתי/וu./ne.ta.Ti/vand/ I will requite/ itH9001H5414NH9033Hc+Vqq1cs+Sp3ms
בְּ/רֹאשֽׁ/וֹ\׃ב/ראש/ו\בְּ/רֹאשֽׁ/וֹ\׃ב/ראש/ו\be./ro.Sh/oon/ own head/ hisH9003H7218AH9023\H9016HR+Ncmsc+Sp3ms
  1. Mijn eed, God noemt den eed, dien Zedekia aan den koning van Babel gedaan had, zijn eed, omdat hij met aanroeping van zijn naam gedaan was; en in gelijken zin zijn verbond, dat hij met denzelfden koning gemaakt had. Versta onder het woord eed de straf van de verbreking van den eed.
  2. niet op zijn hoofd geve Dat is met straffen vergeld. Zie 1Ki 8:32 ; alzo boven Eze 9:10 , en Eze 11:21 , en Eze 16:43 , en onder Eze 22:31 ; een afgebroken manier van eedzweren.

20 En Ik zal Mijn net over hem uitspreiden, dat hij gegrepen zal worden in Mijn jachtgaren; en Ik zal hem doen brengen naar Babel, en zal daar met hem rechten over zijn overtreding, waardoor hij tegen Mij overtreden heeft.123

Original Hebrew

וּ/פָרַשְׂתִּ֤יו/פרשת֤יוּ/פָרַשְׂתִּיו/פרשתיu./fa.ras.Tiand/ I will spreadH9001H6566Hc+Vqq1cs
עָלָי/ו֙עלי/ו֙עָלָי/ועלי/ו'a.La/vover/ himH5921AH9033HR+Sp3ms
רִשְׁתִּ֔/ירשת֔/ירִשְׁתִּ/ירשת/יrish.T/inet/ myH7568H9020HNcfsc+Sp1bs
וְ/נִתְפַּ֖שׂו/נתפ֖שוְ/נִתְפַּשׂו/נתפשve./nit.Pasand/ he will be caughtH9001H8610Hc+VNq3ms
בִּ/מְצֽוּדָתִ֑/יב/מצודת֑/יבִּ/מְצֽוּדָתִ/יב/מצודת/יbi/m.tzu.da.T/iin/ hunting net/ myH9003H4686AH9020HR+Ncfsc+Sp1bs
וַ/הֲבִיאוֹתִ֣י/הוּו/הביאות֣י/הווַ/הֲבִיאוֹתִי/הוּו/הביאותי/הוva./ha.vi.'o.Ti./huand/ I will bring/ himH9001H0935PH9033Hc+Vhq1cs+Sp3ms
בָבֶ֗לָ/הבב֗ל/הבָבֶלָ/הבבל/הva.Ve.la/hBabylon/ towardsH0894H9011HNpl+Sd
וְ/נִשְׁפַּטְתִּ֤יו/נשפטת֤יוְ/נִשְׁפַּטְתִּיו/נשפטתיve./nish.pa.Tiand/ I will enter into judgmentH9001H8199Hc+VNq1cs
אִתּ/וֹ֙את/ו֙אִתּ/וֹאת/ו'i.T/owith/ himH0854H9033HR+Sp3ms
שָׁ֔םש֔םשָׁםשםShamthereH8033GHD
מַעֲל֖/וֹמעל֖/ומַעֲל/וֹמעל/וma.'a.L/ounfaithfulness/ hisH4604H9023HNcmsc+Sp3ms
אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
מָֽעַל\־מעל\מָֽעַל\־מעל\ma.'al-he has acted unfaithfullyH4603\H9014HVqp3ms
בִּֽ/י\׃ב/י\בִּֽ/י\׃ב/י\B/iagainst/ meH9003H9030\H9016HR+Sp1bs
  1. Mijn net Zie boven Eze 12:13 , en onder Eze 32:3 .
  2. hem uitspreiden, Te weten over den koning Zedekia.
  3. daar met hem rechten Te weten boven het recht, dat Ik over hem heb laten gaan te Riblath, 2Ki 25:6-7 . Want daarna heeft hij te Babel in de gevangenschap gelegen totdat hij stierf, Jer 52:11 . God wordt gezegd met den mens te richten, of in het recht zich met hem te begeven, als Hij door zijne straffen hem van zijne zonden overtuigt en gelijk in een gericht beschaamd maakt. Alzo Isa 66:16 ; onder Eze 20:35 , en Eze 38:22 . Zie breder hiervan onder Eze 20:35 .

21 Daartoe zullen al zijn vluchtelingen met al zijn benden door het zwaard vallen, en de overgeblevenen zullen in alle winden verstrooid worden; en gijlieden zult weten, dat Ik, de Heere, gesproken heb.1234

Original Hebrew

וְ/אֵ֨תו/א֨תוְ/אֵתו/אתve./'Etand/ <obj.>H9002H0853HC+To
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
מִבְרָחָ֤י/ומברח֤י/ומִבְרָחָי/ומברחי/וmiv.ra.cho/vfugitives/ hisH4015H9023HNcmpc+Sp3ms
בְּ/כָל\־ב/כל\בְּ/כָל\־ב/כל\be./kholamong/ allH9003H3605\H9014HR+Ncmsc
אֲגַפָּי/ו֙אגפי/ו֙אֲגַפָּי/ואגפי/ו'a.ga.Pa/vtroops/ hisH0102H9023HNcmpc+Sp3ms
בַּ/חֶ֣רֶבב/ח֣רבבַּ/חֶרֶבב/חרבba./Che.revby the/ swordH9003H2719HRd+Ncfsa
יִפֹּ֔לוּיפ֔לויִפֹּלוּיפלוyi.Po.luthey will fallH5307JHVqi3mp
וְ/הַ/נִּשְׁאָרִ֖יםו/ה/נשאר֖יםוְ/הַ/נִּשְׁאָרִיםו/ה/נשאריםve./ha./nish.'a.Rimand/ the/ [ones who] surviveH9002H9009H7604HC+Td+VNrmpa
לְ/כָל\־ל/כל\לְ/כָל\־ל/כל\le./kholto/ everyH9005H3605\H9014HR+Ncmsc
ר֣וּחַר֣וחרוּחַרוחRu.achwindH7307HHNcfsa
יִפָּרֵ֑שׂוּיפר֑שויִפָּרֵשׂוּיפרשוyi.pa.Re.suthey will be scatteredH6566HVNi3mp
וִ/ידַעְתֶּ֕םו/ידעת֕םוִ/ידַעְתֶּםו/ידעתםvi./da'.Temand/ you will knowH9001H3045Hc+Vqq2mp
כִּ֛יכ֛יכִּיכיkithatH3588AHTc
אֲנִ֥יאנ֥יאֲנִיאני'a.NiIH0589HPp1bs
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
דִּבַּֽרְתִּי\׃\ \סדברתי\\ \סדִּבַּֽרְתִּי\׃\ \סדברתי\\ \סdi.Bar.tiI have spokenH1696G\H9016\ \H9018HVpp1cs
  1. zijn vluchtelingen Zie van dezen 2Ki 25:5 , en Jer 52:8 .
  2. benden Dat is, scharen en hopen van krijgsvolk. Zie boven Eze 12:14 .
  3. door het zwaard vallen, Dat is, in den oorlog of door wapenen omkomen. Zie Lev 26:7 .
  4. in alle winden Dat is, in alle hoeken der wereld. Zie boven Eze 5:10 .

22 Alzo zegt de Heere Heere: Ik zal ook van den oppersten tak des hogen ceders nemen, dat Ik zetten zal; van het opperste zijner jonge takjes zal Ik een tederen afplukken, denwelken Ik op een hogen en verhevenen berg planten zal;123456

Original Hebrew

כֹּ֤הכ֤הכֹּהכהkohthusH3541HD
אָמַר֙אמר֙אָמַראמר'a.Marhe saysH0559HVqp3ms
אֲדֹנָ֣יאדנ֣יאֲדֹנָיאדני'a.do.Nai[the] LordH0136HNpt
יְהוִ֔היהו֔היְהוִהיהוהYah.wehYahwehH3069HNpt
וְ/לָקַ֣חְתִּיו/לק֣חתיוְ/לָקַחְתִּיו/לקחתיve./la.Kach.tiand/ I will takeH9001H3947GHc+Vqq1cs
אָ֗נִיא֗ניאָנִיאני'A.niIH0589HPp1bs
מִ/צַּמֶּ֧רֶתמ/צמ֧רתמִ/צַּמֶּרֶתמ/צמרתmi./tza.Me.retfrom/ [the] treetop ofH9006H6788HR+Ncfsc
הָ/אֶ֛רֶזה/א֛רזהָ/אֶרֶזה/ארזha./'E.rezthe/ cedarH9009H0730HTd+Ncmsa
הָ/רָמָ֖הה/רמ֖ההָ/רָמָהה/רמהha./ra.Mah<the>/ highH9009H7311AHTd+Vqrfsa
וְ/נָתָ֑תִּיו/נת֑תיוְ/נָתָתִּיו/נתתיve./na.Ta.tiand/ I will place [it]H9001H5414HHc+Vqq1cs
מֵ/רֹ֤אשׁמ/ר֤אשמֵ/רֹאשׁמ/ראשme./Roshfrom/ [the] top ofH9006H7218IHR+Ncmsc
יֹֽנְקוֹתָי/ו֙ינקותי/ו֙יֹֽנְקוֹתָי/וינקותי/וyo.ne.ko.Ta/vyoung shoots/ itsH3127H9023HNcfpc+Sp3ms
רַ֣ךְר֣ךרַךְרךrakha tender [shoot]H7390HAamsa
אֶקְטֹ֔ףאקט֔ףאֶקְטֹףאקטף'ek.TofI will pluck offH6998HVqi1cs
וְ/שָׁתַ֣לְתִּיו/שת֣לתיוְ/שָׁתַלְתִּיו/שתלתיve./sha.Tal.tiand/ I will plant [it]H9001H8362Hc+Vqq1cs
אָ֔נִיא֔ניאָנִיאני'A.niIH0589HPp1bs
עַ֥לע֥לעַלעל'alonH5921AHR
הַר\־הר\הַר\־הר\har-a mountainH2022G\H9014HNcmsa
גָּבֹ֖הַגב֖הגָּבֹהַגבהga.Vo.hahighH1364HAamsa
וְ/תָלֽוּל\׃ו/תלול\וְ/תָלֽוּל\׃ו/תלול\ve./ta.Luland/ loftyH9002H8524\H9016HC+Aamsa
  1. van den oppersten tak Dat is van den koninklijken stam; zie boven vs.3. Of aldus: Van den hogen tak des ceders, of van den oppersten tak des ceders, die hoog was.
  2. ceders Dat is van het koninkrijk Juda; zie boven vs.3.
  3. nemen, Te weten een scheutje, of rijsje, hetwelk hier terstond een tedere tak genoemd wordt.
  4. zetten zal; Dat is, planten zal.
  5. een tederen afplukken, Men versta hierdoor Zerubbabel en zijne opvolgers, maar inzonderheid Christus, van wien zij voorbeelden waren. Christus wordt een scheut of spruit genaamd; Isa 11:1 , en Isa 60:21 ; Zec 6:12 .
  6. een hogen en verhevenen berg Versta het ware Zion, dat is de ware Joodse en Christelijke kerk en gemeente der heiligen. Zie Isa 2:2 , en Isa 11:9 ; onder Eze 20:40 ; Mic 4:1 .

23 Op den berg der hoogte van Israël zal Ik hem planten; en hij zal takken voortbrengen, en vrucht dragen, en hij zal tot een heerlijken ceder worden, dat onder hem wonen zal alle gevogelte van allerlei vleugel; in de schaduw zijner takken zullen zij wonen.12345

Original Hebrew

בְּ/הַ֨רב/ה֨רבְּ/הַרב/הרbe./Haron/ [the] mountain ofH9003H2022GHR+Ncmsc
מְר֤וֹםמר֤וםמְרוֹםמרוםme.Rom[the] height ofH4791HNcmsc
יִשְׂרָאֵל֙ישראל֙יִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
אֶשְׁתֳּלֶ֔/נּוּאשתל֔/נואֶשְׁתֳּלֶ/נּוּאשתל/נו'esh.to.Le./nuI will plant/ itH8362H9033HVqi1cs+Sp3ms
וְ/נָשָׂ֤או/נש֤אוְ/נָשָׂאו/נשאve./na.Sa'and/ it will bearH9001H5375HHc+Vqq3ms
עָנָף֙ענף֙עָנָףענף'a.Nafbranch[es]H6057HNcmsa
וְ/עָ֣שָׂהו/ע֣שהוְ/עָשָׂהו/עשהve./'A.sahand/ it will produceH9001H6213HHc+Vqq3ms
פֶ֔רִיפ֔ריפֶרִיפריFe.rifruitH6529HNcmsa
וְ/הָיָ֖הו/הי֖הוְ/הָיָהו/היהve./ha.Yahand/ it will becomeH9001H1961Hc+Vqq3ms
לְ/אֶ֣רֶזל/א֣רזלְ/אֶרֶזל/ארזle./'E.rez<into>/ a cedarH9005H0730HR+Ncmsa
אַדִּ֑יראד֑יראַדִּיראדיר'a.DirmajesticH0117HAamsa
וְ/שָׁכְנ֣וּו/שכנ֣ווְ/שָׁכְנוּו/שכנוve./sha.khe.Nuand/ they will dwellH9001H7931Hc+Vqq3cp
תַחְתָּ֗י/ותחת֗י/ותַחְתָּי/ותחתי/וtach.Ta/vunder/ itH8478GH9033HNcmpc+Sp3ms
כֹּ֚לכ֚לכֹּלכלkoleveryH3605HNcmsc
צִפּ֣וֹרצפ֣ורצִפּוֹרצפורtzi.PorbirdH6833HNcbsa
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-everyH3605\H9014HNcmsc
כָּנָ֔ףכנ֔ףכָּנָףכנףka.NafwingH3671HNcfsa
בְּ/צֵ֥לב/צ֥לבְּ/צֵלב/צלbe./Tzelin/ [the] shadow ofH9003H6738HR+Ncmsc
דָּלִיּוֹתָ֖י/ודליות֖י/ודָּלִיּוֹתָי/ודליותי/וda.li.yo.Ta/vbranches/ itsH1808H9023HNcfpc+Sp3ms
תִּשְׁכֹּֽנָּה\׃תשכנה\תִּשְׁכֹּֽנָּה\׃תשכנה\tish.Ko.nahthey will dwellH7931\H9016HVqi3fp
  1. der hoogte van Israël Dat is, die zeer hoog zal wezen. Versta deze hoogheid zowel van de hoogberoemde en wijduitgebreide vermaardheid van het rijk van Christus, als van de uitnemende hoogheid en waardigheid der weldaden van Christus, die daarin te bekomen zullen zijn.
  2. vrucht Zie van deze vrucht Psa 85:10 enz.; Isa 11:2 , enz.; Dan 9:24 .
  3. dragen, Hebreeuws, maken.
  4. heerlijken ceder worden, Versta, geen uiterlijke noch aardse, maar inwendige en hemelse heerlijkheid; van welke zie Psa 110:1 , enz.; Eph 1:20 , enz.; Phi 2:9-11 .
  5. alle gevogelte Dat is, niet alleen Israëlieten en Joden, maar ook heidenen.

24 Zo zullen alle bomen des velds weten, dat Ik, de Heere, den hogen boom vernederd heb, den nederigen boom verheven heb, den groenen boom verdroogd, en den drogen boom bloeiende gemaakt heb; Ik, de Heere, heb het gesproken, en zal het doen.1234

Original Hebrew

וְֽ/יָדְע֞וּו/ידע֞ווְֽ/יָדְעוּו/ידעוve./ya.de.'Uand/ they will knowH9001H3045Hc+Vqq3cp
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
עֲצֵ֣יעצ֣יעֲצֵיעצי'a.Tzei[the] trees ofH6086HHNcmpc
הַ/שָּׂדֶ֗הה/שד֗ההַ/שָּׂדֶהה/שדהha./sa.Dehthe/ fieldH9009H7704GHTd+Ncmsa
כִּ֣יכ֣יכִּיכיkithatH3588AHTc
אֲנִ֤יאנ֤יאֲנִיאני'a.NiIH0589HPp1bs
יְהוָה֙יהוה֙יְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
הִשְׁפַּ֣לְתִּי\׀השפ֣לתי\הִשְׁפַּלְתִּי\׀השפלתי\hish.Pal.tiI bring lowH8213\H9015HVhp1cs
עֵ֣ץע֣ץעֵץעץ'etza treeH6086HHNcmsa
גָּבֹ֗הַגב֗הגָּבֹהַגבהga.Vo.hatallH1364HAamsa
הִגְבַּ֙הְתִּי֙הגב֙התי֙הִגְבַּהְתִּיהגבהתיhig.Bah.tiI raise upH1361HVhp1cs
עֵ֣ץע֣ץעֵץעץ'etza treeH6086HHNcmsa
שָׁפָ֔לשפ֔לשָׁפָלשפלsha.FallowH8217HAamsa
הוֹבַ֙שְׁתִּי֙הוב֙שתי֙הוֹבַשְׁתִּיהובשתיho.Vash.tiI make dryH3001HVhp1cs
עֵ֣ץע֣ץעֵץעץ'etza treeH6086HHNcmsa
לָ֔חל֔חלָחלחLachmoistH3892HAamsa
וְ/הִפְרַ֖חְתִּיו/הפר֖חתיוְ/הִפְרַחְתִּיו/הפרחתיve./hif.Rach.tiand/ I make sproutH9001H6524AHc+Vhq1cs
עֵ֣ץע֣ץעֵץעץ'etza treeH6086HHNcmsa
יָבֵ֑שׁיב֑שיָבֵשׁיבשya.VeshdryH3002HAamsa
אֲנִ֥יאנ֥יאֲנִיאני'a.NiIH0589HPp1bs
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
דִּבַּ֥רְתִּידב֥רתידִּבַּרְתִּידברתיdi.Bar.tiI have spokenH1696GHVpp1cs
וְ/עָשִֽׂיתִי\׃\ \פו/עשיתי\\ \פוְ/עָשִֽׂיתִי\׃\ \פו/עשיתי\\ \פve./'a.Si.tiand/ I will actH9001H6213A\H9016\ \H9017Hc+Vqq1cs
  1. bomen des velds weten, Dat is, mensen, die zo genoemd worden, omdat zij goede vruchten moeten dragen; Psa 1:3 ; Isa 56:3 ; Mat 7:17-19 . Sommigen verstaan eigenlijk de koningen, die onder andere mensen in hoogheid uitsteken; Dan 4:20 , Dan 4:22 .
  2. den hogen boom vernederd heb, Men kan dit lichamelijk verstaan van de Babyloniërs en hunne monarchie, die verstoord is door Cyrus, en geestelijk van den duivel en zijn rijk, dat door Christus verwoest is.
  3. den nederen boom verheven heb, Dit kan ook lichamelijk verstaan worden van de Joden, toen zij wederkeerden uit de Babylonische gevangenschap, en geestelijk van alle uitverkorenen en gelovigen, die door Christus uit het geweld des duivels verlost zijn.
  4. den groenen boom verdroogd Het voorgaande wordt met andere woorden verhaald.