reltext

Chapter 2

1 De verstrooier trekt tegen uw aangezicht op, bewaar de vesting; bezichtig den weg; sterk de lenden, versterk de kracht zeer.12345

DutSVVA word tags

verstrooierH6327H8688
trektH5927
tegenH5921
aangezichtH6440
vestingH4694
bezichtigH6822H8761
lendenH4975
versterkH553H8761
krachtH3581
zeerH3966

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. verstrooier Te weten, Nebukadnezar, de koning van Babel, die veel koninkrijken heeft ingenoemen en vertrooid.
  2. uw aangezicht op, O Nineve.
  3. bewaar de vesting; Dit en wat er volgt, spreekt de profeet spottenderwijze, willende te kennen geven dat de Assyriërs met al hun tegenweer niets zouden vermogen.
  4. bezichtig den weg; Merk er wel terdege op, welken weg de vijand komt.
  5. sterk de lenden, Dat is, uwe kracht en macht. Zie Job 40:11 .

2 Want de Heere heeft de hovaardij Jakobs afgewend, gelijk de hovaardij Israëls; want de ledigmakers hebben ze ledig gemaakt, en zij hebben hun wijnranken verdorven.1234

DutSVVA word tags

WantH3588
HeereH3068
hovaardijH1347
JakobsH3290
afgewendH7725H8804
hovaardijH1347
IsraëlsH3478
wantH3588
ledigmakersH1238H8802
gemaaktH1238H8804
wijnrankenH2156
verdorvenH7843H8765

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. de HEERE heeft de hovaardij Jakobs afgewend, Alsof hij zeide: O Assur, nu is de tijd, dat de straf des Heeren ook over u komt, aangezien die nu een geruimen tijd over het volk Gods gegaan is, waardoor de Heere de hovaardij van Jakob heeft vernederd, gelijk Hij tevoren de hovaardij van Israël vernederd had. Anders: want de Heere is wedergekkerd [met] de voortreffelijkheid, of, heerlijkheid van Jakob, dat is, met Christus Jezus, gelijk Amo 8:7 ; te weten, opdat Hij voortaan zijn volk bijsta, en het niet meer door u late verdelgen, maar veel meer dat Hij u vanwege hetzelve late verdelgen. Zie 2Sa 1:19 , van het sieraad of heerlijkheid van Israël.
  2. de ledigmakers Dat is, de Assyriërs met hun grote heirlegers, die alles geroofd en ledig gemaakt hebben.
  3. hebben ze ledig gemaakt, De zin is: zij hebben Juda en Israël ledig gemaakt; dat is, zij hebben hun land woest gemaakt en uitgeplunderd.
  4. hun wijnranken verdorven Dit kan men bekwamelijk naar de letter verstaan, doch sommigen verstaan hier door de wijnranken de steden en dorpen van het Joodse land; immers werd het Joodse volk meermalen vergeleken bij een wijnstok, zie Mic 7:1 . Anderen verstaan hierdoor zonen en dochters; enigen: de vruchten des lands.

3 De schilden zijner helden zijn rood gemaakt, de kloeke mannen zijn scharlakenvervig; de wagens zijn in het vuur der fakkelen, ten dage als hij zich bereidt; en de spiesen worden geschud.123456789

DutSVVA word tags

schildenH4043
heldenH1368
gemaaktH119H8794
kloekeH2428
mannenH582
scharlakenvervigH8529H8794
wagensH7393
vuurH784
fakkelenH6393
dageH3117
bereidtH3559H8687
spiesenH1265
geschudH7477H8717

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. De schilden In dit vers, en daarna, beschrijft de profeet de gestaltenis en krijgstoerusting dergenen, die met grote machtige heirlegers komen zouden tegen Nineve en de Assyriërs, vijanden der Israëlieten, om hen te bestrijden en te onderdrukken.
  2. zijner helden Te weten, van den vijand, die Nineve belegeren zou.
  3. zijn rood gemaakt, Van het bloed der omgebrachte mensen, of versta dit ook van de roodgeverfde kleedren, die velen, inzonderheid onder de krijgslieden der Meden, Perzen, Babyloniërs, enz. droegen; zie Eze 23:14 .
  4. kloeke mannen Zie van dit woord kloek, Gen 47:6 , en Exo 18:21 .
  5. scharlakenvervig; Of, karmozijnd.
  6. de wagens zijn in het vuur der fakkelen, Dat is, hunne wagens varen zo snel en met zulk geweld voort, dat zij over de stenen lopende, vonken vuur geven, waarvan vs.4 breder; en versta hier de legerwagens, die ten strijde bereid waren, in of op welke krijgslieden zaten, daaruit vechtende; zie Jos 17:16 , en 2Sa 10:18 .
  7. bereidt; Te weten, ten strijde.
  8. spiesen Hebr. de dennebomen. De zin is, gemaakt zijn. Anderen nemen het in dezen zin: Die wagens lopen zo snellijk en met zulk een geweld voort, dat het woud en de bomen, die daarin staan, schudden en beven.
  9. worden geschud Of, worden gedrild.

4 De wagens razen door de wijken, zij lopen ginds en weder op de straten; hun gedaanten zijn als der fakkelen, zij lopen door elkander henen als de bliksemen.1234

DutSVVA word tags

wagensH7393
wijkenH2351
stratenH7339
gedaantenH4758
fakkelenH3940
bliksemenH1300

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. De wagens Versta, wagens, met degenen die op de wagens zitten; zie 2Sa 10:18 .
  2. razen door de wijken, Dat is, de wagens zullen met zulke snelheid en rumoer door de straten en stegen der stad rollen en hollen, en bulderen, alsof de voerlieden en die daarop zitten dol en razend waren.
  3. hun gedaanten zijn als der fakkelen, De zin is, het zal schijnen dat er vuur uit hunne ogen springt, als zij toornig zijn.
  4. zij lopen door elkander henen als de bliksemen Of, zij zullen doorbreken als de bliksem.

5 Hij zal aan zijn voortreffelijken gedenken, doch zij zullen struikelen in hun tochten; zij zullen haasten naar hun muur, als het beschutsel vaardig zal wezen.1234567

DutSVVA word tags

voortreffelijkenH117
gedenkenH2142H8799
struikelenH3782H8735
tochtenH1979
haastenH4116H8762
muurH2346
beschutselH5526H8802

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Hij zal Te weten, de koning van Assyrië.
  2. aan zijn voortreffelijken gedenken, Dat is, hij zal zijn vertrouwen op hen stellen. Anders: hij zal zijne geweldigen monsteren.
  3. zullen struikelen Dat is, zij zullen zo haastelijk lopen en met zulke onzinnigheid, dat zij over elkander zullen tuimelen en vallen.
  4. in hun tochten; Of, in hunne gangen; dat is, op hunne straten en stegen, overal waar zij heengaan.
  5. zij zullen haasten Te weten, de Assyriërs.
  6. naar hun muur, Versta, de muren der stad Nineve.
  7. het beschutsel vaardig zal wezen Of, het deksel. Versta, een krijgsgetimmer als een galerij, onder hetwelk de soldaten schotvrij waren. Hebr. en het beschutsel zal vaardig gemaakt.

6 De poorten der rivieren zullen geopend worden, en het paleis zal versmelten.123

DutSVVA word tags

poortenH8179
rivierenH5104
paleisH1964
versmeltenH4127H8738

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. De poorten der rivieren zullen geopend worden, Dat is, de waterpoorten. Hier wordt gesproken van het water van den Tiger en andere beekjes daarin en daaruit vlietende, en dicht onder de stad Nineve lopende. De zin is: Se vijand zal aan dien hoek in de stad vallen, waar zij schijnt het allersterkst te wezen, te weten, daar ter plaatse waar de Tiger en andere beken lopen. Diodor. Siculus zegt. lib.3, Biblioth. cap.7, dat als de Chaldeën Nineve belegerd hadden, zo is de muur dezer stad, door het hoge oplopen van den Tiger omgeworpen, over een lengte van twintig stadiën, door welke bres de vijanden in de stad vielen.
  2. het paleis Of, de tempel, want het Hebr. woord betekent beide, zo een paleis als een tempel, en versta hier den tempel van den Assyrischen afgod.
  3. zal versmelten Te weten, foor de hitte des vuurs, hetzij van het stoffelijke vuur, of van den brandenden toorn Gods. Anders: zal wegvlieten. Dir past wel, indien men ziet op den groten oploop van het water.

7 En Huzab zal gevankelijk weggevoerd worden, men zal haar heten voortgaan; en haar maagden zullen haar geleiden, als met een stem der duiven, trommelende op haar harten.12345

DutSVVA word tags

voortgaanH5927H8717
maagdenH519
geleidenH5090H8764
stemH6963
duivenH3123
trommelendeH8608H8781
hartenH3824

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Huzab Verscheidenen verstaan dat Huzzab is de naam der koningin. Anderen menen dat Huzzab betekent koningin, van Jatzab, bijstaan, omdat zij dagelijks bij den koning stond of kwam; verg. Psa 45:10 . Anders: die vastgesteld is; dat is, de stad die meent vast te staan.
  2. zal gevankelijk weggevoerd worden, Of, zal ontbloot, of, ontdekt worden, te weten van haar juwelen en kostelijk sieraad.
  3. voortgaan; Of, opgaan, te weten, op den wagen, in welken zij gevankelijk zal weggevoerd worden uit haar land in een ander.
  4. als met een stem der duiven, Dat is, al schreiende, al wenende, en al zuchtende in haarzelven, niet overluid durvende roepen en schreien, uit vrees der vijanden.
  5. trommelende op haar harten Alsof hij zeide: Zij zullen niet op tamboerijnen of trommels spelen, gelijk zij in hare vreugde plachten te doen, maar zij zullen met hare vuisten op hare borsten slaan, tot een teken der benauwdheid van hare harten.

8 Nineve is wel als een watervijver, van de dagen af dat zij geweest is, doch zij zullen vluchten. Staat, staat! zal men roepen, maar niemand zal omzien.123

DutSVVA word tags

NineveH5210
watervijverH1295H4325
dagenH3117
vluchtenH5127H8801
niemandH369

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Nineve is wel als een watervijver, Dat is, Nineve is van den beginne aan zeer volkrijk geweest. Aldus wordt veel water voor veel volk genomen, Isa 8:7 ; Rev 17:15 ; verg. Jon 4:11 .
  2. van de dagen af dat zij geweest is, Hebr. van de dagen zij, zonder meer.
  3. zij zullen vluchten Te weten, de inwoners van Nineve zullen vluchten, als hunne stad van hunne vijanden zal ingenoemn worden.

9 Rooft zilver, rooft goud, want er is geen einde des voorraads, der heerlijkheid van allerlei gewenste vaten.123

DutSVVA word tags

zilverH3701
goudH2091
geenH369
eindeH7097
voorraadsH8498
heerlijkheidH3519
allerleiH3605
gewensteH2532
vatenH3627

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Rooft zilver, rooft goud, Versta dit gesproken te zijn tot de vijanden, die Nineve zouden overvallen, hetzij dat men het neemt voor de woorden van den profeet, of der soldaten, hunne kameraden aansprekende.
  2. voorraads, der heerlijkheid Versta hier door voorraad allerlei schatten en kleinodiën, geld, klederen, enz.
  3. van allerlei gewenste vaten Dat is, van allerlei schoon huisraad, dat men zou kunnen of mogen wensen. Verg. 2Ch 32:27 .

10 Zij is geledigd, ja, uitgeledigd, uitgeput, en haar hart versmelt, en de knieën schudden, en in al de lenden is smart, en hun aller aangezichten betrekken, als een pot.1234

DutSVVA word tags

geledigdH950
uitgeledigdH4003
uitgeputH1110H8794
hartH3820
versmeltH4549H8738
knieënH1290
schuddenH6375
lendenH4975
smartH2479
allerH3605
aangezichtenH6440
betrekkenH6908H8765

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Zij is geledigd, Te weten, Nineve.
  2. schudden, Of, tegen elkander aanslaan of stoten; verg. Isa 13:7 ; Dan 5:6 .
  3. hun aller aangezichten betrekken, Zie de aantekening bij Joe 2:6 .
  4. een pot Te weten, gelijk een pot of ketel, waar men spijs in kookt en die over het vuur hangt en berookt.

11 Waar is nu de woning der leeuwen, en die weide der jonge leeuwen? Alwaar de leeuw, de oude leeuw, en het leeuwenwelp wandelde, en er was niemand, die hen verschrikte.12

DutSVVA word tags

WaarH346
woningH4583
leeuwenH738
weideH4829
leeuwenH3715
AlwaarH834H8033
leeuwH738
leeuwH3833
leeuwenwelpH738H1482
wandeldeH1980H8804
niemandH369
verschrikteH2729H8688

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Waar is nu Dir zijn de woorden van den profeet, sprekende in den naam van God, en de overwonnen Assyriërs beschimpende.
  2. woning der leeuwen, Aldus noemt de profeet de inwoners van Nineve, die rovers en bloeddorstige mensen geweest zijn, inzonderheid hunnen koningen, vorsten en krijgsoversten; zie Eze 19:2-3 , met de aantekeningen aldaar, enz. De apostel noemt ook den keizer Nero een leeuw; 2Ti 4:17 .

12 De leeuw, die genoeg roofde voor zijn welpen, en worgde voor zijn oude leeuwinnen, die zijn holen vervulde met roof, en zijn woningen met het geroofde.1

DutSVVA word tags

leeuwH738
genoegH1767
welpenH1484
leeuwinnenH3833
holenH2356
vervuldeH4390H8762
roofH2964
woningenH4585
geroofdeH2966

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. worgde voor zijn oude leeuwinnen, Der leeuwen aard is de dieren, die zij gevangen hebben, te stikken en te versmachten.

13 Ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heere der heirscharen, en Ik zal haar wagenen in rook verbranden, en het zwaard zal uw jonge leeuwen verteren, en Ik zal uw roof uitroeien van de aarde, en de stem uwer gezanten zal niet meer gehoord worden.123456

DutSVVA word tags

ZietH2009
aanH413
spreektH5002H8803
HeereH3068
heirscharenH6635
wagenenH7393
rookH6227
verbrandenH1197H8689
zwaardH2719
leeuwenH3715
verterenH398H8799
roofH2964
uitroeienH3772H8689
aardeH776
stemH6963
gezantenH4397
nietH3808
meerH5750

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Ik wil aan u, Zie de aantekening bij Jer 21:13 . Anders: Ik [kom] tot u, te weten, om u te straffen; Hij wendt zijne aanspraak tot de Ninevieten.
  2. Ik zal Dat is, Ik zal uwe wagens verbranden, o Nineve, zodat zij in rook zullen verdwijnen. Verg. Jdg 20:40 .
  3. haar wagenen in rook verbranden, Te weten, van de stad Nineve. Hier is ene verandering van persoon, hare voor uwe.
  4. uw jonge leeuwen verteren . . . uw roof O Nineve. En uwen roof; dat is, den roof dien gij, Ninevieten, geroofd hebt.
  5. uitroeien van de aarde, Of, afsnijden.
  6. uwer gezanten zal niet meer gehoord worden Of, van uwe gezanten, door wie gij den koningen rondom heen den krijg pleegt aan te zeggen. Zie 2Ki 18:17 , enz.