reltext

Chapter 1

1 Het woord des Heeren, dat geschied is tot Micha, den Morastiet, in de dagen van Jotham, Achaz en Jehizkia, koningen van Juda; dat hij gezien heeft over Samaria en Jeruzalem.12345

Original Hebrew

דְּבַר\־דבר\דְּבַר\־דבר\de.var-[the] word ofH1697G\H9014HNcmsc
יְהוָ֣ה\׀יהו֣ה\יְהוָה\׀יהוה\Yah.wehYahwehH3068G\H9015HNpt
אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
הָיָ֗ההי֗ההָיָההיהha.Yahit cameH1961HVqp3ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
מִיכָה֙מיכה֙מִיכָהמיכהmi.KhahMicahH4318KHNpm
הַ/מֹּ֣רַשְׁתִּ֔יה/מ֣רשת֔יהַ/מֹּרַשְׁתִּיה/מרשתיha./Mo.rash.Tithe/ MorasthiteH9009H4183HTd+Ngmsa
בִּ/ימֵ֥יב/ימ֥יבִּ/ימֵיב/ימיbi./Meiin/ [the] days ofH9003H3117GHR+Ncmpc
יוֹתָ֛םיות֛םיוֹתָםיותםyo.TamJothamH3147HHNpm
אָחָ֥זאח֥זאָחָזאחז'a.ChazAhazH0271GHNpm
יְחִזְקִיָּ֖היחזקי֖היְחִזְקִיָּהיחזקיהye.chiz.ki.YahHezekiahH3169HHNpm
מַלְכֵ֣ימלכ֣ימַלְכֵימלכיmal.Khei[the] kings ofH4428GHNcmpc
יְהוּדָ֑היהוד֑היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
אֲשֶׁר\־אשר\אֲשֶׁר\־אשר\'a.Sher-whichH0834A\H9014HTr
חָזָ֥החז֥החָזָהחזהcha.Zahhe sawH2372HVqp3ms
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
שֹׁמְר֖וֹןשמר֖וןשֹׁמְרוֹןשמרוןsho.me.RonSamariaH8111HNpl
וִ/ירֽוּשָׁלִָֽם\׃ו/ירושלם\וִ/ירֽוּשָׁלִָֽם\׃ו/ירושלם\vi./Ru.sha.Limand/ JerusalemH9002H3389\H9016HC+Npl
  1. Micha Die onderscheiden moet worden van die anderen Micha, de zoon van Jimia, die geprofeteerd heeft ten tijde van Achab en Josafat; 1Ki 22:8 , enz.; 2Ch 18:7 , enz.
  2. Morastiet Zie Jer 26:18 , alwaar deze profeet en zijn profetie uitdrukkelijk gedacht wordt; zie ook onder vs.14,15.
  3. Jotham, Achaz en Jehizkia, Ten tijde van deze koningen heeft Jesaja ook geprofeteerd, Isa 1:1 . Zie van de regering van deze koningen 2Ki 15 . tot en met 2Ki 21 en 2Ch 27 tot en met 2Ch 33 .
  4. gezien heeft Dat is, welk woord hem van God door gezichten is geopenbaard. Zie Eze 13:3 ; Amo 1:1 , enz.
  5. over Samaria en Jeruzalem Dat is, het koninkrijk Israël, of van de tien stammen, en het koninkrijk van Juda. Samaria was de koninklijke hoofdstad van Israël, gelijk Jeruzalem van Juda.

2 Hoort, gij volken altemaal! merk op, gij aarde, mitsgaders derzelver volheid! de Heere Heere nu zal tot een getuige zijn tegen ulieden, de Heere uit den tempel Zijner heiligheid.1234567

Original Hebrew

שִׁמְעוּ֙שמעו֙שִׁמְעוּשמעוshim.'UhearH8085GHVqv2mp
עַמִּ֣יםעמ֣יםעַמִּיםעמים'a.MimO peoplesH5971AHNcmpa
כֻּלָּ֔/םכל֔/םכֻּלָּ/םכל/םku.La/mall of/ themH3605H9028HNcmsc+Sp3mp
הַקְשִׁ֖יבִיהקש֖יביהַקְשִׁיבִיהקשיביhak.Shi.vipay attentionH7181HVhv2fs
אֶ֣רֶץא֣רץאֶרֶץארץ'E.retzO earthH0776GHNcfsa
וּ/מְלֹאָ֑/הּו/מלא֑/הוּ/מְלֹאָ/הּו/מלא/הu./me.lo.'A/hand/ what fills/ itH9002H4393H9024HC+Ncmsc+Sp3fs
וִ/יהִי֩ו/יהי֩וִ/יהִיו/יהיvi./Hiso/ may he becomeH9002H1961HC+Vqj3ms
אֲדֹנָ֨יאדנ֨יאֲדֹנָיאדני'a.do.Nai[the] LordH0136HNpt
יְהוִ֤היהו֤היְהוִהיהוהYah.wehYahwehH3069HNpt
בָּ/כֶם֙ב/כם֙בָּ/כֶםב/כםba./Khemin/ youH9003H9036HR+Sp2mp
לְ/עֵ֔דל/ע֔דלְ/עֵדל/עדle./'Ed<into>/ a witnessH9005H5707HR+Ncmsa
אֲדֹנָ֖יאדנ֖יאֲדֹנָיאדני'a.do.Nai[the] LordH0136HNpt
מֵ/הֵיכַ֥למ/היכ֥למֵ/הֵיכַלמ/היכלme./hei.Khalfrom/ [the] temple ofH9006H1964GHR+Ncmsc
קָדְשֽׁ/וֹ\׃קדש/ו\קָדְשֽׁ/וֹ\׃קדש/ו\ka.de.Sh/oholiness/ hisH6944GH9023\H9016HNcmsc+Sp3ms
  1. gij volken altemaal Hebr. volken, die, of zij alle, gelijk elders; een figuurlijke verdagvaarding van alle volken en creaturen, om te verschijnen en te helpen in het oordeel van God, dat Hij over zijn volk wilde uitspreken. Verg. Deu 32:1 ; Psa 50:1 ; Isa 1:2 ; Jer 6:18-19 ; Amo 3:9 . Verg. ook onder Mic 6:1-2 . Sommigen verstaan door de volken al de stammen van Gods volk, en door de aarde het land Kanaän.
  2. aarde Anders, land.
  3. volheid Gelijk Psa 24:1 .
  4. zal tot een getuige zijn Of, zij ten getuige,
  5. tegen Of, onder; ziende op de volken in welker tegenwoordigheid God als tegen zijn volk wilde getuigen.
  6. ulieden Gij van Samaria en Jeruzalem, om u in volle gericht van uw boosheid en de rechtvaardigheid van zijn straffen te overtuigen. Verg. Psa 50:7 met de aantekening.
  7. tempel zijner heiligheid Dat is, zijn heilige tempel, of zijn heilig paleis; zullende [om zo te spreken] afkomen uit de hemel, [waar Hij met zijn heerlijkheid woont] of uit de tempel van Jeruzalem, [waar Hij met zijn genadige tegenwoordigheid woont] niet om genade te bewijzen, maar om recht te houden. Zie Psa 11:4 ; Jon 2:4 , Jon 2:7 met de aantekening.

3 Want ziet, de Heere gaat uit van Zijn plaats, en Hij zal nederdalen en treden op de hoogten der aarde.12

Original Hebrew

כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
הִנֵּ֥ההנ֥ההִנֵּההנהhi.Nehhere!H2009HTj
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
יֹצֵ֣איצ֣איֹצֵאיצאyo.Tze'[is] about to go forthH3318GHVqrmsa
מִ/מְּקוֹמ֑/וֹמ/מקומ֑/ומִ/מְּקוֹמ/וֹמ/מקומ/וmi./me.ko.M/ofrom/ place/ hisH9006H4725H9023HR+Ncmsc+Sp3ms
וְ/יָרַ֥דו/יר֥דוְ/יָרַדו/ירדve./ya.Radand/ he will come downH9001H3381Hc+Vqq3ms
וְ/דָרַ֖ךְו/דר֖ךוְ/דָרַךְו/דרךve./da.Rakhand/ he will treadH9001H1869Hc+Vqq3ms
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
בָּ֥מֳתֵיב֥מתיבָּמֳתֵיבמתיba.mo.tei[the] high places ofH1116HNcfpc
אָֽרֶץ\׃ארץ\אָֽרֶץ\׃ארץ\'A.retz[the] earthH0776G\H9016HNcfsa
  1. gaat uit van zijn plaats Zie Isa 26:21 met de aantekening.
  2. treden op de hoogten der aarde Zie Amo 4:13 .

4 En de bergen zullen onder Hem versmelten, en de dalen gekloofd worden, gelijk was voor het vuur, gelijk wateren, die uitgestort worden in de laagte.1234

Original Hebrew

וְ/נָמַ֤סּוּו/נמ֤סווְ/נָמַסּוּו/נמסוve./na.Ma.suand/ they will meltH9001H4549Hc+VNq3cp
הֶֽ/הָרִים֙ה/הרים֙הֶֽ/הָרִיםה/הריםhe./ha.Rimthe/ mountainsH9009H2022GHTd+Ncmpa
תַּחְתָּ֔י/ותחת֔י/ותַּחְתָּי/ותחתי/וtach.Ta/vunder/ himH8478GH9033HNcmpc+Sp3ms
וְ/הָ/עֲמָקִ֖יםו/ה/עמק֖יםוְ/הָ/עֲמָקִיםו/ה/עמקיםve./ha./'a.ma.Kimand/ the/ valleysH9002H9009H6010RHC+Td+Ncmpa
יִתְבַּקָּ֑עוּיתבק֑עויִתְבַּקָּעוּיתבקעוyit.ba.Ka.'uthey will be cleftH1234HVti3mp
כַּ/דּוֹנַג֙כ/דונג֙כַּ/דּוֹנַגכ/דונגka./do.Naglike <the>/ waxH9004H1749HRd+Ncmsa
מִ/פְּנֵ֣ימ/פנ֣ימִ/פְּנֵימ/פניmi./pe.Neifrom/ beforeH9006H6440GHR+Ncmpc
הָ/אֵ֔שׁה/א֔שהָ/אֵשׁה/אשha./'Eshthe/ fireH9009H0784HTd+Ncbsa
כְּ/מַ֖יִםכ/מ֖יםכְּ/מַיִםכ/מיםke./Ma.yimlike/ waterH9004H4325GHR+Ncmpa
מֻגָּרִ֥יםמגר֥יםמֻגָּרִיםמגריםmu.ga.Rimpoured outH5064HVHsmpa
בְּ/מוֹרָֽד\׃ב/מורד\בְּ/מוֹרָֽד\׃ב/מורד\be./mo.Radon/ a slopeH9003H4174\H9016HR+Ncmsa
  1. versmelten, en de dalen gekloofd worden Als de tegenwoordigheid en de toorn van dezen Rechter niet kunnende verdragen; figuurlijk gesproken, gelijk Psa 97:5 .
  2. vuur Versta, smelt.
  3. wateren, die uitgestort worden Versta, gespleten worden, dat is die in kleine druppelen verdeeld worden en zich als verliezen, wanneer zij van de hoogte omlaag gestort worden. Verg. 2Sa 14:14 .
  4. laagte Hebr. afgang, nederdaling.

5 Dit alles, om de overtreding van Jakob, en om de zonden van het huis Israëls; wie is het begin van de overtreding van Jakob? Is het niet Samaria? En wie van de hoogten van Juda? Is het niet Jeruzalem?1234

Original Hebrew

בְּ/פֶ֤שַׁעב/פ֤שעבְּ/פֶשַׁעב/פשעbe./Fe.sha'[is] for/ [the] transgression ofH9003H6588HR+Ncmsc
יַֽעֲקֹב֙יעקב֙יַֽעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsa
זֹ֔אתז֔אתזֹאתזאתZotthisH2063HTm
וּ/בְ/חַטֹּ֖אותו/ב/חט֖אותוּ/בְ/חַטֹּאותו/ב/חטאותu./ve./cha.Totand/ for/ [the] sins ofH9002H9003H2403BHC+R+Ncfpc
בֵּ֣יתב֣יתבֵּיתביתbeit[the] house ofH1004MHNcmsc
יִשְׂרָאֵ֑לישרא֑ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
מִֽי\־מי\מִֽי\־מי\mi-who?H4310\H9014HPi
פֶ֣שַׁעפ֣שעפֶשַׁעפשעFe.sha'[is] [the] transgression ofH6588HNcmsc
יַעֲקֹ֗ביעק֗ביַעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm
הֲ/לוֹא֙ה/לוא֙הֲ/לוֹאה/לואha./lO'¿/ notH9008H3808HTi+Tn
שֹֽׁמְר֔וֹןשמר֔וןשֹֽׁמְרוֹןשמרוןsho.me.Ron[is it] SamariaH8111HNpl
וּ/מִי֙ו/מי֙וּ/מִיו/מיu./Miand/ who?H9002H4310HC+Pi
בָּמ֣וֹתבמ֣ותבָּמוֹתבמותba.Mot[are] [the] high places ofH1116HNcfpc
יְהוּדָ֔היהוד֔היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
הֲ/ל֖וֹאה/ל֖ואהֲ/לוֹאה/לואha./Lo'¿/ notH9008H3808HTi+Tn
יְרוּשָׁלִָֽם\׃ירושלם\יְרוּשָׁלִָֽם\׃ירושלם\ye.ru.sha.Lim[is it] JerusalemH3389\H9016HNpl
  1. Dit alles Dat in het voorgaande gezegd is, zal alles geschieden.
  2. wie is Dat is, wie zijn de voornaamste auteurs en stichters van de boosheid en afgoderij in Israël? Het zijn voorzeker die van Samaria.
  3. het begin van Verg. onder vs.13.
  4. de overtreding van Jakob Of, afval; dat is, wie zijn de auteurs en stichters van de afgodische hoogten en die het volk daartoe verleiden en met hun kwaad voorbeeld voorgaan in Juda? [zie Lev 26:30 ; Eze 20:29 .] Het zijn gewisselijk die van Jeruzalem.

6 Daarom zal Ik Samaria stellen tot een steenhoop des velds, tot plantingen eens wijngaards; en Ik zal haar stenen in de vallei storten, en haar fondamenten ontdekken.1234

Original Hebrew

וְ/שַׂמְתִּ֥יו/שמת֥יוְ/שַׂמְתִּיו/שמתיve./sam.Tiand/ I will makeH9001H7760AHc+Vqq1cs
שֹׁמְר֛וֹןשמר֛וןשֹׁמְרוֹןשמרוןsho.me.RonSamariaH8111HNpl
לְ/עִ֥יל/ע֥ילְ/עִיל/עיle./'Iinto/ [the] heap of ruins ofH9005H5856HR+Ncmsc
הַ/שָּׂדֶ֖הה/שד֖ההַ/שָּׂדֶהה/שדהha./sa.Dehthe/ fieldH9009H7704GHTd+Ncmsa
לְ/מַטָּ֣עֵיל/מט֣עילְ/מַטָּעֵיל/מטעיle./ma.Ta.'eiinto/ a planting place ofH9005H4302HR+Ncmpc
כָ֑רֶםכ֑רםכָרֶםכרםKha.rema vineyardH3754HNcmsa
וְ/הִגַּרְתִּ֤יו/הגרת֤יוְ/הִגַּרְתִּיו/הגרתיve./hi.gar.Tiand/ I will pour downH9001H5064Hc+Vhq1cs
לַ/גַּי֙ל/גי֙לַ/גַּיל/גיla./Gaito the/ valleyH9005H1516RHRd+Ncbsa
אֲבָנֶ֔י/הָאבנ֔י/האֲבָנֶי/הָאבני/ה'a.va.Nei./hastones/ itsH0068GH9024HNcfpc+Sp3fs
וִ/יסֹדֶ֖י/הָו/יסד֖י/הוִ/יסֹדֶי/הָו/יסדי/הvi./so.Dei./haand/ foundations/ itsH9002H3247HH9024HC+Ncmpc+Sp3fs
אֲגַלֶּֽה\׃אגלה\אֲגַלֶּֽה\׃אגלה\'a.ga.LehI will uncoverH1540I\H9016HVpi1cs
  1. steenhoop des velds Of, aardhoop; dat is, de stad, die nu zo prachtig en sierlijk gebouwd is, zal Ik maken tot een aardhoop, een veld dat omgewroet, omgearbeid en overhoop geworpen is, om een wijngaard daarin te planten. Verg. Mic 3:12 .
  2. stenen Hun muren en gebouwen.
  3. vallei Dewijl Samaria op een berg gelegen was.
  4. ontdekken De stad omkeren, dat de fundamenten ontbloot worden en niets op zijn plaats blijft. Zie Eze 13:14 met de aantekening.

7 En al haar gesneden beelden zullen vermorzeld worden, en al haar hoerenbeloningen zullen met vuur verbrand worden, en al haar afgoden zal Ik stellen tot een woestheid; want zij heeft ze van hoerenloon vergaderd, en zij zullen tot hoerenloon wederkeren.123

Original Hebrew

וְ/כָל\־ו/כל\וְ/כָל\־ו/כל\ve./kholand/ allH9002H3605\H9014HC+Ncmsc
פְּסִילֶ֣י/הָפסיל֣י/הפְּסִילֶי/הָפסילי/הpe.si.Lei./haimages/ itsH6456H9024HNcmpc+Sp3fs
יֻכַּ֗תּוּיכ֗תויֻכַּתּוּיכתוyu.Ka.tuthey will be crushedH3807HVHi3mp
וְ/כָל\־ו/כל\וְ/כָל\־ו/כל\ve./kholand/ allH9002H3605\H9014HC+Ncmsc
אֶתְנַנֶּ֙י/הָ֙אתננ֙י/ה֙אֶתְנַנֶּי/הָאתנני/ה'et.na.Nei./hahire<s>/ itsH0868H9024HNcmpc+Sp3fs
יִשָּׂרְפ֣וּישרפ֣ויִשָּׂרְפוּישרפוyi.sa.re.Futhey will be burnedH8313HVNi3mp
בָ/אֵ֔שׁב/א֔שבָ/אֵשׁב/אשva./'Eshwith <the>/ fireH9003H0784HRd+Ncbsa
וְ/כָל\־ו/כל\וְ/כָל\־ו/כל\ve./kholand/ allH9002H3605\H9014HC+Ncmsc
עֲצַבֶּ֖י/הָעצב֖י/העֲצַבֶּי/הָעצבי/ה'a.tza.Bei./haidols/ itsH6091H9024HNcmpc+Sp3fs
אָשִׂ֣יםאש֣יםאָשִׂיםאשים'a.SimI will makeH7760AHVqi1cs
שְׁמָמָ֑השממ֑השְׁמָמָהשממהshe.ma.Maha wasteH8077AHNcfsa
כִּ֠יכ֠יכִּיכיkiforH3588AHTc
מֵ/אֶתְנַ֤ןמ/אתנ֤ןמֵ/אֶתְנַןמ/אתנןme./'et.Nanfrom/ [the] hire ofH9006H0868HR+Ncmsc
זוֹנָה֙זונה֙זוֹנָהזונהzo.Naha prostituteH2181HVqrfsa
קִבָּ֔צָהקב֔צהקִבָּצָהקבצהki.Ba.tzahit gathered [them]H6908HVpp3fs
וְ/עַד\־ו/עד\וְ/עַד\־ו/עד\ve./'ad-and/ toH9002H5704\H9014HC+R
אֶתְנַ֥ןאתנ֥ןאֶתְנַןאתנן'et.Nan[the] hire ofH0868HNcmsc
זוֹנָ֖הזונ֖הזוֹנָהזונהzo.Naha prostituteH2181HVqrfsa
יָשֽׁוּבוּ\׃ישובו\יָשֽׁוּבוּ\׃ישובו\ya.Shu.vuthey will returnH7725G\H9016HVqi3mp
  1. hoerenbeloningen zullen met vuur verbrand worden Het Hebr. woord wordt voor hoerenloon gebruikt, maar staat hier in het getal van velen. Versta hierdoor alle rijkdom en overvloed, die haar God wel gegeven had, maar zij hielden ze voor giften van hun boelen, dat is, van de Baäls of afgoden, en een beloning van hun hoererij, dat is afgoderij, waarvan zij dan weder geschenken en presenten vereerden aan de afgoden, om dezelve en hun tempels op te pronken. Zie hiervan Hos 2:4 , Hos 2:7 , Hos 2:8 , Hos 2:11 , en Hos 9:1 . Buiten dat waren zij zo snood dat zij, in plaats van hoerenloon te ontvangen, zelfs hoerenloon gaven om nieuwe afgoden en afgodische verbonden te verkijgen. Zie Eze 16:31 , Eze 16:34 , Eze 16:41 .
  2. haar afgoden zal Ik stellen tot een woestheid Zie 2Sa 5:21 .
  3. tot hoerenloon wederkeren Dat is, als hoerenloon verdwijnen; gelijk wij zeggen: zo gewonnen, zo geronnen. Of, men kan het duiden op de Assyriërs, die het weder zouden roven en buiten, als een gift en beloning van hunlieder afgoden, of hun hoeren daarvan lonen. Verg. Joe 3:3 .

8 Hierom zal ik misbaar bedrijven en huilen; ik zal beroofd en naakt gaan; ik zal misbaar maken als de draken, en treuren als de jonge struisen.123

Original Hebrew

עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
זֹאת֙זאת֙זֹאתזאתzoTthisH2063HTm
אֶסְפְּדָ֣האספד֣האֶסְפְּדָהאספדה'es.pe.DahI will lamentH5594HVqc1cs
וְ/אֵילִ֔ילָהו/איל֔ילהוְ/אֵילִילָהו/אילילהve./'ei.Li.lahand/ I will wailH9002H3213HC+Vhc1cs
אֵילְכָ֥האילכ֥האֵילְכָהאילכה'eil.KhahI will goH1980GHVqc1cs
שׁוֹלָ֖לשול֖לשׁוֹלָלשוללshi.lalbarefootH7758HAamsa
וְ/עָר֑וֹםו/ער֑וםוְ/עָרוֹםו/ערוםve./'a.Romand/ nakedH9002H6174HC+Aamsa
אֶעֱשֶׂ֤האעש֤האֶעֱשֶׂהאעשה'e.'e.SehI will makeH6213HHVqi1cs
מִסְפֵּד֙מספד֙מִסְפֵּדמספדmis.Peda lamentH4553HNcmsa
כַּ/תַּנִּ֔יםכ/תנ֔יםכַּ/תַּנִּיםכ/תניםka./ta.Nimlike <the>/ jackalsH9004H8577AHRd+Ncmpa
וְ/אֵ֖בֶלו/א֖בלוְ/אֵבֶלו/אבלve./'E.veland/ a mourningH9002H0060HC+Ncmsa
כִּ/בְנ֥וֹתכ/בנ֥ותכִּ/בְנוֹתכ/בנותki/v.Notlike/ [the] daughters ofH9004H1323GHR+Ncfpc
יַעֲנָֽה\׃יענה\יַעֲנָֽה\׃יענה\ya.'a.Nahan ostrichH3284\H9016HNcfsa
  1. Hierom zal ik misbaar bedrijven en huilen Woorden van de profeet, gelijk Isa 21:3 , en Isa 22:4 ; Jer 4:19 , en Jer 9:1 , enz. om het volk te bewegen tot nadenken en bekering.
  2. beroofd en naakt gaan Of, berooid,[verg. Job 12:17 ], en naakt. Verg. Isa 20:2 met de aantekening.
  3. draken Zie Job 30:29 , en verg. Psa 102:7 met de aantekening.

9 Want haar plagen zijn dodelijk; want zij zijn gekomen tot aan Juda; hij is geraakt tot aan de poort mijns volks, tot aan Jeruzalem.1234

Original Hebrew

כִּ֥יכ֥יכִּיכיkiforH3588AHTc
אֲנוּשָׁ֖האנוש֖האֲנוּשָׁהאנושה'a.nu.Shah[is] incurableH0605HVqsfsa
מַכּוֹתֶ֑י/הָמכות֑י/המַכּוֹתֶי/הָמכותי/הma.ko.Tei./hawounds/ itsH4347H9024HNcfpc+Sp3fs
כִּי\־כי\כִּי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
בָ֙אָה֙ב֙אה֙בָאָהבאהva.'ahit has comeH0935GHVqp3fs
עַד\־עד\עַד\־עד\'ad-toH5704\H9014HR
יְהוּדָ֔היהוד֔היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
נָגַ֛ענג֛ענָגַענגעna.Ga'it has reachedH5060HVqp3ms
עַד\־עד\עַד\־עד\'ad-toH5704\H9014HR
שַׁ֥עַרש֥ערשַׁעַרשערSha.'ar[the] gate ofH8179GHNcmsc
עַמִּ֖/יעמ֖/יעַמִּ/יעמ/י'a.M/ipeople/ myH5971AH9020HNcmsc+Sp1bs
עַד\־עד\עַד\־עד\'ad-toH5704\H9014HR
יְרוּשָׁלִָֽם\׃ירושלם\יְרוּשָׁלִָֽם\׃ירושלם\ye.ru.sha.LimJerusalemH3389\H9016HNpl
  1. zijn dodelijk Hebr. is. Alzo ook in de volgende woorden. Dat is, elkeen hare [Samaria] plagen, zij zijn alle ongeneeslijk, wanhopend.
  2. Juda Tot een teken dat de tien stammen al verwoest waren, en dat de vijand voorts doordrong in Juda. Verg. Isa 8:7 , Isa 8:8 , 2Ki 18:13 .
  3. hij is geraakt tot aan de poort De vijand; of het, te weten kwaad, uit vs.12.
  4. mijns volks Hieruit leiden sommigen af dat deze profeet uit Juda geweest is, waarmede het verhaal overeenkomt, Jer 26:19 , en boven vs.1.

10 Verkondigt het niet te Gath, weent zo jammerlijk niet; wentelt u in het stof in het huis van Afra.1234

Original Hebrew

בְּ/גַת֙ב/גת֙בְּ/גַתב/גתbe./Gatin/ GathH9003H1661HR+Npl
אַל\־אל\אַל\־אל\'al-may notH0408\H9014HTn
תַּגִּ֔ידוּתג֔ידותַּגִּידוּתגידוta.Gi.duyou tellH5046HVhi2mp
בָּכ֖וֹבכ֖ובָּכוֹבכוba.Khoat all <weep>H1058HVqaa
אַל\־אל\אַל\־אל\'al-may notH0408\H9014HTn
תִּבְכּ֑וּתבכ֑ותִּבְכּוּתבכוtiv.Kuyou weepH1058HVqj2mp
בְּ/בֵ֣יתב/ב֣יתבְּ/בֵיתב/ביתbe./Veitin/ BethH9003H1036HR+Ncmsc
לְעַפְרָ֔הלעפר֔הלְעַפְרָהלעפרהle.'af.RahLeaphrahH1036HNpl
עָפָ֖רעפ֖רעָפָרעפר'a.FardustH6083HNcmsa
הִתְפַּלָּֽשִׁי\׃התפלשי\הִתְפַּלָּֽשִׁי\׃התפלשי\hit.pa.la.she.tiroll yourselfH6428\H9016HVtv2fs
  1. Gath Opdat de Filistijnen daarover niet juichen. Zie 2Sa 1:20 , met de aantekening.
  2. zo jammerlijk niet Hebr. wenende weent niet.
  3. wentelt u in het stof Of, besprengt u met stof, tot een teken van rouw. Verg. Jer 6:26 ; Eze 27:30 met de aantekening.
  4. in het huis van Afra Of, over het huis Afra, om deszelfs wil. Men leest wel van Ofra in Manasse en een ander in Benjamin. Zie Jdg 6:11 , maar Afra of Beth-Afra wordt nergens dan hier vermeld, alzo ook de volgende plaatsen Safir, Zaänan, Beth-Ezel, Maroth. Waaruit sommigen afleiden dat het verzonnen namen zijn, door welke de profeet enige bijzondere goede plaatsen heeft willen te verstaan geven, ziende op de betekenis van de woorden. Of immers dat hij gezien heeft op de betekenis van de namen van deze plaatsen, gelijk ook onder vs.14, 15. Beth-Afra is zoveel als huis des stofs, of stofhuis, stoffig huis, alsof de profeet wilde zeggen: Wentel u in het stof, [om of over die plaats] die in het stof zal nedergelegd of verwoest worden. Safir is schoon, fraai. Zaänan waar veel vee is, of [gelijk anderen] daar veel uitgang is; Beth haezel , het huis dat nabij, ter zijde, of afgezonderd, bewaard, gespaard is; Maroth bittere [plaatsen], of, bitterheden, waardoor men dorre magere plaatsen kan verstaan. Al deze plaatsen voorzegt de profeet de nakende ellenden. Sommige gissen dat Afra Efraïm beduidde; Safir Samaria,, Zaänan Zion, Beth haezel Beth el ; Maroth Ramoth in Gilead, enz.

11 Ga door, gij inwoneres van Safir! met blote schaamte; de inwoneres van Zaanan gaat niet uit; rouwklage is te Beth-haezel; hij zal zijn stand van ulieden nemen.1234

Original Hebrew

עִבְרִ֥יעבר֥יעִבְרִיעברי'iv.Ripass onH5674AHVqv2fs
לָ/כֶ֛םל/כ֛םלָ/כֶםל/כםla./Khem<for>/ yourselvesH9005H9036HR+Sp2mp
יוֹשֶׁ֥בֶתיוש֥בתיוֹשֶׁבֶתיושבתyo.She.vetO inhabitant[s] ofH3427HVqrfsc
שָׁפִ֖ירשפ֖ירשָׁפִירשפירsha.FirShaphirH8208HNpl
עֶרְיָה\־עריה\עֶרְיָה\־עריה\'er.yah-nakednessH6181\H9014HNcfsa
בֹ֑שֶׁתב֑שתבֹשֶׁתבשתVo.shetshameH1322HNcfsa
לֹ֤אל֤אלֹאלאlo'notH3808HTn
יָֽצְאָה֙יצאה֙יָֽצְאָהיצאהya.tze.'Ahshe came forthH3318GHVqp3fs
יוֹשֶׁ֣בֶתיוש֣בתיוֹשֶׁבֶתיושבתyo.She.vet[the] inhabitant[s] ofH3427HVqrfsc
צַֽאֲנָ֔ןצאנ֔ןצַֽאֲנָןצאנןtza.'a.NanZaananH6630HNpl
מִסְפַּד֙מספד֙מִסְפַּדמספדmis.Pad[the] lament ofH4553HNcmsc
בֵּ֣יתב֣יתבֵּיתביתbeitBethH1018HNpl
הָאֵ֔צֶלהא֔צלהָאֵצֶלהאצלha.'E.tzelEzelH1018HNpl
יִקַּ֥חיק֥חיִקַּחיקחyi.Kachit will takeH3947GHVqi3ms
מִ/כֶּ֖םמ/כ֖םמִ/כֶּםמ/כםmi./Kemfrom/ youH9006H9036HR+Sp2mp
עֶמְדָּתֽ/וֹ\׃עמדת/ו\עֶמְדָּתֽ/וֹ\׃עמדת/ו\em.da.T/ostanding ground/ itsH5979H9023\H9016HNcfsc+Sp3ms
  1. Ga door Hebr. gaat ulieden door, gaat over, in gevangenschap het land henen uit. Aangaande het overtollig bijvoegsel ulieden, zie Amo 7:12 .
  2. blote schaamte Hebr. ontbloot [aan] de schaamte. Zie Isa 47:2-3 ; Jer 13:22 met de aantekening aldaar.
  3. uit Met hun vee, om dat naar gewoonte te weiden, gelijk sommigen dit nemen. Of, zal niet kunnen uitgaan, als door de vijand benauwd, of voor hem bevreesd zijnde. Sommigen voegen het bij het volgende aldus: Is niet uitgegaan ter rouwklage van Beth haezel , als hun naburen niet kunnende beklagen of troosten, omdat ze zelf in het lijden zijn.
  4. zal zijn stand van ulieden nemen Dat is, God zal zijn bijstand of residentie, verblijf van ulieden wegnemen. Of hij, te weten de vijand, zal door uw ondergang gesterkt worden. Anders, [dat] zijn stand van ulieden zal ontvangen, te weten Beth haezel ; dat is, naardat het de voorgemelde schone vette plaatsen gaat, daarnaar zullen de magere naburen ook moeten varen; want als die verwoest worden, zo moeten deze die van hen de leeftocht ontvangen gebrek lijden, waarvan wijders in het volgende.

12 Want de inwoneres van Maroth is krank om des goeds wil; want een kwaad is van den Heere afgedaald, tot aan de poort van Jeruzalem.12

Original Hebrew

כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
חָ֥לָֽהח֥להחָלָֽהחלהCha.lahshe is in anguishH2342KHVqp3fs
לְ/ט֖וֹבל/ט֖ובלְ/טוֹבל/טובle./Tovfor/ goodH9005H2896BHR+Aamsa
יוֹשֶׁ֣בֶתיוש֣בתיוֹשֶׁבֶתיושבתyo.She.vet[the] inhabitant[s] ofH3427HVqrfsc
מָר֑וֹתמר֑ותמָרוֹתמרותma.RotMarothH4796HNpl
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
יָ֤רַדי֤רדיָרַדירדYa.radit has come downH3381HVqp3ms
רָע֙רע֙רָערעra'calamityH7451BHAamsa
מֵ/אֵ֣תמ/א֣תמֵ/אֵתמ/אתme./'Etfrom/ withH9006H0854HR+R
יְהוָ֔היהו֔היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
לְ/שַׁ֖עַרל/ש֖ערלְ/שַׁעַרל/שערle./Sha.'arto/ [the] gate ofH9005H8179GHR+Ncmsc
יְרוּשָׁלִָֽם\׃ירושלם\יְרוּשָׁלִָֽם\׃ירושלם\ye.ru.sha.LimJerusalemH3389\H9016HNpl
  1. goeds wil Dat de ingezetenen verloren hebben, door de verwoesting van de vette aangrenzende streken, zelfs tot Jeruzalem toe. Of, dat de vijand die van Maroth zelf benomen heeft.
  2. kwaad is van den HEERE afgedaald De straf, te weten de verderving van het land door de Assyriërs.

13 Span de snelle dieren aan den wagen, gij inwoners van Lachis! ( deze is der dochter Sions het beginsel der zonde) want in u zijn Israëls overtredingen gevonden.1234

Original Hebrew

רְתֹ֧םרת֧םרְתֹםרתםre.TomharnessH7573HVqv2ms
הַ/מֶּרְכָּבָ֛הה/מרכב֛ההַ/מֶּרְכָּבָהה/מרכבהha./mer.ka.Vahthe/ chariotH9009H4818HTd+Ncfsa
לָ/רֶ֖כֶשׁל/ר֖כשלָ/רֶכֶשׁל/רכשla./Re.kheshto the/ steedH9005H7409HRd+Ncmsa
יוֹשֶׁ֣בֶתיוש֣בתיוֹשֶׁבֶתיושבתyo.She.vetO inhabitant[s] ofH3427HVqrfsc
לָכִ֑ישׁלכ֑ישלָכִישׁלכישla.KhishLachishH3923HNpl
רֵאשִׁ֨יתראש֨יתרֵאשִׁיתראשיתre.Shit[was the] beginning ofH7225GHNcfsc
חַטָּ֥אתחט֥אתחַטָּאתחטאתcha.TatsinH2403BHNcfsa
הִיא֙היא֙הִיאהיאhi'itH1931HPp3fs
לְ/בַת\־ל/בת\לְ/בַת\־ל/בת\le./vat-for/ [the] daughter ofH9005H1323G\H9014HR+Ncfsc
צִיּ֔וֹןצי֔וןצִיּוֹןציוןtzi.YonZionH6726HNpl
כִּי\־כי\כִּי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
בָ֥/ךְב֥/ךבָ/ךְב/ךva/khin/ youH9003H9032HR+Sp2fs
נִמְצְא֖וּנמצא֖ונִמְצְאוּנמצאוnim.tze.'Uthey were foundH4672HVNp3cp
פִּשְׁעֵ֥יפשע֥יפִּשְׁעֵיפשעיpish.'Ei[the] transgressions ofH6588HNcmpc
יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\Yis.ra.'ElIsraelH3478\H9016HNpl
  1. Span de snelle dieren aan den wagen Hebr. bind of span, [het Hebr. woord wordt alleenlijk hier alzo gevonden] de wagen aan, of met het snelle dier, of kemel, of paard, postpaard. loper, of muilezel. Zie 1Ki 4:28 . De profeet wil zeggen: haast u vrij om te vluchten voor de aankomst van de Assyriërs, die u zullen komen belegeren, het zal u niet helpen. Zie 2Ki 18:14 , 2Ki 18:17 en 2Ki 19:8 .
  2. Lachis Zie 2Ki 14:19 .
  3. beginsel der zonde Hieruit nemen sommigen af dat deze stad de eerste geweest is in Juda, die de afgoderij van Israël of van de tien stammen heeft nagevolgd, en met haar voorbeeld Jeruzalem, en alzo voorts de andere, verdorven. Anderen duiden het op de afval van Davids huis, waarin zij de tien stammen gelijk zou geworden zij, omdat zij hun eigen koning Amazia [die voor de samenzweerders daar binnen gevlucht was] heeft laten ombrengen. Beide kan onder deze woorden wel begrepen zijn, alzo, dat zij eerst afgodisch met de tien stammen geworden zijnde, ook voorts hun eigen koning ontrouw is geworden, en hem, de koning van Israël en de samenzweerders ten gevalle, verraderlijk heeft laten vermoorden, dewijl de koning Israëls tegen Amazia krijg voerde, en vermoedelijk deze moord [naar de wijze van het verdorven Israël] gesticht had. Zie 2Ki 14:15 , 2Ki 14:19 .
  4. Israëls overtredingen gevonden Dat is, van de tien stammen. Zie de voorgaande aantekening aldaar.

14 Daarom geef geschenken aan Morescheth-gaths; de huizen van Achzib zullen den koningen van Israël tot een leugen zijn.12345

Original Hebrew

לָ/כֵן֙ל/כן֙לָ/כֵןל/כןla./Khen<to>/ thereforeH9005H3651CHR+D
תִּתְּנִ֣יתתנ֣יתִּתְּנִיתתניti.te.Niyou will giveH5414GHVqi2fs
שִׁלּוּחִ֔יםשלוח֔יםשִׁלּוּחִיםשלוחיםshi.lu.Chimparting giftsH7964HNcmpa
עַ֖לע֖לעַלעל'altoH5921AHR
מוֹרֶ֣שֶׁתמור֣שתמוֹרֶשֶׁתמורשתmo.Re.shetMoreshethH4182HNpl
גַּ֑תג֑תגַּתגתGatGathH4182HNpl
בָּתֵּ֤יבת֤יבָּתֵּיבתיba.Tei[the] houses ofH1004BHNcmpc
אַכְזִיב֙אכזיב֙אַכְזִיבאכזיב'akh.ZivAczibH0392GHNpl
לְ/אַכְזָ֔בל/אכז֔בלְ/אַכְזָבל/אכזבle./'akh.Zav[will become] <into>/ a deceitful thingH9005H0391HR+Aamsa
לְ/מַלְכֵ֖יל/מלכ֖ילְ/מַלְכֵיל/מלכיle./mal.Kheito/ [the] kings ofH9005H4428GHR+Ncmpc
יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\Yis.ra.'ElIsraelH3478\H9016HNpl
  1. geschenken Alzo wordt het Hebr. woord [dat van] zenden [zijn oorsprong heeft] ook gebruikt 1Ki 9:16 .
  2. Morescheth Zie Jer 26:18 . Anders, aan de bezitting; dat is omtrek van Gath.
  3. Gaths Een koninklijke stad van de Filistijnen, [gelijk boven vs.10], welker vriendschap en hulp zij zouden zoeken door geschenken, maar tevergeefs, wil de profeet zeggen. Daar was ook een stad Marescha, toebehorende aan Juda, die bij Achzib gesteld wordt, Jos 15:44 ; ook worden Gath en Marescha bij elkander gevoegd, 2Ch 11:9 . Zie aldaar.
  4. Achzib Zie van Achzib in Juda, Jos 15:44 , en van een ander in de stam Aser, [gelegen aan de Middellandse zee, naar sommige kaarten] Jdg 1:31 . Het kan zijn dat hier door de huizen van Achzib verstaan worden de soldaten, die de koningen van Israël nu en dan gehuurd mogen hebben van de overgebleven Kanaänieten, of dat zij met de ingezetenen van die streken een verbond mogen hebben gemaakt, en nu met hen hadden, om hen bij te staan tegen de Assyriër, doch al tevergeefs. De profeet noemt de stad Achzib alleen om de overeenkomst van de woorden Achzib en Achzab, dat is, leugen, of een leugenaar; gelijk in het volgende Marescha, en erfgenaam. Anderen verstaan, door de koningen van Israël de koningen van Juda, die over Israël of van de tien stammen overblijfsel zouden regeren, maar van de Babyloniërs uitgeroeid worden.
  5. leugen zijn Dat is, zullen hun faillieren, bedriegen.

15 Ik zal u nog een erfgenaam toebrengen, gij inwoneres van Maresa! Hij zal komen tot aan Adullam, tot aan de heerlijkheid Israëls.12345

Original Hebrew

עֹ֗דע֗דעֹדעד'OdagainH5750HAcmsa
הַ/יֹּרֵשׁ֙ה/ירש֙הַ/יֹּרֵשׁה/ירשhai./yo.Reshthe/ [one who] dispossessesH9009H3423HHTd+Vqrmsa
אָ֣בִיא֣ביאָבִיאבי'A.viI will bringH0935PHVhi1cs
לָ֔/ךְל֔/ךלָ/ךְל/ךLa/khto/ youH9005H9032HR+Sp2fs
יוֹשֶׁ֖בֶתיוש֖בתיוֹשֶׁבֶתיושבתyo.She.vetO inhabitant[s] ofH3427HVqrfsc
מָֽרֵשָׁ֑המרש֑המָֽרֵשָׁהמרשהma.re.ShahMareshahH4762GHNpl
עַד\־עד\עַד\־עד\'ad-toH5704\H9014HR
עֲדֻּלָּ֥םעדל֥םעֲדֻּלָּםעדלם'a.du.LamAdullamH5725HNpl
יָב֖וֹאיב֖ואיָבוֹאיבואya.Vo'he will comeH0935GHVqi3ms
כְּב֥וֹדכב֥ודכְּבוֹדכבודke.Vod[the] glory ofH3519HNcmsc
יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\Yis.ra.'ElIsraelH3478\H9016HNpl
  1. erfgenaam toebrengen Of, erfelijke bezitter. Versta, de vijand. De profeet ziet op de betekenis van het woord Marescha en Moreschet, die hij [om enerlei betekenis van] erfenis schijnt voor een te nemen.
  2. Maresa Zie Jos 15:44 ; 2Ch 11:8 , en 2Ch 14:9 ; idem Jer 26:18 ; ook 2 Mach.12:35.
  3. Hij zal komen tot aan Adullam De nieuwe bezitter of erfgenaam, de vijand, zal doordringen tot in Juda, waar Adullam gelegen was, eertijds een koninklijke stad. Zie Jos 12:15 , en Jos 15:35 ; Neh 11:30 .
  4. tot aan Dit is hier ingevoegd uit vergelijking van boven vs.9, 12.
  5. heerlijkheid Israëls Te weten Jeruzalem, dat de heerlijkheid van gans Israël was. Omdat deze woorden duister zijn, worden zij verscheidenlijk bij de uitleggers genomen. Anders, hij [de vijand] zal komen tot aan Adullum, de heerlijkheid van Israël; dat is, welke stad heerlijk en vermaard is in Israël, diep in het land, waar de spelonk Adullam, Davids toevlucht, nabij gelegen was.

16 Maak u kaal en scheer u, om uw troetelkinderen; verwijd uw kaalheid, als de arend, omdat zij gevankelijk van u zijn weggevoerd.12345

Original Hebrew

קָרְחִ֣יקרח֣יקָרְחִיקרחיka.re.Chimake baldH7139HVqv2fs
וָ/גֹ֔זִּיו/ג֔זיוָ/גֹזִּיו/גזיva./Go.ziand/ shearH9002H1494HC+Vqv2fs
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
בְּנֵ֖יבנ֖יבְּנֵיבניbe.Nei[the] children ofH1121AHNcmpc
תַּעֲנוּגָ֑יִ/ךְתענוג֑י/ךתַּעֲנוּגָיִ/ךְתענוגי/ךta.'a.nu.Ga.yi/khdelights/ yourH8588H9022HNcmpc+Sp2fs
הַרְחִ֤בִיהרח֤ביהַרְחִבִיהרחביhar.Chi.vimake largeH7337HVhv2fs
קָרְחָתֵ/ךְ֙קרחת/ך֙קָרְחָתֵ/ךְקרחת/ךka.re.cha.te/Khbaldness/ yourH7144H9022HNcfsc+Sp2fs
כַּ/נֶּ֔שֶׁרכ/נ֔שרכַּ/נֶּשֶׁרכ/נשרka./Ne.sherlike <the>/ eagleH9004H5404HRd+Ncmsa
כִּ֥יכ֥יכִּיכיkiforH3588AHTc
גָל֖וּגל֖וגָלוּגלוga.Luthey will go into exileH1540KHVqp3cp
מִמֵּֽ/ךְ\׃\ \סממ/ך\\ \סמִמֵּֽ/ךְ\׃\ \סממ/ך\\ \סmi.Me/khfrom/ youH4480AH9032\H9016\ \H9018HR+Sp2fs
  1. u Gij inwoners van Marescha en de andere vorengemelde plaatsen. Sommigen duiden het op Jeruzalem of Zion, en de wegvoering naar Babel.
  2. kaal en scheer u Tot teken van grote rouw. Zie Jer 16:6 .
  3. troetelkinderen Hebr. kinderen, of zoner van uw wellusten, of vermakingen; dat is, uw lieve kinderen.
  4. verwijd uw kaalheid Dat is, maak u zeer kaal, wijd en breed; zo kaal gelijk de arend wordt wanneer hij aan het ververen is en al zijn pluimen en veren verliest.
  5. gevankelijk van u zijn weggevoerd Te weten uw troetelkinderen.