reltext

Chapter 12

1 Dezen nu zijn het, die tot David kwamen naar Ziklag, toen hij nog besloten was voor het aangezicht van Saul, den zoon van Kis; zij waren ook onder de helden, die tot dien krijg hielpen.123

Original Hebrew

וְ/אֵ֗לֶּהו/א֗להוְ/אֵלֶּהו/אלהve./'E.lehand/ theseH9002H0428HC+Tm
הַ/בָּאִ֤יםה/בא֤יםהַ/בָּאִיםה/באיםha./ba.'Im[were] the/ [ones who] cameH9009H0935GHTd+Vqrmpa
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
דָּוִיד֙דויד֙דָּוִידדוידda.VidDavidH1732HNpm
לְ/צִ֣יקְלַ֔גל/צ֣יקל֔גלְ/צִיקְלַגל/ציקלגle./Tzi.ke.Lagto/ ZiklagH9005H6860HR+Npl
ע֣וֹדע֣ודעוֹדעודodstillH5750HAcmsa
עָצ֔וּרעצ֔ורעָצוּרעצור'a.Tzurkept backH6113HVqsmsa
מִ/פְּנֵ֖ימ/פנ֖ימִ/פְּנֵימ/פניmi./pe.Neifrom/ beforeH9006H6440GHR+Ncmpc
שָׁא֣וּלשא֣ולשָׁאוּלשאולsha.'UlSaulH7586GHNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
קִ֑ישׁק֑ישקִישׁקישKishKishH7027GHNpm
וְ/הֵ֙מָּה֙ו/ה֙מה֙וְ/הֵמָּהו/המהve./He.mahand/ theyH9002H1992HC+Pp3mp
בַּ/גִּבּוֹרִ֔יםב/גבור֔יםבַּ/גִּבּוֹרִיםב/גבוריםba./gi.bo.Rim[were] among the/ warriorsH9003H1368HRd+Ncmpa
עֹזְרֵ֖יעזר֖יעֹזְרֵיעזרי'o.ze.Rei[who] helped ofH5826HVqrmpc
הַ/מִּלְחָמָֽה\׃ה/מלחמה\הַ/מִּלְחָמָֽה\׃ה/מלחמה\ha./mil.cha.Mahthe/ warH9009H4421\H9016HTd+Ncfsa
  1. Ziklag, Zie van deze stad de aantekening 1Sa 27:6 .
  2. toen hij nog besloten was Te weten, toen hij uit vrees voor Saul zich moest verbergen in holen, spelonken en rotsstenen en op de bergen. Anders, [uitgesloten;] te weten, uit de publieke bijeenkomsten van het volk Gods, ja uit het gehele land der Israëlieten, vanwege Sauls tirannie.
  3. de helden, Te weten, die in 1Ch 11 genoemd staan.

2 Gewapend met bogen, rechts en links met stenen werpende, en met pijlen schietende uit den boog; zij waren van de broederen van Saul, uit Benjamin.12

Original Hebrew

נֹ֣שְׁקֵינ֣שקינֹשְׁקֵינשקיNo.she.kei[they were] equipped ofH5401BHVqrmpc
קֶ֗שֶׁתק֗שתקֶשֶׁתקשתKe.shetbowH7198HNcfsa
מַיְמִינִ֤יםמימינ֤יםמַיְמִינִיםמימיניםmay.mi.Nimusing right [hand]H3231HVhrmpa
וּ/מַשְׂמִאלִים֙ו/משמאלים֙וּ/מַשְׂמִאלִיםו/משמאליםu./mas.mi.Limand/ using left [hand]H9002H8041HC+Vhrmpa
בָּֽ/אֲבָנִ֔יםב/אבנ֔יםבָּֽ/אֲבָנִיםב/אבניםba./'a.va.Nimwith <the>/ stonesH9003H0068GHRd+Ncfpa
וּ/בַ/חִצִּ֖יםו/ב/חצ֖יםוּ/בַ/חִצִּיםו/ב/חציםu./va./chi.Tzimand/ with <the>/ arrowsH9002H9003H2671HC+Rd+Ncmpa
בַּ/קָּ֑שֶׁתב/ק֑שתבַּ/קָּשֶׁתב/קשתba./Ka.shetwith the/ bowH9003H7198HRd+Ncfsa
מֵ/אֲחֵ֥ימ/אח֥ימֵ/אֲחֵימ/אחיme./'a.Cheisome of/ [the] relatives ofH9006H0251HHR+Ncmpc
שָׁא֖וּלשא֖ולשָׁאוּלשאולsha.'UlSaulH7586GHNpm
מִ/בִּנְיָמִֽן\׃מ/בנימן\מִ/בִּנְיָמִֽן\׃מ/בנימן\mi./bin.ya.Minfrom/ BenjaminH9006H1144G\H9016HR+Npm
  1. rechts en links Dat is, zij waren zo vaardig in het werpen met hun linker als met hun rechterhand. Zie dergelijke Jdg 20:16 .
  2. van de broederen Dat is, van zijn maagschap, of bloedverwanten. Dit hebben die mannen gedaan, bezijden stellende de maagschap, en ziende op de rechtvaardige zaak Davids in het ongelijk, dat Saul hem aandeed. Aldus heeft zelfs Jonathan, de zoon van Saul, de zaak van David voorgestaan, hoewel hij bij zijn vader gebleven is.

3 Het hoofd was Ahiëzer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.

Original Hebrew

הָ/רֹ֨אשׁה/ר֨אשהָ/רֹאשׁה/ראשha./Roshthe/ chiefH9009H7218HHTd+Ncmsa
אֲחִיעֶ֜זֶראחיע֜זראֲחִיעֶזֶראחיעזר'a.chi.'E.zerAhiezerH0295HHNpm
וְ/יוֹאָ֗שׁו/יוא֗שוְ/יוֹאָשׁו/יואשve./yo.'Ashand/ JoashH9002H3101LHC+Npm
בְּנֵי֙בני֙בְּנֵיבניbe.Nei[the] sons ofH1121AHNcmpc
הַ/שְּׁמָעָ֣הה/שמע֣ההַ/שְּׁמָעָהה/שמעהha./she.ma.'Ahthe/ ShemaahiteH9009H8094HTd+Ngmsa
הַ/גִּבְעָתִ֔יה/גבעת֔יהַ/גִּבְעָתִיה/גבעתיha./giv.'a.Tithe/ GibeathiteH9009H1395HTd+Ngmsa
וִ/יזִיאֵ֥לו/יזיא֥לוִ/יזִיאֵלו/יזיאלvi./zu.'eland/ JezielH9002H3149HC+Npm
וָ/פֶ֖לֶטו/פ֖לטוָ/פֶלֶטו/פלטva./Fe.letand/ PeletH9002H6404HHC+Npm
בְּנֵ֣יבנ֣יבְּנֵיבניbe.Nei[the] sons ofH1121AHNcmpc
עַזְמָ֑וֶתעזמ֑ותעַזְמָוֶתעזמות'az.Ma.vetAzmavethH5820IHNpm
וּ/בְרָכָ֕הו/ברכ֕הוּ/בְרָכָהו/ברכהu./ve.ra.Khahand/ BerachahH9002H1294GHC+Npm
וְ/יֵה֖וּאו/יה֖ואוְ/יֵהוּאו/יהואve./ye.Hu'and/ JehuH9002H3058KHC+Npm
הָ/עֲנְּתֹתִֽי\׃ה/ענתתי\הָ/עֲנְּתֹתִֽי\׃ה/ענתתי\ha./'a.ne.to.Tithe/ AnathothiteH9009H6069\H9016HTd+Ngmsa

4 En Jismaja, de Gibeoniet, was een held onder de dertig, en over dertig gesteld; en Jirmeja, en Jahaziel, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet;

Original Hebrew

וְ/יִֽשְׁמַֽעְיָ֧הו/ישמעי֧הוְ/יִֽשְׁמַֽעְיָהו/ישמעיהve./yish.ma'.Yahand/ IshmaiahH9002H3460GHC+Npm
הַ/גִּבְעוֹנִ֛יה/גבעונ֛יהַ/גִּבְעוֹנִיה/גבעוניha./giv.'o.Nithe/ GibeoniteH9009H1393HTd+Ngmsa
גִּבּ֥וֹרגב֥ורגִּבּוֹרגבורgi.Bora mighty [man]H1368HNcmsa
בַּ/שְּׁלֹשִׁ֖יםב/שלש֖יםבַּ/שְּׁלֹשִׁיםב/שלשיםba./she.lo.Shimamong the/ thirtyH9003H7970HRd+Ncmpa
וְ/עַל\־ו/על\וְ/עַל\־ו/על\ve./'al-and/ overH9002H5921A\H9014HC+R
הַ/שְּׁלֹשִֽׁים\׃ה/שלשים\הַ/שְּׁלֹשִֽׁים\׃ה/שלשים\ha./she.lo.Shimthe/ thirtyH9009H7970\H9016HTd+Ncmpa

5 Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;

DutSVVA word tags

EluzaiH498
JerimothH3406
BealjaH1183
SemarjaH8114
SefatjaH8203
HarufietH2741

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

6 Elkana, en Jissia, en Azareël, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;

DutSVVA word tags

ElkanaH511
JissiaH3449
AzareëlH5832
JoezerH3134
JasobamH3434
KorahietenH7145

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

7 En Joëla en Zebadja, de zonen van Jeroham, van Gedor.

DutSVVA word tags

JoëlaH3132
ZebadjaH2069
zonenH1121
JerohamH3395
GedorH1446

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

8 Ook scheidden zich van de Gadieten af tot David, in die vesting naar de woestijn, kloeke helden, krijgslieden ten oorlog, toegerust met rondas en schild; en hun aangezichten waren aangezichten der leeuwen; en zij waren als de reeën op de bergen in snelheid.12345

DutSVVA word tags

GadietenH1425
totH413
DavidH1732
vestingH4679
woestijnH4057
kloekeH2428
heldenH1368
krijgsliedenH582H6635
oorlogH4421
toegerustH6186H8802
rondasH6793
schildH7420
aangezichtenH6440
aangezichtenH6440
leeuwenH738
reeënH6643
bergenH2022
snelheidH4116H8763

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Ook scheidden Hij wil zeggen, zij zonderden zich af van de andere Israëlieten, die Saul nog aanhingen, en zij vervoegden zich bij David.
  2. die vesting Sommigen verstaan dit van den burg te Ziklag; anderen van de spelonk Adullam: anderen van Engedi.
  3. toegerust Hebreeuws, ordinerende.
  4. waren aangezichten Te weten, verschrikkelijk aan te zien, alsof zij leeuwen waren.
  5. als de reeën Deze lof wordt ook Asahel, den broeder van Joab, gegeven; 2Sa 2:18 .

9 Ezer was het hoofd; Obadja de tweede; Eliab de derde;

DutSVVA word tags

EzerH5829
hoofdH7218
ObadjaH5662
tweedeH8145
EliabH446
derdeH7992

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

10 Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;

DutSVVA word tags

MismannaH4925
vierdeH7243
JirmejaH3414
vijfdeH2549

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

11 Attai de zesde; Eliël de zevende;

DutSVVA word tags

AttaiH6262
zesdeH8345
EliëlH447
zevendeH7637

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

12 Johanan de achtste; Elzabad de negende;

DutSVVA word tags

JohananH3110
achtsteH8066
ElzabadH443
negendeH8671

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

13 Jormeja de tiende; Machbannai de elfde.

DutSVVA word tags

JormejaH3414
tiendeH6224
MachbannaiH4344

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

14 Dezen waren van de kinderen van Gad, hoofden des heirs; een van de kleinsten was over honderd, en de grootste over duizend.

DutSVVA word tags

DezenH428
kinderenH1121
hoofdenH7218
heirsH6635
eenH259
kleinstenH6996
honderdH3967
grootsteH1419
duizendH505

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

15 Deze zelfden zijn het, die over de Jordaan gingen in de eerste maand, toen dezelve vol was aan al haar oevers; en zij verdreven al de inwoners der laagten, tegen het oosten en tegen het westen.12

DutSVVA word tags

DezeH428
zelfdenH1992
dieH834
JordaanH3383
eersteH7223
maandH2320
dezelveH1931
verdrevenH1272H8686
laagtenH6010
oostenH4217
westenH4628

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. dezelve vol was Zie Jos 3:15 .
  2. der laagten, Welverstaande, die bij de Jordaan waren.

16 Er kwamen ook van de kinderen van Benjamin en Juda op de vesting tot David.

DutSVVA word tags

kwamenH935H8799
kinderenH1121
BenjaminH1144
JudaH3063
vestingH4679
DavidH1732

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

17 En David ging uit hun tegemoet, en antwoordde, en zeide tot hen: Indiën gijlieden ten vrede tot mij gekomen zijt, om mij te helpen, zo zal mijn hart tegelijk over ulieden zijn; maar indien het is, om mij aan mijn vijanden bedriegelijk over te leveren, daar toch geen wrevel in mijn handen is, de God onzer vaderen zie het, en straffe het!123

DutSVVA word tags

DavidH1732
tegemoetH6440
antwoorddeH6030H8799
IndiënH518
vredeH7965
totH413
hartH3824
tegelijkH3162
overH5921
indienH518
vijandenH6862
leverenH7411H8763
geenH3808
wrevelH2555
handenH3709
GodH430
vaderenH1
straffeH3198H8686

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. hun tegemoet, Hebreeuws, voor hun aangezicht.
  2. ten vrede Dat is, vredeshalve.
  3. daar toch Dat is, daar ik toch niet schuldig ben van iemand geweld, of moedwillig kwaad of onrecht gedaan te hebben.

18 En de Geest toog Amasai aan, den overste der hoofdlieden, en hij zeide: Wij zijn uw, o David, en met u zijn wij, gij, zoon van Isaï. Vrede, vrede zij u, en vrede uw helperen; want uw God helpt u. Toen nam David hen aan, en stelde hen tot hoofden der benden.123

DutSVVA word tags

GeestH7307
toogH3847
AmasaiH6022
oversteH7218
hoofdliedenH7970H8677H7991
DavidH1732
zoonH1121
IsaïH3448
VredeH7965
vredeH7965
vredeH7965
helperenH5826H8802
wantH3588
GodH430
DavidH1732
hoofdenH7218
bendenH1416

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. toog Amásai aan, Dat is, de Geest des Heeren, namelijk, de geest der kloekmoedigheid en vrijmoedigheid kwam over Amasai, dat hij daarmede als met een kleed versierd werd, alzo dat hij een extraordinaire vrijmoedigheid had om David aldus aan te spreken. Zie deze manier van spreken Jdg 6:34 , en elders.
  2. overste Hebreeuws, het hoofd.
  3. der hoofdlieden, Anders, van dertig.

19 Er vielen ook van Manasse tot David, toen hij met de Filistijnen kwam, om tegen Saul te strijden, alhoewel zij hen niet hielpen; want de vorsten der Filistijnen verlieten hem met raad, zeggende: Met gevaar van onze hoofden zou hij tot Saul, zijn heer, vallen.1234

DutSVVA word tags

ManasseH4519
DavidH1732
FilistijnenH6430
tegenH5921
SaulH7586
strijdenH4421
nietH3808
hielpenH5826H8804
wantH3588
vorstenH5633
FilistijnenH6430
verlietenH7971H8765
raadH6098
zeggendeH559H8800
hoofdenH7218
totH413
SaulH7586
heerH113

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. alhoewel Versta, dat David met zijn mannen de Filistijnen niet heeft geholpen in dezen strijd tegen Saul en de Israëlieten.
  2. met raad, Dat is, nadat zij, met elkander hierover raad gehouden hebbende, niet raadzaam gevonden hadden dat David bij hen in het leger blijven zou.
  3. Met gevaar van Hebreeuws, met onze hoofden zou het tot Saul zijn heer vallen. Zie dergelijke manier van spreken boven, 1Ch 11:19 .
  4. zou hij tot Saul, Anders, zal hij tot Saul zijn heer vallen; te weten, indien hem toegelaten werd met ons ten strijde te trekken.

20 Toen hij naar Ziklag toog, vielen tot hem uit Manasse: Adnah, en Jozabad, en Jediael, en Michaël, en Jozabad, en Elihu, en Zillethai; hoofden der duizenden, die in Manasse waren.12

DutSVVA word tags

naarH413
ZiklagH6860
ManasseH4519
AdnahH5734
JozabadH3107
JediaelH3043
MichaëlH4317
JozabadH3107
ElihuH453
ZillethaiH6769
hoofdenH7218
duizendenH505
dieH834
ManasseH4519

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. naar Te weten, nadat hij van den koning der Filistijnen was afgedankt; 1Sa 29:10-11 .
  2. Ziklag Deze stad had de koning der Filistijnen David gegeven; 1Sa 27:6 .

21 En dezen hielpen David mede tegen die benden; want alle dezen waren kloeke helden; en zij waren oversten in het heir.12

DutSVVA word tags

dezenH1992
hielpenH5826H8804
DavidH1732
medeH5973
tegenH5921
bendenH1416
wantH3588
alleH3605
kloekeH2428
heldenH1368
overstenH8269
heirH6635

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. die benden; Versta hier, de hopen, of rotten dier Amalekieten, die Ziklag hadden ingenomen en verbrand, dewijl David vandaar getrokken was; 1Sa 30:1 .
  2. in het heir Te weten, in het heir Davids.

22 Want er kwamen er te dier tijd dag bij dag tot David, om hem te helpen, tot een groot leger toe, als een leger Gods.1

DutSVVA word tags

WantH3588
kwamenH935H8799
tijdH6256
DavidH1732
grootH1419
legerH4264
legerH4264
GodsH430

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. een leger Gods Dat is, een zeer groot en treffelijk leger. Alzo staat er Psa 36:7

23 En dit zijn de getallen der hoofden dergenen, die toegerust waren ten heire, die tot David te Hebron kwamen, om het koninkrijk van Saul tot hem te wenden, naar den mond des Heeren:12

DutSVVA word tags

ditH428
getallenH4557
hoofdenH7218
heireH6635
DavidH1732
HebronH2275
kwamenH935H8804
koninkrijkH4438
SaulH7586
totH413
mondH6310
HeerenH3068

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. het koninkrijk Zie boven op het einde van 1Ch 10 , en in het begin van 1Ch 11 .
  2. naar den mond Dat is, gelijk de Heere bevolen had, toen Hij David tot koning deed zalven door Samuël, 1Sa 16 .

24 Van de kinderen van Juda, die rondassen en spiesen droegen, waren zes duizend en achthonderd toegerust ten heire;

DutSVVA word tags

kinderenH1121
JudaH3063
rondassenH6793
spiesenH7420
droegenH5375H8802
duizendH505
achthonderdH8083H3967
toegerustH2502H8803
heireH6635

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

25 Van de kinderen van Simeon, kloeke helden ten heire, zeven duizend en honderd;

DutSVVA word tags

kinderenH1121
SimeonH8095
kloekeH2428
heldenH1368
heireH6635
zevenH7651
duizendH505
honderdH3967

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

26 Van de kinderen van Levi, vier duizend en zeshonderd;

DutSVVA word tags

kinderenH1121
LeviH3878
vierH702
duizendH505
zeshonderdH8337H3967

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

27 En Jehojada was overste der Aäronieten; en met hem waren er drie duizend en zevenhonderd.1

DutSVVA word tags

JehojadaH3077
oversteH5057
AäronietenH175
drieH7969
duizendH505
zevenhonderdH7651H3967

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. was overste Versta dit alzo, dat hij de overste der priesters was, onder den hogepriester Abjathar. Zie 1Sa 23:9 , of overste der priesters, die hier gezegd worden tot David gekomen te zijn.

28 En Zadok was een jongeling, een kloek held; en uit zijns vaders huis waren twee en twintig oversten;1

DutSVVA word tags

ZadokH6659
jongelingH5288
kloekH2428
heldH1368
vadersH1
huisH1004
tweeH8147
twintigH6242
overstenH8269

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. huis waren Dat is, geslacht.

29 En van de kinderen van Benjamin, de broederen van Saul, drie duizend; want tot nog toe waren er velen van hen, die het met het huis van Saul hielden;123

DutSVVA word tags

kinderenH1121
BenjaminH1144
broederenH251
SaulH7586
drieH7969
duizendH505
velenH4768
huisH1004
SaulH7586

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. de broederen van Saul, Dat is, bloedverwanten.
  2. want tot nog toe Dat is de reden, waarom dat er maar drie duizend Benjaminieten tot David gekomen waren.
  3. die het met het huis Hebreeuws, die de wacht des huizes Sauls wachtten. De Benjaminieten hielden lang de zijde van Saul, omdat hij uit hun stam gesproten was. Zie 2Sa 2 .

30 En van de kinderen van Efraïm, twintig duizend en achthonderd, kloeke helden, mannen van naam in het huis hunner vaderen;1

DutSVVA word tags

kinderenH1121
EfraïmH669
twintigH6242
duizendH505
achthonderdH8083H3967
kloekeH2428
heldenH1368
mannenH582
naamH8034
huisH1004
vaderenH1

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. mannen van naam Zie de aantekening Gen 6:4 .

31 En van den halven stam van Manasse achttien duizend, die met namen uitgedrukt zijn, dat zij kwamen, om David koning te maken;1

DutSVVA word tags

halvenH2677
stamH4294
ManasseH4519
achttienH8083H6240
duizendH505
namenH8034
kwamenH935H8800
DavidH1732

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. van den halven stam Te weten, die op deze zijde der Jordaan in het land Kanaän woonden, want de andere helft, die op gene zijde der Jordaan woonde, is met de Rubenieten en Gadieten tot David gekomen, vs.37.

32 En van de kinderen van Issaschar, die ervaren waren in het verstand van de tijden, om te weten wat Israël doen moest; hun hoofden waren tweehonderd, en alle hun broeders pasten op hun woord;12

DutSVVA word tags

kinderenH1121
IssascharH3485
verstandH998
tijdenH6256
IsraëlH3478
hoofdenH7218
tweehonderdH3967
alleH3605
broedersH251
woordH6310

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. ervaren waren Dat is, verstandige en ervaren mannen, die goeden raad konden geven, op welken tijd men allerbest wat zou mogen of kunnen doen of laten, hetzij in den krijg en politie, gelijk Est 1:13 , of ook in de landbouwerij.
  2. woord; Hebreeuws, mond.

33 Uit Zebulon, uitgaande in het heir, toegerust ten strijde met alle krijgswapenen, vijftig duizend; en om een slagorde te houden met een onwankelbaar hart;12

DutSVVA word tags

ZebulonH2074
uitgaandeH3318H8802
heirH6635
toegerustH6186H8802
strijdeH4421
alleH3605
krijgswapenenH3627H4421
vijftigH2572
duizendH505
onwankelbaarH3820
hartH3820

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. een slagorde Versta hierbij, zij waren vaardig, of ervaren; of kwamen, gelijk vs.38.
  2. onwankelbaar hart; Hebreeuws, met niet hart en hart; dat is, niet meer met een gedeeld of dubbel hart, maar oprecht en bestendig.

34 En uit Nafthali, duizend oversten, en bij hen met rondas en spies, zeven en dertig duizend.

DutSVVA word tags

NafthaliH5321
duizendH505
overstenH8269
rondasH6793
spiesH2595
zevenH7651
dertigH7970
duizendH505

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

35 En uit de Danieten, ten strijde toegerust, acht en twintig duizend en zeshonderd;

DutSVVA word tags

DanietenH1839
strijdeH4421
toegerustH6186H8802
achtH8083
twintigH6242
duizendH505
zeshonderdH8337H3967

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

36 En uit Aser, uitgaande in het heir, om krijgsorde te houden, waren veertig duizend;

DutSVVA word tags

AserH836
uitgaandeH3318H8802
heirH6635
krijgsordeH4421
veertigH705
duizendH505

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

37 En van gene zijde van de Jordaan, van de Rubenieten, en Gadieten, en den halven stam van Manasse, met allerlei krijgsgereedschap ten oorlog, honderd en twintigduizend.

DutSVVA word tags

zijdeH5676
JordaanH3383
RubenietenH7206
GadietenH1425
halvenH2677
stamH7626
ManasseH4519
allerleiH3605
krijgsgereedschapH3627H6635
oorlogH4421
honderdH3967
twintigduizendH6242H505

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

38 Al deze krijgslieden, die zich in slagorde konden houden, kwamen met een volkomen hart te Hebron, om David koning te maken over gans Israël. En ook was al het overige van Israël een hart, om David tot koning te maken.1

DutSVVA word tags

dezeH428
krijgsliedenH582H4421
slagordeH4634
kwamenH935H8804
volkomenH8003
hartH3820
HebronH2275
DavidH1732
overH5921
gansH3605
IsraëlH3478
overigeH7611
IsraëlH3478
eenH259
hartH3824
DavidH1732

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. kwamen met een volkomen hart Dat is, nadat zij tevoren zich wel bedacht hadden, kwamen zij met een oprecht eenvoudig hart.

39 En zij waren daar bij David drie dagen lang, etende en drinkende; want hun broeders hadden voor hen wat toebereid.1234

DutSVVA word tags

daarH8033
DavidH1732
drieH7969
dagenH3117
etendeH398H8802
drinkendeH8354H8802
wantH3588
broedersH251
toebereidH3559H8689

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. daar bij David Te weten, te Hebron.
  2. etende en drinkende; Dat is, goede sier makende.
  3. want Hij wil zeggen dat de Hebronieten zich voorzien hadden met spijs en drank, om hun broeders te trakteren.
  4. hun broeders Te weten, de Israëlieten, die te Hebron woonden.

40 En ook de naasten aan hen, tot aan Issaschar, en Zebulon, en Nafthali, brachten brood op ezelen, en op kemelen, en op muildieren, en op runderen, meelspijs, stukken vijgen, en stukken rozijnen, en wijn, en olie, en runderen, en klein vee in menigte; want er was blijdschap in Israël.12

DutSVVA word tags

naastenH7138
aanH413
IssascharH3485
ZebulonH2074
NafthaliH5321
brachtenH935H8688
broodH3899
ezelenH2543
kemelenH1581
muildierenH6505
runderenH1241
meelspijsH3978H7058
stukkenH1690
rozijnenH6778
wijnH3196
olieH8081
runderenH1241
menigteH7230
wantH3588
blijdschapH8057
IsraëlH3478

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. naasten aan hen, Dat is, die daarbij of daaromtrent, rondom heen woonden.
  2. klein vee Dat is, schapen en geiten.