reltext

Chapter 5

1 [04:17] Bewaar uw voet, als gij tot het huis Gods ingaat, en zijt liever nabij om te horen, dan om der zotten slachtoffer te geven; want zij weten niet, dat zij kwaad doen.123456

DutSVVA word tags

voetH7272
huisH1004
GodsH430
nabijH7138
zottenH3684
slachtofferH2077
kwaadH7451

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Bewaar Dit vs.17, voegen enigen aan het vijfde hfdstuk, als sprekende van enerlei stof gelijk in hetzelve verhandeld wordt.
  2. uw De zin is: Heb er acht op waar gij gaat, als gij naar den tempel gaat, gij gaat niet naar een gemene plaats, maar naar een plaats, die heilig is en aan heilige dingen toegeeigend; zodat men daar moet verschijnen in ootmoedigheid en met eerbieding, als voor Gods aanschijn.
  3. voet, als gij Of, voeten; want het Hebreeuwse woord wordt tweerlei gelezen.
  4. om te horen, Te weten Gods heilig Woord, om daardoor in zijn heilige kennis onderwezen te worden.
  5. dan om der zotten Dat is, dan om te geven wat de zotten geven, te weten een uiterlijk slachtoffer, zonder geloof of boetvaardigheid. De vrome en ware godsdienstigen gaven offeranden, zulks deden ook de dwazen, dat is huichelaars en geveinsde heiligen; de godzaligen deden zulks niet, als menende God den Heere met dat uiterlijke werk te verzoenen en voor hun zonden daarmee te betalen; maar dat meenden de dwazen. Zie 1Sa 15:22 ; Psa 50:8 ; Pro 15:8 , en Pro 21:27 .
  6. want zij weten niet, Te weten als zij met zulk een hart en gemoed offeranden doen. Anders: gewisselijk zij weten niets [dan] kwaad te doen. Anders: zij weten niet wat kwaad zij doen.

2 [05:1] Wees niet te snel met uw mond, en uw hart haaste niet een woord voort te brengen voor Gods aangezicht; want God is in den hemel, en gij zijt op de aarde; daarom laat uw woorden weinig zijn.1234

DutSVVA word tags

mondH6310
hartH3820
woordH1697
brengenH3318H8687
GodsH430
aangezichtH6440
GodH430
hemelH8064
aardeH776
woordenH1697
weinigH4592

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. niet te snel De zin is: Als gij in het huis des Heeren komt om God te bidden, zo haast u zozeer niet, dat gij Hem zoudt aanbidden zonder aandacht. Anders: wees niet te snel, enz. te weten om den Heere onbedacht enige belofte te doen.
  2. een woord Of enig ding.
  3. gij zijt op de aarde Derhalve, wil hij zeggen, moeten wij met die grote hoogverheven God niet spreken alsof men met zijns gelijke te doen had; maar men moet voor zijne hoge majesteit verschijnen in alle nederigheid en ootmoedigheid, gedachtig zijnde dat wij aardwormen zijn.
  4. laat uw woorden Te weten die gij in het bidden gebruikt. De regel van recht en wel te bidden met weinige woorden, heeft ons de Heere Christus voorgeschreven; Mat 6:7 .

3 [05:2] Want gelijk de droom komt door veel bezigheid, alzo de stem des zots door de veelheid der woorden.1

DutSVVA word tags

droomH2472
veelH7230
bezigheidH6045
stemH6963
zotsH3684
veelheidH7230
woordenH1697

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. gelijk Dat is, gelijk het vele dromen spruit uit de veelheid der dingen, waarmede men des daags bekommerd en bezig is, alzo spruit het gesnater der zotten uit de lust en de gewoonte van veel te spreken.

4 [05:3] Wanneer gij een gelofte aan God zult beloofd hebben, stel niet uit dezelve te betalen; want Hij heeft geen lust aan zotten; wat gij zult beloofd hebben, betaal het.1

DutSVVA word tags

gelofteH5088
GodH430
betalenH7999H8763
lustH2656
zottenH3684

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. aan zotten; Dat is, aan de geveinsde of lichtvaardige mensen, die in nood zijnde, grote beloften doen; maar als zij daaruit verlost zijn, hunne beloften lichtelijk vergeten.

5 [05:4] Het is beter, dat gij niet belooft, dan dat gij belooft en niet betaalt.

DutSVVA word tags

beterH2896
belooftH5087H8799
belooftH5087H8799
betaaltH7999H8762

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

6 [05:5] Laat uw mond niet toe, dat hij uw vlees zou doen zondigen; en zeg niet voor het aangezicht des engels, dat het een dwaling was; waarom zou God grotelijks toornen, om uwer stemme wille, en verderven het werk uwer handen?12345678

DutSVVA word tags

LaatH5414
mondH6310
vleesH1320
zondigenH2398H8687
aangezichtH6440
engelsH4397
dwalingH7684
GodH430
toornenH7107H8799
stemmeH6963
verdervenH2254H8765
werkH4639
handenH3027

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. uw vlees Dat is u, of uw lichaam, uw verdorven vlees.
  2. zou doen zondigen; Mits weigerende uw belofte te betalen.
  3. en zeg niet Te weten als hij u komt afeisen hetgeen gij beloofd hebt.
  4. des engels, Sommigen verstaan hier door den engel onze Heere Christus, die genoemd wordt de engels des verbonds; Mal 3:1 . Zie Exo 23:20 . Anderen den priester, of leraar, die een engel of zendbode Gods is; Mal 2:7 ; 1Co 11:10 ; Rev 2:1 , enz.
  5. een dwaling was; Of misverstand, fout, onwetendheid, dat is, een fout der onwetendheid. Alsof hij wilde zeggen: Ik heb het alzo niet gemeend, of. ik heb het onvoordachtzaam beloofd en daarom begeer is van die belofte ontslagen te wezen.
  6. waarom zou God De zin is: Waarom wilt gij het zo maken, dat God zich heftig tegen u vergramme om zulker reden en daden wil? Gij zult voorwaar kwalijk varen, indien gij hierin niet bijtijds voor u ziet; Exo 23:21 .
  7. om uwer stemme Dat is, over uw zeggen, vanwege zulke lichtvaardige beloften en onnutte uitvluchten.
  8. verderven Dat is, dat God zou kwalijk gelukken laten al wat gij ter hand neemt.

7 [05:6] Want gelijk in de veelheid der dromen ijdelheden zijn, alzo in veel woorden; maar vrees gij God!123

DutSVVA word tags

veelheidH7230
dromenH2472
ijdelhedenH1892
woordenH1697
GodH430

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. gelijk De zin is: De dromen hebben dikwijls niets te beduiden en daar volgt niets na. Zo is het dan ijdelheid. Anders: want gelijk wanneer de dromen vermenigvuldigen, ook de ijdelheden vermenigvuldigen. alzo is het ook met vele woorden.
  2. in veel woorden; Of, in veel zaken, in veel dingen.
  3. maar vrees gij God Alsog hij zeide: Het is met veel zeggen niet te doen; maar met de daad en met een ware godvrezendheid, wanneer men voor het aangezicht des Heeren verschijnt. Anders: daarom vrees God, dat is, dewijl Hij de macht heeft u te straffen, zo vrees zijnen toorn.

8 [05:7] Indiën gij de onderdrukking des armen, en de beroving des gerichts en der gerechtigheid ziet in een landschap, verwonder u niet over zulk een voornemen; want die hoger is dan de hoge, neemt er acht op; en daar zijn hogen boven henlieden.1234567

DutSVVA word tags

onderdrukkingH6233
berovingH1499
gerichtsH4941
gerechtigheidH6664
landschapH4082
voornemenH2656
hogerH1364
hogeH1364
hogenH1364
henliedenH5921

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Indien gij Hij wil zeggen: Is er iemand, die meent dat het tevergeefs is God te vrezen en oprecht te dienen, overmits de goddelozen doen schier wat zij willen, zonder daarover gestraft te worden. Daarop is dit te antwoorden, dat er een God in de hemel is, die op de ongerechtigheden wel nauw let om die te straffen aan de goddelozen hoe hoog zij ook hier in deze wereld verheven zijn.
  2. verwonder u Te weten, niet al te zeer, alzo dat gij de moed zou laten vallen, of aan de voorzienige regering Gods zou twijfelen, alsof Hij alles in de wereld liet lopen, zo het loopt, zonder zijne besturing en regering.
  3. voornemen; Anders: bedrijf, opzet, ding, handel. Dat is, over zodanige manier van doen. Men kan het dulden op de boze wil en bedrijf der goddeloze mensen, of op Gods wijze en rechtvaardige regering.
  4. hoger is dan de hoge, Dat is, God, die de Allerhoogste is veel hoger en machtiger dan de allerhoogsten en machtigsten dezer wereld; al zijn zij keizers, koningen, prinsen, of vorsten, of wat zij wezen mogen. Anders: want de hoogste neemt er acht op van de hoogte.
  5. neemt er acht op; Te weten op de verdrukkers der armen, enz. en Hij neemt er alzo acht opdat Hij hen te zijner tijd straffen zal.
  6. hogen Te weten de heilige engelen, die onder niemand dan alleen onder Gods gebied staan; die nemen ook acht op het doen der goddeloze rechters.
  7. boven henlieden Te weten boven die, die het recht en de gerechtigheid schenden en de armen onderdrukken. Zie Dan 10:20 , en Dan 11:1 .

9 [05:8] Het voordeel des aardrijks is voor allen: de koning zelfs wordt van het veld gediend.123

DutSVVA word tags

voordeelH3504
aardrijksH776
koningH4428
veldH7704
gediendH5647H8738

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Het voordeel des aardrijks Dat is een lof der landbouwerij boven alle handelingen en neringen, tot welke zich de mensen in dit leven begeven.
  2. voor allen Of, is in alle, dat is, het heeft overal plaats en zijn nut.
  3. wordt van het veld gediend De zin is: Een koning zelfs is aan de noodzakelijkheid van de landbouw onderworpen, zonder welke hij zichzelven, en zijn hof, en zijn heir, en zijne onderzaten niet kan onderhouden. Zie hiervan voorbeelden in Farao, Gen 41 .gen. 47; en in Saul, 2Sa 9:9-10 Anders: wordt een knecht des velds; dat is, koningen, prinsen, of de groten dezer wereld begeven zich somtijds tot de landbouwerij.

10 [05:9] Die het geld liefheeft, wordt van het geld niet zat; en wie den overvloed liefheeft, wordt van het inkomen niet zat. Dit is ook ijdelheid.1

DutSVVA word tags

geldH3701
liefheeftH157H8802
geldH3701
overvloedH1995
liefheeftH157H8802
inkomenH8393
ijdelheidH1892

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. wie den overvloed liefheeft Dit vers spreekt van de onverzadelijkheid der gierigen, naar het algemene spreekwoord: Veel goeds stopt geen gierigheid. Anders: die den overvloed liefheeft zal geen inkomen hebben; dat is, die overdadig is in kostelijke klederen en huisraad. Die een grote menigte van knechts en maagden houdt, en aan andere onnodige dingen zijn geld verspilt, dien kunnen zijne renten en inkomsten niet voeden. Verg. dit met Psa 37:16 .

11 [05:10] Waar het goed vermenigvuldigt, daar vermenigvuldigen ook die het eten; wat nuttigheid hebben dan de bezitters daarvan, dan het gezicht hunner ogen?12345

DutSVVA word tags

goedH2896
vermenigvuldigtH7235H8800
vermenigvuldigenH7231H8804
nuttigheidH3788
bezittersH1167
danH518
ogenH5869

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. waar het goed vermenigvuldigt Dat is, hoe meer goederen iemand bezit, hoe meer hij mensendienst en hulp behoeft, om welke te onderhouden hij grote kosten doen moet. Zo strekt dan het goed ook niet tot gerustheid of gelukzaligheid desgenen, die het in grote overvloed bezit.
  2. wat nuttigheid Anders: wat genot, welvaren, voordeel.
  3. hebben dan de Welverstaande van hetgeen zij meer hebben dan hun eigen nooddruft; daarvan hebben zij geen nuttigheid, dan het gezicht hunner ogen; dat is, niet meer dan men van een geschilderd tafereel heeft. Anderen nemen het in dezen zin: De rijken moeten dagelijks voor hun ogen zien dat hun rijkdom van anderen verteerd en opgegeten wordt.
  4. bezitters daarvan Hebr. heren, meesters, of eigenaars; te weten des goeds.
  5. dan het gezicht hunner ogen Dat is, dan dat zij het met hunne ogen aanzien.

12 [05:11] De slaap des arbeiders is zoet, hij hebbe weinig of veel gegeten; maar de zatheid des rijken laat hem niet slapen.12

DutSVVA word tags

slaapH8142
arbeidersH5647H8802
zoetH4966
weinigH4592
gegetenH398H8799
zatheidH7647
rijkenH6223

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. De slaap des arbeiders Of, wie arbeidt, die is de slaap zoet. Anders: wie akkerwerk doet, die is de slaap zoet; want het Hebreeuwse woord wordt eigenlijk gebruikt van akkerwerk of landbouwerij, gelijk Gen 2:5 , en 2Sa 9:10 .
  2. de zatheid des rijken Te weten, niet alleen ten aanzien dat de rijke niet vermoeid is van arbeiden, maar met goede sier maken de maag overlaadt; ook zijn de rijken en machtigen dezer wereld meer gevaren onderworpen dan de armen. Bij de rijke gierigaards is ook een onverzadelijke begeerte om het geld en de schatten te vermeerderen en vrees van dezelve te verliezen, hetwelk hun dikwijls de slaap breekt en verhindert.

13 [05:12] Er is een kwaad, dat krankheid aanbrengt, hetwelk ik zag onder de zon: rijkdom van zijn bezitters bewaard tot hun eigen kwaad.1234

DutSVVA word tags

kwaadH7451
aanbrengtH2470H8802
rijkdomH6239
bezittersH1167
bewaardH8104H8803
kwaadH7451

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. kwaad, Hebr. een krank kwaad. Zie onder vs.16.
  2. rijkdom van De rijkdom wordt met zorg bewaard, dikwijls tot des eigenaars of bezitters eigen ongeluk; want meermalen vervallen de rijken in grote zwarigheid vanwege hun rijkdom; of de rijkdom vergaat door een boos bedrijf, hetzij door een wellustig of overdadig leven, of anderszins; dat strekt dan tot kwelling en onrust huns gemoeds. Zie Ecc 6:2 .
  3. zijn bezitters bewaard tot Gelijk boven vs.10.
  4. hun eigen kwaad Dat is, tot schade dergenen, die het hebben. Hebr. tot zijn kwaad; dat is, tot kwaad van elkeen dergenen, die het hebben of bezitten.

14 [05:13] Of de rijkdom zelf vergaat door een moeilijke bezigheid; en hij gewint een zoon, en er is niet met al in zijn hand.123

DutSVVA word tags

rijkdomH6239
vergaatH6H8804
moeilijkeH7451
bezigheidH6045
zoonH1121
nietH3972
handH3027

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. door een moeilijke bezigheid Zie boven Ecc 1:13 .
  2. hij gewint een zoon Te weten, de rijke, wiens goederen teniet gekomen zijn.
  3. er is niet met al in zijn hand Te weten, dat hij zijnen zoon geeft, of dat hij zal hebben aan te tasten; te weten na zijn vaders dood.

15 [05:14] Gelijk als hij voortgekomen is uit zijner moeders buik, alzo zal hij naakt wederkeren, gaande gelijk hij gekomen was; en hij zal niet medenemen van zijn arbeid, dat hij met zijn hand zou wegdragen.12

DutSVVA word tags

moedersH517
buikH990
naaktH6174
wederkerenH7725H8799
nietH3972
medenemenH5375H8799
arbeidH5999
handH3027
wegdragenH3212H8686

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. hij voortgekomen is Te weten de rijke of des rijken zoon, nu verarmd zijnde; doch deze spreuk is ook waar in het algemeen van alle mensen, hoe rijk zij zijn, want hoe rijk de mensen zijn als zij sterven, zo nemen zij niets mede. Zie Job 1:21 , en 1Ti 6:7 .
  2. van zijn arbeid, Dat is, van de goederen, die hij met zijn arbeid gewonnen en samengebracht heeft. Gelijk vs.17,18.

16 [05:15] Daarom is dit ook een kwaad, dat krankheid aanbrengt; dat hij in alle manier, gelijk hij gekomen is, alzo heen gaat; en wat voordeel is het hem, dat hij in den wind gearbeid heeft?123

DutSVVA word tags

kwaadH7451
aanbrengtH2470H8802
manierH5980
voordeelH3504
windH7307

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. gekomen is, Te weten naakt.
  2. heengaat; Te weten uit deze wereld.
  3. in den wind gearbeid Of, voor den wind; dat is, tevergeefs; of om een nietige vergankelijke zaak, zijnde van al zijn arbeid niets meer verbeterd, dan alsof het de wind wegdreef en verdwaalde; zie Job 6:26 .

17 [05:16] Dat hij ook al zijn dagen in duisternis gegeten heeft; en dat hij veel verdriets gehad heeft, ook zijn krankheid, en onstuimigen toorn?123

DutSVVA word tags

dagenH3117
duisternisH2822
krankheidH2483
toornH7110

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. in duisternis Dat is, in verdriet en ellende, vermijdende der mensen gezelschap.
  2. zijn krankheid, Dit is niet zozeer van een lichamelijke krankheid te verstaan, als van een inwendige ongesteldheid, of ziekte des gemoeds, hartzeer en onwil.
  3. onstuimigen toorn Hebr, eigenlijk: schuimigen toorn.

18 [05:17] Ziet, wat ik gezien heb, een goede zaak, die schoon is: te eten en te drinken, en te genieten het goede van al zijn arbeid, dien hij bearbeid heeft onder de zon, gedurende het getal der dagen zijns levens, hetwelk God hem geeft; want dat is zijn deel.123

DutSVVA word tags

goedeH2896
schoonH3303
drinkenH8354H8800
genietenH7200H8800
goedeH2896
arbeidH5999
getalH4557
dagenH3117
levensH2416
GodH430
deelH2506

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. te eten en te drinken Te weten met vrolijkheid, zich niet te zeer bekommerende met hetgeen hierna geschieden zal; alzo nochtans, dat men nimmermeer vergete God voor ogen te hebben in het genieten zijner goede gaven; want zien betekent hier genieten. Zie de aantekening bij Job 7:7 .
  2. genieten het goede Hebr. zien.
  3. want dat is zijn deel Te weten hetwelk hem in dit leven van zijn tijdelijke goederen is toegelegd, meer heeft hij er niet van te verwachten. Doch de kinderen Gods hebben verre een ander deel dan dit is, want God zels is hun deel, Psa 16:5 , en Psa 73:26 , en Lam 3:24 . Ja zij zijn met Christus medeërfgenamen van een onvergankelijk erfdeel, Rom 8:17 ; 1Pe 1:4 .

19 [05:18] Ook een iegelijk mens, aan denwelken God rijkdom en goederen gegeven heeft, en Hij geeft hem de macht, om daarvan te eten, en om zijn deel te nemen, en om zich te verheugen van zijn arbeid, datzelve is een gave van God.1

DutSVVA word tags

mensH120
GodH430
rijkdomH6239
goederenH5233
deelH2506
verheugenH8055H8800
arbeidH5999
datzelveH2090
gaveH4991
GodH430

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. geeft hem de macht, Dat is, hij beweegt zijn hart daartoe, dat hij van hetgeen hem God gegeven heeft zijn portie of deel neme en blijdelijk geniete.

20 [05:19] Want hij zal niet veel gedenken aan de dagen zijns levens, dewijl hem God verhoort in de blijdschap zijns harten.123

DutSVVA word tags

gedenkenH2142H8799
dagenH3117
levensH2416
GodH430
verhoortH6031H8688
blijdschapH8057
hartenH3820

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. hij zal niet veel gedenken Dat is hij zal zichzelven niet kwellen met veel peinzen op het verdriet, hetwelk hij in zijn leven gehad heeft, noch met de zorg, van het lijden, dat hem nog kan overkomen.
  2. dewijl hem God Dat is, dewijl God hem de vreugde doet genieten, om welke hij in zijn hart gewenst heeft.
  3. blijdschap zijns harten Daar is drieerlei blijdschap des harten; vooreerst een natuurlijke, rijzende uit het gevoel van den tijdelijken welstand; ten tweede een burgerlijke, herkomende uit de oefening van enige voortreffelijke burgerlijke deugden, gelijk in de heidenen, die zich in rechtmatige kloekmoedigheid, enz. voortreffelijk hebben gekweten; ten derde is er ook een geestelijke blijdschap des harten rijzende uit het gevoel van onzen vrede met God. Die is de treffelijkste; Rom 5:1 .