reltext

Chapter 2

1 Ik stond op mijn wacht, en ik stelde mij op de sterkte, en ik hield wacht om te zien, wat Hij in mij spreken zou, en wat ik antwoorden zou op mijn bestraffing.12345

Original Hebrew

עַל\־על\עַל\־על\'al-atH5921A\H9014HR
מִשְׁמַרְתִּ֣/ימשמרת֣/ימִשְׁמַרְתִּ/ימשמרת/יmish.mar.T/ipost/ myH4931H9020HNcfsc+Sp1bs
אֶעֱמֹ֔דָהאעמ֔דהאֶעֱמֹדָהאעמדה'e.'e.Mo.dahI will standH5975GHVqc1cs
וְ/אֶֽתְיַצְּבָ֖הו/אתיצב֖הוְ/אֶֽתְיַצְּבָהו/אתיצבהve./'et.ya.tze.Vahand/ I will take my standH9002H3320HC+Vtc1cs
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
מָצ֑וֹרמצ֑ורמָצוֹרמצורma.Tzor[the] fortificationH4692HNcmsa
וַ/אֲצַפֶּ֗הו/אצפ֗הוַ/אֲצַפֶּהו/אצפהva./'a.tza.Pehso/ I may watchH9002H6822HC+Vpu1cs
לִ/רְאוֹת֙ל/ראות֙לִ/רְאוֹתל/ראותli/r.'Otto/ seeH9005H7200GHR+Vqcc
מַה\־מה\מַה\־מה\mah-what?H4100\H9014HPi
יְדַבֶּר\־ידבר\יְדַבֶּר\־ידבר\ye.da.ber-will he speakH1696G\H9014HVpi3ms
בִּ֔/יב֔/יבִּ/יב/יB/iby/ meH9003H9030HR+Sp1bs
וּ/מָ֥הו/מ֥הוּ/מָהו/מהu./Mahand/ what?H9002H4100HC+Pi
אָשִׁ֖יבאש֖יבאָשִׁיבאשיב'a.Shivwill I bring backH7725MHVhi1cs
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
תּוֹכַחְתִּֽ/י\׃תוכחת/י\תּוֹכַחְתִּֽ/י\׃תוכחת/י\to.khach.T/icomplaint/ myH8433BH9020\H9016HNcfsc+Sp1bs
  1. stond op mijne Dat is bij gelijkenis, als van een soldaat of wachter, die op zijn post staat, gesproken, en is dit de zin: Ik heb met verlangen gewacht om te vernemen wat het God den Heere believen zou mij te openbaren en te antwoorden op mijn voorgaande klacht,zie Hab 1 .
  2. Hij Te weten de Heere.
  3. in mij Of, door mij, gelijk 2Sa 23:2 . Dat is, wat mij de Heere openbaren zou.
  4. spreken zou, Dat is, wat Hij mij door een inwendige openbaring zou te kennen geven en bevelen; verg Hos 1:2 .
  5. wat ik Te weten wat ik het volk Gods antwoorden zou op de klacht, die ik in zijn naam gedaan heb, Hab 1:2 , enz., waar de profeet als in twist komt met den Heere, klagende over zijn regering, overmits het den vromen zo kwalijk gaande was, en den goddelozen zo wel.

2 Toen antwoordde mij de Heere, en zeide: Schrijf het gezicht, en stel het duidelijk op tafelen, opdat daarin leze die voorbijloopt.12

Original Hebrew

וַ/יַּעֲנֵ֤/נִיו/יענ֤/ניוַ/יַּעֲנֵ/נִיו/יענ/ניva/i.ya.'a.Ne./niand/ he answered/ meH9001H6030BH9030Hc+Vqw3ms+Sp1bs
יְהוָה֙יהוה֙יְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
וַ/יֹּ֔אמֶרו/י֔אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
כְּת֣וֹבכת֣ובכְּתוֹבכתובke.Tovwrite downH3789HVqv2ms
חָז֔וֹןחז֔וןחָזוֹןחזוןcha.Zon[the] visionH2377HNcmsa
וּ/בָאֵ֖רו/בא֖רוּ/בָאֵרו/בארu./va.'Erand/ make [it] clearH9002H0874HC+Vpv2ms
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
הַ/לֻּח֑וֹתה/לח֑ותהַ/לֻּחוֹתה/לחותha./lu.Chotthe/ tabletsH9009H3871HTd+Ncfpa
לְמַ֥עַןלמ֥עןלְמַעַןלמעןle.Ma.'anso thatH4616HTc
יָר֖וּץיר֖וץיָרוּץירוץya.Rutzhe may runH7323GHVqj3ms
ק֥וֹרֵאק֥וראקוֹרֵאקוראKo.re'[one who] readsH7121JHVqrmsa
בֽ/וֹ\׃ב/ו\בֽ/וֹ\׃ב/ו\v/o<in>/ itH9003H9033\H9016HR+Sp3ms
  1. het gezicht Dat is, de profetie van den ondergang der Babyloniërs, waarvan in de volgende verzen gesproken wordt.
  2. opdat daarin Hebr. opdat hij lope die daarin leest; di, schrijf het met zo grote letters, dat hij die maar voorbijloopt, het kan lezen. Verg. Deu 27:8 .

3 Want het gezicht zal nog tot een bestemden tijd zijn, dan zal Hij het op het einde voortbrengen, en niet liegen; zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen, Hij zal niet achterblijven.123456789101112

Original Hebrew

כִּ֣יכ֣יכִּיכיkiforH3588AHTc
ע֤וֹדע֤ודעוֹדעודodstillH5750HAcmsa
חָזוֹן֙חזון֙חָזוֹןחזוןcha.zOn[the] visionH2377HNcmsa
לַ/מּוֹעֵ֔דל/מוע֔דלַ/מּוֹעֵדל/מועדla./mo.'Ed[is] for the/ appointed timeH9005H4150GHRd+Ncmsa
וְ/יָפֵ֥חַו/יפ֥חוְ/יָפֵחַו/יפחve./ya.Fe.achand/ it will pantH9002H6315HC+Vqj3ms
לַ/קֵּ֖ץל/ק֖ץלַ/קֵּץל/קץla./Ketzto the/ endH9005H7093HRd+Ncmsa
וְ/לֹ֣או/ל֣אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
יְכַזֵּ֑ביכז֑ביְכַזֵּביכזבye.kha.Zevit will lieH3576HVpi3ms
אִם\־אם\אִם\־אם\'im-ifH0518A\H9014HTc
יִתְמַהְמָהּ֙יתמהמה֙יִתְמַהְמָהּיתמהמהyit.mah.Mahit will delayH4102HVti3ms
חַכֵּה\־חכה\חַכֵּה\־חכה\cha.keh-waitH2442\H9014HVpv2ms
ל֔/וֹל֔/ול/וֹל/וl/ofor/ itH9005H9033HR+Sp3ms
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
בֹ֥אב֥אבֹאבאvo'surely <come>H0935MHVqcc
יָבֹ֖איב֖איָבֹאיבאya.Vo'it will comeH0935MHVqi3ms
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
יְאַחֵֽר\׃יאחר\יְאַחֵֽר\׃יאחר\ye.'a.Cherit will delayH0309\H9016HVpi3ms
  1. het gezicht Dat is, hetgeen door deze profetie te kennen wordt gegeven zal nog een tijdlang uitblijven.
  2. Hij Te weten de Heere.
  3. het Te weten het gezicht.
  4. op het einde Dat is, ten laatste. Welk einde bij God besloten is.
  5. voortbrengen Hebr. uitblazen; dat is, zijne oordelen uitgieten tot straf der goddelozen. Verg. Eze 21:31 , en zijn beloften volbrengen tot troost en verlossing der vromen.
  6. niet liegen; Hij zal metterdaad bewijzen en doen blijken dat hij niet gelogen heeft.
  7. Hij vertoeft, Indien de Heere deze profetie niet straks uitvoert, noch zo haast als gij wel wilt. Anders: zo het vertoeft, te weten dit gezicht, of die volvoering van hetzelve; zie Heb 10:37 .
  8. Hem, Te weten den Heere. Of het, te weten het gezicht
  9. Hij zal Te weten om de vijanden en vervolgers van zijn volk te straffen en zijn volk te redden.
  10. gewisselijk Hebr. komende komen; Heb 10:37 .
  11. Hij zal niet Te weten de Heere; of [ zij ] te weten de profetie.
  12. achterblijven Of, vertragen, uitblijven, te weten boven den dag van God bestemd.

4 Ziet, zijn ziel verheft zich, zij is niet recht in hem; maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven.1234567

Original Hebrew

הִנֵּ֣ההנ֣ההִנֵּההנהhi.Nehthere!H2009HTj
עֻפְּלָ֔העפל֔העֻפְּלָהעפלה'u.pe.Lahit is swollenH6075AHVPp3fs
לֹא\־לא\לֹא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
יָשְׁרָ֥הישר֥היָשְׁרָהישרהya.she.Rahit is uprightH3474HVqp3fs
נַפְשׁ֖/וֹנפש֖/ונַפְשׁ/וֹנפש/וnaf.Sh/oself/ hisH5315GH9023HNcfsc+Sp3ms
בּ֑/וֹב֑/ובּ/וֹב/וb/oin/ himH9003H9033HR+Sp3ms
וְ/צַדִּ֖יקו/צד֖יקוְ/צַדִּיקו/צדיקve./tza.Dikand/ [the] righteousH9002H6662HC+Aamsa
בֶּ/אֱמוּנָת֥/וֹב/אמונת֥/ובֶּ/אֱמוּנָת/וֹב/אמונת/וbe./'e.mu.na.T/oby/ faithfulness/ hisH9003H0530H9023HR+Ncfsc+Sp3ms
יִחְיֶֽה\׃יחיה\יִחְיֶֽה\׃יחיה\yich.Yehhe will liveH2421\H9016HVqi3ms
  1. zijne Te weten de ziel van den Chaldeër, en onder zijn naam elke ongelovige. Anders: [wiens ziel] zich onttrekt, Zijne [te weten Gods] ziel is niet recht met [of tegen] hem, [te weten den afwijkende] verg. Heb 10:38 , alwaar de apostel den zin dezer woorden verklaart.
  2. ziel Dat is, hart, gemoed.
  3. verheft zich, Anders: bobbelt op Al schijnt de goddeloze wat groots te zijn, zo is hij maar als een bobbel, die wel wat schijnt te wezen, maar inderdaad is hij niets, hij verdwijnt haast.
  4. niet recht Maar snood en verkeerd: Alzo staat er: Het aangezicht in het gericht te kennen is niet goed; Pro 24:23 ; dat is, het is zeer kwaad.
  5. de rechtvaardige Dat is, die voor God rechtvaardig is door Jezus Christus
  6. door Of, uit zijn geloof, namelijk zover hij door het geloof zich toepast de beloften Gods, aangaande de gerechtigheid van Christus, Joh 3:36 , Rom 1:17 ; Gal 3:11 ; Heb 10:38 .
  7. leven Dat is, hij zal, verzoend zijnde met God, troost en blijdschap door den Heiligen Geest gevoelen hier in dit tijdelijke leven, en hij zal hiernamaals het eeuwige leven erven.

5 En ook dewijl hij trouwelooslijk handelt bij den wijn, een trots man is, en in zijn woning niet blijft; die zijn ziel wijd opendoet als het graf, en gelijk de dood is, die niet zat wordt, en tot zich verzamelt al de heidenen, en vergadert tot zich alle volken.1234567

Original Hebrew

וְ/אַף֙ו/אף֙וְ/אַףו/אףve./'Afand/ alsoH9002H0637HC+Tj
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
הַ/יַּ֣יִןה/י֣יןהַ/יַּיִןה/ייןhai./Ya.yin<the>/ wineH9009H3196HTd+Ncmsa
בּוֹגֵ֔דבוג֔דבּוֹגֵדבוגדbo.Ged[is] treacherousH0898HVqrmsa
גֶּ֥בֶרג֥ברגֶּבֶרגברGe.vera manH1397HNcmsa
יָהִ֖יריה֖יריָהִיריהירya.HirarrogantH3093HAamsa
וְ/לֹ֣או/ל֣אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ [who] notH9002H3808HC+Tn
יִנְוֶ֑הינו֑היִנְוֶהינוהyin.Vehhe stays at homeH5115BHVqi3ms
אֲשֶׁר֩אשר֩אֲשֶׁראשר'a.SherwhoH0834AHTr
הִרְחִ֨יבהרח֨יבהִרְחִיבהרחיבhir.Chivhe has made largeH7337HVhp3ms
כִּ/שְׁא֜וֹלכ/שא֜ולכִּ/שְׁאוֹלכ/שאולki/sh.'ollike/ SheolH9004H7585HR+Ncbsa
נַפְשׁ֗/וֹנפש֗/ונַפְשׁ/וֹנפש/וnaf.Sh/othroat/ hisH5315LH9023HNcfsc+Sp3ms
וְ/ה֤וּאו/ה֤ואוְ/הוּאו/הואve./Hu'and/ heH9002H1931HC+Pp3ms
כַ/מָּ֙וֶת֙כ/מ֙ות֙כַ/מָּוֶתכ/מותkha./Ma.vet[is] like <the>/ deathH9004H4194HRd+Ncmsa
וְ/לֹ֣או/ל֣אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
יִשְׂבָּ֔עישב֔עיִשְׂבָּעישבעyis.Ba'he is satisfiedH7646HVqi3ms
וַ/יֶּאֱסֹ֤ףו/יאס֤ףוַ/יֶּאֱסֹףו/יאסףva/i.ye.'e.Sofand/ he has gatheredH9001H0622Hc+Vqw3ms
אֵלָי/ו֙אלי/ו֙אֵלָי/ואלי/ו'e.La/vto/ himselfH0413H9033HR+Sp3ms
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
הַ/גּוֹיִ֔םה/גוי֔םהַ/גּוֹיִםה/גויםha./go.Yimthe/ nationsH9009H1471AHTd+Ncmpa
וַ/יִּקְבֹּ֥ץו/יקב֥ץוַ/יִּקְבֹּץו/יקבץva/i.yik.Botzand/ he has assembledH9001H6908Hc+Vqw3ms
אֵלָ֖י/ואל֖י/ואֵלָי/ואלי/ו'e.La/vto/ himselfH0413H9033HR+Sp3ms
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
הָ/עַמִּֽים\׃ה/עמים\הָ/עַמִּֽים\׃ה/עמים\ha./'a.Mimthe/ peoplesH9009H5971A\H9016HTd+Ncmpa
  1. hij Te weten de Chaldeër; het Nebukadnezar of Belsazar.
  2. trouwelooslijk Of, [door] den wijn trouwelooslijk wordt Hebr. de wijn is trouweloos; dat is, dronkenschap maakt hen trouweloos.
  3. een trots man Of hovaardig.
  4. niet blijft; Of, niet blijven kan. Hebr. woont niet; dat is, die zich niet laat genoegen aan de koninkrijken en landen, die hij alrede heeft, maar hij zoekt verder te gaan, nimmermeer land genoeg hebbende; zie Dan 4:22 . Anders: daarom zal hij in zijne woonplaats niet blijven; dat is, daarom zal hij zelf uitgestoten worden uit zijne woning, hij zal in rust en vrede niet blijven.
  5. als het graf, Of, als de hel, die nimmermeer verzadigd noch vervuld is; verg. Isa 5:14 .
  6. tot zich Door heerszucht daartoe aangepord zijnde; zie boven Hab 1:9 .
  7. * De profeet wil uit het voorgaande besluiten, dewijl al deze grote ondeugden tezamen in den koning zijn, zo is er niet aan te twijfelen, of God zal hem in het kort zwaarlijk straffen en nederstoten.

6 Zouden dan niet al dezelve van hem een spreekwoord opnemen, en een uitlegging der raadselen van hem? En men zal zeggen: Wee dien, die vermeerdert hetgeen het zijne niet is ( hoe lange!), en dien, die op zich laadt dik slijk.12345678

Original Hebrew

הֲ/לוֹא\־ה/לוא\הֲ/לוֹא\־ה/לוא\ha./lo'-¿/ notH9008H3808\H9014HTi+Tn
אֵ֣לֶּהא֣להאֵלֶּהאלה'E.lehthese [nations]H0428HTm
כֻלָּ֗/םכל֗/םכֻלָּ/םכל/םkhu.La/mall of/ themH3605H9028HNcmsc+Sp3mp
עָלָי/ו֙עלי/ו֙עָלָי/ועלי/ו'a.La/von/ himH5921AH9033HR+Sp3ms
מָשָׁ֣למש֣למָשָׁלמשלma.Shala sayingH4912HNcmsa
יִשָּׂ֔אוּיש֔אויִשָּׂאוּישאוyi.Sa.'uwill they lift upH5375NHVqi3mp
וּ/מְלִיצָ֖הו/מליצ֖הוּ/מְלִיצָהו/מליצהu./me.li.Tzahand/ a mocking songH9002H4426HC+Ncfsa
חִיד֣וֹתחיד֣ותחִידוֹתחידותchi.DotriddlesH2420HNcfpa
ל֑/וֹל֑/ול/וֹל/וl/oto/ himH9005H9033HR+Sp3ms
וְ/יֹאמַ֗רו/יאמ֗רוְ/יֹאמַרו/יאמרve./yo.Marso/ may someone say?H9002H0559HC+Vqu3ms
ה֚וֹיה֚ויהוֹיהויHowoe to!H1945HTj
הַ/מַּרְבֶּ֣הה/מרב֣ההַ/מַּרְבֶּהה/מרבהha./mar.Behthe/ [one who] increasesH9009H7235AHTd+Vhrmsa
לֹּא\־לא\לֹּא\־לא\lo'-[that which] notH3808\H9014HTn
ל֔/וֹל֔/ול/וֹל/וl/o[belongs] to/ himH9005H9033HR+Sp3ms
עַד\־עד\עַד\־עד\'ad-untilH5704\H9014HR
מָתַ֕ימת֕ימָתַימתיma.Taiwhen?H4970HTi
וּ/מַכְבִּ֥ידו/מכב֥ידוּ/מַכְבִּידו/מכבידu./makh.Bidand/ [one who] makes heavyH9002H3513HHC+Vhrmsa
עָלָ֖י/ועל֖י/ועָלָי/ועלי/ו'a.La/von/ himselfH5921AH9033HR+Sp3ms
עַבְטִֽיט\׃עבטיט\עַבְטִֽיט\׃עבטיט\'av.Titpledge[s]H5671\H9016HNcmsa
  1. Zouden Of, zullen niet allen.
  2. alle dezen Te weten al die heidenen en volken die de koning Nebukadnezar overweldigd en onder zijn gebied gebracht heeft, vs.5.
  3. van hem een Dat is, hem belachen en bespotten; te weten als hem God te schande zal gebracht hebben.
  4. een uitlegging Dat is, hetgeen zij eerst bedektelijk en als met verbloemde woorden hem verweten hebben, dat zullen zij daarna met klare en duidelijke woorden doen; verg. Isa 14:9-10 .
  5. men zal Te weten een iegelijk onder de godzaligen, van wien vs.4, gesproken is.
  6. die vermeerdert Dat is, die zich verrijkt met hetgeen het zijne niet is. berovende andere heren en lieden van hunnen landen en goederen.
  7. (hoelang?), Te weten zal het duren, o Heere, dat Gij hem hierover niet straffen zoudt? De zin is: Gij zijt zo rechtvaardig, dat Gij deze goddeloosheid niet lang ongestraft zult kunnen laten. Anders: hoe lang, te weten zal deze zijn onverdragelijke land en geldroverij duren?
  8. dik slijk Alzo noemt de profeet het zilver en goud, mitsgaders alle andere aardse goederen, die deze koning samengeschraapt en vergaderd had.

7 Zullen niet onvoorziens opstaan, die u bijten zullen, en ontwaken, die u zullen bewegen, en zult gij hun niet tot plundering worden?12345

Original Hebrew

הֲ/ל֣וֹאה/ל֣ואהֲ/לוֹאה/לואha./Lo'¿/ notH9008H3808HTi+Tn
פֶ֗תַעפ֗תעפֶתַעפתעFe.ta'suddenlyH6621HNcmsa
יָק֙וּמוּ֙יק֙ומו֙יָקוּמוּיקומוya.Ku.muwill they ariseH6965BHVqi3mp
נֹשְׁכֶ֔י/ךָנשכ֔י/ךנֹשְׁכֶי/ךָנשכי/ךno.she.Khei./kha[those who] pay interest to/ youH5391AH9031HVqrmpc+Sp2ms
וְ/יִקְצ֖וּו/יקצ֖ווְ/יִקְצוּו/יקצוve./yik.Tzuand/ may they awake?H9002H3364HC+Vqu3mp
מְזַעְזְעֶ֑י/ךָמזעזע֑י/ךמְזַעְזְעֶי/ךָמזעזעי/ךme.za'.ze.'Ei./kha[those who will] make tremble/ youH2111H9031HVprmpc+Sp2ms
וְ/הָיִ֥יתָו/הי֥יתוְ/הָיִיתָו/הייתve./ha.Yi.taand/ you will becomeH9001H1961Hc+Vqq2ms
לִ/מְשִׁסּ֖וֹתל/משס֖ותלִ/מְשִׁסּוֹתל/משסותli/m.shi.Sot<into>/ plunder<s>H9005H4933HR+Ncfpa
לָֽ/מוֹ\׃ל/מו\לָֽ/מוֹ\׃ל/מו\la./mofor/ themH9005H9038\H9016HR+Sp3mp
  1. Zullen niet Deze vraag bevestigt sterkelijk, en is zoveel alsof hij zeide: Zekerlijk er zullen er opstaan, die; enz.
  2. onvoorziens Of, haastelijk.
  3. u bijten O koning te Babel; verstaat men dit van Nebukadnezar, zo is het te zeggen, dat hij haast sterven zou, en dat zijn lichaam in het graf van de wormen zou gebeten en gegeten worden. Maar verstaat men dit van Belsazar, zo is dit de zin, dat de vijanden in het kort komen zouden, die het rijk van hem nemen zouden, want hij is haastelijk in een nacht omgekomen en het rijk is hem en de zijnen benomen. Zie Dan 5 . Zie ook Isa 13 , 14 en Isa 21:2 ; Jer. 50, 51. Zodat bijten hier te zeggen is vijandelijk overvallen en aangrijpen, gelijk de leeuwen en andere wrede beesten doen.
  4. bewegen? Of, wegstoten, of verstoten; te weten uit, of van uw troon. Anders, die u schudden zullen.
  5. plundering worden? Of, enkel plundering, beroving.

8 Omdat gij vele heidenen beroofd hebt, zo zullen alle overgeblevene volken u beroven; om het bloed der mensen, en het geweld aan het land, de stad, en alle inwoners derzelve.12345

Original Hebrew

כִּֽיכיכִּֽיכיkiforH3588AHTc
אַתָּ֤האת֤האַתָּהאתה'a.TahyouH0859AHPp2ms
שַׁלּ֙וֹתָ֙של֙ות֙שַׁלּוֹתָשלותsha.Lo.tayou have plunderedH7997BHVqp2ms
גּוֹיִ֣םגוי֣םגּוֹיִםגויםgo.YimnationsH1471AHNcmpa
רַבִּ֔יםרב֔יםרַבִּיםרביםra.BimmanyH7227AHAampa
יְשָׁלּ֖וּ/ךָישל֖ו/ךיְשָׁלּוּ/ךָישלו/ךye.sha.Lu./khathey will plunder/ youH7997BH9031HVqi3mp+Sp2ms
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
יֶ֣תֶרי֣תריֶתֶריתרYe.ter[the] rest ofH3499AHNcmsc
עַמִּ֑יםעמ֑יםעַמִּיםעמים'a.Mim[the] peoplesH5971AHNcmpa
מִ/דְּמֵ֤ימ/דמ֤ימִ/דְּמֵימ/דמיmi./de.Meifrom/ [the] blood<s> ofH9006H1818HR+Ncmpc
אָדָם֙אדם֙אָדָםאדם'a.DamhumankindH0120GHNcmsa
וַ/חֲמַס\־ו/חמס\וַ/חֲמַס\־ו/חמס\va./cha.mas-and/ [the] violence ofH9002H2555\H9014HC+Ncmsc
אֶ֔רֶץא֔רץאֶרֶץארץ'E.retz[the] land ofH0776GHNcfsc
קִרְיָ֖הקרי֖הקִרְיָהקריהkir.Yah[the] townH7151HNcfsa
וְ/כָל\־ו/כל\וְ/כָל\־ו/כל\ve./kholand/ allH9002H3605\H9014HC+Ncmsa
יֹ֥שְׁבֵיי֥שבייֹשְׁבֵיישביYo.she.vei[those who] dwellH3427HVqrmpc
בָֽ/הּ\׃\ \פב/ה\\ \פבָֽ/הּ\׃\ \פב/ה\\ \פVa/hin/ itH9003H9034\H9016\ \H9017HR+Sp3fs
  1. u beroven, Zich vervoegende bij de Perzen en Meden, en versta hier al die overgebleven volken, of [zoals de Hebreeuwse woorden luiden] al het overblijfsel dier volken, die nog overgebleven zouden zijn van de volken, die hij beroofd had, of die nog in vrees stonden door hem beroofd te zullen worden.
  2. der mensen, Te weten hetwelk gij zonder reden of oorzaak vergoten hebt. Zie onder vs.17 en Isa 33:1 .
  3. het land, Het zij vast overal aan verscheidene landen, of bij name aan het Joodse land gedaan.
  4. de stad Te weten Jeruzalem
  5. al hare inwoners Verg. Jer 50:9-11 , Jer 50:17 en Jer 51:2 , Jer 51:24 .

9 Wee dien, die met kwade gierigheid giert voor zijn huis, opdat hij in de hoogte zijn nest stelle, om bevrijd te zijn uit de hand des kwaads.1234

Original Hebrew

ה֗וֹיה֗ויהוֹיהויHowoe to!H1945HTj
בֹּצֵ֛עַבצ֛עבֹּצֵעַבצעbo.Tze.a'[one who] gainsH1214IHVqrmsa
בֶּ֥צַעב֥צעבֶּצַעבצעBe.tza'unjust gainH1215HNcmsa
רָ֖ער֖ערָערעra'evilH7451HHAamsa
לְ/בֵית֑/וֹל/בית֑/ולְ/בֵית/וֹל/בית/וle./vei.T/ofor/ house/ hisH9005H1004MH9023HR+Ncmsc+Sp3ms
לָ/שׂ֤וּםל/ש֤וםלָ/שׂוּםל/שוםla./Sumto/ setH9005H7760AHR+Vqcc
בַּ/מָּרוֹם֙ב/מרום֙בַּ/מָּרוֹםב/מרוםba./ma.rOmon the/ high placesH9003H4791HRd+Ncmsa
קִנּ֔/וֹקנ֔/וקִנּ/וֹקנ/וki.N/onest/ hisH7064H9023HNcmsc+Sp3ms
לְ/הִנָּצֵ֖לל/הנצ֖ללְ/הִנָּצֵלל/הנצלle./hi.na.Tzelto/ deliver himselfH9005H5337HR+VNcc
מִ/כַּף\־מ/כף\מִ/כַּף\־מ/כף\mi./kaf-from/ [the] hand ofH9006H3709G\H9014HR+Ncfsc
רָֽע\׃רע\רָֽע\׃רע\Ra'harmH7451B\H9016HAamsa
  1. die met kwade Dat is, die schandelijk gewin drijft of zoekt, opdat hij zijne vrouw en kinderen rijk make, en ook zijne nakomelingen; verg. Pro 1 en zie de aantekening 19 aldaar, en Jer 22:13 .
  2. opdat hij in Dat is, opdat hij en zijn geslacht hier in deze wereld groot en hoog mogen geacht worden en zekerlijk wonen. Het is ene gelijkenis, genomen van de vogels, die hunne nesten in de hoogte maken; verg. Oba 1:4 .
  3. om bevrijd Dit was wel zijn oogmerk, maar hij is in zijne mening bedrogen geweest.
  4. uit de hand Hebr. uit de palm des kwaads; dat is, van het geweld van het kwaad; zie Job 5:20 .

10 Gij hebt schaamte beraadslaagd voor uw huis; uitroeiende vele volken, zo hebt gij gezondigd tegen uw ziel.123

Original Hebrew

יָעַ֥צְתָּיע֥צתיָעַצְתָּיעצתya.'Atz.tayou have plannedH3289HVqp2ms
בֹּ֖שֶׁתב֖שתבֹּשֶׁתבשתBo.shetshameH1322HNcfsa
לְ/בֵיתֶ֑/ךָל/בית֑/ךלְ/בֵיתֶ/ךָל/בית/ךle./vei.Te./khafor/ house/ yourH9005H1004MH9021HR+Ncmsc+Sp2ms
קְצוֹת\־קצות\קְצוֹת\־קצות\ke.tzot-by cutting offH7096\H9014HVqcc
עַמִּ֥יםעמ֥יםעַמִּיםעמים'a.MimpeoplesH5971AHNcmpa
רַבִּ֖יםרב֖יםרַבִּיםרביםra.BimmanyH7227AHAampa
וְ/חוֹטֵ֥או/חוט֥אוְ/חוֹטֵאו/חוטאve./cho.Te'and/ [you have] sinnedH9002H2398HC+Vqrmsa
נַפְשֶֽׁ/ךָ\׃נפש/ך\נַפְשֶֽׁ/ךָ\׃נפש/ך\naf.She./khaself/ yourH5315HH9021\H9016HNcfsc+Sp2ms
  1. Gij hebt Di, gij hebt, alle eer bezijden zettende, rijkdom bijeengeschraapt, en hebt daar grote paleizen mede gebouwd, en die met kostelijk huisraad versierd. Doch alles gereikende tot uw eigen schande; zie vs.11.
  2. uitroeiende vele Om u met hun goed te verrijken.
  3. tegen uwe ziel Dat is, tegen uzelven.

11 Want de steen uit den muur roept, en de balk uit het hout antwoordt dien.1234

Original Hebrew

כִּי\־כי\כִּי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
אֶ֖בֶןא֖בןאֶבֶןאבן'E.vena stoneH0068GHNcfsa
מִ/קִּ֣ירמ/ק֣ירמִ/קִּירמ/קירmi./Kirfrom/ [the] wallH9006H7023HR+Ncmsa
תִּזְעָ֑קתזע֑קתִּזְעָקתזעקtiz.'Akit will cry outH2199HVqi3fs
וְ/כָפִ֖יסו/כפ֖יסוְ/כָפִיסו/כפיסve./kha.Fisand/ a rafterH9002H3714HC+Ncmsa
מֵ/עֵ֥ץמ/ע֥ץמֵ/עֵץמ/עץme./'Etzfrom/ [the] wood<s>H9006H6086GHR+Ncmsa
יַעֲנֶֽ/נָּה\׃\ \פיענ/נה\\ \פיַעֲנֶֽ/נָּה\׃\ \פיענ/נה\\ \פya.'a.Ne./nahit will answer/ itH6030BH9034\H9016\ \H9017HVqi3ms+Sp3fs
  1. de steen Dat is, de stenen waar uwe paleizen mede gebouwd zijn.
  2. roept, en Dat is, getuigt tegen u, te weten dat gij uwe paleizen met gestolen en onrechtvaardig goed gebouwd hebt, hij roept wraak voor God.
  3. de balk uit het Of, knoop, of knoest, die in het hout is, of uit het houten verwelfsel. Het Hebreeuwse woord wordt nergens elders dan hier gevonden, daarom kan men niet zekerlijk weten wat het betekent.
  4. dien Te weten steen; dat is, roept en getuigt zowel tegen den Babyloniër, als de stenen doen.

12 Wee dien, die de stad met bloed bouwt, en die de stad met onrecht bevestigt!123

Original Hebrew

ה֛וֹיה֛ויהוֹיהויHowoe to!H1945HTj
בֹּנֶ֥הבנ֥הבֹּנֶהבנהbo.Neh[one who] buildsH1129HVqrmsa
עִ֖ירע֖ירעִירעיר'ira cityH5892BHNcfsa
בְּ/דָמִ֑יםב/דמ֑יםבְּ/דָמִיםב/דמיםbe./da.Mimby/ blood<s>H9003H1818HR+Ncmpa
וְ/כוֹנֵ֥ןו/כונ֥ןוְ/כוֹנֵןו/כונןve./kho.Nenand/ he establishesH9001H3559IHc+Vpq3ms
קִרְיָ֖הקרי֖הקִרְיָהקריהkir.Yaha townH7151HNcfsa
בְּ/עַוְלָֽה\׃ב/עולה\בְּ/עַוְלָֽה\׃ב/עולה\be./'av.Lahby/ injusticeH9003H5766B\H9016HR+Ncfsa
  1. met bloed Hebr. met bloeden; dat is, met doodslag, of met het goed der gedoden of vermoorden; of, met het zweet en bloed der onderzaten, Eze 24:9 ; Nah 3:1 .
  2. met onrecht Dat is, met goederen, die onrechtvaardig door roof en geweld bijeengeraapt zijn. Verg. Mic 3:10 .
  3. bevestigt Of, grondvestigt, of fondeert.

13 Ziet, is het niet van den Heere der heirscharen, dat de volken arbeiden ten vure, en de lieden zich vermoeien tevergeefs?1234

Original Hebrew

הֲ/ל֣וֹאה/ל֣ואהֲ/לוֹאה/לואha./Lo'¿/ [is it] notH9008H3808HTi+Tn
הִנֵּ֔ההנ֔ההִנֵּההנהhi.Nehthere!H2009HTj
מֵ/אֵ֖תמ/א֖תמֵ/אֵתמ/אתme./'Etfrom/ withH9006H0854HR+R
יְהוָ֣היהו֣היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
צְבָא֑וֹתצבא֑ותצְבָאוֹתצבאותtze.va.'otof hostsH6635BHNcfpa
וְ/יִֽיגְע֤וּו/ייגע֤ווְ/יִֽיגְעוּו/ייגעוve./yi.ge.'Uso/ they may laborH9002H3021HC+Vqu3mp
עַמִּים֙עמים֙עַמִּיםעמים'a.MimpeoplesH5971AHNcmpa
בְּ/דֵי\־ב/די\בְּ/דֵי\־ב/די\be./dei-for/ [the] sufficiency ofH9003H1767\H9014HR+Ncmsc
אֵ֔שׁא֔שאֵשׁאש'EshfireH0784HNcbsa
וּ/לְאֻמִּ֖יםו/לאמ֖יםוּ/לְאֻמִּיםו/לאמיםu./le.'u.Mimand/ nationsH9002H3816HC+Ncmpa
בְּ/דֵי\־ב/די\בְּ/דֵי\־ב/די\be./dei-for/ [the] sufficiency ofH9003H1767\H9014HR+Ncmsc
רִ֥יקר֥יקרִיקריקrikvanityH7385HNcmsa
יִעָֽפוּ\׃יעפו\יִעָֽפוּ\׃יעפו\yi.'A.futhey grow wearyH3286\H9016HVqi3mp
  1. is het niet Dat is, geschiedt het niet door den verborgen raad Gods?
  2. arbeiden Te weten in het bouwen van huizen en steden.
  3. ten vure, Of, voor het vuur; dat is, opdat de huizen en steden die zij bouwen, van het vuur verbrand worden. Zie Jer 51:58 .
  4. tevergeefs vermoeien? Of, tot, voor de ijdelheid; dat is tevergeefs, overmits het haast teniet en ten verderve komt wat zij bouwen.

14 Want de aarde zal vervuld worden, dat zij de heerlijkheid des Heeren bekennen, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken.12

Original Hebrew

כִּ֚יכ֚יכִּיכיkiforH3588AHTc
תִּמָּלֵ֣אתמל֣אתִּמָּלֵאתמלאti.ma.Le'it will be filledH4390HVNi3fs
הָ/אָ֔רֶץה/א֔רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ earthH9009H0776GHTd+Ncfsa
לָ/דַ֖עַתל/ד֖עתלָ/דַעַתל/דעתla./Da.'atto/ knowH9005H3045HR+Vqcc
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
כְּב֣וֹדכב֣ודכְּבוֹדכבודke.Vod[the] glory ofH3519HNcmsc
יְהוָ֑היהו֑היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
כַּ/מַּ֖יִםכ/מ֖יםכַּ/מַּיִםכ/מיםka./Ma.yimlike <the>/ watersH9004H4325GHRd+Ncmpa
יְכַסּ֥וּיכס֥ויְכַסּוּיכסוye.kha.Su[which] they coverH3680HVpi3mp
עַל\־על\עַל\־על\'al-overH5921A\H9014HR
יָֽם\׃\ \סים\\ \סיָֽם\׃\ \סים\\ \סYam[the] seaH3220G\H9016\ \H9018HNcmsa
  1. de heerlijkheid Die de Heere bewijzen zal in het straffen der Chaldeën. Zie Jer 11:9 .
  2. gelijk Dat is, zo overvloediglijk gelijk de wateren den bodem of grond der zee bedekken. Zie de aantekening Isa 11:9 .

15 Wee dien, die zijn naaste te drinken geeft, gij, die uw wijnfles daarbij voegt, en ook dronken maakt, opdat gij hun naaktheden aanschouwt.1234

Original Hebrew

ה֚וֹיה֚ויהוֹיהויHowoe to!H1945HTj
מַשְׁקֵ֣המשק֣המַשְׁקֵהמשקהmash.Keh[one who] makes drinkH8248HHVhrmsc
רֵעֵ֔/הוּרע֔/הורֵעֵ/הוּרע/הוre.'E./hu<of> neighbor/ hisH7453H9023HNcmsc+Sp3ms
מְסַפֵּ֥חַמספ֥חמְסַפֵּחַמספחme.sa.Pe.ach[you are] pouring outH5596AHVprmsa
חֲמָתְ/ךָ֖חמת/ך֖חֲמָתְ/ךָחמת/ךcha.ma.te./Kharage/ yourH2534H9021HNcfsc+Sp2ms
וְ/אַ֣ףו/א֣ףוְ/אַףו/אףve./'Afand/ evenH9002H0637HC+Tj
שַׁכֵּ֑רשכ֑רשַׁכֵּרשכרsha.Keryou make [them] drunkH7937HVpcc
לְמַ֥עַןלמ֥עןלְמַעַןלמעןle.Ma.'anso asH4616HTc
הַבִּ֖יטהב֖יטהַבִּיטהביטha.Bitto lookH5027HVhcc
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
מְעוֹרֵי/הֶֽם\׃מעורי/הם\מְעוֹרֵי/הֶֽם\׃מעורי/הם\me.'o.rei./Hemnakedness<es>/ theirH4589H9028\H9016HNcmpc+Sp3mp
  1. zijnen naaste Zijnen metgezel, zijnen vriend.
  2. te drinken Namelijk tot dronkenschap toe.
  3. wijnfles Dat is, de ene fles wijn op de andere ten beste geeft. Anders: die uw vergif daarbij voegt, of daaronder mengt.
  4. opdat gij Versta hierbij, en opdat gij dan hen tot een spot stelt, als gij hen hebt bedrogen en van al hunne macht en middelen ontbloot. Het is ene gelijkenis, genomen van onkuische daden der dronkaards.

16 Gij zult ook verzadigd worden met schande, voor eer; drinkt gij ook, en ontbloot de voorhuid; de beker der rechterhand des Heeren zal zich tot u wenden, en er zal een schandelijk uitbraaksel over uw heerlijkheid zijn.123456

Original Hebrew

שָׂבַ֤עְתָּשב֤עתשָׂבַעְתָּשבעתsa.Va'.tayou are satisfiedH7646HVqp2ms
קָלוֹן֙קלון֙קָלוֹןקלוןka.lOnshameH7036HNcmsa
מִ/כָּב֔וֹדמ/כב֔ודמִ/כָּבוֹדמ/כבודmi./ka.Vodmore than/ honorH9006H3519HR+Ncmsa
שְׁתֵ֥השת֥השְׁתֵהשתהshe.TehdrinkH8354HVqv2ms
גַם\־גם\גַם\־גם\gam-alsoH1571\H9014HD
אַ֖תָּהא֖תהאַתָּהאתה'A.tahyouH0859AHPp2ms
וְ/הֵֽעָרֵ֑לו/הער֑לוְ/הֵֽעָרֵלו/הערלve./he.'a.Reland/ be counted as uncircumcisedH9002H6188HC+VNv2ms
תִּסּ֣וֹבתס֣ובתִּסּוֹבתסובti.Sovit will come roundH5437GHVqi3fs
עָלֶ֗י/ךָעל֗י/ךעָלֶי/ךָעלי/ך'a.Lei./khato/ youH5921AH9031HR+Sp2ms
כּ֚וֹסכ֚וסכּוֹסכוסKos[the] cup ofH3563AHNcfsc
יְמִ֣יןימ֣יןיְמִיןימיןye.Min[the] right [hand] ofH3225GHNcfsc
יְהוָ֔היהו֔היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
וְ/קִיקָל֖וֹןו/קיקל֖וןוְ/קִיקָלוֹןו/קיקלוןve./ki.ka.Lonand/ disgraceH9002H7022HC+Ncmsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-[will be] overH5921A\H9014HR
כְּבוֹדֶֽ/ךָ\׃כבוד/ך\כְּבוֹדֶֽ/ךָ\׃כבוד/ך\ke.vo.De./khahonor/ yourH3519H9021\H9016HNcmsc+Sp2ms
  1. Gij zult De zin is: O gij Babyloniër, vanwege deze en dergelijke schandelijke stukken, zult gij veel meer schande hebben, dan gij eer gehad hebt vanwege uw macht en rijkdom.
  2. drink gij ook Gaat zo maar voort in uw schandelijke daden, maar verwacht hetgeen er op volgen zal.
  3. de beker Dat is, de straf des Heeren; zie Jer 25 , de aant. vs.15, 27.
  4. der rechterhand Dat is, die in de rechterhand des Heeren is.
  5. zal zich tot u Dat is, de tijd is nu gekomen, dat de beker van den toorn Gods, vast omgegaam hebbende, nu tot u gekomen is, gij zult nu ook uwe beurt hebben en uw aandeel daaruit drinken; ja gij zult er zoveel moeten uitdrinken, dat daarop volgen zal een schandelijk uitbraaksel, in plaats uwer heerlijkheid.
  6. er zal een Dat is, gij zult tot zulke schande en oneer vervallen, dat elkeen een gruwel en afkeer zal hebben van uwe voortreffelijkheid, gelijk men heeft van een dronkaard, die zich zo volgezopen heeft, dat hij moet overgeven.

17 Want het geweld, dat tegen Libanon begaan is, zal u bedekken, en de verwoesting der beesten zal ze verschrikken, om des bloeds wil der mensen, en des gewelds in het land, de stad en aan alle inwoners derzelve.1234

Original Hebrew

כִּ֣יכ֣יכִּיכיkiforH3588AHTc
חֲמַ֤סחמ֤סחֲמַסחמסcha.Mas[the] violence ofH2555HNcmsc
לְבָנוֹן֙לבנון֙לְבָנוֹןלבנוןle.va.nOnLebanonH3844GHNpl
יְכַסֶּ֔/ךָּיכס֔/ךיְכַסֶּ/ךָּיכס/ךye.kha.Se./kait will cover/ youH3680H9031HVpi3ms+Sp2ms
וְ/שֹׁ֥דו/ש֥דוְ/שֹׁדו/שדve./Shodand/ [the] devastation ofH9002H7701HC+Ncmsc
בְּהֵמ֖וֹתבהמ֖ותבְּהֵמוֹתבהמותbe.he.MotanimalsH0929HNcfpa
יְחִיתַ֑/ןיחית֑/ןיְחִיתַ/ןיחית/ןye.chi.Ta/nit will terrify/ themH2865H9039HVhi3ms+Sp3fp
מִ/דְּמֵ֤ימ/דמ֤ימִ/דְּמֵימ/דמיmi./de.Meifrom/ [the] blood<s> ofH9006H1818HR+Ncmpc
אָדָם֙אדם֙אָדָםאדם'a.DamhumankindH0120GHNcmsa
וַ/חֲמַס\־ו/חמס\וַ/חֲמַס\־ו/חמס\va./cha.mas-and/ [the] violence ofH9002H2555\H9014HC+Ncmsc
אֶ֔רֶץא֔רץאֶרֶץארץ'E.retz[the] land ofH0776GHNcfsc
קִרְיָ֖הקרי֖הקִרְיָהקריהkir.Yah[the] townH7151HNcfsa
וְ/כָל\־ו/כל\וְ/כָל\־ו/כל\ve./kholand/ allH9002H3605\H9014HC+Ncmsa
יֹ֥שְׁבֵיי֥שבייֹשְׁבֵיישביYo.she.vei[those who] dwellH3427HVqrmpc
בָֽ/הּ\׃\ \סב/ה\\ \סבָֽ/הּ\׃\ \סב/ה\\ \סVa/hin/ itH9003H9034\H9016\ \H9018HR+Sp3fs
  1. dat tegen Dat gij tegen Libanon begaan hebt. Libanon betekent hiet het Joodse volk, hetwelk aan den berg Libanon woonde. gelijk Isa 14:8 , en Isa 37:24 ; zie ook de aant. Eze 17:3 . Doch enigen verstaan hier door Libanon den tempel, die van hout uit Libanon gebouwd was.
  2. zal u bedekken, Dat is, overvallen, op het lijf vallen; gelijk gij den Joden en anderen gedaan hebt, zal u ook geschieden. Zie breder boven vs.8, en de aanteek. aldaar.
  3. de verwoesting De verwoesting der beesten op den berg Libanon zal de Chaldeën verschrikken; versta door de beesten of wilde dieren, de Joden, die van de Chaldeën niet meer geacht zijn geweest dan beesten, welke zij gevankelijk weggevoerd en gedood, somtijds in hunnen toorn, somtijds om hunne vreugde. Anderen verstaan door de verwoesting der beesten de verwoestingen door de grote beesten, [hetwelk tirannen kan betekenen] aangericht.
  4. hare inwoners Te weten zal u, o Chaldeër, dit overkomen.

18 Wat zal het gesneden beeld baten, dat zijn formeerder het gesneden heeft? of het gegoten beeld, hetwelk een leugenleraar is, dat de formeerder op zijn formeersel vertrouwt, als hij stomme afgoden gemaakt heeft?123

Original Hebrew

מָֽה\־מה\מָֽה\־מה\mah-what?H4100\H9014HPi
הוֹעִ֣ילהוע֣ילהוֹעִילהועילho.'Ildoes it profitH3276HVhp3ms
פֶּ֗סֶלפ֗סלפֶּסֶלפסלPe.sela carved imageH6459HNcmsa
כִּ֤יכ֤יכִּיכיkithatH3588AHTc
פְסָל/וֹ֙פסל/ו֙פְסָל/וֹפסל/וfe.sa.L/ohe has carved/ itH6458H9033HVqp3ms+Sp3ms
יֹֽצְר֔/וֹיצר֔/ויֹֽצְר/וֹיצר/וyo.tze.R/o[one who] formed/ itH3335GH9033HVqrmsc+Sp3ms
מַסֵּכָ֖המסכ֖המַסֵּכָהמסכהma.se.Khaha molten imageH4541AHNcfsa
וּ/מ֣וֹרֶהו/מ֣ורהוּ/מוֹרֶהו/מורהu./Mo.rehand/ [one which] teachesH9002H3384BHC+Vhrmsa
שָּׁ֑קֶרש֑קרשָּׁקֶרשקרSha.kerfalsehoodH8267HNcmsa
כִּ֣יכ֣יכִּיכיkiforH3588AHTc
בָטַ֞חבט֞חבָטַחבטחva.Tachhe reliesH0982HVqp3ms
יֹצֵ֤ריצ֤ריֹצֵריצרyo.Tzer[one who] formedH3335GHVqrmsa
יִצְר/וֹ֙יצר/ו֙יִצְר/וֹיצר/וyitz.R/oform/ hisH3336H9023HNcmsc+Sp3ms
עָלָ֔י/ועל֔י/ועָלָי/ועלי/ו'a.La/von/ itH5921AH9033HR+Sp3ms
לַ/עֲשׂ֖וֹתל/עש֖ותלַ/עֲשׂוֹתל/עשותla./'a.Sotto/ makeH9005H6213HHR+Vqcc
אֱלִילִ֥יםאליל֥יםאֱלִילִיםאלילים'e.li.LimidolsH0457HNcmpa
אִלְּמִֽים\׃\ \סאלמים\\ \סאִלְּמִֽים\׃\ \סאלמים\\ \ס'i.le.MimdumbH0483\H9016\ \H9018HAampa
  1. Wat zal het Hier bestraft de profeet de afgoderij der Chaldeën, die zich op hunne afgoden en beelden verlieten. Van de beelden en afgoden wordt breder gesproken Jes. 40, 44, 46; Jer 2:8 , Jer 2:11 en Jer 16:19 , en elders meer.
  2. hetwelk een Of, dat is de leugenleraar, of leraar der leugens, Jer 10:8 , Jer 10:14 ; Zec 10:2 .
  3. dat de formeerder Dat is, dat hij zo gek is, dat hij hetgeen hij zelf gemaakt heeft, waar leven noch spraak in is, voor zijnen god houdt en zijn vertrouwen daarop stelt.

19 Wee dien, die tot het hout zegt: Word wakker! en: Ontwaak! tot den zwijgenden steen. Zou het leren? Ziet, het is met goud en zilver overtrokken, en er is gans geen geest in het midden van hetzelve.1234567

Original Hebrew

ה֣וֹיה֣ויהוֹיהויHowoe to!H1945HTj
אֹמֵ֤ראמ֤ראֹמֵראמר'o.Mer[one who] saysH0559HVqrmsa
לָ/עֵץ֙ל/עץ֙לָ/עֵץל/עץla./'Etzto <the>/ woodH9005H6086GHRd+Ncmsa
הָקִ֔יצָ/ההק֔יצ/ההָקִיצָ/ההקיצ/הha.Ki.tza/hwake up/ !H6974H9012HVhv2ms+Sh
ע֖וּרִיע֖וריעוּרִיעורי'U.riawakeH5782HVqv2fs
לְ/אֶ֣בֶןל/א֣בןלְ/אֶבֶןל/אבןle./'E.vento/ a stone ofH9005H0068GHR+Ncfsc
דּוּמָ֑םדומ֑םדּוּמָםדומםdu.MamsilenceH1748HD
ה֣וּאה֣ואהוּאהואhu'itH1931HPp3ms
יוֹרֶ֔היור֔היוֹרֶהיורהyo.Rehwill it teach?H3384BHVhi3ms
הִנֵּה\־הנה\הִנֵּה\־הנה\hi.neh-there!H2009\H9014HTj
ה֗וּאה֗ואהוּאהואHu'itH1931HPp3ms
תָּפוּשׂ֙תפוש֙תָּפוּשׂתפושta.Fus[is] sheathedH8610HVqsmsa
זָהָ֣בזה֣בזָהָבזהבza.HavgoldH2091HNcmsa
וָ/כֶ֔סֶףו/כ֔סףוָ/כֶסֶףו/כסףva./Khe.sefand/ silverH9002H3701GHC+Ncmsa
וְ/כָל\־ו/כל\וְ/כָל\־ו/כל\ve./kholand/ anyH9002H3605\H9014HC+Ncmsc
ר֖וּחַר֖וחרוּחַרוחRu.achbreathH7307HHNcfsa
אֵ֥יןא֥יןאֵיןאין'einnotH0369HNcmsc
בְּ/קִרְבּֽ/וֹ\׃ב/קרב/ו\בְּ/קִרְבּֽ/וֹ\׃ב/קרב/ו\be./kir.B/o[is] <in>/ within/ itH9003H7130GH9023\H9016HR+Ncmsc+Sp3ms
  1. tot het hout Dat is, tot het beeld van hout gemaakt. De zin is: Wee dengene, die de afgoden of hunne beelden aanroept.
  2. Word wakker! Dat is, sta op om ons te helpen in dezen onzen nood.
  3. Ontwaak! Alzo spreekt David tot den waren God; Psa 35:23 .
  4. tot den zwijgenden steen Dat is, tot het beeld van steen gemaakt hetwelk stom is.
  5. het Te weten het houten of stenen beeld; Isa 44:9 .
  6. leren? Iemand iets goeds kunnen leren?
  7. geen geest in Of, geen adem, noch der mensen, ja ook niet der beesten, veel minder van enige godheid.

20 Maar de Heere is in Zijn heiligen tempel. Zwijg voor Zijn aangezicht, gij ganse aarde!1234

Original Hebrew

וַֽ/יהוָ֖הו/יהו֖הוַֽ/יהוָהו/יהוהva./Yah.wehand/ YahwehH9002H3068GHC+Npt
בְּ/הֵיכַ֣לב/היכ֣לבְּ/הֵיכַלב/היכלbe./hei.Khal[is] in/ [the] temple ofH9003H1964GHR+Ncmsc
קָדְשׁ֑/וֹקדש֑/וקָדְשׁ/וֹקדש/וka.de.Sh/oholiness/ hisH6944GH9023HNcmsc+Sp3ms
הַ֥סה֥סהַסהסhashush!H2013HVpv2ms
מִ/פָּנָ֖י/ומ/פנ֖י/ומִ/פָּנָי/ומ/פני/וmi./pa.Na/vfrom/ before/ himH9006H6440GH9023HR+Ncmpc+Sp3ms
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
הָ/אָֽרֶץ\׃\ \פה/ארץ\\ \פהָ/אָֽרֶץ\׃\ \פה/ארץ\\ \פha./'A.retzthe/ earthH9009H0776G\H9016\ \H9017HTd+Ncfsa
  1. de HEERE is De ware levende en eeuwige God.
  2. in zijn heiligen Hebr. in den tempel zijner heiligheid; dat is, in den hemel, gelijk Psa 11:4 , vanwaar Hij alle dingen ziet; of in zijne gemeente, die Hij door Zijne tegenwoordigheid heiligt door de mededeling van zijnen Geest in Christus, en welke is de geestelijke tempel des Heeren. Sommigen verstaan hier ook den tempel te Jeruzalem, dien de Heere tot zijne woning had uitverkoren, om aldaar naar zijne wet geëerd en gediend te worden.
  3. zwijg voor zijn Dat is, onderwerp u hem in allen deemoed en nederigheid, en beken de gerech tigheid zijner goddelijke oordelen. Verg. Job 29:9 , en Job 21:5 , en Job 39:37 ; Amo 6:10 , en Amo 8:3 ; Zep 1:7 ; Zec 2:13.
  4. gij ganse aarde Dat is, al gij inwoners des aardrijks.