reltext

Chapter 5

1 En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo ( want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had.12345

DutSVVA word tags

HiramH2438
koningH4428
TyrusH6865
knechtenH5650
totH413
SalomoH8010
wantH3588
gehoordH8085H8804
SalomoH853
koningH4428
vadersH1
plaatsH8478
dewijlH3588
HiramH2438
DavidH1732

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Hiram, Hij wordt ook Hirom genoemd, onder vs.10, 18; idem Huram, 2Ch 2:3, en is te onderscheiden van een anderen Hiram, die een zeer kundig werkmeester was, ener weduwe zoon; van wien zie onder 1Ki 7:13-14, en 2Ch 2:13.
  2. Tyrus, De hoofdstad van Fenicië, gelegen in de Middellandse zee, zevenhonderd treden van het vasteland, vóór den tijd van Alexander den Grote zeer rijk, machtig en vermaard door haar zeevaart en koophandel. Zie Isa 23; idem Eze 26, Eze 27, en Eze 28.
  3. zond zijn knechten Om zijn blijdschap te verklaren dat Salomo in zijns vaders plaats koning geworden was, om zijn vriendschap te bekomen en in een verbond met hem te treden; gelijk dit ook geschied is. Zie vs.12.
  4. altijd Hebreeuws, al de dagen.
  5. bemind had Of, Davids vriend geweest was.

2 Daarna zond Salomo tot Hiram, zeggende:

DutSVVA word tags

SalomoH8010
totH413
HiramH2438
zeggendeH559H8800

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

3 Gij weet, dat mijn vader David den Naam des Heeren, zijns Gods, geen huis kon bouwen, vanwege de oorlogen, waarmede zij hem omsingelden, totdat de Heere hen onder zijn voetzolen gaf.1234

DutSVVA word tags

GijH859
vaderH1
DavidH1732
NaamH8034
HeerenH3068
GodsH430
geenH3808
huisH1004
vanwegeH4480H6440
oorlogenH4421
waarmedeH834
omsingeldenH5437H8804
totdatH5704
HeereH3068
henH853
onderH8478
voetzolenH3709H7272

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Naam des HEEREN, Dat is, den HEERE zelf, die zich in zijn woord en werken geopenbaard heeft. Alzo onder en Psa 20:2, en Psa 52:11, enz. Zie Deu 28:58.
  2. geen huis kon bouwen, Vergelijk Gen 28:17, Gen 28:22.
  3. zij hem omsingelden, Te weten, de vijanden, die hem oorlog aandeden.
  4. onder zijn voetzolen gaf Dat is, onderwierp en onder zijne heerschappij bracht. Zie een gelijke manier van spreken, Psa 8:7; 1Co 15:27; Eph 1:22.

4 Maar nu heeft de Heere, mijn God, mij van rondom rust gegeven; er is geen tegenpartijder, en geen bejegening van kwaad.1

DutSVVA word tags

HeereH3068
GodH430
rondomH5439
gegevenH5117H8689
geenH369
tegenpartijderH7854
geenH369
bejegeningH6294
kwaadH7451

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. bejegening van kwaad Of kwaad toeval, te weten, die mij verhinderen zou den Heere een huis te bouwen.

5 En zie, ik denk voor den Naam van den Heere, mijn God, een huis te bouwen; gelijk als de Heere gesproken heeft tot mijn vader David, zeggende: Uw zoon, dien Ik in uw plaats op uw troon zetten zal, die zal Mijn Naam dat huis bouwen.1

DutSVVA word tags

NaamH8034
HeereH3068
GodH430
huisH1004
alsH834
HeereH3068
totH413
vaderH1
DavidH1732
zeggendeH559H8800
zoonH1121
dienH834
plaatsH8478
troonH3678
NaamH8034
huisH1004

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. ik denk Hebreeuws, ik zeg; te weten, in mijn hart, gelijk zulk zeggen verklaard wordt, Gen 17:17; Psa 14:1, en Psa 36:2; Rom 10:6. Zeggen in mijn hart is zoveel als denken, overleggen, gevoelen, voornemen, besluiten. Zie Gen 20:11. De zin is hier dat Salomo niet alleen dacht, maar ook voornam en vastelijk besloot den Heere een huis te bouwen.

6 Zo gebied nu, dat men mij cederen uit den Libanon houwe, en mijn knechten zullen met uw knechten zijn, en het loon uwer knechten zal ik u geven, naar al wat gij zeggen zult; want gij weet, dat onder ons niemand is, die weet hout te houwen, gelijk de Sidoniërs.12

DutSVVA word tags

cederenH730
LibanonH3844
knechtenH5650
knechtenH5650
loonH7939
knechtenH5650
watH834
wantH3588
gijH859
houtH6086
SidoniërsH6722

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. cederen Zie boven, 1Ki 4:33.
  2. Sidoniërs Inboorlingen en burgers der stad Sidon; van dewelke zie Gen 10:15.

7 En het geschiedde, als Hiram de woorden van Salomo gehoord had, dat hij zich zeer verblijdde, en zeide: Gezegend zij de Heere heden, Die David een wijzen zoon gegeven heeft over dit grote volk!1

DutSVVA word tags

geschieddeH1961H8799
HiramH2438
woordenH1697
SalomoH8010
zeerH3966
verblijddeH8055H8799
GezegendH1288H8803
HeereH3068
hedenH3117
DieH834
DavidH1732
wijzenH2450
zoonH1121
overH5921
groteH7227
volkH5971

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Gezegend Zie Gen 14:20.

8 En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord, waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederenhout, en met het dennenhout.1

DutSVVA word tags

HiramH2438
totH413
SalomoH8010
zeggendeH559H8800
gehoordH8085H8804
waaromH834
totH413
cederenhoutH6086H730
dennenhoutH6086H1265

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. dennenhout Of, een soort van cederen, waarvan men pijlen, spiesen, kisten, muzikale instrumenten, enz. maakte. Anders, abelenhout. Zie van hetzelve 2Sa 6:5; onder, 1Ki 6:15, 1Ki 6:34; 2Ki 19:23; 2Ch 3:5.

9 Mijn knechten zullen het afbrengen van den Libanon aan de zee; en ik zal het op vlotten over de zee doen voeren, tot die plaats, die gij aan mij ontbieden zult, en zal het aldaar los maken, en gij zult het wegnemen; gij zult ook mijn wil doen, dat gij mijn huis spijze geeft.123456

DutSVVA word tags

knechtenH5650
afbrengenH3381H8686
LibanonH3844
vlottenH1702
plaatsH4725
dieH834
aanH413
aldaarH8033
gijH859
wegnemenH5375H8799
gijH859
huisH1004
spijzeH3899

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Libanon Zie boven, 1Ki 4:33.
  2. aan de zee; Namelijk van Jaffo, of Joppe; 2Ch 2:16.
  3. doen voeren, Hebreeuws, doen leggen; dat is, ik zal het op vlotten leggen en over de zee doen voeren. Het is een Hebreeuwse manier van spreken, die dikwijls voorvalt. Zie Gen 12:15.
  4. die gij Hebreeuws, die gij mij zenden zult; dat is, door zending laten weten.
  5. los maken, Of, ontdoen, ontbinden. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk iets verstrooien, verdelen, of losmaken van elkander; gelijk dit ook met de vlotten geschiedt.
  6. spijze geeft Hebreeuws, brood; waaronder ook andere spijs begrepen is, gelijk vs.11 uitwijst. Zie Gen 3:19. Daarom, ofschoon Tyrus en Sidon door de zeevaart rijke steden waren, zo hadden zij nochtans een dor land, dat niet veel vruchten voortbracht; om welke oorzaak zij uit andere landen met voorraad der spijs moesten geholpen zijn, en voornamelijk uit het land Israëls; Act 12:20.

10 Alzo gaf Hiram aan Salomo cederenhout en dennenhout, naar al zijn wil.

DutSVVA word tags

HiramH2438
SalomoH8010
cederenhoutH730H6086
dennenhoutH1265H6086

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

11 En Salomo gaf Hiram twintig duizend kor tarwe, tot spijze van zijn huis, en twintig kor gestoten olie; zulks gaf Salomo aan Hiram jaar op jaar.12

DutSVVA word tags

SalomoH8010
HiramH2438
twintigH6242
duizendH505
tarweH2406
spijzeH4361
huisH1004
twintigH6242
gestotenH3795
olieH8081
zulksH3541
SalomoH8010
HiramH2438
jaarH8141
jaarH8141

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. kor tarwe, Zie van deze maat boven, 1Ki 4:22.
  2. kor gestoten olie; Uit deze plaats, alsook uit Eze 45:14, blijkt dat deze maat ook in natte waren gebruikt is geweest, hoewel zij eigenlijk is geweest van droge waren. Er staat 2Ch 2:10 van 20.000 bathen olie; idem worden nog hierbij gevoegd 20.000 kor gerst en 20.000 bathen wijns. Maar men houdt dat vs.11 en 2Ch 2:10 van verscheidene leveringen gesproken wordt; hier van hetgeen tot jaarlijkse onderhoud van Hirams huisgezin behoorde, en daar van hetgeen de werklieden behoefden.

12 De Heere dan gaf Salomo wijsheid, gelijk als Hij tot hem gesproken had; en er was vrede tussen Hiram en tussen Salomo, en zij beiden maakten een verbond.

DutSVVA word tags

HeereH3068
SalomoH8010
wijsheidH2451
alsH834
vredeH7965
tussenH996
HiramH2438
tussenH996
SalomoH8010
beidenH8147
maaktenH3772H8799
verbondH1285

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

13 En de koning Salomo deed een uitschot opkomen uit gans Israël; en het uitschot was dertig duizend man.1

DutSVVA word tags

koningH4428
SalomoH8010
uitschotH4522
opkomenH5927H8686
gansH3605
IsraëlH3478
uitschotH4522
dertigH7970
duizendH505
manH376

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. uitschot Hierdoor wordt verstaan een schatting niet van goed of geld, maar van personen en mannen, die verkoren en opgenomen werden om op het gebergte Libanon, tot de bouwing van den tempel, hout te houwen, enz. Vergelijk onder, 1Ki 9:21, en de aantekeningen.

14 En hij zond hen naar den Libanon, tien duizend des maands bij beurten; een maand waren zij op den Libanon; twee maanden elk in zijn huis; en Adoniram was over dit uitschot.12

DutSVVA word tags

LibanonH3844
tienH6235
duizendH505
maandsH2320
beurtenH2487
maandH2320
LibanonH3844
tweeH8147
maandenH2320
huisH1004
AdoniramH141
overH5921
uitschotH4522

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. bij beurten; Hebreeuws, met veranderingen.
  2. was over dit uitschot Dat is, hij had last om dit uitschot op te nemen, of opzicht daarover te hebben nadat het opgenomen was; of beide was het hem toevertrouwd. Zie van dezen Adoniram ook boven, 1Ki 4:6.

15 Daartoe had Salomo zeventig duizend, die last droegen, en tachtig duizend houwers op het gebergte.12

DutSVVA word tags

SalomoH8010
zeventigH7657
duizendH505
lastH5449
droegenH5375H8802
tachtigH8084
duizendH505
houwersH2672H8802
gebergteH2022

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. zeventig duizend, Dezen waren vreemdelingen, gelijk te zien is 2Ch 2:17-18.
  2. houwers Het Hebreeuwse woord betekent zowel steenhouwers, 1Ch 22:2, als houthouwers, Ezr 3:7.

16 Behalve de oversten van Salomo’s bestelden, die over dat werk waren, drie duizend en driehonderd, die heerschappij hadden over het volk, hetwelk dat werk deed.12

DutSVVA word tags

BehalveH909
overstenH8269
Salomo’sH8010
besteldenH5324H8737
dieH834
overH5921
werkH4399
drieH7969
duizendH505
driehonderdH7969H3967
volkH5971
werkH4399

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. bestelden, Dat is, ambtlieden, officieren, commiezen. Vergelijk boven, 1Ki 4:5, en de aantekeningen.
  2. driehonderd, 2Ch 2:2 staat zeshonderd, hetwelk aldus verstaan wordt, dat de driehonderd, hier nagelaten, de opzieners dezer oversten geweest zijn. Anderen menen dat er drieduizend en driehonderd waren over de lastdragende mannen en steenhouwers, en driehonderd over degenen, die in het gebergte Libanon bezig waren.

17 Als de koning het nu gebood, zo voerden zij grote stenen toe, kostelijke stenen, gehouwen stenen, om den grond van dat huis te leggen.1

DutSVVA word tags

koningH4428
groteH1419
stenenH68
kostelijkeH3368
stenenH68
gehouwenH1496
stenenH68
grondH3245
huisH1004

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. kostelijke stenen, Versta niet edelgesteenten, die ook aldus genoemd worden, onder, 1Ki 10:2, 1Ki 10:10, maar die van fatsoen en grootte zeer uitnemend waren.

18 En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en de Giblieten behieuwen ze, en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis te bouwen.1

DutSVVA word tags

bouwliedenH1129H8802
SalomoH8010
bouwliedenH1129H8802
HiramH2438
GiblietenH1382
behieuwenH6458H8799
bereiddenH3559H8686
houtH6086
stenenH68
huisH1004

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. de Giblieten Eeniger gevoelen is, dat dezen zijn geweest de inwoners der stad Gebal.