reltext

Chapter 4

1 Alzo was de koning Salomo koning over gans Israël.1

Original Hebrew

וַֽ/יְהִי֙ו/יהי֙וַֽ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ he wasH9001H1961Hc+Vqw3ms
הַ/מֶּ֣לֶךְה/מ֣לךהַ/מֶּלֶךְה/מלךha./Me.lekhthe/ kingH9009H4428GHTd+Ncmsa
שְׁלֹמֹ֔השלמ֔השְׁלֹמֹהשלמהshe.lo.MohSolomonH8010HNpm
מֶ֖לֶךְמ֖לךמֶלֶךְמלךMe.lekhkingH4428GHNcmsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-overH5921A\H9014HR
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
יִשְׂרָאֵֽל\׃\ \סישראל\\ \סיִשְׂרָאֵֽל\׃\ \סישראל\\ \סYis.ra.'ElIsraelH3478\H9016\ \H9018HNpl
  1. over gans Israël Dat is, over de twaalf stammen. Hetwelk van Salomo gezegd wordt tot onderscheiding van de volgende koningen, van welke sommigen, namelijk die na hem uit het huis van David afkomstig waren, maar over twee stammen, Juda en Benjamin, regeerden; de anderen over de tien andere.

2 En deze waren de vorsten, die hij had: Azaria, de zoon van Zadok, was opperambtman.12

Original Hebrew

וְ/אֵ֥לֶּהו/א֥להוְ/אֵלֶּהו/אלהve./'E.lehand/ theseH9002H0428HC+Tm
הַ/שָּׂרִ֖יםה/שר֖יםהַ/שָּׂרִיםה/שריםha./sa.Rim[were] the/ officialsH9009H8269HTd+Ncmpa
אֲשֶׁר\־אשר\אֲשֶׁר\־אשר\'a.Sher-whoH0834A\H9014HTr
ל֑/וֹל֑/ול/וֹל/וl/o[belonged] to <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
עֲזַרְיָ֥הוּעזרי֥הועֲזַרְיָהוּעזריהו'a.zar.Ya.huAzariahH5838GHNpm
בֶן\־בן\בֶן\־בן\ven-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
צָד֖וֹקצד֖וקצָדוֹקצדוקtza.DokZadokH6659GHNpm
הַ/כֹּהֵֽן\׃\ \סה/כהן\\ \סהַ/כֹּהֵֽן\׃\ \סה/כהן\\ \סha./ko.Hen[was] the/ priestH9009H3548\H9016\ \H9018HTd+Ncmsa
  1. vorsten, Versta opperofficieren, of bevelhebbers.
  2. opperambtman Of, stadhouder; te weten, des konings, in de gehele regering van het rijk. Men houdt dezen Zadok niet voor den hogepriester in de voorgaande hoofdstukken vermeld, maar voor een anderen van dien naam, uit een anderen stam gesproten, en dat hij overste-president geweest is in de regering van het ganse land naast den koning, en daarom eerst van allen genoemd. Want het Hebreeuwse woord betekent niet alleen een priester, maar ook een politiek overste. Zie Gen 41:45, en onder vs.5. Anderen menen dat hij was de neef van Zadok, of de zoon van diens zoon Achimaas, van welke wordt gewag gemaakt, 2Sa 15:27, en dat de zoon van dezen, genoemd Azaria, in het bijzonder een priester was om Salomo en zijn gezin in goddelijke zaken te dienen.

3 Elihoref, en Ahia, de zoon van Sisa, waren schrijvers; Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier.12

Original Hebrew

אֱלִיחֹ֧רֶףאליח֧רףאֱלִיחֹרֶףאליחרף'e.li.Cho.refElihorephH0456HNpm
וַ/אֲחִיָּ֛הו/אחי֛הוַ/אֲחִיָּהו/אחיהva./'a.chi.Yahand/ AhijahH9002H0281GHC+Npm
בְּנֵ֥יבנ֥יבְּנֵיבניbe.Nei[the] sons ofH1121AHNcmpc
שִׁישָׁ֖אשיש֖אשִׁישָׁאשישאshi.Sha'ShishaH7894HNpm
סֹפְרִ֑יםספר֑יםסֹפְרִיםספריםso.fe.Rim[were] scribesH5608BHNcmpa
יְהוֹשָׁפָ֥טיהושפ֥טיְהוֹשָׁפָטיהושפטye.ho.sha.FatJehoshaphatH3092GHNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
אֲחִיל֖וּדאחיל֖ודאֲחִילוּדאחילוד'a.chi.LudAhiludH0286HNpm
הַ/מַּזְכִּֽיר\׃ה/מזכיר\הַ/מַּזְכִּֽיר\׃ה/מזכיר\ha./maz.Kir[was] the/ recorderH9009H2142\H9016HTd+Vhrmsa
  1. schrijvers; Of, secretarissen. Zie ook van zulke officieren, 2Sa 8:17; Est 3:12.
  2. kanselier Of, registermeester of gedenkmeester. Zie van dit ambt, 2Sa 8:16.

4 En Benaja, de zoon van Jojada, was over het heir; en Zadok en Abjathar waren priesters.1

Original Hebrew

וּ/בְנָיָ֥הוּו/בני֥הווּ/בְנָיָהוּו/בניהוu./ve.na.Ya.huand/ BenaiahH9002H1141GHC+Npm
בֶן\־בן\בֶן\־בן\ven-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
יְהוֹיָדָ֖עיהויד֖עיְהוֹיָדָעיהוידעye.ho.ya.Da'JehoiadaH3077GHNpm
עַל\־על\עַל\־על\'al-[was] overH5921A\H9014HR
הַ/צָּבָ֑אה/צב֑אהַ/צָּבָאה/צבאha./tza.Va'the/ armyH9009H6635AHTd+Ncmsa
וְ/צָד֥וֹקו/צד֥וקוְ/צָדוֹקו/צדוקve./tza.Dokand/ ZadokH9002H6659GHC+Npm
וְ/אֶבְיָתָ֖רו/אבית֖רוְ/אֶבְיָתָרו/אביתרve./'ev.ya.Tarand/ AbiatharH9002H0054HC+Npm
כֹּהֲנִֽים\׃\ \סכהנים\\ \סכֹּהֲנִֽים\׃\ \סכהנים\\ \סko.ha.Nim[were] priestsH3548\H9016\ \H9018HNcmpa
  1. Abjathar Die den naam van priester bij zijn leven heeft behouden, zonder de daad of actuelen dienst. Zie boven, 1Ki 2:26-27.

5 En Azaria, de zoon van Nathan, was over de bestelmeesters; en Zabud, de zoon van Nathan, was overambtman, des konings vriend.12

Original Hebrew

וַ/עֲזַרְיָ֥הוּו/עזרי֥הווַ/עֲזַרְיָהוּו/עזריהוva./'a.zar.Ya.huand/ AzariahH9002H5838HHC+Npm
בֶן\־בן\בֶן\־בן\ven-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
נָתָ֖ןנת֖ןנָתָןנתןna.TanNathanH5416HHNpm
עַל\־על\עַל\־על\'al-[was] overH5921A\H9014HR
הַ/נִּצָּבִ֑יםה/נצב֑יםהַ/נִּצָּבִיםה/נצביםha./ni.tza.Vimthe/ overseersH9009H5324HTd+VNrmpa
וְ/זָב֧וּדו/זב֧ודוְ/זָבוּדו/זבודve./za.Vudand/ ZabudH9002H2071HC+Npm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
נָתָ֛ןנת֛ןנָתָןנתןna.TanNathanH5416HHNpm
כֹּהֵ֖ןכה֖ןכֹּהֵןכהןko.Hen[was] a priestH3548HNcmsa
רֵעֶ֥הרע֥הרֵעֶהרעהre.'Eh[the] friend ofH7463HNcmsc
הַ/מֶּֽלֶךְ\׃ה/מלך\הַ/מֶּֽלֶךְ\׃ה/מלך\ha./Me.lekhthe/ kingH9009H4428G\H9016HTd+Ncmsa
  1. bestelmeesters; Hebreeuws, bestellers, of bestelden. Versta, de twaalf ambtlieden hierna genoemd van het 7 vs. tot het 19, die daartoe besteld en verordend waren, dat zij elk op zijn maand den koning en zijn hofgezin den gezetten voorraad van spijs en drank bestellen zouden. Het Hebreeuwse woord wordt elders genomen voor een konings stadhouder, die in de regering des lands zijn plaats bewaart, onder 1Ki 22:48; idem voor anderen overste, onder, 1Ki 5:16; 2Ch 8:10.
  2. overambtman, Of, president; te weten, in des konings geheimen raad, waarom hij dagelijks zijn vrijen toegang tot den koning had als diens gemeenzamen en bijzonderen vriend. Is te onderscheiden van den opper-ambtman, vs.2. Vergelijk de aantekening.

6 En Ahisar was hofmeester; en Adoniram, de zoon van Abda, was over de schatting.12

Original Hebrew

וַ/אֲחִישָׁ֖רו/אחיש֖רוַ/אֲחִישָׁרו/אחישרva./'a.chi.Sharand/ AhisharH9002H0301HC+Npm
עַל\־על\עַל\־על\'al-[was] overH5921A\H9014HR
הַ/בָּ֑יִתה/ב֑יתהַ/בָּיִתה/ביתha./Ba.yitthe/ houseH9009H1004BHTd+Ncmsa
וַ/אֲדֹנִירָ֥םו/אדניר֥םוַ/אֲדֹנִירָםו/אדנירםva./'a.do.ni.Ramand/ AdoniramH9002H0141HC+Npm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
עַבְדָּ֖אעבד֖אעַבְדָּאעבדא'av.Da'AbdaH5653GHNpm
עַל\־על\עַל\־על\'al-[was] overH5921A\H9014HR
הַ/מַּֽס\׃\ \סה/מס\\ \סהַ/מַּֽס\׃\ \סה/מס\\ \סha./Masthe/ forced laborH9009H4522\H9016\ \H9018HTd+Ncmsa
  1. hofmeester; Hebreeuws, was over het huis; dat is, over het ganse hofgezin des konings, gelijk het woordje huis alzo is gebruikt geweest, boven 1Ki 2:24. Zie Gen 34:19.
  2. over de schatting Dat is, over de finantiën, domeinen, jaarlijkse inkomsten, tollen, schatting, enz. des konings. Zodat deze overste zou mogen genoemd worden generaal-ontvanger, thesaurier of schatmeester des konings. Anderen verstaan hier de oversten over het uitschot der keurlingen, die als een schatting den koning gegeven waren om hem te dienen. Zie onder, 1Ki 5:13-14.

7 En Salomo had twaalf bestelmeesters over gans Israël, die den koning en zijn huis verzorgden; voor elk was een maand in het jaar om te verzorgen.12

Original Hebrew

וְ/לִ/שְׁלֹמֹ֞הו/ל/שלמ֞הוְ/לִ/שְׁלֹמֹהו/ל/שלמהve./li/sh.lo.Mohand/ [belonged] to/ SolomonH9002H9005H8010HC+R+Npm
שְׁנֵים\־שנים\שְׁנֵים\־שנים\she.neim-two [plus]H8147\H9014HNcbda
עָשָׂ֤רעש֤רעָשָׂרעשר'a.SartenH6240HNcbsa
נִצָּבִים֙נצבים֙נִצָּבִיםנצביםni.tza.VimoverseersH5324HVNrmpa
עַל\־על\עַל\־על\'al-overH5921A\H9014HR
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
יִשְׂרָאֵ֔לישרא֔ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
וְ/כִלְכְּל֥וּו/כלכל֥ווְ/כִלְכְּלוּו/כלכלוve./khil.ke.Luand/ they suppliedH9001H3557Hc+Vpq3cp
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הַ/מֶּ֖לֶךְה/מ֖לךהַ/מֶּלֶךְה/מלךha./Me.lekhthe/ kingH9009H4428GHTd+Ncmsa
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
בֵּית֑/וֹבית֑/ובֵּית/וֹבית/וbei.T/ohousehold/ hisH1004MH9023HNcmsc+Sp3ms
חֹ֧דֶשׁח֧דשחֹדֶשׁחדשCho.desha monthH2320GHNcmsa
בַּ/שָּׁנָ֛הב/שנ֛הבַּ/שָּׁנָהב/שנהba./sha.Nahin the/ yearH9003H8141HRd+Ncfsa
יִהְיֶ֥היהי֥היִהְיֶהיהיהyih.Yehit wasH1961HVqi3ms
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
הָ/אֶחָ֖דה/אח֖דהָ/אֶחָדה/אחדha./e.chadthe/ oneH9009H0259HTd+Ncfsa
לְ/כַלְכֵּֽל\׃\ \סל/כלכל\\ \סלְ/כַלְכֵּֽל\׃\ \סל/כלכל\\ \סle./khal.Kelto/ supplyH9005H3557\H9016\ \H9018HR+Vpcc
  1. den koning Dat is, hem.
  2. verzorgden; Te weten, van spijs en drank.

8 En dit zijn hun namen: de zoon van Hur was in het gebergte van Efraïm.1

Original Hebrew

וְ/אֵ֣לֶּהו/א֣להוְ/אֵלֶּהו/אלהve./'E.lehand/ theseH9002H0428HC+Tm
שְׁמוֹתָ֔/םשמות֔/םשְׁמוֹתָ/םשמות/םshe.mo.Ta/m[are] names/ theirH8034H9028HNcfpc+Sp3mp
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-Ben-H1133G\H9014HNcmsc
ח֖וּרח֖ורחוּרחורchurHurH1133GHNpm
בְּ/הַ֥רב/ה֥רבְּ/הַרב/הרbe./Harin/ [the] hill country ofH9003H2022HHR+Ncmsc
אֶפְרָֽיִם\׃\ \סאפרים\\ \סאֶפְרָֽיִם\׃\ \סאפרים\\ \ס'ef.Ra.yimEphraimH0669G\H9016\ \H9018HNpm
  1. zoon van Hur Anders, Ben-Hur, en zo in het volgende.

9 De zoon van Deker in Makaz, en in Saalbim, en Beth-semes, en Elon-beth-hanan.12

Original Hebrew

בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-Ben-H1128\H9014HNcmsc
דֶּ֛קֶרד֛קרדֶּקֶרדקרDe.kerDekerH1128HNpm
בְּ/מָקַ֥ץב/מק֥ץבְּ/מָקַץב/מקץbe./ma.Katzin/ MakazH9003H4739HR+Npl
וּ/בְ/שַֽׁעַלְבִ֖יםו/ב/שעלב֖יםוּ/בְ/שַֽׁעַלְבִיםו/ב/שעלביםu./ve./sha.'al.Vimand/ in/ ShaalbimH9002H9003H8169HC+R+Npl
וּ/בֵ֣יתו/ב֣יתוּ/בֵיתו/ביתu./Veitand/ in BethH9002H1053GHC+Npl
שָׁ֑מֶשׁש֑מששָׁמֶשׁשמשSha.meshShemeshH1053GHNpl
וְ/אֵיל֖וֹןו/איל֖וןוְ/אֵילוֹןו/אילוןve./'ei.Lonand/ ElonH9002H0358HC+Npl
בֵּ֥יתב֥יתבֵּיתביתbeitBethH0358HNpl
חָנָֽן\׃\ \סחנן\\ \סחָנָֽן\׃\ \סחנן\\ \סcha.NanHananH0358\H9016\ \H9018HNpl
  1. Makaz, Deze waren meest steden in den stam van Dan. Zie Jos 19:41-43.
  2. Beth-sémes, Genaamd Jos 19:41 Ir-Semes.

10 De zoon van Hesed in Arubboth; hij had daartoe Socho en het ganse land Hefer.123

Original Hebrew

בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-Ben-H1121A\H9014HNcmsc
חֶ֖סֶדח֖סדחֶסֶדחסדChe.sedHesedH2618HNpm
בָּֽ/אֲרֻבּ֑וֹתב/ארב֑ותבָּֽ/אֲרֻבּוֹתב/ארבותba./'a.ru.Botin <the>/ ArubbothH9003H0700HRd+Npl
ל֥/וֹל֥/ול/וֹל/וl/o[belonged] to <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
שֹׂכֹ֖השכ֖השֹׂכֹהשכהso.KhohSocohH7755GHNpl
וְ/כָל\־ו/כל\וְ/כָל\־ו/כל\ve./kholand/ allH9002H3605\H9014HC+Ncmsc
אֶ֥רֶץא֥רץאֶרֶץארץ'E.retz[the] land ofH0776GHNcfsc
חֵֽפֶר\׃\ \סחפר\\ \סחֵֽפֶר\׃\ \סחפר\\ \סChe.ferHepherH2660B\H9016\ \H9018HNpl
  1. Arubbôth; Dit was een deel des lands van Juda.
  2. Socho Zie van deze stad, Jos 15:35.
  3. Hefer Zie Jos 12:17.

11 De zoon van Abinadab had de ganse landstreek van Dor; deze had Tafath, de dochter van Salomo, tot een vrouw.1

Original Hebrew

בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-Ben-H1125\H9014HNcmsc
אֲבִֽינָדָ֖באבינד֖באֲבִֽינָדָבאבינדב'a.vi.na.DavAbinadabH1125HNpm
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
נָ֣פַתנ֣פתנָפַתנפתNa.fatNaphath ofH5316HHNcfsc
דֹּ֑ארד֑ארדֹּארדארDorDorH1756HHNpl
טָפַת֙טפת֙טָפַתטפתta.FatTaphathH2955HNpf
בַּת\־בת\בַּת\־בת\bat-[the] daughter ofH1323G\H9014HNcfsc
שְׁלֹמֹ֔השלמ֔השְׁלֹמֹהשלמהshe.lo.MohSolomonH8010HNpm
הָ֥יְתָהה֥יתההָיְתָההיתהHa.ye.tahshe becameH1961HVqp3fs
לּ֖/וֹל֖/ולּ/וֹל/וl/oof/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
לְ/אִשָּֽׁה\׃\ \סל/אשה\\ \סלְ/אִשָּֽׁה\׃\ \סל/אשה\\ \סle./'i.Shah<into>/ a wifeH9005H0802H\H9016\ \H9018HR+Ncfsa
  1. landstreek van Dôr; Dewelke was in den stam van Manasse over de Jordaan; Jos 17:11; Jdg 1:27.

12 Baäna, de zoon van Ahilud, had Taanach, en Megiddo, en het ganse Beth-sean, hetwelk is bij Zartana, beneden van Jizreël, van Beth-sean aan tot Abel-mehola, tot op gene zijde van Jokmeam.123456

Original Hebrew

בַּֽעֲנָא֙בענא֙בַּֽעֲנָאבענאba.'a.Na'BaanaH1195GHNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
אֲחִיל֔וּדאחיל֔ודאֲחִילוּדאחילוד'a.chi.LudAhiludH0286HNpm
תַּעְנַ֖ךְתענ֖ךתַּעְנַךְתענךta'.NakhTaanachH8590HNpl
וּ/מְגִדּ֑וֹו/מגד֑ווּ/מְגִדּוֹו/מגדוu./me.gi.Doand/ MegiddoH9002H4023HC+Npl
וְ/כָל\־ו/כל\וְ/כָל\־ו/כל\ve./kholand/ allH9002H3605\H9014HC+Ncmsc
בֵּ֣יתב֣יתבֵּיתביתbeitBethH1052HNpl
שְׁאָ֡ןשא֡ןשְׁאָןשאןshe.'AnSheanH1052HNpl
אֲשֶׁר֩אשר֩אֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
אֵ֨צֶלא֨צלאֵצֶלאצל'E.tzel[is] besideH0681HNcbsc
צָרְתַ֜נָ/הצרת֜נ/הצָרְתַנָ/הצרתנ/הtza.re.Ta.na/hZarethan/ <towards>H6891H9011HNpl+Sd
מִ/תַּ֣חַתמ/ת֣חתמִ/תַּחַתמ/תחתmi./Ta.chatfrom/ underH9006H8478GHR+Ncmsc
לְ/יִזְרְעֶ֗אלל/יזרע֗אללְ/יִזְרְעֶאלל/יזרעאלle./yiz.re.'Elto/ JezreelH9005H3157HHR+Npl
מִ/בֵּ֤יתמ/ב֤יתמִ/בֵּיתמ/ביתmi./Beitfrom/ BethH9006H1052HR+Npl
שְׁאָן֙שאן֙שְׁאָןשאןshe.'AnSheanH1052HNpl
עַ֚דע֚דעַדעד'adtoH5704HR
אָבֵ֣לאב֣לאָבֵלאבל'a.VelAbelH0065HNpl
מְחוֹלָ֔המחול֔המְחוֹלָהמחולהme.cho.LahMeholahH0065HNpl
עַ֖דע֖דעַדעד'adtoH5704HR
מֵ/עֵ֥בֶרמ/ע֥ברמֵ/עֵבֶרמ/עברme./'E.verfrom/ [the] other sideH9006H5676GHR+Ncmsa
לְ/יָקְמֳעָֽם\׃\ \סל/יקמעם\\ \סלְ/יָקְמֳעָֽם\׃\ \סל/יקמעם\\ \סle./ya.ke.mo.'Amof/ JokmeamH9005H3361G\H9016\ \H9018HR+Npl
  1. Taänach, Deze behoorden ook tot den stam van Manasse; Jos 17:11.
  2. Zartána, Zie van andere Zartans Jos 3:16.
  3. Jizreël, Een stad in den stam van Issaschar Jos 19:18.
  4. Beth-sean Zie Jos 17:11, en Jdg 1:27.
  5. Abel-mehóla, Zie Jdg 7:22.
  6. Jokmeam Dewelke was in den stam van Zebulon; Jos 19:11.

13 De zoon van Geber was te Ramoth in Gilead; hij had de dorpen van Jaïr, den zoon van Manasse, die in Gilead zijn; ook had hij de streek van Argob, welke is in Basan, zestig grote steden, met muren en koperen grendelen.12345

Original Hebrew

בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-Ben-H1127\H9014HNcmsc
גֶּ֖בֶרג֖ברגֶּבֶרגברGe.verGeberH1127HNpm
בְּ/רָמֹ֣תב/רמ֣תבְּ/רָמֹתב/רמתbe./ra.Motin/ RamothH9003H7418GHR+Npl
גִּלְעָ֑דגלע֑דגִּלְעָדגלעדgil.'AdGileadH1568MHNpl
ל֡/וֹל֡/ול/וֹל/וl/o[belonged] to <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
חַוֹּת֩חות֩חַוֹּתחותcha.Vot[the] villages ofH2333HNcfpc
יָאִ֨יריא֨יריָאִיריאירya.'IrJairH2971GHNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
מְנַשֶּׁ֜המנש֜המְנַשֶּׁהמנשהme.na.ShehManassehH4519GHNpm
אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
בַּ/גִּלְעָ֗דב/גלע֗דבַּ/גִּלְעָדב/גלעדba./gil.'Ad[are] in <the>/ GileadH9003H1568GHRd+Npl
ל֚/וֹל֚/ול/וֹל/וl/o[belonged] to <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
חֶ֤בֶלח֤בלחֶבֶלחבלChe.vel[the] region ofH2256MHNcbsc
אַרְגֹּב֙ארגב֙אַרְגֹּבארגב'ar.GoArgobH0709GHNpl
אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
בַּ/בָּשָׁ֔ןב/בש֔ןבַּ/בָּשָׁןב/בשןba./ba.Shan[is] in <the>/ BashanH9003H1316HRd+Npl
שִׁשִּׁים֙ששים֙שִׁשִּׁיםששיםshi.ShimsixtyH8346HNcmpa
עָרִ֣יםער֣יםעָרִיםערים'a.RimcitiesH5892BHNcmpa
גְּדֹל֔וֹתגדל֔ותגְּדֹלוֹתגדלותge.do.LotlargeH1419AHAafpa
חוֹמָ֖החומ֖החוֹמָהחומהcho.Maha wallH2346GHNcfsa
וּ/בְרִ֥יחַו/בר֥יחוּ/בְרִיחַו/בריחu./ve.Ri.achand/ bar[s] ofH9002H1280HC+Ncmsc
נְחֹֽשֶׁת\׃\ \סנחשת\\ \סנְחֹֽשֶׁת\׃\ \סנחשת\\ \סne.Cho.shetbronzeH5178A\H9016\ \H9018HNcfsa
  1. Ramoth Zie Deu 4:43, en 1Ki 22:20.
  2. Gilead; Zie Gen 31:21.
  3. dorpen van Jaïr, Zie van deze Num 32:41.
  4. streek Zie Deu 3:4.
  5. Argob, Zie Deu 3:14.

14 Abinadab, de zoon van Iddo, was te Mahanaim.1

Original Hebrew

אֲחִֽינָדָ֥באחינד֥באֲחִֽינָדָבאחינדב'a.chi.na.DavAhinadabH0292HNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
עִדֹּ֖אעד֖אעִדֹּאעדא'i.Do'IddoH5714GHNpm
מַחֲנָֽיְמָ/ה\׃מחנימ/ה\מַחֲנָֽיְמָ/ה\׃מחנימ/ה\ma.cha.Na.ye.ma/hMahanaim/ <towards>H4266H9011\H9016HNpl+Sd
  1. Mahanáïm Zie Gen 32:2.

15 Ahimaäz was in Nafthali; deze nam ook Salomo’s dochter, Basmath, ter vrouwe.

Original Hebrew

אֲחִימַ֖עַץאחימ֖עץאֲחִימַעַץאחימעץ'a.chi.Ma.'atzAhimaazH0290IHNpm
בְּ/נַפְתָּלִ֑יב/נפתל֑יבְּ/נַפְתָּלִיב/נפתליbe./naf.ta.Liin/ NaphtaliH9003H5321GHR+Npm
גַּם\־גם\גַּם\־גם\gam-alsoH1571\H9014HD
ה֗וּאה֗ואהוּאהואHu'heH1931HPp3ms
לָקַ֛חלק֛חלָקַחלקחla.Kachhe tookH3947IHVqp3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
בָּשְׂמַ֥תבשמ֥תבָּשְׂמַתבשמתba.se.MatBasemathH1315GHNpf
בַּת\־בת\בַּת\־בת\bat-[the] daughter ofH1323G\H9014HNcfsc
שְׁלֹמֹ֖השלמ֖השְׁלֹמֹהשלמהshe.lo.MohSolomonH8010HNpm
לְ/אִשָּֽׁה\׃ל/אשה\לְ/אִשָּֽׁה\׃ל/אשה\le./'i.Shahto/ a wifeH9005H0802H\H9016HR+Ncfsa

16 Baäna, de zoon van Husai, was in Aser en in Aloth.1

Original Hebrew

בַּֽעֲנָא֙בענא֙בַּֽעֲנָאבענאba.'a.Na'BaanaH1195HHNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
חוּשָׁ֔יחוש֔יחוּשָׁיחושיchu.ShaiHushaiH2365HNpm
בְּ/אָשֵׁ֖רב/אש֖רבְּ/אָשֵׁרב/אשרbe./'a.Sherin/ AsherH9003H0836HR+Npm
וּ/בְעָלֽוֹת\׃\ \סו/בעלות\\ \סוּ/בְעָלֽוֹת\׃\ \סו/בעלות\\ \סu./ve.'a.Lotand/ BealothH9002H1175\H9016\ \H9018HC+Npl
  1. Aloth Dit woord nemen enigen niet voor een eigennaam, maar vertalen het opperdelen, in of aan het gebergte liggende, en behorende meest tot de stammen van Dan en Aser.

17 Josafath, de zoon van Paruah, in Issaschar.

Original Hebrew

יְהוֹשָׁפָ֥טיהושפ֥טיְהוֹשָׁפָטיהושפטye.ho.sha.FatJehoshaphatH3092HHNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
פָּר֖וּחַפר֖וחפָּרוּחַפרוחpa.Ru.achParuahH6515HNpm
בְּ/יִשָׂשכָֽר\׃\ \סב/יששכר\\ \סבְּ/יִשָׂשכָֽר\׃\ \סב/יששכר\\ \סbe./yi.so.sh.Kharin/ IssacharH9003H3485G\H9016\ \H9018HR+Npm

18 Simeï, de zoon van Ela, in Benjamin.

Original Hebrew

שִׁמְעִ֥ישמע֥ישִׁמְעִישמעיshim.'IShimeiH8096IHNpm
בֶן\־בן\בֶן\־בן\ven-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
אֵלָ֖אאל֖אאֵלָאאלא'e.La'ElaH0414HNpm
בְּ/בִנְיָמִֽן\׃\ \סב/בנימן\\ \סבְּ/בִנְיָמִֽן\׃\ \סב/בנימן\\ \סbe./vin.ya.Minin/ BenjaminH9003H1144G\H9016\ \H9018HR+Npm

19 Geber, de zoon van Uri, was in het land Gilead, het land van Sihon, den koning der Amorieten, en van Og, den koning van Basan, en hij was de enige bestelmeester, die in dat land was.1

Original Hebrew

גֶּ֥בֶרג֥ברגֶּבֶרגברGe.verGeberH1398HNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
אֻרִ֖יאר֖יאֻרִיארי'u.RiUriH0221HHNpm
בְּ/אֶ֣רֶץב/א֣רץבְּ/אֶרֶץב/ארץbe./'E.retzin/ [the] land ofH9003H0776GHR+Ncfsc
גִּלְעָ֑דגלע֑דגִּלְעָדגלעדgil.'AdGileadH1568GHNpl
אֶ֜רֶץא֜רץאֶרֶץארץ'E.retz[the] land ofH0776GHNcfsc
סִיח֣וֹן\׀סיח֣ון\סִיחוֹן\׀סיחון\si.ChonSihonH5511\H9015HNpm
מֶ֣לֶךְמ֣לךמֶלֶךְמלךMe.lekh[the] king ofH4428GHNcmsc
הָ/אֱמֹרִ֗יה/אמר֗יהָ/אֱמֹרִיה/אמריha./'e.mo.Rithe/ Amorite[s]H9009H0567HTd+Ngmsa
וְ/עֹג֙ו/עג֙וְ/עֹגו/עגve./'Ogand/ OgH9002H5747HC+Npm
מֶ֣לֶךְמ֣לךמֶלֶךְמלךMe.lekh[the] king ofH4428GHNcmsc
הַ/בָּשָׁ֔ןה/בש֔ןהַ/בָּשָׁןה/בשןha./ba.Shan<the>/ BashanH9009H1316HTd+Npl
וּ/נְצִ֥יבו/נצ֥יבוּ/נְצִיבו/נציבu./ne.Tzivand/ an overseerH9002H5333HC+Ncmsa
אֶחָ֖דאח֖דאֶחָדאחד'e.ChadoneH0259HNcfsa
אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhoH0834AHTr
בָּ/אָֽרֶץ\׃ב/ארץ\בָּ/אָֽרֶץ\׃ב/ארץ\ba./'A.retz[was] in the/ landH9003H0776G\H9016HRd+Ncfsa
  1. Gilead, Versta, het resterende deel lands, van hetgeen hier tevoren is genoemd geweest, vs.13.

20 Juda nu en Israël waren velen, als zand, dat aan de zee is in menigte, etende, en drinkende, en blijde zijnde.

Original Hebrew

יְהוּדָ֤היהוד֤היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
וְ/יִשְׂרָאֵל֙ו/ישראל֙וְ/יִשְׂרָאֵלו/ישראלve./Yis.ra.'Eland/ IsraelH9002H3478HC+Npl
רַבִּ֔יםרב֔יםרַבִּיםרביםra.Bim[were] numerousH7227AHAampa
כַּ/ח֥וֹלכ/ח֥ולכַּ/חוֹלכ/חולka./Chollike the/ sandH9004H2344HRd+Ncmsa
אֲשֶׁר\־אשר\אֲשֶׁר\־אשר\'a.Sher-whichH0834A\H9014HTr
עַל\־על\עַל\־על\'al-[is] atH5921A\H9014HR
הַ/יָּ֖םה/י֖םהַ/יָּםה/יםhai./Yamthe/ seaH9009H3220GHTd+Ncmsa
לָ/רֹ֑בל/ר֑בלָ/רֹבל/רבla./Rofor/ multitudeH9005H7230HR+Ncmsa
אֹכְלִ֥יםאכל֥יםאֹכְלִיםאכלים'o.khe.Lim[they were] eatingH0398HVqrmpa
וְ/שֹׁתִ֖יםו/שת֖יםוְ/שֹׁתִיםו/שתיםve./sho.Timand/ [were] drinkingH9002H8354HC+Vqrmpa
וּ/שְׂמֵחִֽים\׃ו/שמחים\וּ/שְׂמֵחִֽים\׃ו/שמחים\u./se.me.Chimand/ [were] joyfulH9002H8056\H9016HC+Aampa

21 En Salomo was heersende over al de koninkrijken, van de rivier tot het land der Filistijnen, en tot aan de landpale van Egypte; die brachten geschenken, en dienden Salomo al de dagen zijns levens.12345

DutSVVA word tags

SalomoH8010
heersendeH4910H8802
koninkrijkenH4467
rivierH5104
landH776
FilistijnenH6430
landpaleH1366
EgypteH4714
brachtenH5066H8688
geschenkenH4503
diendenH5647H8802
SalomoH8010
dagenH3117
levensH2416

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. En Sálomo Wij hebben hier de vervulling der belofte dikwijls vóór deze gegeven, gelijk Gen 15:18; Exo 23:31; Deu 11:24; Jos 1:4.
  2. rivier Namelijk Eufraat. Zie Gen 2:14. Deze rivier was der Israëlieten landpale tegen het noordoosten.
  3. tot Dit is hier ingevoegd uit 2Ch 9:26.
  4. het land der Filistijnen, Hetwelk hun pale was tegen het westen.
  5. landpale van Egypte; Versta, de rivier Sichor, de zuidpale huns lands.

22 De spijze nu van Salomo was voor een dag, dertig kor meelbloem, en zestig kor meel;12

DutSVVA word tags

spijzeH3899
SalomoH8010
eenH259
dertigH7970
meelbloemH5560
zestigH8346
meelH7058

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. De spijze Hebreeuws, het brood.
  2. kor meelbloem, Versta door dit woord de grootste maat der Hebreën van droge waren, 10 efa, een efa 432 gewone eierschalen, en dus een kor 4320 eierschalen. Deze maat wordt ook genoemd homer, Lev 27:16.

23 Tien vette runderen, en twintig weiderunderen, en honderd schapen; uitgenomen de herten, en reeën, en buffelen en gemeste vogelen.

DutSVVA word tags

TienH6235
vetteH1277
runderenH1241
twintigH6242
weiderunderenH1241H7471
honderdH3967
schapenH6629
uitgenomenH905H4480
hertenH354
reeënH6643
buffelenH3180
gemesteH75H8803
vogelenH1257

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

24 Want hij had heerschappij over al wat op deze zijde der rivier was van Thifsah tot aan Gaza, over alle koningen op deze zijde der rivier; en hij had vrede van al zijn zijden rondom.1234

DutSVVA word tags

WantH3588
heerschappijH7287H8802
zijdeH5676
rivierH5104
ThifsahH8607
GazaH5804
alleH3605
koningenH4428
zijdeH5676
rivierH5104
vredeH7965

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. der rivier was Namelijk, Eufraat. Alzo boven, vs.21. Zie de aantekening.
  2. Thifsah De naam van een stad, gelegen aan de noordoostpale van het Israëlietische koninkrijk. Zie van deze ook, 2Ki 15:16.
  3. Gaza, Hebreeuws, Hazza. Een stad, gelegen aan de zuidwestpale des lands van Kanaän, Gen 10:19; Deu 2:23.
  4. zijn zijden rondom Hebreeuws, overgangen.

25 En Juda en Israël woonden zeker, een iegelijk onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom, van Dan tot Ber-seba, al de dagen van Salomo.12

DutSVVA word tags

JudaH3063
IsraëlH3478
woondenH3427H8799
zekerH983
iegelijkH376
onderH8478
wijnstokH1612
onderH8478
vijgeboomH8384
Ber-sebaH884
dagenH3117
SalomoH8010

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. onder zijn wijnstok Een manier van spreken, betekenende den tijd van groten vrede, overvloed en welstand in alle dingen, niet alleen tijdelijke, gelijk hier, maar ook in geestelijke, gelijk Mic 4:4; Zec 3:10.
  2. van Dan tot Ber-séba, Dat is, van de noordpale des lands van Kanaän tot de zuidpale; alzo Jdg 20:1. Van Dan, zie Gen 14:14. Van Ber-Seba, Gen 21:31.

26 Salomo had ook veertig duizend paardenstallen tot zijn wagenen, en twaalf duizend ruiteren.12

DutSVVA word tags

SalomoH8010
veertigH705
duizendH505
paardenstallenH723H5483
wagenenH4817
duizendH505
ruiterenH6571

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. paardenstallen Versta dit van plaatsen voor één paard, in welke ieder een paard stond. Nu Salomo heeft gehad 4000 paardenstallen, 2Ch 9:25, waarvan elke stad had tien paardensteden, makende tezamen het getal van 40.000.
  2. wagenen, Het getal van deze was 1400, onder 1Ki 10:26.

27 Die bestelmeesters nu, een ieder op zijn maand, verzorgden den koning Salomo, en al degenen, die tot de tafel van den koning Salomo naderden; zij lieten geen ding ontbreken.1

DutSVVA word tags

DieH428
bestelmeestersH5324H8737
iederH376
maandH2320
verzorgdenH3557H8773
koningH4428
SalomoH8010
totH413
tafelH7979
koningH4428
SalomoH8010
naderdenH7131
geenH3808
dingH1697
ontbrekenH5737H8762

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Die bestelmeesters nu, Dewelke boven, vs.7, enz. zijn genoemd geweest.

28 De gerst nu en het stro voor de paarden, en voor de snelle kemelen, brachten zij aan de plaats, waar hij was, een iegelijk naar zijn last.12

DutSVVA word tags

gerstH8184
stroH8401
paardenH5483
kemelenH7409
aanH413
plaatsH4725
iegelijkH376
lastH4941

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. snelle kemelen, Genoemd drommedarissen. Anderen vertalen het Hebreeuwse woord postpaarden, snelle paarden, of muilen, die ook zeer snel waren in het lopen. Zie Est 8:10, Est 8:14.
  2. hij was, Namelijk, de koning Salomo. Anders, in de plaats waar het [besteld] was, of waar een iegelijk was, naar zijn last.

29 En God gaf Salomo wijsheid en zeer veel verstand, en een wijd begrip des harten, gelijk zand, dat aan den oever der zee is.1234

DutSVVA word tags

GodH430
SalomoH8010
wijsheidH2451
zeerH3966
verstandH8394
hartenH3820
zandH2344
datH834
oeverH8193

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. wijsheid Zie boven, 1Ki 3:12.
  2. wijd Hebreeuws, wijdte, of breedheid des harten; welke somtijds in het kwade genomen werd, betekenende grootheid des harten, Pro 21:4; somtijds in het goede, gelijk hier, en betekent een groot begrip, niet alleen van wetenschap, onderscheiding en memorie, maar ook van moedigheid, courage en lust om in vele dingen alles treffelijk uit te richten.
  3. gelijk zand, Dat is, van de voorzegde dingen had hij zoveel als het zand, enz., een overtollige manier van spreken; gelijk boven, 1Ki 1:40.
  4. oever der zee is Hebreeuws, lip der zee.

30 En de wijsheid van Salomo was groter dan de wijsheid van al die van het oosten, en dan alle wijsheid der Egyptenaren;1

DutSVVA word tags

wijsheidH2451
SalomoH8010
wijsheidH2451
oostenH6924
alleH3605
wijsheidH2451
EgyptenarenH4714

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. van al die van het oosten, Hebreeuws, kinderen van het oosten. Zie Gen 29:1. Dezen, gelijk ook de Egyptenaars, waren beroemd van grote wijsheid in allerlei wetenschap, hoewel zij daarna tot ijdele en bijgelovige kunsten vervallen zijn, Isa 2:6.

31 Ja, hij was wijzer dan alle mensen; dan Ethan, de Ezrahiet, en Heman, en Chalcol, en Darda, de zonen van Mahol; en zijn naam was onder alle heidenen rondom.1

DutSVVA word tags

alleH3605
mensenH120
EthanH387
EzrahietH250
HemanH1968
ChalcolH3633
DardaH1862
zonenH1121
MaholH4235
naamH8034
alleH3605
heidenenH1471
rondomH5439

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Ethan, Zie van deze mannen, 1Ch 2:6.

32 En hij sprak drie duizend spreuken; daartoe waren zijn liederen duizend en vijf.12

DutSVVA word tags

drieH7969
duizendH505
spreukenH4912
liederenH7892
duizendH505
vijfH2568

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. drie duizend Waarvan een deel zijn in de boeken der Spreuken, in de Prediker en in het Hooglied.
  2. spreuken; Het Hebreeuwse woord betekent een rede, die om hare kortheid, wijze en diepzinnige lering boven andere uitsteekt, Pro 1:1.

33 Hij sprak ook van de bomen, van den cederboom af, die op den Libanon is, tot op den hysop, die aan den wand uitwast; hij sprak ook van het vee, en van het gevogelte, en van de kruipende dieren, en van de vissen.1234

DutSVVA word tags

bomenH6086
cederboomH730
dieH834
LibanonH3844
hysopH231
dieH834
wandH7023
uitwastH3318H8802
veeH929
gevogelteH5775
kruipendeH7431
vissenH1709

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. van de bomen, De schriften hiervan zijn nu niet voorhanden, en dat zonder vermindering der Heilige Schrift of nadeel van onze zaligheid.
  2. cederboom af, Zie Jdg 9:15.
  3. Libanon is, Een kostelijk gebergte, gelegen aan de noordpale van Palestina. Zie Deu 3:25, en Deu 11:24; Jos 9:1; Psa 92:13; Isa 35:2.
  4. hysop, Het Hebreeuwse woord ezob hebben de Griekse overzetters hyssopus overgezet, ewlk woord de apostel behoudt, Heb 9:19, hoewel enigen hetzelve houden voor wilde majolein, anderen voor bonenkruid, of hofkumme, anderen voor rozemarijn of parietaria; dat is, muurkruid, glaskruid, mos. Zodat hetonzeker is wat het bij de ouden voor een kruid geweest is. Zie Exo 12:22.

34 En van alle volken kwamen er, om de wijsheid van Salomo te horen, van alle koningen der aarde, die van zijn wijsheid gehoord hadden.

DutSVVA word tags

alleH3605
volkenH5971
wijsheidH2451
SalomoH8010
alleH3605
koningenH4428
aardeH776
dieH834
wijsheidH2451

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.