Chapter 8
1 En het geschiedde daarna, dat David de Filistijnen sloeg, en bracht hen ten onder; en David nam Meteg-amma uit der Filistijnen hand.1
וַֽ/יְהִי֙ו/יהי֙וַֽ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it wasH9001H1961Hc+Vqw3ms אַֽחֲרֵי\־אחרי\אַֽחֲרֵי\־אחרי\'a.cha.rei-afterH0310A\H9014HAcmpc וַ/יַּ֥ךְו/י֥ךוַ/יַּךְו/יךva/i.Yakhand/ he defeatedH9001H5221Hc+Vhw3ms דָּוִ֛דדו֛דדָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm פְּלִשְׁתִּ֖יםפלשת֖יםפְּלִשְׁתִּיםפלשתיםpe.lish.Tim[the] PhilistinesH6430GHNgmpa וַ/יַּכְנִיעֵ֑/םו/יכניע֑/םוַ/יַּכְנִיעֵ/םו/יכניע/םva/i.yakh.ni.'E/mand/ he subdued/ themH9001H3665H9038Hc+Vhw3ms+Sp3mp וַ/יִּקַּ֥חו/יק֥חוַ/יִּקַּחו/יקחva/i.yi.Kachand/ he tookH9001H3947GHc+Vqw3ms דָּוִ֛דדו֛דדָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm מֶ֥תֶגמ֥תגמֶתֶגמתגMe.tegMetheg-H4965HNcmsc הָ/אַמָּ֖הה/אמ֖ההָ/אַמָּהה/אמהha./'a.Mah<the>/ -ammahH9009H4965HTd+Ncfsa מִ/יַּ֥דמ/י֥דמִ/יַּדמ/ידmi./Yadfrom/ [the] hand ofH9006H3027HHR+Ncbsc פְּלִשְׁתִּֽים\׃פלשתים\פְּלִשְׁתִּֽים\׃פלשתים\pe.lish.Tim[the] PhilistinesH6430G\H9016HNgmpa - Meteg-amma Dat is, den toom van Amma, of van den elleboog. Het schijnt ganselijk dat hierdoor verstaan wordt de koninklijke hoofdstad der Filistijnen, Gath, die uitdrukkelijk vermeld is 1Ch 18:1, en [gelijk sommigen menen] gelegen op een berg genoemd Amma, en hier geheten een toom, omdat zij door hare vastigheid en macht de omliggende plaatsen in bedwang hield, en der vijanden inval belette.
2 Ook sloeg hij de Moabieten, en mat hen met een snoer, doende hen ter aarde nederliggen; en hij mat met twee snoeren om te doden, en met een vol snoer om in het leven te laten. Alzo werden de Moabieten David tot knechten, brengende geschenken.123
וַ/יַּ֣ךְו/י֣ךוַ/יַּךְו/יךva/i.Yakhand/ he defeatedH9001H5221Hc+Vhw3ms מוֹאָ֗במוא֗במוֹאָבמואבmo.'AvMoabH4124GHNpl וַֽ/יְמַדְּדֵ֤/םו/ימדד֤/םוַֽ/יְמַדְּדֵ/םו/ימדד/םva/y.ma.de.De/mand/ he measured off/ themH9001H4058H9038Hc+Vpw3ms+Sp3mp בַּ/חֶ֙בֶל֙ב/ח֙בל֙בַּ/חֶבֶלב/חבלba./Che.velwith <the>/ measuring-lineH9003H2256MHRd+Ncbsa הַשְׁכֵּ֣בהשכ֣בהַשְׁכֵּבהשכבhash.Kevhe made lie downH7901GHVhaa אוֹתָ֣/םאות֣/םאוֹתָ/םאות/ם'o.Ta/m<obj.>/ themH0853H9038HTo+Sp3mp אַ֔רְצָ/הא֔רצ/האַרְצָ/הארצ/ה'Ar.tza/h[the] ground/ towardsH0776HH9011HNcfsa+Sd וַ/יְמַדֵּ֤דו/ימד֤דוַ/יְמַדֵּדו/ימדדva/y.ma.Dedand/ he measured offH9001H4058Hc+Vpw3ms חֲבָלִים֙חבלים֙חֲבָלִיםחבליםcha.va.Limmeasuring-linesH2256MHNcbpa לְ/הָמִ֔יתל/המ֔יתלְ/הָמִיתל/המיתle./ha.Mitto/ put to deathH9005H4191HR+Vhcc וּ/מְלֹ֥או/מל֥אוּ/מְלֹאו/מלאu./me.Lo'and/ [the] fullness ofH9002H4393HC+Ncmsc הַ/חֶ֖בֶלה/ח֖בלהַ/חֶבֶלה/חבלha./Che.vel<the>/ measuring-lineH9009H2256MHTd+Ncbsa לְ/הַחֲי֑וֹתל/החי֑ותלְ/הַחֲיוֹתל/החיותle./ha.cha.Yotto/ let liveH9005H2421HR+Vhcc וַ/תְּהִ֤יו/תה֤יוַ/תְּהִיו/תהיva./te.Hiand/ it becameH9001H1961Hc+Vqw3fs מוֹאָב֙מואב֙מוֹאָבמואבmo.'AvMoabH4124GHNpl לְ/דָוִ֔דל/דו֔דלְ/דָוִדל/דודle./da.Vidof/ DavidH9005H1732HR+Npm לַ/עֲבָדִ֖יםל/עבד֖יםלַ/עֲבָדִיםל/עבדיםla./'a.va.Dim<into>/ servantsH9005H5650HR+Ncmpa נֹשְׂאֵ֥ינשא֥ינֹשְׂאֵינשאיno.se.'EibearingH5375HHVqrmpc מִנְחָֽה\׃מנחה\מִנְחָֽה\׃מנחה\min.Chah<of> tributeH4503I\H9016HNcfsa - mat hen met een snoer, Dat is, hij deelde hun land bij meting, hetwelk men te dien tijde deed met snoeren of koorden, ombrengende bij loting de inwoners van twee delen, maar een volkomen deel latende in het leven. Of, hij deelde het volk in drie gelijke delen bij loting, zo gelijk, alsof zij met snoeren gemeten waren, enz. God had wel bevolen Ammon en Moab [als Loths nakomelingen] te verschonen, Deu 2:9, Deu 2:19, maar dewijl zij bittere vijandschap tegen Gods volk gepleegd hadden en met de vijanden aanspanden, zo heeft hen David, als zodanig, vijandelijk moeten behandelen. Zie Num 22:2-4, enz., en Num 24:17, en Num 25:17-18, en Num 31:2; Jdg 3:14, Jdg 3:21, Jdg 3:28, Jdg 3:30; 1Sa 14:47, en onder 2Sa 10:4, 2Sa 10:7, enz.
- doende hen ter aarde nederliggen; Uit verachting hen ter aarde nederleggende. Of, hen alzo afmattende, dat zij als ter aarde nederbukten, mat en overwonnen zijnde.
- geschenken Tot een teken van onderdanigheid. Alzo onder, vs.6.
3 David sloeg ook Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba, toen hij heen toog, om zijn hand te wenden naar de rivier Frath.1234
וַ/יַּ֣ךְו/י֣ךוַ/יַּךְו/יךva/i.Yakhand/ he defeatedH9001H5221Hc+Vhw3ms דָּוִ֔דדו֔דדָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm הֲדַדְעֶ֥זֶרהדדע֥זרהֲדַדְעֶזֶרהדדעזרha.dad.'E.zerHadadezerH1909HNpm רְחֹ֖ברח֖ברְחֹברחבre.ChoRehobH7340IHNpm מֶ֣לֶךְמ֣לךמֶלֶךְמלךMe.lekh[the] king ofH4428GHNcmsc צוֹבָ֑הצוב֑הצוֹבָהצובהtzo.VahZobahH6678GHNpl בְּ/לֶכְתּ֕/וֹב/לכת֕/ובְּ/לֶכְתּ/וֹב/לכת/וbe./lekh.T/owhen/ went/ heH9003H1980GH9043HR+Vqcc+Sp3ms לְ/הָשִׁ֥יבל/הש֥יבלְ/הָשִׁיבל/השיבle./ha.Shivto/ restoreH9005H7725HHR+Vhcc יָד֖/וֹיד֖/ויָד/וֹיד/וya.D/ohand/ hisH3027HH9023HNcbsc+Sp3ms בִּֽ/נְהַר/־/פְּרָֽת\׃ב/נהר//פרת\בִּֽ/נְהַר/־/פְּרָֽת\׃ב/נהר//פרת\bi/n.har/-/pe.Ratat/ [the] river/-/EuphratesH9003H5104GH9014H6578\H9016HR+Ncmsc+Npl - Hadad-ézer, Ook genoemd Hadarezer, 1Ch 18:3.
- Zoba, Zie 1Sa 14:47. Dit meent men geweest te zijn het gedeelte van Syrië, dat Sofene genoemd wordt; komende deze woorden Zoba, of Zova, en Sofene zeer na overeen. Zie ook onder, 2Sa 10:6.
- hij heentoog David, of gelijk sommigen, Hadadezer.
- om zijn hand Dat is, om zijn macht uit te strekken, enz. Anders, om zijn grenzen te stellen, of herstellen. [Hebreeuws, te doen wederkeren, of weder te brengen] aan de rivier Fraat; dat is Eufraat, welke landpale Israël van God beloofd was, en dienvolgens hem moest toegeëigend worden. Vergelijk 1Ch 18:3, en zie Gen 15:18, enz.
4 En David nam hem duizend wagens af, en zevenhonderd ruiteren, en twintig duizend man te voet; en David ontzenuwde alle wagenpaarden, en hield daarvan honderd wagenen over.1234
וַ/יִּלְכֹּ֨דו/ילכ֨דוַ/יִּלְכֹּדו/ילכדva/i.yil.Kodand/ he capturedH9001H3920Hc+Vqw3ms דָּוִ֜דדו֜דדָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm מִמֶּ֗/נּוּממ֗/נומִמֶּ/נּוּממ/נוmi.Me./nufrom/ himH4480AH9033HRd+Sp3ms אֶ֤לֶףא֤לףאֶלֶףאלף'E.lefone thousandH0505GHNcbsa מֵאוֹת֙מאות֙מֵאוֹתמאותme.'Othundred<s>H3967HNcfpa פָּרָשִׁ֔יםפרש֔יםפָּרָשִׁיםפרשיםpa.ra.ShimhorsemenH6571BHNcmpa וְ/עֶשְׂרִ֥יםו/עשר֥יםוְ/עֶשְׂרִיםו/עשריםve./'es.Rimand/ twentyH9002H6242HC+Ncmpa אֶ֖לֶףא֖לףאֶלֶףאלף'E.lefthousandH0505GHNcbsa אִ֣ישׁא֣ישאִישׁאיש'ishmanH0376GHNcmsa רַגְלִ֑ירגל֑ירַגְלִירגליrag.Lion footH7273HAamsa וַ/יְעַקֵּ֤רו/יעק֤רוַ/יְעַקֵּרו/יעקרva/y.'a.Kerand/ he hamstrungH9001H6131BHc+Vpw3ms דָּוִד֙דוד֙דָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm הָ/רֶ֔כֶבה/ר֔כבהָ/רֶכֶבה/רכבha./Re.khevthe/ chariotryH9009H7393GHTd+Ncmsa וַ/יּוֹתֵ֥רו/יות֥רוַ/יּוֹתֵרו/יותרva/i.yo.Terand/ he leftH9001H3498Hc+Vhw3ms מִמֶּ֖/נּוּממ֖/נומִמֶּ/נּוּממ/נוmi.Me./nuof/ itH4480AH9033HRd+Sp3ms מֵ֥אָהמ֥אהמֵאָהמאהMe.'ahone hundredH3967HNcfsa - wagens af, Dat is hier ingevoegd uit 1Ch 18:4, waar deze historie wordt wederhaald.
- ruiteren, Versta, [zoals enigen dit nemen] rotten van ruiters, elk rot bestaande uit tien, makende alzo tezamen zeven duizend ruiters, welk getal uitdrukkelijk staat 1Ch 18:4. Vergelijk 2Sa 10:18.
- alle Uitgezonderd de honder, die hij behield, gelijk volgt.
- wagenpaarden, Of, wagens. Zie Jos 11:6.
5 En de Syriërs van Damaskus kwamen om Hadad-ezer, den koning van Zoba, te helpen; maar David sloeg van de Syriërs twee en twintig duizend man.1
וַ/תָּבֹא֙ו/תבא֙וַ/תָּבֹאו/תבאva./ta.Vo'and/ it cameH9001H0935GHc+Vqw3fs אֲרַ֣םאר֣םאֲרַםארם'a.RamAramH0758IHNpl דַּמֶּ֔שֶׂקדמ֔שקדַּמֶּשֶׂקדמשקda.Me.sekDamascusH1834HNpl לַ/עְזֹ֕רל/עז֕רלַ/עְזֹרל/עזרla/'.Zorto/ helpH9005H5826HR+Vqcc לַ/הֲדַדְעֶ֖זֶרל/הדדע֖זרלַ/הֲדַדְעֶזֶרל/הדדעזרla./ha.dad.'E.zer<to>/ HadadezerH9005H1909HR+Npm מֶ֣לֶךְמ֣לךמֶלֶךְמלךMe.lekh[the] king ofH4428GHNcmsc צוֹבָ֑הצוב֑הצוֹבָהצובהtzo.VahZobahH6678GHNpl וַ/יַּ֤ךְו/י֤ךוַ/יַּךְו/יךva/i.Yakhand/ he struck downH9001H5221Hc+Vhw3ms דָּוִד֙דוד֙דָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm בַּֽ/אֲרָ֔םב/אר֔םבַּֽ/אֲרָםב/ארםba./'a.Ramamong/ AramH9003H0758IHR+Npl עֶשְׂרִֽים\־עשרים\עֶשְׂרִֽים\־עשרים\'es.rim-twentyH6242\H9014HNcmpa וּ/שְׁנַ֥יִםו/שנ֥יםוּ/שְׁנַיִםו/שניםu./she.Na.yimand/ twoH9002H8147HC+Ncbda אֶ֖לֶףא֖לףאֶלֶףאלף'E.lefthousandH0505GHNcbsa - de Syriërs van Damaskus Hebreeuws, Aram; dat is, Syrië. Zie Gen 10:22, en Gen 22:21, waardoor de Syriërs verstaan worden. Syrië van Damaskus was wel het voornaamste deel of koninkrijk onder al de gedeelten, landen, provinciën of koninkrijken, [waarvan enige verhaald worden, onder, 2Sa 10:6 ] , die onder Syrië begrepen waren; zijnde tot onderscheiding genoemd Syrië van Damaskus, van den naam der vermaarde hoofdstad van dit koninkrijk.
6 En David leide bezettingen in Syrië van Damaskus, en de Syriërs werden David tot knechten, brengende geschenken; en de Heere behoedde David overal, waar hij heentoog.12
וַ/יָּ֨שֶׂםו/י֨שםוַ/יָּשֶׂםו/ישםva/i.Ya.semand/ he putH9001H7760HHc+Vqw3ms דָּוִ֤דדו֤דדָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm נְצִבִים֙נצבים֙נְצִבִיםנצביםne.tzi.VimgarrisonsH5333HNcmpa בַּ/אֲרַ֣םב/אר֣םבַּ/אֲרַםב/ארםba./'a.Ramin/ AramH9003H0758IHR+Npl דַּמֶּ֔שֶׂקדמ֔שקדַּמֶּשֶׂקדמשקda.Me.sekDamascusH1834HNpl וַ/תְּהִ֤יו/תה֤יוַ/תְּהִיו/תהיva./te.Hiand/ it becameH9001H1961Hc+Vqw3fs אֲרָם֙ארם֙אֲרָםארם'a.RamAramH0758IHNpl לְ/דָוִ֔דל/דו֔דלְ/דָוִדל/דודle./da.Vidof/ DavidH9005H1732HR+Npm לַ/עֲבָדִ֖יםל/עבד֖יםלַ/עֲבָדִיםל/עבדיםla./'a.va.Dim<into>/ servantsH9005H5650HR+Ncmpa נוֹשְׂאֵ֣ינושא֣ינוֹשְׂאֵינושאיnos.'EibearingH5375HHVqrmpc מִנְחָ֑המנח֑המִנְחָהמנחהmin.Chah<of> tributeH4503IHNcfsa וַ/יֹּ֤שַׁעו/י֤שעוַ/יֹּשַׁעו/ישעva/i.Yo.sha'and/ he gave victory toH9001H3467Hc+Vhw3ms יְהוָה֙יהוה֙יְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt דָּוִ֔דדו֔דדָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm בְּ/כֹ֖לב/כ֖לבְּ/כֹלב/כלbe./Kholin/ everyH9003H3605HR+Ncmsa אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhereH0834AHTr - brengende geschenken; Gelijk boven, vs.2.
- behoedde David overal, Of, gaf David heil, of overwinning; waardoor het Hebreeuwse woord bekwamelijk kan worden genomen in krijgszaken. Alzo onder, vs.14, en 2Sa 22:51, en 2Sa 23:10, 2Sa 23:12; Psa 20:6; Pro 21:31, enz.
7 En David nam de gouden schilden die bij Hadad-ezers knechten geweest waren, en bracht ze te Jeruzalem.1
וַ/יִּקַּ֣חו/יק֣חוַ/יִּקַּחו/יקחva/i.yi.Kachand/ he tookH9001H3947GHc+Vqw3ms דָּוִ֗דדו֗דדָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm אֵ֚תא֚תאֵתאת'et<obj.>H0853HTo שִׁלְטֵ֣ישלט֣ישִׁלְטֵישלטיshil.Tei[the] shields ofH7982HNcmpc הַ/זָּהָ֔בה/זה֔בהַ/זָּהָבה/זהבha./za.Hav<the>/ goldH9009H2091HTd+Ncmsa אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr הָי֔וּהי֔והָיוּהיוha.Yuthey wereH1961HVqp3cp עַבְדֵ֣יעבד֣יעַבְדֵיעבדי'av.Dei[the] servants ofH5650HNcmpc הֲדַדְעָ֑זֶרהדדע֑זרהֲדַדְעָזֶרהדדעזרha.dad.'A.zerHadadezerH1909HNpm וַ/יְבִיאֵ֖/םו/יביא֖/םוַ/יְבִיאֵ/םו/יביא/םva/y.vi.'E/mand/ he brought/ themH9001H0935PH9038Hc+Vhw3ms+Sp3mp יְרוּשָׁלִָֽם\׃ירושלם\יְרוּשָׁלִָֽם\׃ירושלם\ye.ru.sha.LimJerusalemH3389\H9016HNpl - knechten geweest waren, Dat is, officieren.
8 Daartoe nam de koning David zeer veel kopers uit Betach, en uit Berothai, steden van Hadad-ezer.1
וּ/מִ/בֶּ֥טַחו/מ/ב֥טחוּ/מִ/בֶּטַחו/מ/בטחu./mi./Be.tachand/ from/ BetahH9002H9006H0984HC+R+Npl וּ/מִ/בֵּֽרֹתַ֖יו/מ/ברת֖יוּ/מִ/בֵּֽרֹתַיו/מ/ברתיu./mi./be.ro.Taiand/ from/ BerothaiH9002H9006H1268BHC+R+Npl עָרֵ֣יער֣יעָרֵיערי'a.Rei[the] cities ofH5892BHNcmpc הֲדַדְעָ֑זֶרהדדע֑זרהֲדַדְעָזֶרהדדעזרha.dad.'A.zerHadadezerH1909HNpm לָקַ֞חלק֞חלָקַחלקחla.Kachhe tookH3947GHVqp3ms הַ/מֶּ֧לֶךְה/מ֧לךהַ/מֶּלֶךְה/מלךha./Me.lekhthe/ kingH9009H4428GHTd+Ncmsa דָּוִ֛דדו֛דדָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm נְחֹ֖שֶׁתנח֖שתנְחֹשֶׁתנחשתne.Cho.shetbronzeH5178AHNcfsa הַרְבֵּ֥ההרב֥ההַרְבֵּההרבהhar.BehmuchH7235AHVhaa - Betach, en uit Beróthai, Tibehat en Chun genoemd 1Ch 18:8.
9 Als nu Thoi, de koning van Hamath, hoorde, dat David het ganse heir van Hadad-ezer geslagen had;12
וַ/יִּשְׁמַ֕עו/ישמ֕עוַ/יִּשְׁמַעו/ישמעva/i.yish.Ma'and/ he heardH9001H8085GHc+Vqw3ms תֹּ֖עִית֖עיתֹּעִיתעיTo.'iToiH8583HNpm מֶ֣לֶךְמ֣לךמֶלֶךְמלךMe.lekh[the] king ofH4428GHNcmsc חֲמָ֑תחמ֑תחֲמָתחמתcha.MatHamathH2574GHNpl הִכָּ֣ההכ֣ההִכָּההכהhi.Kahhe had defeatedH5221HVhp3ms דָוִ֔דדו֔דדָוִדדודda.VidDavidH1732HNpm אֵ֖תא֖תאֵתאת'et<obj.>H0853HTo חֵ֥ילח֥ילחֵילחילcheil[the] army ofH2428AHNcmsc הֲדַדְעָֽזֶר\׃הדדעזר\הֲדַדְעָֽזֶר\׃הדדעזר\ha.dad.'A.zerHadadezerH1909\H9016HNpm - Thoï, Ook genoemd Thou, 1Ch 18:9.
- Hamath, Zie Num 13:21.
10 Zo zond Thoi zijn zoon Joram tot den koning David, om hem te vragen naar zijn welstand, en om hem te zegenen, vanwege dat hij tegen Hadad-ezer gekrijgd en hem geslagen had, ( want Hadad-ezer voerde steeds krijg tegen Thoi); en in zijn hand waren zilveren vaten, en gouden vaten, en koperen vaten;12345
וַ/יִּשְׁלַ֣חו/ישל֣חוַ/יִּשְׁלַחו/ישלחva/i.yish.Lachand/ he sentH9001H7971GHc+Vqw3ms תֹּ֣עִית֣עיתֹּעִיתעיTo.'iToiH8583HNpm בְּנ֣/וֹבנ֣/ובְּנ/וֹבנ/וbe.N/oson/ hisH1121AH9023HNcmsc+Sp3ms הַ/מֶּֽלֶךְ\־ה/מלך\הַ/מֶּֽלֶךְ\־ה/מלך\ha./Me.lekh-the/ kingH9009H4428G\H9014HTd+Ncmsa דָּ֠וִדד֠ודדָּוִדדודDa.vidDavidH1732HNpm ל֨/וֹל֨/ול/וֹל/וl/oof <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms לְ/שָׁל֜וֹםל/של֜וםלְ/שָׁלוֹםל/שלוםle./sha.Lomto/ welfareH9005H7965IHR+Ncmsa וּֽ/לְ/בָרֲכ֗/וֹו/ל/ברכ֗/ווּֽ/לְ/בָרֲכ/וֹו/ל/ברכ/וu./le./va.ra.Kh/oand/ to/ bless/ himH9002H9005H1288H9033HC+R+Vpcc+Sp3ms אֲשֶׁ֨ראש֨ראֲשֶׁראשר'a.SherthatH0834AHTr נִלְחַ֤םנלח֤םנִלְחַםנלחםnil.Chamhe had waged warH3898AHVNp3ms בַּ/הֲדַדְעֶ֙זֶר֙ב/הדדע֙זר֙בַּ/הֲדַדְעֶזֶרב/הדדעזרba./ha.dad.'E.zeragainst/ HadadezerH9003H1909HR+Npm וַ/יַּכֵּ֔/הוּו/יכ֔/הווַ/יַּכֵּ/הוּו/יכ/הוva/i.ya.Ke./huand/ he had defeated/ himH9001H5221H9033Hc+Vhw3ms+Sp3ms אִ֛ישׁא֛ישאִישׁאיש'ish<the> man ofH0376GHNcmsc מִלְחֲמ֥וֹתמלחמ֥ותמִלְחֲמוֹתמלחמותmil.cha.Mot<the> wars ofH4421HNcfpc תֹּ֖עִית֖עיתֹּעִיתעיTo.'iToiH8583HNpm הָיָ֣ההי֣ההָיָההיהha.Yahhe wasH1961HVqp3ms הֲדַדְעָ֑זֶרהדדע֑זרהֲדַדְעָזֶרהדדעזרha.dad.'A.zerHadadezerH1909HNpm וּ/בְ/יָד֗/וֹו/ב/יד֗/ווּ/בְ/יָד/וֹו/ב/יד/וu./ve./ya.D/oand/ in/ hand/ hisH9002H9003H3027KH9023HC+R+Ncbsc+Sp3ms הָי֛וּהי֛והָיוּהיוha.Yuthey wereH1961HVqp3cp כְּלֵֽי\־כלי\כְּלֵֽי\־כלי\ke.lei-articles ofH3627\H9014HNcmpc כֶ֥סֶףכ֥סףכֶסֶףכסףKhe.sefsilverH3701GHNcmsa וּ/כְלֵֽי\־ו/כלי\וּ/כְלֵֽי\־ו/כלי\u./khe.lei-and/ articles ofH9002H3627\H9014HC+Ncmpc זָהָ֖בזה֖בזָהָבזהבza.HavgoldH2091HNcmsa וּ/כְלֵ֥יו/כל֥יוּ/כְלֵיו/כליu./khe.Leiand/ articles ofH9002H3627HC+Ncmpc נְחֹֽשֶׁת\׃נחשת\נְחֹֽשֶׁת\׃נחשת\ne.Cho.shetbronzeH5178A\H9016HNcfsa - Joram Hadoram genoemd, 1Ch 18:10.
- welstand, Hebreeuws, naar vrede; dat is, om hem vriendelijk te begroeten. Zie Gen 43:27.
- zegenen, Hem te begroeten en geluk te wensen vanwege de verkregen victorie, dat is [gelijk men zegt] te congratuleren.
- voerde steeds krijg tegen Thoï Hebreeuws, was een man der krijgen van Thoï; dat is, hij deed hem steeds den oorlog aan, was zijn vijand en tegenstrijder, die hem niet ongekweld liet. Zie Gen 9:20, en vergelijk Jdg 12:2; onder 2Sa 18:20, en 2Ch 35:21; Psa 41:10.
- zijn hand Dit is, Joram, de zoon van Thoï, had deze geschenken bij zich, onder zijn handen, gelijk men zegt. Zie gelijke manier van spreken 1Sa 9:8; 2Ki 5:5, enz.
11 Welke de koning David ook den Heere heiligde, met het zilver en het goud, dat hij geheiligd had van alle heidenen, die hij zich onderworpen had;
אֹתָ֕/םאת֕/םאֹתָ/םאת/ם'o.Ta/m<obj.>/ themH0853H9038HTo+Sp3mp הִקְדִּ֛ישׁהקד֛ישהִקְדִּישׁהקדישhik.Dishhe consecratedH6942HHVhp3ms הַ/מֶּ֥לֶךְה/מ֥לךהַ/מֶּלֶךְה/מלךha./Me.lekhthe/ kingH9009H4428GHTd+Ncmsa דָּוִ֖דדו֖דדָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm לַֽ/יהוָ֑הל/יהו֑הלַֽ/יהוָהל/יהוהla./Yah.wehto/ YahwehH9005H3068GHR+Npt הַ/כֶּ֤סֶףה/כ֤סףהַ/כֶּסֶףה/כסףha./Ke.sefthe/ silverH9009H3701GHTd+Ncmsa וְ/הַ/זָּהָב֙ו/ה/זהב֙וְ/הַ/זָּהָבו/ה/זהבve./ha./za.Havand/ the/ goldH9002H9009H2091HC+Td+Ncmsa אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr הִקְדִּ֔ישׁהקד֔ישהִקְדִּישׁהקדישhik.Dishhe had consecratedH6942HHVhp3ms הַ/גּוֹיִ֖םה/גוי֖םהַ/גּוֹיִםה/גויםha./go.Yimthe/ nationsH9009H1471AHTd+Ncmpa אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr כִּבֵּֽשׁ\׃כבש\כִּבֵּֽשׁ\׃כבש\ki.Beshhe had subduedH3533\H9016HVpp3ms 12 Van Syrië, en van Moab, en van de kinderen Ammons, en van de Filistijnen, en van Amalek, en van den roof van Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba.
מֵ/אֲרָ֤םמ/אר֤םמֵ/אֲרָםמ/ארםme./'a.Ramfrom/ AramH9006H0758MHR+Npl וּ/מִ/מּוֹאָב֙ו/מ/מואב֙וּ/מִ/מּוֹאָבו/מ/מואבu./mi./mo.'Avand/ from/ MoabH9002H9006H4124GHC+R+Npl וּ/מִ/בְּנֵ֣יו/מ/בנ֣יוּ/מִ/בְּנֵיו/מ/בניu./mi./be.Neiand/ from/ [the] people ofH9002H9006H1121GHC+R+Ncmpc עַמּ֔וֹןעמ֔וןעַמּוֹןעמוןa.MonAmmonH5983HNpm וּ/מִ/פְּלִשְׁתִּ֖יםו/מ/פלשת֖יםוּ/מִ/פְּלִשְׁתִּיםו/מ/פלשתיםu./mi./pe.lish.Timand/ from/ [the] PhilistinesH9002H9006H6430GHC+R+Ngmpa וּ/מֵֽ/עֲמָלֵ֑קו/מ/עמל֑קוּ/מֵֽ/עֲמָלֵקו/מ/עמלקu./me./'a.ma.Lekand/ from/ AmalekH9002H9006H6002GHC+R+Npl וּ/מִ/שְּׁלַ֛לו/מ/של֛לוּ/מִ/שְּׁלַלו/מ/שללu./mi./she.Laland/ from/ [the] plunder ofH9002H9006H7998HC+R+Ncmsc הֲדַדְעֶ֥זֶרהדדע֥זרהֲדַדְעֶזֶרהדדעזרha.dad.'E.zerHadadezerH1909HNpm רְחֹ֖ברח֖ברְחֹברחבre.ChoRehobH7340IHNpm מֶ֥לֶךְמ֥לךמֶלֶךְמלךMe.lekh[the] king ofH4428GHNcmsc 13 Ook maakte zich David een naam, als hij wederkwam, nadat hij de Syriërs geslagen had, in het Zoutdal, achttien duizend.12
וַ/יַּ֤עַשׂו/י֤עשוַ/יַּעַשׂו/יעשva/i.Ya.'asand/ he madeH9001H6213HHc+Vqw3ms דָּוִד֙דוד֙דָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm שֵׁ֔םש֔םשֵׁםשםShema nameH8034HNcmsa בְּ/שֻׁב֕/וֹב/שב֕/ובְּ/שֻׁב/וֹב/שב/וbe./shu.V/owhen/ returned/ heH9003H7725GH9043HR+Vqcc+Sp3ms מֵ/הַכּוֹת֥/וֹמ/הכות֥/ומֵ/הַכּוֹת/וֹמ/הכות/וme./ha.ko.T/ofrom/ defeating/ heH9006H5221H9043HR+Vhcc+Sp3ms אֲרָ֖םאר֖םאֲרָםארם'a.RamAramH0758MHNpl מֶ֑לַחמ֑לחמֶלַחמלחMe.lachSaltH4417HHNpl שְׁמוֹנָ֥השמונ֥השְׁמוֹנָהשמונהshe.mo.Naheight-H8083HNcbsa עָשָׂ֖רעש֖רעָשָׂרעשר'a.SarteenH6240HNcbsa - in het Zoutdal, Te weten, maakte hij zich een naam, of, [staande] in het Zoutdal, enz. waarvan zie 2Ki 14:7. Dit dal lag aan het zuidelijke einde van de Zoutzee, aan het oostelijke einde van het gebergte der Edomieten of Seïr.
- achttien duizend Van de Edomieten, zie 1Ch 18:12, waarop vs.14 past. Vergelijk ook Psa 60:2.
14 En hij leide bezettingen in Edom; in gans Edom leide hij bezettingen; en alle Edomieten werden David tot knechten; en de Heere behoedde David overal, waar hij heentoog.12
וַ/יָּ֨שֶׂםו/י֨שםוַ/יָּשֶׂםו/ישםva/i.Ya.semand/ he putH9001H7760HHc+Vqw3ms בֶּ/אֱד֜וֹםב/אד֜וםבֶּ/אֱדוֹםב/אדוםbe./'e.Domin/ EdomH9003H0123GHR+Npm נְצִבִ֗יםנצב֗יםנְצִבִיםנצביםne.tzi.VimgarrisonsH5333HNcmpa אֱדוֹם֙אדום֙אֱדוֹםאדום'e.dOmEdomH0123GHNpm שָׂ֣םש֣םשָׂםשםsamhe putH7760HHVqp3ms נְצִבִ֔יםנצב֔יםנְצִבִיםנצביםne.tzi.VimgarrisonsH5333HNcmpa וַ/יְהִ֥יו/יה֥יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it wasH9001H1961Hc+Vqw3ms אֱד֖וֹםאד֖וםאֱדוֹםאדום'e.DomEdomH0123GHNpm עֲבָדִ֣יםעבד֣יםעֲבָדִיםעבדים'a.va.DimservantsH5650HNcmpa לְ/דָוִ֑דל/דו֑דלְ/דָוִדל/דודle./da.Vidof/ DavidH9005H1732HR+Npm וַ/יּ֤וֹשַׁעו/י֤ושעוַ/יּוֹשַׁעו/יושעva/i.Yo.o.sha'and/ he gave victory toH9001H3467Hc+Vhw3ms יְהוָה֙יהוה֙יְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt דָּוִ֔דדו֔דדָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm בְּ/כֹ֖לב/כ֖לבְּ/כֹלב/כלbe./Kholin/ everyH9003H3605HR+Ncmsa אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhereH0834AHTr - David tot knechten; En zijn nakomelingen, tot den tijd van Joram, Josafats zoon. Zie 2Ki 8:22.
- behoedde David overal, Gelijk boven, vs.6.
15 Alzo regeerde David over gans Israël, en David deed aan zijn ganse volk recht en gerechtigheid.12
וַ/יִּמְלֹ֥ךְו/ימל֥ךוַ/יִּמְלֹךְו/ימלךva/i.yim.Lokhand/ he reignedH9001H4427AHc+Vqw3ms דָּוִ֖דדו֖דדָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm יִשְׂרָאֵ֑לישרא֑ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl וַ/יְהִ֣יו/יה֣יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ he wasH9001H1961Hc+Vqw3ms דָוִ֗דדו֗דדָוִדדודda.VidDavidH1732HNpm עֹשֶׂ֛העש֛העֹשֶׂהעשה'o.SehdoingH6213AHVqrmsa מִשְׁפָּ֥טמשפ֥טמִשְׁפָּטמשפטmish.PatjusticeH4941HHNcmsa וּ/צְדָקָ֖הו/צדק֖הוּ/צְדָקָהו/צדקהu./tze.da.Kahand/ righteousnessH9002H6666HC+Ncfsa - deed aan zijn ganse volk Hebreeuws, was doende.
- recht en gerechtigheid Zie Gen 18:19.
16 Joab nu, de zoon van Zeruja, was over het heir; en Josafat, zoon van Achilud, was kanselier.12
וְ/יוֹאָ֥בו/יוא֥בוְ/יוֹאָבו/יואבve./yo.'Avand/ JoabH9002H3097GHC+Npm צְרוּיָ֖הצרוי֖הצְרוּיָהצרויהtze.ru.YahZeruiahH6870HNpf הַ/צָּבָ֑אה/צב֑אהַ/צָּבָאה/צבאha./tza.Va'the/ armyH9009H6635AHTd+Ncmsa וִ/יהוֹשָׁפָ֥טו/יהושפ֥טוִ/יהוֹשָׁפָטו/יהושפטvi./ho.sha.Fatand/ JehoshaphatH9002H3092GHC+Npm אֲחִיל֖וּדאחיל֖ודאֲחִילוּדאחילוד'a.chi.LudAhiludH0286HNpm מַזְכִּֽיר\׃מזכיר\מַזְכִּֽיר\׃מזכיר\maz.Kir[was] recorderH2142\H9016HVhrmsa - over het heir; Dat is, generaal krijgsoverste.
- kanselier Zie 1Ki 4:3.
17 En Zadok, zoon van Ahitub, en Achimelech, zoon van Abjathar, waren priesters; en Seraja was schrijver.1234
וְ/צָד֧וֹקו/צד֧וקוְ/צָדוֹקו/צדוקve./tza.Dokand/ ZadokH9002H6659GHC+Npm אֲחִיט֛וּבאחיט֛ובאֲחִיטוּבאחיטוב'a.chi.TuvAhitubH0285HHNpm וַ/אֲחִימֶ֥לֶךְו/אחימ֥לךוַ/אֲחִימֶלֶךְו/אחימלךva./'a.chi.Me.lekhand/ AhimelechH9002H0288IHC+Npm אֶבְיָתָ֖ראבית֖ראֶבְיָתָראביתר'ev.ya.TarAbiatharH0054HNpm כֹּהֲנִ֑יםכהנ֑יםכֹּהֲנִיםכהניםko.ha.Nim[were] priestsH3548HNcmpa וּ/שְׂרָיָ֖הו/שרי֖הוּ/שְׂרָיָהו/שריהu./se.ra.Yahand/ SeraiahH9002H8304GHC+Npm סוֹפֵֽר\׃סופר\סוֹפֵֽר\׃סופר\so.Fer[was] secretaryH5608B\H9016HNcmsa - Zadok, Van Aärons linie, door Eleazar, 1Ch 6:4, 1Ch 6:8, en 1Ch 24:3. Zie van dezen onder 2Sa 15:24, en 2Sa 20:25; 1Ch 16:39, en 1Ch 24:3, en 1Ch 29:22; idem 1Ki 1:8, 1Ki 1:32, 1Ki 1:38, en 1Ki 2:35.
- Achimélech, Van Aärons linie, door Ithamar en Eli, 1Ch 24:3.
- priesters; Van de ordeningen der priesteren zie Num 3:32, en 2Ki 23:4.
- schrijver Zie 1Ki 4:3.
18 Er was ook Benaja, zoon van Jojada, met de Krethi en de Plethi; maar Davids zonen waren prinsen.12
וּ/בְנָיָ֙הוּ֙ו/בני֙הו֙וּ/בְנָיָהוּו/בניהוu./ve.na.Ya.huand/ BenaiahH9002H1141GHC+Npm יְה֣וֹיָדָ֔עיה֣ויד֔עיְהוֹיָדָעיהוידעye.Ho.ya.Da'JehoiadaH3077GHNpm וְ/הַ/כְּרֵתִ֖יו/ה/כרת֖יוְ/הַ/כְּרֵתִיו/ה/כרתיve./ha./ke.re.Tiand/ the/ Kerethite[s]H9002H9009H3774HHC+Td+Ngmsa וְ/הַ/פְּלֵתִ֑יו/ה/פלת֑יוְ/הַ/פְּלֵתִיו/ה/פלתיve./ha./pe.le.Tiand/ the/ Pelethite[s]H9002H9009H6432HC+Td+Ngmsa וּ/בְנֵ֥יו/בנ֥יוּ/בְנֵיו/בניu./ve.Neiand/ [the] sons ofH9002H1121AHC+Ncmpc דָוִ֖דדו֖דדָוִדדודda.VidDavidH1732HNpm כֹּהֲנִ֥יםכהנ֥יםכֹּהֲנִיםכהניםko.ha.Nim[were] priestsH3548HNcmpa - Krethi en de Plethi; Over welke Benaja overste was. Zie 2Sa 20:23; 1Ch 18:17. Van Krethi en Plethi, zie 1Ki 1:38.
- prinsen Of, hoofdofficieren. Van het Hebreeuwse woord [dat anders gemeenlijk priesters betekent], zie Gen 41:45. Hier kan het geen priesters betekenen, omdat Davids zonen uit den stam van Juda waren, niet uit den stam van Levi. Dit woord wordt 1Ch 18:17 aldus verklaard: Davids zonen waren de eersten aan de hand des konings, of den koning ter hand, gelijk men zegt.