reltext

Chapter 23

1 Voorts zijn dit de laatste woorden van David. David, de zoon van Isaï zegt, en de man, die hoog is opgericht, de gezalfde van Jakobs God, en liefelijk in psalmen van Israël, zegt:123

Original Hebrew

וְ/אֵ֛לֶּהו/א֛להוְ/אֵלֶּהו/אלהve./'E.lehand/ theseH9002H0428HC+Tm
דִּבְרֵ֥ידבר֥ידִּבְרֵידבריdiv.Rei[are] [the] words ofH1697GHNcmpc
דָוִ֖דדו֖דדָוִדדודda.VidDavidH1732HNpm
הָ/אַֽחֲרֹנִ֑יםה/אחרנ֑יםהָ/אַֽחֲרֹנִיםה/אחרניםha./'a.cha.ro.Nim<the>/ lastH9009H0314HTd+Aampa
נְאֻ֧םנא֧םנְאֻםנאםne.'Um[the] utterance ofH5002HNcmsc
דָּוִ֣דדו֣דדָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
יִשַׁ֗ייש֗ייִשַׁיישיyi.ShaiJesseH3448HNpm
וּ/נְאֻ֤םו/נא֤םוּ/נְאֻםו/נאםu./ne.'Umand/ [the] utterance ofH9002H5002HC+Ncmsc
הַ/גֶּ֙בֶר֙ה/ג֙בר֙הַ/גֶּבֶרה/גברha./Ge.verthe/ manH9009H1397HTd+Ncmsa
הֻ֣קַםה֣קםהֻקַםהקםHu.kam[who] he was raised upH6965HHVHp3ms
עָ֔לע֔לעָלעל'AlheightH5920HHNcmsa
מְשִׁ֙יחַ֙מש֙יח֙מְשִׁיחַמשיחme.Shi.ach[the] [one] anointed ofH4899HNcmsc
אֱלֹהֵ֣יאלה֣יאֱלֹהֵיאלהי'e.lo.Hei[the] God ofH0430GHNcmpc
יַֽעֲקֹ֔ביעק֔ביַֽעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm
וּ/נְעִ֖יםו/נע֖יםוּ/נְעִיםו/נעיםu./ne.'Imand/ [the] pleasant [one] ofH9002H5273BHC+Aamsc
זְמִר֥וֹתזמר֥ותזְמִרוֹתזמרותze.mi.Rot[the] songs ofH2158HNcfpc
יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\Yis.ra.'ElIsraelH3478\H9016HNpl
  1. laatste woorden van David Voor zijn dood, naar het exempel van Jakob, Gen 49, en Mozes, Deu 32, en Deu 33.
  2. hoog is opgericht, Verheven uit nederigen stand, en gezalfd tot koning over Gods volk.
  3. psalmen van Israël, Die hij door ingeven des Heiligen Geestes voor de kerk Gods gedicht heeft.

2 De Geest des Heeren heeft door mij gesproken, en Zijn rede is op mijn tong geweest.

Original Hebrew

ר֥וּחַר֥וחרוּחַרוחRu.ach[the] spirit ofH7307GHNcfsc
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
דִּבֶּר\־דבר\דִּבֶּר\־דבר\di.ber-he has spokenH1696G\H9014HVpp3ms
בִּ֑/יב֑/יבִּ/יב/יB/iby <the>/ meH9003H9030HRd+Sp1bs
וּ/מִלָּת֖/וֹו/מלת֖/ווּ/מִלָּת/וֹו/מלת/וu./mi.la.T/oand/ speech/ hisH9002H4405H9023HC+Ncfsc+Sp3ms
עַל\־על\עַל\־על\'al-[is] onH5921A\H9014HR
לְשׁוֹנִֽ/י\׃לשונ/י\לְשׁוֹנִֽ/י\׃לשונ/י\le.sho.N/itongue/ myH3956GH9020\H9016HNcbsc+Sp1bs

3 De God Israëls heeft gezegd, de Rotssteen Israëls heeft tot mij gesproken: Er zal zijn een Heerser over de mensen, een Rechtvaardige, een Heerser in de vreze Gods.12345

Original Hebrew

אָמַר֙אמר֙אָמַראמר'a.Marhe saidH0559HVqp3ms
אֱלֹהֵ֣יאלה֣יאֱלֹהֵיאלהי'e.lo.Hei[the] God ofH0430GHNcmpc
יִשְׂרָאֵ֔לישרא֔ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
לִ֥/יל֥/ילִ/יל/יl/ito <the>/ meH9005H9030HRd+Sp1bs
דִבֶּ֖רדב֖רדִבֶּרדברdi.Berhe spokeH1696GHVpp3ms
צ֣וּרצ֣ורצוּרצורtzur[the] rock ofH6697HHNcmsc
יִשְׂרָאֵ֑לישרא֑ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
מוֹשֵׁל֙מושל֙מוֹשֵׁלמושלmo.Shel[one who] rulesH4910HVqrmsa
בָּ/אָדָ֔םב/אד֔םבָּ/אָדָםב/אדםba./'a.Damover <the>/ humankindH9003H0120GHRd+Ncmsa
צַדִּ֕יקצד֕יקצַדִּיקצדיקtza.DikrighteousH6662HAamsa
מוֹשֵׁ֖למוש֖למוֹשֵׁלמושלmo.Shel[one who] rulesH4910HVqrmsa
יִרְאַ֥תירא֥תיִרְאַתיראתyir.'At[the] fear ofH3374HNcfsc
אֱלֹהִֽים\׃אלהים\אֱלֹהִֽים\׃אלהים\'E.lo.HimGodH0430G\H9016HNcmpa
  1. Rotssteen Israëls Gelijk boven, 2Sa 22:2. Vergelijk 1Co 10:4.
  2. tot mij gesproken Anders, van mij; verstaande dat David hier verhaalt de profetieën, die God aangaande zijn persoon, koninkrijk en huis geopenbaard had, eensdeels aan David zelven, anderdeels aan de profeten Samuel, Nathan, enz.
  3. Heerser over de mensen, Versta, onzen eeuwigen geestelijken Koning en Heere Jezus Christus, wiens voorbeeld David, [alsook Salomo] geweest is, en van welken hem God geopenbaard had, dat hij uit zijn zaad [naar het vlees] zou voortkomen. Vergelijk Psa 2:8, en Psa 72:8; Jer 30:21; Mic 5:1. Anderen nemen het als een beschrijving van de deugden en schuldige plichten der regenten, passende ook daarop de volgende gelijkenis, vs.4, als waardoor beduid is de aangenaamheid en nuttigheid van zulke regenten, gelijk David en Salomo geweest zijn, hoewel gebrekkelijk in vele.
  4. Rechtvaardige, Zie Isa 53:11; Jer 23:5-6, en Jer 33:15-16; Zec 9:9 met de aantekeningen.
  5. vreze Gods Vergelijk Isa 11:2-3.

4 En Hij zal zijn gelijk het licht des morgens, wanneer de zon opgaat, des morgens zonder wolken, wanneer van den glans na den regen de grasscheutjes uit de aarde voortkomen.1

Original Hebrew

וּ/כְ/א֥וֹרו/כ/א֥ורוּ/כְ/אוֹרו/כ/אורu./khe./'orand/ like/ [the] light ofH9002H9004H0216HC+R+Ncfsc
בֹּ֖קֶרב֖קרבֹּקֶרבקרBo.kermorningH1242HNcmsa
יִזְרַח\־יזרח\יִזְרַח\־יזרח\yiz.rach-[when] it dawnsH2224\H9014HVqi3ms
שָׁ֑מֶשׁש֑מששָׁמֶשׁשמשSha.mesh[the] sunH8121HNcbsa
בֹּ֚קֶרב֚קרבֹּקֶרבקרBo.kermorningH1242HNcmsa
לֹ֣אל֣אלֹאלאlo'notH3808HTn
עָב֔וֹתעב֔ותעָבוֹתעבותa.VotcloudsH5645HNcfpa
מִ/נֹּ֥גַהּמ/נ֥גהמִ/נֹּגַהּמ/נגהmi./No.gahfrom/ brightnessH9006H5051HR+Ncfsa
מִ/מָּטָ֖רמ/מט֖רמִ/מָּטָרמ/מטרmi./ma.Tarfrom/ rainH9006H4306HR+Ncmsa
דֶּ֥שֶׁאד֥שאדֶּשֶׁאדשאDe.she'vegetationH1877HNcmsa
מֵ/אָֽרֶץ\׃מ/ארץ\מֵ/אָֽרֶץ\׃מ/ארץ\me./'A.retzfrom/ [the] earthH9006H0776H\H9016HR+Ncfsa
  1. gelijk het licht des morgens, Dat is, de komst van den Messias, en de verrichting van zijn zaligmakend ambt, zal zo lieflijk, aangenaam, nuttig en vruchtbaar zijn voor zijn kerk, als de zaken, in deze gelijkenis verhaald, voor de aarde en haar gewas zijn. Vergelijk met vs.4, Hos 6:3; Psa 110:3; idem Isa 60:1-2; Mal 4:2; Luk 1:78, en voorts Isa 44:3-4, enz., en Isa 55:10-11, enz.

5 Hoewel mijn huis alzo niet is bij God, nochtans heeft Hij mij een eeuwig verbond gesteld, dat in alles wel geordineerd en bewaard is; voorzeker is daarin al mijn heil, en alle lust, hoewel Hij het nog niet doet uitspruiten.123

Original Hebrew

כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
לֹא\־לא\לֹא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
כֵ֥ןכ֥ןכֵןכןkhenthusH3651CHD
בֵּיתִ֖/יבית֖/יבֵּיתִ/יבית/יbei.T/i[is] house?/ myH1004MH9020HNcmsc+Sp1bs
עִם\־עם\עִם\־עם\'im-withH5973A\H9014HR
אֵ֑לא֑לאֵלאל'ElGodH0410GHNcmsa
כִּי֩כי֩כִּיכיkiforH3588AHTc
בְרִ֨יתבר֨יתבְרִיתבריתve.Rita covenant ofH1285HNcfsc
עוֹלָ֜םעול֜םעוֹלָםעולםo.LamperpetuityH5769GHNcmsa
שָׂ֣םש֣םשָׂםשםsamhe has madeH7760AHVqp3ms
לִ֗/יל֗/ילִ/יל/יL/ito <the>/ meH9005H9030HRd+Sp1bs
עֲרוּכָ֤הערוכ֤העֲרוּכָהערוכה'a.ru.KhaharrangedH6186AHVqsfsa
בַ/כֹּל֙ב/כל֙בַ/כֹּלב/כלva./Kolin <the>/ everythingH9003H3605HRd+Ncmsa
וּ/שְׁמֻרָ֔הו/שמר֔הוּ/שְׁמֻרָהו/שמרהu./she.mu.Rahand/ preservedH9002H8104HHC+Vqsfsa
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
כָל\־כל\כָל\־כל\khol-allH3605\H9014HNcmsc
יִשְׁעִ֥/יישע֥/ייִשְׁעִ/יישע/יyish.'/Isalvation/ myH3468H9020HNcmsc+Sp1bs
וְ/כָל\־ו/כל\וְ/כָל\־ו/כל\ve./kholand/ everyH9002H3605\H9014HC+Ncmsc
חֵ֖פֶץח֖פץחֵפֶץחפץChe.fetzdesireH2656HNcmsa
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
יַצְמִֽיחַ\׃יצמיח\יַצְמִֽיחַ\׃יצמיח\yatz.Mi.achwill he make grow?H6779\H9016HVhi3ms
  1. Hoewel mijn huis David belijdt hier zijne en zijns huizes zonden en onwaardigheid. [Vergelijk 2Sa 7:18-19, enz., en zie 2Sa 11, 2Sa 12, 2Sa 13, 2Sa 15, enz.], en roemt daartegen Gods onverdiende weldadigheid, hem bewezen door het eeuwig en onveranderlijk genadeverbond, zijnde gegrond in den Messias, wiens dag David [gelijk Abraham] door het geloof ziende, daarop getroost en verheugd in den Heere ontslapen is. Vergelijk 2Sa 22:51, en Psa 72:20, met de aantekeningen.
  2. wel geordineerd Dat is, hetwelk in Gods eeuwigen raad, tot zijn eer en zaligheid zijns volks, met alle middelen daartoe behorende, wijselijk besloten en voorgeschikt is, en tot de eindelijke vervulling toe zo vast bewaard is en gehouden zal worden, dat de poorten der hel daartegen niet zullen vermogen. Vergelijk Mat 16:18; Act 13:23, Act 13:32-33, enz.; Eph 1:3-4, enz.; 1Pe 1:5, 1Pe 1:510-11 enz.
  3. uitspruiten Dat is, hoewel de beloofde Scheut, of Spruit van Isaï en David, de Middelaar des verbonds, de Messias, nog niet is gekomen. Vergelijk Isa 4:2, en Isa 11:1; Jer 23:5, en Jer 33:15; Zec 3:8, en Zec 6:12. Sommigen verstaan dat David in vs.4 en vs.5 tegen elkander stelt de vergankelijkheid der dingen, die in vs.4 verhaald staan, en de eeuwigheid zijns koninkrijks en van zijn huis in den Messias, die uit zijn zaad voortkomen zou, en zetten deze verzen aldus over: 4

6 Maar de mannen Belials zullen altemaal zijn als doornen, die weggeworpen worden, omdat men ze met de hand niet kan vatten;1

Original Hebrew

וּ/בְלִיַּ֕עַלו/בלי֕עלוּ/בְלִיַּעַלו/בליעלu./ve.li.Ya.'aland/ a worthless personH9002H1100GHC+Ncmsa
כְּ/ק֥וֹץכ/ק֥וץכְּ/קוֹץכ/קוץke./Kotz[is] like/ thorn[s]H9004H6975HR+Ncmsa
מֻנָ֖דמנ֖דמֻנָדמנדmu.Nad[which is] chased awayH5074HVHsmsa
כֻּלָּ֑/הַםכל֑/הםכֻּלָּ/הַםכל/הםku.La./hamall of/ themH3605H9028HNcmsc+Sp3mp
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
בְ/יָ֖דב/י֖דבְ/יָדב/ידve./Yadin/ a handH9003H3027GHR+Ncbsa
יִקָּֽחוּ\׃יקחו\יִקָּֽחוּ\׃יקחו\yi.Ka.chupeople will takeH3947G\H9016HVqi3mp
  1. Belials Dat is, verworpenen, goddelozen, deugnieten, verachters en vijanden van het koninkrijk van Christus. Zie van dit woord Deu 13:13.

7 Maar een iegelijk, die ze zal aantasten, voorziet zich met ijzer en het hout ener spies; en zij zullen ganselijk met vuur verbrand worden ter zelver plaats.123

Original Hebrew

וְ/אִישׁ֙ו/איש֙וְ/אִישׁו/אישve./'Ishand/ anyoneH9002H0376IHC+Ncmsa
יִגַּ֣עיג֣עיִגַּעיגעyi.Ga'[who] he will touchH5060HVqi3ms
בָּ/הֶ֔םב/ה֔םבָּ/הֶםב/הםba./Hem<in> <the>/ themH9003H9038HRd+Sp3mp
יִמָּלֵ֥אימל֥איִמָּלֵאימלאyi.ma.Le'he will arm himselfH4390HVNi3ms
בַרְזֶ֖לברז֖לבַרְזֶלברזלvar.ZelironH1270HNcmsa
וְ/עֵ֣ץו/ע֣ץוְ/עֵץו/עץve./'Etzand/ [the] wood ofH9002H6086JHC+Ncmsc
חֲנִ֑יתחנ֑יתחֲנִיתחניתcha.Nita spearH2595HNcfsa
וּ/בָ/אֵ֕שׁו/ב/א֕שוּ/בָ/אֵשׁו/ב/אשu./va./'Eshand/ with <the>/ fireH9002H9003H0784HC+Rd+Ncbsa
שָׂר֥וֹףשר֥וףשָׂרוֹףשרוףsa.Rofcertainly <to burn>H8313HVqaa
יִשָּׂרְפ֖וּישרפ֖ויִשָּׂרְפוּישרפוyi.sa.re.Futhey will be burnedH8313HVNi3mp
בַּ/שָּֽׁבֶת\׃\ \פב/שבת\\ \פבַּ/שָּֽׁבֶת\׃\ \פב/שבת\\ \פba./Sha.vetat the/ dwellingH9003H7675\H9016\ \H9017HRd+Ncfsa
  1. voorziet zich Hebreeuws, wordt vervuld; dat is, hij vult zijn hand, hij voorziet zich eerst met enig instrument, waarmede hij de doornen onbeschadigd kan behandelen.
  2. ganselijk Hebreeuws, verbrandende verbrand worden
  3. ter zelver plaats Waar zij zijn gewassen, of heengeworpen waar zij liggen. Hebreeuws eigenlijk, in de zitplaats, of verblijfplaats, of stoel.

8 Dit zijn de namen der helden, die David gehad heeft: Joscheb Baschebeth , de zoon van Tachkemoni, de voornaamste der hoofdlieden. Deze was Adino, de Ezniet, die zich stelde tegen achthonderd, die van hem verslagen werden op eenmaal.12345

Original Hebrew

אֵ֛לֶּהא֛להאֵלֶּהאלה'E.lehtheseH0428HTm
שְׁמ֥וֹתשמ֥ותשְׁמוֹתשמותshe.Mot[are] [the] names ofH8034HNcfpc
הַ/גִּבֹּרִ֖יםה/גבר֖יםהַ/גִּבֹּרִיםה/גבריםha./gi.bo.Rimthe/ warriorsH9009H1368HTd+Ncmpa
אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhoH0834AHTr
לְ/דָוִ֑דל/דו֑דלְ/דָוִדל/דודle./da.Vid[belonged] to/ DavidH9005H1732HR+Npm
יֹשֵׁ֨ביש֨ביֹשֵׁבישבyo.ShevJosheb-H3429HVqrmsa
בַּשֶּׁ֜בֶתבש֜בתבַּשֶּׁבֶתבשבתba.She.vetBasshebethH3429HNcfsc
תַּחְכְּמֹנִ֣י\׀תחכמנ֣י\תַּחְכְּמֹנִי\׀תחכמני\tach.ke.mo.Nia TahkemoniteH8461\H9015HNgmsa
רֹ֣אשׁר֣אשרֹאשׁראשrosh[the] chief ofH7218HHNcmsc
הַ/שָּׁלִשִׁ֗יה/שלש֗יהַ/שָּׁלִשִׁיה/שלשיha./sha.li.Shithe/ threeH9009H7991CHTd+Aomsa
ה֚וּאה֚ואהוּאהואhu'heH1931HPp3ms
עֲדִינ֣וֹעדינ֣ועֲדִינוֹעדינוa.di.NoAdinoH5722HNpm
הָֽ/עֶצְנִ֔יה/עצנ֔יהָֽ/עֶצְנִיה/עצניha./'etz.nithe/ EzniteH9009H6112GHTd+Ncmsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
שְׁמֹנֶ֥השמנ֥השְׁמֹנֶהשמנהshe.mo.NeheightH8083HNcbsa
מֵא֛וֹתמא֛ותמֵאוֹתמאותme.'othundred<s>H3967HNcfpa
חָלָ֖לחל֖לחָלָלחללcha.Lal[one] slainH2491AHAamsa
בְּ/פַ֥עַםב/פ֥עםבְּ/פַעַםב/פעםbe./Fa.'amat/ a timeH9003H6471HR+Ncfsa
אֶחָֽת\׃\ \סאחת\\ \סאֶחָֽת\׃\ \סאחת\\ \ס'e.chadoneH0259\H9016\ \H9018HNcfsa
  1. helden, Alzo worden hier genoemd Davids voornaamste krijgsofficieren, vanwege hun bijzondere dapperheid, manhaftigheid en onversaagdheid in den oorlog. De orde, die onder hen naar hun dapperheid en verdienste van David is aangesteld, is zeer aanmerkelijk.
  2. Joscheb Baschébeth, 1Ch 11:11 wordt hij genoemd Jaschobham; uit welke plaats het woord zoon hier ook is ingevoegd, gelijk ook aldaar Chachmoni wordt gesteld voor Tachkemoni
  3. de voornaamste Hebreeuws, het hoofd
  4. die zich stelde Anders, [die de overhand had] over, of tegen, enz.
  5. die van hem Vergelijk 1Ch 11:11. Sommigen menen dat van deze achthonderd maar driehonderd op de plaats zijn dood gebleven, omdat dit getal in het boek der Kronieken alleen vermeld wordt. Anderen houden het voor twee verscheidene victoriën.

9 En na hem was Eleazar, de zoon van Dodo, zoon van Ahohi, deze was onder de drie helden met David, toen zij de Filistijnen beschimpten, die aldaar ten strijde verzameld waren, en de mannen van Israël waren opgetogen.12

Original Hebrew

וְ/אַחֲרָ֛י/וו/אחר֛י/ווְ/אַחֲרָי/וו/אחרי/וve./'a.cha.r/oand/ [was] after/ himH9002H0310AH9033HC+Acmpc+Sp3ms
אֶלְעָזָ֥ראלעז֥ראֶלְעָזָראלעזר'el.'a.ZarEleazarH0499IHNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
דֹּד֖וֹדד֖ודֹּדוֹדדוdo.diDodoH1734HHNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
אֲחֹחִ֑יאחח֑יאֲחֹחִיאחחי'a.cho.ChiAhoahH0266HNgmsa
בִּ/שְׁלֹשָׁ֨הב/שלש֨הבִּ/שְׁלֹשָׁהב/שלשהbi/sh.lo.Shahamong/ threeH9003H7969HR+Ncbsa
הַ/גִּבֹּרִ֜יםה/גבר֜יםהַ/גִּבֹּרִיםה/גבריםha./gi.bo.rimthe/ warriorsH9009H1368HTd+Ncmpa
עִם\־עם\עִם\־עם\'im-withH5973A\H9014HR
דָּוִ֗דדו֗דדָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm
בְּ/חָֽרְפָ֤/םב/חרפ֤/םבְּ/חָֽרְפָ/םב/חרפ/םbe./cha.re.Fa/mwhen/ defied/ theyH9003H2778AH9048HR+Vpcc+Sp3mp
בַּ/פְּלִשְׁתִּיםב/פלשתיםבַּ/פְּלִשְׁתִּיםב/פלשתיםba./pe.lish.tim<in> the/ PhilistinesH9003H6430GHRd+Ngmpa
נֶאֶסְפוּ\־נאספו\נֶאֶסְפוּ\־נאספו\ne.'es.fu-[who] they were gatheredH0622\H9014HVNp3cp
שָׁ֣םש֣םשָׁםשםshamthereH8033GHD
לַ/מִּלְחָמָ֔הל/מלחמ֔הלַ/מִּלְחָמָהל/מלחמהla./mil.cha.Mahfor <the>/ battleH9005H4421HRd+Ncfsa
וַֽ/יַּעֲל֖וּו/יעל֖ווַֽ/יַּעֲלוּו/יעלוva/i.ya.'a.Luand/ they went upH9001H5927GHc+Vqw3mp
אִ֥ישׁא֥ישאִישׁאיש'ish[the] man ofH0376GHNcmsc
יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\Yis.ra.'ElIsraelH3478\H9016HNpl
  1. Ahóhi, 1Ch 11:12. De Ahohiet
  2. beschimpten, Of, hoon, spijt aandeden, met uitdagen, enz. Anders, toen zij zichzelven waagden, of [hun zielen] versmaadden, of, verachtten, tegen de Filistijnen; dat is, toen zij hun leven of personen waagden, in perijkel stelden. Zie Jdg 5:18, waar die manier van spreken alzo volgehouden wordt.

10 Deze stond op, en sloeg onder de Filistijnen, totdat zijn hand moede werd, ja, zijn hand aan het zwaard kleefde; en de Heere wrocht een groot heil ten zelven dage; en het volk keerde wederom hem na, alleenlijk om te plunderen.12

Original Hebrew

ה֣וּאה֣ואהוּאהואhu'heH1931HPp3ms
קָם֩קם֩קָםקםkamhe aroseH6965BHVqp3ms
וַ/יַּ֨ךְו/י֨ךוַ/יַּךְו/יךva/i.Yakhand/ he struck downH9001H5221Hc+Vhw3ms
בַּ/פְּלִשְׁתִּ֜יםב/פלשת֜יםבַּ/פְּלִשְׁתִּיםב/פלשתיםba./pe.lish.Timamong the/ PhilistinesH9003H6430GHRd+Ngmpa
עַ֣ד\׀ע֣ד\עַד\׀עד\'aduntilH5704\H9015HR
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
יָגְעָ֣היגע֣היָגְעָהיגעהya.ge.'Ahit was wearyH3021HVqp3fs
יָד֗/וֹיד֗/ויָד/וֹיד/וya.D/ohand/ hisH3027HH9023HNcbsc+Sp3ms
וַ/תִּדְבַּ֤קו/תדב֤קוַ/תִּדְבַּקו/תדבקva./tid.Bakand/ it cleavedH9001H1692Hc+Vqw3fs
יָד/וֹ֙יד/ו֙יָד/וֹיד/וya.D/ohand/ hisH3027HH9023HNcbsc+Sp3ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
הַ/חֶ֔רֶבה/ח֔רבהַ/חֶרֶבה/חרבha./Che.revthe/ swordH9009H2719HTd+Ncfsa
וַ/יַּ֧עַשׂו/י֧עשוַ/יַּעַשׂו/יעשva/i.Ya.'asand/ he didH9001H6213AHc+Vqw3ms
יְהוָ֛היהו֛היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
תְּשׁוּעָ֥התשוע֥התְּשׁוּעָהתשועהte.shu.'Aha deliveranceH8668HHNcfsa
גְדוֹלָ֖הגדול֖הגְדוֹלָהגדולהge.do.LahgreatH1419AHAafsa
בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomon the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֑וּאה/ה֑ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
וְ/הָ/עָ֛םו/ה/ע֛םוְ/הָ/עָםו/ה/עםve./ha./'Amand/ the/ peopleH9002H9009H5971KHC+Td+Ncmsa
יָשֻׁ֥בוּיש֥בויָשֻׁבוּישבוya.Shu.vuthey returnedH7725GHVqi3mp
אַחֲרָ֖י/ואחר֖י/ואַחֲרָי/ואחרי/ו'a.cha.Ra/vafter/ himH0310AH9033HAcmpc+Sp3ms
אַךְ\־אך\אַךְ\־אך\'akh-onlyH0389\H9014HD
לְ/פַשֵּֽׁט\׃\ \סל/פשט\\ \סלְ/פַשֵּֽׁט\׃\ \סל/פשט\\ \סle./fa.Shetto/ stripH9005H6584\H9016\ \H9018HR+Vpcc
  1. groot heil Of, een grote overwinning; alzo vs.12, en boven, 2Sa 22:51, zie aldaar.
  2. het volk Dat bereids opgetogen was, keerde weder terug en volgde hem, niet om te strijden [dewijl hij de victorie bevochten had], maar om te roven.

11 Na hem nu was Samma, de zoon van Age, de Harariet. Toen de Filistijnen verzameld waren in een dorp, en aldaar een stuk akkers was vol linzen, en het volk voor het aangezicht der Filistijnen vluchtte;12

Original Hebrew

וְ/אַחֲרָ֛י/וו/אחר֛י/ווְ/אַחֲרָי/וו/אחרי/וve./'a.cha.Ra/vand/ [was] after/ himH9002H0310AH9033HC+Acmpc+Sp3ms
שַׁמָּ֥אשמ֥אשַׁמָּאשמאsha.Ma'ShammaH8037GHNpm
בֶן\־בן\בֶן\־בן\ven-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
אָגֵ֖אאג֖אאָגֵאאגא'a.Ge'AgeeH0089HNpm
הָרָרִ֑יהרר֑יהָרָרִיהרריha.ra.Ri[the] HarariteH2043HNgmsa
וַ/יֵּאָסְפ֨וּו/יאספ֨ווַ/יֵּאָסְפוּו/יאספוva/i.ye.'a.se.Fuand/ they were gatheredH9001H0622Hc+VNw3mp
פְלִשְׁתִּ֜יםפלשת֜יםפְלִשְׁתִּיםפלשתיםfe.lish.Tim[the] PhilistinesH6430GHNgmpa
לַ/חַיָּ֗הל/חי֗הלַ/חַיָּהל/חיהla./chai.Yahto <the>/ LehiH9005H2416DHRd+Ncfsa
וַ/תְּהִי\־ו/תהי\וַ/תְּהִי\־ו/תהי\va./te.hi-and/ it wasH9001H1961\H9014Hc+Vqw3fs
שָׁ֞םש֞םשָׁםשםshamthereH8033GHD
חֶלְקַ֤תחלק֤תחֶלְקַתחלקתchel.Kat[the] portion ofH2513AHNcfsc
הַ/שָּׂדֶה֙ה/שדה֙הַ/שָּׂדֶהה/שדהha./sa.Dehthe/ fieldH9009H7704BHTd+Ncmsa
מְלֵאָ֣המלא֣המְלֵאָהמלאהme.le.'AhfullH4392HVqrfsa
עֲדָשִׁ֔יםעדש֔יםעֲדָשִׁיםעדשים'a.da.Shimof lentilsH5742HNcmpa
וְ/הָ/עָ֥םו/ה/ע֥םוְ/הָ/עָםו/ה/עםve./ha./'Amand/ the/ peopleH9002H9009H5971KHC+Td+Ncmsa
נָ֖סנ֖סנָסנסnasit fledH5127HVqp3ms
מִ/פְּנֵ֥ימ/פנ֥ימִ/פְּנֵימ/פניmi./pe.Neifrom/ beforeH9006H6440GHR+Ncmpc
פְלִשְׁתִּֽים\׃פלשתים\פְלִשְׁתִּֽים\׃פלשתים\fe.lish.Tim[the] PhilistinesH6430G\H9016HNgmpa
  1. dorp, Anders, in een hoop [gelijk onder, vs.13], of, tot voedering, om fourage te halen.
  2. linzen, Alsook gersten, 1Ch 11:13, welke de Filistijnen mogen hebben willen wegvoeren, of in den brand steken.

12 Zo stelde hij zich in het midden van dat stuk, en verloste dat, en sloeg de Filistijnen; en de Heere wrocht een groot heil.1

Original Hebrew

וַ/יִּתְיַצֵּ֤בו/יתיצ֤בוַ/יִּתְיַצֵּבו/יתיצבva/i.yit.ya.Tzevand/ he took his standH9001H3320Hc+Vtw3ms
בְּ/תוֹךְ\־ב/תוך\בְּ/תוֹךְ\־ב/תוך\be./tokh-in/ [the] middle ofH9003H8432\H9014HR+Ncmsc
הַֽ/חֶלְקָה֙ה/חלקה֙הַֽ/חֶלְקָהה/חלקהha./chel.Kahthe/ portionH9009H2513AHTd+Ncfsa
וַ/יַּצִּילֶ֔/הָו/יציל֔/הוַ/יַּצִּילֶ/הָו/יציל/הva/i.ya.tzi.Le./haand/ he delivered/ itH9001H5337H9034Hc+Vhw3ms+Sp3fs
וַ/יַּ֖ךְו/י֖ךוַ/יַּךְו/יךva/i.Yakhand/ he struck downH9001H5221Hc+Vhw3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
פְּלִשְׁתִּ֑יםפלשת֑יםפְּלִשְׁתִּיםפלשתיםpe.lish.Tim[the] PhilistinesH6430GHNgmpa
וַ/יַּ֥עַשׂו/י֥עשוַ/יַּעַשׂו/יעשva/i.Ya.'asand/ he didH9001H6213AHc+Vqw3ms
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
תְּשׁוּעָ֥התשוע֥התְּשׁוּעָהתשועהte.shu.'Aha deliveranceH8668HHNcfsa
גְדוֹלָֽה\׃\ \סגדולה\\ \סגְדוֹלָֽה\׃\ \סגדולה\\ \סge.do.LahgreatH1419A\H9016\ \H9018HAafsa
  1. verloste dat, Of, hield dat in.

13 Ook gingen af drie van de dertig hoofden, en kwamen in den oogst tot David, in de spelonk van Adullam; en de hoop der Filistijnen had zich gelegerd in het dal Rafaim.1234

Original Hebrew

וַ/יֵּרְד֨וּו/ירד֨ווַ/יֵּרְדוּו/ירדוva/i.ye.re.Duand/ they went downH9001H3381Hc+Vqw3mp
שְׁלֹשָׁ֜השלש֜השְׁלֹשָׁהשלשהshe.lo.shimthreeH7969HNcbsa
מֵ/הַ/שְּׁלֹשִׁ֣יםמ/ה/שלש֣יםמֵ/הַ/שְּׁלֹשִׁיםמ/ה/שלשיםme./ha./she.lo.Shimfrom/ the/ thirtyH9006H9009H7970HR+Td+Ncmpa
רֹ֗אשׁר֗אשרֹאשׁראשRoshleader[s]H7218HHNcmsa
וַ/יָּבֹ֤אוּו/יב֤אווַ/יָּבֹאוּו/יבאוva/i.ya.Vo.'uand/ they cameH9001H0935GHc+Vqw3mp
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
קָצִיר֙קציר֙קָצִירקצירka.Tzir[the] harvestH7105AHNcmsa
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
דָּוִ֔דדו֔דדָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
מְעָרַ֖תמער֖תמְעָרַתמערתme.'a.Rat[the] cave ofH4631HNcfsc
עֲדֻלָּ֑םעדל֑םעֲדֻלָּםעדלם'a.du.LamAdullamH5725HNpl
וְ/חַיַּ֣תו/חי֣תוְ/חַיַּתו/חיתve./chai.Yatand/ a community ofH9002H2416DHC+Ncfsc
פְּלִשְׁתִּ֔יםפלשת֔יםפְּלִשְׁתִּיםפלשתיםpe.lish.TimPhilistinesH6430GHNgmpa
חֹנָ֖החנ֖החֹנָהחנהcho.Nah[was] encampedH2583HVqrfsa
בְּ/עֵ֥מֶקב/ע֥מקבְּ/עֵמֶקב/עמקbe./'E.mekin/ [the] valley ofH9003H6010PHR+Ncmsc
רְפָאִֽים\׃רפאים\רְפָאִֽים\׃רפאים\re.fa.'Im[the] RephaitesH7497G\H9016HNpm
  1. drie van de dertig hoofden, Of, [deze] drie de voornaamste boven de dertig
  2. Adullam; Zie 1Sa 22:1.
  3. hoop Hiervoor 1Ch 11:15
  4. Rafaïm Of, der reuzen. Zie boven, 2Sa 5:18.

14 En David was toen in een vesting; en de bezetting der Filistijnen was toen te Bethlehem.1

Original Hebrew

וְ/דָוִ֖דו/דו֖דוְ/דָוִדו/דודve./da.Vidand/ DavidH9002H1732HC+Npm
אָ֣זא֣זאָזאז'azthenH0227AHD
בַּ/מְּצוּדָ֑הב/מצוד֑הבַּ/מְּצוּדָהב/מצודהba./me.tzu.Dah[was] in the/ strongholdH9003H4686BHRd+Ncfsa
וּ/מַצַּ֣בו/מצ֣בוּ/מַצַּבו/מצבu./ma.Tzavand/ a garrison ofH9002H4673HC+Ncmsc
פְּלִשְׁתִּ֔יםפלשת֔יםפְּלִשְׁתִּיםפלשתיםpe.lish.TimPhilistinesH6430GHNgmpa
אָ֖זא֖זאָזאז'azthenH0227AHD
בֵּ֥יתב֥יתבֵּיתביתbeit[was] Beth-H1035GHNpl
לָֽחֶם\׃לחם\לָֽחֶם\׃לחם\La.chem-lehemH1035G\H9016HNpl
  1. vesting; Zie 1Sa 22:4-5. Sommigen verstaan hier den burg Zion, waar vandaan David [hebbende die ingenomen] uitgetogen is naar Addullam tegen de Filistijnen.

15 En David kreeg lust, en zeide: Wie zal mij water te drinken geven uit Bethlehems bornput, die in de poort is?1

Original Hebrew

וַ/יִּתְאַוֶּ֥הו/יתאו֥הוַ/יִּתְאַוֶּהו/יתאוהva/i.yit.'a.Vehand/ he desiredH9001H0183Hc+Vtw3ms
דָוִ֖דדו֖דדָוִדדודda.VidDavidH1732HNpm
וַ/יֹּאמַ֑רו/יאמ֑רוַ/יֹּאמַרו/יאמרva/i.yo.Marand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
מִ֚ימ֚ימִימיmiwho?H4310HPi
יַשְׁקֵ֣/נִיישק֣/נייַשְׁקֵ/נִיישק/ניyash.Ke./niwill he give to drink/ meH8248HH9030HVhi3ms+Sp1bs
מַ֔יִםמ֔יםמַיִםמיםMa.yimwaterH4325GHNcmpa
מִ/בֹּ֥ארמ/ב֥ארמִ/בֹּארמ/בארmi./Borfrom/ [the] well ofH9006H0877HR+Ncmsc
בֵּֽית\־בית\בֵּֽית\־בית\beit-Beth-H1035G\H9014HNpl
לֶ֖חֶםל֖חםלֶחֶםלחםLe.chem-lehemH1035GHNpl
אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
בַּ/שָּֽׁעַר\׃ב/שער\בַּ/שָּֽׁעַר\׃ב/שער\ba./Sha.'ar[is] at the/ gateH9003H8179G\H9016HRd+Ncmsa
  1. Wie zal mij Dat is: Och dat mij iemand, enz. Een manier van wensen bij de Hebreën, gelijk elders dikwijls.

16 Toen braken die drie helden door het leger der Filistijnen, en putten water uit Bethlehems bornput, die in de poort is, en droegen het, en kwamen tot David; doch hij wilde dat niet drinken, maar goot het uit voor den Heere.

Original Hebrew

וַ/יִּבְקְעוּ֩ו/יבקעו֩וַ/יִּבְקְעוּו/יבקעוva/i.yiv.ke.'Uand/ they broke throughH9001H1234Hc+Vqw3mp
שְׁלֹ֨שֶׁתשל֨שתשְׁלֹשֶׁתשלשתshe.Lo.shet[the] threeH7969HNcbsc
הַ/גִּבֹּרִ֜יםה/גבר֜יםהַ/גִּבֹּרִיםה/גבריםha./gi.bo.Rimthe/ warriorsH9009H1368HTd+Ncmpa
בְּ/מַחֲנֵ֣הב/מחנ֣הבְּ/מַחֲנֵהב/מחנהbe./ma.cha.Nehin/ [the] camp ofH9003H4264HR+Ncfsc
פְלִשְׁתִּ֗יםפלשת֗יםפְלִשְׁתִּיםפלשתיםfe.lish.Tim[the] PhilistinesH6430GHNgmpa
וַ/יִּֽשְׁאֲבוּ\־ו/ישאבו\וַ/יִּֽשְׁאֲבוּ\־ו/ישאבו\va/i.yish.'a.vu-and/ they drewH9001H7579\H9014Hc+Vqw3mp
מַ֙יִם֙מ֙ים֙מַיִםמיםma.yimwaterH4325GHNcmpa
מִ/בֹּ֤ארמ/ב֤ארמִ/בֹּארמ/בארmi./Borfrom/ [the] well ofH9006H0877HR+Ncmsc
בֵּֽית\־בית\בֵּֽית\־בית\beit-Beth-H1035G\H9014HNpl
לֶ֙חֶם֙ל֙חם֙לֶחֶםלחםle.chem-lehemH1035GHNpl
אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
בַּ/שַּׁ֔עַרב/ש֔ערבַּ/שַּׁעַרב/שערba./Sha.'ar[was] at the/ gateH9003H8179GHRd+Ncmsa
וַ/יִּשְׂא֖וּו/ישא֖ווַ/יִּשְׂאוּו/ישאוva/i.yis.'Uand/ they carried [it]H9001H5375HHc+Vqw3mp
וַ/יָּבִ֣אוּו/יב֣אווַ/יָּבִאוּו/יבאוva/i.ya.Vi.'uand/ they brought [it]H9001H0935PHc+Vhw3mp
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
דָּוִ֑דדו֑דדָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm
וְ/לֹ֤או/ל֤אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
אָבָה֙אבה֙אָבָהאבה'a.Vahhe was willingH0014HVqp3ms
לִ/שְׁתּוֹתָ֔/םל/שתות֔/םלִ/שְׁתּוֹתָ/םל/שתות/םli/sh.to.Ta/mto/ drink/ themH9005H8354H9038HR+Vqcc+Sp3mp
וַ/יַּסֵּ֥ךְו/יס֥ךוַ/יַּסֵּךְו/יסךva/i.ya.Sekhand/ he poured outH9001H5258AHc+Vhw3ms
אֹתָ֖/םאת֖/םאֹתָ/םאת/ם'o.Ta/m<obj.>/ themH0853H9038HTo+Sp3mp
לַֽ/יהוָֽה\׃ל/יהוה\לַֽ/יהוָֽה\׃ל/יהוה\la./Yah.wehto/ YahwehH9005H3068G\H9016HR+Npt

17 En zeide: Het zij verre van mij, o Heere, dat ik dit zou doen; zou ik drinken het bloed der mannen, die heengegaan zijn met gevaar van hun leven? En hij wilde het niet drinken. Dit deden die drie helden.12

Original Hebrew

וַ/יֹּ֡אמֶרו/י֡אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
חָלִילָה֩חלילה֩חָלִילָהחלילהcha.li.Lahfar be itH2486HTj
לִּ֨/יל֨/ילִּ/יל/יl/ito <the>/ meH9005H9030HRd+Sp1bs
יְהוָ֜היהו֜היְהוָהיהוהYah.wehO YahwehH3068GHNpt
מֵ/עֲשֹׂ֣תִ/ימ/עש֣ת/ימֵ/עֲשֹׂתִ/ימ/עשת/יme./'a.So.t/ithan/ to do/ IH9006H6213AH9040HR+Vqcc+Sp1bs
זֹ֗אתז֗אתזֹאתזאתZotthis [thing]H2063HTm
הֲ/דַ֤םה/ד֤םהֲ/דַםה/דםha./Dam¿/ [the] blood ofH9008H1818HTi+Ncmsc
הָֽ/אֲנָשִׁים֙ה/אנשים֙הָֽ/אֲנָשִׁיםה/אנשיםha./'a.na.Shimthe/ menH9009H0582HTd+Ncmpa
הַ/הֹלְכִ֣יםה/הלכ֣יםהַ/הֹלְכִיםה/הלכיםha./ho.le.Khimwho/ wentH9009H1980GHTd+Vqrmpa
בְּ/נַפְשׁוֹתָ֔/םב/נפשות֔/םבְּ/נַפְשׁוֹתָ/םב/נפשות/םbe./naf.sho.Ta/mwith/ lives/ theirH9003H5315HH9028HR+Ncfpc+Sp3mp
וְ/לֹ֥או/ל֥אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
אָבָ֖האב֖האָבָהאבה'a.Vahhe was willingH0014HVqp3ms
לִ/שְׁתּוֹתָ֑/םל/שתות֑/םלִ/שְׁתּוֹתָ/םל/שתות/םli/sh.to.Ta/mto/ drink/ themH9005H8354H9038HR+Vqcc+Sp3mp
אֵ֣לֶּהא֣להאֵלֶּהאלה'E.lehthese [things]H0428HTm
עָשׂ֔וּעש֔ועָשׂוּעשו'a.Suthey didH6213AHVqp3cp
שְׁלֹ֖שֶׁתשל֖שתשְׁלֹשֶׁתשלשתshe.Lo.shet[the] threeH7969HNcbsc
הַ/גִּבֹּרִֽים\׃\ \סה/גברים\\ \סהַ/גִּבֹּרִֽים\׃\ \סה/גברים\\ \סha./gi.bo.Rimthe/ warriorsH9009H1368\H9016\ \H9018HTd+Ncmpa
  1. zou ik drinken Dit is hier ingevoegd uit 1Ch 11:19. Anders aldus: Is het [niet] het bloed, enz.
  2. met gevaar van hun leven? Hebreeuws, met, of, op hunne zielen.

18 Abisai, Joabs broeder, de zoon van Zeruja, die was ook een hoofd van drieën; en die hief zijn spies op tegen driehonderd, die van hem verslagen werden; en hij had een naam onder die drie.123

Original Hebrew

וַ/אֲבִישַׁ֞יו/אביש֞יוַ/אֲבִישַׁיו/אבישיva./'a.vi.Shaiand/ AbishaiH9002H0052HC+Npm
אֲחִ֣י\׀אח֣י\אֲחִי\׀אחי\'a.Chi[the] brother ofH0251G\H9015HNcmsc
יוֹאָ֣ביוא֣ביוֹאָביואבyo.'AvJoabH3097GHNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
צְרוּיָ֗הצרוי֗הצְרוּיָהצרויהtze.ru.YahZeruiahH6870HNpf
ה֚וּאה֚ואהוּאהואhu'heH1931HPp3ms
רֹ֣אשׁר֣אשרֹאשׁראשrosh[was] [the] chiefH7218HHNcmsc
הַ/שְּׁלֹשָׁ֔הה/שלש֔ההַ/שְּׁלֹשָׁהה/שלשהha./she.lo.shiof the/ threeH9009H7969HTd+Ncbsa
וְ/הוּא֙ו/הוא֙וְ/הוּאו/הואve./Hu'and/ heH9002H1931HC+Pp3ms
עוֹרֵ֣רעור֣רעוֹרֵרעוררo.Rerhe wieldedH5782HVpp3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
חֲנִית֔/וֹחנית֔/וחֲנִית/וֹחנית/וcha.ni.T/ospear/ hisH2595H9023HNcfsc+Sp3ms
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
שְׁלֹ֥שׁשל֥ששְׁלֹשׁשלשshe.LoshthreeH7969HNcbsc
מֵא֖וֹתמא֖ותמֵאוֹתמאותme.'othundred<s>H3967HNcfpa
חָלָ֑לחל֑לחָלָלחללcha.Lal[one] slainH2491AHAamsa
וְ/ל/וֹ\־ו/ל/ו\וְ/ל/וֹ\־ו/ל/ו\ve./l/o-and/ [belonged] to <the>/ himH9002H9005H9033\H9014HC+Rd+Sp3ms
שֵׁ֖םש֖םשֵׁםשםshema nameH8034HNcmsa
בַּ/שְּׁלֹשָֽׁה\׃ב/שלשה\בַּ/שְּׁלֹשָֽׁה\׃ב/שלשה\ba./she.lo.Shahamong the/ threeH9003H7969\H9016HRd+Ncbsa
  1. drieën; Of, hoofdlieden
  2. hief zijn spies Of, zwaaide, velde, drilde, enz.
  3. die drie Dat is, welker hoofd hij was, maar niet de drie eersten, die genoemd zijn vs.8,9, 11, en alzo in het begin van vs.19.

19 Was hij niet de heerlijkste van die drie? Daarom was hij hun tot een overste. Maar hij kwam niet tot aan die eerste drie.

Original Hebrew

מִן\־מן\מִן\־מן\min-more thanH4480A\H9014HR
הַ/שְּׁלֹשָׁה֙ה/שלשה֙הַ/שְּׁלֹשָׁהה/שלשהha./she.lo.Shahthe/ threeH9009H7969HTd+Ncbsa
הֲ/כִ֣יה/כ֣יהֲ/כִיה/כיha./Khi¿/ forH9008H3588AHTi+Tc
נִכְבָּ֔דנכב֔דנִכְבָּדנכבדnikh.Bad[was he] honoredH3513GHVNrmsa
וַ/יְהִ֥יו/יה֥יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ he becameH9001H1961Hc+Vqw3ms
לָ/הֶ֖םל/ה֖םלָ/הֶםל/הםla./Hemto <the>/ themH9005H9038HRd+Sp3mp
לְ/שָׂ֑רל/ש֑רלְ/שָׂרל/שרle./Sar<into>/ a commanderH9005H8269HR+Ncmsa
וְ/עַד\־ו/עד\וְ/עַד\־ו/עד\ve./'ad-and/ toH9002H5704\H9014HC+R
הַ/שְּׁלֹשָׁ֖הה/שלש֖ההַ/שְּׁלֹשָׁהה/שלשהha./she.lo.Shahthe/ threeH9009H7969HTd+Ncbsa
לֹא\־לא\לֹא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
בָֽא\׃\ \סבא\\ \סבָֽא\׃\ \סבא\\ \סVa'he cameH0935G\H9016\ \H9018HVqp3ms

20 Voorts Benaja, de zoon van Jojada, de zoon van een dapperen man, groot van daden, van Kabzeel; die sloeg twee sterke leeuwen van Moab; ook ging hij af, en sloeg een leeuw in het midden van een kuil in den sneeuwtijd.123

Original Hebrew

וּ/בְנָיָ֨הוּו/בני֨הווּ/בְנָיָהוּו/בניהוu./ve.na.Ya.huand/ BenaiahH9002H1141GHC+Npm
בֶן\־בן\בֶן\־בן\ven-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
יְהוֹיָדָ֧עיהויד֧עיְהוֹיָדָעיהוידעye.ho.ya.Da'JehoiadaH3077GHNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[was] a son ofH1121K\H9014HNcmsc
אִֽישׁ\־איש\אִֽישׁ\־איש\'ish-a manH0376G\H9014HNcmsc
חַ֛יִלח֛ילחַיִלחילchaiof strengthH2428GHNcmsa
רַב\־רב\רַב\־רב\rav-great ofH7227A\H9014HAamsc
פְּעָלִ֖יםפעל֖יםפְּעָלִיםפעליםpe.'a.LimdeedsH6467HNcmpa
מִֽ/קַּבְצְאֵ֑למ/קבצא֑למִֽ/קַּבְצְאֵלמ/קבצאלmi./kav.tze.'Elfrom/ KabzeelH9006H6909HR+Npl
ה֣וּאה֣ואהוּאהואhu'heH1931HPp3ms
הִכָּ֗ההכ֗ההִכָּההכהhi.Kahhe struck downH5221HVhp3ms
אֵ֣תא֣תאֵתאת'et<obj.>H0853HTo
שְׁנֵ֤ישנ֤ישְׁנֵישניshe.Nei[the] twoH8147HNcbdc
אֲרִאֵל֙אראל֙אֲרִאֵלאראל'a.ri.'El[the] lion-like men ofH0739HNpm
מוֹאָ֔במוא֔במוֹאָבמואבmo.'AvMoabH4124GHNpl
וְ֠/הוּאו֠/הואוְ/הוּאו/הואVe./hu'and/ heH9002H1931HC+Pp3ms
יָרַ֞דיר֞דיָרַדירדya.Radhe went downH3381HVqp3ms
וְ/הִכָּ֧הו/הכ֧הוְ/הִכָּהו/הכהve./hi.Kahand/ he struck downH9002H5221HC+Vhp3ms
אֶֽת\־את\אֶֽת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הָ/אֲרִ֛יה/אר֛יהָ/אֲרִיה/אריha./'a.ri.yahthe/ lionH9009H0738AHTd+Ncmsa
בְּ/ת֥וֹךְב/ת֥וךבְּ/תוֹךְב/תוךbe./Tokhin/ [the] midst ofH9003H8432HR+Ncmsc
הַ/בֹּ֖ארה/ב֖ארהַ/בֹּארה/בארha./Borthe/ pitH9009H0953AHTd+Ncmsa
בְּ/י֥וֹםב/י֥וםבְּ/יוֹםב/יוםbe./Yomon/ [the] day ofH9003H3117GHR+Ncmsc
הַ/שָּֽׁלֶג\׃ה/שלג\הַ/שָּֽׁלֶג\׃ה/שלג\ha./Sha.legthe/ snowH9009H7950\H9016HTd+Ncmsa
  1. Kábzeël; Hebreeuws, Kabtseel; een stad, gelegen in het zuideinde van Juda; Jos 15:21.
  2. sterke leeuwen Hebreeuws, Ariël; dat is, leeuw Gods. Sommigen verstaan door dit woord eigenlijk leeuwen, sommigen mannen als leeuwen. Anderen, twee sterke plaatsen, genoemd Ariël, die hij ingenomen, of het garnizoen daarvan geslagen heeft.
  3. sneeuwtijd Als de wilde beesten allerhongerigst en wreed zijn.

21 Daartoe sloeg hij een Egyptischen man, een man van aanzien; en in de hand des Egyptenaars was een spies, maar hij ging tot hem af met een staf; en hij rukte de spies uit de hand des Egyptenaars, en doodde hem met zijn eigen spies.12

Original Hebrew

וְ/הוּא\־ו/הוא\וְ/הוּא\־ו/הוא\ve./hu'-and/ heH9002H1931\H9014HC+Pp3ms
הִכָּה֩הכה֩הִכָּההכהhi.Kahhe struck downH5221HVhp3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
אִ֨ישׁא֨ישאִישׁאיש'isha manH0376GHNcmsc
מִצְרִ֜ימצר֜ימִצְרִימצריmitz.RiEgyptianH4713HNgmsa
אִ֣ישׁא֣ישאִישׁאיש'a.Shera man ofH0376GHNcmsc
מַרְאֶ֗המרא֗המַרְאֶהמראהmar.'EhappearanceH4758HNcmsa
וּ/בְ/יַ֤דו/ב/י֤דוּ/בְ/יַדו/ב/ידu./ve./Yadand/ [was] in/ [the] hand ofH9002H9003H3027GHC+R+Ncbsc
הַ/מִּצְרִי֙ה/מצרי֙הַ/מִּצְרִיה/מצריha./mitz.Rithe/ EgyptianH9009H4713HTd+Ngmsa
חֲנִ֔יתחנ֔יתחֲנִיתחניתcha.Nita spearH2595HNcfsa
וַ/יֵּ֥רֶדו/י֥רדוַ/יֵּרֶדו/ירדva/i.Ye.redand/ he went downH9001H3381Hc+Vqw3ms
אֵלָ֖י/ואל֖י/ואֵלָי/ואלי/ו'e.La/vto/ himH0413H9033HRd+Sp3ms
בַּ/שָּׁ֑בֶטב/ש֑בטבַּ/שָּׁבֶטב/שבטba./Sha.vetwith the/ staffH9003H7626GHRd+Ncmsa
וַ/יִּגְזֹ֤לו/יגז֤לוַ/יִּגְזֹלו/יגזלva/i.yig.Zoland/ he seizedH9001H1497Hc+Vqw3ms
אֶֽת\־את\אֶֽת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הַ/חֲנִית֙ה/חנית֙הַ/חֲנִיתה/חניתha./cha.Nitthe/ spearH9009H2595HTd+Ncfsa
מִ/יַּ֣דמ/י֣דמִ/יַּדמ/ידmi./Yadfrom/ [the] hand ofH9006H3027GHR+Ncbsc
הַ/מִּצְרִ֔יה/מצר֔יהַ/מִּצְרִיה/מצריha./mitz.Rithe/ EgyptianH9009H4713HTd+Ngmsa
וַ/יַּהַרְגֵ֖/הוּו/יהרג֖/הווַ/יַּהַרְגֵ/הוּו/יהרג/הוva/i.ya.har.Ge./huand/ he killed/ himH9001H2026H9033Hc+Vqw3ms+Sp3ms
בַּ/חֲנִיתֽ/וֹ\׃ב/חנית/ו\בַּ/חֲנִיתֽ/וֹ\׃ב/חנית/ו\ba./cha.ni.T/owith/ own spear/ hisH9003H2595H9023\H9016HR+Ncfsc+Sp3ms
  1. aanzien; Vanwege bijzondere lengte en anderszins uitstekende. Zie 1Ch 11:23.
  2. spies, Zie 1Ch 11:23.

22 Die dingen deed Benaja, de zoon van Jojada; dies had hij een naam onder de drie helden.

Original Hebrew

אֵ֣לֶּהא֣להאֵלֶּהאלה'E.lehthese [things]H0428HTm
עָשָׂ֔העש֔העָשָׂהעשה'a.Sahhe didH6213AHVqp3ms
בְּנָיָ֖הוּבני֖הובְּנָיָהוּבניהוbe.na.Ya.huBenaiahH1141GHNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
יְהוֹיָדָ֑עיהויד֑עיְהוֹיָדָעיהוידעye.ho.ya.Da'JehoiadaH3077GHNpm
וְ/ל/וֹ\־ו/ל/ו\וְ/ל/וֹ\־ו/ל/ו\ve./l/o-and/ [belonged] to <the>/ himH9002H9005H9033\H9014HC+Rd+Sp3ms
שֵׁ֖םש֖םשֵׁםשםshema nameH8034HNcmsa
בִּ/שְׁלֹשָׁ֥הב/שלש֥הבִּ/שְׁלֹשָׁהב/שלשהbi/sh.lo.Shahamong/ threeH9003H7969HR+Ncbsa
הַ/גִּבֹּרִֽים\׃ה/גברים\הַ/גִּבֹּרִֽים\׃ה/גברים\ha./gi.bo.Rimthe/ warriorsH9009H1368\H9016HTd+Ncmpa

23 Hij was de heerlijkste van de dertig, maar tot die drie eersten kwam hij niet; en David stelde hem over zijn trawanten.1

Original Hebrew

מִן\־מן\מִן\־מן\min-more thanH4480A\H9014HR
הַ/שְּׁלֹשִׁ֣יםה/שלש֣יםהַ/שְּׁלֹשִׁיםה/שלשיםha./she.lo.Shimthe/ thirtyH9009H7970HTd+Ncmpa
נִכְבָּ֔דנכב֔דנִכְבָּדנכבדnikh.Bad[he was] honoredH3513GHVNrmsa
וְ/אֶל\־ו/אל\וְ/אֶל\־ו/אל\ve./'el-and/ toH9002H0413\H9014HC+R
הַ/שְּׁלֹשָׁ֖הה/שלש֖ההַ/שְּׁלֹשָׁהה/שלשהha./she.lo.Shahthe/ threeH9009H7969HTd+Ncbsa
לֹא\־לא\לֹא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
בָ֑אב֑אבָאבאVa'he cameH0935GHVqp3ms
וַ/יְשִׂמֵ֥/הוּו/ישמ֥/הווַ/יְשִׂמֵ/הוּו/ישמ/הוva/y.si.Me./huand/ he appointed/ himH9001H7760LH9033Hc+Vqw3ms+Sp3ms
דָוִ֖דדו֖דדָוִדדודda.VidDavidH1732HNpm
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
מִשְׁמַעְתּֽ/וֹ\׃\ \סמשמעת/ו\\ \סמִשְׁמַעְתּֽ/וֹ\׃\ \סמשמעת/ו\\ \סmish.ma'.T/obodyguard/ hisH4928H9023\H9016\ \H9018HNcfsc+Sp3ms
  1. trawanten Hebreeuws, tot zijn horing, of, over zijn toeluistering, of, gehoorzaamheid; dat is, over de mannen zijner gehoorzaamheid. Versta, de trawanten, die steeds bij en om hem moesten zijn, om zijne bevelen te horen en te gehoorzamen. Sommigen verstaan hier de koninklijke garde, genoemd de Krethi en Plethi. Zie boven, 2Sa 8:18, en 2Sa 20:23. Vergelijk 1Sa 22:14.

24 Asahel, Joabs broeder, was onder de dertig; Elhanan, de zoon van Dodo, van Bethlehem;

Original Hebrew

עֲשָׂה\־עשה\עֲשָׂה\־עשה\'a.sah-Asah-H6214G\H9014HNpm
אֵ֥לא֥לאֵלאל'el-elH6214GHNpm
אֲחִֽי\־אחי\אֲחִֽי\־אחי\'a.chi-[the] brother ofH0251G\H9014HNcmsc
יוֹאָ֖ביוא֖ביוֹאָביואבyo.'AvJoabH3097GHNpm
בַּ/שְּׁלֹשִׁ֑יםב/שלש֑יםבַּ/שְּׁלֹשִׁיםב/שלשיםba./she.lo.Shim[was] among the/ thirtyH9003H7970HRd+Ncmpa
אֶלְחָנָ֥ןאלחנ֥ןאֶלְחָנָןאלחנן'el.cha.NanElhananH0445HHNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
דֹּד֖וֹדד֖ודֹּדוֹדדוdo.DoDodoH1734IHNpm
בֵּ֥יתב֥יתבֵּיתביתbeitBeth-H1035GHNpl
לָֽחֶם\׃לחם\לָֽחֶם\׃לחם\La.chem-lehemH1035G\H9016HNpl

25 Samma, de Harodiet; Elika, de Harodiet;1

Original Hebrew

שַׁמָּה֙שמה֙שַׁמָּהשמהsha.MahShammahH8048HHNpm
הַֽ/חֲרֹדִ֔יה/חרד֔יהַֽ/חֲרֹדִיה/חרדיha./cha.ro.Dithe/ HaroditeH9009H2733HTd+Ngmsa
אֱלִיקָ֖אאליק֖אאֱלִיקָאאליקא'e.li.Ka'ElikaH0470HNpm
הַ/חֲרֹדִֽי\׃\ \סה/חרדי\\ \סהַ/חֲרֹדִֽי\׃\ \סה/חרדי\\ \סha./cha.ro.Dithe/ HaroditeH9009H2733\H9016\ \H9018HTd+Ngmsa
  1. Harodiet; Zie Jdg 7:1.

26 Helez, de Paltiet; Ira, de zoon van Ikes, de Thekoiet;1

Original Hebrew

חֶ֚לֶץח֚לץחֶלֶץחלץChe.letzHelezH2503GHNpm
הַ/פַּלְטִ֔יה/פלט֔יהַ/פַּלְטִיה/פלטיha./pal.Tithe/ PaltiteH9009H6407HTd+Ngmsa
עִירָ֥אעיר֥אעִירָאעירא'i.Ra'IraH5896HHNpm
בֶן\־בן\בֶן\־בן\ven-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
עִקֵּ֖שׁעק֖שעִקֵּשׁעקש'i.KeshIkkeshH6142HNpm
הַ/תְּקוֹעִֽי\׃\ \סה/תקועי\\ \סהַ/תְּקוֹעִֽי\׃\ \סה/תקועי\\ \סha./te.ko.'Ithe/ TekoiteH9009H8621\H9016\ \H9018HTd+Ngmsa
  1. Thekoïet; Zie boven, 2Sa 14:2.

27 Abi-ezer, de Anetothiet; Mebunnai, de Husathiet;1

Original Hebrew

אֲבִיעֶ֙זֶר֙אביע֙זר֙אֲבִיעֶזֶראביעזר'a.vi.'E.zerAbiezerH0044GHNpm
הָֽ/עַנְּתֹתִ֔יה/ענתת֔יהָֽ/עַנְּתֹתִיה/ענתתיha./'a.ne.to.Tithe/ AnathothiteH9009H6069HTd+Ngmsa
מְבֻנַּ֖ימבנ֖ימְבֻנַּימבניme.vu.NaiMebunnaiH4012HNpm
הַ/חֻשָׁתִֽי\׃\ \סה/חשתי\\ \סהַ/חֻשָׁתִֽי\׃\ \סה/חשתי\\ \סha./chu.sha.Tithe/ HushathiteH9009H2843\H9016\ \H9018HTd+Ngmsa
  1. Anetothiet; Zie Jos 21:18; 1Ki 2:26; Jer 1:1, en Jer 11:21.

28 Zalmon, de Ahohiet; Maharai, de Netofathiet;

Original Hebrew

צַלְמוֹן֙צלמון֙צַלְמוֹןצלמוןtzal.mOnZalmonH6756BHNpm
הָֽ/אֲחֹחִ֔יה/אחח֔יהָֽ/אֲחֹחִיה/אחחיha./'a.cho.Chithe/ AhohiteH9009H0266HTd+Ngmsa
מַהְרַ֖ימהר֖ימַהְרַימהריmah.RaiMaharaiH4121HNpm
הַ/נְּטֹפָתִֽי\׃\ \סה/נטפתי\\ \סהַ/נְּטֹפָתִֽי\׃\ \סה/נטפתי\\ \סha./ne.to.fa.Tithe/ NetophathiteH9009H5200\H9016\ \H9018HTd+Ngmsa

29 Heleb, de zoon van Baëna, de Netofathiet; Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins;1

Original Hebrew

חֵ֥לֶבח֥לבחֵלֶבחלבChe.levHelebH2460HNpm
בֶּֽן\־בן\בֶּֽן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
בַּעֲנָ֖הבענ֖הבַּעֲנָהבענהba.'a.NahBaanahH1196HHNpm
הַ/נְּטֹפָתִ֑י\ \סה/נטפת֑י\ \סהַ/נְּטֹפָתִי\ \סה/נטפתי\ \סha./ne.to.fa.Tithe/ NetophathiteH9009H5200\ \H9018HTd+Ngmsa
אִתַּי֙אתי֙אִתַּיאתי'i.TaiIttaiH0863HHNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
רִיבַ֔יריב֔ירִיבַיריביri.VaiRibaiH7380HNpm
מִ/גִּבְעַ֖תמ/גבע֖תמִ/גִּבְעַתמ/גבעתmi./giv.'Atfrom/ Gibeah ofH9006H1390HHR+Ncfsc
בְּנֵ֥יבנ֥יבְּנֵיבניbe.Nei[the] descendants ofH1121GHNcmpc
בִנְיָמִֽן\׃\ \סבנימן\\ \סבִנְיָמִֽן\׃\ \סבנימן\\ \סvin.ya.MinBenjaminH1144G\H9016\ \H9018HNpm
  1. Gibea Zie Jdg 19, en Jdg 20.

30 Benaja, de Pirhathoniet; Hiddai, van de beken van Gaas;123

Original Hebrew

בְּנָיָ֙הוּ֙בני֙הו֙בְּנָיָהוּבניהוbe.na.Ya.huBenaiahH1141HHNpm
פִּרְעָ֣תֹנִ֔יפרע֣תנ֔יפִּרְעָתֹנִיפרעתניpir.'A.to.Ni[the] PirathoniteH6553HNgmsa
הִדַּ֖יהד֖יהִדַּיהדיhi.DaiHiddaiH1914HNpm
מִ/נַּ֥חֲלֵימ/נ֥חלימִ/נַּחֲלֵימ/נחליmi./Na.cha.leifrom/ [the] wadis ofH9006H5158AHR+Ncmpc
גָֽעַשׁ\׃\ \סגעש\\ \סגָֽעַשׁ\׃\ \סגעש\\ \סGa.'ashGaashH1608\H9016\ \H9018HNpl
  1. Pirhathoniet; Zie Jdg 12:13.
  2. beken Of, dalen, valleien
  3. Gaäs; Een berg in Efraïm gelegen, alwaar Jozua begraven was, Jdg 2:9, en een of meer beken waren spruitende, die tot in de Middellandse zee liepen, naar uitwijzen der kaarten.

31 Abi-albon, de Arbathiet; Azmaveth, de Barhumiet;

Original Hebrew

אֲבִֽי\־אבי\אֲבִֽי\־אבי\'a.vi-Abi-H0045\H9014HNpm
עַלְבוֹן֙עלבון֙עַלְבוֹןעלבוןal.VonAlbonH0045HNpm
הָֽ/עַרְבָתִ֔יה/ערבת֔יהָֽ/עַרְבָתִיה/ערבתיha./'ar.va.Tithe/ ArbathiteH9009H6164HTd+Ngmsa
עַזְמָ֖וֶתעזמ֖ותעַזְמָוֶתעזמות'az.Ma.vetAzmavethH5820GHNpm
הַ/בַּרְחֻמִֽי\׃\ \סה/ברחמי\\ \סהַ/בַּרְחֻמִֽי\׃\ \סה/ברחמי\\ \סha./bar.chu.Mithe/ BarhumiteH9009H1273\H9016\ \H9018HTd+Ngmsa

32 Eljachba, de Saalboniet; van de zonen van Jazen, Jonathan;

Original Hebrew

אֶלְיַחְבָּא֙אליחבא֙אֶלְיַחְבָּאאליחבא'el.yach.Ba'EliahbaH0455HNpm
הַ/שַּׁ֣עַלְבֹנִ֔יה/ש֣עלבנ֔יהַ/שַּׁעַלְבֹנִיה/שעלבניha./Sha.'al.vo.Nithe/ ShaalboniteH9009H8170HTd+Ngmsa
בְּנֵ֥יבנ֥יבְּנֵיבניbe.Nei[the] sons ofH1121AHNcmpc
יָשֵׁ֖ןיש֖ןיָשֵׁןישןya.ShenJashenH3464HNpm
יְהוֹנָתָֽן\׃\ \סיהונתן\\ \סיְהוֹנָתָֽן\׃\ \סיהונתן\\ \סye.ho.na.TanJonathanH3083J\H9016\ \H9018HNpm

33 Samma, de Harariet; Ahiam, de zoon van Sarar, de Harariet;

Original Hebrew

שַׁמָּה֙שמה֙שַׁמָּהשמהsha.MahShammahH8048IHNpm
הַֽ/הֲרָרִ֔יה/הרר֔יהַֽ/הֲרָרִיה/הרריha./ha.ra.Rithe/ HarariteH9009H2043HTd+Ngmsa
אֲחִיאָ֥םאחיא֥םאֲחִיאָםאחיאם'a.chi.'AmAhiamH0279HNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
שָׁרָ֖רשר֖רשָׁרָרשררsha.RarShararH8325HNpm
הָ/ארָרִֽי\׃\ \סה/אררי\\ \סהָ/ארָרִֽי\׃\ \סה/אררי\\ \סha./ra.Rithe/ HarariteH9009H2043\H9016\ \H9018HTd+Ngmsa

34 Elifelet, de zoon van Ahasbai, de zoon van een Maachathiet; Eliam, de zoon van Achitofel, de Giloniet;1

Original Hebrew

אֱלִיפֶ֥לֶטאליפ֥לטאֱלִיפֶלֶטאליפלט'e.li.Fe.letElipheletH0467HHNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
אֲחַסְבַּ֖יאחסב֖יאֲחַסְבַּיאחסבי'a.chas.BaiAhasbaiH0308HNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
הַ/מַּֽעֲכָתִ֑י\ \סה/מעכת֑י\ \סהַ/מַּֽעֲכָתִי\ \סה/מעכתי\ \סha./ma.'a.kha.Tithe/ MaacathiteH9009H4602\ \H9018HTd+Ngmsa
אֱלִיעָ֥םאליע֥םאֱלִיעָםאליעם'e.li.'AmEliamH0463HHNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
אֲחִיתֹ֖פֶלאחית֖פלאֲחִיתֹפֶלאחיתפל'a.chi.To.felAhithophelH0302HNpm
הַ/גִּלֹנִֽי\׃\ \סה/גלני\\ \סהַ/גִּלֹנִֽי\׃\ \סה/גלני\\ \סha./gi.lo.Nithe/ GiloniteH9009H1526\H9016\ \H9018HTd+Ngmsa
  1. de Giloniet; Zie boven, 2Sa 15:12.

35 Hezrai, de Karmeliet; Paerai, de Arbiet;

Original Hebrew

חֶצְרַי֙חצרי֙חֶצְרַיחצריchetz.roHezraiH2695HNpm
הַֽ/כַּרְמְלִ֔יה/כרמל֔יהַֽ/כַּרְמְלִיה/כרמליha./kar.me.Lithe/ CarmeliteH9009H3761HTd+Ngmsa
פַּעֲרַ֖יפער֖יפַּעֲרַיפעריpa.'a.RaiPaaraiH6474HNpm
הָ/אַרְבִּֽי\׃\ \סה/ארבי\\ \סהָ/אַרְבִּֽי\׃\ \סה/ארבי\\ \סha./'ar.Bithe/ ArbiteH9009H0701\H9016\ \H9018HTd+Ngmsa

36 Jig-al, de zoon van Nathan, van Zoba; Bani, de Gadiet;

Original Hebrew

יִגְאָ֤ליגא֤ליִגְאָליגאלyig.'AlIgalH3008HHNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
נָתָן֙נתן֙נָתָןנתןna.TanNathanH5416IHNpm
מִ/צֹּבָ֔ה\ \סמ/צב֔ה\ \סמִ/צֹּבָה\ \סמ/צבה\ \סmi./tzo.Vahfrom/ ZobahH9006H6678G\ \H9018HR+Npl
בָּנִ֖יבנ֖יבָּנִיבניba.NiBaniH1137GHNpm
הַ/גָּדִֽי\׃\ \סה/גדי\\ \סהַ/גָּדִֽי\׃\ \סה/גדי\\ \סha./ga.Dithe/ GaditeH9009H1425\H9016\ \H9018HTd+Ngmsa

37 Zelek, de Ammoniet; Naharai, de Beerothiet, de wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;1

Original Hebrew

צֶ֖לֶקצ֖לקצֶלֶקצלקTze.lekZelekH6768HNpm
הָ/עַמֹּנִ֑י\ \סה/עמנ֑י\ \סהָ/עַמֹּנִי\ \סה/עמני\ \סha./'a.mo.Nithe/ AmmoniteH9009H5984H\ \H9018HTd+Ngmsa
נַחְרַי֙נחרי֙נַחְרַינחריnach.RaiNaharaiH5171HNpm
הַ/בְּאֵ֣רֹתִ֔יה/בא֣רת֔יהַ/בְּאֵרֹתִיה/בארתיha./be.'E.ro.Tithe/ BeerothiteH9009H0886HTd+Ngmsa
נֹשֵׂ֕אנש֕אנֹשֵׂאנשאno.se.'ei'[the] bearer ofH5375WHVqrmsc
כְּלֵ֖יכל֖יכְּלֵיכליke.Lei[the] armor<s> ofH3627HNcmpc
יוֹאָ֥ביוא֥ביוֹאָביואבyo.'AvJoabH3097GHNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
צְרֻיָֽה\׃\ \סצריה\\ \סצְרֻיָֽה\׃\ \סצריה\\ \סtze.ru.YahZeruiahH6870\H9016\ \H9018HNpf
  1. Beërothiet, Zie boven, 2Sa 4:2.

38 Ira, de Jethriet; Gareb, de Jethriet;

Original Hebrew

עִירָא֙עירא֙עִירָאעירא'i.Ra'IraH5896IHNpm
הַ/יִּתְרִ֔יה/יתר֔יהַ/יִּתְרִיה/יתריhai./yit.Rithe/ IthriteH9009H3505HTd+Ngmsa
גָּרֵ֖בגר֖בגָּרֵבגרבga.RevGarebH1619GHNpm
הַ/יִּתְרִֽי\׃\ \סה/יתרי\\ \סהַ/יִּתְרִֽי\׃\ \סה/יתרי\\ \סhai./yit.Rithe/ IthriteH9009H3505\H9016\ \H9018HTd+Ngmsa

39 Uria, de Hethiet, zeven en dertig in alles.1

Original Hebrew

אֽוּרִיָּה֙אוריה֙אֽוּרִיָּהאוריה'u.ri.YahUriahH0223AHNpm
הַֽ/חִתִּ֔יה/חת֔יהַֽ/חִתִּיה/חתיha./chi.Tithe/ HittiteH9009H2850HTd+Ngmsa
כֹּ֖לכ֖לכֹּלכלkolallH3605HNcmsa
שְׁלֹשִׁ֥יםשלש֥יםשְׁלֹשִׁיםשלשיםshe.lo.Shim[were] thirtyH7970HNcmpa
וְ/שִׁבְעָֽה\׃\ \פו/שבעה\\ \פוְ/שִׁבְעָֽה\׃\ \פו/שבעה\\ \פve./shiv.'Ahand/ sevenH9002H7651\H9016\ \H9017HC+Ncbsa
  1. zeven en dertig Joab die generaal krijgsoverste en de naaste na den koning was, onder dit getal [naar het algemeen gevoelen] mede begrepen zijnde, hoewel het den Heiligen Geest niet beliefd heeft zijn naam daaronder te stellen. 1Ch 11 wordt een groter getal verhaald dan hier, omdat enigen inplaats der verstorvenen gesteld, of ook anderszins bijgevoegd mogen zijn.