reltext

Chapter 13

1 Wanneer een profeet, of dromen-dromer, in het midden van u zal opstaan, en u geven een teken of wonder;123

DutSVVA word tags

profeetH5030
dromen-dromerH2492H8802H2472
middenH7130
opstaanH6965H8799
tekenH226
wonderH4159

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. profeet, Versta, een valsen profeet, die valselijk roemt van goddelijke gezichten en openbaringen.
  2. Dromen-dromer, Zich valselijk beroemende op goddelijke dromen. Vergelijk Num 12:6.
  3. geven een teken of wonder; Dat is, uitspreken, voorzeggende dat het komen zal. Alzo wordt het woord geven ook genomen boven, Deu 11:29, en 1Ki 13:15.

2 En dat teken of dat wonder komt, dat hij tot u gesproken had, zeggende: Laat ons andere goden, die gij niet gekend hebt, navolgen en hen dienen;12

DutSVVA word tags

tekenH226
wonderH4159
zeggendeH559H8800
andereH312
godenH430

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. En dat teken of dat wonder komt, Anders, ofschoon dat teken, enz.
  2. navolgen en hen dienen; Hebreeuws, achter andere goden wandelen. Alzo vs.4.

3 Gij zult naar de woorden van dien profeet, of naar dien dromen-dromer niet horen; want de Heere, uw God, verzoekt ulieden, om te weten, of gij den Heere, uw God, liefhebt met uw ganse hart en met uw ganse ziel.1

DutSVVA word tags

woordenH1697
profeetH5030
dromen-dromerH2492H8802H2472
HeereH3068
GodH430
verzoektH5254H8764
HeereH3068
GodH430
liefhebtH157H8802
hartH3824
zielH5315

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. verzoekt ulieden, Zie boven, Deu 8:2.

4 Den Heere, uw God, zult gij navolgen, en Hem vrezen, en Zijn geboden zult gij houden, en Zijn stem gehoorzaam zijn, en Hem dienen, en Hem aanhangen.

DutSVVA word tags

HeereH3068
GodH430
gebodenH4687
stemH6963
aanhangenH1692H8799

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

5 En diezelve profeet, of dromen-dromer, zal gedood worden; want hij heeft tot een afval gesproken tegen den Heere, uw God, Die ulieden uit Egypteland heeft uitgevoerd, en u uit het diensthuis verlost; om u af te drijven van den weg, dien u de Heere, uw God, geboden heeft, om daarin te wandelen. Zo zult gij het boze uit het midden van u wegdoen.12

DutSVVA word tags

profeetH5030
dromen-dromerH2492H8802H2472
afvalH5627
gesprokenH1696H8765
HeereH3068
GodH430
EgyptelandH776H4714
uitgevoerdH3318H8688
diensthuisH1004H5650
verlostH6299H8802
drijvenH5080H8687
HeereH3068
GodH430
wandelenH3212H8800
bozeH7451
middenH7130
wegdoenH1197H8765

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. gesproken tegen den HEERE, Dat is, geleerd, geraden, gedreven
  2. het boze Anders, den boze; vergelijk onder, Deu 22:21, Deu 22:2123-24, en 1Co 5:13.

6 Wanneer uw broeder, de zoon uwer moeder, of uw zoon, of uw dochter, of de vrouw van uw schoot, of uw vriend, die als uw ziel is, u zal aanporren in het heimelijke, zeggende: Laat ons gaan, en dienen andere goden, die gij niet gekend hebt, gij noch uw vaderen;1234

DutSVVA word tags

broederH251
zoonH1121
moederH517
zoonH1121
dochterH1323
vrouwH802
schootH2436
vriendH7453
zielH5315
aanporrenH5496H8686
heimelijkeH5643
zeggendeH559H8800
andereH312
godenH430
vaderenH1

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. de zoon uwer moeder, Die u door het recht der natuur en den band des bloeds nader is dan andere Israëlieten, die ook om de gemene afkomst van Jakob uw broeders genoemd worden.
  2. van uw schoot, Dat is die in uw schoot slaapt. Zie Mic 7:5. Alzo wordt daarentegen de echte man genoemd: De man van haar [der vrouwe] schoot; onder, Deu 28:56. Anderen: De vrouw van uw schoot; dat is, die u zeer lief is.
  3. als uw ziel is, Dat is, die gij zo liefhebt als uw eigen persoon.
  4. aanporren in het heimelijke, Of, aanzoeken.

7 Van de goden der volken, die rondom u zijn, nabij u, of verre van u, van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde;

DutSVVA word tags

godenH430
volkenH5971
rondomH5439
nabijH7138
verreH7350
eindeH7097
aardeH776
eindeH7097
aardeH776

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

8 Zo zult gij hem niet ter wille zijn, en naar hem niet horen; ook zal uw oog hem niet verschonen, en gij zult u niet ontfermen, noch hem verbergen;

DutSVVA word tags

verschonenH2347H8799
ontfermenH2550H8799
verbergenH3680H8762

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

9 Maar gij zult hem zekerlijk doodslaan; uw hand zal eerst tegen hem zijn, om hem te doden, en daarna de hand des gansen volks.12

DutSVVA word tags

zekerlijkH2026H8800
doodslaanH2026H8799
handH3027
eerstH7223
daarnaH314
handH3027
volksH5971

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. zekerlijk doodslaan; Hebreeuws, gij zult hem doodslaande doodslaan; dat is, gij zult niet nalaten hem te doden.
  2. eerst tegen hem zijn, Hebreeuws, in het begin. Als zijnde de aanbrenger en getuige geweest bij het gericht, volgens de wet; onder, Deu 17:7; vergelijk Act 7:58.

10 En gij zult hem met stenen stenigen, dat hij sterve; want hij heeft u gezocht af te drijven van den Heere, uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgevoerd heeft.

DutSVVA word tags

stenenH68
stenigenH5619H8804
gezochtH1245H8765
drijvenH5080H8687
HeereH3068
GodH430
EgyptelandH776H4714
diensthuisH1004H5650

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

11 Opdat gans Israël het hore en vreze, en niet voortvare te doen naar dit boze stuk in het midden van u.1

DutSVVA word tags

IsraëlH3478
voortvareH3254H8686
bozeH7451
stukH1697
middenH7130

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. stuk in het midden van u Hebreeuws, zaak, ding, woord; alzo onder, Deu 17:5.

12 Wanneer gij van een uwer steden, die de Heere, uw God, u geeft, om aldaar te wonen, zult horen zeggen:

DutSVVA word tags

eenH259
stedenH5892
HeereH3068
GodH430
zeggenH559H8800

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

13 Er zijn mannen, Belials-kinderen, uit het midden van u uitgegaan, en hebben de inwoners hunner stad aangedreven, zeggende: Laat ons gaan, en dienen andere goden, die gij niet gekend hebt;1

DutSVVA word tags

mannenH582
Belials-kinderenH1100H1121
middenH7130
uitgegaanH3318H8804
inwonersH3427H8802
stadH5892
aangedrevenH5080H8686
zeggendeH559H8800
andereH312
godenH430

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Belials-kinderen, Of, Belials zonen. Het Hebreeuwse woord Belijaal betekent zoveel in onze spraak als een deugniet, of iemand zonder juk; dat is, een onbandig mens, die zich onder geen tucht of wet wil buigen. Zie Jdg 19:22; 1Sa 1:16, en 1Sa 2:12, en 1Sa 10:27, en 1Sa 25:17; 2Sa 16:7, en 2Sa 20:1, en 2Sa 22:5; 1Ki 21:10; 2Ch 13:7; Psa 41:9; Pro 19:28; Nah 1:11, Nah 1:15; deze naam wordt ook den duivel gegeven; 2Co 6:15; vergelijk ook onder, Deu 25:2, en 2Sa 3:34.

14 Zo zult gij onderzoeken, en naspeuren, en wel navragen; en ziet, het is de waarheid, de zaak is zeker, zulk een gruwel is in het midden van u gedaan;

DutSVVA word tags

onderzoekenH1875H8804
naspeurenH2713H8804
navragenH7592H8804
waarheidH571
zaakH1697
zulkH2063
gruwelH8441
middenH7130

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

15 Zo zult gij de inwoners derzelver stad ganselijk slaan met de scherpte des zwaards, verbannende haar, en alles, wat daarin is, ook haar beesten, met de scherpte des zwaards.123

DutSVVA word tags

inwonersH3427H8802
stadH5892
ganselijkH5221H8687
scherpteH6310
zwaardsH2719
verbannendeH2763H8685
beestenH929
scherpteH6310
zwaardsH2719

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. ganselijk slaan Hebreeuws, slaande slaan
  2. met de scherpte des zwaards, Hebreeuws, aan den mond des zwaards; en zo in het volgende.
  3. verbannende haar, Zie boven, Deu 2:34.

16 En al haar roof zult gij verzamelen in het midden van haar straat, en den Heere, uw God, die stad en al haar roof ganselijk met vuur verbranden; en zij zal een hoop zijn eeuwiglijk, zij zal niet weder gebouwd worden.1

DutSVVA word tags

roofH7998
verzamelenH6908H8799
middenH8432
straatH7339
HeereH3068
GodH430
stadH5892
roofH7998
ganselijkH3632
vuurH784
verbrandenH8313H8804
hoopH8510
eeuwiglijkH5769

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. hoop zijn eeuwiglijk, Hebreeuws, een hoop der eeuwigheid; dat is, zij zal eeuwiglijk overhoop, als een steenhoop, liggen.

17 Ook zal er niets van het verbannene aan uw hand kleven, opdat de Heere Zich wende van de hitte Zijns toorns, en u geve barmhartigheid, en Zich uwer erbarme, en u vermenigvuldige, gelijk als Hij uw vaderen gezworen heeft;12

DutSVVA word tags

nietsH3972
verbanneneH2764
handH3027
HeereH3068
hitteH2740
toornsH639
barmhartigheidH7356
erbarmeH7355H8765
vermenigvuldigeH7235H8689
vaderenH1

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Ook zal er niets van Vergelijk boven, Deu 7:25-26.
  2. het verbannene aan uw hand kleven, Hebreeuws, van den ban.

18 Wanneer gij de stem des Heeren, uws Gods, zult gehoorzaam zijn, om te houden al Zijn geboden, die ik u heden gebiede, om te doen wat recht is in de ogen des Heeren, uws Gods.1

DutSVVA word tags

stemH6963
HeerenH3068
GodsH430
gebodenH4687
hedenH3117
gebiedeH6680H8764
rechtH3477
ogenH5869
HeerenH3068
GodsH430

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. wat recht is Dat is, hetgeen de Heere kent of oordeelt voor recht en goed, en dat dienvolgens hem wel behaagt.