reltext

Chapter 29

1 Dit zijn de woorden des verbonds, dat de Heere Mozes geboden heeft te maken met de kinderen Israëls, in het land van Moab, boven het verbond, dat Hij met hen gemaakt had aan Horeb.123

DutSVVA word tags

woordenH1697
verbondsH1285
HeereH3068
MozesH4872
kinderenH1121
IsraëlsH3478
landH776
MoabH4124
verbondH1285
HorebH2722

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. maken met de kinderen Israëls, Of, houwen, snijden. Zie Gen 15:18, en zo in het volgende.
  2. boven het verbond, Het was inderdaad een en hetzelfde verbond, maar hier in de velden Moabs vernieuwd, wederhaald en verklaart, aan vele andere personen, op een andere plaats en andere wijze dan aan den berg Horeb, of Sinaï. Vergelijk boven, Deu 5:2, en de aantekeningen aldaar Deu 5:3.
  3. Horeb Zie boven, Deu 1:2.

2 En Mozes riep gans Israël, en zeide tot hen: Gij hebt gezien al wat de Heere in Egypteland voor uw ogen gedaan heeft, aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan zijn land;

DutSVVA word tags

MozesH4872
IsraëlH3478
HeereH3068
EgyptelandH776H4714
ogenH5869
FaraoH6547
knechtenH5650
landH776

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

3 De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, diezelve tekenen en grote wonderen.1

DutSVVA word tags

groteH1419
verzoekingenH4531
ogenH5869
tekenenH226
groteH1419
wonderenH4159

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. verzoekingen, Zie Deu 4:34.

4 Maar de Heere heeft ulieden niet gegeven een hart om te verstaan, noch ogen om te zien, noch oren om te horen, tot op dezen dag.1

DutSVVA word tags

HeereH3068
gegevenH5414H8804
hartH3820
verstaanH3045H8800
ogenH5869
orenH241

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. een hart om te verstaan, Dat is, een verstandig hart, ziende ogen en horende oren. De zin is, dat God hun totnogtoe niet gegeven had de gave van recht te verstaan, behoorlijk aan te merken en na te denken, en met vrucht tot Gods eer en hun zaligheid te gebruiken, hetgeen zij gezien en gehoord hadden. Vergelijk onder, Deu 30:6; Isa 6:9-10; Exo 36:26, enz.; Mat 13:9, Mat 13:11, Mat 13:13.

5 En Ik heb ulieden veertig jaren doen wandelen in de woestijn; uw klederen zijn aan u niet verouderd, en uw schoen is niet verouderd aan uw voet.12

DutSVVA word tags

veertigH705
jarenH8141
wandelenH3212H8686
woestijnH4057
klederenH8008
verouderdH1086H8804
schoenH5275
verouderdH1086H8804
voetH7272

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Ik heb ulieden Dit spreekt God gelijk te zien is in het einde van vs.6.
  2. aan u niet verouderd, Hebreeuws, van aan, of van over; dat is, dat gij die als versleten van u zoudt hebben moeten wegwerpen, gelijk men verouderde klederen doet, en alzo wederom in het volgende van den schoen.

6 Brood hebt gij niet gegeten, en wijn en sterken drank hebt gij niet gedronken; opdat gij wistet, dat Ik de Heere, uw God, ben.12

DutSVVA word tags

BroodH3899
gegetenH398H8804
wijnH3196
drankH7941
gedronkenH8354H8804
HeereH3068
GodH430

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Brood hebt gij niet gegeten, Ordinair, gemeen of gewoon brood, want de HEERE spijsde hen met man.
  2. opdat gij wistet, Versta, dit alles heb Ik alzo bestuurd, u wonderbaarlijk met spijs en drank verzorgende, opdat gij, enz.

7 Toen gij nu kwaamt aan deze plaats, toog Sihon, de koning van Hesbon, uit, en Og, de koning van Bazan, ons tegemoet, ten strijde; en wij sloegen hen.

DutSVVA word tags

kwaamtH935H8799
plaatsH4725
toogH3318
SihonH5511
koningH4428
HesbonH2809
koningH4428
BazanH1316
tegemoetH7125H8800
strijdeH4421
sloegenH5221H8686

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

8 En wij hebben hun land ingenomen, en dat ten erve gegeven aan de Rubenieten en Gadieten, mitsgaders aan den halven stam der Manassieten.

DutSVVA word tags

landH776
ingenomenH3947H8799
erveH5159
gegevenH5414H8799
RubenietenH7206
GadietenH1425
halvenH2677
stamH7626
ManassietenH4520

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

9 Houdt dan de woorden dezes verbonds, en doet ze; opdat gij verstandelijk handelt in alles, wat gij doen zult.1

DutSVVA word tags

woordenH1697
verbondsH1285
handeltH7919H8686

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. verstandelijk handelt in alles, Anders, opdat gij voorspoedig zijt [in] alles, of, voorspoedig maakt alles, enz.

10 Gij staat heden allen voor het aangezicht des Heeren, uws Gods: uw hoofden uwer stammen, uw oudsten, en uw ambtlieden, alle man van Israël;12

DutSVVA word tags

hedenH3117
aangezichtH6440
HeerenH3068
GodsH430
hoofdenH7218
stammenH7626
oudstenH2205
ambtliedenH7860H8802
manH376
IsraëlH3478

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Gij Het vervolg van deze woorden is vs.12.
  2. staat heden Van God door mij samengeroepen zijnde, gelijk boven, vs.1,2 te zien is.

11 Uw kinderkens, uw vrouwen, en uw vreemdeling, die in het midden van uw leger is, van uw houthouwer tot uw waterputter toe;12

DutSVVA word tags

kinderkensH2945
vrouwenH802
vreemdelingH1616
middenH7130
legerH4264
houthouwerH2404H8802H6086
waterputterH7579H8802H4325

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. vreemdeling, Die uit Egypte mede gevolgd, [ Exo 12:38 ] of van andere volken er bij gekomen, en door aanneming van de Joodse religie het volk Gods waren ingelijfd.
  2. houthouwer tot uw waterputter toe; Dat is, zelfs de slechtste en geringste onder het volk.

12 Om over te gaan in het verbond des Heeren, uws Gods, en in Zijn vloek, hetwelk de Heere, uw God, heden met u maakt;12

DutSVVA word tags

verbondH1285
HeerenH3068
GodsH430
vloekH423
HeereH3068
GodH430
hedenH3117

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. vloek, Dat is, de vloek des verbonds, waarmede zij zichzelven, in den eed, dien zij God deden, vervloekten, indien zij de beloften van gehoorzaamheid niet hielden. Zie Neh 10:29.
  2. hetwelk de HEERE, Verbond.

13 Opdat Hij u heden Zichzelven tot een volk bevestige, en Hij u tot een God zij, gelijk als Hij tot u gesproken heeft, en gelijk als Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft.12

DutSVVA word tags

hedenH3117
volkH5971
bevestigeH6965H8687
GodH430
vaderenH1
AbrahamH85
IzakH3327
JakobH3290

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. een volk bevestige, Dat is, tot een volk bevestige, dat het zijne zij en Hem als een eigendom toebehore, om den zegen zijns verbonds te genieten en Hem te dienen. Vergelijk boven, Deu 7:6, en Deu 28:9.
  2. tot een God zij, Zie Gen 17:7.

14 En niet met ulieden alleen maak ik dit verbond en dezen vloek;1

DutSVVA word tags

verbondH1285
vloekH423

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. vloek; Zie boven, vs.12.

15 Maar met dengene, die heden hier bij ons voor het aangezicht des Heeren, onzes Gods, staat; en met dengene, die hier heden bij ons niet is.1

DutSVVA word tags

hedenH3117
aangezichtH6440
HeerenH3068
GodsH430
hedenH3117

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. met dengene, Dat is, met u, die hier zijt, en [gelijk Ik aan Abraham voorlang verklaard heb] met uw zaad, met uw nakomelingen, die nog niet geboren zijn, en heden of morgen zouden mogen zeggen dat dit verbond hen niet aangaat. Vergelijk Act 2:39.

16 Want gij weet, hoe wij in Egypteland gewoond hebben, en hoe wij doorgetogen zijn door het midden der volken, die gij doorgetogen zijt.

DutSVVA word tags

EgyptelandH776H4714
middenH7130
volkenH1471

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

17 En gij hebt gezien hun verfoeiselen, en hun drekgoden, hout en steen, zilver en goud, die bij hen waren.1

DutSVVA word tags

verfoeiselenH8251
drekgodenH1544
houtH6086
steenH68
zilverH3701
goudH2091

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. drekgoden, Zie Lev 26:20.

18 Dat onder ulieden niet zij een man, of vrouw, of huisgezin, of stam, die zijn hart heden wende van den Heere, onzen God, om te gaan dienen de goden dezer volken; dat onder ulieden niet zij een wortel, die gal en alsem drage;1

DutSVVA word tags

manH376
vrouwH802
huisgezinH4940
stamH7626
hartH3824
hedenH3117
HeereH3068
GodH430
godenH430
volkenH1471
wortelH8328
alsemH3939

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. gal en alsem drage; Of, vergif, een vergiftig kruid; dat is, werken voortbrengt, die voor God gruwelijk zijn en den mens bitter [gelijk men zegt] opbreken, en als een dodelijk vergif zijn. Zie wijders Psa 69:22.

19 En het geschiede, als hij de woorden dezes vloeks hoort, dat hij zichzelven zegene in zijn hart, zeggende: Ik zal vrede hebben, wanneer ik schoon naar mijns harten goeddunken zal wandelen, om den dronkene te doen tot den dorstige.12345

DutSVVA word tags

woordenH1697
vloeksH423
hartH3824
zeggendeH559H8800
vredeH7965
wanneerH3588
hartenH3820
goeddunkenH8307
wandelenH3212H8799
dronkeneH7302
dorstigeH6771

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. hij de woorden Te weten, die bij den wortel in vs.18 vergeleken is.
  2. vloeks hoort, Zie boven, vs.12.
  3. zegene in zijn hart, Dat is, den vloek dien hij hoort, in zijn hart veracht, en zich ter contrarie bij zichzelven gelukkig acht, alle welvaart en voorspoed zich belovende, ofschoon hij God en zijn woord veracht.
  4. goeddunken zal wandelen, Of, inbeelding, speculatie, gedachte. Anders, hardigheid. Zie Jer 3:17.
  5. dronkene te doen Of, de bevochting toe te doen bij den dorstige. Dit schijnt een spreekwoord geweest te zijn, genomen van droge aarde, die bevochtigd moet worden; alzo tracht deze haar vermeerdering der zonde, waarnaar hij als dorst, om zijn lust volkomenlijk te boeten; of van dronkaards, die vanzelf tot drinken genegen zijnde, nog daarenboven middelen zoeken om zich gans dronken en vol te maken. Alzo doet de goddeloze, die reeds boos genoeg zijnde, zichzelven nog lustig maakt om bozer te worden, zonde op zonde te hopen, en als ongevoelig geworden zijnde, zonder nadenken van kwaad tot erger voort te gaan. Vergelijk Job 34:7; Mat 12:43-45; Eph 4:19; Heb 6:8; 2Pe 2:20. Sommigen verstaan door den dronkene, of, overvloedig bevochtigde aarde, den dienst des waren Gods, die een fontein des levens is, en door den dorstige, den dienst der afgoden, zijnde als waterbakken, die geen water houden, Jer 2:13.

20 De Heere zal hem niet willen vergeven; maar alsdan zal des Heeren toorn en ijver roken over denzelven man, en al de vloek, die in dit boek geschreven is, zal op hem liggen; en de Heere zal zijn naam van onder den hemel uitdelgen.

DutSVVA word tags

HeereH3068
willenH14H8799
vergevenH5545H8800
HeerenH3068
toornH639
ijverH7068
manH376
vloekH423
boekH5612
HeereH3068
naamH8034
hemelH8064
uitdelgenH4229H8804

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

21 En de Heere zal hem ten kwade afscheiden van al de stammen Israëls, naar alle vloeken des verbonds, dat in het boek dezer wet geschreven is.1

DutSVVA word tags

HeereH3068
kwadeH7451
afscheidenH914H8689
stammenH7626
IsraëlsH3478
vloekenH423
verbondsH1285
boekH5612

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. ten kwade afscheiden Dat is, tot straf, ongeluk en verderf.

22 Dan zal zeggen het navolgend geslacht, uw kinderen, die na ulieden opstaan zullen, en de vreemde, die uit verren lande komen zal, als zij zullen zien de plagen dezes lands en deszelfs krankheden, waarmede de Heere het gekrenkt heeft;1

DutSVVA word tags

zeggenH559H8804
navolgendH314
geslachtH1755
kinderenH1121
vreemdeH5237
verrenH7350
landeH776
plagenH4347
landsH776
krankhedenH8463
HeereH3068

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. zeggen het navolgend geslacht, Het vervolg dezer woorden is vs.24.

23 Dat zijn ganse aarde zij zwavel en zout der verbranding; die niet bezaaid zal zijn, en geen spruit zal voortgebracht hebben, noch enig kruid daarin zal opgekomen zijn; gelijk de omkering van Sodom en Gomorra, Adama en Zeboim, die de Heere heeft omgekeerd in Zijn toorn en in Zijn grimmigheid;1

DutSVVA word tags

aardeH776
zwavelH1614
zoutH4417
verbrandingH8316
kruidH6212
omkeringH4114
SodomH5467
GomorraH6017
AdamaH126
ZeboimH6636
HeereH3068
omgekeerdH2015H8804
toornH639
grimmigheidH2534

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. verbranding; Dat is, dat de aarde verbrandt. Anders, dat zijn ganse aarde [door] zwavel verbrand is. De zin is, dat dit land door Gods rechtvaardigen vloek gans wonderbaarlijk geschonden en bedorven zij, gelijk eertijds Sodom, Gomorra, enz.

24 En alle volken zullen zeggen: Waarom heeft de Heere aan dit land alzo gedaan? Wat is de ontsteking van dezen groten toorn?1

DutSVVA word tags

volkenH1471
zeggenH559H8804
HeereH3068
landH776
ontstekingH2750
grotenH1419
toornH639

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Wat is de ontsteking Dat is, wat beduidt of meent, wat is de oorzaak, enz.

25 Dan zal men zeggen: Omdat zij het verbond des Heeren, des Gods hunner vaderen, hebben verlaten, dat Hij met hen gemaakt had, als Hij hen uit Egypteland uitvoerde;

DutSVVA word tags

zeggenH559H8804
verbondH1285
HeerenH3068
GodsH430
vaderenH1
verlatenH5800H8804
EgyptelandH776H4714
uitvoerdeH3318H8687

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

26 En zij heengegaan zijn, en andere goden gediend en zich voor die gebogen hebben; goden, die hen niet gekend hadden, en geen van welke hun iets medegedeeld had;12

DutSVVA word tags

andereH312
godenH430
gediendH5647H8799
godenH430

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. gekend hadden, Gelijk de ware God de zijnen goedgunstiglijk kent en verzorgt, Psa 1:6; 2Ti 2:19, enz.
  2. medegedeeld had; Dat is, iets goeds had gedaan of kunnen doen. Anders, die Hij (namelijk de HEERE) hunlieden niet toegedeeld had; te weten, om als goden door hen gediend te worden. Vergelijk boven, Deu 4:19.

27 Daarom is de toorn des Heeren ontstoken tegen dit land, om daarover te brengen al dezen vloek, die in dit boek geschreven is.

DutSVVA word tags

toornH639
HeerenH3068
ontstokenH2734H8799
landH776
brengenH935H8687
vloekH7045
boekH5612

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

28 En de Heere heeft hen uit hun land uitgetrokken, in toorn, en in grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Hij heeft hen verworpen in een ander land, gelijk het is te dezen dage.1

DutSVVA word tags

HeereH3068
landH127
uitgetrokkenH5428H8799
toornH639
grimmigheidH2534
groteH1419
verbolgenheidH7110
verworpenH7993H8686
anderH312
landH776
dageH3117

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. gelijk het is Deze woorden [alsook de voorgaande] behoren tot het antwoord, dat men den volken in dien tijd op hun vraag zou geven.

29 De verborgene dingen zijn voor den Heere, onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet.1

DutSVVA word tags

verborgeneH5641H8737
HeereH3068
GodH430
geopenbaardeH1540H8737
kinderenH1121
eeuwigheidH5769
woordenH1697

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. De verborgene dingen Mozes, van veel grote, ook toekomende dingen gesproken hebbende en nog zullende spreken, bedwingt in dit vs. de curieusheid en nieuwsgierigheid van wijders te onderzoeken hetgeen in Gods raad verborgen is, en beveelt het volk te blijven binnen de palen van zijn geopenbaard woord, om dat te onderzoeken, te geloven en daarnaar te leven.