reltext

Chapter 11

1 Als Israël een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen.123

Original Hebrew

כִּ֛יכ֛יכִּיכיkiifH3588AHTc
נַ֥עַרנ֥ערנַעַרנערNa.'ar[was] a youthH5288HNcmsa
יִשְׂרָאֵ֖לישרא֖ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
וָ/אֹהֲבֵ֑/הוּו/אהב֑/הווָ/אֹהֲבֵ/הוּו/אהב/הוva./'o.ha.Ve./huand/ I loved/ himH9001H0157GH9033Hc+Vqw1cs+Sp3ms
וּ/מִ/מִּצְרַ֖יִםו/מ/מצר֖יםוּ/מִ/מִּצְרַיִםו/מ/מצריםu./mi./mitz.Ra.yimand/ from/ EgyptH9002H9006H4714GHC+R+Npl
קָרָ֥אתִיקר֥אתיקָרָאתִיקראתיka.Ra.tiI summonedH7121GHVqp1cs
לִ/בְנִֽ/י\׃ל/בנ/י\לִ/בְנִֽ/י\׃ל/בנ/י\li/v.N/i<to>/ son/ myH9005H1121AH9020\H9016HR+Ncmsc+Sp1bs
  1. kind was, zie van het Hebreeuwse woord Jer 1:6 . De zin is: Als Ik Israël eerst tot mijn volk aannam en met hen mijn vebond maakte. Vergelijk Jer 2:2 , en zie de aantekening aldaar.
  2. heb Mijn En voerde hem door mijn goddelijke kracht uit de slavernij van Egypte, door de woestijn, naar het beloofde land.
  3. zoon uit Egypte uitgeroepen Namelijk Israël, dat God dikwijls, maar bijzonderlijk Exo 4:22 , door Mozes, in de aanspraak aan Farao, zijn zoon, ja zijn eerstgeboren zoon noemt; welke plaats hiermede dient vergeleken. Maar dat onder deze woorden wijders ene profetie verborgen is van den eniggeboren Zoon des Vaders onzen Heere Jezus Christus, die het Hoofd is van zijn geestelijk Israël of kerk, blijkt Mat 2:15 . Anders: omdat Israël een kind was, dat Ik liefhad, zo heb Ik mijnen Zoon uit Egypte geroepen. Of: Hoewel Israël een kind is, nochtans heb Ik hem lief; daarom heb Ik, enz., verstaande het eerste lid van Israëls domme onverstandigheid, en het tweede van Christus alleen, wien de Vader uit Egypte geroepen heeft om in Judea het werk onzer verlossing te verrichten. Anderen aldus: Omdat Hij is een kind Israëls, en Ik hem liefheb; daarom heb Ik mijnen Zoon uit Egypte geroepen. Verstaande beide leden van vs.1 van Christus.

2 Maar gelijk zij henlieden riepen, alzo gingen zij van hun aangezicht weg; zij offerden den Baäls, en rookten den gesnedenen beelden.12

Original Hebrew

קָרְא֖וּקרא֖וקָרְאוּקראוka.re.'Uthey summonedH7121GHVqp3cp
לָ/הֶ֑םל/ה֑םלָ/הֶםל/הםla./Hem<to>/ themH9005H9038HR+Sp3mp
כֵּ֚ןכ֚ןכֵּןכןkensoH3651CHD
הָלְכ֣וּהלכ֣והָלְכוּהלכוha.le.Khuthey wentH1980GHVqp3cp
מִ/פְּנֵי/הֶ֔םמ/פני/ה֔םמִ/פְּנֵי/הֶםמ/פני/הםmi./pe.nei./Hemfrom/ before/ themH9006H6440GH9028HR+Ncmpc+Sp3mp
לַ/בְּעָלִ֣יםל/בעל֣יםלַ/בְּעָלִיםל/בעליםla./be.'a.Limto the/ BaalsH9005H1168AHRd+Ntmpa
יְזַבֵּ֔חוּיזב֔חויְזַבֵּחוּיזבחוye.za.Be.chuthey sacrificedH2076HVpi3mp
וְ/לַ/פְּסִלִ֖יםו/ל/פסל֖יםוְ/לַ/פְּסִלִיםו/ל/פסליםve./la./pe.si.Limand/ to the/ idolsH9002H9005H6456HC+Rd+Ncmpa
יְקַטֵּרֽוּ/ן\׃יקטרו/ן\יְקַטֵּרֽוּ/ן\׃יקטרו/ן\ye.ka.te.Ru/nthey made smoke/ !H6999HH9013\H9016HVpi3mp+Sn
  1. gelijk] zij henlieden riepen, Dit is hier ingevoegd tot aanvulling van den zin, passende op het volgende woordje, alzo. Zie Psa 48:6 . De zin is: Hoe meer Mozes en andere vrome dienstknechten Gods de Israëlieten riepen om bij hun goeden God te blijven, en Hem aan te hangen, hoe meer zij daarentegen, onder de ogen der vrome profeten, afweken tot alle afgoderij, kerende God en zijnen profeten den rug en het dove oor toe, gelijk men zegt. Vergelijk onder vs.7, en boven Hos 4:7 .
  2. hun aangezicht weg; Van het aangezicht der profeten, die hen tot God riepen.

3 Ik nochtans leerde Efraïm gaan; Hij nam ze op Zijn armen, maar zij bekenden niet, dat Ik ze genas.123

Original Hebrew

וְ/אָנֹכִ֤יו/אנכ֤יוְ/אָנֹכִיו/אנכיve./'a.no.Khiand/ IH9002H0595HC+Pp1bs
תִרְגַּ֙לְתִּי֙תרג֙לתי֙תִרְגַּלְתִּיתרגלתיtir.Gal.tiI taught to walkH8637HVcp1cs
לְ/אֶפְרַ֔יִםל/אפר֔יםלְ/אֶפְרַיִםל/אפריםle./'ef.Ra.yim<to>/ EphraimH9005H0669GHR+Npm
קָחָ֖/םקח֖/םקָחָ/םקח/םka.Cha/mhe took/ themH3947GH9038HVqcc+Sp3mp
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
זְרֽוֹעֹתָ֑י/וזרועת֑י/וזְרֽוֹעֹתָי/וזרועתי/וze.ro.'o.Ta/varms/ hisH2220H9023HNcfpc+Sp3ms
וְ/לֹ֥או/ל֥אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
יָדְע֖וּידע֖ויָדְעוּידעוya.de.'Uthey knewH3045HVqp3cp
כִּ֥יכ֥יכִּיכיkithatH3588AHTc
רְפָאתִֽי/ם\׃רפאתי/ם\רְפָאתִֽי/ם\׃רפאתי/ם\re.fa.Ti/mI had healed/ themH7495H9038\H9016HVqp1cs+Sp3mp
  1. leerde Efraïm gaan; Dat is, Ik leerde hen de voeten zetten, gelijk een moeder haar kind doet.
  2. Hij nam ze op Zijn armen, Dit zijn de woorden van den profeet, die hij tussen Gods woorden invoegt, uit verwondering over Gods vriendelijkheid en goedertierenheid, alsof hij zeide: Immers is het waar, dat Hij hen, als een vader, of moeder een kind, [zie vs.1,] inzonderheid als het moede is van het gaan, op de armen gedragen heeft; zie Exo 19:4 ; Deu 1:31 , en Deu 32:11-12 ; Isa 63:9 , en van Mozes, Num 11:12 . Anders: ik nam hen, of nemende henlieden bij hunne [Hebreeuws zijne ] armen; omdat er in het volgende dergelijke verwisseling van het veelvoudig en enkelvoudig getal van Efraïm gebruikt wordt.
  3. genas Dat is, in al hunne noden en zwarigheden zeer lieflijk en gemeenzaamlijk bijstond en verloste; zie Psa 30:3 , en vergelijk boven Hos 7:1 , en Exo 15:26 .

4 Ik trok ze met mensenzelen, met touwen der liefde, en was hun, als degenen, die het juk van op hun kinnebakken oplichten, en Ik reikte hem voeder toe.123

Original Hebrew

בְּ/חַבְלֵ֨יב/חבל֨יבְּ/חַבְלֵיב/חבליbe./chav.Leiwith/ cords ofH9003H2256MHR+Ncbpc
אָדָ֤םאד֤םאָדָםאדם'a.DamhumankindH0120GHNcmsa
אֶמְשְׁכֵ/ם֙אמשכ/ם֙אֶמְשְׁכֵ/םאמשכ/ם'em.she.Khe/mI drew/ themH4900H9038HVqi1cs+Sp3mp
בַּ/עֲבֹת֣וֹתב/עבת֣ותבַּ/עֲבֹתוֹתב/עבתותba./'a.vo.Totwith/ ropes ofH9003H5688HR+Ncfpc
אַהֲבָ֔האהב֔האַהֲבָהאהבה'a.ha.VahloveH0160HNcfsa
וָ/אֶהְיֶ֥הו/אהי֥הוָ/אֶהְיֶהו/אהיהva./'eh.Yehand/ I wasH9001H1961Hc+Vqw1cs
לָ/הֶ֛םל/ה֛םלָ/הֶםל/הםla./Hemto/ themH9005H9038HR+Sp3mp
כִּ/מְרִ֥ימֵיכ/מר֥ימיכִּ/מְרִימֵיכ/מרימיki/m.Ri.meilike/ [those who] liftH9004H7311AHR+Vhrmpc
עֹ֖לע֖לעֹלעל'ol<of> a yokeH5923HNcmsa
עַ֣לע֣לעַלעל'alonH5921AHR
לְחֵי/הֶ֑םלחי/ה֑םלְחֵי/הֶםלחי/הםle.chei./Hemjaws/ theirH3895HH9028HNcmdc+Sp3mp
וְ/אַ֥טו/א֥טוְ/אַטו/אטve./'Atand/ I inclineH9002H5186HC+Vhj1cs
אֵלָ֖י/ואל֖י/ואֵלָי/ואלי/ו'e.La/vto/ himH0413H9033HR+Sp3ms
אוֹכִֽיל\׃אוכיל\אוֹכִֽיל\׃אוכיל\'o.KhilI feed [him]H0398\H9016HVhi1cs
  1. mensenzelen, Dat is, menselijke, waar men mensen mede trekt, lijdelijke, lieflijke en zachte zelen, om hen niet te kwetsen of te bezeren. Vergelijk de manier van spreken met 2Sa 7:14 ; Isa 8:1 . Deze woorden drukken de lieflijkheid, vriendelijkheid en lankmoedigheid Gods in het leiden van zijn volk zeer levendig uit.
  2. juk Dat is, de halster of muilband, die op de muilen der beesten blijft zolang zij arbeiden, en die men oplicht of afneemt als zij rust en voeder zullen nemen. Alzo [wil God zeggen] heb Ik met Israël gehandeld, gevende hem verlichting, rust en hun voeder, gelijk volgt.
  3. hem voeder toe Efraïm. Hebreeuws, Ik deed spijs, of eten tot hem neigen; dat is, gelijk wij zeggen: Ik reikte het hem toe. Niettegenstaande zulks alles zijn zij zo ongehoorzaam geweest, gelijk in het voorgaande en volgende verhaald is: daarom, enz. gelijk volgt.

5 Hij zal in Egypteland niet wederkeren; maar Assur, die zal zijn koning zijn; omdat zij zich weigerden te bekeren.12

Original Hebrew

לֹ֤אל֤אלֹאלאlo'notH3808HTn
יָשׁוּב֙ישוב֙יָשׁוּבישובya.Shuvhe will returnH7725GHVqi3ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
אֶ֣רֶץא֣רץאֶרֶץארץ'E.retz[the] land ofH0776GHNcfsc
מִצְרַ֔יִםמצר֔יםמִצְרַיִםמצריםmitz.Ra.yimEgyptH4714GHNpl
וְ/אַשּׁ֖וּרו/אש֖ורוְ/אַשּׁוּרו/אשורve./'a.Shurand/ AssyriaH9002H0804GHC+Npl
ה֣וּאה֣ואהוּאהואhu'itH1931HPp3ms
מַלְכּ֑/וֹמלכ֑/ומַלְכּ/וֹמלכ/וmal.K/o[will be] king/ hisH4428GH9023HNcmsc+Sp3ms
כִּ֥יכ֥יכִּיכיkiforH3588AHTc
מֵאֲנ֖וּמאנ֖ומֵאֲנוּמאנוme.'a.Nuthey have refusedH3985HVpp3cp
לָ/שֽׁוּב\׃ל/שוב\לָ/שֽׁוּב\׃ל/שוב\la./Shuvto/ repentH9005H7725O\H9016HR+Vqcc
  1. Hij zal Efraïm.
  2. Egypteland niet wederkeren; Of zij wel zouden mogen wensen liever in Egypte weder te keren, gelijk zij zich derwaarts zullen begeven om hulp en toevlucht tegen den Assyriër te zoeken, zo zal het hun toch alzo niet gelukken, maar de tien stammen zullen in het algemeen van den Assyriër uit hun land worden weggevoerd, en veel zwaarder geplaagd dan tevoren in Egypte; zie boven Hos 8:13 , en Hos 9:6 , en de aantekening aldaar, en vergelijk boven Hos 10:9 .

6 En het zwaard zal in zijn steden blijven, en zijn grendelen verteren, en opeten, vanwege hun beraadslagingen.1234

Original Hebrew

וְ/חָלָ֥הו/חל֥הוְ/חָלָהו/חלהve./cha.Lahand/ it will whirlH9001H2342JHc+Vqq3fs
חֶ֙רֶב֙ח֙רב֙חֶרֶבחרבche.reva swordH2719HNcfsa
בְּ/עָרָ֔י/וב/ער֔י/ובְּ/עָרָי/וב/ערי/וbe./'a.Ra/vin/ cities/ hisH9003H5892BH9023HR+Ncmpc+Sp3ms
וְ/כִלְּתָ֥הו/כלת֥הוְ/כִלְּתָהו/כלתהve./khi.le.Tahand/ it will put an end toH9001H3615HHc+Vpq3fs
בַדָּ֖י/ובד֖י/ובַדָּי/ובדי/וva.Da/vbars/ hisH0907H9023HNcmpc+Sp3ms
וְ/אָכָ֑לָהו/אכ֑להוְ/אָכָלָהו/אכלהve./'a.Kha.lahand/ it will devour [them]H9001H0398Hc+Vqq3fs
מִֽ/מֹּעֲצ֖וֹתֵי/הֶֽם\׃מ/מעצ֖ותי/הם\מִֽ/מֹּעֲצוֹתֵי/הֶֽם\׃מ/מעצותי/הם\mi./mo.'a.Tzo.tei./Hemfrom/ schemes/ theirH9006H4156H9028\H9016HR+Ncfpc+Sp3mp
  1. zwaard Dat is, krijg, en alle gevolgen van dien; zie Lev 26:7 , en Psa 22:21 .
  2. zijn steden blijven, Efraïm.
  3. grendelen verteren, Anders: ledematen, te weten zijns lands leden en delen, als een wild dier, verteren en verslinden, of, zijne ranken [gelijk Eze 17:6 ,] dat is, de dorpen, gelegen buiten de steden, zijnde ten aanzien van de steden gelijk takken van de bomen.
  4. beraadslagingen Zie boven Hos 10:6 .

7 Want Mijn volk blijft hangen aan de afkering van Mij; zij roepen het wel tot den Allerhoogste, maar niet een verhoogt Hem.12345

Original Hebrew

וְ/עַמִּ֥/יו/עמ֥/יוְ/עַמִּ/יו/עמ/יve./'a.M/iand/ people/ myH9002H5971AH9020HC+Ncmsc+Sp1bs
תְלוּאִ֖יםתלוא֖יםתְלוּאִיםתלואיםte.lu.'Im[is] hung upH8511HVqsmpa
לִ/מְשֽׁוּבָתִ֑/יל/משובת֑/ילִ/מְשֽׁוּבָתִ/יל/משובת/יli/m.shu.va.T/ito/ apostasy/ myH9005H4878H9020HR+Ncfsc+Sp1bs
וְ/אֶל\־ו/אל\וְ/אֶל\־ו/אל\ve./'el-and/ toH9002H0413\H9014HC+R
עַל֙על֙עַלעל'ala heightH5920HHNcmsa
יִקְרָאֻ֔/הוּיקרא֔/הויִקְרָאֻ/הוּיקרא/הוyik.ra.'U./huthey call on/ himH7121GH9033HVqi3mp+Sp3ms
יַ֖חַדי֖חדיַחַדיחדYa.chadtogetherH3162AHNcmsa
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
יְרוֹמֵם\׃ירומם\יְרוֹמֵם\׃ירומם\ye.ro.memhe will exalt [them]H7311A\H9016HVpi3ms
  1. van Mij; Hebreeuws, aan mijne afkering; dat is, aan de afkering, of afwijking, waarmede zij van mij steeds afwijken, of die zij tegen mij betonen. Anders: hangen; [te weten, in onzekerheid en twijfelachtigheid om [hunne] afkering van mij; dat is, zij weten niet waarheen zich te keren, nu hier dan daar lopende om hulp. Beiden in een goeden zin.
  2. zij roepen De profeten, vergelijk boven vs.2, en Hos 7:16 .
  3. het wel tot den Allerhoogste, Mijn volk. Anders: zij roepen Hem wel naar boven.
  4. niet een verhoogt Dat is, niemand. Zie van dergelijk gebruik van het Hebreeuwse woord Ezr 4:3 . Anders: tezamen verhoogt het [volk] [Hem] niet. Versta, in hunne bijeenkomsten eren zij God niet.
  5. Hem Den Allerhoogste, dat hij Hem eer zou geven, zich bekerende, en troost en hulp bij Hem zoekende, of Hem voor zijne weldaden dankende. Anders: verhoogt, of verheft [zich]; dat is, niemand heft zich eens op, geeft zich eens daarnaar dat hij zou horen of luisteren, gelijk opmerkenden plegen te doen, tonende met uiterlijke gebaren van het lichaam de beweging huns harten.

8 Hoe zou Ik u overgeven, o Efraïm? u overleveren, o Israël? Hoe zou Ik u maken als Adama, u stellen als Zeboim? Mijn hart is in Mij omgekeerd, al Mijn berouw is te zamen ontstoken.1234

Original Hebrew

אֵ֞יךְא֞יךאֵיךְאיך'eikhhow?H0349AHTi
אֶתֶּנְ/ךָ֣אתנ/ך֣אֶתֶּנְ/ךָאתנ/ך'e.ten./Khawill I give up/ youH5414GH9031HVqi1cs+Sp2ms
אֶפְרַ֗יִםאפר֗יםאֶפְרַיִםאפרים'ef.Ra.yimO EphraimH0669GHNpm
אֲמַגֶּנְ/ךָ֙אמגנ/ך֙אֲמַגֶּנְ/ךָאמגנ/ך'a.ma.gen./Khawill I deliver up?/ youH4042H9031HVpi1cs+Sp2ms
יִשְׂרָאֵ֔לישרא֔ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElO IsraelH3478HNpl
אֵ֚יךְא֚יךאֵיךְאיך'eikhhow?H0349AHTi
אֶתֶּנְ/ךָ֣אתנ/ך֣אֶתֶּנְ/ךָאתנ/ך'e.ten./Khawill I make/ youH5414IH9031HVqi1cs+Sp2ms
כְ/אַדְמָ֔הכ/אדמ֔הכְ/אַדְמָהכ/אדמהkhe./'ad.Mahlike/ AdmahH9004H0126HR+Npl
אֲשִֽׂימְ/ךָ֖אשימ/ך֖אֲשִֽׂימְ/ךָאשימ/ך'a.si.me./Khawill I make?/ youH7760AH9031HVqi1cs+Sp2ms
כִּ/צְבֹאיִ֑םכ/צבאי֑םכִּ/צְבֹאיִםכ/צבאיםki/tz.vo.Yimlike/ ZeboiimH9004H6636HR+Npl
נֶהְפַּ֤ךְנהפ֤ךנֶהְפַּךְנהפךneh.Pakhit has been changedH2015HVNp3ms
עָלַ/י֙על/י֙עָלַ/יעל/י'a.La/ion/ meH5921AH9030HR+Sp1bs
לִבִּ֔/ילב֔/ילִבִּ/ילב/יli.B/iheart/ myH3820AH9020HNcmsc+Sp1bs
יַ֖חַדי֖חדיַחַדיחדYa.chadtogetherH3162AHNcmsa
נִכְמְר֥וּנכמר֥ונִכְמְרוּנכמרוnikh.me.Ruthey have grown warmH3648HVNp3cp
נִחוּמָֽ/י\׃נחומ/י\נִחוּמָֽ/י\׃נחומ/י\ni.chu.Ma/icompassions/ myH5150H9020\H9016HNcmpc+Sp1bs
  1. Hoe zou Ik u overgeven, Alsof God zeide: Gij hadt wel verdiend, dat Ik u gans en ten enenmale zou uitroeien, gelijk Ik Sodom, Gomorra, enz. gedaan heb; Gen 19:24 ; Deu 29:23 ; maar mijne barmhartigheid en trouw, die Ik u in den Messias [waarvan in het volgende] beloofd heb, laten het niet toe.
  2. Adama, Versta, en de andere naburige steden.
  3. hart is in Mij omgekeerd, Menselijkerwijze van God gesproken, om enigszins uit te drukken de grootheid en onbegrijpelijkheid zijner barmhartigheid. Zie Gen 34:30 ; 1Ki 3:26 ; Lam 1:20 .
  4. al Mijn berouw is te zamen ontstoken Hebreeuws alsof men zeide: Mijne berouwingen, of berouwenissen, of troostelijkheden, zijn tezamen ontbrand. Anders: mijn ingewand. God wordt gezegd berouw te hebben als Hij de verdiende en gedreigde straffen ophoudt, verzacht of wegneemt, en kan voorts door berouw het medelijden en het ingewand, dat van medelijden beroerd en ontstoken is, verstaan worden. Zie Gen 6:6 , en Gen 43:30 .

9 Ik zal de hittigheid Mijns toorns niet uitvoeren; Ik zal niet wederkeren om Efraïm te verderven; want Ik ben God en geen mens, de Heilige in het midden van u, en Ik zal in de stad niet komen.1234

Original Hebrew

לֹ֤אל֤אלֹאלאlo'notH3808HTn
אֶֽעֱשֶׂה֙אעשה֙אֶֽעֱשֶׂהאעשה'e.'e.SehI will carry outH6213AHVqi1cs
חֲר֣וֹןחר֣וןחֲרוֹןחרוןcha.Ron[the] burning ofH2740HNcmsc
אַפִּ֔/יאפ֔/יאַפִּ/יאפ/י'a.P/ianger/ myH0639GH9020HNcmsc+Sp1bs
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
אָשׁ֖וּבאש֖ובאָשׁוּבאשוב'a.ShuvI will repeatH7725JHVqi1cs
לְ/שַׁחֵ֣תל/שח֣תלְ/שַׁחֵתל/שחתle./sha.Chetto/ destroyH9005H7843HR+Vpcc
אֶפְרָ֑יִםאפר֑יםאֶפְרָיִםאפרים'ef.Ra.yimEphraimH0669GHNpm
כִּ֣יכ֣יכִּיכיkiforH3588AHTc
אֵ֤לא֤לאֵלאל'el[am] GodH0410GHNcmsa
אָֽנֹכִי֙אנכי֙אָֽנֹכִיאנכי'a.no.KhiIH0595HPp1bs
וְ/לֹא\־ו/לא\וְ/לֹא\־ו/לא\ve./lo'-and/ notH9002H3808\H9014HC+Tn
אִ֔ישׁא֔ישאִישׁאיש'Isha humanH0376GHNcmsa
בְּ/קִרְבְּ/ךָ֣ב/קרב/ך֣בְּ/קִרְבְּ/ךָב/קרב/ךbe./kir.be./Chain/ midst/ yourH9003H7130GH9021HR+Ncmsc+Sp2ms
קָד֔וֹשׁקד֔ושקָדוֹשׁקדושka.Do.osh[the] holy [one]H6918GHAamsa
וְ/לֹ֥או/ל֥אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
אָב֖וֹאאב֖ואאָבוֹאאבוא'a.Vo'I will comeH0935GHVqi1cs
בְּ/עִֽיר\׃ב/עיר\בְּ/עִֽיר\׃ב/עיר\be./'Irin/ rageH9003H5892A\H9016HR+Ncmsa
  1. wederkeren Dat is, Ik zal nu niet wederom alzo aan Efraïm doen, dat Ik hem gans zou vernielen, gelijk Ik eenmaal de voorzegde steden gedaan heb. Vergelijk Isa 12:6 , en Isa 54:5 ; Eze 16:53 met de aantekening aldaar.
  2. God en geen mens, Waarachtig en onveranderlijk in mijne beloften; Num 23:19 ; Mal 3:6 , enz.
  3. Heilige Zie Psa 71:22 , en dienvolgens zal Ik mij nog een volk onder u overig behouden, dat Ik heilig om mij te dienen, enz. Vergelijk Eze 16:60 .
  4. in de stad niet komen Als een vijand, die in een stad invalt en alles daarin vernielt; of gelijk Ik eertijds in de stad Sodom kwam om die te vernielen, gelijk vs.8, hetwelk op de voorgaande woorden: Ik zal niet wederkeren, of wederom keren, enz., zeer wel past. Zie de aantekening. Anders: Ik zal in de stad niet komen; dat is, in geen stoffelijke plaatsen meer wonen, maar in uwe harten. Vergelijk Joh 4:21 .

10 Zij zullen den Heere achterna wandelen, Hij zal brullen als een leeuw, wanneer Hij brullen zal, dan zullen de kinderen van de zee af al bevende aankomen.1234

Original Hebrew

אַחֲרֵ֧יאחר֧יאַחֲרֵיאחרי'a.cha.ReiafterH0310AHAcmpc
יְהוָ֛היהו֛היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
יֵלְכ֖וּילכ֖ויֵלְכוּילכוye.le.Khuthey will walkH1980NHVqi3mp
כְּ/אַרְיֵ֣הכ/ארי֣הכְּ/אַרְיֵהכ/אריהke./'ar.Yehlike/ a lionH9004H0738BHR+Ncmsa
יִשְׁאָ֑גישא֑גיִשְׁאָגישאגyish.'Aghe will roarH7580HVqi3ms
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-ifH3588A\H9014HTc
ה֣וּאה֣ואהוּאהואhu'heH1931HPp3ms
יִשְׁאַ֔גישא֔גיִשְׁאַגישאגyish.'Aghe will roarH7580HVqi3ms
וְ/יֶחֶרְד֥וּו/יחרד֥ווְ/יֶחֶרְדוּו/יחרדוve./ye.cher.Duand/ they may trembleH9002H2729HC+Vqu3mp
בָנִ֖יםבנ֖יםבָנִיםבניםva.NimchildrenH1121AHNcmpa
מִ/יָּֽם\׃מ/ים\מִ/יָּֽם\׃מ/ים\mi./Yamfrom/ [the] westH9006H3220H\H9016HR+Ncmsa
  1. HEERE achterna wandelen, Jezus Christus, den Messias, hun Hoofd en Koning. Vergelijk boven Hos 3:5 .
  2. brullen als een leeuw, Door de openbare, klare en heldere predikatie van het Evangelie, waardoor Hij zijne uitverkorenen [gelijk een leeuw zijne jongen] bijeen zal roepen, gelijk volgt. Vergelijk Isa 27:13 ; Amo 3:8 ; idem, waardoor Hij niet alleen den zijnen zijn genadewerk zal verkondigen, maar ook zijnen en zijner kerken vijanden, zijne wraak en overwinning, voornamelijk van alle geestelijke vijanden, die Hij, als de rechte leeuw van Juda, zal overwinnen en in triomf voeren. Zie Gen 49:9 ; Col 2:15 ; Rev 5:5 , en vergelijk wijders Isa 31:4-5 ; Joe 3:16 ; Amo 1:2 .
  3. kinderen Dat is, uitverkorenen, die hem de Vader gegeven heeft; Joh 17:6 ; Heb 2:13 .
  4. van de zee af Hebreeuws, zullen sidderen, of beven van de zee [of, het westen ] af; dat is sidderende aankomen tot zijne en zijner kerken gemeenschap. Vergelijk Isa 24:14 , en Isa 49:12 , boven Hos 3:5 , en zie de aantekening. Alzo in vs.11. Aangaande de manier van spreken, sidderen, of beven, voor sidderende gaan, komen, enz. Vergelijk 1Sa 13:7 , en 1Sa 16:4 .

11 Zij zullen bevende aankomen als een vogeltje uit Egypte, en als een duif uit het land van Assur; en Ik zal hen doen wonen in hun huizen, spreekt de Heere.1234

Original Hebrew

יֶחֶרְד֤וּיחרד֤ויֶחֶרְדוּיחרדוye.cher.Duthey will trembleH2729HVqi3mp
כְ/צִפּוֹר֙כ/צפור֙כְ/צִפּוֹרכ/צפורkhe./tzi.pOrlike/ a birdH9004H6833HR+Ncbsa
מִ/מִּצְרַ֔יִםמ/מצר֔יםמִ/מִּצְרַיִםמ/מצריםmi./mitz.Ra.yimfrom/ EgyptH9006H4714GHR+Npl
וּ/כְ/יוֹנָ֖הו/כ/יונ֖הוּ/כְ/יוֹנָהו/כ/יונהu./khe./yo.Nahand/ like/ a doveH9002H9004H3123HC+R+Ncfsa
מֵ/אֶ֣רֶץמ/א֣רץמֵ/אֶרֶץמ/ארץme./'E.retzfrom/ [the] land ofH9006H0776GHR+Ncfsc
אַשּׁ֑וּראש֑וראַשּׁוּראשור'a.ShurAssyriaH0804GHNpl
וְ/הוֹשַׁבְתִּ֥י/םו/הושבת֥י/םוְ/הוֹשַׁבְתִּי/םו/הושבתי/םve./ho.shav.Ti/mand/ I will cause to dwell/ themH9001H3427H9038Hc+Vhq1cs+Sp3mp
עַל\־על\עַל\־על\'al-atH5921A\H9014HR
בָּתֵּי/הֶ֖םבתי/ה֖םבָּתֵּי/הֶםבתי/הםba.tei./Hemhouses/ theirH1004BH9028HNcmpc+Sp3mp
נְאֻם\־נאם\נְאֻם\־נאם\ne.'um-[the] utterance ofH5002\H9014HNcmsc
יְהוָֽה\׃\ \סיהוה\\ \סיְהוָֽה\׃\ \סיהוה\\ \סYah.wehYahwehH3068G\H9016\ \H9018HNpt
  1. vogeltje Dat snellijk vliegt naar zijn aas, of nest, of den strik ontvliedt.
  2. Egypte, Dat is, in alle plaatsen, waar zij verstrooid zijn, zullen zij zich met ijver begeven tot dien, die hen verlost uit geestelijk Egypte en Assyrië, dat is, de slavernij des duivels en der zonde. Vergelijk Isa 27:13 ; Zec 10:10 .
  3. duif Zie Isa 60:8 .
  4. wonen in hun huizen, Dat is, [naar den stijl der profeten]. Ik zal hen planten in mijne kerk, en door Christus geven rust en vrede in hunne conscientiën, en na dit leven, hunne plaats in de hemelse woonsteden. Zie boven Hos 2:13 , Hos 2:17 , met de aantekening en onder Hos 12:10 .

12 [012:1] Die van Efraïm hebben Mij omsingeld met leugen, en het huis Israëls met bedrog; maar Juda heerste nog met God, en was met de heiligen getrouw.12345

  1. van Efraïm Hebreeuws, Efraïm hebben mij, enz., dat is, die van Efraïm, de Efraïmieten, waardoor de tien stammen, of Israïl, [gelijk volgt] verstaan worden.
  2. Mij omsingeld met leugen, Het zijn zo stoute huichelaars geweest, dat zij mij al hunne afgoderij als met geweld hebben willen overdringen, alsof zij die tot mijn eer en dienst pleegden, en de ware religie hadden. Sommigen houden dit voor ene klacht van den profeet over zijn wedervaren bij zijn boze landslieden; gelijk Gods woorden en die van de profeten somtijds onder elkander vermengd worden.
  3. Juda heerste nog Sommigen verstaan dat hier gesproken wordt van dien tijd, als de tien stammen zich eerst van Juda afzonderden, en een geruimen tijd daarna. Anders: Maar Juda is nog heersende, enz. Hoewel Juda ook zeer vervallen was, en daarover van God door dezen profeet in verscheidene plaatsen scherpelijk bestraft wordt, zo hadden zij nochtans, boven het wettelijk koninkrijk, ook het wettelijk priesterdom, en den uiterlijken godsdienst, die van God was verordineerd, zulks dat de vromen onder de tien stammen somtijds heimelijk naar Jeruzalem reisden, om den waren godsdienst te oefenen, gelijk boven in verscheidene plaatsen is aangemerkt. Maar bij de tien stammen was niets van dit alles; zie 2Ch 12:12 , en 2Ch 13:6 , enz., en 2Ch 15:3 , met de aantekening.
  4. met God, Zich Gode onderwerpende, en aan Hem en zijn dienst vasthoudende, dat waarlijk heersen en regeren is, gelijk het tegendeel, wat de wereld meent vrijheid en heerschappij te zijn, de snoodste slavernij is. Vergelijk de manier van spreken met boven Hos 9:8 , en de aantekening. Anderszins kan men deze woorden [ten aanzien van het koninkrijk] ook vergelijken met boven Hos 8:4 , [zie aldaar] en onder Hos 13:10-11 .
  5. heiligen getrouw Dat is, volgende de voetstappen der heilige voorvaders, en horende naar de vrome profeten en priesters, die onder hen waren. Sommigen verstaan hier de drie personen der heilige Drievuldigheid, uit vergelijking van de voorgaande woorden, en Jos 24:19 .