reltext

Chapter 10

1 Israël is een uitgeledigde wijnstok, hij brengt weder vrucht voor zich; maar naar de veelheid zijner vrucht heeft hij de altaren vermenigvuldigd; naar de goedheid zijns lands, hebben zij de opgerichte beelden goed gemaakt.1234

Original Hebrew

גֶּ֤פֶןג֤פןגֶּפֶןגפןGe.fen[was] a vineH1612HNcbsa
בּוֹקֵק֙בוקק֙בּוֹקֵקבוקקbo.KekluxuriantH1238AHVqrmsa
יִשְׂרָאֵ֔לישרא֔ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
פְּרִ֖יפר֖יפְּרִיפריpe.RifruitH6529HNcmsa
יְשַׁוֶּה\־ישוה\יְשַׁוֶּה\־ישוה\ye.sha.veh-he madeH7737B\H9014HVpi3ms
לּ֑/וֹל֑/ולּ/וֹל/וl/ofor/ himselfH9005H9033HR+Sp3ms
כְּ/רֹ֣בכ/ר֣בכְּ/רֹבכ/רבke./Rowhen/ [it] became numerousH9004H7230HR+Ncmsa
לְ/פִרְי֗/וֹל/פרי֗/ולְ/פִרְי/וֹל/פרי/וle./fir.Y/oto/ fruit/ hisH9005H6529H9023HR+Ncmsc+Sp3ms
הִרְבָּה֙הרבה֙הִרְבָּההרבהhir.Bahhe multipliedH7235AHVhp3ms
לַֽ/מִּזְבְּח֔וֹתל/מזבח֔ותלַֽ/מִּזְבְּחוֹתל/מזבחותla./miz.be.Chot<to> the/ altarsH9005H4196HRd+Ncfpa
כְּ/ט֣וֹבכ/ט֣ובכְּ/טוֹבכ/טובke./Tovaccording to/ [the] goodH9004H2896BHR+Vqcc
לְ/אַרְצ֔/וֹל/ארצ֔/ולְ/אַרְצ/וֹל/ארצ/וle./'ar.Tz/oof/ land/ hisH9005H0776GH9023HR+Ncfsc+Sp3ms
הֵיטִ֖יבוּהיט֖יבוהֵיטִיבוּהיטיבוhei.Ti.vuthey made goodH3190HVhp3cp
מַצֵּבֽוֹת\׃מצבות\מַצֵּבֽוֹת\׃מצבות\ma.tze.Votsacred pillarsH4676\H9016HNcfpa
  1. is een uitgeledigde wijnstok, Of, was, te weten door de schatting van den koning Menahem, die duizend talenten zilver van zijne onderdanen genomen heeft voor den koning van Assyrië, Pul, zie 2Ki 15:19-20 , waarop sommigen dit duiden. Vergelijk boven Hos 7:9 . Anderen verstaan het van de onzinnige verkwisting hunner middelen in allerlei afgoderij, [waarvan in het volgende] en zetten het aldus over [menende de eigenschap der Hebreeuwse woorden wat nader te komen]: Israël is een wijnstok, uitledigende de vrucht [die] hij voor zich brengt, of weglegt; dat is, die zichzelven door zijne afgoderij berooft van hetgeen hij door mijn zegen ontvangt. Of, nader aldus: Israël ledigt den wijnstok uit, hij legt de vrucht voor zich weg; te weten tot afgodisch gebruik.
  2. hij brengt weder vrucht voor zich; Dat is, hij begint weder te bekomen, door mijn zegen, dien hij nochtans schandelijk misbruikt. Anders: hij maakt de vrucht zichzelven gelijk, de vrucht is gelijk de boom, gelijk hij van anderen wordt beroofd en uitgeput, alzo put hij zichzelven ook uit van zijn eigen middelen.
  3. goedheid zijns lands, Dat is vruchtbaarheid, goede inkomst, die Ik hun genadiglijk verleen.
  4. goed gemaakt Dat is schoon en kostelijk; hoe meer Ik hen zegen, hoe darteler en weelderiger zij in afgoderij worden, waaraan zij hun vermogen ten koste leggen. Vergelijk boven Hos 2:7 , en Hos 4:7 .

2 Hij heeft hun hart verdeeld, nu zullen zij verwoest worden; Hij zal hun altaren doorhouwen, Hij zal hun opgerichte beelden verstoren.1234

Original Hebrew

חָלַ֥קחל֥קחָלַקחלקcha.Lakit is slipperyH2505BHVqp3ms
לִבָּ֖/םלב֖/םלִבָּ/םלב/םli.Ba/mheart/ theirH3820AH9028HNcmsc+Sp3mp
עַתָּ֣העת֣העַתָּהעתה'a.TahnowH6258HD
יֶאְשָׁ֑מוּיאש֑מויֶאְשָׁמוּיאשמוye'.Sha.muthey will be held guiltyH0816HVqi3mp
ה֚וּאה֚ואהוּאהואhu'heH1931HPp3ms
יַעֲרֹ֣ףיער֣ףיַעֲרֹףיערףya.'a.Rofhe will breakH6202HVqi3ms
מִזְבְּחוֹתָ֔/םמזבחות֔/םמִזְבְּחוֹתָ/םמזבחות/םmiz.be.cho.Ta/maltars/ theirH4196H9028HNcfpc+Sp3mp
יְשֹׁדֵ֖דישד֖דיְשֹׁדֵדישדדye.sho.Dedhe will destroyH7703HVpi3ms
מַצֵּבוֹתָֽ/ם\׃מצבות/ם\מַצֵּבוֹתָֽ/ם\׃מצבות/ם\ma.tze.vo.Ta/msacred pillars/ theirH4676H9028\H9016HNcfpc+Sp3mp
  1. Hij heeft hun hart Namelijk God, van wien in het volgende klaarlijk gesproken wordt. Dit schijnt het eenvoudigste te wezen.
  2. verdeeld, Door den geest van den twist en de tweedracht, waardoor zij elkander vernielen; zie boven Hos 7:7 , en vergelijk Jdg 9:23 , en de aantekening aldaar.
  3. verwoest worden; Dit wordt in het volgende verklaard. Anders: schuldig bevonden worden.
  4. doorhouwen, Gelijk men enen misdadiger den nek doorhouwt, of onthalst.

3 Want nu zullen zij zeggen: Wij hebben geen koning; want wij hebben den Heere niet gevreesd; wat zou ons dan een koning doen?123

Original Hebrew

כִּ֤יכ֤יכִּיכיkiforH3588AHTc
עַתָּה֙עתה֙עַתָּהעתה'a.TahnowH6258HD
יֹֽאמְר֔וּיאמר֔ויֹֽאמְרוּיאמרוyo.me.Ruthey will sayH0559HVqi3mp
אֵ֥יןא֥יןאֵיןאין'einnotH0369HNcmsc
מֶ֖לֶךְמ֖לךמֶלֶךְמלךMe.lekha kingH4428GHNcmsa
לָ֑/נוּל֑/נולָ/נוּל/נוLa./nu[belongs] to/ usH9005H9035HR+Sp1bp
כִּ֣יכ֣יכִּיכיkiforH3588AHTc
לֹ֤אל֤אלֹאלאlo'notH3808HTn
יָרֵ֙אנוּ֙יר֙אנו֙יָרֵאנוּיראנוya.Re.nuwe fearH3372HHVqp1cp
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
יְהֹוָ֔היהו֔היְהֹוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
וְ/הַ/מֶּ֖לֶךְו/ה/מ֖לךוְ/הַ/מֶּלֶךְו/ה/מלךve./ha./Me.lekhand/ the/ kingH9002H9009H4428GHC+Td+Ncmsa
מַה\־מה\מַה\־מה\mah-what?H4100\H9014HPi
יַּֽעֲשֶׂה\־יעשה\יַּֽעֲשֶׂה\־יעשה\ya.'a.seh-will he doH6213A\H9014HVqi3ms
לָּֽ/נוּ\׃ל/נו\לָּֽ/נוּ\׃ל/נו\La./nufor/ usH9005H9035\H9016HR+Sp1bp
  1. nu zullen zij zeggen Dat is, al haast, binnen korten tijd [gelijk in vs.2 en boven Hos 2:9 , en Hos 4:16 en Hos 8:10 , Hos 8:13 ; Isa 49:19 ; Jer 14:10 ; Amo 6:7 ; Mic 4:10 , en Mic 7:10 ] als hun land, koninkrijk en koning verwoest zullen zijn, dan zullen zij, gevoelende de waarheid van Gods dreigementen, en overtuigd zijnde van hun moedwillige boosheid, zichzelven moeten veroordelen. Vergelijk onder Hos 13:10 .
  2. geen koning; Vergelijk onder vs.7, 15.
  3. doen? Al hebben wij een koning, wat hulp of voordeel zouden wij van hem kunnen verwachten, daar God onze tegenpartij geworden is? Zij willen zeggen, nietmetal.

4 Zij hebben woorden gesproken, valselijk zwerende in het verbond maken; daarom zal het oordeel als een vergiftig kruid groenen, op de voren der velden.12345

Original Hebrew

דִּבְּר֣וּדבר֣ודִּבְּרוּדברוdi.be.Ruthey have spokenH1696GHVpp3cp
דְבָרִ֔יםדבר֔יםדְבָרִיםדבריםde.va.RimwordsH1697GHNcmpa
אָל֥וֹתאל֥ותאָלוֹתאלות'a.Lotthey have sworn an oathH0422HVqaa
שָׁ֖וְאש֖ואשָׁוְאשואshav'falsehoodH7723GHNcmsa
כָּרֹ֣תכר֣תכָּרֹתכרתka.Rotthey have madeH3772HHVqaa
בְּרִ֑יתבר֑יתבְּרִיתבריתbe.Rita covenantH1285HNcfsa
וּ/פָרַ֤חו/פר֤חוּ/פָרַחו/פרחu./fa.Rachand/ it sprouts upH9001H6524AHc+Vqq3ms
כָּ/רֹאשׁ֙כ/ראש֙כָּ/רֹאשׁכ/ראשka./roShlike <the>/ poisonous plantH9004H7219HRd+Ncmsa
מִשְׁפָּ֔טמשפ֔טמִשְׁפָּטמשפטmish.PatjusticeH4941GHNcmsa
עַ֖לע֖לעַלעל'alonH5921AHR
תַּלְמֵ֥יתלמ֥יתַּלְמֵיתלמיtal.Mei[the] furrows ofH8525HNcmpc
שָׂדָֽי\׃שדי\שָׂדָֽי\׃שדי\sa.Daia fieldH7704M\H9016HNcmsa
  1. woorden gesproken, Dit kan men verstaan van hoge, bittere en trotse woorden van den een tegen den ander in hun onderlinge samenzweringen, òf, tegen God en zijne profeten. [Vergelijk boven Hos 7:16 , en de aantekening; idem Mal 3:13 ] , òf, van hunne menigerlei samensprekingen en beraadslagingen [gelijk woorden ook voor raadslagen genomen worden. Zie 1Ki 1:7 ; Eze 38:10 met de aantekening] tot stijving hunner afgoderij en van hun staat tegen God, door handelingen met heidense koningen en verbonden, die zich lichtelijk met hoge woorden bezwoeren, en ze weder lichtelijk braken, waarop de volgende woorden zien.
  2. valselijk zwerende Gelijk zij zonder twijfel gedaan hebben, als zij zich aan den koning van Assyrië verbonden, en kort daarna weder van hem afvielen tot den koning van Egypte; 2Ki 17:3-4 . Anders: ijdellijk, of tevergeefs vloekende, zichzelven verzwerende, gelijk goddeloze mensen plegen te doen; zie boven Hos 4:2 .
  3. oordeel Dat is, hunne straf, mijn oordeel over hen; zie Jer 48:21 , en boven Hos 6:5 .
  4. vergiftig kruid Zie Psa 69:22 .
  5. groenen, De straffen zullen zo overvloedig komen en toenemen als een boos onkruid wast in het veld.

5 De inwoners van Samaria zullen verschrikt zijn over het kalf van Beth-aven; want zijn volk zal over hetzelve treuren, mitsgaders zijn Chemarim (die zich over hetzelve verheugden), over zijn heerlijkheid, omdat zij van hetzelve is weggevaren.1234567

Original Hebrew

לְ/עֶגְלוֹת֙ל/עגלות֙לְ/עֶגְלוֹתל/עגלותle./'eg.lOtfor/ [the] heifers ofH9005H5697AHR+Ncfpc
בֵּ֣יתב֣יתבֵּיתביתbeitBethH1007HNpl
אָ֔וֶןא֔וןאָוֶןאון'A.venAvenH1007HNpl
יָג֖וּרוּיג֖ורויָגוּרוּיגורוya.Gu.ruthey will be afraidH1481CHVqi3mp
שְׁכַ֣ןשכ֣ןשְׁכַןשכןshe.Khan[the] inhabitant[s] ofH7934HNcmsc
שֹֽׁמְר֑וֹןשמר֑וןשֹֽׁמְרוֹןשמרוןsho.me.RonSamariaH8111HNpl
כִּי\־כי\כִּי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
אָבַ֨לאב֨לאָבַלאבל'a.Valit will mournH0056HVqp3ms
עָלָ֜י/ועל֜י/ועָלָי/ועלי/ו'a.La/von/ itH5921AH9033HR+Sp3ms
עַמּ֗/וֹעמ֗/ועַמּ/וֹעמ/וa.M/opeople/ itsH5971AH9023HNcmsc+Sp3ms
וּ/כְמָרָי/ו֙ו/כמרי/ו֙וּ/כְמָרָי/וו/כמרי/וu./khe.ma.Ra/vand/ pagan priests/ itsH9002H3649H9023HC+Ncmpc+Sp3ms
עָלָ֣י/ועל֣י/ועָלָי/ועלי/ו'a.La/von/ itH5921AH9033HR+Sp3ms
יָגִ֔ילוּיג֔ילויָגִילוּיגילוya.Gi.luthey will trembleH1523HVqi3mp
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
כְּבוֹד֖/וֹכבוד֖/וכְּבוֹד/וֹכבוד/וke.vo.D/oglory/ itsH3519H9023HNcmsc+Sp3ms
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
גָלָ֥הגל֥הגָלָהגלהga.Lahit has gone into exileH1540KHVqp3ms
מִמֶּֽ/נּוּ\׃ממ/נו\מִמֶּֽ/נּוּ\׃ממ/נו\mi.Me./nufrom/ itH4480AH9033\H9016HR+Sp3ms
  1. inwoners van Samaria Hebreeuws, de inwoners zullen verschrikt worden over, of vrezen voor, enz.; dat is, elkeen der Samaritaanse inwoners zal verbaasd en ontzet zijn.
  2. kalf Versta, het gouden kalf van Bethel. Hebreeuws, kalven, of vaarskalven; dat is, dat grote kalf, gelijk behemoth; beesten, dat is, een groot beest gelijk een olifant, enz., want in het volgende wordt van dit kalf gesproken in het enkelvoud, en hetwelk op het kostelijkste moet gemaakt en versierd zijn geweest, omdat zij er zozeer over verschrikt en bedroefd zijn geweest, en dat het tot een geschenk voor den koning van Assyrië is weggevoerd. Anders zou dit kalf door verachting vaarskalven kunnen genoemd zijn of, omdat zij er meer dan een mogen gemaakt hebben, het ene van tijd tot tijd kostelijker en schoner dan het andere, uit vs.1.
  3. Beth-aven; Dat is, Bethel, gelijk onder vs.15. Zie boven Hos 4:15 .
  4. zijn volk Het volk van het kalf, dat is, dat het kalf als een god eerde en aanhing. Vergelijk Jer 48:7 , en Jer 49:3 .
  5. zal over hetzelve treuren, Hebreeuws, heeft getreurd, of treurt; dat is zal treuren, uit het voorgaande en volgende.
  6. Chemárim Versta, des kalfs afgodische papen of priesters; van deze chemarim, zie 2Ki 23:5 .
  7. omdat zij van hetzelve is weggevaren Omdat zijne [des kalfs] heerlijkheid van hem weggevaren is; of, zij treuren over zijne [des kalfs] heerlijkheid, omdat het [kalf] is weggevaren in gevangenschap, gelijk volgt. Vergelijk Jer 48:7 .

6 Ja, datzelve zal naar Assur gevoerd worden, tot een geschenk voor den koning Jareb; Efraïm zal schaamte behalen, en Israël zal beschaamd worden vanwege zijn raadslag.123

Original Hebrew

גַּם\־גם\גַּם\־גם\gam-alsoH1571\H9014HD
אוֹת/וֹ֙אות/ו֙אוֹת/וֹאות/ו'o.T/o<obj.>/ itH0853H9033HTo+Sp3ms
לְ/אַשּׁ֣וּרל/אש֣ורלְ/אַשּׁוּרל/אשורle./'a.Shurto/ AssyriaH9005H0804GHR+Npl
יוּבָ֔ליוב֔ליוּבָליובלyu.Valit will be carriedH2986HVHi3ms
מִנְחָ֖המנח֖המִנְחָהמנחהmin.ChahtributeH4503IHNcfsa
לְ/מֶ֣לֶךְל/מ֣לךלְ/מֶלֶךְל/מלךle./Me.lekhto/ kingH9005H4428GHR+Ncmsa
יָרֵ֑ביר֑ביָרֵבירבya.RevJarebH3377HNpm
בָּשְׁנָה֙בשנה֙בָּשְׁנָהבשנהba.she.NahshameH1317HNcfsa
אֶפְרַ֣יִםאפר֣יםאֶפְרַיִםאפרים'ef.Ra.yimEphraimH0669GHNpm
יִקָּ֔חיק֔חיִקָּחיקחyi.Kachit will seizeH3947JHVqi3ms
וְ/יֵב֥וֹשׁו/יב֥ושוְ/יֵבוֹשׁו/יבושve./ye.Vo.oshand/ it may be ashamedH9002H0954HC+Vqu3ms
יִשְׂרָאֵ֖לישרא֖ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
מֵ/עֲצָתֽ/וֹ\׃מ/עצת/ו\מֵ/עֲצָתֽ/וֹ\׃מ/עצת/ו\me./'a.tza.T/ofrom/ own counsel/ itsH9006H6098H9023\H9016HR+Ncfsc+Sp3ms
  1. datzelve zal naar Assur gevoerd worden, Te weten kalf.
  2. Jareb; Zie boven Hos 5:13 .
  3. raadslag Dat hij zich met Egypte heeft menen te sterken tegen den Assyriër, of, in het algemeen, vanwege al zijn afgodische vonden en vleselijke handelingen, waardoor hij zich meende als tegen Gods dank [om alzo te spreken] op de benen te houden, en in het bijzonder, den raad van Jerobeam van de twee kalven, welke afgoderij hij tot bevestiging van zijnen staat uitgedacht had; 1Ki 12:27-29 , en 2Ki 17:21 .

7 De koning van Samaria is afgehouwen, als schuim op het water.12

Original Hebrew

נִדְמֶ֥הנדמ֥הנִדְמֶהנדמהnid.Meh[will] be destroyedH1820HVNrmsa
שֹׁמְר֖וֹןשמר֖וןשֹׁמְרוֹןשמרוןsho.me.RonSamariaH8111HNpl
מַלְכָּ֑/הּמלכ֑/המַלְכָּ/הּמלכ/הmal.Ka/hking/ itsH4428GH9024HNcmsc+Sp3fs
כְּ/קֶ֖צֶףכ/ק֖צףכְּ/קֶצֶףכ/קצףke./Ke.tzeflike/ a twigH9004H7110BHR+Ncmsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
פְּנֵי\־פני\פְּנֵי\־פני\pe.nei-[the] surface ofH6440J\H9014HNcmpc
מָֽיִם\׃מים\מָֽיִם\׃מים\Ma.yim[the] watersH4325G\H9016HNcmpa
  1. Samaria is afgehouwen, Of, aangaande Samaria, hun koning is afgehouwen, afgesneden, uitgeroeid, of vergaan; dat is, zal zekerlijk uitgeroeid worden. Zie 2Ki 17:4 , en onder vs.15.
  2. schuim op het water Dat in het bruisen en zieden der wateren zich opdoet en verheft, alsof het iets ware, zijnde toch nietig en haast verdwijnende; alzo zal de koning met al zijn pracht en hoogmoed vergaan, en zeer veil en verachtelijk in gevangenschap worden weggestoken, alsof hij voor de ogen van zijn volk, gelijk een schuim, verdwenen was, en meteen het vertrouwen, dat Samaria op hunnen koning had.

8 En de hoogten van Aven, Israëls zonde, zullen verdelgd worden; doornen en distelen zullen op hunlieder altaren opkomen; en zij zullen zeggen tot de bergen: Bedekt ons! en tot de heuvelen: Valt op ons!1234

Original Hebrew

וְ/נִשְׁמְד֞וּו/נשמד֞ווְ/נִשְׁמְדוּו/נשמדוve./nish.me.Duand/ they will be destroyedH9001H8045Hc+VNq3cp
בָּמ֣וֹתבמ֣ותבָּמוֹתבמותba.Mot[the] high places ofH1116HNcfpc
אָ֗וֶןא֗וןאָוֶןאון'A.venwickednessH0206HHNcmsa
חַטַּאת֙חטאת֙חַטַּאתחטאתcha.taT[the] sin ofH2403BHNcfsc
יִשְׂרָאֵ֔לישרא֔ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
ק֣וֹץק֣וץקוֹץקוץKotzthorn[s]H6975HNcmsa
וְ/דַרְדַּ֔רו/דרד֔רוְ/דַרְדַּרו/דרדרve./dar.Darand/ thistle[s]H9002H1863HC+Ncmsa
יַעֲלֶ֖היעל֖היַעֲלֶהיעלהya.'a.Lehit will grow upH5927GHVqi3ms
עַל\־על\עַל\־על\'al-overH5921A\H9014HR
מִזְבְּחוֹתָ֑/םמזבחות֑/םמִזְבְּחוֹתָ/םמזבחות/םmiz.be.cho.Ta/maltars/ theirH4196H9028HNcfpc+Sp3mp
וְ/אָמְר֤וּו/אמר֤ווְ/אָמְרוּו/אמרוve./'a.me.Ruand/ they will sayH9001H0559Hc+Vqq3cp
לֶֽ/הָרִים֙ל/הרים֙לֶֽ/הָרִיםל/הריםle./ha.Rimto the/ mountainsH9005H2022GHRd+Ncmpa
כַּסּ֔וּ/נוּכס֔ו/נוכַּסּוּ/נוּכסו/נוka.Su./nucover/ usH3680H9035HVpv2mp+Sp1bp
וְ/לַ/גְּבָע֖וֹתו/ל/גבע֖ותוְ/לַ/גְּבָעוֹתו/ל/גבעותve./la./ge.va.'otand/ to the/ hillsH9002H9005H1389IHC+Rd+Ncfpa
נִפְל֥וּנפל֥ונִפְלוּנפלוnif.LufallH5307GHVqv2mp
עָלֵֽי/נוּ\׃\ \סעלי/נו\\ \סעָלֵֽי/נוּ\׃\ \סעלי/נו\\ \ס'a.Lei./nuon/ usH5921AH9035\H9016\ \H9018HR+Sp1bp
  1. Aven, Dat is, Beth-Aven, boven vs.5. Dat is, Bethel.
  2. zonde, Dat is, welke hoogten de voornaamste stof, idem ene aanleiding of aanritsing zijn van Israëls gruwelijke afgoderij en allerlei andere zonden, die zij aldaar in hunne tempels bij hunne altaren, idem onder al de groene bomen en in bossen, bedrijven. Vergelijk Deu 9:21 ; Isa 27:9 , en zie boven Hos 4:13 ; Lev 26:30 ; Eze 6:13 , en Eze 20:29 met de aantekening.
  3. doornen en distelen Vergelijk boven Hos 9:6 .
  4. Bedekt ons Woorden van wanhopende mensen, die vanwege het gevoel en den schrik der tegenwoordige en toekomende oordelen Gods, mitsgaders het oordeel hunner eigen conscientiën, verbaasd en troosteloos zijnde, niet anders wensen dan maar al evenveel hoe, dood, of uit den weg te zijn, hoewel tevergeefs. Vergelijk Isa 2:19 ; Luk 23:30 ; Rev 6:16 .

9 Sinds de dagen van Gibea, hebt gij gezondigd, o Israël; daar zijn zij staande gebleven; de strijd te Gibea, tegen de kinderen der verkeerdheid, zal ze niet aangrijpen.1234

Original Hebrew

מִ/ימֵי֙מ/ימי֙מִ/ימֵימ/ימיmi./Meisince/ [the] days ofH9006H3117GHR+Ncmpc
הַ/גִּבְעָ֔הה/גבע֔ההַ/גִּבְעָהה/גבעהha./giv.'Ah<the>/ GibeahH9009H1390HHTd+Npl
חָטָ֖אתָחט֖אתחָטָאתָחטאתcha.Ta.tayou have sinnedH2398HVqp2ms
יִשְׂרָאֵ֑לישרא֑ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElO IsraelH3478HNpl
שָׁ֣םש֣םשָׁםשםshamthereH8033GHD
עָמָ֔דוּעמ֔דועָמָדוּעמדו'a.Ma.duthey have remainedH5975GHVqp3cp
לֹֽא\־לא\לֹֽא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
תַשִּׂיגֵ֧/םתשיג֧/םתַשִּׂיגֵ/םתשיג/םta.si.Ge/mwill it overtake?/ themH5381H9038HVhi3fs+Sp3mp
בַּ/גִּבְעָ֛הב/גבע֛הבַּ/גִּבְעָהב/גבעהba./giv.'Ahin <the>/ GibeahH9003H1390HHRd+Npl
מִלְחָמָ֖המלחמ֖המִלְחָמָהמלחמהmil.cha.MahwarH4421HNcfsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
בְּנֵ֥יבנ֥יבְּנֵיבניbe.Neisons ofH1121IHNcmpc
עַֽלְוָֽה\׃עלוה\עַֽלְוָֽה\׃עלוה\'Al.VahinjusticeH5932\H9016HNcfsa
  1. Sinds de dagen van Gibea, Of, meer dan [in] de dagen van Gibea. Zie boven Hos 9:9 met de aantekening.
  2. staande gebleven; Of slechtelijk, daar hebben zij gestaan. Men kan dit verstaan van de verschrikkelijke hardnekkigheid der Gibeanieten en de anderen van Benjamins stam, die in hunne goddeloosheid onbeschaamd bleven staan, stelden zich ten krijg als mannen [zo zij meenden] tegen hunne broeders, maar werden ten laatste bijkans ten enenmale uitgeroeid; of men kan het alzo nemen [hetwelk Israël in het algemeen aangaat, en met de volgende woorden het eenvoudigst schijnt overeen te komen] dat zij te dien tijde door Gods genade nog overeind zijn gebleven, en niet gans uitgeroeid, hoewel zij van beide zijden in gevaar waren van door elkander geheel vernield te worden.
  3. kinderen der verkeerdheid, Zie 2Sa 3:34 , en versta, de Gibeanieten met alle andere Benjaminieten.
  4. niet aangrijpen Dat is, zij zullen het nu zo goed niet hebben, hunne straf zal nu veel zwaarder vallen, zij zullen nu niet blijven staan, gelijk te dien tijde.

10 Het is in Mijn lust, dat Ik ze zal binden; en volken zullen tegen henlieden verzameld worden, als Ik ze binden zal in hun twee voren.1234

Original Hebrew

בְּ/אַוָּתִ֖/יב/אות֖/יבְּ/אַוָּתִ/יב/אות/יbe./'a.va.T/iat/ desire/ myH9003H0185H9020HR+Ncfsc+Sp1bs
וְ/אֶסֳּרֵ֑/םו/אסר֑/םוְ/אֶסֳּרֵ/םו/אסר/םve./'e.so.Re/mand/ I will discipline/ themH9002H3256H9038HC+Vqu1cs+Sp3mp
וְ/אֻסְּפ֤וּו/אספ֤ווְ/אֻסְּפוּו/אספוve./'u.se.Fuand/ they will be gatheredH9001H0622Hc+VPq3cp
עֲלֵי/הֶם֙עלי/הם֙עֲלֵי/הֶםעלי/הם'a.lei./Hemon/ themH5921AH9038HRd+Sp3mp
עַמִּ֔יםעמ֔יםעַמִּיםעמים'a.MimpeoplesH5971AHNcmpa
בְּ/אָסְרָ֖/םב/אסר֖/םבְּ/אָסְרָ/םב/אסר/םbe./'a.se.Ra/mwhen/ harness/ themH9003H0631H9038HR+Vqcc+Sp3mp
לִ/שְׁתֵּ֥יל/שת֥ילִ/שְׁתֵּיל/שתיli/sh.Teito/ [the] twoH9005H8147HR+Acfdc
עוֹנֹתָֽ/ם\׃עונת/ם\עוֹנֹתָֽ/ם\׃עונת/ם\ei.no.ta/miniquities/ theirH5771HH9028\H9016HNcfpc+Sp3mp
  1. Het is in Mijn lust, Dat is, Ik heb het besloten en heb lust of begeerte dat Ik het uitvoer, en zal het ook doen. Vergelijk Deu 28:63 ; Isa 1:24 , en zie een gelijke manier van spreken Job 10:7 .
  2. binden; Alsof de Heere zeide: Dewijl zij zich onder mijn juk niet wilden buigen, noch aan mijne wetten gebonden, noch van mij gedwongen zijn tot hun best, zo zal Ik hen nu door vreemde volken, als misdadigers ter straf, of als ossen, samenbinden en onder een vreemd juk brengen. Zie wijders op vs.11. Anders, tuchtigen.
  3. als Ik ze binden zal Of, als men hen binden zal, of met, mits, hen te binden, of hen bindende; dat is, deze volken zullen hen binden, door mijn rechtvaardig oordeel.
  4. voren Gelijk Efraïm en Juda zich samengekoppeld hebben als een paar ossen, gaande nevens elkander onder hun eigen juk in gelijke voren der afgoderij en andere zonden, zo zal Ik hen ook door hunne vijanden samenkoppelen ter straf, om onder een ander juk te gaan ploegen, enz. Anders, in hunne beide woningen, te weten Efraïm en Juda. Of, om hunne twee ongerechtigheden, ziende op de kalven van Dan en Bethel.

11 Dewijl Efraïm een vaars is, gewend gaarne te dorsen, zo ben Ik over de schoonheid van haar hals overgegaan; Ik zal Efraïm berijden, Juda zal ploegen, Jakob zal voor zich eggen.12345

Original Hebrew

וְ/אֶפְרַ֜יִםו/אפר֜יםוְ/אֶפְרַיִםו/אפריםve./'ef.Ra.yimand/ EphraimH9002H0669GHC+Npm
עֶגְלָ֤העגל֤העֶגְלָהעגלה'eg.Lah[was] a heiferH5697AHNcfsa
מְלֻמָּדָה֙מלמדה֙מְלֻמָּדָהמלמדהme.lu.ma.DahtrainedH3925GHVPsfsa
אֹהַ֣בְתִּיאה֣בתיאֹהַבְתִּיאהבתי'o.Hav.ti[which] lovedH0157GHVqrfsc
לָ/ד֔וּשׁל/ד֔ושלָ/דוּשׁל/דושla./Dushto/ threshH9005H1758HR+Vqcc
וַ/אֲנִ֣יו/אנ֣יוַ/אֲנִיו/אניva./'a.Niand/ IH9002H0589HC+Pp1bs
עָבַ֔רְתִּיעב֔רתיעָבַרְתִּיעברתי'a.Var.tiI passedH5674AHVqp1cs
עַל\־על\עַל\־על\'al-overH5921A\H9014HR
ט֖וּבט֖ובטוּבטובtuv[the] goodness ofH2898HNcmsc
צַוָּארָ֑/הּצואר֑/הצַוָּארָ/הּצואר/הtza.va.Ra/hneck/ itsH6677AH9024HNcmsc+Sp3fs
אַרְכִּ֤יבארכ֤יבאַרְכִּיבארכיב'ar.KivI will cause to drawH7392HVhi1cs
אֶפְרַ֙יִם֙אפר֙ים֙אֶפְרַיִםאפרים'ef.Ra.yimEphraimH0669GHNpm
יַחֲר֣וֹשׁיחר֣ושיַחֲרוֹשׁיחרושya.cha.Ro.oshit will plowH2790AHVqi3ms
יְהוּדָ֔היהוד֔היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
יְשַׂדֶּד\־ישדד\יְשַׂדֶּד\־ישדד\ye.sa.ded-it will harrowH7702\H9014HVpi3ms
ל֖/וֹל֖/ול/וֹל/וl/o<for>/ itselfH9005H9033HR+Sp3ms
יַעֲקֹֽב\׃יעקב\יַעֲקֹֽב\׃יעקב\ya.'a.KoJacobH3290\H9016HNpm
  1. vaars is, Dat is, gelijk een jonge, dartele, weelderige koe, die liever het koren treedt [gelijk in het dorsen gebruikelijk was; zie Deu 25:4 ] , en daarvan eet, dan dat zij onder het juk zou gaan ploegen en hijgen; alzo [wil God zeggen] is Efraïm genegen om in weelde te leven naar zijn eigen lust en begeerte, maar niet onder mijn bedwang.
  2. gewend gaarne te dorsen, Hebreeuws, geleerd [zie Jer 2:24 ] liefhebbende te dorsen. Zie een gelijke samenvoeging van twee woorden, boven Hos 9:9 . Anders aldus: Zo Efraïm ene vaars gewend ware geweest mij liefhebbende, om te dorsen, toen Ik nevens zijn schonen hals ging, zo zou Ik Efraïm hebben doen rijden, enz., zie het einde van de volgende aantekening.
  3. schoonheid van haar hals overgegaan; Dat is, zijnen [des kalfs] schonen, vetten, gladden hals. Hebreeuws, goedheid; dat is, Ik zal hem onder het juk brengen, dat hem die vettigheid en schoonheid van den hals wel vergaan zal gelijk de ploegende ossen. Anderen nemen het alzo, dat God Efraïms schonen hals een langen tijd is als voorbijgegaan, heeft overgezien en verschoond, maar dat Hij nu aan hem zal doen gelijk volgt. Sommigen nemen ook wijders het volgende: Ik heb Efraïm doen rijden, Juda ploegen, Jakob eggen, enz.; alsof God hem verhaalde zijne weldaden aan hem bewezen.
  4. berijden, Dat is, Ik zal hen altemaal straffen, genoeg bedwingen en betemmen, maar Efraïm zal het kwaadste hebben, Juda en de rest van het volk ook kwaad genoeg, maar dragelijker dan de tien stammen, gelijk voor de beesten ploegen en eggen [dat is, de kluiten breken] wel lastig is, maar daarenboven den akkerman op den rug te hebben, of van een straffen ruiter bereden te worden, veel harder is.
  5. hem eggen Dat is, zoveel als slechts eggen, zijnde het woordje hem, of voor hem, of zich, als een overtollig bijvoegsel naar het gebruik der Hebreeuwse taal, gelijk ook dikwijls in de onze. Anders, hem, te weten Juda; verstaande dat Efraïm, als de machtigste, Juda nu en dan overmeesterd en bedwongen heeft; zie 2Ki 14:13 ; 2Ch 28:6 , en boven Hos 6:11 , met de aantekening. Of, [gelijk sommigen] Jakob [dat is, Israël of Efraïm] zal hem [Juda] de kluiten moeten breken.

12 Zaait u tot gerechtigheid, maait tot weldadigheid; braakt u een braakland; dewijl het tijd is den Heere te zoeken, totdat Hij kome, en over u de gerechtigheid regene.123456

Original Hebrew

זִרְע֨וּזרע֨וזִרְעוּזרעוzir.'UsowH2232HVqv2mp
לָ/כֶ֤םל/כ֤םלָ/כֶםל/כםla./Khem<for>/ yourselvesH9005H9036HR+Sp2mp
לִ/צְדָקָה֙ל/צדקה֙לִ/צְדָקָהל/צדקהli/tz.da.Kah<to>/ righteousnessH9005H6666HR+Ncfsa
קִצְר֣וּקצר֣וקִצְרוּקצרוkitz.RureapH7114BHVqv2mp
לְ/פִי\־ל/פי\לְ/פִי\־ל/פי\le./fi-<to>/ a mouth ofH9005H6310G\H9014HR+Ncmsc
חֶ֔סֶדח֔סדחֶסֶדחסדChe.sedloyaltyH2617AHNcmsa
נִ֥ירוּנ֥ירונִירוּנירוNi.ruplowH5214HVqv2mp
לָ/כֶ֖םל/כ֖םלָ/כֶםל/כםla./Khem<for>/ yourselvesH9005H9036HR+Sp2mp
נִ֑ירנ֑ירנִירנירNirunplowed groundH5215HNcmsa
וְ/עֵת֙ו/עת֙וְ/עֵתו/עתve./'Etand/ [it is] timeH9002H6256HC+Ncbsa
לִ/דְר֣וֹשׁל/דר֣ושלִ/דְרוֹשׁל/דרושli/d.Ro.oshto/ seekH9005H1875HR+Vqcc
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
יְהוָ֔היהו֔היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
עַד\־עד\עַד\־עד\'ad-untilH5704\H9014HR
יָב֕וֹאיב֕ואיָבוֹאיבואya.Vo'he will comeH0935GHVqi3ms
וְ/יֹרֶ֥הו/יר֥הוְ/יֹרֶהו/ירהve./yo.Rehand/ he may rain downH9002H3384AHC+Vhu3ms
צֶ֖דֶקצ֖דקצֶדֶקצדקTze.dekrighteousnessH6664GHNcmsa
לָ/כֶֽם\׃ל/כם\לָ/כֶֽם\׃ל/כם\la./Khemfor/ youH9005H9036\H9016HR+Sp2mp
  1. Zaait u Versta hierop: Dat is het, dat Ik u steeds door mijne profeten heb laten voordragen. Vergelijk 2Ki 17:13 . Aangaande de manieren van spreken, van zaaien en maaien, vergelijk boven Hos 8:7 , en zie Job 4:8 . De zin is: Tracht naar ware bekering, naar een oprecht geloof en ongeveinsde liefde, opdat het u naar ziel en lichaam welga.
  2. tot gerechtigheid, Of, in.
  3. tot weldadigheid; Anders, naar.
  4. braakt u een braakland; Zie Jer 4:3 .
  5. gerechtigheid Dat is, de vrucht der gerechtigheid; u overvloediglijk begenadigende met zijn tijdelijken en eeuwigen verbondszegen, dien Hij beloofd heeft dengenen, die in geloof en liefde wandelen. Vergelijk Psa 24:5 ; Eze 18:20 , en de aantekening aldaar. Tenware dat men dit eenvoudig moch duiden op den genadetijd van den Messias die onze gerechtigheid is voor God. Vergelijk Jer 23:6 ; Dan 9:24 , enz. en boven Hos 2:18 .
  6. regene Anders: leer. Vergelijk Joe 2:23 .

13 Gij hebt goddeloosheid geploegd, verkeerdheid gemaaid, en de vrucht der leugen gegeten; want gij hebt vertrouwd op uw weg, op de veelheid uwer helden.1234

Original Hebrew

חֲרַשְׁתֶּם\־חרשתם\חֲרַשְׁתֶּם\־חרשתם\cha.rash.tem-you have plowedH2790A\H9014HVqp2mp
רֶ֛שַׁער֛שערֶשַׁערשעRe.sha'wickednessH7562HNcmsa
עַוְלָ֥תָהעול֥תהעַוְלָתָהעולתה'av.La.tahinjusticeH5766BHNcfsa
קְצַרְתֶּ֖םקצרת֖םקְצַרְתֶּםקצרתםke.tzar.Temyou have reapedH7114BHVqp2mp
אֲכַלְתֶּ֣םאכלת֣םאֲכַלְתֶּםאכלתם'a.khal.Temyou have eatenH0398HVqp2mp
פְּרִי\־פרי\פְּרִי\־פרי\pe.ri-[the] fruit ofH6529\H9014HNcmsc
כָ֑חַשׁכ֑חשכָחַשׁכחשKha.chashlyingH3585HNcmsa
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
בָטַ֥חְתָּבט֥חתבָטַחְתָּבטחתva.Tach.tayou have trustedH0982HVqp2ms
בְ/דַרְכְּ/ךָ֖ב/דרכ/ך֖בְ/דַרְכְּ/ךָב/דרכ/ךve./dar.ke./Khain/ own way/ yourH9003H1870GH9021HR+Ncbsc+Sp2ms
בְּ/רֹ֥בב/ר֥בבְּ/רֹבב/רבbe./Roin/ [the] multitude ofH9003H7230HR+Ncmsc
גִּבּוֹרֶֽי/ךָ\׃גבורי/ך\גִּבּוֹרֶֽי/ךָ\׃גבורי/ך\gi.bo.Rei./khawarriors/ yourH1368H9021\H9016HNcmpc+Sp2ms
  1. Gij hebt goddeloosheid geploegd, De Heere wil zeggen dat al zijne vermaningen en bevelen van hen veracht zijn, en dat zij regelrecht daartegen zijn aangegaan.
  2. verkeerdheid gemaaid, Het Hebreeuwse woord, dat verkeerdheid, of onrechtvaardigheid, schalkheid, ondeugd betekent, heeft hier een letter meer dan gewoon, dat hier van sommigen met het woord enkel wordt uitgedrukt; vergelijk Psa 3:3 . Men kan hierdoor verstaan de straf der verkeerdheid, als ongerechtigheid voor straf der ongerechtigheid, Lev 5:1 ; Psa 31:11 ; zonde voor straf der zonde, Zec 14:19 , enz. Of door het maaien hier en in vs.12 verstaan, den aanwas, het vervolg of de voortduring en gestadigen voortgang in het kwaad en goed.
  3. vrucht der leugen gegeten; Dewijl gij met leugens hebt omgegaan, en u daarop verlaten, zo ontvangt gij daarvan de rechtvaardige straf en beloning, als een vrucht uwer werken, der afgoderij en heidense verbonden; of gij eet leugenvrucht; dat is, gij komt bedrogen uit, gij bekomt niet wat gij verwacht hebt, uw arbeid of vertrouwen liegt u. Vergelijk boven Hos 9:2 .
  4. weg, Dien gij ingegaan zijt om uw rijk te bevestigen, te weten afgoderij, met allerlei goddeloosheid en vleselijk vertrouwen op uzelven en de verbonden met uwe boelen.

14 Daarom zal er een groot gedruis ontstaan onder uw volken, en al uw vestingen zullen verstoord worden, gelijk Salman Beth-arbel verstoorde ten dage des krijgs; de moeder werd verpletterd met de zonen.1234567

Original Hebrew

וְ/קָ֣אםו/ק֣אםוְ/קָאםו/קאםve./Kamand/ it will ariseH9001H6965BHc+Vqq3ms
שָׁאוֹן֮שאון֮שָׁאוֹןשאוןsha.'Onan uproarH7588HNcmsa
בְּ/עַמֶּ/ךָ֒ב/עמ/ך֒בְּ/עַמֶּ/ךָב/עמ/ךbe./'a.me./Khaamong/ people/ yourH9003H5971AH9021HR+Ncmsc+Sp2ms
וְ/כָל\־ו/כל\וְ/כָל\־ו/כל\ve./kholand/ allH9002H3605\H9014HC+Ncmsc
מִבְצָרֶ֣י/ךָמבצר֣י/ךמִבְצָרֶי/ךָמבצרי/ךmiv.tza.Rei./khafortresses/ yourH4013H9021HNcmpc+Sp2ms
יוּשַּׁ֔דיוש֔דיוּשַּׁדיושדyu.Shadit will be devastatedH7703HVHi3ms
כְּ/שֹׁ֧דכ/ש֧דכְּ/שֹׁדכ/שדke./Shodlike/ [the] devastation ofH9004H7701HR+Ncmsc
שַֽׁלְמַ֛ןשלמ֛ןשַֽׁלְמַןשלמןshal.ManShalmanH8020HNpm
בֵּ֥יתב֥יתבֵּיתביתbeitBethH1009HNpl
אַֽרְבֵ֖אלארב֖אלאַֽרְבֵאלארבאל'ar.VelArbelH1009HNpl
בְּ/י֣וֹםב/י֣וםבְּ/יוֹםב/יוםbe./Yomon/ [the] day ofH9003H3117GHR+Ncmsc
מִלְחָמָ֑המלחמ֑המִלְחָמָהמלחמהmil.cha.MahbattleH4421HNcfsa
אֵ֥םא֥םאֵםאם'emmotherH0517HNcfsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-withH5921A\H9014HR
בָּנִ֖יםבנ֖יםבָּנִיםבניםba.NimchildrenH1121AHNcmpa
רֻטָּֽשָׁה\׃רטשה\רֻטָּֽשָׁה\׃רטשה\ru.Ta.shahshe was dashed in piecesH7376\H9016HVPp3fs
  1. gedruis ontstaan Of, rumoer, oproer, gekraak, groot geroep, als in tijden van groten overval des vijands placht te geschieden.
  2. volken, Der tien stammen.
  3. zullen verstoord worden, Hebreeuws, zal verstoord worden; dat is, elk in het bijzonder.
  4. Salman Anders genaamd Salmaneser, of Salmanasser, die wrede en trotse tiran van Assyrië; zie 2Ki 17:3 , enz. en 2Ki 18:9 , 2Ki 18:34-35 , en 2Ki 19:11-13 .
  5. Beth-arbel Het is onzeker waar deze plaats is gelegen geweest. Sommigen houden het voor een stad in Israël over de Jordaan. Josef. lib. Antiq 12, cap.18, en lib.14, cap.32, maakt melding van ene stad Arbela, gelegen in Galilea, die mede schijnt vermeld te zijn 1 Mach.9:2; anderen voor een landschap in Assyrië, hebbende den naam van de stad Arbela, waaromtrent Alexander de Grote den Perzischen koning Darius overwon, en de Perzische monarchie eindigde. Deze historie van Salman en Betharbel is te dien tijde zonder twijfel onder het volk zeer bekend geweest.
  6. krijgs; In dien tocht, waarvan kortelijk gesproken wordt 2Ki 17:3-4 , enz. en 2Ki 19:13 , gelijk enigen menen.
  7. moeder werd er verpletterd Zie Gen 32:11 .

15 Alzo heeft Beth-el ulieden gedaan, vanwege de boosheid uwer boosheid; Israëls koning is in den dageraad ten enenmale uitgeroeid.12345

Original Hebrew

כָּ֗כָהכ֗כהכָּכָהככהKa.khahthusH3602HD
עָשָׂ֤העש֤העָשָׂהעשה'a.Sahsomeone will doH6213AHVqp3ms
לָ/כֶם֙ל/כם֙לָ/כֶםל/כםla./Khemto/ youH9005H9036HR+Sp2mp
בֵּֽית\־בית\בֵּֽית\־בית\beit-O Beth-H1008G\H9014HNpl
אֵ֔לא֔לאֵלאל'El-elH1008GHNpl
מִ/פְּנֵ֖ימ/פנ֖ימִ/פְּנֵימ/פניmi./pe.Nei<from>/ because ofH9006H6440IHR+Ncmpc
רָעַ֣תרע֣תרָעַתרעתra.'At[the] evil ofH7451IHNcfsc
רָֽעַתְ/כֶ֑םרעת/כ֑םרָֽעַתְ/כֶםרעת/כםra.'at./Khemwickedness/ yourH7451IH9026HNcfsc+Sp2mp
בַּ/שַּׁ֕חַרב/ש֕חרבַּ/שַּׁחַרב/שחרba./Sha.charat <the>/ dawnH9003H7837HRd+Ncmsa
נִדְמֹ֥הנדמ֥הנִדְמֹהנדמהnid.Mohcertainly <to be destroyed>H1820HVNaa
נִדְמָ֖הנדמ֖הנִדְמָהנדמהnid.Mahhe will be destroyedH1820HVNp3ms
מֶ֥לֶךְמ֥לךמֶלֶךְמלךMe.lekh[the] king ofH4428GHNcmsc
יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\Yis.ra.'ElIsraelH3478\H9016HNpl
  1. Bethel ulieden gedaan, Dat is, al die gruwelijke afgoderij met andere zonden, te Bethel, of Beth aven [gelijk boven vs.5, of Aven, vs.8] bedreven, zijn de oorzaak van deze uwe plagen.
  2. boosheid uwer boosheid; Dat is, omdat uwe boosheid zo veelvoudig en verschrikkelijk groot is.
  3. koning Op wien zij vertrouwen; zie boven vs.7, en de aantekening.
  4. dageraad Dat is, vroeg, of haastiglijk, gelijk de dageraad of morgenrood met het rijzen van de zon vergaat, of onvoorziens, gelijk wanneer iemand in den morgenstond overvallen wordt; dit kan men ook vergelijken met Eze 7:7 , Eze 7:10 ; zie de aantekening aldaar.
  5. ten enenmale uitgeroeid Hebreeuws, uitgeroeid, of afgehouwen, afgesneden wordende, is hij uitgeroeid, enz. dat is, zal zekerlijk, enz.