reltext

Chapter 5

1 Hoort dit, gij priesters! en merkt op, gij huis Israëls! en neemt ter oren, gij huis des konings! want ulieden gaat dit oordeel aan, omdat gij een strik zijt geworden te Mizpa, en een uitgespannen net op Thabor.12345

Original Hebrew

שִׁמְעוּ\־שמעו\שִׁמְעוּ\־שמעו\shim.'u-hearH8085G\H9014HVqv2mp
זֹ֨אתז֨אתזֹאתזאתzotthisH2063HTm
הַ/כֹּהֲנִ֜יםה/כהנ֜יםהַ/כֹּהֲנִיםה/כהניםha./ko.ha.NimO/ priestsH9009H3548HTd+Ncmpa
וְ/הַקְשִׁ֣יבוּ\׀ו/הקש֣יבו\וְ/הַקְשִׁיבוּ\׀ו/הקשיבו\ve./hak.Shi.vuand/ pay attentionH9002H7181\H9015HC+Vhv2mp
בֵּ֣יתב֣יתבֵּיתביתbeitO house ofH1004MHNcmsc
יִשְׂרָאֵ֗לישרא֗ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
וּ/בֵ֤יתו/ב֤יתוּ/בֵיתו/ביתu./Veitand/ O house ofH9002H1004MHC+Ncmsc
הַ/מֶּ֙לֶךְ֙ה/מ֙לך֙הַ/מֶּלֶךְה/מלךha./Me.lekhthe/ kingH9009H4428GHTd+Ncmsa
הַאֲזִ֔ינוּהאז֔ינוהַאֲזִינוּהאזינוha.'a.Zi.nugive earH0238HVhv2mp
כִּ֥יכ֥יכִּיכיkiforH3588AHTc
לָ/כֶ֖םל/כ֖םלָ/כֶםל/כםla./Khem[belongs] to/ youH9005H9036HR+Sp2mp
הַ/מִּשְׁפָּ֑טה/משפ֑טהַ/מִּשְׁפָּטה/משפטha./mish.Patthe/ judgmentH9009H4941GHTd+Ncmsa
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
פַח֙פח֙פַחפחfacha trapH6341AHNcmsa
הֱיִיתֶ֣םהיית֣םהֱיִיתֶםהייתםhe.yi.Temyou have beenH1961HVqp2mp
לְ/מִצְפָּ֔הל/מצפ֔הלְ/מִצְפָּהל/מצפהle./mitz.Pahto/ MizpahH9005H4709HHR+Npl
וְ/רֶ֖שֶׁתו/ר֖שתוְ/רֶשֶׁתו/רשתve./Re.shetand/ a netH9002H7568HC+Ncfsc
פְּרוּשָׂ֥הפרוש֥הפְּרוּשָׂהפרושהpe.ru.Sahspread outH6566HVqsfsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-overH5921A\H9014HR
תָּבֽוֹר\׃תבור\תָּבֽוֹר\׃תבור\ta.VorTaborH8396G\H9016HNpl
  1. priesters De profeet schijnt hier de drie standen van het koninkrijk van Israël onderscheidenlijk aan te spreken: de kerkelijke, de oudsten van het volk en den koning. Doch sommigen menen dat het huis Israëls hier de tien stammen betekent, en door den koning de koning van Juda verstaan wordt.
  2. ulieden gaat dit oordeel aan, Hebreeuws, tot, of voor ulieden [is] dit oordeel: te weten Gods; dat is, deze straf gaat u aan; zie Jer 48:21 . Anders: u betaamt het gericht, of recht; dat is, gij behoordet recht te doen; en dan voorts, maar gij zijt een strik. Vergelijk Mic 3:1 , en Mal 2:1 , Mal 2:4 .
  3. strik zijt geworden Dat is, als een strik; idem, als een net.
  4. Mizpa, Daar waren verscheidene hoogten en plaatsen van dezen naam aan beide zijden der Jordaan: van Mizpa in Gilead, zie Jdg 10:17 , met de aantekening. Dit kan men aldus nemen dat de afgodische regenten en priesters der tien stammen aan beide zijden van de Jordaan op de hoogten wachten hebben besteld om te loeren op allen, die naar Jeruzalem mochten trekken om den waren godsdienst te oefenen, om die te vermoorden; waarop ook het begin van Jos 5:2 kan zien. Vergelijk onder Hos 6:9 , met de aantekening en Hos 7:1 ; idem, 1Ki 15:17 , en de aantekening aldaar. Anderen verstaan het alzo, dat zij met allerlei listen en vonden de ingezetenen gezocht hebben te trekken tot hun aangestelde afgoderij, om die als Gode behagelijk te doen goedvinden, handelende alzo met de mensen gelijk de vogelvangers en jagers met de vogels en het wild op deze beide hoge bergen plegen te doen.
  5. Thabor Van den berg Thabor zie Jdg 8:18 .

2 En die afwijken, verdiepen zich om te slachten; maar Ik zal hun allen een tuchtmeester zijn.12

Original Hebrew

וְ/שַׁחֲטָ֥הו/שחט֥הוְ/שַׁחֲטָהו/שחטהve./sha.cha.Tahand/ slaughteringH9002H7819BHC+Ncfsa
שֵׂטִ֖יםשט֖יםשֵׂטִיםשטיםse.TimrebelsH7846HNcmpa
הֶעְמִ֑יקוּהעמ֑יקוהֶעְמִיקוּהעמיקוhe'.Mi.kuthey have made deepH6009HVhp3cp
וַ/אֲנִ֖יו/אנ֖יוַ/אֲנִיו/אניva./'a.Niand/ IH9002H0589HC+Pp1bs
מוּסָ֥רמוס֥רמוּסָרמוסרmu.Sar[am] disciplineH4148GHNcmsa
לְ/כֻלָּֽ/ם\׃ל/כל/ם\לְ/כֻלָּֽ/ם\׃ל/כל/ם\le./khu.La/mto/ all of/ themH9005H3605H9028\H9016HR+Ncmsc+Sp3mp
  1. verdiepen zich om te slachten; Wanneer de uitgezonden afvallige Israëlieten van de hoogten der voorschreven bergen enige vrome voorbijgangers hebben gezien, dan begeven zij zich in de laagten om die onvoorziens te vangen en te vermoorden. Sommigen zetten het aldus over: Zij verdiepen zich om de afgaanden of afwijkenden [te weten van het afgodisch Israël naar Juda en Jeruzalem] te kelen; den zin opeen uitkomende. Anderen verstaan het van diep te zondigen door het moorden der vromen, en zetten het over: verdiepen, of vermenigvuldigen het slachten; [dat van het voorzegde weinig verscheelt] of, van de diepe praktijken en arglistige vonden om het slachten der afgodische offeranden [dat God voor onnut slachten, kelen der beesten houdt, Isa 66:3 ] , goed te maken bij het volk, waarvan in de voorgaande aantekening. Het Hebreeuwse woord wordt van beide gebruikt; van zich in diepe plaatsen te begeven, versteken, verbergen, gelijk Jer 49:8 , Jer 49:30 , en van diep zondigen, gelijk Isa 31:6 , onder Hos 9:9 , en van beide tezamen [zo het schijnt] Isa 29:15 , met welke plaatsen deze beide verzen, vs.2,3, ook bekwamelijk kunnen worden vergeleken.
  2. tuchtmeester zijn Hebreeuws, tucht; dat is, tuchter, tuchtmeester, welk woord voor tuchtigen met woorden en slagen gebruikt wordt. Zie Pro 7:22 . Anders: hoewel Ik hun allen een tuchtmeester geweest ben; dat is, hen anders onderwezen en geleerd heb door mijne profeten.

3 Ik ken Efraïm, en Israël is voor Mij niet verborgen; dat gij, o Efraïm! nu hoereert, en Israël verontreinigd is.1

Original Hebrew

אֲנִי֙אני֙אֲנִיאני'a.NiIH0589HPp1bs
יָדַ֣עְתִּייד֣עתייָדַעְתִּיידעתיya.Da'.tiI knowH3045HVqp1cs
אֶפְרַ֔יִםאפר֔יםאֶפְרַיִםאפרים'ef.Ra.yimEphraimH0669GHNpm
וְ/יִשְׂרָאֵ֖לו/ישרא֖לוְ/יִשְׂרָאֵלו/ישראלve./Yis.ra.'Eland/ IsraelH9002H3478HC+Npl
לֹֽא\־לא\לֹֽא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
נִכְחַ֣דנכח֣דנִכְחַדנכחדnikh.Chadit is hiddenH3582HVNp3ms
מִמֶּ֑/נִּיממ֑/נימִמֶּ/נִּיממ/ניmi.Me./nifrom/ meH4480AH9030HR+Sp1bs
כִּ֤יכ֤יכִּיכיkiforH3588AHTc
עַתָּה֙עתה֙עַתָּהעתה'a.TahnowH6258HD
הִזְנֵ֣יתָהזנ֣יתהִזְנֵיתָהזניתhiz.Nei.tayou have prostituted yourselfH2181HVhp2ms
אֶפְרַ֔יִםאפר֔יםאֶפְרַיִםאפרים'ef.Ra.yimO EphraimH0669GHNpm
נִטְמָ֖אנטמ֖אנִטְמָאנטמאnit.Ma'it has made itself uncleanH2930AHVNp3ms
יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\Yis.ra.'ElIsraelH3478\H9016HNpl
  1. dat gij, o Efraïm Alsof God zeide: Gij zult mij uw hoerdom niet verduisteren met ontkennen of bemantelen, Ik heb u al te veel op de daad betrapt.

4 Zij stellen hun handelingen niet aan, om zich tot hun God te bekeren; want de geest der hoererijen is in het midden van hen, en den Heere kennen zij niet.123

Original Hebrew

לֹ֤אל֤אלֹאלאlo'notH3808HTn
יִתְּנוּ֙יתנו֙יִתְּנוּיתנוyi.te.Nuthey permitH5414KHVqi3mp
מַ֣עַלְלֵי/הֶ֔םמ֣עללי/ה֔םמַעַלְלֵי/הֶםמעללי/הםma.'a.lei./Hemdeeds/ theirH4611H9028HNcmpc+Sp3mp
לָ/שׁ֖וּבל/ש֖ובלָ/שׁוּבל/שובla./Shuvto/ returnH9005H7725GHR+Vqcc
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
אֱלֹֽהֵי/הֶ֑םאלהי/ה֑םאֱלֹֽהֵי/הֶםאלהי/הם'e.lo.hei./HemGod/ theirH0430GH9028HNcmpc+Sp3mp
כִּ֣יכ֣יכִּיכיkiforH3588AHTc
ר֤וּחַר֤וחרוּחַרוחRu.acha spirit ofH7307GHNcfsc
זְנוּנִים֙זנונים֙זְנוּנִיםזנוניםze.nu.Nimprostitution<s>H2183HNcmpa
בְּ/קִרְבָּ֔/םב/קרב֔/םבְּ/קִרְבָּ/םב/קרב/םbe./kir.Ba/m[is] in/ inner being/ theirH9003H7130GH9028HR+Ncmsc+Sp3mp
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
יָדָֽעוּ\׃ידעו\יָדָֽעוּ\׃ידעו\ya.Da.'uthey knowH3045\H9016HVqp3cp
  1. stellen hun handelingen niet aan, Of, hunne handelingen geven het niet dat zij, enz. Of, zij begeven zich niet [met] hunne handelingen, om, enz. Beide manieren van spreken zijn ook in onze taal gebruikelijk. Anders: hunne werken zullen het niet toelaten dat zij, enz. Vergelijk Psa 36:3 , Psa 36:5 , en Psa 55:20 , en Psa 64:6 .
  2. geest der hoererijen Zie boven Hos 4:12 .
  3. kennen zij niet Hoewel zij hunne afgoderij met zijn naam zoeken te bemantelen. Zie boven Hos 4:1 , Hos 4:15 .

5 Dies zal Israël hovaardij in zijn aangezicht getuigen; en Israël en Efraïm zullen vallen door hun ongerechtigheid; ook zal Juda met hen vallen.123

Original Hebrew

וְ/עָנָ֥הו/ענ֥הוְ/עָנָהו/ענהve./'a.Nahand/ it testifiesH9002H6030BHC+Vqp3ms
גְאֽוֹן\־גאון\גְאֽוֹן\־גאון\ge.'on-[the] pride ofH1347\H9014HNcmsc
יִשְׂרָאֵ֖לישרא֖ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
בְּ/פָנָ֑י/וב/פנ֑י/ובְּ/פָנָי/וב/פני/וbe./fa.Na/vin/ face/ itsH9003H6440HH9023HR+Ncmpc+Sp3ms
וְ/יִשְׂרָאֵ֣לו/ישרא֣לוְ/יִשְׂרָאֵלו/ישראלve./Yis.ra.'Eland/ IsraelH9002H3478HC+Npl
וְ/אֶפְרַ֗יִםו/אפר֗יםוְ/אֶפְרַיִםו/אפריםve./'ef.Ra.yimand/ EphraimH9002H0669GHC+Npm
יִכָּֽשְׁלוּ֙יכשלו֙יִכָּֽשְׁלוּיכשלוyi.ka.she.Luthey will stumbleH3782HVNi3mp
בַּ/עֲוֹנָ֔/םב/עונ֔/םבַּ/עֲוֹנָ/םב/עונ/םba./'a.vo.Na/mon/ iniquity/ theirH9003H5771HH9028HR+Ncmsc+Sp3mp
כָּשַׁ֥לכש֥לכָּשַׁלכשלka.Shalit will stumbleH3782HVqp3ms
גַּם\־גם\גַּם\־גם\gam-alsoH1571\H9014HD
יְהוּדָ֖היהוד֖היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
עִמָּֽ/ם\׃עמ/ם\עִמָּֽ/ם\׃עמ/ם\'i.Ma/mwith/ themH5973AH9038\H9016HR+Sp3mp
  1. zal Israël Anders: getuigt, of antwoordt. Alzo onder Hos 7:10 . De zin is: Hun stoute en hardnekkige verachting van alle getrouwe vermaningen en waarschuwingen mijner profeten is zo openbaar, dat zij niet kan worden geloochend, en zal tegen hen staan en als onder hunne ogen, of hen in het aangezicht beschamen en tegen getuigen in mijn gericht, tot hunne overtuiging, en een bewijs dat zij met groot recht van mij gestraft zijn; vergelijk Isa 59:12 ; Jer 14:7 ; Amo 6:8 ; Zep 2:10 . En een gelijke manier van spreken van het tegendeel, Gen 30:33 . Anders: Israëls heerlijkheid, hoogheid, uitnemendheid, enz.; dat is, de zegen, door welken Ik hen zozeer verhoogd heb, zal hen overtuigen van hunne ondankbaarheid.
  2. vallen door hun ongerechtigheid; Zie boven Hos 4:5 , en onder Hos 14:2 .
  3. zal Juda met hen vallen Hebreeuws, is gevallen.

6 Met hun schapen, en met hun runderen zullen zij dan gaan, om den Heere te zoeken, maar niet vinden; Hij heeft Zich van hen onttrokken.12

Original Hebrew

בְּ/צֹאנָ֣/םב/צאנ֣/םבְּ/צֹאנָ/םב/צאנ/םbe./tzo.Na/mwith/ flock[s]/ theirH9003H6629GH9028HR+Ncbsc+Sp3mp
וּ/בִ/בְקָרָ֗/םו/ב/בקר֗/םוּ/בִ/בְקָרָ/םו/ב/בקר/םu./vi/v.ka.Ra/mand/ with/ herd[s]/ theirH9002H9003H1241H9028HC+R+Ncbsc+Sp3mp
יֵֽלְכ֛וּילכ֛ויֵֽלְכוּילכוye.le.Khuthey will goH1980GHVqi3mp
לְ/בַקֵּ֥שׁל/בק֥שלְ/בַקֵּשׁל/בקשle./va.Keshto/ seekH9005H1245HR+Vpcc
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
וְ/לֹ֣או/ל֣אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
יִמְצָ֑אוּימצ֑אויִמְצָאוּימצאוyim.Tza.'uthey will find [him]H4672HVqi3mp
חָלַ֖ץחל֖ץחָלַץחלץcha.Latzhe has withdrawnH2502AHVqp3ms
מֵ/הֶֽם\׃מ/הם\מֵ/הֶֽם\׃מ/הם\me./Hemfrom/ themH9006H9038\H9016HR+Sp3mp
  1. schapen, Om God door offeranden te paaien en hulp van Hem te verkrijgen, maar tevergeefs. Vergelijk 2Ki 23:21-22 , 2Ki 23:26 .
  2. onttrokken Of, losgemaakt, vrijgemaakt, niet meer met hen willende te doen hebben, dewijl zij hem met hunne gruwelen lastig en verdrietig waren.

7 Zij hebben trouwelooslijk gehandeld tegen den Heere; want zij hebben vreemde kinderen gewonnen; nu zal hen de nieuwe maand verteren met hun delen.1234

Original Hebrew

בַּ/יהוָ֣הב/יהו֣הבַּ/יהוָהב/יהוהba./Yah.wehwith/ YahwehH9003H3068GHR+Npt
בָּגָ֔דוּבג֔דובָּגָדוּבגדוba.Ga.duthey have dealt treacherouslyH0898HVqp3cp
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
בָנִ֥יםבנ֥יםבָנִיםבניםva.NimchildrenH1121AHNcmpa
זָרִ֖יםזר֖יםזָרִיםזריםza.RimstrangeH2114AHAampa
יָלָ֑דוּיל֑דויָלָדוּילדוya.La.duthey have borneH3205HVqp3cp
עַתָּ֛העת֛העַתָּהעתה'a.TahnowH6258HD
יֹאכְלֵ֥/םיאכל֥/םיֹאכְלֵ/םיאכל/םyokh.Le/mit will devour/ themH0398H9038HVqi3ms+Sp3mp
חֹ֖דֶשׁח֖דשחֹדֶשׁחדשCho.desha new moonH2320HHNcmsa
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-withH0854\H9014HR
חֶלְקֵי/הֶֽם\׃\ \סחלקי/הם\\ \סחֶלְקֵי/הֶֽם\׃\ \סחלקי/הם\\ \סchel.kei./Hemportions/ theirH2506AH9028\H9016\ \H9018HNcmpc+Sp3mp
  1. vreemde kinderen gewonnen; Uithuwelijken met heidense vrouwen, tegen Gods uitgedrukt bevel; vergelijk Ezr 9:1-2 ; Neh 13:23 ; Mal 2:11 ; aan zulke huwelijken was dit mede vast, dat de kinderen in afgoderij werden opgevoed.
  2. nu zal hen Al haast, of daaRom.
  3. nieuwe maand verteren Dat is, de afgoderij, die zij op de nieuwe maanden bedrijven. Sommigen nemen het als ene gelijkenis van woeker of maandgeld, dat haastelijk oploopt en den schuldenaar verteert. Anderen nemen ene maand voor een korten tijd, gelijk Zec 11:8 , of voor een gezetten zekeren tijd.
  4. delen Of, portiën, dat is, al hun goed, bezittend land; vergelijk Psa 16:5 met de aantekening. Sommigen verstaan de offeranden, die in vele delen verdeeld werden.

8 Blaast de bazuin te Gibea, de trompet te Rama; roept luide te Beth-aven; achter u, Benjamin!1234

Original Hebrew

תִּקְע֤וּתקע֤ותִּקְעוּתקעוtik.'UblowH8628HVqv2mp
שׁוֹפָר֙שופר֙שׁוֹפָרשופרsho.Fara hornH7782HNcmsa
בַּ/גִּבְעָ֔הב/גבע֔הבַּ/גִּבְעָהב/גבעהba./giv.'Ahin <the>/ GibeahH9003H1390HHRd+Npl
חֲצֹצְרָ֖החצצר֖החֲצֹצְרָהחצצרהcha.tzo.tze.Raha trumpetH2689HNcfsa
בָּ/רָמָ֑הב/רמ֑הבָּ/רָמָהב/רמהba./ra.Mahin <the>/ RamahH9003H7414GHRd+Npl
הָרִ֙יעוּ֙הר֙יעו֙הָרִיעוּהריעוha.Ri.'usound an alarmH7321HVhv2mp
בֵּ֣יתב֣יתבֵּיתביתbeitBethH1007HNpl
אָ֔וֶןא֔וןאָוֶןאון'A.venAvenH1007HNpl
אַחֲרֶ֖י/ךָאחר֖י/ךאַחֲרֶי/ךָאחרי/ך'a.cha.Rei./khaafter/ youH0310AH9031HAcmpc+Sp2ms
בִּנְיָמִֽין\׃בנימין\בִּנְיָמִֽין\׃בנימין\bin.ya.MinO BenjaminH1144G\H9016HNpm
  1. Blaast de bazuin Hier stelt hun God levendig voor ogen de nakende aankomst van den vijand, wanneer men gewoon is in de naastliggende plaatsen alarm te maken.
  2. Gibea, Gibea en Rama lagen beide in Benjamin aan de grenzen van Efraïm; zie Jdg 19:13 . Deze grens plaatsen zijn ontwijfelijk sterk en wel bezet, en dienvolgens hun toeverlaat geweest. Te Gibea had Saul gewoond, Samuël was geboren te Rama, 1Sa 1 en 1Sa 10:26 ; zie ook 1Ki 15:17 , 1Ki 15:21-22 .
  3. Beth-aven; Zie boven Hos 4:15 .
  4. achter u, Benjamin Hierop kan men verstaan, is de vijand, of daar is het te doen; te weten in Efraïm is de vijand doende, en daar begint hij te verwoesten, waarvan in vs.9. Benjamin lag tussen Juda en Efraïm; waarvan sommigen deze woorden nemen als ene beschrijving der gelegenheid van Juda, als gelegen in het zuiden achter Benjamin; en dat alzo Juda ook in alarm zou geraken, met trompetten en roepen, gelijk de andere voorzegde plaatsen. Of, men kan het eenvoudig aldus nemen: achter u Benjamin; dat is, Benjamin blaze ook alarm, na, of achter u, om te kennen te geven dat de alarmen van de ene plaats zouden voortgaan tot de andere en elkander volgen.

9 Efraïm zal tot verwoesting worden, ten dage der straf; onder de stammen Israëls heb Ik bekend gemaakt, dat gewis is.123

Original Hebrew

אֶפְרַ֙יִם֙אפר֙ים֙אֶפְרַיִםאפרים'ef.Ra.yimEphraimH0669GHNpm
לְ/שַׁמָּ֣הל/שמ֣הלְ/שַׁמָּהל/שמהle./sha.Mah<into>/ a wasteH9005H8047GHR+Ncfsa
תִֽהְיֶ֔התהי֔התִֽהְיֶהתהיהtih.Yehit will becomeH1961HVqi3fs
בְּ/י֖וֹםב/י֖וםבְּ/יוֹםב/יוםbe./Yomon/ [the] day ofH9003H3117GHR+Ncmsc
תּֽוֹכֵחָ֑התוכח֑התּֽוֹכֵחָהתוכחהto.khe.ChahrebukeH8433AHNcfsa
בְּ/שִׁבְטֵי֙ב/שבטי֙בְּ/שִׁבְטֵיב/שבטיbe./shiv.Teiamong/ [the] tribes ofH9003H7626HHR+Ncmpc
יִשְׂרָאֵ֔לישרא֔ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
הוֹדַ֖עְתִּיהוד֖עתיהוֹדַעְתִּיהודעתיho.Da'.tiI make knownH3045HVhp1cs
נֶאֱמָנָֽה\׃נאמנה\נֶאֱמָנָֽה\׃נאמנה\ne.'e.ma.Nah[something] trustworthyH0539\H9016HVNrfsa
  1. straf; Of, bestraffing, dat is, ten tijde als Ik het oordeel [waarvan boven vs.1] over hen spreken en uitvoeren zal.
  2. heb Ik bekend gemaakt, Of, maak Ik bekend; dat is, ik voorzeg openlijk wat zeker en gewis is en zonder fout geschieden zal, opdat zij mogen weten, wanneer het geschiedt, dat Ik de Heere ben. Anders: Ik heb de trouw bekend gemaakt; dat is, mijne trouw aan Israël betoond door veelvuldige waarschuwingen van hun aanstaande verwoesting, indien zij zich niet bekeren.
  3. gewis is Anders: dat zij gewis is, zij; te weten de voorzegde en gedreigde straf.

10 De vorsten van Juda zijn geworden, gelijk die de landpalen verrukken; Ik zal Mijn verbolgenheid, als water, over hen uitgieten.12

Original Hebrew

הָיוּ֙היו֙הָיוּהיוha.Yuthey have becomeH1961HVqp3cp
שָׂרֵ֣ישר֣ישָׂרֵישריsa.Rei[the] leaders ofH8269HNcmpc
יְהוּדָ֔היהוד֔היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
כְּ/מַסִּיגֵ֖יכ/מסיג֖יכְּ/מַסִּיגֵיכ/מסיגיke./ma.si.Geilike/ [those who] displaceH9004H5253HR+Vhrmpc
גְּב֑וּלגב֑ולגְּבוּלגבולge.Vul<of> a boundaryH1366GHNcmsa
עֲלֵי/הֶ֕םעלי/ה֕םעֲלֵי/הֶםעלי/הם'a.lei./Hemon/ themH5921AH9038HR+Sp3mp
אֶשְׁפּ֥וֹךְאשפ֥וךאֶשְׁפּוֹךְאשפוך'esh.PokhI will pour outH8210GHVqi1cs
כַּ/מַּ֖יִםכ/מ֖יםכַּ/מַּיִםכ/מיםka./Ma.yimlike <the>/ waterH9004H4325GHRd+Ncmpa
עֶבְרָתִֽ/י\׃עברת/י\עֶבְרָתִֽ/י\׃עברת/י\'ev.ra.T/iwrath/ myH5678H9020\H9016HNcfsc+Sp1bs
  1. landpalen verrukken; Dat God scherpelijk vervloekt en verboden had, Deu 19:14 , en Deu 27:17 ; Job 24:2 ; Pro 22:28 . Desgelijks deden de regenten van Juda ten tijde van Achaz, als zij de grenzen van den reinen godsdienst, van God gesteld en van de vrome koningen bewaard, verrukten, en de grenzen van hun ambt tebuiten gingen, en alles voorts in verwarring brachten, hetwelk op de verwarring der religie door Gods rechtvaardig oordeel placht te volgen; zie 2Ki 16 , en zulks trekt met zich een zondvloed van Gods toorn, die alles overloopt en in verderf stelt.
  2. water, over hen uitgieten Zie Psa 79:6 .

11 Efraïm is verdrukt, hij is verpletterd met recht; want hij heeft zo gewild; hij heeft gewandeld naar het gebod.12

Original Hebrew

עָשׁ֥וּקעש֥וקעָשׁוּקעשוק'a.Shuk[is] oppressedH6231HVqsmsa
אֶפְרַ֖יִםאפר֖יםאֶפְרַיִםאפרים'ef.Ra.yimEphraimH0669GHNpm
רְצ֣וּץרצ֣וץרְצוּץרצוץre.Tzutz[is] crushed ofH7533HVqsmsc
מִשְׁפָּ֑טמשפ֑טמִשְׁפָּטמשפטmish.PatjudgmentH4941GHNcmsa
כִּ֣יכ֣יכִּיכיkiforH3588AHTc
הוֹאִ֔ילהוא֔ילהוֹאִילהואילho.'Ilhe was determinedH2974HVhp3ms
הָלַ֖ךְהל֖ךהָלַךְהלךha.Lakhhe walkedH1980NHVqp3ms
אַחֲרֵי\־אחרי\אַחֲרֵי\־אחרי\'a.cha.rei-afterH0310A\H9014HAcmpc
צָֽו\׃צו\צָֽו\׃צו\Tzava commandH6673\H9016HNcmsa
  1. verpletterd met recht; Of, verkneuzeld, in stukken gebroken, of gestoten. Hebreeuws, een gepletterde des rechts. De eenvoudigste zin dezer woorden schijnt te zijn, dat hun dit alles rechtvaardiglijk zal overkomen naar hunne verdiensten; waarop de volgende woorden bekwamelijk passen. Sommigen nemen het aldus, dat Efraïm, die tevoren over anderen gewoon was te richten, zal moeten lijden dat andere over hem recht spreken en hem in het gericht verpletteren.
  2. gebod Van zijn koning Jerobeam, die de stichter der gruwelijke afgoderij en van alle gevolgde ongebondenheid geweest is, en dien zijne opvolgers hebben nagevolgd. Het is hun genoeg geweest dat hun koning zulks gebood, daarop zijn zij onbeschroomd en met lust voortgegaan, zonder op God en zijner profeten waarschuwing te letten. Anderen aldus: Hij heeft gewilligelijk gewandeld, of hij heeft willen wandelen naar het gebod, of bevel. Hebreeuws, hij heeft gewild, hij heeft gewandeld, enz. Zie Psa 45:5 .

12 Daarom zal Ik Efraïm zijn als een mot, en den huize van Juda als een verrotting.12

Original Hebrew

וַ/אֲנִ֥יו/אנ֥יוַ/אֲנִיו/אניva./'a.Niand/ IH9002H0589HC+Pp1bs
כָ/עָ֖שׁכ/ע֖שכָ/עָשׁכ/עשkha./'Ash[am] like <the>/ mothH9004H6211AHRd+Ncmsa
לְ/אֶפְרָ֑יִםל/אפר֑יםלְ/אֶפְרָיִםל/אפריםle./'ef.Ra.yimto/ EphraimH9005H0669GHR+Npm
וְ/כָ/רָקָ֖בו/כ/רק֖בוְ/כָ/רָקָבו/כ/רקבve./kha./ra.Kavand/ like <the>/ rottennessH9002H9004H7538HC+Rd+Ncmsa
לְ/בֵ֥יתל/ב֥יתלְ/בֵיתל/ביתle./Veitto/ [the] house ofH9005H1004MHR+Ncmsc
יְהוּדָֽה\׃יהודה\יְהוּדָֽה\׃יהודה\ye.hu.DahJudahH3063G\H9016HNpl
  1. mot, Zie Job 13:28 ; Psa 39:12 ; Pro 12:4 , en Pro 14:30 ; Isa 50:9 , en Isa 51:8 .
  2. verrotting Of, vervulling, wormstekigheid; dat is, gelijk de klederen door de motten en andere dingen door verrotting of den worm allengskens worden verteerd, alzo zal Ik deze beide volken door mijn straffen allengskens verteren, hetwelk aan beiden, eerst aan Israël, daarna aan Juda, alzo geschied is.

13 Als Efraïm zijn krankheid zag, en Juda zijn gezwel, zo toog Efraïm tot Assur, en hij zond tot den koning Jareb; maar die zal ulieden niet kunnen genezen, en zal het gezwel van ulieden niet helen.123456

Original Hebrew

וַ/יַּ֨רְאו/י֨ראוַ/יַּרְאו/יראva/i.Yar'and/ he sawH9001H7200GHc+Vqw3ms
אֶפְרַ֜יִםאפר֜יםאֶפְרַיִםאפרים'ef.Ra.yimEphraimH0669GHNpm
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
חָלְי֗/וֹחלי֗/וחָלְי/וֹחלי/וchal.Y/osickness/ hisH2483H9023HNcmsc+Sp3ms
וִֽ/יהוּדָה֙ו/יהודה֙וִֽ/יהוּדָהו/יהודהvi./hu.Dahand/ JudahH9002H3063GHC+Npl
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
מְזֹר֔/וֹמזר֔/ומְזֹר/וֹמזר/וme.zo.R/owound/ hisH4205H9023HNcmsc+Sp3ms
וַ/יֵּ֤לֶךְו/י֤לךוַ/יֵּלֶךְו/ילךva/i.Ye.lekhand/ he wentH9001H1980GHc+Vqw3ms
אֶפְרַ֙יִם֙אפר֙ים֙אֶפְרַיִםאפרים'ef.Ra.yimEphraimH0669GHNpm
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
אַשּׁ֔וּראש֔וראַשּׁוּראשור'a.ShurAssyriaH0804GHNpl
וַ/יִּשְׁלַ֖חו/ישל֖חוַ/יִּשְׁלַחו/ישלחva/i.yish.Lachand/ he sentH9001H7971GHc+Vqw3ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
מֶ֣לֶךְמ֣לךמֶלֶךְמלךMe.lekhkingH4428GHNcmsa
יָרֵ֑ביר֑ביָרֵבירבya.RevJarebH3377HNpm
וְ/ה֗וּאו/ה֗ואוְ/הוּאו/הואve./Hu'and/ heH9002H1931HC+Pp3ms
לֹ֤אל֤אלֹאלאlo'notH3808HTn
יוּכַל֙יוכל֙יוּכַליוכלyu.Khalhe is ableH3201HVqi3ms
לִ/רְפֹּ֣אל/רפ֣אלִ/רְפֹּאל/רפאli/r.Po'to/ healH9005H7495HR+Vqcc
לָ/כֶ֔םל/כ֔םלָ/כֶםל/כםla./Khem<to>/ youH9005H9036HR+Sp2mp
וְ/לֹֽא\־ו/לא\וְ/לֹֽא\־ו/לא\ve./lo'-and/ notH9002H3808\H9014HC+Tn
יִגְהֶ֥היגה֥היִגְהֶהיגההyig.Hehit will departH1455HVqi3ms
מִ/כֶּ֖םמ/כ֖םמִ/כֶּםמ/כםmi./Kemfrom/ youH9006H9036HR+Sp2mp
מָזֽוֹר\׃מזור\מָזֽוֹר\׃מזור\ma.Zor[the] woundH4205\H9016HNcmsa
  1. krankheid zag, Al dit voorzegde kwaad en nakend gevaar gevoelde of merkte.
  2. gezwel, Vergelijk Oba 1:7 .
  3. Assur, Tot Pul, den koning van Assyrië, om dien van vijand tot vriend en helper te maken, door geschenken; dewijl dit schijnt te zien op de geschiedenis van den koning Menahem, 2Ki 15:19 , enz. Zie wijders onder Hos 7:11 , enz.
  4. hij zond tot den koning Dit duiden sommigen op Juda, uit vergelijking met het voorgaande [zie 2Ki 16:7 ] en vs.14.
  5. Jareb; Vergelijk onder Hos 10:6 , uit welke plaats afgenomen wordt dat dit een naam moet geweest zijn van zekeren koning in Assyrië, [gelijk ook sommige kroniekschrijvers hebben] of in het algemeen een naam, dien de Joden en Israëlieten dien uitlandsen koningen gewoon waren te geven, welker hulp en bescherming zij, uit mistrouwen op God, verzochten; Jareb is in het Hebreeuws zoveel als: hij zal twisten, richten, pleiten; dat is, de zaak voor ons opnemen en uitvoeren. Vergelijk Jdg 6:31-32 , met de aantekening.
  6. van ulieden niet helen Alzo dat Hij het van u wegneemt, dat gij het kwijt wordt. Anders: zal de wonde [van niemand] uit, of van u helen.

14 Want Ik zal Efraïm zijn als een felle leeuw, en den huize van Juda als een jonge leeuw; Ik, Ik zal verscheuren en henengaan; Ik zal wegvoeren, en er zal geen redder zijn.1

Original Hebrew

כִּ֣יכ֣יכִּיכיkiforH3588AHTc
אָנֹכִ֤יאנכ֤יאָנֹכִיאנכי'a.no.KhiIH0595HPp1bs
כַ/שַּׁ֙חַל֙כ/ש֙חל֙כַ/שַּׁחַלכ/שחלkha./Sha.chal[will be] like <the>/ lionH9004H7826HRd+Ncmsa
לְ/אֶפְרַ֔יִםל/אפר֔יםלְ/אֶפְרַיִםל/אפריםle./'ef.Ra.yimto/ EphraimH9005H0669GHR+Npm
וְ/כַ/כְּפִ֖ירו/כ/כפ֖ירוְ/כַ/כְּפִירו/כ/כפירve./kha./ke.Firand/ like <the>/ young lionH9002H9004H3715AHC+Rd+Ncmsa
לְ/בֵ֣יתל/ב֣יתלְ/בֵיתל/ביתle./Veitto/ [the] house ofH9005H1004MHR+Ncmsc
יְהוּדָ֑היהוד֑היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
אֲנִ֨יאנ֨יאֲנִיאני'a.NiIH0589HPp1bs
אֲנִ֤יאנ֤יאֲנִיאני'a.NiIH0589HPp1bs
אֶטְרֹף֙אטרף֙אֶטְרֹףאטרף'et.RofI will tear to piecesH2963HVqi1cs
וְ/אֵלֵ֔ךְו/אל֔ךוְ/אֵלֵךְו/אלךve./'e.Lekhand/ I may goH9002H1980GHC+Vqu1cs
אֶשָּׂ֖אאש֖אאֶשָּׂאאשא'e.Sa'I will carry offH5375HHVqi1cs
וְ/אֵ֥יןו/א֥יןוְ/אֵיןו/איןve./'Einand/ there notH9002H0369HC+Ncmsc
מַצִּֽיל\׃מציל\מַצִּֽיל\׃מציל\ma.Tzil[will be] a delivererH5337\H9016HVhrmsa
  1. verscheuren en henengaan; Of, roven. Vergelijk onder Hos 6:1 .

15 Ik zal henengaan en keren weder tot Mijn plaats, totdat zij zichzelven schuldig kennen en Mijn aangezicht zoeken; als hun bange zal zijn, zullen zij Mij vroeg zoeken.123

Original Hebrew

אֵלֵ֤ךְאל֤ךאֵלֵךְאלך'e.LekhI will goH1980LHVqi1cs
אָשׁ֙וּבָה֙אש֙ובה֙אָשׁוּבָהאשובה'a.Shu.vahI will returnH7725GHVqc1cs
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
מְקוֹמִ֔/ימקומ֔/ימְקוֹמִ/ימקומ/יme.ko.M/iplace/ myH4725H9020HNcmsc+Sp1bs
עַ֥דע֥דעַדעד'aduntilH5704HR
אֲשֶֽׁר\־אשר\אֲשֶֽׁר\־אשר\'a.Sher-thatH0834A\H9014HTr
יֶאְשְׁמ֖וּיאשמ֖ויֶאְשְׁמוּיאשמוye'.she.Muthey will be held guiltyH0816HVqi3mp
וּ/בִקְשׁ֣וּו/בקש֣ווּ/בִקְשׁוּו/בקשוu./vik.Shuand/ they will seekH9001H1245Hc+Vpq3cp
פָנָ֑/יפנ֑/יפָנָ/יפנ/יfa.Na/iface/ myH6440HH9020HNcmpc+Sp1bs
בַּ/צַּ֥רב/צ֥רבַּ/צַּרב/צרba./Tzarwhen <the>/ it is distressH9003H6862BHRd+Aamsa
לָ/הֶ֖םל/ה֖םלָ/הֶםל/הםla./Hemto/ themH9005H9038HR+Sp3mp
יְשַׁחֲרֻֽ/נְנִי\׃ישחר/נני\יְשַׁחֲרֻֽ/נְנִי\׃ישחר/נני\ye.sha.cha.Ru./nithey will seek earnestly/ meH7836H9030\H9016HVpi3mp+Sp1bs
  1. plaats, Menselijk van God gesproken, die gezegd wordt neder te dalen wanneer Hij iets bijzonders op aarde werkt, of zijne oordelen uitvoert, en weder in zijne plaats te keren en zich stil te houden, als Hij de mensen in ellende laat of niet verlost, totdat zij zich bekeren, en zijn tijd daar is. Vergelijk Gen 11:7 ; Isa 18:4 en Isa 26:21 .
  2. aangezicht zoeken; Zie 2Ch 7:14 , en 2Ch 11:16 .
  3. vroeg zoeken Dat is, met groten vlijt, ijver en tijdig. Zie Job 7:21 , en Job 8:5 ; Psa 5:4 ; Pro 7:15 , met de aantekening en vergelijk Jer 29:12-14 ; Dan 9 , en de boeken Ezra en Nehemia, en voorts den tijd van het Nieuwe Testament, voornamelijk Mat 11:12 , enz.