reltext

Chapter 9

1 Verblijd u niet, o Israël! tot opspringens toe, gelijk de volken; want gij hoereert van uw God af; gij hebt hoerenloon lief, op alle dorsvloeren des korens.123

Original Hebrew

אַל\־אל\אַל\־אל\'al-may notH0408\H9014HTn
תִּשְׂמַ֨חתשמ֨חתִּשְׂמַחתשמחtis.Machyou rejoiceH8055HVqj2ms
יִשְׂרָאֵ֤ל\׀ישרא֤ל\יִשְׂרָאֵל\׀ישראל\Yis.ra.'ElO IsraelH3478\H9015HNpl
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
גִּיל֙גיל֙גִּילגילgilrejoicingH1524AHNcmsa
כָּֽ/עַמִּ֔יםכ/עמ֔יםכָּֽ/עַמִּיםכ/עמיםka./'a.Mimlike the/ peoplesH9004H5971AHRd+Ncmpa
כִּ֥יכ֥יכִּיכיkiforH3588AHTc
זָנִ֖יתָזנ֖יתזָנִיתָזניתza.Ni.tayou have prostituted yourselfH2181HVqp2ms
מֵ/עַ֣למ/ע֣למֵ/עַלמ/עלme./'Alfrom/ withH9006H5921AHR+R
אֱלֹהֶ֑י/ךָאלה֑י/ךאֱלֹהֶי/ךָאלהי/ך'e.lo.Hei./khaGod/ yourH0430GH9021HNcmpc+Sp2ms
אָהַ֣בְתָּאה֣בתאָהַבְתָּאהבת'a.Hav.tayou have lovedH0157GHVqp2ms
אֶתְנָ֔ןאתנ֔ןאֶתְנָןאתנן'et.Nan[the] hire of a prostituteH0868HNcmsa
עַ֖לע֖לעַלעל'alonH5921AHR
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
גָּרְנ֥וֹתגרנ֥ותגָּרְנוֹתגרנותga.re.Notthreshing floors ofH1637HNcfpc
דָּגָֽן\׃דגן\דָּגָֽן\׃דגן\da.GangrainH1715\H9016HNcmsa
  1. opspringens toe, Of, tot verheugens toe, tot vrolijkheid toe; zie dezelfde manier van spreken Job 3:22 . Het Hebreeuwse woord ziet op de uiterlijke gebaren en bewijs van vreugde.
  2. volken; Die ten tijde van een goeden oogst gewoon waren grote vreugde te bedrijven ter ere hunner afgoden, die zij hielden voor de bewerkers van dien; vergelijk Psa 4:8 , en hier het volgende; idem Joe 1:12 .
  3. hoerenloon lief, Dat is, gij verheugt u over den oogst als over een beloning, die uwe boelen, de afgoden, u zouden hebben gegeven vanwege uw geestelijke hoererij, dat is afgoderij; en op alle plaatsen, waar gij koren stapelt en dorst en waar gij den wijn perst, dankt gij uwe afgoden voor hetgeen Ik u gegeven heb. Vergelijk boven Hos 2:4 , Hos 2:7-8 , Hos 2:11 .

2 De dors vloer en de wijnkuip zal henlieden niet voeden; en de most zal hun liegen.123

Original Hebrew

גֹּ֥רֶןג֥רןגֹּרֶןגרןGo.renthreshing floorH1637HNcfsa
וָ/יֶ֖קֶבו/י֖קבוָ/יֶקֶבו/יקבva./Ye.kevand/ wine-pressH9002H3342HC+Ncmsa
לֹ֣אל֣אלֹאלאlo'notH3808HTn
יִרְעֵ֑/םירע֑/םיִרְעֵ/םירע/םyir.'E/mit will feed/ themH7462BH9038HVqi3ms+Sp3mp
וְ/תִיר֖וֹשׁו/תיר֖ושוְ/תִירוֹשׁו/תירושve./ti.Ro.oshand/ new wineH9002H8492HC+Ncmsa
יְכַ֥חֶשׁיכ֥חשיְכַחֶשׁיכחשye.Kha.cheshit will failH3584HVpi3ms
בָּֽ/הּ\׃ב/ה\בָּֽ/הּ\׃ב/ה\Ba/h<in>/ itH9003H9034\H9016HR+Sp3fs
  1. niet voeden; Hoewel zij zichzelven ander beloven.
  2. hun Of, tegen haar, onder haar; te weten, deze hoer, of overspeelster; of Efraïm, Israël.
  3. liegen Dat is, hunne hoop, die zij daarvan hebben, zal feilen en hen bedriegen, zij zullen niet genieten, het zal voor den vijand zijn, en zij moeten het land uit, gelijk volgt. Vergelijk boven Hos 8:7 , en de manier van spreken met Hab 3:17 ; Isa 52:11 , en Job 40:28 , en zie de aantekening aldaar.

3 Zij zullen in des Heeren land niet blijven; maar Efraïm zal weder tot Egypte keren, en zij zullen in Assyrië het onreine eten.12345

Original Hebrew

לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
יֵשְׁב֖וּישב֖ויֵשְׁבוּישבוye.she.Vuthey will remainH3427HVqi3mp
בְּ/אֶ֣רֶץב/א֣רץבְּ/אֶרֶץב/ארץbe./'E.retzin/ [the] land ofH9003H0776GHR+Ncfsc
יְהוָ֑היהו֑היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
וְ/שָׁ֤בו/ש֤בוְ/שָׁבו/שבve./Shavand/ he will returnH9001H7725GHc+Vqq3ms
אֶפְרַ֙יִם֙אפר֙ים֙אֶפְרַיִםאפרים'ef.Ra.yimEphraimH0669GHNpm
מִצְרַ֔יִםמצר֔יםמִצְרַיִםמצריםmitz.Ra.yimEgyptH4714GHNpl
וּ/בְ/אַשּׁ֖וּרו/ב/אש֖ורוּ/בְ/אַשּׁוּרו/ב/אשורu./ve./'a.Shurand/ in/ AssyriaH9002H9003H0804GHC+R+Npl
טָמֵ֥אטמ֥אטָמֵאטמאta.Me'unclean [food]H2931HAamsa
יֹאכֵֽלוּ\׃יאכלו\יֹאכֵֽלוּ\׃יאכלו\yo.Khe.luthey will eatH0398\H9016HVqi3mp
  1. land niet blijven; Namelijk Kanaän, dat Gods land en erfenis dikwijls genoemd wordt; zie Psa 68:10 , en Joe 1:6 , en Joe 3:2 , enz.
  2. Egypte keren, Zie boven Hos 8:13 .
  3. en zij zullen Of, maar; indien men het verstaat van hulp in Egypte te zoeken tegen den Assyriër. Alsof God zeide: Zij mogen naar Egypte lopen zoveel zij willen, zij zullen evenwel naar Assyrië moeten.
  4. Assyrië Waarheen zij gevankelijk zullen worden weggevoerd.
  5. onreine eten Dat God in zijne wet verboden had te eten, en waarvan zij etende, naar de wet der ceremoniën onrein werden. Vergelijk Eze 4:12-13 ; Dan 1:8 , en hier vs.4.

4 Zij zullen den Heere geen drankofferen doen van wijn, ook zouden zij Hem niet zoet zijn, hun offeranden zouden hun zijn als treurbrood; allen, die dat zouden eten, zouden onrein worden; want hun brood zal voor hun ziel zijn, het zal in des Heeren huis niet komen.1234567

Original Hebrew

לֹא\־לא\לֹא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
יִסְּכ֨וּיסכ֨ויִסְּכוּיסכוyi.se.Khuthey will pour outH5258AHVqi3mp
לַ/יהוָ֥ה\׀ל/יהו֥ה\לַ/יהוָה\׀ל/יהוה\la./Yah.wehto/ YahwehH9005H3068G\H9015HR+Npt
יַיִן֮יין֮יַיִןייןya.YinwineH3196HNcmsa
וְ/לֹ֣או/ל֣אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
יֶֽעֶרְבוּ\־יערבו\יֶֽעֶרְבוּ\־יערבו\ye.'er.vu-they will be pleasingH6149\H9014HVqi3mp
ל/וֹ֒ל/ו֒ל/וֹל/וl/oto/ himH9005H9033HR+Sp3ms
זִבְחֵי/הֶ֗םזבחי/ה֗םזִבְחֵי/הֶםזבחי/הםziv.chei./Hemsacrifices/ theirH2077H9028HNcmpc+Sp3mp
כְּ/לֶ֤חֶםכ/ל֤חםכְּ/לֶחֶםכ/לחםke./Le.chem[will be] like/ bread ofH9004H3899HHR+Ncmsc
אוֹנִים֙אונים֙אוֹנִיםאונים'o.Nimmourning<s>H0205HHNcmpa
לָ/הֶ֔םל/ה֔םלָ/הֶםל/הםla./Hemto/ themH9005H9038HR+Sp3mp
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
אֹכְלָ֖י/ואכל֖י/ואֹכְלָי/ואכלי/ו'o.khe.La/v[those who] eat/ itH0398H9033HVqrmpc+Sp3ms
יִטַמָּ֑אוּיטמ֑אויִטַמָּאוּיטמאוyi.ta.Ma.'uthey will make themselves uncleanH2930AHVti3mp
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
לַחְמָ֣/םלחמ֣/םלַחְמָ/םלחמ/םlach.Ma/mbread/ theirH3899HH9028HNcmsc+Sp3mp
לְ/נַפְשָׁ֔/םל/נפש֔/םלְ/נַפְשָׁ/םל/נפש/םle./naf.Sha/m[will be] for/ self/ theirH9005H5315LH9028HR+Ncfsc+Sp3mp
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
יָב֖וֹאיב֖ואיָבוֹאיבואya.Vo'it will goH0935GHVqi3ms
בֵּ֥יתב֥יתבֵּיתביתbeit[the] house ofH1004QHNcmsc
יְהוָֽה\׃יהוה\יְהוָֽה\׃יהוה\Yah.wehYahwehH3068G\H9016HNpt
  1. zullen Wanneer zij in Assyrië zullen zijn weggevoerd en eten wat onrein is, van welken ellendigen toestand der Israëlieten in het voorgaande en vs.5 gesproken wordt.
  2. den HEERE Als zijnde buiten zijn land en plaats, enz., die God tot offeren verordineerd had, en voorts geen gelegenheid of middel hebbende om den Heere wat reins te offeren, gelijk blijkt uit de voorgaande en volgende woorden.
  3. drankofferen doen van wijn, Hebreeuws, uitstorten, uitgieten, of uitspreiden van wijn; dat is, drankoffers van wijn offeren. Zie Psa 16:4 .
  4. zoet zijn, Dat is, aangenaam of behagelijk, gelijk Jer 6:20 ; Mal 3:4 .
  5. treurbrood; Hebreeuws, brood der treurenden, of rouwenden; dat is, leedspijs, die men eet in sterfhuizen; zulks alles was naar de wet der ceremoniën onrein. Zie Lev 21:1 , enz. en Lev 22:4 , enz.; Num 19:14 ; Deu 26:14 , enz. Ook waren zij gehouden te offeren met vreugde, Deu 12:6-7 ; waarom sommigen door brood of spijs de offeranden verstaan; zie Lev 3:11 , en Lev 21:6 ; Num 28:2 ; Eze 44:7 .
  6. ziel zijn, Dat is, hunne spijs, hun eten en drinken, hunne maaltijden, zullen alsdan, in hunne ballingschap, wezen over hunne doden, die zij verloren hebben, of als over hunne doden, [vergelijk Eze 24:17 ,] dewijl zij in gedurigen rouw zullen leven, en overzulks onrein zijn. Alzo wordt het woord ziel genomen voor een dood lichaam of een dode, Psa 16:10 ; Lev 19:28 ; zie de aantekening aldaar. Anders: voor hun eigen personen, of voor henzelven; [gelijk het Hebreeuwse word ook genomen wordt] dat is, zij eten en drinken voor zichzelven, maar niet mij ter ere [gelijk boven Hos 8:13 ] ; dewijl enigen verstaan dat in vs.4 niet gesproken wordt van den staat der ballingschap, maar van hetgeen de Israëlieten nu deden en tot de ballingschap toe doen zouden. Vergelijk Zec 7:5-6 .
  7. niet komen Dat is, zulks, als zijnde onrein, mag men in Gods huis niet brengen, noch daarvan offeren.

5 Wat zult gijlieden dan doen op een gezetten hoogtijdsdag, en op een feestdag des Heeren?1

Original Hebrew

מַֽה\־מה\מַֽה\־מה\mah-what?H4100\H9014HPi
תַּעֲשׂ֖וּתעש֖ותַּעֲשׂוּתעשוta.'a.Suwill you doH6213AHVqi2mp
לְ/י֣וֹםל/י֣וםלְ/יוֹםל/יוםle./Yomto/ [the] day ofH9005H3117GHR+Ncmsc
מוֹעֵ֑דמוע֑דמוֹעֵדמועדmo.'Edan appointed feastH4150HHNcmsa
וּ/לְ/י֖וֹםו/ל/י֖וםוּ/לְ/יוֹםו/ל/יוםu./le./Yomand/ to/ [the] day ofH9002H9005H3117GHC+R+Ncmsc
חַג\־חג\חַג\־חג\chag-[the] festival ofH2282\H9014HNcmsc
יְהוָֽה\׃יהוה\יְהוָֽה\׃יהוה\Yah.wehYahwehH3068G\H9016HNpt
  1. gezetten hoogtijdsdag, Wanneer men naar mijn gebod voor mij moest offeren met vreugde, daar gij zonder offer en in rouw zult zitten buiten uw land; zie Num 10:10 , en Deu 12:12 , enz., en vergelijk boven Hos 3:4 , en de aantekening op vs.4.

6 Want ziet, zij gaan daarhenen vanwege de verstoring; Egypte zal ze verzamelen, Mof zal ze begraven; begeerte zal er zijn naar hun zilver, netelen zullen hen erfelijk bezitten, doornen zullen in hun tenten zijn.123456789

Original Hebrew

כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
הִנֵּ֤ההנ֤ההִנֵּההנהhi.Nehthere!H2009HTj
הָֽלְכוּ֙הלכו֙הָֽלְכוּהלכוha.le.Khuthey have goneH1980GHVqp3cp
מִ/שֹּׁ֔דמ/ש֔דמִ/שֹּׁדמ/שדmi./Shodfrom/ [the] devastationH9006H7701HR+Ncmsa
מִצְרַ֥יִםמצר֥יםמִצְרַיִםמצריםmitz.Ra.yimEgyptH4714GHNpl
תְּקַבְּצֵ֖/םתקבצ֖/םתְּקַבְּצֵ/םתקבצ/םte.ka.be.Tze/mit will gather/ themH6908H9038HVpi3fs+Sp3mp
מֹ֣ףמ֣ףמֹףמףmofMemphisH4644HNpl
תְּקַבְּרֵ֑/םתקבר֑/םתְּקַבְּרֵ/םתקבר/םte.ka.be.Re/mit will bury/ themH6912H9038HVpi3fs+Sp3mp
מַחְמַ֣דמחמ֣דמַחְמַדמחמדmach.MadtreasureH4261HNcmsa
לְ/כַסְפָּ֗/םל/כספ֗/םלְ/כַסְפָּ/םל/כספ/םle./khas.Pa/mof/ silver/ theirH9005H3701GH9028HR+Ncmsc+Sp3mp
קִמּוֹשׂ֙קמוש֙קִמּוֹשׂקמושki.mOsnettle[s]H7057HNcmsa
יִֽירָשֵׁ֔/םיירש֔/םיִֽירָשֵׁ/םיירש/םyi.ra.She/mit will take possession of/ themH3423GH9038HVqi3ms+Sp3mp
ח֖וֹחַח֖וחחוֹחַחוחCho.achthorn[s]H2336HNcmsa
בְּ/אָהֳלֵי/הֶֽם\׃ב/אהלי/הם\בְּ/אָהֳלֵי/הֶֽם\׃ב/אהלי/הם\be./'o.ho.lei./Hem[will be] in/ tents/ theirH9003H0168GH9028\H9016HR+Ncmpc+Sp3mp
  1. gaan daarhenen Dat is, zullen voorzeker uit hun land moeten weggaan; of zij gaan heen, dat is zij gaan verloren, of verdwijnen.
  2. verstoring; Die de Assyriër zou aanrichten.
  3. Egypte zal ze verzamelen, Uit deze woorden schijnt afgenomen te kunnen worden dat er een gedeelte van Israël voor den Assyriër zou vluchten naar Egypte, menende aldaar wel ontvangen en geholpen te zullen worden, omdat zij den Assyriër verlatende met den koning van Egypte gehandeld hadden; zie boven Hos 8:13 , maar hoe zij daarover zouden varen, wordt hun hier geprofeteerd. Sommigen gissen dat zij eerst tot die van Juda, daarna met hen naar Egypte getogen zijn.
  4. Mof zal De stad Memfis in Egypte, anders [naar sommiger gevoelen] ook genoemd Nof, Isa 19:13 ; zie de aantekening aldaar.
  5. begraven; En vervolgens zullen zij in hun land niet wederkeren, maar in ballingschap omkomen.
  6. begeerte zal er zijn naar hun zilver, Men zal hun geld zoeken en roven. Of, de pleizierige [plaatsen], of gewenste [schatten] van hun zilver, die zal de netel erfelijk bezitten; begeerte voor begeerlijke dingen, die uit zilver waren, of met zilver sieraad gepronkt.
  7. netelen zullen hen erfelijk bezitten, Hebreeuws, netel; dat is, hun land en woonplaatsen zullen lang woest liggen en onbewoond blijven. Vergelijk Isa 32:13 , en Isa 34:13 , en onder Hos 10:8 . Door de mensen versta, hun land of plaatsen waar zij gewoond hebben; zie Jdg 11:23 ; Jer 49:1 met de aantekening.
  8. doornen Hebreeuws, doorn, of distel; vergelijk Job 31:40 ; Isa 5:6 , en Isa 7:24 .
  9. tenten zijn Ter plaatse waar hun heerlijke woningen zullen geweest zijn.

7 De dagen der bezoeking zijn gekomen, de dagen der vergelding zijn gekomen; die van Israël zullen het gewaar worden; de profeet is een dwaas, de man des geestes is onzinnig; om de grootheid uwer ongerechtigheid is de haat ook groot.1234

Original Hebrew

בָּ֣אוּ\׀ב֣או\בָּאוּ\׀באו\Ba.'uthey have comeH0935G\H9015HVqp3cp
יְמֵ֣יימ֣ייְמֵיימיye.Mei[the] days ofH3117GHNcmpc
הַ/פְּקֻדָּ֗הה/פקד֗ההַ/פְּקֻדָּהה/פקדהha./pe.ku.Dah<the>/ punishmentH9009H6486HTd+Ncfsa
בָּ֚אוּב֚אובָּאוּבאוBa.'uthey have comeH0935GHVqp3cp
יְמֵ֣יימ֣ייְמֵיימיye.Mei[the] days ofH3117GHNcmpc
הַ/שִׁלֻּ֔םה/של֔םהַ/שִׁלֻּםה/שלםha./shi.Lum<the>/ retributionH9009H7966HTd+Ncmsa
יֵדְע֖וּידע֖ויֵדְעוּידעוye.de.'Ulet them knowH3045HVqi3mp
יִשְׂרָאֵ֑לישרא֑ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
אֱוִ֣ילאו֣ילאֱוִילאויל'e.Vil[is] a foolH0191HAamsa
הַ/נָּבִ֗יאה/נב֗יאהַ/נָּבִיאה/נביאha./na.Vi'the/ prophetH9009H5030HTd+Ncmsa
מְשֻׁגָּע֙משגע֙מְשֻׁגָּעמשגעme.shu.Ga'[is] madH7696HVPsmsa
אִ֣ישׁא֣ישאִישׁאיש'ish[the] person ofH0376GHNcmsc
הָ/ר֔וּחַה/ר֔וחהָ/רוּחַה/רוחha./Ru.achthe/ spiritH9009H7307GHTd+Ncfsa
עַ֚לע֚לעַלעל'alonH5921AHR
רֹ֣בר֣ברֹברבro[the] greatness ofH7230HNcmsc
עֲוֹנְ/ךָ֔עונ/ך֔עֲוֹנְ/ךָעונ/ך'a.vo.ne./Khainiquity/ yourH5771GH9021HNcmsc+Sp2ms
וְ/רַבָּ֖הו/רב֖הוְ/רַבָּהו/רבהve./ra.Bahand/ greatH9002H7227AHC+Aafsa
מַשְׂטֵמָֽה\׃משטמה\מַשְׂטֵמָֽה\׃משטמה\mas.te.MahanimosityH4895\H9016HNcfsa
  1. gewaar worden; Of, weten, bekennen; dat is, alsdan daaraan gedenken en bevinden dat hun de waarheid gezegd is en dat hun valse profeten hen bedrogen hebben. Waarvan in het volgende.
  2. profeet is een dwaas, De valse profeten, die aan het volk vrede en voorspoed profeteren.
  3. man des geestes is onzinnig; De profeet, die zich valselijk beroemt van Gods Geest gedreven te worden, of geestelijke gezichten en openbaringen van God te hebben; vergelijk Eze 13:3 . Hier zegt God zelf van de valse profeten hetgeen de verleiders en wereldse mensen ten onrechte plegen te zeggen van God ware profeten; zie 2Ki 9:11 , en Jer 29:26 , enz. Anders: de man des winds; dat is, die met ijdelheid en leugen omgaat. Vergelijk Mic 2:11 .
  4. haat ook groot Dit kan men verstaan van Efraïms groten haat of wederstand, wreveligheid, wederspannigheid tegen God en zijn heilig woord, of van Gods haat, die tegen Efraïm groot is, dien Hij betonen zal in de voorgemelde dagen der bezoeking en vergelding, en waaruit ook voortkomt dat Hij hen straft door valse profeten.

8 De wachter van Efraïm is met mijn God, maar de profeet is een vogelvangersstrik, op al zijn wegen, een haat in het huis zijns Gods.123456

Original Hebrew

צֹפֶ֥הצפ֥הצֹפֶהצפהtzo.Peh[was] a watchmanH6822HVqrmsa
אֶפְרַ֖יִםאפר֖יםאֶפְרַיִםאפרים'ef.Ra.yimEphraimH0669GHNpm
עִם\־עם\עִם\־עם\'im-withH5973A\H9014HR
אֱלֹהָ֑/יאלה֑/יאֱלֹהָ/יאלה/י'e.lo.Ha/iGod/ myH0430GH9020HNcmpc+Sp1bs
נָבִ֞יאנב֞יאנָבִיאנביאna.Vi'a prophetH5030HNcmsa
פַּ֤חפ֤חפַּחפחpacha trap ofH6341AHNcmsc
יָקוֹשׁ֙יקוש֙יָקוֹשׁיקושya.ko.Vosha fowlerH3352HNcmsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-[is] onH5921A\H9014HR
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
דְּרָכָ֔י/ודרכ֔י/ודְּרָכָי/ודרכי/וde.ra.Kha/vways/ hisH1870LH9023HNcmpc+Sp3ms
מַשְׂטֵמָ֖המשטמ֖המַשְׂטֵמָהמשטמהmas.te.MahanimosityH4895HNcfsa
בְּ/בֵ֥יתב/ב֥יתבְּ/בֵיתב/ביתbe./Veit[is] in/ [the] house ofH9003H1004QHR+Ncmsc
אֱלֹהָֽי/ו\׃אלהי/ו\אֱלֹהָֽי/ו\׃אלהי/ו\'e.lo.Ha/vGod/ hisH0430GH9023\H9016HNcmpc+Sp3ms
  1. De wachter van Efraïm De ware profeten, die God onder de tien stammen heeft verwekt, houden bestendiglijk en vast aan mijnen God en zijn reinen dienst; gelijk Elia, Elisa en anderen gedaan hebben, en ik ook doe. Zie van dezen titel der profeten Eze 3:17 , en vergelijk wijders Jer 12:3 , en onder Hos 12:1 ; idem de manier van spreken, met God te wandelen, Gen 5:22 . Zie de aantekening aldaar. Anders: Is er een wachter Efraïms met mijnen God, de profeet is een vogelvangers strik op al deszelfs wegen. Anders: Efraïms wachter [behoorde] met mijnen God [te zijn], maar, enz. Anders: hij [de valse profeet, waarvan in vs.7] houdt wacht tegen Efraïm [die] met mijnen God [is]; dat is, hij loert op de Israëlieten, die het met God en zijn reinen godsdienst nog houden. Zie 1Ki 19:18 , waarop het volgende ook niet kwalijk past. Vergelijk boven Hos 5:1-2 en de aantekening aldaar.
  2. profeet Versta, de valse profeten, waarvan in het voorgaande is gesproken.
  3. vogelvangersstrik, Dit kan men duiden op het geestelijk vangen en verstrikken der zielen, en van het lichamelijk loeren, betrappen, vangen en moorden der vromen, gelijk in de voorgaande aantekening is vermeld.
  4. zijn wegen, Op alle straten en wegen in Israël; of, in al zijn eigen doen en handel is de valse profeet niets anders dan een strik, enz.
  5. haat Die met recht van God en alle vromen gehaat is, en niet dan Gods haat tegen Israël [boven Hos 8:1 , genoemd des Heeren huis ] door al zijne verleiding en goddelozen handel verwekt en veroorzaakt.
  6. zijns Gods Efraïm, of des getrouwen wachters, van wien in het begin van vs.8 gesproken is.

9 Zij hebben zich zeer diep verdorven, als in de dagen van Gibea; Hij zal hunner ongerechtigheid gedenken, Hij zal hun zonden bezoeken.123

Original Hebrew

הֶעְמִֽיקוּ\־העמיקו\הֶעְמִֽיקוּ\־העמיקו\he'.mi.ku-they have made deepH6009\H9014HVhp3cp
שִׁחֵ֖תוּשח֖תושִׁחֵתוּשחתוshi.Che.tuthey have dealt corruptlyH7843HVpp3cp
כִּ/ימֵ֣יכ/ימ֣יכִּ/ימֵיכ/ימיki./Meilike/ [the] days ofH9004H3117GHR+Ncmpc
הַ/גִּבְעָ֑הה/גבע֑ההַ/גִּבְעָהה/גבעהha./giv.'Ah<the>/ GibeahH9009H1390HHTd+Npl
יִזְכּ֣וֹריזכ֣וריִזְכּוֹריזכורyiz.Korhe will rememberH2142HVqi3ms
עֲוֹנָ֔/םעונ֔/םעֲוֹנָ/םעונ/ם'a.vo.Na/miniquity/ theirH5771GH9028HNcmsc+Sp3mp
יִפְק֖וֹדיפק֖ודיִפְקוֹדיפקודyif.Kodhe will punishH6485HHVqi3ms
חַטֹּאותָֽ/ם\׃\ \סחטאות/ם\\ \סחַטֹּאותָֽ/ם\׃\ \סחטאות/ם\\ \סcha.to.Ta/msins/ theirH2403BH9028\H9016\ \H9018HNcfpc+Sp3mp
  1. zeer diep verdorven, Hebreeuws, zij hebben verdiept, zij hebben verdorven; zie van zulke samenvoeging van twee woorden Psa 45:5 , en van het Hebreeuwse woord boven Hos 5:2 .
  2. Gibea; Gelijk die van Benjamin te Gibea tot gruwelijke boosheid vervallen waren, en een iegelijk in Israël deed wat hij wilde; zie de historie, Jdg 19 , en vergelijk onder Hos 10:9 .
  3. gedenken, Gelijk boven Hos 8:13 , zie aldaar.

10 Ik vond Israël als druiven in de woestijn, Ik zag uw vaderen als de eerste vrucht aan den vijgeboom in haar beginsel; maar zij gingen in tot Baäl-peor, en zonderden zich af tot die schaamte, en werden gans verfoeilijk naar hun boelerij.12345

Original Hebrew

כַּ/עֲנָבִ֣יםכ/ענב֣יםכַּ/עֲנָבִיםכ/ענביםka./'a.na.Vimlike/ grapesH9004H6025HR+Ncmpa
בַּ/מִּדְבָּ֗רב/מדב֗רבַּ/מִּדְבָּרב/מדברba./mid.Barin the/ wildernessH9003H4057BHRd+Ncmsa
מָצָ֙אתִי֙מצ֙אתי֙מָצָאתִימצאתיma.Tza.tiI foundH4672HVqp1cs
יִשְׂרָאֵ֔לישרא֔ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
כְּ/בִכּוּרָ֤הכ/בכור֤הכְּ/בִכּוּרָהכ/בכורהke./vi.ku.Rahlike/ early fig[s]H9004H1063HR+Ncfsa
בִ/תְאֵנָה֙ב/תאנה֙בִ/תְאֵנָהב/תאנהvi/t.'e.Nahon/ a fig treeH9003H8384HR+Ncfsa
בְּ/רֵ֣אשִׁיתָ֔/הּב/ר֣אשית֔/הבְּ/רֵאשִׁיתָ/הּב/ראשית/הbe./Re.shi.Ta/hat/ beginning/ itsH9003H7225GH9024HR+Ncfsc+Sp3fs
רָאִ֖יתִירא֖יתירָאִיתִיראיתיra.'I.tiI sawH7200GHVqp1cs
אֲבֽוֹתֵי/כֶ֑םאבותי/כ֑םאֲבֽוֹתֵי/כֶםאבותי/כם'a.vo.tei./Khemancestors/ yourH0001GH9026HNcfpc+Sp2mp
הֵ֜מָּהה֜מההֵמָּההמהHe.mahtheyH1992HPp3mp
בָּ֣אוּב֣אובָּאוּבאוBa.'uthey cameH0935GHVqp3cp
בַֽעַל\־בעל\בַֽעַל\־בעל\va.'al-BaalH1187\H9014HNpt
פְּע֗וֹרפע֗ורפְּעוֹרפעורpe.'orPeorH1187HNpt
וַ/יִּנָּֽזְרוּ֙ו/ינזרו֙וַ/יִּנָּֽזְרוּו/ינזרוva/i.yi.na.ze.Ruand/ they devoted themselvesH9001H5144AHc+VNw3mp
לַ/בֹּ֔שֶׁתל/ב֔שתלַ/בֹּשֶׁתל/בשתla./Bo.shetto <the>/ shameH9005H1322HRd+Ncfsa
וַ/יִּהְי֥וּו/יהי֥ווַ/יִּהְיוּו/יהיוva/i.yih.Yuand/ they wereH9001H1961Hc+Vqw3mp
שִׁקּוּצִ֖יםשקוצ֖יםשִׁקּוּצִיםשקוציםshi.ku.Tzimdetestable thingsH8251HNcmpa
כְּ/אָהֳבָֽ/ם\׃כ/אהב/ם\כְּ/אָהֳבָֽ/ם\׃כ/אהב/ם\ke./'o.ho.Va/mas/ loved/ theyH9004H0157GH9048\H9016HR+Vqcc+Sp3mp
  1. druiven in de woestijn, Dat is, toen Ik Israël eerst tot mijn volk aannam, waren zij mij zo aangenaam als een wandelaar druiven zijn, die hij vindt in een woestijn, en zo zoet als de eerste rijpe vijgen aan den vijgeboom; vergelijk Mic 7:1 .
  2. Baäl-peor, Der Moabieten afgod, om met hem geestelijk overspel of hoererij te bedrijven, waarop de lichamelijke ontucht gevolgd is. Zie Num 25:1-3 , enz. en de navolging van dit voorbeeld hunner voorvaders; 1Ki 18:31-32 , enz.
  3. zonderden zich af Met een bijzondere afgodische voorbereiding tot den religieusen dienst van dezen afgod. Het Hebreeuwse woord is hetzelfde, waarvan de nazireërs, dat is de afgezonderden, hun naam hadden; zie Num 6:2 , enz.
  4. schaamte, Dien schandelijken afgod Baäl; zie Jer 3:24-25 .
  5. gans verfoeilijk naar hun boelerij Hebreeuws, verfoeiselen, of verfoeilijkheden. Anders: daar waren verfoeilijkheden naar hunne begeerte. Alle verfoeilijkheden gingen daar in zwang, naar hunnen wil en lust, naar dat hun vuile lust en wens opgaf. Sommigen nemen het alsof God tegen elkander stelde, dat zij bij Hem daardoor zo verfoeilijk werden als Hij hen tevoren zeer bemind had.

11 Aangaande Efraïm, hunlieder heerlijkheid zal wegvlieden als een vogel; van de geboorte, en van moeders buik, en van de ontvangenis af.1234

Original Hebrew

אֶפְרַ֕יִםאפר֕יםאֶפְרַיִםאפרים'ef.Ra.yimEphraimH0669GHNpm
כָּ/ע֖וֹףכ/ע֖וףכָּ/עוֹףכ/עוףka./'oflike <the>/ birdH9004H5775HRd+Ncmsa
יִתְעוֹפֵ֣ףיתעופ֣ףיִתְעוֹפֵףיתעופףyit.'o.Fefit will fly awayH5774AHVti3ms
כְּבוֹדָ֑/םכבוד֑/םכְּבוֹדָ/םכבוד/םke.vo.Da/mglory/ theirH3519H9028HNcmsc+Sp3mp
מִ/לֵּדָ֥המ/לד֥המִ/לֵּדָהמ/לדהmi./le.Dahfrom/ child bearingH9006H3205HR+Ncfsa
וּ/מִ/בֶּ֖טֶןו/מ/ב֖טןוּ/מִ/בֶּטֶןו/מ/בטןu./mi./Be.tenand/ from/ wombH9002H9006H0990HHC+R+Ncfsa
וּ/מֵ/הֵרָיֽוֹן\׃ו/מ/הריון\וּ/מֵ/הֵרָיֽוֹן\׃ו/מ/הריון\u./me./he.ra.Yonand/ from/ conceptionH9002H9006H2032\H9016HC+R+Ncmsa
  1. heerlijkheid Dat is, hun koninkrijk, gezegende staat, en voornamelijk de menigte hunner kinderen, waarmede zij versierd en verheerlijkt zijn, gelijk in het volgende verklaard wordt. Zie Psa 127:5 ; Pro 17:6 .
  2. wegvlieden als een vogel; Dat is, zij zullen snellijk daarvan beroofd worden, en dezelve zo weinig weder kunnen verkrijgen als een ontvlogen vogel.
  3. van de geboorte, Dat is, zo haast zij zullen geboren zijn, of terwijl zij gedragen worden, of zo haast zij zullen ontvangen zijn.
  4. moeders buik, Van de invoeging van dit woord, zie Jdg 13:5 , en Job 3:10 .

12 Ofschoon zij hun kinderen mochten groot maken, Ik zal er hen toch van beroven, dat zij onder de mensen niet zullen zijn; want ook, wee hun, als Ik van hen zal geweken zijn!1

Original Hebrew

כִּ֤יכ֤יכִּיכיkithatH3588BHTc
אִם\־אם\אִם\־אם\'im-exceptH0518B\H9014HTc
יְגַדְּלוּ֙יגדלו֙יְגַדְּלוּיגדלוye.ga.de.Luthey will bring upH1431HVpi3mp
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
בְּנֵי/הֶ֔םבני/ה֔םבְּנֵי/הֶםבני/הםbe.nei./Hemchildren/ theirH1121AH9028HNcmpc+Sp3mp
וְ/שִׁכַּלְתִּ֖י/םו/שכלת֖י/םוְ/שִׁכַּלְתִּי/םו/שכלתי/םve./shi.kal.Ti/mand/ I will bereave/ themH9001H7921AH9038Hc+Vpq1cs+Sp3mp
מֵֽ/אָדָ֑םמ/אד֑םמֵֽ/אָדָםמ/אדםme./'a.Damfrom/ everyoneH9006H0120GHR+Ncmsa
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
גַם\־גם\גַם\־גם\gam-alsoH1571\H9014HD
א֥וֹיא֥ויאוֹיאוי'owoe!H0188HTj
לָ/הֶ֖םל/ה֖םלָ/הֶםל/הםla./Hemto/ themH9005H9038HR+Sp3mp
בְּ/שׂוּרִ֥/יב/שור֥/יבְּ/שׂוּרִ/יב/שור/יbe./su.R/iwhen/ depart/ IH9003H5493HH9040HR+Vqcc+Sp1bs
מֵ/הֶֽם\׃מ/הם\מֵ/הֶֽם\׃מ/הם\me./Hemfrom/ themH9006H9038\H9016HR+Sp3mp
  1. dat zij onder de mensen Of, dat zij geen mensen zullen zijn, of dat hun geen mens overblijve. Vergelijk Pro 30:14 .

13 Efraïm is, gelijk als Ik Tyrus aanzag, die geplant is in een liefelijke woonplaats; maar Efraïm zal zijn kinderen moeten uitbrengen tot den doodslager.1234

Original Hebrew

אֶפְרַ֛יִםאפר֛יםאֶפְרַיִםאפרים'ef.Ra.yimEphraimH0669GHNpm
כַּ/אֲשֶׁר\־כ/אשר\כַּ/אֲשֶׁר\־כ/אשר\ka./'a.Sher-just/ asH9004H0834D\H9014HR+Tr
רָאִ֥יתִירא֥יתירָאִיתִיראיתיra.'I.tiI have seenH7200GHVqp1cs
לְ/צ֖וֹרל/צ֖ורלְ/צוֹרל/צורle./Tzorto/ TyreH9005H6865HR+Npl
שְׁתוּלָ֣השתול֣השְׁתוּלָהשתולהshe.tu.Lah[is] plantedH8362HVqsfsa
בְ/נָוֶ֑הב/נו֑הבְ/נָוֶהב/נוהve./na.Vehin/ pasturelandH9003H5116AHR+Ncmsa
וְ/אֶפְרַ֕יִםו/אפר֕יםוְ/אֶפְרַיִםו/אפריםve./'ef.Ra.yimand/ EphraimH9002H0669GHC+Npm
לְ/הוֹצִ֥יאל/הוצ֥יאלְ/הוֹצִיאל/הוציאle./ho.Tzi'to/ bring outH9005H3318HHR+Vhcc
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
הֹרֵ֖גהר֖גהֹרֵגהרגho.Reg[one who] killsH2026HVqrmsa
בָּנָֽי/ו\׃בני/ו\בָּנָֽי/ו\׃בני/ו\ba.Na/vchildren/ hisH1121AH9023\H9016HNcmpc+Sp3ms
  1. Tyrus aanzag, Hebreeuws, Tsor; zie van deze stad Jos 19:29 , en 1Ki 5:1 ; Jer 23 , Eze 27 .
  2. geplant is in een liefelijke woonplaats; Dit schijnt te zien op de vastigheid, lieflijkheid en voorspoed in deze beide vergeleken plaatsen.
  3. moeten uitbrengen Hebreeuws, alsof men zeide: [Is, of is gesteld, geschikt gereed] om uit te brengen, [vergelijk Isa 38:20 met de aantekening]; dat is, zal ze uit zijn schone woonplaatsen zelf moeten uitbrengen, enz.
  4. doodslager De Assyriërs, hunne vijanden; vergelijk Deu 28:41 , en Job 27:14 .

14 Geef hun, Heere! Wat zult Gij geven? Geef hun een misdragende baarmoeder, en uitdrogende borsten.12

Original Hebrew

תֵּן\־תן\תֵּן\־תן\ten-giveH5414G\H9014HVqv2ms
לָ/הֶ֥םל/ה֥םלָ/הֶםל/הםla./Hemto/ themH9005H9038HR+Sp3mp
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehO YahwehH3068GHNpt
מַה\־מה\מַה\־מה\mah-what?H4100\H9014HPi
תִּתֵּ֑ןתת֑ןתִּתֵּןתתןti.Tenwill you giveH5414GHVqi2ms
תֵּן\־תן\תֵּן\־תן\ten-giveH5414G\H9014HVqv2ms
לָ/הֶם֙ל/הם֙לָ/הֶםל/הםla./Hemto/ themH9005H9038HR+Sp3mp
רֶ֣חֶםר֣חםרֶחֶםרחםRe.chema wombH7358HNcmsa
מַשְׁכִּ֔ילמשכ֔ילמַשְׁכִּילמשכילmash.Kil[which] miscarryH7921AHVhrmsa
וְ/שָׁדַ֖יִםו/שד֖יםוְ/שָׁדַיִםו/שדיםve./sha.Da.yimand/ breastsH9002H7699AHC+Ncmda
צֹמְקִֽים\׃צמקים\צֹמְקִֽים\׃צמקים\tzo.me.Kim[which] dry upH6784\H9016HVqrmpa
  1. Geef hun, HEERE De profeet, zeer ontsteld en benauwd zijnde over deze verschrikkelijke aanstaande ellenden van het volk, weet niets anders van den Heere te begeren dan dat zij liever geen kinderen mochten hebben, dan dat die, groot gemaakt zijnde, van den vijand zouden vermoord worden. Vergelijk Luk 23:29 . Anders: geef hun wat Gij geven zult; dat is, zulks als hunne zonden verdienen en uwe gerechtigheid vereist.
  2. misdragende baarmoeder, Hebreeuws, van kinderen berovende.

15 Al hun boosheid is te Gilgal, want daar heb Ik ze gehaat, om de boosheid van hun handelingen; Ik zal ze uit Mijn huis uitdrijven, Ik zal ze voortaan niet meer liefhebben; al hun vorsten zijn afvalligen.12345

Original Hebrew

כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
רָעָתָ֤/םרעת֤/םרָעָתָ/םרעת/םra.'a.Ta/mwickedness/ theirH7451IH9028HNcfsc+Sp3mp
בַּ/גִּלְגָּל֙ב/גלגל֙בַּ/גִּלְגָּלב/גלגלba./gil.Gal[is] in <the>/ GilgalH9003H1537GHRd+Npl
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
שָׁ֣םש֣םשָׁםשםshamthereH8033GHD
שְׂנֵאתִ֔י/םשנאת֔י/םשְׂנֵאתִי/םשנאתי/םse.ne.Ti/mI hated/ themH8130H9038HVqp1cs+Sp3mp
עַ֚לע֚לעַלעל'alonH5921AHR
רֹ֣עַר֣ערֹעַרעRo.a'[the] wickedness ofH7455HNcmsc
מַֽעַלְלֵי/הֶ֔םמעללי/ה֔םמַֽעַלְלֵי/הֶםמעללי/הםma.'a.lei./Hemdeeds/ theirH4611H9028HNcmpc+Sp3mp
מִ/בֵּיתִ֖/ימ/בית֖/ימִ/בֵּיתִ/ימ/בית/יmi./bei.T/ifrom/ house/ myH9006H1004BH9020HR+Ncmsc+Sp1bs
אֲגָרְשֵׁ֑/םאגרש֑/םאֲגָרְשֵׁ/םאגרש/ם'a.ga.re.She/mI will drive out/ themH1644HH9038HVpi1cs+Sp3mp
לֹ֤אל֤אלֹאלאlo'notH3808HTn
אוֹסֵף֙אוסף֙אוֹסֵףאוסף'o.SefI will repeatH3254GHVhi1cs
אַהֲבָתָ֔/םאהבת֔/םאַהֲבָתָ/םאהבת/ם'a.ha.va.Ta/mto love/ themH0160H9028HVqcc+Sp3mp
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
שָׂרֵי/הֶ֖םשרי/ה֖םשָׂרֵי/הֶםשרי/הםsa.rei./Hemleaders/ theirH8269H9028HNcmpc+Sp3mp
סֹרְרִֽים\׃סררים\סֹרְרִֽים\׃סררים\so.re.Rim[are] rebelliousH5637\H9016HVqrmpa
  1. Al hun boosheid is te Gilgal, Dat is, de voornaamste afgoderij wordt aldaar bedreven, of, wat er overal van afgoderij in het land is, brengen zij daar tezamen; daar integendeel de gedachtenis der weldaden, die hun God eenmaal in deze plaats bewezen had, hen van alle afgoderij behoorde af te schrikken; zie boven Hos 4:15 , en onder Hos 12:12 .
  2. want daar heb Ik ze gehaat, Of, gewisselijk.
  3. huis uitdrijven, Dat is, uit mijn land, of uit mijn huisgezin, dat zij niet meer mijne kinderen noch knechten zullen zijn.
  4. voortaan niet meer liefhebben; Hebreeuws, niet toedoen, of voortvaren hen lief te hebben; dat is, Ik zal hun niet langer weldoen.
  5. afvalligen Of, wederstrevig, onbandig.

16 Efraïm is geslagen, hunlieder wortel is verdord, zij zullen geen vrucht voortbrengen; ja, ofschoon zij genereerden, zo zal Ik toch de gewenste vruchten van hun buik doden.123

Original Hebrew

הֻכָּ֣ההכ֣ההֻכָּההכהhu.Kahhe has been struckH5221HVHp3ms
אֶפְרַ֔יִםאפר֔יםאֶפְרַיִםאפרים'ef.Ra.yimEphraimH0669GHNpm
שָׁרְשָׁ֥/םשרש֥/םשָׁרְשָׁ/םשרש/םsha.re.Sha/mroot/ theirH8328H9028HNcmsc+Sp3mp
יָבֵ֖שׁיב֖שיָבֵשׁיבשya.Veshit has dried upH3001HVqp3ms
פְּרִ֣יפר֣יפְּרִיפריpe.RifruitH6529HNcmsa
בַֽלבלבַֽלבלve.li-notH1077HTn
יַעֲשׂ֑וּ/ןיעש֑ו/ןיַעֲשׂוּ/ןיעשו/ןya.'a.Su/nthey will produce/ !H6213HH9013HVqi3mp+Sn
גַּ֚םג֚םגַּםגםgamalsoH1571HD
כִּ֣יכ֣יכִּיכיkiifH3588AHTc
יֵֽלֵד֔וּ/ןילד֔ו/ןיֵֽלֵדוּ/ןילדו/ןye.le.Du/nthey [masc] will give birth/ !H3205H9013HVqi3mp+Sn
וְ/הֵמַתִּ֖יו/המת֖יוְ/הֵמַתִּיו/המתיve./he.ma.Tiand/ I will put to deathH9001H4191Hc+Vhq1cs
מַחֲמַדֵּ֥ימחמד֥ימַחֲמַדֵּימחמדיma.cha.ma.Dei[the] precious things ofH4261HNcmpc
בִטְנָֽ/ם\׃\ \סבטנ/ם\\ \סבִטְנָֽ/ם\׃\ \סבטנ/ם\\ \סvit.Na/m[masc] womb/ theirH0990HH9028\H9016\ \H9018HNcfsc+Sp3mp
  1. geslagen, Gelijk een kruid van de hitte der zon gelijk als geslagen of anderszins gekwetst wordt, dat het niet kan groeien noch bloeien; [vergelijk Psa 102:5 ] , alzo is Efraïm van boven [van God] geslagen, dat zijn wortel onder verdord is. Vergelijk Job 18:16 ; Amo 2:9 ; Jon 4:7 , en zie het tegendeel Job 29:19 .
  2. voortbrengen; Hebreeuws, maken, gelijk boven Hos 8:7 ; zie aldaar.
  3. gewenste vruchten Hebreeuws, de begeerten van hun buik; dat is, hun gewenste lijfsvruchten.

17 Mijn God zal ze verwerpen, omdat zij naar Hem niet horen; en zij zullen omzwervende zijn onder de heidenen.12

Original Hebrew

יִמְאָסֵ֣/םימאס֣/םיִמְאָסֵ/םימאס/םyim.'a.Se/mhe will reject/ themH3988AH9038HVqi3ms+Sp3mp
אֱלֹהַ֔/יאלה֔/יאֱלֹהַ/יאלה/י'e.lo.Ha/iGod/ myH0430GH9020HNcmpc+Sp1bs
כִּ֛יכ֛יכִּיכיkiforH3588AHTc
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
שָׁמְע֖וּשמע֖ושָׁמְעוּשמעוsha.me.'Uthey have listenedH8085GHVqp3cp
ל֑/וֹל֑/ול/וֹל/וl/oto/ himH9005H9033HR+Sp3ms
וְ/יִהְי֥וּו/יהי֥ווְ/יִהְיוּו/יהיוve./yih.Yuso/ they may beH9002H1961HC+Vqu3mp
נֹדְדִ֖יםנדד֖יםנֹדְדִיםנדדיםno.de.DimwanderersH5074HVqrmpa
בַּ/גּוֹיִֽם\׃\ \סב/גוים\\ \סבַּ/גּוֹיִֽם\׃\ \סב/גוים\\ \סba./go.Yimamong the/ nationsH9003H1471A\H9016\ \H9018HRd+Ncmpa
  1. Mijn God zal ze verwerpen, Wien ik dien, en aan wien ik mij houd, gelijk boven vs.8.
  2. omzwervende zijn onder de heidenen Vergelijk Gen 4:12 , Gen 4:14 ; 1Ki 14:15 ; Pro 27:8 , en boven Hos 7:13 .