reltext

Chapter 8

1 De bazuin aan uw mond; hij komt als een arend tegen het huis des Heeren; omdat zij Mijn verbond hebben overtreden, en zijn tegen Mijn wet afvallig geworden.123456

Original Hebrew

אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
חִכְּ/ךָ֣חכ/ך֣חִכְּ/ךָחכ/ךchi.ke./Khamouth/ yourH2441H9021HNcmsc+Sp2ms
שֹׁפָ֔רשפ֔רשֹׁפָרשפרsho.Fara hornH7782HNcmsa
כַּ/נֶּ֖שֶׁרכ/נ֖שרכַּ/נֶּשֶׁרכ/נשרka./Ne.sherlike <the>/ eagleH9004H5404HRd+Ncmsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-overH5921A\H9014HR
בֵּ֣יתב֣יתבֵּיתביתbeit[the] house ofH1004QHNcmsc
יְהוָ֑היהו֑היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
יַ֚עַןי֚עןיַעַןיעןYa.'anbecauseH3282HC
עָבְר֣וּעבר֣ועָבְרוּעברו'a.ve.Ruthey have transgressedH5674DHVqp3cp
בְרִיתִ֔/יברית֔/יבְרִיתִ/יברית/יve.ri.T/icovenant/ myH1285H9020HNcfsc+Sp1bs
וְ/עַל\־ו/על\וְ/עַל\־ו/על\ve./'al-and/ onH9002H5921A\H9014HC+R
תּוֹרָתִ֖/יתורת֖/יתּוֹרָתִ/יתורת/יto.ra.T/ilaw/ myH8451H9020HNcfsc+Sp1bs
פָּשָֽׁעוּ\׃פשעו\פָּשָֽׁעוּ\׃פשעו\pa.Sha.'uthey have rebelledH6586\H9016HVqp3cp
  1. bazuin aan uw Dit is een haastige en onvolkomen manier van spreken, die men pleegt te gebruiken in een onvoorzienen haastigen overval. Men kan dit nemen als woorden Gods tot den profeet, dien Hij gebiedt zijne stem als een bazuin te verheffen, vermits de ongevoeligheid en hardnekkigheid van het volk, gelijk Isa 58:1 , enz. Of, als ene afbeelding van den aanstaanden nood en aankomst van den vijand, wanneer men gewoon is alarm te maken; zie boven Hos 5:8 .
  2. mond; Hebreeuws, gehemelte.
  3. hij komt Te weten, de vijand, de koning van Assyrië.
  4. arend tegen Vergelijk Jer 48:40 , met de aantekening.
  5. huis des HEEREN; Te weten, Israël, of de tien stammen, [gelijk het volgende uitwijst] die dien naam mede voerden, en Gods volk wilden geacht zijn. Sommigen menen dat God hier van Juda spreekt, en verstaan den tempel van Jeruzalem, en door den vijand Nebukadnezar.
  6. afvallig geworden Zie boven Hos 7:13 .

2 Dan zullen zij tot Mij roepen: Mijn God! wij, Israël, kennen U.123

Original Hebrew

לִ֖/יל֖/ילִ/יל/יl/ito/ meH9005H9030HR+Sp1bs
יִזְעָ֑קוּיזע֑קויִזְעָקוּיזעקוyiz.'A.kuthey cry outH2199HVqi3mp
אֱלֹהַ֥/יאלה֥/יאֱלֹהַ/יאלה/י'e.lo.Ha/iO God/ myH0430GH9020HNcmpc+Sp1bs
יְֽדַעֲנ֖וּ/ךָידענ֖ו/ךיְֽדַעֲנוּ/ךָידענו/ךye.da.'a.Nu./khawe know/ youH3045H9031HVqp1cp+Sp2ms
יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\Yis.ra.'ElIsraelH3478\H9016HNpl
  1. zij tot Mij Te weten, die van Israël, gelijk het volgende verklaart.
  2. roepen Mijn God! Niet uit geloof en bekering, maar alleenlijk uit gevoel van de voorzegde en gedreigde ellende.
  3. wij, Israël, kennen U Wij voeren immers den naam van uw volk Israël, en hebben uw woord gehoord en doen belijdenis van uwen dienst; vergelijk Mat 7:21-22 ; Luk 13:26-27 . Anderen aldus: Wij kennen U, [wij zijn] Israël; in een zin.

3 Israël heeft het goede verstoten; de vijand zal hem vervolgen.12

Original Hebrew

זָנַ֥חזנ֥חזָנַחזנחza.Nachit has rejectedH2186AHVqp3ms
יִשְׂרָאֵ֖לישרא֖ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
ט֑וֹבט֑ובטוֹבטובTovgoodH2896BHAamsa
אוֹיֵ֖באוי֖באוֹיֵבאויב'o.Yevan enemyH0341HVqrmsa
יִרְדְּֽפ/וֹ\׃ירדפ/ו\יִרְדְּֽפ/וֹ\׃ירדפ/ו\yir.De.fo/vhe will pursue/ himH7291H9033\H9016HVqi3ms+Sp3ms
  1. goede verstoten; Al mijn heilzame leringen en vermaningen, welker navolging hun geestelijke en lichamelijke behoudenis zou geweest zijn.
  2. vijand zal hem vervolgen Van wien vs.1 gesproken is.

4 Zij hebben koningen gemaakt, maar niet uit Mij; zij hebben vorsten gesteld, maar Ik heb het niet gekend; van hun zilver en hun goud hebben zij voor zichzelven afgoden gemaakt, opdat zij uitgeroeid worden.12345

Original Hebrew

הֵ֤םה֤םהֵםהםhemtheyH1992HPp3mp
הִמְלִיכוּ֙המליכו֙הִמְלִיכוּהמליכוhim.li.Khuthey have made kingsH4427AHVhp3cp
וְ/לֹ֣או/ל֣אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
מִמֶּ֔/נִּיממ֔/נימִמֶּ/נִּיממ/ניmi.Me./nifrom/ meH4480AH9030HR+Sp1bs
הֵשִׂ֖ירוּהש֖ירוהֵשִׂירוּהשירוhe.Si.ruthey have installed leadersH7786HVhp3cp
וְ/לֹ֣או/ל֣אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
יָדָ֑עְתִּייד֑עתייָדָעְתִּיידעתיya.Da.'e.tiI knewH3045HVqp1cs
כַּסְפָּ֣/םכספ֣/םכַּסְפָּ/םכספ/םkas.Pa/msilver/ theirH3701GH9028HNcmsc+Sp3mp
וּ/זְהָבָ֗/םו/זהב֗/םוּ/זְהָבָ/םו/זהב/םu./ze.ha.Va/mand/ gold/ theirH9002H2091H9028HC+Ncmsc+Sp3mp
עָשׂ֤וּעש֤ועָשׂוּעשו'a.Suthey have madeH6213HHVqp3cp
לָ/הֶם֙ל/הם֙לָ/הֶםל/הםla./Hemfor <the>/ themselvesH9005H9038HRd+Sp3mp
עֲצַבִּ֔יםעצב֔יםעֲצַבִּיםעצבים'a.tza.BimidolsH6091HNcmpa
לְמַ֖עַןלמ֖עןלְמַעַןלמעןle.Ma.'anso thatH4616HTc
יִכָּרֵֽת\׃יכרת\יִכָּרֵֽת\׃יכרת\yi.ka.Retit may be cut offH3772I\H9016HVNj3ms
  1. uit Mij; Dat is, zonder mij in het opwerpen en maken van hunne koningen raad te vragen, of mijn bevel te verwachten; alhoewel anderszins de scheiding der tien stammen van Juda niet zonder Gods rechtvaardig bestuur en regering geschied is; zie 1Ki 11:31 , enz.; onder Hos 13:11 , en vergelijk Isa 30:1 , en Isa 54:15 .
  2. vorsten gesteld, De woorden koningen en vorsten, worden hier verwisseld, gelijk boven Hos 7:7 , Hos 7:16 .
  3. niet gekend; Niet dat den alwetenden God dit enigszins onbekend zou geweest zijn, maar deze manier van spreken wil zeggen dat God hun maken van koningen niet voor goed heeft gekend. Vergelijk Psa 1:6 , met de aantekening.
  4. afgoden gemaakt, Zie van het Hebreeuwse woord 2Sa 5:21 , en versta hier, de gouden kalven te Dan en Bethel en andere afgodische beelden, gelijk onder Hos 13:2 , en Hos 14:9 .
  5. opdat zij uitgeroeid worden Hebreeuws, opdat hij uitgeroeid werd; dat is, elkeen van hen, of Israël. de zin is dat zij door deze afgoderij hun eigen verderf hebben veroorzaakt. Vergelijk Jer 18:16 ; Mic 6:16 , met de aantekening.

5 Uw kalf, o Samaria! heeft u verstoten; Mijn toorn is tegen hen ontstoken; hoe lang zullen zij de reinigheid niet verdragen?1234

Original Hebrew

זָנַח֙זנח֙זָנַחזנחza.Nachhe has rejectedH2186AHVqp3ms
עֶגְלֵ֣/ךְעגל֣/ךעֶגְלֵ/ךְעגל/ך'eg.Le/khcalf/ yourH5695H9022HNcmsc+Sp2fs
שֹֽׁמְר֔וֹןשמר֔וןשֹֽׁמְרוֹןשמרוןsho.me.RonO SamariaH8111HNpl
חָרָ֥החר֥החָרָהחרהcha.Rahit has burnedH2734HVqp3ms
אַפִּ֖/יאפ֖/יאַפִּ/יאפ/י'a.P/ianger/ myH0639GH9020HNcmsc+Sp1bs
בָּ֑/םב֑/םבָּ/םב/םBa/mon/ themH9003H9038HR+Sp3mp
עַד\־עד\עַד\־עד\'ad-untilH5704\H9014HR
מָתַ֕ימת֕ימָתַימתיma.Taiwhen?H4970HTi
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
יוּכְל֖וּיוכל֖ויוּכְלוּיוכלוyu.khe.Luwill they be ableH3201HVqi3mp
נִקָּיֹֽן\׃נקין\נִקָּיֹֽן\׃נקין\ni.ka.YoninnocenceH5356A\H9016HNcmsa
  1. kalf, o Samaria Uw afgodische kalverdienst, die uwe koningen, o Samaria [die binnen u hun hof houden] gesticht en gevoed hebben.
  2. u verstoten; Te weten gij Israëlieten. De zin is, gelijk zij het goede van zich verstoten hebben, [boven vs.3,] zo zal het kwaad, dat zij verkoren hebben, te weten de afgoderij, hun uit hun land verstoten; dat is, de oorzaak daarvan zijn. Anders: uw kalf heeft [u] verlaten. Moetende zelf als in gevangenschap het land uitgevoerd worden. Zie onder Hos 10:6 . Of aldus, Hij [de Heere] heeft uw kalf, o Samaria, verstoten, gelijk gij zijn goed verstoten hebt, alzo verstoot Hij uw kwaad.
  3. reinigheid Vergelijk Jer 13:27 .
  4. verdragen? Of, vermogen. Het kan ook een afgebroken rede zijn, uit verdriet en toornigheid, aldus: Hoelang zullen zij gene reinheid kennen; te weten bekomen, doen, plegen?

6 Want dat is ook uit Israël; een werkmeester heeft het gemaakt, en het is geen God, maar het zal tot stukken worden, het kalf van Samaria.12

Original Hebrew

כִּ֤יכ֤יכִּיכיkiforH3588AHTc
מִ/יִּשְׂרָאֵל֙מ/ישראל֙מִ/יִּשְׂרָאֵלמ/ישראלmi./Yis.ra.'El[are] from/ IsraelH9006H3478HR+Npl
וְ/ה֔וּאו/ה֔ואוְ/הוּאו/הואve./Hu'and/ itH9002H1931HC+Pp3ms
חָרָ֣שׁחר֣שחָרָשׁחרשcha.Rasha craftsmanH2796HNcmsa
עָשָׂ֔/הוּעש֔/הועָשָׂ/הוּעש/הו'a.Sa./huhe made/ itH6213HH9033HVqp3ms+Sp3ms
וְ/לֹ֥או/ל֥אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
אֱלֹהִ֖יםאלה֖יםאֱלֹהִיםאלהים'E.lo.Him[is] GodH0430GHNcmpa
ה֑וּאה֑ואהוּאהואHu'itH1931HPp3ms
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
שְׁבָבִ֣יםשבב֣יםשְׁבָבִיםשבביםshe.va.VimfragmentsH7616HNcmpa
יִֽהְיֶ֔היהי֔היִֽהְיֶהיהיהyih.Yehit will becomeH1961HVqi3ms
עֵ֖גֶלע֖גלעֵגֶלעגל'E.gel[the] calf ofH5695HNcmsc
שֹׁמְרֽוֹן\׃שמרון\שֹׁמְרֽוֹן\׃שמרון\sho.me.RonSamariaH8111\H9016HNpl
  1. dat is ook uit Israël; Te weten, gouden kalf, [in het begin van het voorgaande en in het einde van dit vs. vermeld] is van Israël afgekomen, zij hebben het van mij niet geleerd, maar het is een vond en werk van hun eigen goddeloosheid, gelijk eertijds het kalf in de woestijn een vond geweest is van hunne voorvaders.
  2. stukken worden, Of, klein schaafsel, gruis, morsel. Dit schijnt te zien op de vermaling van het gouden kalf, Exo 32:20 , alsof God zeide: Wat een fijne god is dat, die zichzelven niet beter kan behouden.

7 Want zij hebben wind gezaaid, en zullen een wervelwind maaien; het zal geen staande koren hebben, het uitspruitsel zal geen meel maken; of het misschien maakte, vreemden zullen het verslinden.1234567

Original Hebrew

כִּ֛יכ֛יכִּיכיkiforH3588AHTc
ר֥וּחַר֥וחרוּחַרוחRu.acha windH7307HHNcfsa
יִזְרָ֖עוּיזר֖עויִזְרָעוּיזרעוyiz.Ra.'uthey sowH2232HVqi3mp
וְ/סוּפָ֣תָ/הו/סופ֣ת/הוְ/סוּפָתָ/הו/סופת/הve./su.Fa.ta/hand/ a storm-wind/ <towards>H9002H5492AH9011HC+Ncfsa+Sd
יִקְצֹ֑רוּיקצ֑רויִקְצֹרוּיקצרוyik.Tzo.ruthey will reapH7114BHVqi3mp
קָמָ֣הקמ֣הקָמָהקמהka.Mahstanding grainH7054HNcfsa
אֵֽין\־אין\אֵֽין\־אין\'ein-notH0369\H9014HNcmsc
ל֗/וֹל֗/ול/וֹל/וl/o[belongs] to/ itH9005H9033HR+Sp3ms
צֶ֚מַחצ֚מחצֶמַחצמחTze.machgrowthH6780HNcmsa
בְּלִ֣יבל֣יבְּלִיבליbe.LinotH1097HNcmsa
יַֽעֲשֶׂה\־יעשה\יַֽעֲשֶׂה\־יעשה\ya.'a.seh-it will produceH6213A\H9014HVqi3ms
קֶּ֔מַחק֔מחקֶּמַחקמחKe.machflourH7058HNcmsa
אוּלַ֣יאול֣יאוּלַיאולי'u.LaiperhapsH0194HD
יַֽעֲשֶׂ֔היעש֔היַֽעֲשֶׂהיעשהya.'a.Sehit will produceH6213AHVqi3ms
זָרִ֖יםזר֖יםזָרִיםזריםza.RimstrangersH2114AHAampa
יִבְלָעֻֽ/הוּ\׃יבלע/הו\יִבְלָעֻֽ/הוּ\׃יבלע/הו\yiv.la.'U./huthey will swallow/ itH1104H9033\H9016HVqi3mp+Sp3ms
  1. wind gezaaid, Dat is, afgoderij en heidense verbonden hebben zij nagejaagd, dies zullen zij de vrucht hunner werken genieten; zodanig hun doen is, zodanige straf zal er op volgen. Vergelijk Job 4:8 , met de aantekening en onder Hos 12:2 .
  2. wervelwind maaien; Dat is, Gods schrikkelijke en onvermijdelijke lagen. Zie Job 9:17 ; Psa 83:16 ; Pro 1:27 ; Jer 4:13 ; Amo 1:14 , met de aantekening.
  3. het zal geen staande koren hebben, Te weten zaad, of hij, te weten Israël. Gelijk zij met ijdelheid hebben omgegaan, alzo zal al hun arbeid ijdel zijn, of niets voortbrengen; of, wat er van moge voortkomen, zal voor den vijand zijn.
  4. uitspruitsel Of, gewas, zonder iets van voortkomt.
  5. maken; Dat is, geven, daar zal geen meel van komen, en zo in het volgende, en onder Hos 9:16 ; zie Psa 1:3 .
  6. vreemden Of, uitlandse, dat is heidense vijanden.
  7. verslinden Dat is, zal zekerlijk van de vijanden verteerd worden, waarvan de beginselen klaar zijn.

8 Israël is verslonden; nu zijn zij onder de heidenen geworden, gelijk een vat, waar men geen lust toe heeft.12

Original Hebrew

נִבְלַ֖ענבל֖ענִבְלַענבלעniv.La'it will be swallowedH1104HVNp3ms
יִשְׂרָאֵ֑לישרא֑ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
עַתָּה֙עתה֙עַתָּהעתה'a.TahnowH6258HD
הָי֣וּהי֣והָיוּהיוha.Yuthey areH1961HVqp3cp
בַ/גּוֹיִ֔םב/גוי֔םבַ/גּוֹיִםב/גויםva./go.Yimamong the/ nationsH9003H1471AHRd+Ncmpa
כִּ/כְלִ֖יכ/כל֖יכִּ/כְלִיכ/כליki/kh.Lilike/ a vesselH9004H3627HR+Ncmsa
אֵֽין\־אין\אֵֽין\־אין\'ein-[which] there notH0369\H9014HNcmsc
חֵ֥פֶץח֥פץחֵפֶץחפץChe.fetz[is] pleasureH2656HNcmsa
בּֽ/וֹ\׃ב/ו\בּֽ/וֹ\׃ב/ו\b/oin/ itH9003H9033\H9016HR+Sp3ms
  1. nu zijn zij onder de heidenen geworden, Zij zijn alrede veracht bij de omliggende heidenen, en zullen het al haast nog meer worden. Vergelijk vs.10.
  2. vat, Gelijk Jer 22:28 . Zie aldaar; idem Psa 31:13 , en vergelijk Isa 30:14 .

9 Want zij zijn opgetogen naar Assur, een woudezel, die alleen voor zichzelven is; die van Efraïm hebben boelen om hoerenloon gehuurd.123

Original Hebrew

כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
הֵ֙מָּה֙ה֙מה֙הֵמָּההמהhe.mahtheyH1992HPp3mp
עָל֣וּעל֣ועָלוּעלו'a.Luthey have gone upH5927GHVqp3cp
אַשּׁ֔וּראש֔וראַשּׁוּראשור'a.ShurAssyriaH0804GHNpl
פֶּ֖רֶאפ֖ראפֶּרֶאפראPe.re'a wild donkeyH6501HNcmsa
בּוֹדֵ֣דבוד֣דבּוֹדֵדבודדbo.DedisolatedH0909HVqrmsa
ל֑/וֹל֑/ול/וֹל/וl/oto/ itselfH9005H9033HR+Sp3ms
אֶפְרַ֖יִםאפר֖יםאֶפְרַיִםאפרים'ef.Ra.yimEphraimH0669GHNpm
הִתְנ֥וּהתנ֥והִתְנוּהתנוhit.Nuthey have hiredH8566HVhp3cp
אֲהָבִֽיםאהביםאֲהָבִֽיםאהבים'a.ha.VimloversH0158HNcmpa
  1. Assur, Om hun staat door gunst en hulp van den koning van Assyrië te bevestigen. Zie 2Ki 15:19-20 .
  2. woudezel, Dat is, wilden, wreden en onbeleefden, rovende voor zichzelven, niet zoekende dan zijn eigen voordeel, om een ander zich niet bekommerende; zie Job 24:5 , en Job 39:8 . Sommigen duiden het op Israël, overal om hulp en verbond lopende, als een onbetemde wilde woudezel, die overal op de lucht gaat en dommelijk voeder zoekt, doch dikwijls niet vindt, en zelf anderen ten roof wordt. Vergelijk Jer 2:24 .
  3. boelen om hoerenloon gehuurd Dat is, helpers en bondgenoten, verlatende hun rechten man, Heere en bondgenoot, namelijk God. Hebreeuws, liefden, minnen, of boelerijen; dat is, boelen, minnaars; zie Job 35:13 , en Jer 27:9 .

10 Dewijl zij dan onder de heidenen boelen om hoerenloon gehuurd hebben, zo zal Ik die nu ook verzamelen; ja, zij hebben al een weinig begonnen, vanwege den last van den koning der vorsten.12345

Original Hebrew

גַּ֛םג֛םגַּםגםgamalsoH1571HD
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
יִתְנ֥וּיתנ֥ויִתְנוּיתנוyit.Nuthey will hireH8566HVqi3mp
בַ/גּוֹיִ֖םב/גוי֖םבַ/גּוֹיִםב/גויםva./go.Yimamong the/ nationsH9003H1471AHRd+Ncmpa
עַתָּ֣העת֣העַתָּהעתה'a.TahnowH6258HD
אֲקַבְּצֵ֑/םאקבצ֑/םאֲקַבְּצֵ/םאקבצ/ם'a.ka.be.Tze/mI will gather/ themH6908H9038HVpi1cs+Sp3mp
וַ/יָּחֵ֣לּוּו/יח֣לווַ/יָּחֵלּוּו/יחלוva/i.ya.Che.luand/ they have begunH9001H2490CHc+Vhw3mp
מְּעָ֔טמע֔טמְּעָטמעטme.'Ata fewH4592HNcmsa
מִ/מַּשָּׂ֖אמ/מש֖אמִ/מַּשָּׂאמ/משאmi./ma.Sa'from/ [the] burden ofH9006H4853AHR+Ncmsc
מֶ֥לֶךְמ֥לךמֶלֶךְמלךMe.lekha kingH4428GHNcmsa
שָׂרִֽים\׃שרים\שָׂרִֽים\׃שרים\sa.RimprincesH8269\H9016HNcmpa
  1. Dewijl zij dan Of, schoon zij, hoewel zij, maar ofschoon zij, enz., zo zal Ik hen [toch] verzamelen, enz., gelijk de Hebreeuwse woorden genomen zijn, onder Hos 9:16 . Alsof de Heere zeide: Zij mogen zoveel helpers huren als zij willen, het zal hun toch niet helpen.
  2. die nu ook verzamelen; Die heidense helpers, die zij gehuurd hebben, zal Ik tegen henzelven verzamelen om inplaats van hulp, hen te bederven; vergelijk Eze 16:37 . Anders: Ik zal hen [de Israëlieten] verzamelen, te weten om hun den vijanden over te geven en het land uit te drijven, gelijk dit woord somtijds ook voor verzamelen ter straf gebruikt wordt; zie Psa 26:9 .
  3. zij hebben al een weinig begonnen, De boelen, die zij gezocht en gehuurd hebben, tot hunne hulp, hebben hen al begonnen te plagen, doch dat is maar een weinig ten aanzien van de rest, die volgen zal. Anders: dat zij weinig smart zullen hebben van, enz.; dat is, het volgende lijden zal zo groot zijn, dat zij weinig gedenken zullen aan dezen last.
  4. last van den koning Dat is, de belasting, die de koning van Assyrië Israël had opgelegd; zie 2Ki 15:19-20 , en 2Ki 17:3 .
  5. der vorsten Van den groten koning van Assyrië, die vele vorsten en prinsen onder zich heeft; vergelijk 2Ki 18:19 , 2Ki 18:24 ; Isa 10:8 ; Eze 31 .

11 Omdat Efraïm de altaren vermenigvuldigd heeft tot zondigen, zo zijn hem de altaren geworden tot zondigen.1

Original Hebrew

כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
הִרְבָּ֥ההרב֥ההִרְבָּההרבהhir.Bahhe has multipliedH7235AHVhp3ms
אֶפְרַ֛יִםאפר֛יםאֶפְרַיִםאפרים'ef.Ra.yimEphraimH0669GHNpm
מִזְבְּחֹ֖תמזבח֖תמִזְבְּחֹתמזבחתmiz.be.ChotaltarsH4196HNcfpa
לַ/חֲטֹ֑אל/חט֑אלַ/חֲטֹאל/חטאla./cha.To'for/ sinningH9005H2398HR+Vqcc
הָיוּ\־היו\הָיוּ\־היו\ha.yu-they have becomeH1961\H9014HVqp3cp
ל֥/וֹל֥/ול/וֹל/וl/oto/ himH9005H9033HR+Sp3ms
מִזְבְּח֖וֹתמזבח֖ותמִזְבְּחוֹתמזבחותmiz.be.ChotaltarsH4196HNcfpa
לַ/חֲטֹֽא\׃ל/חטא\לַ/חֲטֹֽא\׃ל/חטא\la./cha.To'for/ sinningH9005H2398\H9016HR+Vqcc
  1. vermenigvuldigd heeft tot zondigen, Dewijl zij enkel de gruwelijke zonde der afgoderij hebben willen bedrijven, zonder maat en einde, zo zal Ik hen ook daarin laten voortgaan, en alzo zonde op zonde doen hopen, tot hun rechtvaardige straf; of, Ik zal hen onder de heidenen wegvoeren, waar zij dan de afgodische altaren genoeg of de volheid zullen hebben, en tot allerlei afgoderij gedwongen worden. Zie Jer 5:19 , en onder Hos 9:3 , en van het woord zonde, in zake van afgoderij, 1Ki 12:30 , en 1Ki 13:34 met de aantekening en 1Ki 14:16 , en 1Ki 15:30 , 1Ki 15:34 , en 1Ki 16:2 .

12 Ik schrijf hem de voortreffelijkheden Mijner wet voor; maar die zijn geacht als wat vreemds.1234

Original Hebrew

אֶ֨כְתָּבא֨כתבאֶכְתָּבאכתב'e.kh.tov-I wroteH3789HVqi1cs
ל֔/וֹל֔/ול/וֹל/וl/ofor/ himH9005H3789HR+Sp3ms
רֻבֵּ֖ירב֖ירֻבֵּירביri.bov[the] numerous things ofH7230HNcmpc
תּֽוֹרָתִ֑/יתורת֑/יתּֽוֹרָתִ/יתורת/יto.ra.T/ilaw/ myH8451H9020HNcfsc+Sp1bs
כְּמוֹ\־כמו\כְּמוֹ\־כמו\ke.mov-likeH3644G\H9014HR
זָ֖רז֖רזָרזרzara strange [thing]H2114AHAamsa
נֶחְשָֽׁבוּ\׃נחשבו\נֶחְשָֽׁבוּ\׃נחשבו\nech.Sha.vuthey are regardedH2803H\H9016HVNp3cp
  1. voortreffelijkheden Dat is, de uitnemende, grote, heerlijke en voortreffelijke leringen van mijn woord heb Ik hun niet alleen mondelijk, maar ook schriftelijk in overvloed laten voordragen, door onderhouding van welke zij groot en machtig zouden worden. Vergelijk Isa 42:21 .
  2. wet voor; Of, leer; zie Psa 1:2 .
  3. die zijn geacht Voortreffelijke leringen van mijn woord.
  4. vreemds Zij verwerpen ze, alsof al mijne leringen hen in het minst niet aangingen, of zij daarmede niet te doen hadden; wat hunzelven lust, wat zij zelf verzinnen en bedenken, of van de heidenen aannemen, dat alleen behaagt hun.

13 Aangaande de offeranden Mijner gaven, zij offeren vlees, en eten het, maar de Heere heeft aan hen geen welgevallen. Nu zal Hij hunner ongerechtigheid gedenken, en hun zonden bezoeken; zij zullen weder in Egypte keren.1234567

Original Hebrew

זִבְחֵ֣יזבח֣יזִבְחֵיזבחיziv.Chei[the] sacrifices ofH2077HNcmpc
הַבְהָבַ֗/יהבהב֗/יהַבְהָבַ/יהבהב/יhav.ha.Va/igifts/ myH1890H9020HNcmsc+Sp1ms
יִזְבְּח֤וּיזבח֤ויִזְבְּחוּיזבחוyiz.be.Chuthey sacrificeH2076HVqi3mp
בָשָׂר֙בשר֙בָשָׂרבשרva.SarfleshH1320HNcmsa
וַ/יֹּאכֵ֔לוּו/יאכ֔לווַ/יֹּאכֵלוּו/יאכלוva/i.yo.Khe.luand/ they ate [it]H9001H0398Hc+Vqw3mp
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
לֹ֣אל֣אלֹאלאlo'notH3808HTn
רָצָ֑/םרצ֑/םרָצָ/םרצ/םra.Tza/mhe is pleased with/ themH7521H9038HVqp3ms+Sp3mp
עַתָּ֞העת֞העַתָּהעתה'a.TahnowH6258HD
יִזְכֹּ֤ריזכ֤ריִזְכֹּריזכרyiz.Korhe will rememberH2142HVqi3ms
עֲוֹנָ/ם֙עונ/ם֙עֲוֹנָ/םעונ/ם'a.vo.Na/miniquity/ theirH5771GH9028HNcmsc+Sp3mp
וְ/יִפְקֹ֣דו/יפק֣דוְ/יִפְקֹדו/יפקדve./yif.Kodso/ he may punishH9002H6485HHC+Vqu3ms
חַטֹּאותָ֔/םחטאות֔/םחַטֹּאותָ/םחטאות/םcha.to.Ta/msins/ theirH2403BH9028HNcfpc+Sp3mp
הֵ֖מָּהה֖מההֵמָּההמהHe.mahtheyH1992HPp3mp
מִצְרַ֥יִםמצר֥יםמִצְרַיִםמצריםmitz.Ra.yimEgyptH4714GHNpl
יָשֽׁוּבוּ\׃ישובו\יָשֽׁוּבוּ\׃ישובו\ya.Shu.vuthey will returnH7725G\H9016HVqi3mp
  1. Mijner gaven, Dat is, de vrijwillige dankoffers, die zij mij menen te offeren [van de gaven, die Ik hun in der waarheid gegeven heb,] om kwanswijs te betonen dat zij immers naar mij nog vragen en mij niet verachten.
  2. maar de HEERE Veranderende mijne offeranden in onheilige mestbanketten, zij zijn niet tot mijn dienst, maar voor hun mond en buik; vergelijk Jer 7:21 .
  3. aan hen geen Te weten, aan de offeraars, welker boosheid Hij gedenken wil, gelijk volgt. Anders: daaraan, of aan die; te weten offeranden. Vergelijk Eze 20:40 , en Eze 43:27 ; Amo 5:22 .
  4. welgevallen Want zij offeren niet ter plaatse, die van God daartoe is verordineerd, te weten binnen Jeruzalem in den tempel, maar tegen Gods gebod, waar het hun belieft, tot verachting Gods, en voorts zonder geloof en bekering.
  5. gedenken, Betonende zulks door straffen. Alzo Jer 14:10 , en onder Hos 9:9 ; zie Gen 8:1 , en zie het tegendeel Psa 79:8 ; Jer 31:34 ; Eze 18:22 , enz.
  6. bezoeken; Te weten met straffen; zie Gen 21:1 .
  7. Egypte keren Dat is, in Assyrië, waar zij behandeld zullen worden gelijk voormaals in Egypte, zij zullen weder gevoerd worden in een nieuw Egypte; vergelijk onder Hos 9:3 , naar Egypte, om met den Egyptenaar te handelen, verlatende den koning van Assyrië, die daarover verstoord zijnde, hen verderven zal. Zie 2Ki 17:3-5 ; [aldus zou men door hunne ongerechtigheid verstaan de meinedigheid en trouweloosheid begaan tegen den Assyriër; vergelijk Eze 21:23 , en Eze 29:16 ,] dan zullen er sommigen naar Egypte trekken om de verwoesting der Assyriërs te ontgaan; zie onder Hos 9:6 .

14 Want Israël heeft zijn Maker vergeten, en tempelen gebouwd, en Juda heeft vaste steden vermenigvuldigd; maar Ik zal een vuur zenden in zijn steden, dat zal haar paleizen verteren.12345

Original Hebrew

וַ/יִּשְׁכַּ֨חו/ישכ֨חוַ/יִּשְׁכַּחו/ישכחva/i.yish.Kachand/ he has forgottenH9001H7911Hc+Vqw3ms
יִשְׂרָאֵ֜לישרא֜ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
עֹשֵׂ֗/הוּעש֗/הועֹשֵׂ/הוּעש/הו'o.Se./humaker/ hisH6213HH9033HVqrmsc+Sp3ms
וַ/יִּ֙בֶן֙ו/י֙בן֙וַ/יִּבֶןו/יבןva/i.Yi.venand/ he has builtH9001H1129Hc+Vqw3ms
הֵֽיכָל֔וֹתהיכל֔ותהֵֽיכָלוֹתהיכלותhei.kha.LotpalacesH1964HHNcfpa
וִֽ/יהוּדָ֕הו/יהוד֕הוִֽ/יהוּדָהו/יהודהvi./hu.Dahand/ JudahH9002H3063GHC+Npl
הִרְבָּ֖ההרב֖ההִרְבָּההרבהhir.Bahhe has multipliedH7235AHVhp3ms
עָרִ֣יםער֣יםעָרִיםערים'a.RimcitiesH5892BHNcmpa
בְּצֻר֑וֹתבצר֑ותבְּצֻרוֹתבצרותbe.tzu.RotfortifiedH1219HAafpa
וְ/שִׁלַּחְתִּי\־ו/שלחתי\וְ/שִׁלַּחְתִּי\־ו/שלחתי\ve./shi.lach.ti-and/ I will sendH9001H7971G\H9014Hc+Vpq1cs
אֵ֣שׁא֣שאֵשׁאש'eshfireH0784HNcbsa
בְּ/עָרָ֔י/וב/ער֔י/ובְּ/עָרָי/וב/ערי/וbe./'a.Ra/von/ cities/ hisH9003H5892BH9023HR+Ncmpc+Sp3ms
וְ/אָכְלָ֖הו/אכל֖הוְ/אָכְלָהו/אכלהve./'a.khe.Lahand/ it will consumeH9001H0398Hc+Vqq3fs
אַרְמְנֹתֶֽי/הָ\׃\ \סארמנתי/ה\\ \סאַרְמְנֹתֶֽי/הָ\׃\ \סארמנתי/ה\\ \ס'ar.me.no.Tei./hafortresses/ hisH0759HH9024\H9016\ \H9018HNcfpc+Sp3fs
  1. Maker vergeten, Te weten God, die hen niet alleen geschapen, maar ook tot zijn volk gemaakt, bereid en alzo grootgemaakt heeft; zie Job 8:17 , en Psa 100:3 ; Isa 51:13 , en Isa 54:5 .
  2. tempelen gebouwd, Afgodische tempelen, tot den kalvendienst, te Dan en Bethel en elders, om daardoor zijnen staat vast te maken, het volk van Gods tempel te Jeruzalem af te houden, en te naderen tot de vriendschap en gemeenschap met de afgodische heidenen; vergelijk Eze 20:32 . Anders: paleizen; zie Isa 9:9 .
  3. vaste steden vermenigvuldigd; Om zich daardoor te verzekeren tegen des vijands aankomst, waarvan de profeten zoveel spraken; zie Isa 22:8-9 , enz.
  4. vuur zenden in zijn steden, Dat is, vijandelijken oorlog, met de gevolgen van dien, allerlei plagen en ellenden; zie Job 15:34 , en Amo 1:4 , enz.
  5. paleizen verteren In elk der steden van het land van Juda. In het Hebreeuws staat, hare, in het enkelvoudig getal en het vrouwelijk geslacht, ziende op het land, of elke stad.