reltext

Chapter 2

1 Salomo nu dacht voor den Naam des Heeren een huis te bouwen, en een huis voor zijn koninkrijk.1234

DutSVVA word tags

SalomoH8010
NaamH8034
HeerenH3068
huisH1004
huisH1004
koninkrijkH4438

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. dacht Hebreeuws, zeide; te weten, bij zichzelven, schikte, nam voor, was bedacht, had besloten. Zie 1Ki 5:3 en de aantekening daarop.
  2. den Naam des HEEREN Dat is, den Heere. Zie 1Ki 5:3 ; idem Deu 28:58 .
  3. huis te bouwen, Dat is, een tempel. Vergelijk Gen 28:17 , Gen 28:22 .
  4. huis voor zijn koninkrijk Dat is, een koninklijk paleis, waarin hij, en die hem in het rijk zouden navolgen, wonen zouden. Alzo onder, vs.12.

2 En Salomo telde zeventig duizend lastdragende mannen, en tachtig duizend mannen, die houwen zouden in het gebergte; mitsgaders drie duizend en zeshonderd opzieners over dezelve.1234

DutSVVA word tags

SalomoH8010
zeventigH7657
duizendH505
lastdragendeH5449
mannenH376
tachtigH8084
duizendH505
mannenH376
gebergteH2022
drieH7969
duizendH505
zeshonderdH8337H3967
opzienersH5329H8764
overH5921

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. die houwen Zie 1Ki 5:15 .
  2. gebergte; Namelijk, Libanon. Zie 1Ki 4:33 .
  3. zeshonderd Zie 1Ki 5:16 .
  4. opzieners Of, bevelhebbers of aandrijvers. Deze waren als provoosten, die over die werklieden opzicht hadden om het werk voort te drijven. Zie vs.18.

3 En Salomo zond tot Huram, den koning van Tyrus, zeggende: Gelijk als gij met waren mijn vader David gedaan hebt, en hebt hem cederen gezonden, om voor hem een huis te bouwen, om daarin te wonen, zo doe ook met mij.1

DutSVVA word tags

SalomoH8010
totH413
HuramH2361
koningH4428
TyrusH6865
zeggendeH559H8800
alsH834
vaderH1
DavidH1732
cederenH730
gezondenH7971H8799
huisH1004

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Huram, Zie van dezen koning ook 1Ki 5:1 , waar hij Hiram genoemd wordt.

4 Zie, ik zal een huis voor den Naam des Heeren, mijns Gods, bouwen, om Hem te heiligen, om reukwerk der welriekende specerijen voor Zijn aangezicht aan te steken, en voor de toerichting des gedurigen broods, en voor de brandofferen des morgens en des avonds, op de sabbatten, en op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden des Heeren, onzes Gods; hetwelk voor eeuwig is in Israël.123

DutSVVA word tags

huisH1004
NaamH8034
HeerenH3068
GodsH430
heiligenH6942H8687
reukwerkH7004
specerijenH5561
aangezichtH6440
toerichtingH4635
gedurigenH8548
brandofferenH5930
morgensH1242
avondsH6153
sabbattenH7676
maandenH2320
hoogtijdenH4150
HeerenH3068
GodsH430
hetwelkH2063
eeuwigH5769
IsraëlH3478

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Hem Dat is, hem ter ere en den mensen ter zaligheid wijde tot de openbare en plechtige werken van den heiligen godsdienst. Vergelijk Lev 8:10 .
  2. gedurigen Versta, de twaalf toonbroden, genoemd een gedurig brood, Num 4:7 , omdat zij altijd op de heilige tafel moesten liggen, zijnde tot zulk een einde daarop vernieuwd telken sabbatdag; Exo 25:30 ; Lev 24:8 .
  3. voor eeuwig Hebreeuws, in eeuwigheid; dat is, gedurende den tijd der wet. Zie Gen 13:15 .

5 En het huis, dat ik zal bouwen, zal groot zijn; want onze God is groter dan alle goden.

DutSVVA word tags

huisH1004
datH834
grootH1419
wantH3588
GodH430
groterH1419
alleH3605
godenH430

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

6 Doch wie zou de kracht hebben, om voor Hem een huis te bouwen, dewijl de hemelen, ja, de hemel der hemelen, Hem niet bevatten zouden? En wie ben ik, dat ik voor Hem een huis zou bouwen, ten ware om reukwerk voor Zijn aangezicht aan te steken?12

DutSVVA word tags

krachtH3581
huisH1004
dewijlH3588
hemelenH8064
hemelH8064
hemelenH8064
nietH3808
datH834
huisH1004
reukwerkH6999
aangezichtH6440

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. ja, Zie 1Ki 8:27 .
  2. ten ware De zin is, dat hij dat huis niet wilde bouwen opdat God naar zijn wezen, dat oneindig is, daarin besloten, maar naar zijn geopenbaarden wil gediend zou worden.

7 Zo zend mij nu een wijzen man, om te werken in goud, en in zilver, en in koper, en in ijzer, en in purper, en karmozijn, en hemelsblauw, en die weet graveerselen te graveren, met de wijzen, die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David beschikt heeft.1

DutSVVA word tags

wijzenH2450
manH376
goudH2091
zilverH3701
koperH5178
ijzerH1270
purperH710
karmozijnH3758
hemelsblauwH8504
graveerselenH6603
graverenH6605H8763
wijzenH2450
dieH834
JudaH3063
JeruzalemH3389
dieH834
vaderH1
DavidH1732

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. wijzen man, Kunstigen werkmeester, en alzo in het volgende.

8 Zend mij ook cederen, dennen, en algummimhout uit Libanon; want ik weet, dat uw knechten het hout van Libanon weten te houwen; en zie, mijn knechten zullen met uw knechten zijn.1

DutSVVA word tags

cederenH730H6086
dennenH1265
algummimhoutH418
LibanonH3844
wantH3588
datH834
knechtenH5650
houtH6086
LibanonH3844
knechtenH5650
knechtenH5650

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. algummimhout Zie van dit hout 1Ki 10:11 , waar het genaamd wordt almuggimhout.

9 En dat om mij hout in menigte te bereiden; want het huis, dat ik zal bouwen, zal groot en wonderlijk zijn.

DutSVVA word tags

houtH6086
menigteH7230
bereidenH3559H8687
wantH3588
huisH1004
datH834
grootH1419
wonderlijkH6381H8687

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

10 En zie, ik zal uw knechten, den houwers, die het hout houwen, twintig duizend kor uitgeslagen tarwe, en twintig duizend kor gerst geven; daartoe twintig duizend bath wijn, en twintig duizend bath olie.123

DutSVVA word tags

knechtenH5650
houwersH2404H8802
houtH6086
twintigH6242
duizendH505
uitgeslagenH4347
tarweH2406
twintigH6242
duizendH505
gerstH8184
twintigH6242
duizendH505
bathH1324
wijnH3196
twintigH6242
duizendH505
bathH1324
olieH8081

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. kor Zie van deze maat 1Ki 4:22 , en vergelijk deze plaats met 1Ki 5:11 , en met de aantekening daarop.
  2. geven; Hebreeuws, ik heb gegeven; dat is, vastelijk verordend te geven.
  3. bath wijn, Zie van deze maat 1Ki 7:26 .

11 Huram nu, de koning van Tyrus, antwoordde door schrift, en zond tot Salomo: Daarom dat de Heere Zijn volk lief heeft, heeft Hij u over hen tot koning gesteld.1

DutSVVA word tags

HuramH2361
koningH4428
TyrusH6865
antwoorddeH559H8799
schriftH3791
totH413
SalomoH8010
HeereH3068
volkH5971
heeftH160
overH5921
koningH4428
gesteldH5414H8804

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. antwoordde Hebreeuws, zeide.

12 Verder zeide Huram: Geloofd zij de Heere, de God Israëls, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, dat Hij den koning David een wijzen zoon, kloek in voorzichtigheid en verstand, gegeven heeft, die een huis voor den Heere, en een huis voor zijn koninkrijk bouwe!1

DutSVVA word tags

HuramH2361
GeloofdH1288H8803
HeereH3068
GodH430
IsraëlsH3478
DieH834
hemelH8064
aardeH776
datH834
koningH4428
DavidH1732
wijzenH2450
zoonH1121
voorzichtigheidH7922
verstandH998
dieH834
huisH1004
HeereH3068
huisH1004
koninkrijkH4438

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. kloek Hebreeuws, wetende voorzichtigheid en verstand, alzo in het volgende.

13 Zo zend ik nu een wijzen man, kloek van verstand, Huram Abi;1

DutSVVA word tags

wijzenH2450
manH376
verstandH998
HuramH2361
AbiH1

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Huram Abi; Anders, Huram mijn vader, of Huram mijns vaders, of die mijns vaders Huram geweest is, anders genoemd Huram Abiu, onder, 2Ch 4:16 . Dat is, Huram zijn vader, of zijns vaders.

14 Den zoon ener vrouw uit de dochteren van Dan, en wiens vader een man geweest is van Tyrus, die weet te werken in goud, en in zilver, in koper, in ijzer, in stenen, en in hout, in purper, in hemelsblauw, en in fijn linnen, en in karmozijn, en om alle graveersels te graveren, en om te bedenken allen vernuftigen vond, die hem zal voorgesteld worden, met uw wijzen, en de wijzen van mijn heer, uw vader David.1234

DutSVVA word tags

zoonH1121
vrouwH802
dochterenH1323
vaderH1
manH376
TyrusH6876
goudH2091
zilverH3701
koperH5178
ijzerH1270
stenenH68
houtH6086
purperH713
hemelsblauwH8504
linnenH948
karmozijnH3758
alleH3605
graveerselsH6603
graverenH6605H8763
bedenkenH2803H8800
allenH3605
vondH4284
dieH834
wijzenH2450
wijzenH2450
heerH113
vaderH1
DavidH1732

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. vrouw Die weduwe was, 1Ki 7:14 .
  2. dochteren van Dan, Dat is, een der vrouwen, die uit den stam van Dan waren. Eenigen menen dat zij gezegd werd, 1Ki 7:14 , van den stam van Nafthali geweest te zijn; maar dat de koning Hiram haar hier rekent tot den stam van Dan, uit onwetendheid dezen stam noemende voor den stam van Nafthali; gelijk somtijds in de Heilige Schriftuur enigen worden ingevoerd te spreken, niet naar de waarheid, maar naar hun mening, welke woorden de Heilige Geest wel verhaalt, maar daarom niet toestemt; gelijk 1Sa 4:8 ; Mar 6:1 ; Joh 1:45 , enz. Zie nog andere verklaring dezer plaats, 1Ki 7:14 .
  3. vernuftigen Hebreeuws, bedenking; dat is, allerlei kunstig werk, hetwelk een vernuftig kunstenaar met rijpe zinnen zou mogen uitvinden.
  4. die hem zal voorgesteld worden, Of, gelijk als, of naar dat hem zal voorgesteld worden.

15 Zo zende nu mijn heer zijn knechten de tarwe en de gerst, de olie en den wijn, die hij gezegd heeft.

DutSVVA word tags

heerH113
knechtenH5650
tarweH2406
gerstH8184
olieH8081
wijnH3196
dieH834

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

16 En wij zullen hout houwen uit den Libanon, naar al uw nooddruft, en zullen het tot u met vlotten, over de zee, naar Jafo brengen; en gij zult het laten ophalen naar Jeruzalem.1

DutSVVA word tags

wijH587
houtH6086
LibanonH3844
nooddruftH6878
vlottenH7513
overH5921
JafoH3305
brengenH935H8686
gijH859
hetH853
ophalenH5927H8686
JeruzalemH3389

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Jafo Anders genaamd, Joppe, Act 10:32 , een stad, gelegen in de pale van den stam van Dan, aan de Middellandse zee. Zie Jos 19:46 ; Ezr 3:7 ; Jon 1:3 .

17 En Salomo telde al de vreemde mannen, die in het land van Israël waren, achtervolgens de telling, met dewelke zijn vader David die geteld had; en er werden gevonden honderd drie en vijftig duizend en zeshonderd.1

DutSVVA word tags

SalomoH8010
vreemdeH1616
mannenH582
dieH834
landH776
IsraëlH3478
achtervolgensH310
tellingH5610
dewelkeH834
vaderH1
DavidH1732
gevondenH4672H8735
honderdH3967
vijftigH2572
duizendH505
zeshonderdH8337H3967

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. vreemde mannen, Deze vreemdelingen waren Kanaänieten, die nog in het land waren overgebleven, welker vaderen de Israëlieten niet hadden uitgeroeid, gelijk God nochtans hun zulks geboden had. Zie 2Ch 8:7 .

18 En hij maakte uit dezelve zeventig duizend lastdragers, en tachtig duizend houwers in het gebergte, mitsgaders drie duizend en zeshonderd opzieners, om het volk te doen arbeiden.123

DutSVVA word tags

zeventigH7657
duizendH505
lastdragersH5449
tachtigH8084
duizendH505
houwersH2672H8802
gebergteH2022
drieH7969
duizendH505
zeshonderdH8337H3967
opzienersH5329H8764
volkH5971
arbeidenH5647H8687

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. lastdragers, Alzo wordt het Hebreeuwse woord genomen, onder, 2Ch 34:13 ; Neh 4:10 .
  2. gebergte, Te weten, Libanons.
  3. opzieners, Zie boven, vs.2.