reltext

Chapter 6

1 In het jaar, toen de koning Uzzia stierf, zo zag ik den Heere, zittende op een hogen en verheven troon, en Zijn zomen vervullende den tempel.1234

Original Hebrew

בִּ/שְׁנַת\־ב/שנת\בִּ/שְׁנַת\־ב/שנת\bi/sh.nat-in/ [the] year ofH9003H8141\H9014HR+Ncfsc
מוֹת֙מות֙מוֹתמותmOt[the] death ofH4194HNcmsc
הַ/מֶּ֣לֶךְה/מ֣לךהַ/מֶּלֶךְה/מלךha./Me.lekhthe/ kingH9009H4428GHTd+Ncmsa
עֻזִּיָּ֔הוּעזי֔הועֻזִּיָּהוּעזיהו'u.zi.Ya.huUzziahH5818GHNpm
וָ/אֶרְאֶ֧הו/ארא֧הוָ/אֶרְאֶהו/אראהva./'er.'Ehand/ I sawH9001H7200GHc+Vqw1cs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
אֲדֹנָ֛יאדנ֛יאֲדֹנָיאדני'a.do.Nai[the] LordH0136HNpt
יֹשֵׁ֥ביש֥ביֹשֵׁבישבyo.ShevsittingH3427HVqrmsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
כִּסֵּ֖אכס֖אכִּסֵּאכסאki.Se'a throneH3678GHNcmsa
רָ֣םר֣םרָםרםramhighH7311AHVqrmsa
וְ/נִשָּׂ֑או/נש֑אוְ/נִשָּׂאו/נשאve./ni.Sa'and/ lifted upH9002H5375GHC+VNrmsa
וְ/שׁוּלָ֖י/וו/שול֖י/ווְ/שׁוּלָי/וו/שולי/וve./shu.La/vand/ [the] skirts of robe/ hisH9002H7757H9023HC+Ncmpc+Sp3ms
מְלֵאִ֥יםמלא֥יםמְלֵאִיםמלאיםme.le.'Im[were] fillingH4390HVqrmpa
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הַ/הֵיכָֽל\׃ה/היכל\הַ/הֵיכָֽל\׃ה/היכל\ha./hei.Khalthe/ templeH9009H1964G\H9016HTd+Ncmsa
  1. Uzzia Hebreeuws, Uzziahu.
  2. zo zag ik In een profetisch gezicht. Zie Gen 15:1 .
  3. den HEERE, Versta, den Vader, Zoon en Heiligen Geest. Vergelijk vs.3, 8; daarom wordt dit gezicht op den Heere Christus geduid; Joh 12:40-41 , en op den Heiligen Geest; Act 28:25-27 .
  4. Zijn zomen Dat is, de zomen zijner klederen, te weten der koninklijke klederen, met welke de Heere bekleed was.

2 De serafs stonden boven Hem; een iegelijk had zes vleugelen; met twee bedekte ieder zijn aangezicht, en met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij.12345

Original Hebrew

שְׂרָפִ֨יםשרפ֨יםשְׂרָפִיםשרפיםse.ra.FimseraphimH8314BHNtmpa
עֹמְדִ֤ים\׀עמד֤ים\עֹמְדִים\׀עמדים\'o.me.Dim[were] standingH5975G\H9015HVqrmpa
מִ/מַּ֙עַל֙מ/מ֙על֙מִ/מַּעַלמ/מעלmi./Ma.'alfrom/ aboveH9006H4605HR+Acbsa
ל֔/וֹל֔/ול/וֹל/וl/o<to> <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
שֵׁ֧שׁש֧ששֵׁשׁששsheshsixH8337HAcbsa
כְּנָפַ֛יִםכנפ֛יםכְּנָפַיִםכנפיםke.na.Fa.yimwingsH3671HNcfda
שֵׁ֥שׁש֥ששֵׁשׁששsheshsixH8337HAcbsa
כְּנָפַ֖יִםכנפ֖יםכְּנָפַיִםכנפיםke.na.Fa.yimwingsH3671HNcfda
לְ/אֶחָ֑דל/אח֑דלְ/אֶחָדל/אחדle./'e.Chad[belonged] to/ oneH9005H0259HR+Acfsa
בִּ/שְׁתַּ֣יִם\׀ב/שת֣ים\בִּ/שְׁתַּיִם\׀ב/שתים\bi/sh.Ta.yimwith/ two [wings]H9003H8147\H9015HR+Acfda
יְכַסֶּ֣היכס֣היְכַסֶּהיכסהye.kha.Sehhe coveredH3680HVpi3ms
פָנָ֗י/ופנ֗י/ופָנָי/ופני/וfa.Na/vface/ hisH6440HH9023HNcmpc+Sp3ms
וּ/בִ/שְׁתַּ֛יִםו/ב/שת֛יםוּ/בִ/שְׁתַּיִםו/ב/שתיםu./vi/sh.Ta.yimand/ with/ two [wings]H9002H9003H8147HC+R+Acfda
יְכַסֶּ֥היכס֥היְכַסֶּהיכסהye.kha.Sehhe coveredH3680HVpi3ms
רַגְלָ֖י/ורגל֖י/ורַגְלָי/ורגלי/וrag.La/vfeet/ hisH7272H9023HNcfdc+Sp3ms
וּ/בִ/שְׁתַּ֥יִםו/ב/שת֥יםוּ/בִ/שְׁתַּיִםו/ב/שתיםu./vi/sh.Ta.yimand/ with/ two [wings]H9002H9003H8147HC+R+Acfda
יְעוֹפֵֽף\׃יעופף\יְעוֹפֵֽף\׃יעופף\ye.'o.Fefhe flewH5774A\H9016HVpi3ms
  1. De serafs Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk brandende; aldus worden de engelen des Heeren genoemd, omdat zij ijverig zijn, ja in ijver brandende, om het bevel des Heeren uit te richten. Of, omdat zij de goddelozen branden en verteren gelijk een vuur. Of, omdat zij in vurige kleur verschijnen, te weten rood gelijk vuur.
  2. stonden Te weten gelij dienaars, passende op den dienst des Heeren. Vergelijk Dan 7:10 ; Rev 4:6-7 .
  3. een iegelijk Hebreeuws, zes vleugelen, zes vleugelen den enen. Zie de aantekening Gen 7:2 .
  4. bedekte ieder Tot een teken van eerbiedigheid, die zij God den Heere toedroegen; of omdat zij den glans der heerlijkheid Gods niet kunnen verdragen.
  5. vloog hij Te weten om het bevel van God spoediglijk uit te richten; want de engelen zijn dienstbare geesten; Psa 34:8 , en Psa 91:11 ; Heb 1:14 .

3 En de een riep tot den ander, en zeide: Heilig, heilig, heilig is de Heere der heirscharen! De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol!12

Original Hebrew

וְ/קָרָ֨או/קר֨אוְ/קָרָאו/קראve./ka.Ra'and/ he calledH9001H7121GHc+Vqq3ms
זֶ֤הז֤הזֶהזהzehthisH2088HTm
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
זֶה֙זה֙זֶהזהzehthisH2088HTm
וְ/אָמַ֔רו/אמ֔רוְ/אָמַרו/אמרve./'a.Marand/ he saidH9001H0559Hc+Vqq3ms
קָד֧וֹשׁ\׀קד֧וש\קָדוֹשׁ\׀קדוש\ka.Do.osh[is] holyH6918G\H9015HAamsa
קָד֛וֹשׁקד֛ושקָדוֹשׁקדושka.Do.oshholyH6918GHAamsa
קָד֖וֹשׁקד֖ושקָדוֹשׁקדושka.Do.oshholyH6918GHAamsa
יְהוָ֣היהו֣היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
צְבָא֑וֹתצבא֑ותצְבָאוֹתצבאותtze.va.'otof hostsH6635BHNcfpa
מְלֹ֥אמל֥אמְלֹאמלאme.Lo'[the] fullness ofH4393HNcmsc
כָל\־כל\כָל\־כל\khol-allH3605\H9014HNcmsc
הָ/אָ֖רֶץה/א֖רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ earthH9009H0776GHTd+Ncfsa
כְּבוֹדֽ/וֹ\׃כבוד/ו\כְּבוֹדֽ/וֹ\׃כבוד/ו\ke.vo.D/o[is] glory/ hisH3519H9023\H9016HNcmsc+Sp3ms
  1. de een riep Hebreeuws, deze riep tot dezen.
  2. De ganse aarde Hebreeuws, de volheid der ganse aarde [is] zijne eer of heerlijkheid; dat is, al de werken des Heeren, die in den gansen aardbodem zijn, geven getuigenis en zijn een bewijs zijner heerlijkheid; Psa 24:1 ; Rom 1:20 .

4 Zodat de posten der dorpels zich bewogen van de stem des roependen; en het huis werd vervuld met rook.1234

Original Hebrew

וַ/יָּנֻ֙עוּ֙ו/ינ֙עו֙וַ/יָּנֻעוּו/ינעוva/i.ya.Nu.'uand/ they shookH9001H5128Hc+Vqw3mp
אַמּ֣וֹתאמ֣ותאַמּוֹתאמות'a.Mot[the] foundations ofH0520BHNcfpc
הַ/סִּפִּ֔יםה/ספ֔יםהַ/סִּפִּיםה/ספיםha./si.Pimthe/ thresholdsH9009H5592BHTd+Ncmpa
מִ/קּ֖וֹלמ/ק֖ולמִ/קּוֹלמ/קולmi./Kolfrom/ [the] voice ofH9006H6963AHR+Ncmsc
הַ/קּוֹרֵ֑אה/קור֑אהַ/קּוֹרֵאה/קוראha./ko.Re'the/ [one who] calledH9009H7121GHTd+Vqrmsa
וְ/הַ/בַּ֖יִתו/ה/ב֖יתוְ/הַ/בַּיִתו/ה/ביתve./ha./Ba.yitand/ the/ houseH9002H9009H1004QHC+Td+Ncmsa
יִמָּלֵ֥אימל֥איִמָּלֵאימלאyi.ma.Le'it was filledH4390HVNi3ms
עָשָֽׁן\׃עשן\עָשָֽׁן\׃עשן\'a.ShansmokeH6227\H9016HNcmsa
  1. de posten Hiermede wordt te kennen gegeven de heftige toorn Gods, gelijk boven Isa 5:25 :de bergen zijn bewogen. En versta hier, de posten van den tempel.
  2. des roependen; Dat is, van een ieder der serafim, gelijk vs.3.
  3. het huis Te weten het huis Gods, dat is de tempel.
  4. werd vervuld Dit was ook een teken of bewijs van den toorn Gods, rook en damp uitblazende uit zijnen neus.

5 Toen zeide ik: Wee mij, want ik verga! dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben den Koning, den Heere der heirscharen gezien.1234

Original Hebrew

וָ/אֹמַ֞רו/אמ֞רוָ/אֹמַרו/אמרva./'o.Marand/ I saidH9001H0559Hc+Vqw1cs
אֽוֹי\־אוי\אֽוֹי\־אוי\'o-woe!H0188\H9014HTj
לִ֣/יל֣/ילִ/יל/יl/ito/ meH9005H9030HR+Sp1bs
כִֽי\־כי\כִֽי\־כי\khi-forH3588A\H9014HTc
נִדְמֵ֗יתִינדמ֗יתינִדְמֵיתִינדמיתיnid.Mei.tiI am destroyedH1820HVNp1cs
כִּ֣יכ֣יכִּיכיkiforH3588AHTc
אִ֤ישׁא֤ישאִישׁאיש'ish[am] a manH0376GHNcmsa
טְמֵֽא\־טמא\טְמֵֽא\־טמא\te.me'-unclean ofH2931\H9014HAamsc
שְׂפָתַ֙יִם֙שפת֙ים֙שְׂפָתַיִםשפתיםse.fa.Ta.yimlipsH8193GHNcfda
אָנֹ֔כִיאנ֔כיאָנֹכִיאנכי'a.No.khiIH0595HPp1bs
וּ/בְ/תוֹךְ֙ו/ב/תוך֙וּ/בְ/תוֹךְו/ב/תוךu./ve./toKhand/ in/ amongH9002H9003H8432HC+R+Ncmsc
עַם\־עם\עַם\־עם\'am-a peopleH5971A\H9014HNcmsa
טְמֵ֣אטמ֣אטְמֵאטמאte.Me'unclean ofH2931HAamsc
שְׂפָתַ֔יִםשפת֔יםשְׂפָתַיִםשפתיםse.fa.Ta.yimlipsH8193GHNcfda
אָנֹכִ֖יאנכ֖יאָנֹכִיאנכי'a.no.KhiIH0595HPp1bs
יוֹשֵׁ֑ביוש֑ביוֹשֵׁביושבyo.Shev[am] dwellingH3427HVqrmsa
כִּ֗יכ֗יכִּיכיKiforH3588AHTc
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הַ/מֶּ֛לֶךְה/מ֛לךהַ/מֶּלֶךְה/מלךha./Me.lekhthe/ kingH9009H4428GHTd+Ncmsa
יְהוָ֥היהו֥היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
צְבָא֖וֹתצבא֖ותצְבָאוֹתצבאותtze.va.'otof hostsH6635BHNcfpa
רָא֥וּרא֥ורָאוּראוra.'Uthey have seenH7200GHVqp3cp
עֵינָֽ/י\׃עינ/י\עֵינָֽ/י\׃עינ/י\'ei.Na/ieyes/ myH5869AH9020\H9016HNcfdc+Sp1bs
  1. Toen zeide ik Of, daarom; te weten omdat ik die tekenen van den toorn Gods zag, die vaardig was om zijne oordelen te oefenen.
  2. ik verga Of, het is met mij gedaan. Anders: ik ben verstomd, of ik ben dood; dat is, ik moet straks sterven, te weten omdat ik, die onrein van lippen ben, den Heere gezien heb. Zie de aantekening Gen 16:13 ; Exo 24:11 , en Deu 5:25-26 ; Jdg 13:22 .
  3. dewijl ik Dat is, ik ben een arm zondig mens. Door het gebruik der lippen, dat is, de woorden, waarin de mens lichtelijk valt, verstaat hij zijn gehelen zondigen staat. Vergelijk vs.7, en wijders Jam 3:2 .
  4. dat onrein Dat is, een volk, dat de afgoden aanbidt, tot leugen genegen is en traag om den waren God te aanbidden, te eren en te danken en hunnen naaste te stichten.

6 Maar een van de serafs vloog tot mij, en had een gloeiende kool in zijn hand, die hij met de tang van het altaar genomen had.123

Original Hebrew

וַ/יָּ֣עָףו/י֣עףוַ/יָּעָףו/יעףva/i.Ya.'ofand/ he flewH9001H5774AHc+Vqw3ms
אֵלַ֗/יאל֗/יאֵלַ/יאל/י'e.La/ito/ meH0413H9030HR+Sp1bs
אֶחָד֙אחד֙אֶחָדאחד'e.ChadoneH0259HAcfsa
מִן\־מן\מִן\־מן\min-ofH4480A\H9014HR
הַ/שְּׂרָפִ֔יםה/שרפ֔יםהַ/שְּׂרָפִיםה/שרפיםha./se.ra.Fimthe/ seraphimH9009H8314BHTd+Ntmpa
וּ/בְ/יָד֖/וֹו/ב/יד֖/ווּ/בְ/יָד/וֹו/ב/יד/וu./ve./ya.D/oand/ [was] in/ hand/ hisH9002H9003H3027GH9023HC+R+Ncbsc+Sp3ms
רִצְפָּ֑הרצפ֑הרִצְפָּהרצפהritz.Paha live coalH7531BHNcfsa
בְּ/מֶ֨לְקַחַ֔יִםב/מ֨לקח֔יםבְּ/מֶלְקַחַיִםב/מלקחיםbe./Mel.ka.Cha.yim[which] with/ tongsH9003H4457HR+Ncmda
לָקַ֖חלק֖חלָקַחלקחla.Kachhe had takenH3947GHVqp3ms
מֵ/עַ֥למ/ע֥למֵ/עַלמ/עלme./'Alfrom/ onH9006H5921AHR+R
הַ/מִּזְבֵּֽחַ\׃ה/מזבח\הַ/מִּזְבֵּֽחַ\׃ה/מזבח\ha./miz.Be.achthe/ altarH9009H4196\H9016HTd+Ncmsa
  1. vloog tot mij, Te weten uit het bevel van God, want zij stonden vaardig nevens den Heere, om zijne bevelen te ontvangen en uit te voeren.
  2. hij had Deze kool was een teken van de afbranding der zonden, dat is de zuivering en vergeving der zonden.
  3. het altaar Versta hier, het altaar van het brandoffer, op hetwelk gestadiglijk vuur was, zijnde dit altaar een voorbeeld van Christus en zijne offerande voor onze zonden; zie Heb 13:10 .

7 En hij roerde mijn mond daarmede aan, en zeide: Zie, deze heeft uw lippen aangeroerd; alzo is uw misdaad van u geweken, en uw zonde is verzoend.12

Original Hebrew

וַ/יַּגַּ֣עו/יג֣עוַ/יַּגַּעו/יגעva/i.ya.Ga'and/ he made [it] touchH9001H5060Hc+Vhw3ms
עַל\־על\עַל\־על\'al-<on>H5921A\H9014HR
פִּ֔/יפ֔/יפִּ/יפ/יP/imouth/ myH6310GH9020HNcmsc+Sp1bs
וַ/יֹּ֕אמֶרו/י֕אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
הִנֵּ֛ההנ֛ההִנֵּההנהhi.Nehhere!H2009HTj
נָגַ֥ענג֥ענָגַענגעna.Ga'it has touchedH5060HVqp3ms
זֶ֖הז֖הזֶהזהzehthisH2088HTm
עַל\־על\עַל\־על\'al-<on>H5921A\H9014HR
שְׂפָתֶ֑י/ךָשפת֑י/ךשְׂפָתֶי/ךָשפתי/ךse.fa.Tei./khalips/ yourH8193GH9021HNcfdc+Sp2ms
וְ/סָ֣רו/ס֣רוְ/סָרו/סרve./Sarand/ it will be removedH9001H5493GHc+Vqq3ms
עֲוֹנֶ֔/ךָעונ֔/ךעֲוֹנֶ/ךָעונ/ך'a.vo.Ne./khainiquity/ yourH5771HH9021HNcmsc+Sp2ms
וְ/חַטָּאתְ/ךָ֖ו/חטאת/ך֖וְ/חַטָּאתְ/ךָו/חטאת/ךve./cha.ta.te./Khaand/ sin/ yourH9002H2403BH9021HC+Ncfsc+Sp2ms
תְּכֻפָּֽר\׃תכפר\תְּכֻפָּֽר\׃תכפר\te.khu.Parit will be atoned forH3722A\H9016HVPi3fs
  1. deze Te weten gloeiende kool, die ik van het altaar genomen heb. Hiermede wordt aangewezen dat de vergeving der zonden komt van de offerande van Christus, welke door de offerande des altaars werd afgebeeld; tegelijk, dat de Heilige Geest de zonden, als een vuur, verbrand en verteert.
  2. is verzoend Anders: genadiglijk bedekt.

8 Daarna hoorde ik de stem des Heeren, dewelke zeide: Wien zal Ik zenden, en wie zal voor Ons henengaan? Toen zeide ik: Zie, hier ben ik, zend mij henen.1234

Original Hebrew

וָ/אֶשְׁמַ֞עו/אשמ֞עוָ/אֶשְׁמַעו/אשמעva./'esh.Ma'and/ I heardH9001H8085GHc+Vqw1cs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
ק֤וֹלק֤ולקוֹלקולKol[the] voice ofH6963AHNcmsc
אֲדֹנָי֙אדני֙אֲדֹנָיאדני'a.do.Nai[the] LordH0136HNpt
אֹמֵ֔ראמ֔ראֹמֵראמר'o.MersayingH0559HVqrmsa
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
מִ֥ימ֥ימִימיmiwhom?H4310HPi
אֶשְׁלַ֖חאשל֖חאֶשְׁלַחאשלח'esh.Lachwill I sendH7971GHVqi1cs
וּ/מִ֣יו/מ֣יוּ/מִיו/מיu./Miand/ who?H9002H4310HC+Pi
יֵֽלֶךְ\־ילך\יֵֽלֶךְ\־ילך\ye.lekh-will he goH1980G\H9014HVqi3ms
לָ֑/נוּל֑/נולָ/נוּל/נוLa./nufor/ usH9005H9035HR+Sp1bp
וָ/אֹמַ֖רו/אמ֖רוָ/אֹמַרו/אמרva./'o.Marand/ I saidH9001H0559Hc+Vqw1cs
הִנְ/נִ֥יהנ/נ֥יהִנְ/נִיהנ/ניhi./Nihere [am]/ IH2005H9040HTj+Sp1bs
שְׁלָחֵֽ/נִי\׃שלח/ני\שְׁלָחֵֽ/נִי\׃שלח/ני\she.la.Che./nisend/ meH7971GH9030\H9016HVqv2ms+Sp1bs
  1. de stem des HEEREN, Te weten, de stem van den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest aansprekende. Vergelijk dit met Gen 1:26 .
  2. Wien zal Ik zenden, Te weten tot het wederspannige Joodse volk, om hetzelve mijn besluit aangaande zijne verblinding en ondergang te verkondigen.
  3. Ons henengaan? Te weten tot den dienst van God den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest, want God is het alleen, die de profeten beroept en zendt. Vergelijk Gen 1:26 , en Gen 3:22 .
  4. hier ben ik, De profeet biedt aan hier nu goedwilliglijk zijn vaardigen dienst, zijnde van God gesterkt, veel vaardiger nu zijnde; gelijk Mozes, Exo 3 , of Jeremia, Jer 1 .

9 Toen zeide Hij: Ga henen, en zeg tot dit volk: Horende hoort, maar verstaat niet, en ziende ziet, maar merkt niet.123

Original Hebrew

וַ/יֹּ֕אמֶרו/י֕אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
לֵ֥ךְל֥ךלֵךְלךlekhgoH1980GHVqv2ms
וְ/אָמַרְתָּ֖ו/אמרת֖וְ/אָמַרְתָּו/אמרתve./'a.mar.Taand/ you will sayH9001H0559Hc+Vqq2ms
לָ/עָ֣םל/ע֣םלָ/עָםל/עםla./'Amto the/ peopleH9005H5971AHRd+Ncmsa
הַ/זֶּ֑הה/ז֑ההַ/זֶּהה/זהha./Zeh<the>/ thisH9009H2088HTd+Tm
שִׁמְע֤וּשמע֤ושִׁמְעוּשמעוshim.'UhearH8085GHVqv2mp
שָׁמ֙וֹעַ֙שמ֙וע֙שָׁמוֹעַשמועsha.Mo.a'continually <to hear>H8085GHVqaa
וְ/אַל\־ו/אל\וְ/אַל\־ו/אל\ve./'al-and/ may notH9002H0408\H9014HC+Tn
תָּבִ֔ינוּתב֔ינותָּבִינוּתבינוta.Vi.nuyou understandH0995HVqj2mp
וּ/רְא֥וּו/רא֥ווּ/רְאוּו/ראוu./re.'Uand/ seeH9002H7200GHC+Vqv2mp
רָא֖וֹרא֖ורָאוֹראוra.'Ocontinually <to see>H7200GHVqaa
וְ/אַל\־ו/אל\וְ/אַל\־ו/אל\ve./'al-and/ may notH9002H0408\H9014HC+Tn
תֵּדָֽעוּ\׃תדעו\תֵּדָֽעוּ\׃תדעו\te.Da.'uyou perceiveH3045\H9016HVqj2mp
  1. tot dit volk Hier zegt God niet, tot mijn volk, omdat het van Hem geweken was, maar Hij zegt, tot dit volk.
  2. maar verstaat niet, Alsof God zeide: Gij zult vergeefsen arbeid doen met dit volk te onderwijzen, niettemin ga heen en doe wat Ik u beveel, tot overtuiging van hunne wederspannigheid.
  3. bemerkt niet Alsof God zeide: Gijlieden zult de woorden dezer profetieën wel horen, maar niet verstaan. En dit zal geschieden door mijn rechtvaardig oordeel, die ulieder wederspannigheid alzo straft, namelijk met blindheid en verharding. In dezen zin worden deze woorden gebruikt in het Nieuwe Testament; Mat 13:14 .

10 Maak het hart dezes volks vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen, opdat het niet zie met zijn ogen, noch met zijn oren hore, noch met zijn hart versta, noch zich bekere, en Hij het geneze.12345

Original Hebrew

הַשְׁמֵן֙השמן֙הַשְׁמֵןהשמןhash.Menmake fatH8080HVhv2ms
לֵב\־לב\לֵב\־לב\lev-[the] heart ofH3820A\H9014HNcmsc
הָ/עָ֣םה/ע֣םהָ/עָםה/עםha./'Amthe/ peopleH9009H5971AHTd+Ncmsa
הַ/זֶּ֔הה/ז֔ההַ/זֶּהה/זהha./Zeh<the>/ thisH9009H2088HTd+Tm
וְ/אָזְנָ֥י/וו/אזנ֥י/ווְ/אָזְנָי/וו/אזני/וve./'a.ze.Na/vand/ ears/ itsH9002H0241GH9023HC+Ncfdc+Sp3ms
הַכְבֵּ֖דהכב֖דהַכְבֵּדהכבדhakh.Bedmake heavyH3513HHVhv2ms
וְ/עֵינָ֣י/וו/עינ֣י/ווְ/עֵינָי/וו/עיני/וve./'ei.Na/vand/ eyes/ itsH9002H5869AH9023HC+Ncfdc+Sp3ms
הָשַׁ֑עהש֑עהָשַׁעהשעha.Sha'seal overH8173AHVhv2ms
פֶּן\־פן\פֶּן\־פן\pen-lestH6435\H9014HTc
יִרְאֶ֨הירא֨היִרְאֶהיראהyir.'Ehit should seeH7200GHVqi3ms
בְ/עֵינָ֜י/וב/עינ֜י/ובְ/עֵינָי/וב/עיני/וve./'ei.Na/vwith/ eyes/ itsH9003H5869AH9023HR+Ncfdc+Sp3ms
וּ/בְ/אָזְנָ֣י/וו/ב/אזנ֣י/ווּ/בְ/אָזְנָי/וו/ב/אזני/וu./ve./'a.ze.Na/vand/ with/ ears/ itsH9002H9003H0241GH9023HC+R+Ncfdc+Sp3ms
יִשְׁמָ֗עישמ֗עיִשְׁמָעישמעyish.Ma'it will hearH8085GHVqi3ms
וּ/לְבָב֥/וֹו/לבב֥/ווּ/לְבָב/וֹו/לבב/וu./le.va.V/oand/ heart/ itsH9002H3824H9023HC+Ncmsc+Sp3ms
יָבִ֛יןיב֛יןיָבִיןיביןya.Vinit will understandH0995HVqi3ms
וָ/שָׁ֖בו/ש֖בוָ/שָׁבו/שבva./Shavand/ it will returnH9001H7725OHc+Vqq3ms
וְ/רָ֥פָאו/ר֥פאוְ/רָפָאו/רפאve./Ra.fa'and/ someone will healH9001H7495Hc+Vqq3ms
לֽ/וֹ\׃ל/ו\לֽ/וֹ\׃ל/ו\l/o<to>/ itH9005H9033\H9016HR+Sp3ms
  1. Maak het hart Te weten door het prediken van mijn Woord. Met deze woorden wil de Heere niet te kennen geven wat zijn gepredikt Woord eigenlijk en van zijne natuur bij de mensen werkt en uitricht; maar Hij voorzegt wat er op de verkondiging ervan bij de boze Joden volgen zou; namelijk dat zij zich daardoor niet alleen niet zouden bekeren, maar nog halsstarriger en weerstrevender aanstellen, dewijl God hen door zijn rechtvaardig oordeel in een verkeerden zin zou overgeven.
  2. sluit hun ogen, Of, bestrijkt, belijmt hunne ogen.
  3. Hij Te weten God.
  4. het Te weten het volk.
  5. geneze Namelijk door vergiffenis der zonden, Mar 4:12 . Zie Psa 30:3 .

11 Toen zeide ik: Hoe lang, Heere? En Hij zeide: Totdat de steden verwoest worden, zodat er geen inwoner zij, en de huizen, dat er geen mens zij, en dat het land met verwoesting verstrooid worde.1234

Original Hebrew

וָ/אֹמַ֕רו/אמ֕רוָ/אֹמַרו/אמרva./'o.Marand/ I saidH9001H0559Hc+Vqw1cs
עַד\־עד\עַד\־עד\'ad-untilH5704\H9014HR
מָתַ֖ימת֖ימָתַימתיma.Taiwhen?H4970HTi
אֲדֹנָ֑יאדנ֑יאֲדֹנָיאדני'a.do.NaiO LordH0136HNpt
וַ/יֹּ֡אמֶרו/י֡אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
עַ֣דע֣דעַדעד'aduntilH5704HR
אֲשֶׁר֩אשר֩אֲשֶׁראשר'a.SherthatH0834AHTr
אִם\־אם\אִם\־אם\'im-<if>H0518J\H9014HTc
שָׁא֨וּשא֨ושָׁאוּשאוsha.'Uthey have lain desolateH7582HVqp3cp
עָרִ֜יםער֜יםעָרִיםערים'a.RimcitiesH5892BHNcmpa
מֵ/אֵ֣יןמ/א֣יןמֵ/אֵיןמ/איןme./'Einfrom/ notH9006H0369HR+Ncmsc
יוֹשֵׁ֗ביוש֗ביוֹשֵׁביושבyo.ShevinhabitantH3427HVqrmsa
וּ/בָתִּים֙ו/בתים֙וּ/בָתִּיםו/בתיםu./va.Timand/ housesH9002H1004BHC+Ncmpa
מֵ/אֵ֣יןמ/א֣יןמֵ/אֵיןמ/איןme./'Einfrom/ notH9006H0369HR+Ncmsc
אָדָ֔םאד֔םאָדָםאדם'a.DamanyoneH0120GHNcmsa
וְ/הָ/אֲדָמָ֖הו/ה/אדמ֖הוְ/הָ/אֲדָמָהו/ה/אדמהve./ha./'a.da.Mahand/ the/ groundH9002H9009H0127GHC+Td+Ncfsa
תִּשָּׁאֶ֥התשא֥התִּשָּׁאֶהתשאהti.sha.'Ehit will be devastatedH7582HVNi3fs
שְׁמָמָֽה\׃שממה\שְׁמָמָֽה\׃שממה\she.ma.Maha desolationH8077A\H9016HNcfsa
  1. Hoe lang, Te weten, zal deze verwoesting van het volk duren. Anders: Hoelang zal deze blindheid en verstoktheid van het volk duren?
  2. de steden Te weten de steden in Judea.
  3. verwoest worden, Anders: zekerlijk verwoest worden; te weten door de vele en verscheidene overvallen der vijanden van het Joodse volk. Wat de verblindheid van het volk aangaat, die is dikwijls geweest vóór de komst van Christus, inzonderheid ten tijde van Christus; gelijk blijkt Mat 13:14 ; Mar 4:12 , en elders meer. Ja zij duurt nog heden te dage, gelijk aan verreweg het grootste deel der Joden, die nu leven, te zien is; en zij zal zolang duren, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn, Rom 11:25 .
  4. met verwoesting Dat is, gans woest gemaakt worden, alzo dat er geen mensen meer in wonen, en het derhalve onbebouwd blijft liggen. Voorbeelden dezer verwoesting zie onder de koningen Hizkia, 2Ki 18 ; Manasse, 2Ch 33 , onder Josia, 2Ch 35 ; onder Joahas, Jojakim, Joachin en Zedekia, 2Ki 25 en 2Ch 36 , en inzonderheid na de hemelvaart van Christus.

12 Want de Heere zal die mensen verre wegdoen, en de verlating zal groot wezen in het binnenste des lands.1234

Original Hebrew

וְ/רִחַ֥קו/רח֥קוְ/רִחַקו/רחקve./ri.Chakand/ he will send far awayH9001H7368Hc+Vpq3ms
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הָ/אָדָ֑םה/אד֑םהָ/אָדָםה/אדםha./'a.Dam<the>/ humankindH9009H0120GHTd+Ncmsa
וְ/רַבָּ֥הו/רב֥הוְ/רַבָּהו/רבהve./ra.Bahand/ it will become greatH9001H7231Hc+Vqq3fs
הָ/עֲזוּבָ֖הה/עזוב֖ההָ/עֲזוּבָהה/עזובהha./'a.zu.Vahthe/ abandoned [land]H9009H5805HTd+Vqsfsa
בְּ/קֶ֥רֶבב/ק֥רבבְּ/קֶרֶבב/קרבbe./Ke.revin/ [the] midst ofH9003H7130GHR+Ncmsc
הָ/אָֽרֶץ\׃ה/ארץ\הָ/אָֽרֶץ\׃ה/ארץ\ha./'A.retzthe/ landH9009H0776G\H9016HTd+Ncfsa
  1. die mensen Of, die lieden, te weten het Joodse volk.
  2. verre wegdoen, Te weten in de Babylonische gevangenschap. Hier geeft de profeet te kennen dat het Gods werk is, dat de Joden zijn weggevoerd geweest.
  3. de verlating Versta die verlating, waarmede dit volk van God is verlaten en den vijanden overgegeven, ten tijde der Babylonische gevangenschap.
  4. in het binnenste Of, in het midden des lands, te weten van het land van Judea.

13 Doch nog een tiende deel zal daarin zijn, en het zal wederkeren, en zijn om af te weiden; maar gelijk de eik, en gelijk de haageik, in dewelke na de afwerping der bladeren nog steunsel is, alzo zal het heilige zaad het steunsel daarvan zijn.123456

Original Hebrew

וְ/ע֥וֹדו/ע֥ודוְ/עוֹדו/עודve./'odand/ stillH9002H5750HC+Acmsa
בָּ/הּ֙ב/ה֙בָּ/הּב/הba/h[will be] in/ itH9003H9034HR+Sp3fs
עֲשִׂ֣רִיָּ֔העש֣רי֔העֲשִׂרִיָּהעשריה'a.Si.ri.Yaha tenth [part]H6224HAofsa
וְ/שָׁ֖בָהו/ש֖בהוְ/שָׁבָהו/שבהve./Sha.vahand/ it will returnH9001H7725JHc+Vqq3fs
וְ/הָיְתָ֣הו/הית֣הוְ/הָיְתָהו/היתהve./ha.ye.Tahand/ it will becomeH9001H1961Hc+Vqq3fs
לְ/בָעֵ֑רל/בע֑רלְ/בָעֵרל/בערle./va.'Er<into>/ burningH9005H1197AHR+Vpcc
כָּ/אֵלָ֣הכ/אל֣הכָּ/אֵלָהכ/אלהka./'e.Lahlike <the>/ terebinthH9004H0424HRd+Ncfsa
וְ/כָ/אַלּ֗וֹןו/כ/אל֗וןוְ/כָ/אַלּוֹןו/כ/אלוןve./kha./'a.Lonand/ like <the>/ oakH9002H9004H0437HC+Rd+Ncmsa
אֲשֶׁ֤ראש֤ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
בְּ/שַׁלֶּ֙כֶת֙ב/של֙כת֙בְּ/שַׁלֶּכֶתב/שלכתbe./sha.Le.khetin/ [the] fellingH9003H7995HR+Ncfsa
מַצֶּ֣בֶתמצ֣בתמַצֶּבֶתמצבתma.Tze.veta stumpH4678HNcfsa
בָּ֔/םב֔/םבָּ/םב/םBa/m[is] in/ themH9003H9038HR+Sp3mp
זֶ֥רַעז֥רעזֶרַעזרעZe.ra'[will be] offspring ofH2233HHNcmsc
קֹ֖דֶשׁק֖דשקֹדֶשׁקדשKo.deshholinessH6944GHNcmsa
מַצַּבְתָּֽ/הּ\׃\ \פמצבת/ה\\ \פמַצַּבְתָּֽ/הּ\׃\ \פמצבת/ה\\ \פma.tzav.Ta/hstump/ itsH4678H9024\H9016\ \H9017HNcfsc+Sp3fs
  1. een tiende deel Dat is, een klein hoopje, ten aanzien van het groot getal dergenen, die weggevoerd en vernield zullen worden. De profeet wil zeggen dat dit volk niet allen tegelijk geheellijk zal vergaan.
  2. het zal wederkeren, Anders: maar het zal weder afgeweid worden. Want sommigen verstaan door dit tiende deel degenen, die na de wegvoering des volks in het land van Juda zijn overgebleven, en vandaar in Egypte getogen en allen ellendiglijk omgekomen. Anderen verstaan door het tiende deel de Joden, die uit de Babylonische gevangenschap zouden wederkeren en veel hebben te lijden van de koningen van Syrië en Egypte, ten tijde der Machabeën, en eindelijk van de Romeinen, en dit alles vanwege hun grote en menigvuldige zonden.
  3. maar Dit is ene belofte tot troost der vromen, dat namelijk de stam van Juda niet geheel zou te gronde gaan, maar dat hij vanwege de heilige kinderen Gods, die daarin waren, zou behouden en bewaard blijven, totdat Christus in het vlees verschijnen zou.
  4. de eik . . . de haageik Of, Olmboom. In het Hebreeuws staan twee woorden, die beide een eikenboom betekenen. Voor het ene nemen de overzetters een olmboom; anderen een lindeboom. Anderen leggen de Hebreeuwse woorden aldus uit: Doch gelijk door de eiken, die aan de [poort] Schallecheth staan [de gang] een vast steunsel heeft, [alzo] zal het heilige zaad zijn vaste stut zijn. Naar deze uitlegging vergelijkt hier de profeet de godzaligen bij de eiken, met welke des konings gang onderstut en ondersteund was, of bij den hogen opgeworpen weg of straat, over welken men ging uit Salomo's huis in den tempel, waarvan te lezen is 1Ki 10:5 ; 2Ki 12:20 ; 1Ch 26:16 , en 2Ch 9:4 , 2Ch 9:11 .
  5. het heilige zaad Dat is, het overblijfsel der godzaligen, dat is, de godzalige kinderen van godzalige ouders afkomstig; alsof hij zeide: God verdraagt nog enigermate dien verdorven boom, ten aanzien der goede takken, die daaruit gesproten zijn. Om weiniger goeden wil spaart God somtijds vele kwaden; Gen 18:32 .
  6. daarvan zijn Te weten van dat land, dat is van de inwoners van dit land. Anders, van dat tiende deel; het komt opeen uit.