reltext

Chapter 22

1 De last van het dal des gezichts. Wat is u nu, dat gij altegader op de daken klimt?1234

Original Hebrew

מַשָּׂ֖אמש֖אמַשָּׂאמשאma.Sa'[the] oracle ofH4853BHNcmsc
גֵּ֣יאג֣יאגֵּיאגיאgei'[the] valley ofH1516RHNcbsc
חִזָּי֑וֹןחזי֑וןחִזָּיוֹןחזיוןchi.za.YonvisionH2384HNcmsa
מַה\־מה\מַה\־מה\mah-what?H4100\H9014HPi
לָּ֣/ךְל֣/ךלָּ/ךְל/ךla/kh[is] to/ youH9005H9032HR+Sp2fs
אֵפ֔וֹאאפ֔ואאֵפוֹאאפוא'e.Fo'thenH0645HTj
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-thatH3588A\H9014HTc
עָלִ֥יתעל֥יתעָלִיתעלית'a.Lityou have gone upH5927GHVqp2fs
כֻּלָּ֖/ךְכל֖/ךכֻּלָּ/ךְכל/ךku.La/khall of/ youH3605H9022HNcmsc+Sp2fs
לַ/גַּגּֽוֹת\׃ל/גגות\לַ/גַּגּֽוֹת\׃ל/גגות\la./ga.Gotto the/ roofsH9005H1406\H9016HRd+Ncfpa
  1. last Zie Isa 13:1 .
  2. het dal des gezichts Het Joodse land wordt een dal genoemd, omdat het rondom heen tussen vele bergen ligt, en zelf heeft; Psa 125:2 . En Jeruzalem wordt genoemd: een dal des gezichts, omdat in die stad veel zieners, dat is veel profeten waren, aan wie zich God de Heere in visioenen, of door gezichten placht te openbaren. Zodat de profeet hier voornamelijk die van Jeruzalem aanspreekt, hun voorzeggende de ellende, die hun was nakende.
  3. Wat is u nu, Eenigen duiden deze profetie op de tijden van den koning Hizkia, als Sanherib in Juda was ingevallen; anderen verstaan het van de belegering der twee koningen, Pekah en Rezin; zie boven Isa 7 .
  4. dat gij altegader Te weten uit schrikt en verbaasdheid, om aldaar rouw te bedrijven; zie Isa 15:3 , en Jer 48:38 .

2 Gij, die vol van groot gedruis waart, gij woelige stad, gij, vrolijk huppelende stad, Uw verslagenen zijn niet verslagen met het zwaard, noch gestorven in den strijd.123

Original Hebrew

תְּשֻׁא֣וֹת\׀תשא֣ות\תְּשֻׁאוֹת\׀תשאות\te.shu.'otnoisesH8663\H9015HNcfpa
מְלֵאָ֗המלא֗המְלֵאָהמלאהme.le.'AhfullH4392HVqrfsa
עִ֚ירע֚ירעִירעיר'irO cityH5892BHNcfsc
הֽוֹמִיָּ֔ההומי֔ההֽוֹמִיָּההומיהho.mi.YahturbulentH1993HVqrfsa
קִרְיָ֖הקרי֖הקִרְיָהקריהkir.YahO townH7151HNcfsa
עַלִּיזָ֑העליז֑העַלִּיזָהעליזה'a.li.ZahjubilantH5947HAafsa
חֲלָלַ֙יִ/ךְ֙חלל֙י/ך֙חֲלָלַיִ/ךְחללי/ךcha.la.La.yi/khslain [ones]/ yourH2491AH9022HAampc+Sp2fs
לֹ֣אל֣אלֹאלאlo'notH3808HTn
חַלְלֵי\־חללי\חַלְלֵי\־חללי\cha.lei-[are] slain ofH2491A\H9014HAampc
חֶ֔רֶבח֔רבחֶרֶבחרבChe.reva swordH2719HNcfsa
וְ/לֹ֖או/ל֖אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
מֵתֵ֥ימת֥ימֵתֵימתיme.Tei[are] dead ofH4191HVqrmpc
מִלְחָמָֽה\׃מלחמה\מִלְחָמָֽה\׃מלחמה\mil.cha.MahbattleH4421\H9016HNcfsa
  1. Gij, Dat is, gij stad in welk groot rumoer, geraas en gekraak, en groot geruisch pleegt te zijn van vrolijkheid, van zingen en fluiten, van dansen en springen en allerlei ander gewoel.
  2. Uw Alsof hij zeide: Hoe zijn de zaken dus veranderd? gij placht tevoren kloekmoedig te zijn in den strijd en tegen uwe vijanden te staan, nu zijt gij allen vluchtende en moedeloos, of laat u gevankelijk wegvoeren, gelijk volgt. Anders, aldus [namelijk daarom dat] uwe verslagenen niet zijn verslagen met het zwaard, noch gestorven in den strijd? en zo in vs.3. Alsof hij zeide: Verblijdt gij u daarin, dat velen uwer medeburgers niet door de scherpte des zwaards omgekomen zijn, als eerlijke en dappere krijgslieden plegen, maar dat zij zich van hunne vijanden gevankelijk hebben laten wegvoeren, die hen zeer schandelijk hebben mishandeld? Zie vs.3.
  3. verslagenen Anders, gekwetsten.

3 Al uw oversten zijn te zamen weggevlucht; zij zijn van de schutters gebonden, allen, die in u gevonden zijn, zijn samengebonden, zij zijn van verre gevloden.1234

Original Hebrew

כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
קְצִינַ֥יִ/ךְקצינ֥י/ךקְצִינַיִ/ךְקציני/ךke.tzi.Na.yi/khrulers/ yourH7101H9022HNcmpc+Sp2fs
נָֽדְדוּ\־נדדו\נָֽדְדוּ\־נדדו\na.de.du-they have fledH5074\H9014HVqp3cp
יַ֖חַדי֖חדיַחַדיחדYa.chadtogetherH3162AHNcmsa
מִ/קֶּ֣שֶׁתמ/ק֣שתמִ/קֶּשֶׁתמ/קשתmi./Ke.shetfrom/ a bowH9006H7198HR+Ncfsa
אֻסָּ֑רוּאס֑רואֻסָּרוּאסרו'u.Sa.ruthey have been capturedH0631HVPp3cp
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
נִמְצָאַ֙יִ/ךְ֙נמצא֙י/ך֙נִמְצָאַיִ/ךְנמצאי/ךnim.tza.'A.yi/khfound [ones]/ yourH4672H9032HVNrmpc+Sp2fs
אֻסְּר֣וּאסר֣ואֻסְּרוּאסרו'u.se.Ruthey were capturedH0631HVPp3cp
יַחְדָּ֔ויחד֔ויַחְדָּויחדוyach.DavtogetherH3162BHD
מֵ/רָח֖וֹקמ/רח֖וקמֵ/רָחוֹקמ/רחוקme./ra.Chokfrom/ a distanceH9006H7350HR+Aamsa
בָּרָֽחוּ\׃ברחו\בָּרָֽחוּ\׃ברחו\ba.Ra.chuthey had fledH1272\H9016HVqp3cp
  1. weggevlucht; Niet wetende waar zij zich zullen keren of wenden, of wat zij beginnen zullen.
  2. schutters Hebreeuws, boog; dat is boogschutters, of mannen van den boog. Anders: zij zijn van den boog gebonden; dat is, alsof hun de handen gebonden waren, dat zij den boog niet spannen kunnen.
  3. allen, Hebreeuws, al uwe gevondenen; dat is, al degenen, die men van de uwen vindt.
  4. zij zijn van verre Dat is, terwijl de vijand nog verre van hen was, ja eer zij den vijand zagen. Anders: ver wegvloden.

4 Daarom zeg ik: Wendt het gezicht van mij af; laat mij bitterlijk wenen; dringt niet aan, om mij te troosten over de verstoring der dochteren mijns volks.1234

Original Hebrew

עַל\־על\עַל\־על\'al-there-H5921A\H9014HR
כֵּ֥ןכ֥ןכֵּןכןken-foreH3651CHD
אָמַ֛רְתִּיאמ֛רתיאָמַרְתִּיאמרתי'a.Mar.tiI saidH0559HVqp1cs
שְׁע֥וּשע֥ושְׁעוּשעוshe.'Ulook awayH8159HVqv2mp
מִ/נִּ֖ימ/נ֖ימִ/נִּימ/ניmi./Nifrom/ meH4480AH9030HR+Sp1bs
אֲמָרֵ֣ראמר֣ראֲמָרֵראמרר'a.ma.RerI will show bitternessH4843HVpi1cs
בַּ/בֶּ֑כִיב/ב֑כיבַּ/בֶּכִיב/בכיba./Be.khiwith <the>/ weepingH9003H1065HRd+Ncmsa
אַל\־אל\אַל\־אל\'al-may notH0408\H9014HTn
תָּאִ֣יצוּתא֣יצותָּאִיצוּתאיצוta.'I.tzuyou insistH0213HVhi2mp
לְ/נַֽחֲמֵ֔/נִיל/נחמ֔/נילְ/נַֽחֲמֵ/נִיל/נחמ/ניle./na.cha.Me./nito/ comfort/ meH9005H5162GH9030HR+Vpcc+Sp1bs
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
שֹׁ֖דש֖דשֹׁדשדshod[the] devastation ofH7701HNcmsc
בַּת\־בת\בַּת\־בת\bat-[the] daughter ofH1323G\H9014HNcfsc
עַמִּֽ/י\׃עמ/י\עַמִּֽ/י\׃עמ/י\'a.M/ipeople/ myH5971AH9020\H9016HNcmsc+Sp1bs
  1. Wendt Te weten, o gijlieden altegaar, die mij troosten wilt.
  2. laat mij Hebreeuws, laat mij verbitteren met wenen.
  3. dringt niet aan, Of, bemoeit u niet verder, en doet geen moeite meer om mij te troosten.
  4. der dochteren Dat is, van iedere kleine stad in het Joodse land, van welke Jeruzalem als de moederstad is.

5 Want het is een dag van beroering, en van vertreding, en van verwarring van den Heere, den Heere der heirscharen, in het dal des gezichts, een dag van ontmuring des muurs, en van geschreeuw naar het gebergte toe.123456

Original Hebrew

כִּ֣יכ֣יכִּיכיkiforH3588AHTc
יוֹם֩יום֩יוֹםיוםyOma day ofH3117GHNcmsc
מְהוּמָ֨המהומ֨המְהוּמָהמהומהme.hu.MahconsternationH4103HNcfsa
וּ/מְבוּסָ֜הו/מבוס֜הוּ/מְבוּסָהו/מבוסהu./me.vu.Sahand/ tramplingH9002H4001HC+Ncfsa
וּ/מְבוּכָ֗הו/מבוכ֗הוּ/מְבוּכָהו/מבוכהu./me.vu.Khahand/ confusionH9002H3998HC+Ncfsa
לַֽ/אדֹנָ֧יל/אדנ֧ילַֽ/אדֹנָיל/אדניla./do.Nai[belongs] to/ [the] LordH9005H0136HR+Npt
יְהוִ֛היהו֛היְהוִהיהוהYah.wehYahwehH3069HNpt
צְבָא֖וֹתצבא֖ותצְבָאוֹתצבאותtze.va.'otof hostsH6635BHNcfpa
בְּ/גֵ֣יאב/ג֣יאבְּ/גֵיאב/גיאbe./Gei'in/ [the] valley ofH9003H1516RHR+Ncbsc
חִזָּי֑וֹןחזי֑וןחִזָּיוֹןחזיוןchi.za.YonvisionH2384HNcmsa
מְקַרְקַ֥רמקרק֥רמְקַרְקַרמקרקרme.kar.Kara breaking down ofH6979CHVprmsc
קִ֖רק֖רקִרקרkira wallH7023HNcmsa
וְ/שׁ֥וֹעַו/ש֥ועוְ/שׁוֹעַו/שועve./Sho.a'and/ a crying outH9002H7771BHC+Ncbsa
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
הָ/הָֽר\׃ה/הר\הָ/הָֽר\׃ה/הר\ha./Harthe/ mountainH9009H2022G\H9016HTd+Ncmsa
  1. van beroering, Of, van getummel, van gedruis, of van gekwel; dat is, een tijd in welken mijn volk van zijne vijanden gekweld en beroerd wordt. Zie 2Ki 19:3 .
  2. van den Heere, Dat is, welke God de Heere als een rechtvaardig Rechter door verslagenheid, vanwege der vijanden inval, over hen zal doen komen.
  3. het dal des gezicht, Zie boven vs.1.
  4. een dag Dat is, een dag, die de muren verbreken zal.
  5. des muurs, Of, der muren; te weten der vaste steden in Juda; 2Ki 18:13 .
  6. van geschreeuw Alsof hij zeide: De Joden zullen een ijselijk geschrei maken, lopende naar de bergen, om zich aldaar te verbergen voor hunne vijanden.

6 Want Elam heeft den pijlkoker genomen, de man is op den wagen, er zijn ruiters; en Kir ontbloot het schild.1234

Original Hebrew

וְ/עֵילָם֙ו/עילם֙וְ/עֵילָםו/עילםve./'ei.Lamand/ ElamH9002H5867AHC+Npl
נָשָׂ֣אנש֣אנָשָׂאנשאna.Sa'it took upH5375HHVqp3ms
אַשְׁפָּ֔האשפ֔האַשְׁפָּהאשפה'ash.Paha quiverH0827HNcfsa
בְּ/רֶ֥כֶבב/ר֥כבבְּ/רֶכֶבב/רכבbe./Re.khevwith/ chariotry ofH9003H7393GHR+Ncmsc
אָדָ֖םאד֖םאָדָםאדם'a.Dama manH0120GHNcmsa
פָּֽרָשִׁ֑יםפרש֑יםפָּֽרָשִׁיםפרשיםpa.ra.ShimhorsemenH6571BHNcmpa
וְ/קִ֥ירו/ק֥ירוְ/קִירו/קירve./Kirand/ KirH9002H7024BHC+Npl
עֵרָ֖הער֖העֵרָהערה'e.Rahit uncoveredH6168HVpp3ms
מָגֵֽן\׃מגן\מָגֵֽן\׃מגן\ma.Gena shieldH4043\H9016HNcmsa
  1. Elam Versta hier door Elam de Perzen gelijk Isa 21:2 . De zin van dit vs. is: Dat de Perzen en Meden, mitsgaders andere natiën, al gereed en in de wapens waren om het Joodse land aan te tasten en te overheersen.
  2. de man Anders: de paarden zijn al aan des mans wagens. Versta hier, legerwagens, of strijdwagens der Assyriërs.
  3. Kir Dat is, de Meden. Kir was een voortreffelijke stad in Medië, die hier gesteld wordt voor geheel Medië-land , of de inwoners deszelven. Zie Isa 15:1 .
  4. ontbloot het schild Dat is, het brengt de schilden [versta hieronder ook andere wapens] te voorschijn, en het schikt zich tot den oorlog.

7 En het zal geschieden, dat uw uitgelezen dalen vol wagenen zullen zijn, en dat de ruiters zich gewisselijk zullen zetten ter poorten aan.1234

Original Hebrew

וַ/יְהִ֥יו/יה֥יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it wasH9001H1961Hc+Vqw3ms
מִבְחַר\־מבחר\מִבְחַר\־מבחר\miv.char-[the] choicest ofH4005\H9014HNcmsc
עֲמָקַ֖יִ/ךְעמק֖י/ךעֲמָקַיִ/ךְעמקי/ך'a.ma.Ka.yi/khvalleys/ yourH6010RH9022HNcmpc+Sp2fs
מָ֣לְאוּמ֣לאומָלְאוּמלאוMal.'uthey were fullH4390HVqp3cp
רָ֑כֶבר֑כברָכֶברכבRa.khevchariotryH7393GHNcmsa
וְ/הַ/פָּ֣רָשִׁ֔יםו/ה/פ֣רש֔יםוְ/הַ/פָּרָשִׁיםו/ה/פרשיםve./ha./Pa.ra.Shimand/ the/ horsemenH9002H9009H6571BHC+Td+Ncmpa
שֹׁ֖תש֖תשֹׁתשתshotcertainly <to take a stand>H7896GHVqaa
שָׁ֥תוּש֥תושָׁתוּשתוSha.tuthey took a standH7896GHVqp3cp
הַ/שָּֽׁעְרָ/ה\׃ה/שער/ה\הַ/שָּֽׁעְרָ/ה\׃ה/שער/ה\ha./Sha.'e.ra/hthe/ gate/ towardsH9009H8179GH9011\H9016HTd+Ncmsa+Sd
  1. uw O gij dal des gezichts.
  2. uitgelezen Hebreeuws, de keur uwer dalen, dat is, uw allerbeste en vruchtbaarste lage landen. In het Hebreeuws staat dit en enige volgende verzen in den verleden tijd, naar de wijze der profeten.
  3. gewisselijk Hebreeuws, zettende hebben zij gezet.
  4. ter poorten Door de poorten moet men verstaan de vaste steden.

8 En hij zal het deksel van Juda ontdekken; en te dien dage zult gij zien naar de wapenen in het huis des wouds.123456

Original Hebrew

וַ/יְגַ֕לו/יג֕לוַ/יְגַלו/יגלva/y.Galand/ he uncoveredH9001H1540KHc+Vpw3ms
אֵ֖תא֖תאֵתאת'et<obj.>H0853HTo
מָסַ֣ךְמס֣ךמָסַךְמסךma.Sakh[the] covering ofH4539HNcmsc
יְהוּדָ֑היהוד֑היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
וַ/תַּבֵּט֙ו/תבט֙וַ/תַּבֵּטו/תבטva./ta.Betand/ you lookedH9001H5027Hc+Vhw2ms
בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomin the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֔וּאה/ה֔ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
נֶ֖שֶׁקנ֖שקנֶשֶׁקנשקNe.shek[the] weaponry ofH5402HNcmsc
בֵּ֥יתב֥יתבֵּיתביתbeit[the] House ofH1004JHNcmsc
הַ/יָּֽעַר\׃ה/יער\הַ/יָּֽעַר\׃ה/יער\hai./Ya.'arthe/ ForestH9009H3293I\H9016HTd+Ncmsa
  1. hij Te weten de koning Sanherib.
  2. zal De profeet spreekt in het Hebreeuws als van ene zaak, die alrede geschied was, alhoewel hetgeen daar hij van spreekt nog eerst geschieden zou. Anders: En men heeft het deksel van Juda ontdekt.
  3. het deksel Aldus noemt de profeet hier de vastigheden aan de grenzen van het Joodse land. Zodat het deksel van Juda ontdekken is te zeggen, de vaste plaatsen in Juda innemen.
  4. gij Te weten gij volk van Jeruzalem.
  5. zien Dat is, gij zult zien wapenen te krijgen uit het wapenhuis om u te verdedigen, op hoop dat gij uzelven uit uwen nood zult kunnen redden. Versta hierbij: doch het zal al vergeefs zijn.
  6. in het huis Men meent dat hier het tuighuis, of het wapenhuis van het rijk verstaan wordt. Vergelijk 1Ki 7:2 met de aantekening.

9 En gijlieden zult bezien de reten der stad Davids, omdat zij vele zijn; en gij zult de wateren des ondersten vijvers vergaderen.123

Original Hebrew

וְ/אֵ֨תו/א֨תוְ/אֵתו/אתve./'Etand/ <obj.>H9002H0853HC+To
בְּקִיעֵ֧יבקיע֧יבְּקִיעֵיבקיעיbe.ki.'Ei[the] breaches ofH1233HNcmpc
עִיר\־עיר\עִיר\־עיר\'ir-[the] city ofH5892B\H9014HNcfsc
דָּוִ֛דדו֛דדָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm
רְאִיתֶ֖םראית֖םרְאִיתֶםראיתםre.'i.Temyou sawH7200GHVqp2mp
כִּי\־כי\כִּי\־כי\ki-thatH3588A\H9014HTc
רָ֑בּוּר֑בורָבּוּרבוRa.buthey were manyH7231HVqp3cp
וַֽ/תְּקַבְּצ֔וּו/תקבצ֔ווַֽ/תְּקַבְּצוּו/תקבצוva./te.ka.be.Tzuand/ you gatheredH9001H6908Hc+Vpw2mp
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
מֵ֥ימ֥ימֵימיmei[the] waters ofH4325GHNcmpc
הַ/בְּרֵכָ֖הה/ברכ֖ההַ/בְּרֵכָהה/ברכהha./be.re.Khahthe/ poolH9009H1295HHTd+Ncfsa
הַ/תַּחְתּוֹנָֽה\׃ה/תחתונה\הַ/תַּחְתּוֹנָֽה\׃ה/תחתונה\ha./tach.to.Nah<the>/ lowerH9009H8481H\H9016HTd+Aafsa
  1. bezien Of, voorzien; dat is, beteren.
  2. der stad Davids, Van de stad Davids, zie 2Sa 5:7 , 2Sa 5:9 .
  3. ondersten vijvers Aldus genoemd ten aanzien van den oppersten vijver, van welken gesproken wordt 2Ki 18:17 , en Isa 7:3 .

10 Gij zult ook de huizen van Jeruzalem tellen; en gij zult huizen afbreken, om de muren te bevestigen.1

Original Hebrew

וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
בָּתֵּ֥יבת֥יבָּתֵּיבתיba.Tei[the] houses ofH1004BHNcmpc
יְרוּשָׁלִַ֖םירושל֖םיְרוּשָׁלִַםירושלםye.ru.sha.LimJerusalemH3389HNpl
סְפַרְתֶּ֑םספרת֑םסְפַרְתֶּםספרתםse.far.Temyou countedH5608AHVqp2mp
וַ/תִּתְֿצוּ֙ו/תתצו֙וַ/תִּתְֿצוּו/תתצוva./titTzevand/ you pulled downH9001H5422Hc+Vqw2mp
הַ/בָּ֣תִּ֔יםה/ב֣ת֔יםהַ/בָּתִּיםה/בתיםha./Ba.Timthe/ housesH9009H1004BHTd+Ncmpa
לְ/בַצֵּ֖רל/בצ֖רלְ/בַצֵּרל/בצרle./va.Tzerto/ fortifyH9005H1219HR+Vpcc
הַ/חוֹמָֽה\׃ה/חומה\הַ/חוֹמָֽה\׃ה/חומה\ha./cho.Mahthe/ city wallH9009H2346G\H9016HTd+Ncfsa
  1. de huizen Dat is, de mannen in de huizen, om te weten hoe sterk van volk gij zijt om den vijand wederstand te kunnen doen, en hoeveel levensmiddelen gij zult behoeven. Of naar de letter: Gij zult de huizen, die aan of bij de stadsmuren staan, niet alleen bezichtigen, maar ook tellen en aantekenen, welke en hoevele dat men er zal behoeven af te breken, als men de stadsmuren zal verbeteren.

11 Ook zult gij een gracht maken tussen beide de muren, voor de wateren des ouden vijvers; maar gij zult niet opwaarts zien op Dien, Die zulks gedaan heeft, noch aanmerken Dien, Die dat van verre tijden geformeerd heeft.1234

Original Hebrew

וּ/מִקְוָ֣ה\׀ו/מקו֣ה\וּ/מִקְוָה\׀ו/מקוה\u./mik.Vahand/ a reservoirH9002H4724\H9015HC+Ncfsa
עֲשִׂיתֶ֗םעשית֗םעֲשִׂיתֶםעשיתם'a.si.Temyou madeH6213HHVqp2mp
בֵּ֚יןב֚יןבֵּיןביןbeinbetweenH0996GHAcmsc
הַ/חֹ֣מֹתַ֔יִםה/ח֣מת֔יםהַ/חֹמֹתַיִםה/חמתיםha./Cho.mo.Ta.yimthe/ two wallsH9009H2346GHTd+Ncfda
לְ/מֵ֖יל/מ֖ילְ/מֵיל/מיle./Meifor/ [the] water ofH9005H4325GHR+Ncmpc
הַ/בְּרֵכָ֣הה/ברכ֣ההַ/בְּרֵכָהה/ברכהha./be.re.Khahthe/ poolH9009H1295HHTd+Ncfsa
הַ/יְשָׁנָ֑הה/ישנ֑ההַ/יְשָׁנָהה/ישנהha/y.sha.Nah<the>/ oldH9009H3465HHTd+Aafsa
וְ/לֹ֤או/ל֤אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
הִבַּטְתֶּם֙הבטתם֙הִבַּטְתֶּםהבטתםhi.ba.Temyou lookedH5027HVhp2mp
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
עֹשֶׂ֔י/הָעש֔י/העֹשֶׂי/הָעשי/ה'o.Sei./ha[the] [one who] made/ itH6213HH9034HVqrmpc+Sp3fs
וְ/יֹצְרָ֥/הּו/יצר֥/הוְ/יֹצְרָ/הּו/יצר/הve./yo.tze.Ra/hand/ [the] [one who] planned/ itH9002H3335IH9034HC+Vqrmsc+Sp3fs
מֵֽ/רָח֖וֹקמ/רח֖וקמֵֽ/רָחוֹקמ/רחוקme./ra.Chokfrom/ distant [time]H9006H7350HR+Aamsa
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
רְאִיתֶֽם\׃ראיתם\רְאִיתֶֽם\׃ראיתם\re.'i.Temyou consideredH7200G\H9016HVqp2mp
  1. gracht maken Hebreeuws, ene vergadering; te weten van wateren, gelijk Gen 1:9 .
  2. tussen beide Te weten om het water Gihons uit den oppervijver te brengen in den ondervijver; vergelijk 2Ki 20:20 , en 2Ch 32:30 . De zin van deze woorden, en van die woorden vs.8. [ En te dien dage, enz.] tot hiertoe, is deze: Gijlieden zult op alle stukken zeer nauw letten, en gij zult verbeteren aan de steden hetgeen ten tijde uwer vaderen vervallen en verzuimd was; maar gij zult niet opwaarts zien, enz. alsof de profeet zeide: Gij zult u al verlaten op menselijke hulp en middelen, daarentussen zult gij vergeten den Heere uwen noodhelper.
  3. des ouden vijvers; Zie boven Isa 7:3 .
  4. opwaarts Te weten tot God in den hemel, van wien deze plagen over u besloten zijn, en tot wien gij u moest bekeren, wilt gij van Hem geholpen zijn.

12 En te dien dage zal de Heere, de Heere der heirscharen, roepen tot geween, en tot rouwklage, en tot kaalheid, en tot omgording des zaks.123

Original Hebrew

וַ/יִּקְרָ֗או/יקר֗אוַ/יִּקְרָאו/יקראva/i.yik.Ra'and/ he calledH9001H7121GHc+Vqw3ms
אֲדֹנָ֧יאדנ֧יאֲדֹנָיאדני'a.do.Nai[the] LordH0136HNpt
יְהוִ֛היהו֛היְהוִהיהוהYah.wehYahwehH3069HNpt
צְבָא֖וֹתצבא֖ותצְבָאוֹתצבאותtze.va.'otof hostsH6635BHNcfpa
בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomin the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֑וּאה/ה֑ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
לִ/בְכִי֙ל/בכי֙לִ/בְכִיל/בכיli/v.Khifor/ weepingH9005H1065HR+Ncmsa
וּ/לְ/מִסְפֵּ֔דו/ל/מספ֔דוּ/לְ/מִסְפֵּדו/ל/מספדu./le./mis.Pedand/ for/ wailingH9002H9005H4553HC+R+Ncmsa
וּ/לְ/קָרְחָ֖הו/ל/קרח֖הוּ/לְ/קָרְחָהו/ל/קרחהu./le./ka.re.Chahand/ for/ baldnessH9002H9005H7144HC+R+Ncfsa
וְ/לַ/חֲגֹ֥רו/ל/חג֥רוְ/לַ/חֲגֹרו/ל/חגרve./la./cha.Gorand/ for/ girding ofH9002H9005H2296HC+R+Vqcc
שָֽׂק\׃שק\שָֽׂק\׃שק\SaksackclothH8242\H9016HNcmsa
  1. te dien dage Zie op vs.1.
  2. roepen Te weten door iemand van zijne profeten.
  3. tot kaalheid, Anders: tot kaal maken. Dit placht te zijn een bewijs van hartelijke droefenis. Zie Mic 1:16 .

13 Maar ziet, er is vreugde en blijdschap met runderen te doden, en schapen te kelen, vlees te eten, en wijn te drinken, en te zeggen: Laat ons eten en drinken, want morgen zullen wij sterven.12

Original Hebrew

וְ/הִנֵּ֣ה\׀ו/הנ֣ה\וְ/הִנֵּה\׀ו/הנה\ve./hi.Nehand/ there!H9002H2009\H9015HC+Tj
שָׂשׂ֣וֹןשש֣וןשָׂשׂוֹןששוןsa.SonjoyH8342HNcmsa
וְ/שִׂמְחָ֗הו/שמח֗הוְ/שִׂמְחָהו/שמחהve./sim.Chahand/ gladnessH9002H8057HC+Ncfsa
הָרֹ֤ג\׀הר֤ג\הָרֹג\׀הרג\ha.Rogthey are killingH2026\H9015HVqaa
בָּקָר֙בקר֙בָּקָרבקרba.KarcattleH1241HNcbsa
וְ/שָׁחֹ֣טו/שח֣טוְ/שָׁחֹטו/שחטve./sha.Chotand/ they are slaughteringH9002H7819AHC+Vqaa
צֹ֔אןצ֔אןצֹאןצאןTzonsheepH6629GHNcbsa
אָכֹ֥לאכ֥לאָכֹלאכל'a.Kholthey are eatingH0398HVqaa
בָּשָׂ֖רבש֖רבָּשָׂרבשרba.SarmeatH1320HNcmsa
וְ/שָׁת֣וֹתו/שת֣ותוְ/שָׁתוֹתו/שתותve./sha.Totand/ they are drinkingH9002H8354HC+Vqaa
יָ֑יִןי֑יןיָיִןייןYa.yinwineH3196HNcmsa
אָכ֣וֹלאכ֣ולאָכוֹלאכול'a.Kholwe will eatH0398HVqaa
וְ/שָׁת֔וֹו/שת֔ווְ/שָׁתוֹו/שתוve./sha.Toand/ we will drinkH9002H8354HC+Vqaa
כִּ֥יכ֥יכִּיכיkiforH3588AHTc
מָחָ֖רמח֖רמָחָרמחרma.ChartomorrowH4279HNcmsa
נָמֽוּת\׃נמות\נָמֽוּת\׃נמות\na.Mutwe will dieH4191\H9016HVqi1cp
  1. Laat ons eten Hebreeuws, eten en drinken; te weten, willen wij.
  2. want morgen Dit spreken de goddelozen spottenderwijze, alsof zij zeiden: Onze profeten zeggen dat wij haast zullen omgebracht worden; laat ons dan lustig en vrolijk zijn zolang het ons gebeuren mag.

14 Maar de Heere der heirscharen heeft Zich voor mijn oren geopenbaard, zeggende: Indiën ulieden deze ongerechtigheid verzoend wordt, totdat gij sterft! zegt de Heere, de Heere der heirscharen.123

Original Hebrew

וְ/נִגְלָ֥הו/נגל֥הוְ/נִגְלָהו/נגלהve./nig.Lahand/ he has revealed himselfH9001H1540HHc+VNq3ms
בְ/אָזְנָ֖/יב/אזנ֖/יבְ/אָזְנָ/יב/אזנ/יve./'a.ze.Na/iin/ ears/ myH9003H0241GH9020HR+Ncfdc+Sp1bs
יְהוָ֣היהו֣היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
צְבָא֑וֹתצבא֑ותצְבָאוֹתצבאותtze.va.'otof hostsH6635BHNcfpa
אִם\־אם\אִם\־אם\'im-ifH0518H\H9014HTc
יְ֠כֻפַּרי֠כפריְכֻפַּריכפרYe.khu.parit will be atoned forH3722AHVPi3ms
הֶ/עָוֹ֨ןה/עו֨ןהֶ/עָוֹןה/עוןhe./'a.Vonthe/ iniquityH9009H5771GHTd+Ncmsa
הַ/זֶּ֤הה/ז֤ההַ/זֶּהה/זהha./Zeh<the>/ thisH9009H2088HTd+Tm
לָ/כֶם֙ל/כם֙לָ/כֶםל/כםla./Khemfor/ youH9005H9036HR+Sp2mp
עַד\־עד\עַד\־עד\'ad-untilH5704\H9014HR
תְּמֻת֔וּ/ןתמת֔ו/ןתְּמֻתוּ/ןתמתו/ןte.mu.Tu/nyou will die/ !H4191H9013HVqi2mp+Sn
אָמַ֛ראמ֛ראָמַראמר'a.Marhe saysH0559HVqp3ms
אֲדֹנָ֥יאדנ֥יאֲדֹנָיאדני'a.do.Nai[the] LordH0136HNpt
יְהוִ֖היהו֖היְהוִהיהוהYah.wehYahwehH3069HNpt
צְבָאֽוֹת\׃\ \פצבאות\\ \פצְבָאֽוֹת\׃\ \פצבאות\\ \פtze.va.'otof hostsH6635B\H9016\ \H9017HNcfpa
  1. Maar de HEERE Anders: Het is geopenbaard voor mijne oren, die Ik ben de Heere der heirscharen.
  2. Indien ulieden Een manier van eedzweren. Zie de aantekening Gen 14:23 . De zin is: Zekerlijk, die misdaad zal ulieden niet bedekt, dat is niet vergeven worden.
  3. totdat Dat is, uw levenlang niet, of nimmermeer. Zie Gen 28:15 . Versta hierbij, tenzij dat gij bijtijds van zonden afstaat.

15 Alzo zegt de Heere, de Heere der heirscharen: Ga heen, ga in tot dien schatmeester, tot Sebna, den hofmeester, en spreek:123

Original Hebrew

כֹּ֥הכ֥הכֹּהכהkohthusH3541HD
אָמַ֛ראמ֛ראָמַראמר'a.Marhe saysH0559HVqp3ms
אֲדֹנָ֥יאדנ֥יאֲדֹנָיאדני'a.do.Nai[the] LordH0136HNpt
יְהוִ֖היהו֖היְהוִהיהוהYah.wehYahwehH3069HNpt
צְבָא֑וֹתצבא֑ותצְבָאוֹתצבאותtze.va.'otof hostsH6635BHNcfpa
לֶךְ\־לך\לֶךְ\־לך\lekh-comeH1980G\H9014HVqv2ms
בֹּא֙בא֙בֹּאבאbo'goH0935GHVqv2ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
הַ/סֹּכֵ֣ןה/סכ֣ןהַ/סֹּכֵןה/סכןha./so.Khenthe/ stewardH9009H5532HTd+Vqrmsa
הַ/זֶּ֔הה/ז֔ההַ/זֶּהה/זהha./Zeh<the>/ thisH9009H2088HTd+Tm
עַל\־על\עַל\־על\'al-toH5921A\H9014HR
שֶׁבְנָ֖אשבנ֖אשֶׁבְנָאשבנאshev.Na'ShebnaH7644HNpm
אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhoH0834AHTr
עַל\־על\עַל\־על\'al-[is] overH5921A\H9014HR
הַ/בָּֽיִת\׃ה/בית\הַ/בָּֽיִת\׃ה/בית\ha./Ba.yitthe/ houseH9009H1004P\H9016HTd+Ncmsa
  1. schatmeester, Of, thesaurier, of bezorgers des huizes. Anders: helpmeester, of helper; dat is, goedgunner dezer goddelozen.
  2. Sebna, Deze Sebna is naderhand van hofmeester geworden secretaris; gelijk te zien is 2Ki 18:18 .
  3. den hofmeester, Hebreeuws, die over het huis is; te weten over des konings huis. Zie de aantekening 1Ki 4:6 .

16 Wat hebt gij hier, of wien hebt gij hier, dat gij u hier een graf uitgehouwen hebt als die zijn graf in de hoogte uithouwt, die een woning voor zich op een rotssteen laat aftekenen?123

Original Hebrew

מַה\־מה\מַה\־מה\mah-what?H4100\H9014HPi
לְּ/ךָ֥ל/ך֥לְּ/ךָל/ךle./Kha[belongs] to/ youH9005H9031HR+Sp2ms
פֹה֙פה֙פֹהפהfohhereH6311HD
וּ/מִ֣יו/מ֣יוּ/מִיו/מיu./Miand/ who?H9002H4310HC+Pi
לְ/ךָ֣ל/ך֣לְ/ךָל/ךle./Kha[belongs] to/ youH9005H9031HR+Sp2ms
פֹ֔הפ֔הפֹהפהFohhereH6311HD
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-thatH3588A\H9014HTc
חָצַ֧בְתָּחצ֧בתחָצַבְתָּחצבתcha.Tzav.tayou have dug outH2672HVqp2ms
לְּ/ךָ֛ל/ך֛לְּ/ךָל/ךle./Khafor/ yourselfH9005H9031HR+Sp2ms
פֹּ֖הפ֖הפֹּהפהpohhereH6311HD
קָ֑בֶרק֑ברקָבֶרקברKa.vera tombH6913HNcmsa
חֹצְבִ֤יחצב֤יחֹצְבִיחצביcho.tze.Vidigging outH2672HVqrmsc
מָרוֹם֙מרום֙מָרוֹםמרוםma.rOmhigh placeH4791HNcmsa
קִבְר֔/וֹקבר֔/וקִבְר/וֹקבר/וkiv.R/otomb/ hisH6913H9023HNcmsc+Sp3ms
חֹקְקִ֥יחקק֥יחֹקְקִיחקקיcho.ke.KicuttingH2710HVqrmsc
בַ/סֶּ֖לַעב/ס֖לעבַ/סֶּלַעב/סלעva./Se.la'in the/ rockH9003H5553HHRd+Ncmsa
מִשְׁכָּ֥ןמשכ֥ןמִשְׁכָּןמשכןmish.Kana dwellingH4908HNcmsa
לֽ/וֹ\׃ל/ו\לֽ/וֹ\׃ל/ו\l/ofor <the>/ himselfH9005H9033\H9016HRd+Sp3ms
  1. Wat hebt gij Alsof hij zeide: Gij hebt hier te Jeruzalem noch erfgoederen, noch bloedvrienden, maar gij zijt hier een vreemdeling, derhalve behoordet gij hier u zo voortreffelijk niet te houden.
  2. hier, Te weten te Jeruzalem.
  3. uitgehouwen Dat is, hebt laten uithouwen.

17 Zie, de Heere zal u wegwerpen met een mannelijke wegwerping, en Hij zal u ganselijk overdekken.1

Original Hebrew

הִנֵּ֤ההנ֤ההִנֵּההנהhi.Nehthere!H2009HTj
יְהוָה֙יהוה֙יְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
מְטַלְטֶלְ/ךָ֔מטלטל/ך֔מְטַלְטֶלְ/ךָמטלטל/ךme.tal.tel./Kha[is] about to hurl away/ youH2904H9031HVprmsc+Sp2ms
טַלְטֵלָ֖הטלטל֖הטַלְטֵלָהטלטלהtal.te.LahhurlingH2925HNcfsa
גָּ֑בֶרג֑ברגָּבֶרגברGa.verO manH1397HNcmsa
וְ/עֹטְ/ךָ֖ו/עט/ך֖וְ/עֹטְ/ךָו/עט/ךve./'o.te./Khaand/ [is] about to grasp/ youH9002H5844BH9031HC+Vqrmsc+Sp2ms
עָטֹֽה\׃עטה\עָטֹֽה\׃עטה\'a.Tohcompletely <to grasp>H5844B\H9016HVqaa
  1. Hij zal u Hebreeuws, overdekkende overdekken; te weten met oneer. Doch anderen vertalen en verklaren dit geheele vs. aldus: Zie, de Heere dekt u met het deksel eens voortreffelijken mans, en Hij overdekt u heerlijk; zodat het is een verhaal van de weldaden, die God hem bewezen heeft.

18 Hij zal u gewisselijk voortrollen, gelijk men een bal rolt, in een land, wijd van begrip; aldaar zult gij sterven, en aldaar zullen uw heerlijke wagenen zijn, o gij schandvlek van het huis uws heren!12345

Original Hebrew

צָנ֤וֹףצנ֤וףצָנוֹףצנוףtza.Nofcertainly <to wind up>H6801HVqaa
יִצְנָפְ/ךָ֙יצנפ/ך֙יִצְנָפְ/ךָיצנפ/ךyitz.na.fe./Khahe will wind up/ youH6801H9031HVqi3ms+Sp2ms
צְנֵפָ֔הצנפ֔הצְנֵפָהצנפהtze.ne.Faha windingH6802HNcfsa
כַּדּ֕וּרכד֕ורכַּדּוּרכדורka.Dura ballH1754BHNcmsa
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
אֶ֖רֶץא֖רץאֶרֶץארץ'E.retza landH0776GHNcfsa
רַחֲבַ֣תרחב֣תרַחֲבַתרחבתra.cha.Vatbroad ofH7342HHAafsc
יָדָ֑יִםיד֑יםיָדָיִםידיםya.Da.yimboth handsH3027QHNcbda
שָׁ֣מָּ/הש֣מ/השָׁמָּ/השמ/הSha.ma/hthere/ <towards>H8033GH9011HD+Sd
תָמ֗וּתתמ֗ותתָמוּתתמותta.Mutyou will dieH4191HVqi2ms
וְ/שָׁ֙מָּ/ה֙ו/ש֙מ/ה֙וְ/שָׁמָּ/הו/שמ/הve./Sha.ma/hand/ there/ <towards>H9002H8033GH9011HC+D+Sd
מַרְכְּב֣וֹתמרכב֣ותמַרְכְּבוֹתמרכבותmar.ke.Vot[the] chariots ofH4818HNcfpc
כְּבוֹדֶ֔/ךָכבוד֔/ךכְּבוֹדֶ/ךָכבוד/ךke.vo.De./khasplendor/ yourH3519H9021HNcmsc+Sp2ms
קְל֖וֹןקל֖וןקְלוֹןקלוןke.Lon[will be] [the] disgrace ofH7036HNcmsc
בֵּ֥יתב֥יתבֵּיתביתbeit[the] house ofH1004PHNcmsc
אֲדֹנֶֽי/ךָ\׃אדני/ך\אֲדֹנֶֽי/ךָ\׃אדני/ך\'a.do.Nei./khamaster<s>/ yourH0113H9021\H9016HNcmpc+Sp2ms
  1. Hij Te weten de Heere.
  2. zal u gewisselijk Hebreeuws, Hij zal u rollende rollen, [met] rolling eens bals.
  3. in een land, Gelijk Gen 34:21 .
  4. uw heerlijke Hebreeuws, de wagens uwer heerlijkheid.
  5. o gij schandvlek Of, [tot] een schandvlek van het huis uws heren.

19 En Ik zal u afstoten van uw staat, en van uw stand zal Hij u verstoren.123

Original Hebrew

וַ/הֲדַפְתִּ֖י/ךָו/הדפת֖י/ךוַ/הֲדַפְתִּי/ךָו/הדפתי/ךva./ha.daf.Ti./khaand/ I will push/ youH9001H1920H9031Hc+Vqq1cs+Sp2ms
מִ/מַּצָּבֶ֑/ךָמ/מצב֑/ךמִ/מַּצָּבֶ/ךָמ/מצב/ךmi./ma.tza.Ve./khafrom/ office/ yourH9006H4673H9021HR+Ncmsc+Sp2ms
וּ/מִ/מַּעֲמָֽדְ/ךָ֖ו/מ/מעמד/ך֖וּ/מִ/מַּעֲמָֽדְ/ךָו/מ/מעמד/ךu./mi./ma.'a.ma.de./Khaand/ from/ post/ yourH9002H9006H4612H9021HC+R+Ncmsc+Sp2ms
יֶהֶרְסֶֽ/ךָ\׃יהרס/ך\יֶהֶרְסֶֽ/ךָ\׃יהרס/ך\ye.her.Se./khahe will tear down/ youH2040H9031\H9016HVqi3ms+Sp2ms
  1. Ik zal u afstoten Te weten Ik de Heere.
  2. Hij u Te weten de koning Hizkia uw heer. Dit is vervuld eer Sanherib Jeruzalem belegerde; 2Ki 18:21 .
  3. verstoren Of, verstoten, aftrekken.

20 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Mijn knecht, Eljakim, den zoon van Hilkia, roepen zal.

Original Hebrew

וְ/הָיָ֖הו/הי֖הוְ/הָיָהו/היהve./ha.Yahand/ it will beH9001H1961Hc+Vqq3ms
בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomin the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֑וּאה/ה֑ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
וְ/קָרָ֣אתִיו/קר֣אתיוְ/קָרָאתִיו/קראתיve./ka.Ra.tiand/ I will summonH9001H7121GHc+Vqq1cs
לְ/עַבְדִּ֔/יל/עבד֔/ילְ/עַבְדִּ/יל/עבד/יle./'av.D/i<to>/ servant/ myH9005H5650H9020HR+Ncmsc+Sp1bs
לְ/אֶלְיָקִ֖יםל/אליק֖יםלְ/אֶלְיָקִיםל/אליקיםle./'el.ya.Kim<to>/ EliakimH9005H0471GHR+Npm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
חִלְקִיָּֽהוּ\׃חלקיהו\חִלְקִיָּֽהוּ\׃חלקיהו\chil.ki.Ya.huHilkiahH2518G\H9016HNpm

21 En Ik zal hem met uw rok bekleden, en Ik zal hem met uw gordel sterken, en uw heerschappij zal Ik in zijn hand geven; en hij zal den inwoneren te Jeruzalem en den huize van Juda tot een vader zijn.1234

Original Hebrew

וְ/הִלְבַּשְׁתִּ֣י/וו/הלבשת֣י/ווְ/הִלְבַּשְׁתִּי/וו/הלבשתי/וve./hil.bash.Ti/vand/ I will clothe/ himH9001H3847H9033Hc+Vhq1cs+Sp3ms
כֻּתָּנְתֶּ֗/ךָכתנת֗/ךכֻּתָּנְתֶּ/ךָכתנת/ךku.ta.ne.Te./khatunic/ yourH3801H9021HNcfsc+Sp2ms
וְ/אַבְנֵֽטְ/ךָ֙ו/אבנט/ך֙וְ/אַבְנֵֽטְ/ךָו/אבנט/ךve./'av.ne.te./Khaand/ sash/ yourH9002H0073H9021HC+Ncmsc+Sp2ms
אֲחַזְּקֶ֔/נּוּאחזק֔/נואֲחַזְּקֶ/נּוּאחזק/נו'a.chaz.ze.Ke./nuI will make firm on/ himH2388GH9033HVpi1cs+Sp3ms
וּ/מֶֽמְשֶׁלְתְּ/ךָ֖ו/ממשלת/ך֖וּ/מֶֽמְשֶׁלְתְּ/ךָו/ממשלת/ךu./mem.shel.te./Khaand/ authority/ yourH9002H4475H9021HC+Ncfsc+Sp2ms
אֶתֵּ֣ןאת֣ןאֶתֵּןאתן'e.TenI will putH5414GHVqi1cs
בְּ/יָד֑/וֹב/יד֑/ובְּ/יָד/וֹב/יד/וbe./ya.D/oin/ hand/ hisH9003H3027GH9023HR+Ncbsc+Sp3ms
וְ/הָיָ֥הו/הי֥הוְ/הָיָהו/היהve./ha.Yahand/ he will becomeH9001H1961Hc+Vqq3ms
לְ/אָ֛בל/א֛בלְ/אָבל/אבle./'Av<into>/ a fatherH9005H0001GHR+Ncmsa
לְ/יוֹשֵׁ֥בל/יוש֥בלְ/יוֹשֵׁבל/יושבle./yo.Shevof/ [the] inhabitant[s] ofH9005H3427HR+Vqrmsc
יְרוּשָׁלִַ֖םירושל֖םיְרוּשָׁלִַםירושלםye.ru.sha.LimJerusalemH3389HNpl
וּ/לְ/בֵ֥יתו/ל/ב֥יתוּ/לְ/בֵיתו/ל/ביתu./le./Veitand/ of/ [the] house ofH9002H9005H1004MHC+R+Ncmsc
יְהוּדָֽה\׃יהודה\יְהוּדָֽה\׃יהודה\ye.hu.DahJudahH3063G\H9016HNpl
  1. met uw rok Te weten met dien rok, dien gij als hofmeester van den koning draagt; dat is, Ik zal hem uw ambt geven. Het kleed was eertijds aan de hoven der koningen ene aanwijzing van het ambt, hetwelk zij ten hove bedienden. Zie Isa 3:6 .
  2. gordel Versta hier den zwaardgordel, waarmede de eer en waardigheid van een persoon werd aangewezen.
  3. sterken, Anders, bevestigen; te weten in zijn ambt.
  4. heerschappij Gebied, geweld, macht.

22 En Ik zal den sleutel van het huis van David op zijn schouder leggen; en hij zal opendoen, en niemand zal sluiten, en hij zal sluiten, en niemand zal opendoen.123

Original Hebrew

וְ/נָתַתִּ֛יו/נתת֛יוְ/נָתַתִּיו/נתתיve./na.ta.Tiand/ I will putH9001H5414HHc+Vqq1cs
מַפְתֵּ֥חַמפת֥חמַפְתֵּחַמפתחmaf.Te.ach[the] key ofH4668HNcmsc
בֵּית\־בית\בֵּית\־בית\beit-[the] house ofH1004M\H9014HNcmsc
דָּוִ֖דדו֖דדָּוִדדודda.VidDavidH1732HNpm
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
שִׁכְמ֑/וֹשכמ֑/ושִׁכְמ/וֹשכמ/וshikh.M/oshoulder/ hisH7926H9023HNcmsc+Sp3ms
וּ/פָתַח֙ו/פתח֙וּ/פָתַחו/פתחu./fa.Tachand/ he will openH9001H6605AHc+Vqq3ms
וְ/אֵ֣יןו/א֣יןוְ/אֵיןו/איןve./'Einand/ there notH9002H0369HC+Ncmsc
סֹגֵ֔רסג֔רסֹגֵרסגרso.Ger[will be one who] shutsH5462HVqrmsa
וְ/סָגַ֖רו/סג֖רוְ/סָגַרו/סגרve./sa.Garand/ he will shutH9001H5462Hc+Vqq3ms
וְ/אֵ֥יןו/א֥יןוְ/אֵיןו/איןve./'Einand/ there notH9002H0369HC+Ncmsc
פֹּתֵֽחַ\׃פתח\פֹּתֵֽחַ\׃פתח\po.Te.ach[will be one who] opensH6605A\H9016HVqrmsa
  1. den sleutel Als men in de hoven der koningen iemand den sleutel geeft, dat betekent dat hem in zijn dienst macht en autoriteit gegeven wordt. Isa 9:5 wordt dergelijke manier van spreken van Christus gebruikt, wiens voorbeeld deze Eljakim geweest is; zie ook Rev 3:7 , alwaar deze woorden van den profeet op Christus gepast worden.
  2. leggen; Hebreeuws, geven.
  3. hij zal opendoen, Zie Job 12:14 , de aantekening.

23 En Ik zal hem als een nagel inslaan in een vaste plaats; en hij zal wezen tot een stoel der eer voor het huis zijns vaders.12

Original Hebrew

וּ/תְקַעְתִּ֥י/וו/תקעת֥י/ווּ/תְקַעְתִּי/וו/תקעתי/וu./te.ka'.Ti/vand/ I will drive/ himH9001H8628H9033Hc+Vqq1cs+Sp3ms
יָתֵ֖דית֖דיָתֵדיתדya.Teda tent pegH3489HNcfsa
בְּ/מָק֣וֹםב/מק֣וםבְּ/מָקוֹםב/מקוםbe./ma.Komin/ a placeH9003H4725HR+Ncmsa
נֶאֱמָ֑ןנאמ֑ןנֶאֱמָןנאמןne.'e.ManfirmH0539HVNrmsa
וְ/הָיָ֛הו/הי֛הוְ/הָיָהו/היהve./ha.Yahand/ he will becomeH9001H1961Hc+Vqq3ms
לְ/כִסֵּ֥אל/כס֥אלְ/כִסֵּאל/כסאle./khi.Se'<into>/ a seat ofH9005H3678IHR+Ncmsc
כָב֖וֹדכב֖ודכָבוֹדכבודkha.VodhonorH3519HNcmsa
לְ/בֵ֥יתל/ב֥יתלְ/בֵיתל/ביתle./Veitfor/ [the] house ofH9005H1004MHR+Ncmsc
אָבִֽי/ו\׃אבי/ו\אָבִֽי/ו\׃אבי/ו\'a.Vi/vfather/ hisH0001GH9023\H9016HNcmsc+Sp3ms
  1. als Hier wordt Eljakim beloofd dat God hem in zijne regering bevestigen zal, door een gelijkenis, genomen van een nagel, die vast en diep in een muur of hout geslagen zijnde, niet lichtelijk kan uitgetrokken worden. Zie deze manier van spreken ook Ezr 9:3 .
  2. tot een stoel Gelijk gij, Sebna, integendeel een schandvlek van het huis uws heren geweest zijt; zie vs.18.

24 En men zal aan hem hangen alle heerlijkheid van het huis zijns vaders, der uitspruitelingen en der afkomelingen, ook alle kleine vaten, van de vaten der bekers af, zelfs tot al de vaten der flessen.12345

Original Hebrew

וְ/תָל֨וּו/תל֨ווְ/תָלוּו/תלוve./ta.Luand/ they will hangH9001H8518Hc+Vqq3cp
עָלָ֜י/ועל֜י/ועָלָי/ועלי/ו'a.La/von/ himH5921AH9033HR+Sp3ms
כֹּ֣ל\׀כ֣ל\כֹּל\׀כל\kolallH3605\H9015HNcmsc
כְּב֣וֹדכב֣ודכְּבוֹדכבודke.Vod[the] honor ofH3519HNcmsc
בֵּית\־בית\בֵּית\־בית\beit-[the] house ofH1004M\H9014HNcmsc
אָבִ֗י/ואב֗י/ואָבִי/ואבי/ו'a.Vi/vfather/ hisH0001GH9023HNcmsc+Sp3ms
הַ/צֶּֽאֱצָאִים֙ה/צאצאים֙הַ/צֶּֽאֱצָאִיםה/צאצאיםha./tze.'e.tza.'Imthe/ descendantsH9009H6631HTd+Ncmpa
וְ/הַ/צְּפִע֔וֹתו/ה/צפע֔ותוְ/הַ/צְּפִעוֹתו/ה/צפעותve./ha./tze.fi.'otand/ the/ offshoot<s>H9002H9009H6849HC+Td+Ncfpa
כֹּ֖לכ֖לכֹּלכלkolallH3605HNcmsc
כְּלֵ֣יכל֣יכְּלֵיכליke.Lei[the] vessels ofH3627HNcmpc
הַ/קָּטָ֑ןה/קט֑ןהַ/קָּטָןה/קטןha./ka.Tanthe/ smallH9009H6996AHTd+Aamsa
מִ/כְּלֵי֙מ/כלי֙מִ/כְּלֵימ/כליmi./ke.Leifrom/ [the] vessels ofH9006H3627HR+Ncmpc
הָֽ/אַגָּנ֔וֹתה/אגנ֔ותהָֽ/אַגָּנוֹתה/אגנותha./'a.ga.Notthe/ bowlsH9009H0101HTd+Ncfpa
וְ/עַ֖דו/ע֖דוְ/עַדו/עדve./'Adand/ untoH9002H5704HC+R
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
כְּלֵ֥יכל֥יכְּלֵיכליke.Lei[the] vessels ofH3627HNcmpc
הַ/נְּבָלִֽים\׃ה/נבלים\הַ/נְּבָלִֽים\׃ה/נבלים\ha./ne.va.Limthe/ jarsH9009H5035A\H9016HTd+Ncmpa
  1. aan hem hangen Of, daaraan; te weten aan dien nagel.
  2. der uitspruitelingen Vergelijk de aantekening Job 5:25 .
  3. en der afkomelingen, Andere overzetters hebben hier voor die twee naastvoorgaande woorden, zonen en dochters; anderen, kinderen en kindskinderen, het is al een zin.
  4. alle kleine vaten, Of, al het geringe gereedschap; dat is vaten van klein gebruik.
  5. der flessen Anderen houden het Hebreeuwse woord Nebalim. De zin van vs.24 is dat alle grote en kleine zaken dien nagel, namelijk Eljakim, zouden toevertrouwd worden; alsook dat alle grote en kleine personen hunne toevlucht tot hem zouden nemen en troost bij hem vinden zouden.

25 Te dien dage, spreekt de Heere der heirscharen, zal die nagel, die aan een vaste plaats gestoken was, weggenomen worden; en hij zal afgehouwen worden, en hij zal vallen, en de last, die daaraan is, zal afgesneden worden; want de Heere heeft het gesproken.1234

Original Hebrew

בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomin the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֗וּאה/ה֗ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
נְאֻם֙נאם֙נְאֻםנאםne.'Um[the] utterance ofH5002HNcmsc
יְהוָ֣היהו֣היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
צְבָא֔וֹתצבא֔ותצְבָאוֹתצבאותtze.va.'otof hostsH6635BHNcfpa
תָּמוּשׁ֙תמוש֙תָּמוּשׁתמושta.Mushit will be removedH4185HVqi3fs
הַ/יָּתֵ֔דה/ית֔דהַ/יָּתֵדה/יתדhai./ya.Tedthe/ tent pegH9009H3489HTd+Ncfsa
הַ/תְּקוּעָ֖הה/תקוע֖ההַ/תְּקוּעָהה/תקועהha./te.ku.'Ahthat/ was drivenH9009H8628HTd+Vqsfsa
בְּ/מָק֣וֹםב/מק֣וםבְּ/מָקוֹםב/מקוםbe./ma.Komin/ a placeH9003H4725HR+Ncmsa
נֶאֱמָ֑ןנאמ֑ןנֶאֱמָןנאמןne.'e.ManfirmH0539HVNrmsa
וְ/נִגְדְּעָ֣הו/נגדע֣הוְ/נִגְדְּעָהו/נגדעהve./nig.de.'Ahand/ it will be cut downH9001H1438Hc+VNq3fs
וְ/נָפְלָ֗הו/נפל֗הוְ/נָפְלָהו/נפלהve./na.fe.Lahand/ it will fallH9001H5307GHc+Vqq3fs
וְ/נִכְרַת֙ו/נכרת֙וְ/נִכְרַתו/נכרתve./nikh.Ratand/ it will be cut offH9001H3772IHc+VNq3ms
הַ/מַּשָּׂ֣אה/מש֣אהַ/מַּשָּׂאה/משאha./ma.Sa'the/ burdenH9009H4853AHTd+Ncmsa
אֲשֶׁר\־אשר\אֲשֶׁר\־אשר\'a.Sher-whichH0834A\H9014HTr
עָלֶ֔י/הָעל֔י/העָלֶי/הָעלי/ה'a.Lei./ha[was] on/ itH5921AH9034HR+Sp3fs
כִּ֥יכ֥יכִּיכיkiforH3588AHTc
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
דִּבֵּֽר\׃\ \סדבר\\ \סדִּבֵּֽר\׃\ \סדבר\\ \סdi.Berhe has spokenH1696G\H9016\ \H9018HVpp3ms
  1. die nagel, Te weten Sebna. Dit is het tegendeel van vs.23.
  2. die aan een vaste plaats Naar het oordeel aller mensen was Sebna in zo grote autoriteit, dat hij nimmermeer zou kunnen vallen of te schande komen; maar God kan de hogen van den troon afstoten, en den nagel, hoe vast hij schijnt ingeslagen te zijn, uittrekken.
  3. die daaraan is, Of, die daaraan [hangt], dat is, die hem opgelegd was.
  4. zal afgesneden worden; Vergelijk 2Ki 24:13 met de aantekening.