reltext

Chapter 12

1 De last van het woord des Heeren over Israël. De Heere spreekt, Die den hemel uitbreidt, en de aarde grondvest, en des mensen geest in zijn binnenste formeert.12345

Original Hebrew

מַשָּׂ֥אמש֥אמַשָּׂאמשאma.Sa'[the] oracle ofH4853BHNcmsc
דְבַר\־דבר\דְבַר\־דבר\de.var-[the] word ofH1697G\H9014HNcmsc
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
יִשְׂרָאֵ֑לישרא֑ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl
נְאֻם\־נאם\נְאֻם\־נאם\ne.'um-[the] utterance ofH5002\H9014HNcmsc
יְהוָ֗היהו֗היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
נֹטֶ֤הנט֤הנֹטֶהנטהno.Teh[who] stretched outH5186HVqrmsa
שָׁמַ֙יִם֙שמ֙ים֙שָׁמַיִםשמיםsha.Ma.yimheavenH8064HNcmpa
וְ/יֹסֵ֣דו/יס֣דוְ/יֹסֵדו/יסדve./yo.Sedand/ [who] foundedH9002H3245HC+Vqrmsa
אָ֔רֶץא֔רץאָרֶץארץ'A.retzearthH0776GHNcfsa
וְ/יֹצֵ֥רו/יצ֥רוְ/יֹצֵרו/יצרve./yo.Tzerand/ [who] formedH9002H3335GHC+Vqrmsa
רֽוּחַ\־רוח\רֽוּחַ\־רוח\Ru.ach-[the] spirit ofH7307G\H9014HNcfsc
אָדָ֖םאד֖םאָדָםאדם'a.Dama humanH0120GHNcmsa
בְּ/קִרְבּֽ/וֹ\׃\ \פב/קרב/ו\\ \פבְּ/קִרְבּֽ/וֹ\׃\ \פב/קרב/ו\\ \פbe./kir.B/oin/ inner being/ hisH9003H7130GH9023\H9016\ \H9017HR+Ncmsc+Sp3ms
  1. last van het woord des HEEREN Dat is, de profetie.
  2. over Israël Of, belangende Israël, of voor, of aan Israël. Zie Zech 9:1 . Versta hier door Israël de Christelijke kerk of gemeente uit Joden en heidenen bestaande, welke de apostel noemt het Israël Gods, Gal 6:16 ; denwelke hier de overwinning over hunne vijanden beloofd wordt.
  3. spreekt, Te weten, gelijk hier straks volgt, zie vs.2.
  4. geest Dat is, ziel.
  5. formeert Of, vormt; ene manier van spreken van de pottenbakkers genomen.

2 Ziet, Ik zal Jeruzalem stellen tot een drinkschaal der zwijmeling allen volken rondom; ja, ook zal zij zijn over Juda, in de belegering tegen Jeruzalem.123

Original Hebrew

הִנֵּ֣ההנ֣ההִנֵּההנהhi.Nehhere!H2009HTj
אָ֠נֹכִיא֠נכיאָנֹכִיאנכי'A.no.khiIH0595HPp1bs
שָׂ֣םש֣םשָׂםשםsam[am] about to makeH7760AHVqrmsa
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
יְרוּשָׁלִַ֧םירושל֧םיְרוּשָׁלִַםירושלםye.ru.sha.LimJerusalemH3389HNpl
סַף\־סף\סַף\־סף\saf-a basin ofH5592A\H9014HNcmsc
רַ֛עַלר֛עלרַעַלרעלRa.'alreelingH7478HNcmsa
לְ/כָל\־ל/כל\לְ/כָל\־ל/כל\le./kholfor/ allH9005H3605\H9014HR+Ncmsc
הָ/עַמִּ֖יםה/עמ֖יםהָ/עַמִּיםה/עמיםha./'a.Mimthe/ peoplesH9009H5971AHTd+Ncmpa
סָבִ֑יבסב֑יבסָבִיבסביבsa.Vivall aroundH5439GHNcbsa
וְ/גַ֧םו/ג֧םוְ/גַםו/גםve./Gamand/ alsoH9002H1571HC+D
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
יְהוּדָ֛היהוד֛היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
יִֽהְיֶ֥היהי֥היִֽהְיֶהיהיהyih.Yehit will beH1961HVqi3ms
בַ/מָּצ֖וֹרב/מצ֖ורבַ/מָּצוֹרב/מצורva./ma.Tzorin the/ siegeH9003H4692HRd+Ncmsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
יְרוּשָׁלִָֽם\׃ירושלם\יְרוּשָׁלִָֽם\׃ירושלם\ye.ru.sha.LimJerusalemH3389\H9016HNpl
  1. Jeruzalem Hier betekent Jeruzalem de Christelijke kerk of gemeente, gelijk Gal 4:26 ; Heb 12:18 , Heb 12:22 .
  2. zwijmeling Of, der beving, of tot een vernijnigen beker, of tot een tuimelbeker, of slaapbeker; dat is, gevuld met wijn, die slaap aanbrengt, tot een vat uit hetwelk alle volken, die tegen het Israël Gods strijden zullen, een dronk zullen moeten drinken, die hen in zwijmeling in slaap brengen zal. De zin is: De vijanden, uit allerlei volken bestaande, die mijne kerk zullen bestrijden en vervolgen, zullen daarmede niets anders gewinnen noch uitrichten, dan dat Ik hen in het vervolgen der kerk zal slaan met razernij en onzinnigheid, alzo dat zij zichzelven zullen te schande maken en in verderf brengen. Verg. Psa 60:5 ; Isa 51:22-23 ; Jer 25:15-16 , en de aantekeningen aldaar.
  3. ja, Te weten, de schaal der zwijmeling; te weten als de stad Jeruzalemzal belegerd worden. Als wilde de Heere zeggen: niet alleen de heidense volken, maar ook de Joden, die de Christelijke kerk vervolgen zullen, zullen daarover te schande en ten verdrve komen. Of, en ook zal zij zijn in de belegering tegen Juda, tegen Jeruzalem.

3 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Jeruzalem stellen zal tot een lastigen steen allen volken; allen, die zich daarmede beladen, zullen gewisselijk doorsneden worden; en al de volken der aarde zullen zich tegen haar verzamelen.123

Original Hebrew

וְ/הָיָ֣הו/הי֣הוְ/הָיָהו/היהve./ha.Yahand/ it will beH9001H1961Hc+Vqq3ms
בַ/יּוֹם\־ב/יום\בַ/יּוֹם\־ב/יום\va/i.yom-on the/ dayH9003H3117G\H9014HRd+Ncmsa
הַ֠/הוּאה֠/הואהַ/הוּאה/הואHa./hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
אָשִׂ֨יםאש֨יםאָשִׂיםאשים'a.SimI will makeH7760AHVqi1cs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
יְרוּשָׁלִַ֜םירושל֜םיְרוּשָׁלִַםירושלםye.ru.sha.LimJerusalemH3389HNpl
אֶ֤בֶןא֤בןאֶבֶןאבן'E.vena stone ofH0068GHNcfsc
מַֽעֲמָסָה֙מעמסה֙מַֽעֲמָסָהמעמסהma.'a.ma.SahburdenH4614HNcfsa
לְ/כָל\־ל/כל\לְ/כָל\־ל/כל\le./kholfor/ allH9005H3605\H9014HR+Ncmsc
הָ֣/עַמִּ֔יםה֣/עמ֔יםהָ/עַמִּיםה/עמיםha./'a.Mimthe/ peoplesH9009H5971AHTd+Ncmpa
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
עֹמְסֶ֖י/הָעמס֖י/העֹמְסֶי/הָעמסי/ה'o.me.Sei./ha[those who] carry/ itH6006H9034HVqrmpc+Sp3fs
שָׂר֣וֹטשר֣וטשָׂרוֹטשרוטsa.Rotseverely <injure>H8295HVqaa
יִשָּׂרֵ֑טוּישר֑טויִשָּׂרֵטוּישרטוyi.sa.Re.tuthey will injure themselvesH8295HVNi3mp
וְ/נֶאֶסְפ֣וּו/נאספ֣ווְ/נֶאֶסְפוּו/נאספוve./ne.'es.Fuand/ they will gatherH9001H0622Hc+VNq3cp
עָלֶ֔י/הָעל֔י/העָלֶי/הָעלי/ה'a.Lei./haon/ itH5921AH9034HR+Sp3fs
כֹּ֖לכ֖לכֹּלכלkolallH3605HNcmsc
גּוֹיֵ֥יגוי֥יגּוֹיֵיגוייgo.Yei[the] nations ofH1471AHNcmpc
הָ/אָֽרֶץ\׃ה/ארץ\הָ/אָֽרֶץ\׃ה/ארץ\ha./'A.retzthe/ earthH9009H0776G\H9016HTd+Ncfsa
  1. Jeruzalem stellen zal Dat is, de Christelijke kerk.
  2. tot een lastigen steen allen volken; Of, tot een gans zwaren steen. De zin is: Gelijk degenen, die hunne zterkte daaraan bewijzen willen, dat zij een zwaren steen opheffen willen, dikwijls door de zwaarte van denzelven onderdrukt worden; alzo zullen ook degenen, die hunne kracht aan Gods kerk verzoeken willen, daarover vernield worden, en gevoelen hoe zwaar het is tegen den prikkel te stoten. Verg. Luk 20:18 ; Act 9:4-5 .
  3. en al de volken der aarde Of, al verzamelden zich tegen haar alle volken, enz.; te weten die mijne kerk bevechten.

4 Te dien dage, spreekt de Heere, zal Ik alle paarden met schuwigheid slaan, en hun ruiters met zinneloosheid; maar over het huis van Juda zal Ik Mijn ogen openen, en alle paarden der volken zal Ik met blindheid slaan.1234

Original Hebrew

בַּ/יּ֨וֹםב/י֨וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomon the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֜וּאה/ה֜ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
נְאֻם\־נאם\נְאֻם\־נאם\ne.'um-[the] utterance ofH5002\H9014HNcmsc
יְהוָ֗היהו֗היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אַכֶּ֤האכ֤האַכֶּהאכה'a.KehI will strikeH5221HVhi1cs
כָל\־כל\כָל\־כל\khol-everyH3605\H9014HNcmsc
סוּס֙סוס֙סוּססוסsushorseH5483MHNcmsa
בַּ/תִּמָּה֔וֹןב/תמה֔וןבַּ/תִּמָּהוֹןב/תמהוןba./ti.ma.Honwith <the>/ bewildermentH9003H8541HRd+Ncmsa
וְ/רֹכְב֖/וֹו/רכב֖/ווְ/רֹכְב/וֹו/רכב/וve./ro.khe.V/oand/ rider/ itsH9002H7392H9023HC+Vqrmsc+Sp3ms
בַּ/שִּׁגָּע֑וֹןב/שגע֑וןבַּ/שִּׁגָּעוֹןב/שגעוןba./shi.ga.'onwith <the>/ madnessH9003H7697HRd+Ncmsa
וְ/עַל\־ו/על\וְ/עַל\־ו/על\ve./'al-and/ overH9002H5921A\H9014HC+R
בֵּ֤יתב֤יתבֵּיתביתbeit[the] house ofH1004MHNcmsc
יְהוּדָה֙יהודה֙יְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
אֶפְקַ֣חאפק֣חאֶפְקַחאפקח'ef.KachI will openH6491HVqi1cs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
עֵינַ֔/יעינ֔/יעֵינַ/יעינ/י'ei.Na/ieyes/ myH5869AH9020HNcfdc+Sp1bs
וְ/כֹל֙ו/כל֙וְ/כֹלו/כלve./Kholand/ everyH9002H3605HC+Ncmsc
ס֣וּסס֣וססוּססוסsus<the> horse ofH5483MHNcmsc
הָֽ/עַמִּ֔יםה/עמ֔יםהָֽ/עַמִּיםה/עמיםha./'a.Mimthe/ peoplesH9009H5971AHTd+Ncmpa
אַכֶּ֖האכ֖האַכֶּהאכה'a.KehI will strikeH5221HVhi1cs
בַּֽ/עִוָּרֽוֹן\׃ב/עורון\בַּֽ/עִוָּרֽוֹן\׃ב/עורון\Ba./'i.va.Ronwith <the>/ blindnessH9003H5788A\H9016HRd+Ncmsa
  1. met schuwigheid slaan, Of, met verbaasdheid slaan; dat is, Ik zal hunne macht teniet maken. Verg. Psa 76:6-7 , enz.
  2. over het huis van Juda Dat is, over mijne kerk.
  3. zal Ik Mijn ogen openen, Dat is, Ik zal hen gadeslaan, medelijden over hen heddende. Verg. Jer 39:12 .
  4. der volken zal Ik met blindheid slaan Te weten, der vijanden mijner kerk.

5 Dan zullen de leidslieden van Juda in hun hart zeggen: De inwoners van Jeruzalem zullen mij een sterkte zijn in den Heere der heirscharen, hun God.1234

Original Hebrew

וְ/אָֽמְר֛וּו/אמר֛ווְ/אָֽמְרוּו/אמרוve./'a.me.Ruand/ they will sayH9001H0559Hc+Vqq3cp
אַלֻּפֵ֥יאלפ֥יאַלֻּפֵיאלפי'a.lu.Fei[the] chiefs ofH0441BHNcmpc
יְהוּדָ֖היהוד֖היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
בְּ/לִבָּ֑/םב/לב֑/םבְּ/לִבָּ/םב/לב/םbe./li.Ba/min/ heart/ theirH9003H3820AH9028HR+Ncmsc+Sp3mp
אַמְצָ֥האמצ֥האַמְצָהאמצה'am.Tzah[are] strengthH0556HNcfsa
לִ/י֙ל/י֙לִ/יל/יl/iof/ meH9005H9030HR+Sp1bs
יֹשְׁבֵ֣יישב֣ייֹשְׁבֵיישביyo.she.Vei[the] inhabitants ofH3427HVqrmpc
יְרוּשָׁלִַ֔םירושל֔םיְרוּשָׁלִַםירושלםye.ru.sha.LimJerusalemH3389HNpl
בַּ/יהוָ֥הב/יהו֥הבַּ/יהוָהב/יהוהba./Yah.wehby/ YahwehH9003H3068GHR+Npt
צְבָא֖וֹתצבא֖ותצְבָאוֹתצבאותtze.va.'otof hostsH6635BHNcfpa
אֱלֹהֵי/הֶֽם\׃אלהי/הם\אֱלֹהֵי/הֶֽם\׃אלהי/הם\'e.lo.hei./HemGod/ theirH0430GH9028\H9016HNcmpc+Sp3mp
  1. de leidslieden van Juda Dat is, alle voorstanders der kerk.
  2. De inwoners van Jeruzalem Dat is, de ledematen der kerk.
  3. zullen mij een sterkte zijn Of, zijn mij enen sterkte; of dat mij de inwoners van Jeruzalem een sterken moed hebben.
  4. in den HEERE der heirscharen, hun God Dat is, dewijl de Heere met hen is, of om des Heeren wil.

6 Te dien dage zal Ik de leidslieden van Juda stellen als een vurige haard onder het hout, en als een vurige fakkel onder de schoven; en zij zullen ter rechter zijde en ter linkerzijde alle volken rondom verteren; en Jeruzalem zal nog blijven in haar plaats te Jeruzalem.1234

Original Hebrew

בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomon the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֡וּאה/ה֡ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
אָשִׂים֩אשים֩אָשִׂיםאשים'a.SimI will makeH7760AHVqi1cs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
אַלֻּפֵ֨יאלפ֨יאַלֻּפֵיאלפי'a.lu.Fei[the] chiefs ofH0441BHNcmpc
יְהוּדָ֜היהוד֜היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
כְּֽ/כִיּ֧וֹרכ/כי֧ורכְּֽ/כִיּוֹרכ/כיורke./khi.Yorlike/ a pot ofH9004H3595HR+Ncmsc
אֵ֣שׁא֣שאֵשׁאש'eshfireH0784HNcbsa
בְּ/עֵצִ֗יםב/עצ֗יםבְּ/עֵצִיםב/עציםbe./'e.Tzimamong/ wood<s>H9003H6086GHR+Ncmpa
וּ/כְ/לַפִּ֥ידו/כ/לפ֥ידוּ/כְ/לַפִּידו/כ/לפידu./khe./la.Pidand/ like/ a torch ofH9002H9004H3940HC+R+Ncmsc
אֵשׁ֙אש֙אֵשׁאש'eshfireH0784HNcbsa
בְּ/עָמִ֔ירב/עמ֔ירבְּ/עָמִירב/עמירbe./'a.Miramong/ cut grainH9003H5995HR+Ncmsa
וְ/אָ֨כְל֜וּו/א֨כל֜ווְ/אָכְלוּו/אכלוve./'A.khe.Luand/ they will consumeH9001H0398Hc+Vqq3cp
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
יָמִ֧יןימ֧יןיָמִיןימיןya.Min[the] right [side]H3225GHNcfsa
וְ/עַל\־ו/על\וְ/עַל\־ו/על\ve./'al-and/ onH9002H5921A\H9014HC+R
שְׂמֹ֛אולשמ֛אולשְׂמֹאולשמאולse.Mol[the] left [side]H8040GHNcmsa
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
הָ/עַמִּ֖יםה/עמ֖יםהָ/עַמִּיםה/עמיםha./'a.Mimthe/ peoplesH9009H5971AHTd+Ncmpa
סָבִ֑יבסב֑יבסָבִיבסביבsa.Vivall aroundH5439GHNcbsa
וְ/יָשְׁבָ֨הו/ישב֨הוְ/יָשְׁבָהו/ישבהve./ya.she.Vahand/ it will remainH9001H3427Hc+Vqq3fs
יְרוּשָׁלִַ֥םירושל֥םיְרוּשָׁלִַםירושלםye.ru.sha.LimJerusalemH3389HNpl
ע֛וֹדע֛ודעוֹדעודodagainH5750HAcmsa
תַּחְתֶּ֖י/הָתחת֖י/התַּחְתֶּי/הָתחתי/הtach.Tei./hain place/ itsH8478IH9034HNcmpc+Sp3fs
בִּ/ירוּשָׁלִָֽם\׃\ \פב/ירושלם\\ \פבִּ/ירוּשָׁלִָֽם\׃\ \פב/ירושלם\\ \פbi./ru.sha.Limin/ JerusalemH9003H3389\H9016\ \H9017HR+Npl
  1. als een vurige haard Hebr. als een haard des vuurs; dat is, als, of tot enen haard op welken een vuur brandt, hetwelk het hout, dat er op ligt, verteert. Alzo straks Hebr. als een fakkel des vuurs. De zin is: zij zullen al hunne vijanden overwinnen, hetwelk hier geestelijkerwijze te verstaan is van de overwinning der gelovigen over hun geestelijke vijanden. Verg. Psa 48 , Psa 87 , Psa 125 , Psa 129 .
  2. Jeruzalem zal nog De ware burgers van Jeruzalem, de Christelijke kerk.
  3. blijven Hebr. zitten, of wonen; dat is, blijven.
  4. in haar plaats te Jeruzalem In die plaats, waar men God in waar geloof aanroept en Hem naar zijnen wil dient, hetzij dan daar, hetzij in de ganse wereld.

7 En de Heere zal de tenten van Juda ten voorste behouden, opdat de heerlijkheid van het huis Davids, en de heerlijkheid der inwoners van Jeruzalem, zich niet verheffe tegen Juda.1234567

Original Hebrew

וְ/הוֹשִׁ֧יעַו/הוש֧יעוְ/הוֹשִׁיעַו/הושיעve./ho.Shi.a'and/ he will saveH9001H3467Hc+Vhq3ms
יְהוָ֛היהו֛היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
אָהֳלֵ֥יאהל֥יאָהֳלֵיאהלי'o.ho.Lei[the] tents ofH0168GHNcmpc
יְהוּדָ֖היהוד֖היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
בָּ/רִֽאשֹׁנָ֑הב/ראשנ֑הבָּ/רִֽאשֹׁנָהב/ראשנהba./ri.sho.Nahat the/ firstH9003H7223GHRd+Aofsa
לְמַ֨עַןלמ֨עןלְמַעַןלמעןle.Ma.'anso thatH4616HTc
לֹֽא\־לא\לֹֽא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
תִגְדַּ֜לתגד֜לתִגְדַּלתגדלtig.Dalit will be greatH1431HVqi3fs
תִּפְאֶ֣רֶתתפא֣רתתִּפְאֶרֶתתפארתtif.'E.ret[the] splendor ofH8597HNcfsc
בֵּית\־בית\בֵּית\־בית\beit-[the] house ofH1004M\H9014HNcmsc
דָּוִ֗ידדו֗ידדָּוִידדוידda.VidDavidH1732HNpm
וְ/תִפְאֶ֛רֶתו/תפא֛רתוְ/תִפְאֶרֶתו/תפארתve./tif.'E.retand/ [the] splendor ofH9002H8597HC+Ncfsc
יֹשֵׁ֥ביש֥ביֹשֵׁבישבyo.Shev[the] inhabitant[s] ofH3427HVqrmsc
יְרוּשָׁלִַ֖םירושל֖םיְרוּשָׁלִַםירושלםye.ru.sha.LimJerusalemH3389HNpl
עַל\־על\עַל\־על\'al-aboveH5921A\H9014HR
יְהוּדָֽה\׃יהודה\יְהוּדָֽה\׃יהודה\ye.hu.DahJudahH3063G\H9016HNpl
  1. de tenten van Juda Dat is, de kleinen en onvermogenden in Juda, die buiten Jeruzalem woonden en van het huis van David niet waren.
  2. ten voorste Of, ten eerst, [als], eertijds.
  3. behouden, Of, zaligmaken.
  4. de heerlijkheid Of, sierlijkheid; dat is, die van groter aanzien zijn dan de anderen van Juda.
  5. het huis Davids, Dat is, van het geslacht Davids.
  6. de heerlijkheid der inwoners van Jeruzalem, Dat is, de rijken en de geweldigen tegen de geringen en verarmden.
  7. verheffe tegen Juda Hebr. grootmaken.

8 Te dien dage zal de Heere de inwoners van Jeruzalem beschutten; en die, die onder hen struikelen zou, zal te dien dage zijn als David; en het huis Davids zal zijn als goden; als de Engel des Heeren voor hun aangezicht.123456

Original Hebrew

בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomon the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֗וּאה/ה֗ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
יָגֵ֤ןיג֤ןיָגֵןיגןya.Genhe will defendH1598HVqi3ms
יְהוָה֙יהוה֙יְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
בְּעַד֙בעד֙בְּעַדבעדbe.'AdforH1157HAcbsc
יוֹשֵׁ֣ביוש֣ביוֹשֵׁביושבyo.Shev[the] inhabitant[s] ofH3427HVqrmsc
יְרוּשָׁלִַ֔םירושל֔םיְרוּשָׁלִַםירושלםye.ru.sha.LimJerusalemH3389HNpl
וְ/הָיָ֞הו/הי֞הוְ/הָיָהו/היהve./ha.Yahand/ he will beH9001H1961Hc+Vqq3ms
הַ/נִּכְשָׁ֥לה/נכש֥להַ/נִּכְשָׁלה/נכשלha./nikh.Shalthe/ [one who] stumblesH9009H3782HTd+VNrmsa
בָּ/הֶ֛םב/ה֛םבָּ/הֶםב/הםba./Hemamong/ themH9003H9038HR+Sp3mp
בַּ/יּ֥וֹםב/י֥וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomon the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֖וּאה/ה֖ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
כְּ/דָוִ֑ידכ/דו֑ידכְּ/דָוִידכ/דוידke./da.Vidlike/ DavidH9004H1732HR+Npm
וּ/בֵ֤יתו/ב֤יתוּ/בֵיתו/ביתu./Veitand/ [the] house ofH9002H1004MHC+Ncmsc
דָּוִיד֙דויד֙דָּוִידדוידda.VidDavidH1732HNpm
כֵּֽ/אלֹהִ֔יםכ/אלה֔יםכֵּֽ/אלֹהִיםכ/אלהיםke./lo.Him[will be] like/ GodH9004H0430GHR+Ncmpa
כְּ/מַלְאַ֥ךְכ/מלא֥ךכְּ/מַלְאַךְכ/מלאךke./mal.'Akhlike/ [the] angel ofH9004H4397HHR+Ncmsc
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
לִ/פְנֵי/הֶֽם\׃ל/פני/הם\לִ/פְנֵי/הֶֽם\׃ל/פני/הם\li/f.nei./Hem<to>/ before/ themH9005H6440GH9028\H9016HR+Ncmpc+Sp3mp
  1. wie onder hen struikelen zou, Dat is, die zwak is.
  2. als David; Te weten, zo dapper in den strijd als eertijds David geweest is. Versta dit van een geestelijke dapperheid, welke de Heilige Geest in de kinderen Gods teweegbrengt.
  3. het huis Davids zal zijn Het huis van David; dat is, de voorstanders van Gods volk.
  4. als goden; Anders: als God. Anders: als Gods [huis]. Men kan hier door goden verstaan de engelen.
  5. als de Engel des HEEREN Dat is, als Christus, gelijk blijkt uit de navolgende woorden.
  6. voor hun aangezicht Dat is, die voor hun aangezicht wandelt, of heengaat. Verg. Mic 2:13 .

9 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik zal zoeken te verdelgen alle heidenen, die tegen Jeruzalem aankomen.

Original Hebrew

וְ/הָיָ֖הו/הי֖הוְ/הָיָהו/היהve./ha.Yahand/ it will beH9001H1961Hc+Vqq3ms
בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomon the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֑וּאה/ה֑ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
אֲבַקֵּ֗שׁאבק֗שאֲבַקֵּשׁאבקש'a.va.KeshI will seekH1245HVpi1cs
לְ/הַשְׁמִיד֙ל/השמיד֙לְ/הַשְׁמִידל/השמידle./hash.Midto/ destroyH9005H8045HR+Vhcc
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
הַ/גּוֹיִ֔םה/גוי֔םהַ/גּוֹיִםה/גויםha./go.Yimthe/ nationsH9009H1471AHTd+Ncmpa
הַ/בָּאִ֖יםה/בא֖יםהַ/בָּאִיםה/באיםha./ba.'Imthat/ are comingH9009H0935GHTd+Vqrmpa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
יְרוּשָׁלִָֽם\׃ירושלם\יְרוּשָׁלִָֽם\׃ירושלם\ye.ru.sha.LimJerusalemH3389\H9016HNpl

10 Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.123456

Original Hebrew

וְ/שָׁפַכְתִּי֩ו/שפכתי֩וְ/שָׁפַכְתִּיו/שפכתיve./sha.fakh.Tiand/ I will pour outH9001H8210GHc+Vqq1cs
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
בֵּ֨יתב֨יתבֵּיתביתbeit[the] house ofH1004MHNcmsc
דָּוִ֜ידדו֜ידדָּוִידדוידda.VidDavidH1732HNpm
וְ/עַ֣ל\׀ו/ע֣ל\וְ/עַל\׀ו/על\ve./'Aland/ onH9002H5921A\H9015HC+R
יוֹשֵׁ֣ביוש֣ביוֹשֵׁביושבyo.Shev[the] inhabitant[s] ofH3427HVqrmsc
יְרוּשָׁלִַ֗םירושל֗םיְרוּשָׁלִַםירושלםye.ru.sha.LimJerusalemH3389HNpl
ר֤וּחַר֤וחרוּחַרוחRu.acha spirit ofH7307GHNcfsc
חֵן֙חן֙חֵןחןchenfavorH2580HNcmsa
וְ/תַ֣חֲנוּנִ֔יםו/ת֣חנונ֔יםוְ/תַחֲנוּנִיםו/תחנוניםve./Ta.cha.nu.Nimand/ supplicationsH9002H8469HC+Ncmpa
וְ/הִבִּ֥יטוּו/הב֥יטווְ/הִבִּיטוּו/הביטוve./hi.Bi.tuand/ they will lookH9001H5027Hc+Vhq3cp
אֵלַ֖/יאל֖/יאֵלַ/יאל/י'e.La/ito/ meH0413H9030HR+Sp1bs
אֵ֣תא֣תאֵתאת'et<obj.>H0853HTo
אֲשֶׁר\־אשר\אֲשֶׁר\־אשר\'a.Sher-[the one] whomH0834A\H9014HTr
דָּקָ֑רוּדק֑רודָּקָרוּדקרוda.Ka.ruthey have pierced throughH1856HVqp3cp
וְ/סָפְד֣וּו/ספד֣ווְ/סָפְדוּו/ספדוve./sa.fe.Duand/ they will mournH9001H5594Hc+Vqq3cp
עָלָ֗י/ועל֗י/ועָלָי/ועלי/ו'a.La/von/ himH5921AH9033HR+Sp3ms
כְּ/מִסְפֵּד֙כ/מספד֙כְּ/מִסְפֵּדכ/מספדke./mis.Pedlike/ mourningH9004H4553HR+Ncmsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
הַ/יָּחִ֔ידה/יח֔ידהַ/יָּחִידה/יחידhai./ya.Chid<the>/ only [son]H9009H3173HTd+Aamsa
וְ/הָמֵ֥רו/המ֥רוְ/הָמֵרו/המרve./ha.Merand/ they will show bitternessH9002H4843HC+Vhcc
עָלָ֖י/ועל֖י/ועָלָי/ועלי/ו'a.La/von/ himH5921AH9033HR+Sp3ms
כְּ/הָמֵ֥רכ/המ֥רכְּ/הָמֵרכ/המרke./ha.Meras/ shows bitternessH9004H4843HR+Vhcc
עַֽל\־על\עַֽל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
הַ/בְּכֽוֹר\׃ה/בכור\הַ/בְּכֽוֹר\׃ה/בכור\ha./be.Khor<the>/ firstbornH9009H1060\H9016HTd+Ncmsa
  1. den Geest der genade en der gebeden; Dat is, den Heilige Geest, die den uitverkorenen betuigt dat God hun wil genadig zijn; en Hij verwekt hen ten gebede en smekingen, alzo dat zij God om genade en vergeving hunner zonden bidden. Verg. Act 2:37 .
  2. zij zullen Mij aanschouwen, Eendeeld met lichamelijke ogen ten tijde van zijn lijden. Zie Joh 19:37 ; anderdeels door het geloof, ten aanzien van de boetvaardigen en gelovigen, Act 2:37 , en met schrik ten aanzien van de ongelovigen ten jongste dage; Rev 1:7 .
  3. Dien zij doorstoken hebben, Dit doorsteken der zijde van Christus wordt hier gesteld voor de gehele kruiseging. Zie Joh 19:34 , Joh 19:37 . En ofschoon maar één soldaat dit gedaan heeft, zo wordt het nochtans de ganse Joodse natie toegeschreven, als die Pilatus gedrongen hebben Christus te doden.
  4. zij zullen over Hem rouwklagen, Dat is, zij zullen hartelijk bedroefd zijn over hun schrikkelijke zonden.
  5. over een enigen zoon; Te weten, die gestorven is; zie Jer 6:26 , en Amo 8:10 .
  6. zij zullen over Hem bitterlijk kermen, Hebr. zullen bitter maken.

11 Te dien dage zal te Jeruzalem de rouwklage groot zijn, gelijk die rouwklage van Hadadrimmon, in het dal van Megiddon.1

Original Hebrew

בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomon the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֗וּאה/ה֗ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
יִגְדַּ֤ליגד֤ליִגְדַּליגדלyig.Dalit will be greatH1431HVqi3ms
הַ/מִּסְפֵּד֙ה/מספד֙הַ/מִּסְפֵּדה/מספדha./mis.Pedthe/ mourningH9009H4553HTd+Ncmsa
בִּ/יר֣וּשָׁלִַ֔םב/יר֣ושל֔םבִּ/ירוּשָׁלִַםב/ירושלםbi./Ru.sha.Limin/ JerusalemH9003H3389HR+Npl
כְּ/מִסְפַּ֥דכ/מספ֥דכְּ/מִסְפַּדכ/מספדke./mis.Padlike/ [the] mourning ofH9004H4553HR+Ncmsc
הֲדַדְ\־הדד\הֲדַדְ\־הדד\ha.dad-Hadad-H1910\H9014HNpl
רִמּ֖וֹןרמ֖וןרִמּוֹןרמוןri.MonRimmonH1910HNpl
בְּ/בִקְעַ֥תב/בקע֥תבְּ/בִקְעַתב/בקעתbe./vik.'Atin/ [the] plain ofH9003H1237KHR+Ncfsc
מְגִדּֽוֹן\׃מגדון\מְגִדּֽוֹן\׃מגדון\me.gi.DonMegiddoH4023\H9016HNpl
  1. Hadadrímmon, Alwaar de koning Josia is omgekoen, die zeer is beschreid en beklaagd geworden van zijn goede onderzaten. Zie de geschiedenis 2Ki 23:29-30 , en 2Ch 35:22 , 2Ch 35:24-25 .

12 En het land zal rouwklagen, elk geslacht bijzonder; het geslacht van het huis Davids bijzonder, en hunlieder vrouwen bijzonder; en het geslacht van het huis van Nathan bijzonder, en hun vrouwen bijzonder;123

Original Hebrew

וְ/סָפְדָ֣הו/ספד֣הוְ/סָפְדָהו/ספדהve./sa.fe.Dahand/ it will mournH9001H5594Hc+Vqq3fs
הָ/אָ֔רֶץה/א֔רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ landH9009H0776GHTd+Ncfsa
מִשְׁפָּח֥וֹתמשפח֥ותמִשְׁפָּחוֹתמשפחותmish.pa.ChotclansH4940HNcfpa
מִשְׁפָּח֖וֹתמשפח֖ותמִשְׁפָּחוֹתמשפחותmish.pa.ChotclansH4940HNcfpa
לְ/בָ֑דל/ב֑דלְ/בָדל/בדle./Vad<to>/ aloneH9005H0905HHR+Ncmsa
מִשְׁפַּ֨חַתמשפ֨חתמִשְׁפַּחַתמשפחתmish.Pa.chat[the] clan ofH4940HNcfsc
בֵּית\־בית\בֵּית\־בית\beit-[the] house ofH1004M\H9014HNcmsc
דָּוִ֤ידדו֤ידדָּוִידדוידda.VidDavidH1732HNpm
לְ/בָד֙ל/בד֙לְ/בָדל/בדle./Vad<to>/ aloneH9005H0905HHR+Ncmsa
וּ/נְשֵׁי/הֶ֣םו/נשי/ה֣םוּ/נְשֵׁי/הֶםו/נשי/הםu./ne.shei./Hemand/ wives/ theirH9002H0802HH9028HC+Ncmpc+Sp3mp
לְ/בָ֔דל/ב֔דלְ/בָדל/בדle./Vad<to>/ aloneH9005H0905HHR+Ncmsa
מִשְׁפַּ֤חַתמשפ֤חתמִשְׁפַּחַתמשפחתmish.Pa.chat[the] clan ofH4940HNcfsc
בֵּית\־בית\בֵּית\־בית\beit-[the] house ofH1004M\H9014HNcmsc
נָתָן֙נתן֙נָתָןנתןna.TanNathanH5416GHNpm
לְ/בָ֔דל/ב֔דלְ/בָדל/בדle./Vad<to>/ aloneH9005H0905HHR+Ncmsa
וּ/נְשֵׁי/הֶ֖םו/נשי/ה֖םוּ/נְשֵׁי/הֶםו/נשי/הםu./ne.shei./Hemand/ wives/ theirH9002H0802HH9028HC+Ncmpc+Sp3mp
לְ/בָֽד\׃ל/בד\לְ/בָֽד\׃ל/בד\le./Vad<to>/ aloneH9005H0905H\H9016HR+Ncmsa
  1. het land zal rouwklagen, Dat is, de inwoners van het land.
  2. elk geslacht bijzonder; Hebr. geslacht geslacht bijzonder. De zin is: dat dit zou zijn een bijzondere weeklage onder alle geslachten. Het ziet op de wijze van rouwklagen onder de Joden gebruikelijk.
  3. Nathan bijzonder, Zie 2Sa 5:14 ; 1Ch 3 ; Luk 3:31 .

13 Het geslacht van het huis van Levi bijzonder, en hun vrouwen bijzonder; het geslacht van Simeï bijzonder, en hun vrouwen bijzonder;1

Original Hebrew

מִשְׁפַּ֤חַתמשפ֤חתמִשְׁפַּחַתמשפחתmish.Pa.chat[the] clan ofH4940HNcfsc
בֵּית\־בית\בֵּית\־בית\beit-[the] house ofH1004M\H9014HNcmsc
לֵוִי֙לוי֙לֵוִילויle.ViLeviH3878HNpm
לְ/בָ֔דל/ב֔דלְ/בָדל/בדle./Vad<to>/ aloneH9005H0905HHR+Ncmsa
וּ/נְשֵׁי/הֶ֖םו/נשי/ה֖םוּ/נְשֵׁי/הֶםו/נשי/הםu./ne.shei./Hemand/ wives/ theirH9002H0802HH9028HC+Ncmpc+Sp3mp
לְ/בָ֑דל/ב֑דלְ/בָדל/בדle./Vad<to>/ aloneH9005H0905HHR+Ncmsa
מִשְׁפַּ֤חַתמשפ֤חתמִשְׁפַּחַתמשפחתmish.Pa.chat[the] clan ofH4940HNcfsc
הַ/שִּׁמְעִי֙ה/שמעי֙הַ/שִּׁמְעִיה/שמעיha./shim.'Ithe/ Shimeite[s]H9009H8097HTd+Ngmsa
לְ/בָ֔דל/ב֔דלְ/בָדל/בדle./Vad<to>/ aloneH9005H0905HHR+Ncmsa
וּ/נְשֵׁי/הֶ֖םו/נשי/ה֖םוּ/נְשֵׁי/הֶםו/נשי/הםu./ne.shei./Hemand/ wives/ theirH9002H0802HH9028HC+Ncmpc+Sp3mp
לְ/בָֽד\׃ל/בד\לְ/בָֽד\׃ל/בד\le./Vad<to>/ aloneH9005H0905H\H9016HR+Ncmsa
  1. Simeï bijzonder, Die, naar sommigen gevoelen, een zoon van Gersom was, den zoon van Levi, 1Ch 6:16-17 . Deze wordt hier tot een voorbeeld gesteld bij naam, maar van al de andere stammen en geslachten wordt desgelijks gezegd in het volgende.

14 Al de overige geslachten, elk geslacht bijzonder, en hunlieder vrouwen bijzonder.

Original Hebrew

כֹּ֗לכ֗לכֹּלכלKolallH3605HNcmsc
הַ/מִּשְׁפָּחוֹת֙ה/משפחות֙הַ/מִּשְׁפָּחוֹתה/משפחותha./mish.pa.chOtthe/ clansH9009H4940HTd+Ncfpa
הַ/נִּשְׁאָר֔וֹתה/נשאר֔ותהַ/נִּשְׁאָרוֹתה/נשארותha./nish.'a.Rotwhich/ remainH9009H7604HTd+VNrfpa
מִשְׁפָּחֹ֥תמשפח֥תמִשְׁפָּחֹתמשפחתmish.pa.ChotclansH4940HNcfpa
מִשְׁפָּחֹ֖תמשפח֖תמִשְׁפָּחֹתמשפחתmish.pa.ChotclansH4940HNcfpa
לְ/בָ֑דל/ב֑דלְ/בָדל/בדle./Vad<to>/ aloneH9005H0905HHR+Ncmsa
וּ/נְשֵׁי/הֶ֖םו/נשי/ה֖םוּ/נְשֵׁי/הֶםו/נשי/הםu./ne.shei./Hemand/ wives/ theirH9002H0802HH9028HC+Ncmpc+Sp3mp
לְ/בָֽד\׃\ \סל/בד\\ \סלְ/בָֽד\׃\ \סל/בד\\ \סle./Vad<to>/ aloneH9005H0905H\H9016\ \H9018HR+Ncmsa