reltext

Chapter 3

1 Daarna toonde Hij mij Josua, den hogepriester, staande voor het aangezicht van den Engel des Heeren; en de satan stond aan zijn rechterhand, om hem te wederstaan.1234567

Original Hebrew

וַ/יַּרְאֵ֗/נִיו/ירא֗/ניוַ/יַּרְאֵ/נִיו/ירא/ניva/i.yar.'E./niand/ he showed/ meH9001H7200GH9030Hc+Vhw3ms+Sp1bs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
יְהוֹשֻׁ֙עַ֙יהוש֙ע֙יְהוֹשֻׁעַיהושעye.ho.Shu.a'JoshuaH3091JHNpm
הַ/כֹּהֵ֣ןה/כה֣ןהַ/כֹּהֵןה/כהןha./ko.Henthe/ priestH9009H3548HTd+Ncmsa
הַ/גָּד֔וֹלה/גד֔ולהַ/גָּדוֹלה/גדולha./ga.Dol<the>/ greatH9009H1419AHTd+Aamsa
עֹמֵ֕דעמ֕דעֹמֵדעמד'o.MedstandingH5975GHVqrmsa
לִ/פְנֵ֖יל/פנ֖ילִ/פְנֵיל/פניli/f.Nei<to>/ beforeH9005H6440GHR+Ncmpc
מַלְאַ֣ךְמלא֣ךמַלְאַךְמלאךmal.'Akh[the] angel ofH4397HHNcmsc
יְהוָ֑היהו֑היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
וְ/הַ/שָּׂטָ֛ןו/ה/שט֛ןוְ/הַ/שָּׂטָןו/ה/שטןve./ha./sa.Tanand/ the/ accuserH9002H9009H7854HC+Td+Ntmsa
עֹמֵ֥דעמ֥דעֹמֵדעמד'o.Med[was] standingH5975GHVqrmsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-atH5921A\H9014HR
יְמִינ֖/וֹימינ֖/ויְמִינ/וֹימינ/וye.mi.N/oright [hand]/ hisH3225GH9023HNcfsc+Sp3ms
לְ/שִׂטְנֽ/וֹ\׃ל/שטנ/ו\לְ/שִׂטְנֽ/וֹ\׃ל/שטנ/ו\le./sit.N/oto/ accuse/ himH9005H7853H9033\H9016HR+Vqcc+Sp3ms
  1. Hij mij Te weten, de engel; zie Zech 2:3-4 .
  2. Jósua, Van deze Jozua wordt ook melding gemaakt Hag 1:1 , Hag 1:12 , en Hag 2:3 . Hij wordt alhier gesteld als een beeld der kerk, dewijl hij te dien tijde als de voornaamste opziener of voorstander derzelve op aarde geweest is, zijnde hogepriester; doch anderszins, ten aanzien dat hij het volk uit de Babylonische gevangenschap geleid en den tempel herbouwd heeft, en hogepriester was, is hij ook geweest een voorbeeld van Jezus Christus, in naam en inderdaad.
  3. den hogepriester, Hebr. den groten priester.
  4. voor het aangezicht van den Engel des HEEREN; Jozua stond voor dien Engel, dat is, Christus, als een beschuldigde voor zijn rechter, de satan zijnde de aanklager. Anderen nemen hier staan voor dienen, gelijk Psa 135:2 .
  5. de satan Dit betekent een tegenpartijder, of wederstander; zie Job 1:6 .
  6. aan zijn rechterhand, Te weten, aan Jozua's rechterhand.
  7. om hem te wederstaan Dat is, dat hij hem [te weten Jozua] voor Christus aanklaagde en beschuldigde, als niet waardig zijnde dat de tempel onder zijn beleid zou herbouwd worden. Zie Rev 12:10 . De Hebr. woorden, die hier gebruikt worden, luiden zoveel alsof wij zeiden: Deze tegenstander stond om hem tegen te staan. Verg. met de woorden van den tekst Eph 6:12 .

2 Doch de Heere zeide tot den satan: De Heere schelde u, gij satan! ja, de Heere schelde u, Die Jeruzalem verkiest; is deze niet een vuurbrand uit het vuur gerukt?1234567

Original Hebrew

וַ/יֹּ֨אמֶרו/י֨אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
יְהוָ֜היהו֜היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
הַ/שָּׂטָ֗ןה/שט֗ןהַ/שָּׂטָןה/שטןha./sa.Tanthe/ accuserH9009H7854HTd+Ntmsa
יִגְעַ֨ריגע֨ריִגְעַריגערyig.'Armay he rebukeH1605HVqi3ms
יְהוָ֤היהו֤היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
בְּ/ךָ֙ב/ך֙בְּ/ךָב/ךbe./Kha<in>/ youH9003H9031HR+Sp2ms
הַ/שָּׂטָ֔ןה/שט֔ןהַ/שָּׂטָןה/שטןha./sa.TanO/ accuserH9009H7854HTd+Ntmsa
וְ/יִגְעַ֤רו/יגע֤רוְ/יִגְעַרו/יגערve./yig.'Arand/ may he rebukeH9002H1605HC+Vqu3ms
יְהוָה֙יהוה֙יְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
בְּ/ךָ֔ב/ך֔בְּ/ךָב/ךbe./Kha<in>/ youH9003H9031HR+Sp2ms
הַ/בֹּחֵ֖רה/בח֖רהַ/בֹּחֵרה/בחרha./bo.Cherwho/ has chosenH9009H0977HTd+Vqrmsa
בִּ/ירֽוּשָׁלִָ֑םב/ירושל֑םבִּ/ירֽוּשָׁלִָםב/ירושלםbi./ru.sha.Lim<in>/ JerusalemH9003H3389HR+Npl
הֲ/ל֧וֹאה/ל֧ואהֲ/לוֹאה/לואha./Lo'¿/ notH9008H3808HTi+Tn
זֶ֦הז֦הזֶהזהzeh[is] thisH2088HTm
א֖וּדא֖ודאוּדאוד'uda piece of firewoodH0181HNcmsa
מֻצָּ֥למצ֥למֻצָּלמצלmu.Tzalplucked outH5337HVHsmsa
מֵ/אֵֽשׁ\׃מ/אש\מֵ/אֵֽשׁ\׃מ/אש\me./'Eshfrom/ a fireH9006H0784\H9016HR+Ncbsa
  1. de HEERE zeide tot den satan Te weten, de Zoon Gods, dien Hij tevoren den engel des Heeren genoemd heeft.
  2. De HEERE Dat is, God de Vader.
  3. schelde u, Dat is, drijve u terug met uw valse aanklacht, Hij make u te schande, verstote en verdoeme u, en rechtvaardige zijn getrouwen dienaar Jozua. Zie Jud 1:9 .
  4. verkiest; Zie Zech 1:17, en Zech 2:12.
  5. deze niet Te weten, de hogepriester Jozua.
  6. een vuurbrand Zie Isa 7:4 . Anders: [als] een vuurbrand, uit het vuur gered?
  7. uit het vuur gerukt? Dat is, uit de Babylonische gevangenschap; of uit den algemenen ondergang gered, opdat Ik mijne genade aan hem bewijzen zou? Waarom begeert gij dan, dat Ik hem zou te schande maken? Zie Amo 4:11 .

3 Josua nu was bekleed met vuile klederen, als hij voor het aangezicht des Engels stond.12

Original Hebrew

וִ/יהוֹשֻׁ֕עַו/יהוש֕עוִ/יהוֹשֻׁעַו/יהושעvi./ho.Shu.a'and/ JoshuaH9002H3091JHC+Npm
הָיָ֥ההי֥ההָיָההיהha.Yahhe wasH1961HVqp3ms
לָבֻ֖שׁלב֖שלָבֻשׁלבשla.VushclothedH3847HAamsa
בְּגָדִ֣יםבגד֣יםבְּגָדִיםבגדיםbe.ga.DimgarmentsH0899BHNcmpa
צוֹאִ֑יםצוא֑יםצוֹאִיםצואיםtzo.'ImfilthyH6674HAampa
וְ/עֹמֵ֖דו/עמ֖דוְ/עֹמֵדו/עמדve./'o.Medand/ standingH9002H5975GHC+Vqrmsa
לִ/פְנֵ֥יל/פנ֥ילִ/פְנֵיל/פניli/f.Nei<to>/ beforeH9005H6440GHR+Ncmpc
הַ/מַּלְאָֽךְ\׃ה/מלאך\הַ/מַּלְאָֽךְ\׃ה/מלאך\ha./mal.'Akhthe/ angelH9009H4397H\H9016HTd+Ncmsa
  1. met vuile klederen, Dat is, met bezoedelde, onreine, bevlekte klederen, waarmede zijne zonden en onreinheden worden aangewezen, gelijk blijkt uit vs.4.
  2. des Engels stond Te weten, van den Engel, van wien in vs.1 gesproken is, die de Heere Christus was.

4 Toen antwoordde Hij, en sprak tot degenen, die voor Zijn aangezicht stonden, zeggende: Doet deze vuile klederen van hem weg. Daarna sprak Hij tot hem: Zie, Ik heb uw ongerechtigheid van u weggenomen, en Ik zal u wisselklederen aandoen.1234567

Original Hebrew

וַ/יַּ֣עַןו/י֣עןוַ/יַּעַןו/יעןva/i.Ya.'anand/ he answeredH9001H6030BHc+Vqw3ms
וַ/יֹּ֗אמֶרו/י֗אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
הָ/עֹמְדִ֤יםה/עמד֤יםהָ/עֹמְדִיםה/עמדיםha./'o.me.Dimthose/ [who] were standingH9009H5975GHTd+Vqrmpa
לְ/פָנָי/ו֙ל/פני/ו֙לְ/פָנָי/ול/פני/וle./fa.Na/v<to>/ before/ himH9005H6440GH9023HR+Ncmpc+Sp3ms
לֵ/אמֹ֔רל/אמ֔רלֵ/אמֹרל/אמרle./Mor<to>/ sayingH9005H0559HR+Vqcc
הָסִ֛ירוּהס֛ירוהָסִירוּהסירוha.Si.ruremoveH5493GHVhv2mp
הַ/בְּגָדִ֥יםה/בגד֥יםהַ/בְּגָדִיםה/בגדיםha./be.ga.Dimthe/ garmentsH9009H0899BHTd+Ncmpa
הַ/צֹּאִ֖יםה/צא֖יםהַ/צֹּאִיםה/צאיםha./tzo.'Im<the>/ filthyH9009H6674HTd+Aampa
מֵ/עָלָ֑י/ומ/על֑י/ומֵ/עָלָי/ומ/עלי/וme./'a.La/vfrom/ on <the>/ himH9006H5921AH9033HR+Rd+Sp3ms
וַ/יֹּ֣אמֶרו/י֣אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אֵלָ֗י/ואל֗י/ואֵלָי/ואלי/ו'e.La/vto/ himH0413H9033HR+Sp3ms
רְאֵ֨הרא֨הרְאֵהראהre.'EhseeH7200IHVqv2ms
הֶעֱבַ֤רְתִּיהעב֤רתיהֶעֱבַרְתִּיהעברתיhe.'e.Var.tiI have taken awayH5674CHVhp1cs
מֵ/עָלֶ֙י/ךָ֙מ/על֙י/ך֙מֵ/עָלֶי/ךָמ/עלי/ךme./'a.Lei./khafrom/ on <the>/ youH9006H5921AH9031HR+Rd+Sp2ms
עֲוֹנֶ֔/ךָעונ֔/ךעֲוֹנֶ/ךָעונ/ך'a.vo.Ne./khainiquity/ yourH5771GH9021HNcmsc+Sp2ms
וְ/הַלְבֵּ֥שׁו/הלב֥שוְ/הַלְבֵּשׁו/הלבשve./hal.Beshand/ I will clotheH9002H3847HC+Vhaa
אֹתְ/ךָ֖את/ך֖אֹתְ/ךָאת/ך'o.te./Kha<obj.>/ youH0853H9031HTo+Sp2ms
מַחֲלָצֽוֹת\׃מחלצות\מַחֲלָצֽוֹת\׃מחלצות\ma.cha.la.TzotrobesH4254\H9016HNcfpa
  1. antwoordde Dat is, sprak.
  2. Hij, Te weten, Christus, die de zonden vergeeft en den onrechtvaardige rechtvaardig spreekt; alzo ook straks wederom, daarna [te weten, nadat zij hem de vuile klederen hadden uitgetrokken] sprak Hij, te weten, Christus.
  3. tot degenen, Dat is, tot de andere engelen, die zijne dienaars zijn, altijd vaardig staande om zijne bevelen te verrichten; Heb 1:14 .
  4. tot Hem Te weten, tot Jozua.
  5. Zie, Dat is, hieruit zult gij de waarheid dezer zaak vernemen, dat Ik uwe ongerechtigheden van u heb weggenomen, die door het vuile kleed, zie vs.3, werden betekend. Verg. Isa 6:7 ; Jer 1:9 .
  6. weggenomen, Zie 2Sa 12:13 .
  7. wisselklederen aandoen Aldus worden genoemd nieuwe, zuiver, schone klederen, die men alleen op feestdagen aandeed. Zie Jdg 14:12 . Hier wordt door de wisselklederen verstaan de gerechtigheid van Christus, ware heiligheid of geestelijk sieraad. Verg. Mat 22:11 ; Luk 15:22 .

5 Dies zeg Ik: Laat ze een reinen hoed op zijn hoofd zetten. En zij zetten dien reinen hoed op zijn hoofd, en zij togen hem klederen aan; en de Engel des Heeren stond daarbij.1234

Original Hebrew

וָ/אֹמַ֕רו/אמ֕רוָ/אֹמַרו/אמרva./'o.Marand/ I saidH9001H0559Hc+Vqw1cs
יָשִׂ֛ימוּיש֛ימויָשִׂימוּישימוya.Si.mulet them putH7760HHVqi3mp
צָנִ֥יףצנ֥יףצָנִיףצניףtza.Nifa turbanH6797HNcmsa
טָה֖וֹרטה֖ורטָהוֹרטהורta.HorcleanH2889HAamsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
רֹאשׁ֑/וֹראש֑/ורֹאשׁ/וֹראש/וro.Sh/ohead/ hisH7218AH9023HNcmsc+Sp3ms
וַ/יָּשִׂימוּ֩ו/ישימו֩וַ/יָּשִׂימוּו/ישימוva/i.ya.si.Muand/ they putH9001H7760HHc+Vqw3mp
הַ/צָּנִ֨יףה/צנ֨יףהַ/צָּנִיףה/צניףha./tza.Nifthe/ turbanH9009H6797HTd+Ncmsa
הַ/טָּה֜וֹרה/טה֜ורהַ/טָּהוֹרה/טהורha./ta.Hor<the>/ cleanH9009H2889HTd+Aamsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
רֹאשׁ֗/וֹראש֗/ורֹאשׁ/וֹראש/וro.Sh/ohead/ hisH7218AH9023HNcmsc+Sp3ms
וַ/יַּלְבִּשֻׁ֙/הוּ֙ו/ילבש֙/הו֙וַ/יַּלְבִּשֻׁ/הוּו/ילבש/הוva/i.yal.bi.Shu./huand/ they clothed/ himH9001H3847H9033Hc+Vhw3mp+Sp3ms
בְּגָדִ֔יםבגד֔יםבְּגָדִיםבגדיםbe.ga.DimgarmentsH0899BHNcmpa
וּ/מַלְאַ֥ךְו/מלא֥ךוּ/מַלְאַךְו/מלאךu./mal.'Akhand/ [the] angel ofH9002H4397HHC+Ncmsc
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
עֹמֵֽד\׃עמד\עֹמֵֽד\׃עמד\'o.Med[was] standingH5975G\H9016HVqrmsa
  1. Dies zeg Ik Anders: toen zeide ik: te weten bij mijzelven, als zijnde woorden van den profeet, wensende dat zulks door den wil des Heeren mocht geschieden.
  2. hoed op zijn hoofd zetten Van het woord hoed, zie de aantekening bij Exo 29:4 . De hoed beduidt het priesterlijk ambt, waartoe de Heer Jozua heeft aangesteld en bevestigd, nadat Hij hem van zijne zonden gereinigd en geheiligd had; zie 1Pe 2:9 .
  3. klederen aan; Te weten, wisselklederen, gelijk vs.4.
  4. stond daarbij Te weten, vaardig om des Vaders bevel uit te voeren.

6 Toen betuigde de Engel des Heeren Josua, zeggende:

Original Hebrew

וַ/יָּ֙עַד֙ו/י֙עד֙וַ/יָּעַדו/יעדva/i.Ya.'adand/ he admonishedH9001H5749BHc+Vhw3ms
מַלְאַ֣ךְמלא֣ךמַלְאַךְמלאךmal.'Akh[the] angel ofH4397HHNcmsc
יְהוָ֔היהו֔היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
בִּ/יהוֹשֻׁ֖עַב/יהוש֖עבִּ/יהוֹשֻׁעַב/יהושעbi./ho.Shu.a'<in>/ JoshuaH9003H3091JHR+Npm
לֵ/אמֹֽר\׃ל/אמר\לֵ/אמֹֽר\׃ל/אמר\le./Mor<to>/ sayingH9005H0559\H9016HR+Vqcc

7 Zo zegt de Heere der heirscharen: Indiën gij in Mijn wegen zult wandelen, en indien gij Mijn wacht zult waarnemen, zo zult gij ook Mijn huis richten, en ook Mijn voorhoven bewaren; en Ik zal u wandelingen geven onder dezen, die hier staan.123456

Original Hebrew

כֹּה\־כה\כֹּה\־כה\koh-thusH3541\H9014HD
אָמַ֞ראמ֞ראָמַראמר'a.Marhe saysH0559HVqp3ms
יְהוָ֣היהו֣היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
צְבָא֗וֹתצבא֗ותצְבָאוֹתצבאותtze.va.'otof hostsH6635BHNcfpa
אִם\־אם\אִם\־אם\'im-ifH0518A\H9014HTc
בִּ/דְרָכַ֤/יב/דרכ֤/יבִּ/דְרָכַ/יב/דרכ/יbi/d.ra.Kha/iin/ ways/ myH9003H1870GH9020HR+Ncbpc+Sp1bs
תֵּלֵךְ֙תלך֙תֵּלֵךְתלךte.leKhyou will walkH1980IHVqi2ms
וְ/אִ֣םו/א֣םוְ/אִםו/אםve./'Imand/ ifH9002H0518AHC+Tc
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
מִשְׁמַרְתִּ֣/ימשמרת֣/ימִשְׁמַרְתִּ/ימשמרת/יmish.mar.T/icharge/ myH4931H9020HNcfsc+Sp1bs
תִשְׁמֹ֔רתשמ֔רתִשְׁמֹרתשמרtish.Moryou will keepH8104GHVqi2ms
וְ/גַם\־ו/גם\וְ/גַם\־ו/גם\ve./gam-and/ alsoH9002H1571\H9014HC+D
אַתָּה֙אתה֙אַתָּהאתה'a.TahyouH0859AHPp2ms
תָּדִ֣יןתד֣יןתָּדִיןתדיןta.Dinyou will governH1777HVqi2ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
בֵּיתִ֔/יבית֔/יבֵּיתִ/יבית/יbei.T/ihouse/ myH1004BH9020HNcmsc+Sp1bs
וְ/גַ֖םו/ג֖םוְ/גַםו/גםve./Gamand/ alsoH9002H1571HC+D
תִּשְׁמֹ֣רתשמ֣רתִּשְׁמֹרתשמרtish.Moryou will guardH8104HHVqi2ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
חֲצֵרָ֑/יחצר֑/יחֲצֵרָ/יחצר/יcha.tze.Ra/icourts/ myH2691AH9020HNcbpc+Sp1bs
וְ/נָתַתִּ֤יו/נתת֤יוְ/נָתַתִּיו/נתתיve./na.ta.Tiand/ I will giveH9001H5414GHc+Vqq1cs
לְ/ךָ֙ל/ך֙לְ/ךָל/ךle./Khato <the>/ youH9005H9031HRd+Sp2ms
מַהְלְכִ֔יםמהלכ֔יםמַהְלְכִיםמהלכיםmah.le.KhimgoingsH4109HNcmpa
בֵּ֥יןב֥יןבֵּיןביןbeinbetweenH0996GHAcmsa
הָ/עֹמְדִ֖יםה/עמד֖יםהָ/עֹמְדִיםה/עמדיםha./'o.me.Dimthose/ [who] are standingH9009H5975GHTd+Vqrmpa
הָ/אֵֽלֶּה\׃ה/אלה\הָ/אֵֽלֶּה\׃ה/אלה\ha./'E.leh<the>/ theseH9009H0428\H9016HTd+Tm
  1. de HEERE der heirscharen Te weten, God de Vader, die voor de weldaden, waarmede Hij de mensen begenadigt, dankbaarheid is vereisende, namelijk gedurige oefening in de godzaligheid; Luk 1:74 ; 1Pe 1:15-16 .
  2. indien gij Mijn wacht Dat is, indien gij mijne instellingen en geboden naarstig zult onderhouden, gelijk Ik die wil onderhouden hebben.
  3. zult waarnemen, Hebr. zult wachten.
  4. zo zult gij ook Mijn huis richten, Dat is, zo zult gij ook het opzicht en de regering over mijn kerk hebben, gelijk het uwe voorouders gehad hebben; zie 2Ch 19:11 . De kerk wordt meermalen Gods huis genoemd, gelijk Num 12:7 ; Jer 11:15 , en Jer 12:7 ; Heb 3:2 .
  5. Mijn voorhoven bewaren; Dat is, gij zult in uw hogepriesterambt geduriglijk blijven, en het opzicht over mijne kerk hebben en behouden. Het is even hetzelfde hetwelk Hij straks met andere woorden gezegd heeft.
  6. Ik zal u wandelingen geven onder dezen, Dat is, na dit leven, zal Ik u opnemen in het eeuwige leven, en zal u doen wandelen onder de heilige engelen, die hier staan, en andere hemelse scharen. Verg. Mat 22:30 ; 2Ti 4:8 ; Heb 12:22 .

8 Hoor nu toe, Josua, gij hogepriester! gij en uw vrienden, die voor uw aangezicht zitten, want zij zijn een wonderteken; want ziet, Ik zal Mijn Knecht, de SPRUITE, doen komen.12345

Original Hebrew

שְֽׁמַֽע\־שמע\שְֽׁמַֽע\־שמע\she.ma'-hearH8085G\H9014HVqv2ms
נָ֞אנ֞אנָאנאna'pleaseH4994HTj
יְהוֹשֻׁ֣עַ\׀יהוש֣ע\יְהוֹשֻׁעַ\׀יהושע\ye.ho.Shu.a'O JoshuaH3091J\H9015HNpm
הַ/כֹּהֵ֣ןה/כה֣ןהַ/כֹּהֵןה/כהןha./ko.Henthe/ priestH9009H3548HTd+Ncmsa
הַ/גָּד֗וֹלה/גד֗ולהַ/גָּדוֹלה/גדולha./ga.Dol<the>/ greatH9009H1419AHTd+Aamsa
אַתָּה֙אתה֙אַתָּהאתה'a.TahyouH0859AHPp2ms
וְ/רֵעֶ֙י/ךָ֙ו/רע֙י/ך֙וְ/רֵעֶי/ךָו/רעי/ךve./re.'Ei./khaand/ companions/ yourH9002H7453H9021HC+Ncmpc+Sp2ms
הַ/יֹּשְׁבִ֣יםה/ישב֣יםהַ/יֹּשְׁבִיםה/ישביםhai./yo.she.Vimwho/ sitH9009H3427HTd+Vqrmpa
לְ/פָנֶ֔י/ךָל/פנ֔י/ךלְ/פָנֶי/ךָל/פני/ךle./fa.Nei./kha<to>/ before/ youH9005H6440GH9021HR+Ncmpc+Sp2ms
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
אַנְשֵׁ֥יאנש֥יאַנְשֵׁיאנשי'an.Shei[are] men ofH0582HNcmpc
מוֹפֵ֖תמופ֖תמוֹפֵתמופתmo.FetsignH4159HNcmsa
הֵ֑מָּהה֑מההֵמָּההמהHe.mahtheyH1992HPp3mp
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
הִנְ/נִ֥יהנ/נ֥יהִנְ/נִיהנ/ניhi./Nihere/ IH2005H9040HTj+Sp1bs
מֵבִ֛יאמב֛יאמֵבִיאמביאme.Vi'[am] about to bringH0935PHVhrmsa
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
עַבְדִּ֖/יעבד֖/יעַבְדִּ/יעבד/י'av.D/iservant/ myH5650H9020HNcmsc+Sp1bs
צֶֽמַח\׃צמח\צֶֽמַח\׃צמח\Tze.machbranchH6780\H9016HNcmsa
  1. uw vrienden, Dat is, uwe metgezellen, de priesters, onder uw opzicht staande. Of in het algemeen, de vromen die het met u houden.
  2. een wonderteken; Of, een wonder. Hebr. mannen des wonders. Eenigen verstaan dit alzo, dat zij voor een wonder bij de boze mensen gehouden werden, overmits zij des Heeren woord hoorden; zie Isa 8:18 . Doch sommigen verstaan dat zij voor een wonder werden aangezien, overmits zij zo wonderbaar uit de Babylonische gevangenschap verlost en in hun land wedergebracht waren, zijnde hetzelve een teken van de verlossing door Christus; zie Psa 71:7 .
  3. Ik zal Te weten, de Vader; wiens woorden hier de Heere Christus herhaalt; zie vs.6.
  4. Mijn Knecht, Dat is, Christus; zie Isa 42:1 , en Isa 52:13 . De zin is: Dezen zal Ik in de wereld doen verschijnen in de volheid des tijds, en Hij zal mijn wil doen, gelijk een getrouwe knecht den wil en het bevel van zijn heer doet.
  5. de SPRUITE, Te weten, den Messias, die een Spruit is uit den stam van Isaï. Zie Jer 23:5 , en Jer 33:15 , en Zech 6:12 . Eenigen houden het Hebr. woord Zemach in den tekst.

9 Want ziet, aangaande dien steen, welken Ik gelegd heb voor het aangezicht van Josua, op dien enen steen zullen zeven ogen wezen; ziet, Ik zal zijn graveersel graveren, spreekt de Heere der heirscharen, en Ik zal de ongerechtigheid dezes lands op een dag wegnemen.123456

Original Hebrew

כִּ֣י\׀כ֣י\כִּי\׀כי\kiforH3588A\H9015HTc
הִנֵּ֣ההנ֣ההִנֵּההנהhi.Nehthere!H2009HTj
הָ/אֶ֗בֶןה/א֗בןהָ/אֶבֶןה/אבןha./'E.venthe/ stoneH9009H0068GHTd+Ncfsa
אֲשֶׁ֤ראש֤ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
נָתַ֙תִּי֙נת֙תי֙נָתַתִּינתתיna.Ta.tiI have setH5414HHVqp1cs
לִ/פְנֵ֣יל/פנ֣ילִ/פְנֵיל/פניli/f.Nei<to>/ beforeH9005H6440GHR+Ncmpc
יְהוֹשֻׁ֔עַיהוש֔עיְהוֹשֻׁעַיהושעye.ho.Shu.a'JoshuaH3091JHNpm
עַל\־על\עַל\־על\'al-[are] onH5921A\H9014HR
אֶ֥בֶןא֥בןאֶבֶןאבן'E.vena stoneH0068GHNcfsa
אַחַ֖תאח֖תאַחַתאחת'a.ChatoneH0259HNcfsa
שִׁבְעָ֣השבע֣השִׁבְעָהשבעהshiv.'AhsevenH7651HNcbsa
עֵינָ֑יִםעינ֑יםעֵינָיִםעינים'ei.Na.yimeyesH5869AHNcfda
הִנְ/נִ֧יהנ/נ֧יהִנְ/נִיהנ/ניhi./Nihere/ IH2005H9040HTj+Sp1bs
מְפַתֵּ֣חַמפת֣חמְפַתֵּחַמפתחme.fa.Te.ach[am] about to engraveH6605BHVprmsa
פִּתֻּחָ֗/הּפתח֗/הפִּתֻּחָ/הּפתח/הpi.tu.Cha/hengraving/ itsH6603H9024HNcmsc+Sp3fs
נְאֻם֙נאם֙נְאֻםנאםne.'Um[the] utterance ofH5002HNcmsc
יְהוָ֣היהו֣היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
צְבָא֔וֹתצבא֔ותצְבָאוֹתצבאותtze.va.'otof hostsH6635BHNcfpa
וּ/מַשְׁתִּ֛יו/משת֛יוּ/מַשְׁתִּיו/משתיu./mash.Tiand/ I will removeH9001H4185Hc+Vqq1cs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
עֲוֹ֥ןעו֥ןעֲוֹןעון'a.Von[the] iniquity ofH5771GHNcmsc
הָ/אָֽרֶץ\־ה/ארץ\הָ/אָֽרֶץ\־ה/ארץ\ha./'a.retz-the/ landH9009H0776G\H9014HTd+Ncfsa
הַ/הִ֖יאה/ה֖יאהַ/הִיאה/היאha./Hi'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3fs
בְּ/י֥וֹםב/י֥וםבְּ/יוֹםב/יוםbe./Yomin/ a dayH9003H3117GHR+Ncmsa
אֶחָֽד\׃אחד\אֶחָֽד\׃אחד\'e.ChadoneH0259\H9016HNcfsa
  1. dien steen, Namelijk Christus, straks een Spruit genoemd, vs.8, die het fondament en de hoeksteen des tempels werd afgebeeld; Psa 118:22 ; Isa 28:16 . Alzo wederom hier, toen de tempel is gefondeerd en vernieuwd geworden in de tegenwoordigheid van Jozua.
  2. op dien enen steen Of, in dien steen, te weten in Christus, zal zijn, vooreerst de volheid der Godheid, en daarna overvloed van geestelijke gaven, en voorts volkomen zorg voor zijne kerk. Anders: over. Verstaande de grote zorg des Vaders over Christus en zijn rijk.
  3. zeven ogen wezen; Verg. met de woorden van dit vers, de woorden van Zech 4:10 ; Rev 5:6 .
  4. Ik zal zijn graveersel graveren, Dat is, Ik zal hem kostelijk uithouwen, gelijk men een kostelijken steen fraai polijst en glad maakt; dat is, Ik zal hem [te weten] Christus versieren met menigerlei geestelijke gaven. Hebr. Ik zal zijne opening openen; welke woorden enigen duiden op het lijden en op de wonden van onzen Heere Jezus Christus, waarmede onze ongerechtigheden zijn uitgedelgd en de zaligheid verworven is.
  5. dezes lands Te weten, van de kerk der Joden en heidenen.
  6. op een dag wegnemen Te weten, op dien dag als Christus zal gekruisigd worden.

10 Te dien dage, spreekt de Heere der heirscharen, zult gijlieden een iegelijk zijn naaste nodigen tot onder den wijnstok en tot onder den vijgeboom.1

Original Hebrew

בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomin the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֗וּאה/ה֗ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
נְאֻם֙נאם֙נְאֻםנאםne.'Um[the] utterance ofH5002HNcmsc
יְהוָ֣היהו֣היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
צְבָא֔וֹתצבא֔ותצְבָאוֹתצבאותtze.va.'otof hostsH6635BHNcfpa
תִּקְרְא֖וּתקרא֖ותִּקְרְאוּתקראוtik.re.'Uyou will inviteH7121GHVqi2mp
אִ֣ישׁא֣ישאִישׁאיש'isheachH0376IHNcmsa
לְ/רֵעֵ֑/הוּל/רע֑/הולְ/רֵעֵ/הוּל/רע/הוle./re.'E./hu<to>/ neighbor/ hisH9005H7453H9023HR+Ncmsc+Sp3ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
תַּ֥חַתת֥חתתַּחַתתחתTa.chatunderH8478GHNcmsc
גֶּ֖פֶןג֖פןגֶּפֶןגפןGe.fena vineH1612HNcbsa
וְ/אֶל\־ו/אל\וְ/אֶל\־ו/אל\ve./'el-and/ toH9002H0413\H9014HC+R
תַּ֥חַתת֥חתתַּחַתתחתTa.chatunderH8478GHNcmsc
תְּאֵנָֽה\׃תאנה\תְּאֵנָֽה\׃תאנה\te.'e.Naha fig treeH8384\H9016HNcfsa
  1. zult gijlieden Dat is, gij zult in vrede leven, en van alles genoeg hebben. Zie 1Ki 4:25 ; Mic 4:4 . Doch versta dit niet zozeer van een tijdelijken vrede en welstand, als van een gerustheid des gemoeds en vrede der coscientie door het geloof, dat God met ons om Christus' wil verzoend is. Verg. Isa 2:4-5 , en Isa 25:6-7 ; Hos 2:14 , Hos 2:17 , en Hos 14:5-7 ; Joel 3:19 ; Amo 9:13-15 ; Mic 4:4 , en Mic 5:4-5 . In welke plaatsen, onder verbloemde redenen, de vrede der kerk en van een ieder als lidmaat derzelve wordt afgebeeld.