reltext

Chapter 14

1 Ziet, de dag komt den Heere, dat uw roof zal uitgedeeld worden in het midden van u, o Jeruzalem!12

Original Hebrew

הִנֵּ֥ההנ֥ההִנֵּההנהhi.Nehthere!H2009HTj
יֽוֹם\־יום\יֽוֹם\־יום\yom-a dayH3117G\H9014HNcmsa
בָּ֖אב֖אבָּאבאba'[is] comingH0935GHVqrmsa
לַֽ/יהוָ֑הל/יהו֑הלַֽ/יהוָהל/יהוהla./Yah.wehof/ YahwehH9005H3068GHR+Npt
וְ/חֻלַּ֥קו/חל֥קוְ/חֻלַּקו/חלקve./chu.Lakand/ it will be dividedH9001H2505AHc+VPq3ms
שְׁלָלֵ֖/ךְשלל֖/ךשְׁלָלֵ/ךְשלל/ךshe.la.Le/khplunder/ yourH7998H9022HNcmsc+Sp2fs
בְּ/קִרְבֵּֽ/ךְ\׃ב/קרב/ך\בְּ/קִרְבֵּֽ/ךְ\׃ב/קרב/ך\be./kir.Be/khin/ midst/ yourH9003H7130GH9022\H9016HR+Ncmsc+Sp2fs
  1. de dag komt den HEERE, Dat is, daar komt een dag voor den Heere. Anders: de dag des HEEREN komt; of de dag van den Heere komt, dat is, de dag die den Heere bekend is, gelijk in vs.7 staat. Sommigen verstaan dit van den tijd der verwoesting van Jeruzalem door Vespasianus en Titus; anderen van de vervolging der kerk onder den wreden koning Antiochus, ten tijde der Macchabeën. Anderen duiden dit op den Antichrist en zijne wrede vervolgingen.
  2. o Jeruzalem Versta hierbij, en gij Joodse land.

2 Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen; en de stad zal ingenomen, en de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen geschonden worden ; en de helft der stad zal uitgaan in de gevangenis; maar het overige des volks zal uit de stad niet uitgeroeid worden.123

Original Hebrew

וְ/אָסַפְתִּ֨יו/אספת֨יוְ/אָסַפְתִּיו/אספתיve./'a.saf.Tiand/ I will gatherH9001H0622Hc+Vqq1cs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
הַ/גּוֹיִ֥ם\׀ה/גוי֥ם\הַ/גּוֹיִם\׀ה/גוים\ha./go.Yimthe/ nationsH9009H1471A\H9015HTd+Ncmpa
אֶֽל\־אל\אֶֽל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
יְרוּשָׁלִַם֮ירושלם֮יְרוּשָׁלִַםירושלםye.ru.sha.LimJerusalemH3389HNpl
לַ/מִּלְחָמָה֒ל/מלחמה֒לַ/מִּלְחָמָהל/מלחמהla./mil.cha.Mahfor <the>/ battleH9005H4421HRd+Ncfsa
וְ/נִלְכְּדָ֣הו/נלכד֣הוְ/נִלְכְּדָהו/נלכדהve./nil.ke.Dahand/ it will be capturedH9001H3920Hc+VNq3fs
הָ/עִ֗ירה/ע֗ירהָ/עִירה/עירha./'Irthe/ cityH9009H5892BHTd+Ncfsa
וְ/נָשַׁ֙סּוּ֙ו/נש֙סו֙וְ/נָשַׁסּוּו/נשסוve./na.Sha.suand/ they will be plunderedH9001H8155Hc+VNq3cp
הַ/בָּ֣תִּ֔יםה/ב֣ת֔יםהַ/בָּתִּיםה/בתיםha./Ba.Timthe/ housesH9009H1004BHTd+Ncmpa
וְ/הַ/נָּשִׁ֖יםו/ה/נש֖יםוְ/הַ/נָּשִׁיםו/ה/נשיםve./ha./na.Shimand/ the/ womenH9002H9009H0802GHC+Td+Ncmpa
תִּשָּׁכַ֑בְנָהתשכ֑בנהתִּשָּׁכַבְנָהתשכבנהti.sha.khab.nahthey will be lain withH7901IHVNi3fp
וְ/יָצָ֞או/יצ֞אוְ/יָצָאו/יצאve./ya.Tza'and/ it will go outH9001H3318GHc+Vqq3ms
חֲצִ֤יחצ֤יחֲצִיחציcha.Tzi<the> half ofH2677HNcmsc
הָ/עִיר֙ה/עיר֙הָ/עִירה/עירha./'Irthe/ cityH9009H5892BHTd+Ncfsa
בַּ/גּוֹלָ֔הב/גול֔הבַּ/גּוֹלָהב/גולהba./go.Lahin <the>/ exileH9003H1473HRd+Ncfsa
וְ/יֶ֣תֶרו/י֣תרוְ/יֶתֶרו/יתרve./Ye.terand/ [the] rest ofH9002H3499AHC+Ncmsc
הָ/עָ֔םה/ע֔םהָ/עָםה/עםha./'Amthe/ peopleH9009H5971AHTd+Ncmsa
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
יִכָּרֵ֖תיכר֖תיִכָּרֵתיכרתyi.ka.Retit will be cut offH3772IHVNi3ms
מִן\־מן\מִן\־מן\min-fromH4480A\H9014HR
הָ/עִֽיר\׃ה/עיר\הָ/עִֽיר\׃ה/עיר\ha./'Irthe/ cityH9009H5892B\H9016HTd+Ncfsa
  1. alle heidenen Verg. Eze 38:4 , Eze 38:6 , Eze 38:9 , Eze 38:15 , en Hab 1:6 . Alle, is hier te zeggen, vele of allerlei, gelijk Jon 2:3 .
  2. de helft der stad Dat is, een groot deel van de inwoners der stad zal gevankelijk uitgevoerd worden; te weten, van die overgeblevenen, die door de pest, honger, of het zwaard niet omgekomen zijn.
  3. het overige des volks Verstaat men deze profetie van de belegering van Jeruzalem door Vespasianus en Titus, zo is het te zeggen dat de godzaligen, vóór de vaste belegering der stad, zullen uitgaan naar het stadje Pella, en alzo bij het leven blijven zullen. Dit is dat derde deel waar de profeet van gesproken heeft, Zech 13:8-9 .

3 En de Heere zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds.12

Original Hebrew

וְ/יָצָ֣או/יצ֣אוְ/יָצָאו/יצאve./ya.Tza'and/ he will go forthH9001H3318GHc+Vqq3ms
יְהוָ֔היהו֔היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
וְ/נִלְחַ֖םו/נלח֖םוְ/נִלְחַםו/נלחםve./nil.Chamand/ he will fightH9001H3898AHc+VNq3ms
בַּ/גּוֹיִ֣םב/גוי֣םבַּ/גּוֹיִםב/גויםba./go.Yimagainst the/ nationsH9003H1471AHRd+Ncmpa
הָ/הֵ֑םה/ה֑םהָ/הֵםה/הםha./Hem<the>/ thoseH9009H1992HTd+Pp3mp
כְּ/י֥וֹםכ/י֥וםכְּ/יוֹםכ/יוםke./Yomlike/ [the] dayH9004H3117GHR+Ncmsc
הִֽלָּחֲמ֖/והלחמ֖/והִֽלָּחֲמ/והלחמ/וhi.la.cha.M/ofought/ heH3898AH9043HVNcc+Sp3ms
בְּ/י֥וֹםב/י֥וםבְּ/יוֹםב/יוםbe./Yomin/ a day ofH9003H3117GHR+Ncmsc
קְרָֽב\׃קרב\קְרָֽב\׃קרב\ke.RavbattleH7128\H9016HNcmsa
  1. tegen die heidenen, Te weten, tegen die volken, die vijanden zijn van Gods kerk.
  2. gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, Of, gelijk Hij [voor ulieden] placht te strijden in den dag des strijds, namelijk ten tijde van Mozes, Jozua, Gideon, Debora, David, Asa, en op andere tijden meer.

4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden.12345

Original Hebrew

וְ/עָמְד֣וּו/עמד֣ווְ/עָמְדוּו/עמדוve./'a.me.Duand/ they will standH9001H5975GHc+Vqq3cp
רַגְלָ֣י/ורגל֣י/ורַגְלָי/ורגלי/וrag.La/vfeet/ hisH7272H9023HNcfdc+Sp3ms
בַּ/יּוֹם\־ב/יום\בַּ/יּוֹם\־ב/יום\ba/i.yom-on the/ dayH9003H3117G\H9014HRd+Ncmsa
הַ֠/הוּאה֠/הואהַ/הוּאה/הואHa./hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
הַ֨רה֨רהַרהרhar[the] mountain ofH2022GHNcmsc
הַ/זֵּתִ֜יםה/זת֜יםהַ/זֵּתִיםה/זתיםha./ze.Tim<the>/ OlivesH9009H2132GHTd+Ncmpa
אֲשֶׁ֨ראש֨ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
עַל\־על\עַל\־על\'al-[is] onH5921A\H9014HR
פְּנֵ֥יפנ֥יפְּנֵיפניpe.Nei[the] face ofH6440GHNcmpc
יְרוּשָׁלִַם֮ירושלם֮יְרוּשָׁלִַםירושלםye.ru.sha.LimJerusalemH3389HNpl
מִ/קֶּדֶם֒מ/קדם֒מִ/קֶּדֶםמ/קדםmi./ke.Demfrom/ [the] eastH9006H6924GHR+Ncmsa
וְ/נִבְקַע֩ו/נבקע֩וְ/נִבְקַעו/נבקעve./niv.Ka'and/ it will be split openH9001H1234Hc+VNq3ms
הַ֨רה֨רהַרהרhar[the] mountain ofH2022GHNcmsc
הַ/זֵּיתִ֤יםה/זית֤יםהַ/זֵּיתִיםה/זיתיםha./zei.Tim<the>/ OlivesH9009H2132GHTd+Ncmpa
מֵֽ/חֶצְי/וֹ֙מ/חצי/ו֙מֵֽ/חֶצְי/וֹמ/חצי/וme./chetz.Y/ofrom/ middle/ itsH9006H2677H9023HR+Ncmsc+Sp3ms
מִזְרָ֣חָ/המזר֣ח/המִזְרָחָ/המזרח/הmiz.Ra.cha/heast/ -wardH4217HH9011HNcmsa+Sd
וָ/יָ֔מָּ/הו/י֔מ/הוָ/יָמָּ/הו/ימ/הva./Ya.ma/hand/ west/ -wardH9002H3220HH9011HC+Ncmsa+Sd
גֵּ֖יאג֖יאגֵּיאגיאgei'a valleyH1516RHNcbsc
גְּדוֹלָ֣הגדול֣הגְּדוֹלָהגדולהge.do.LahgreatH1419AHAafsa
מְאֹ֑דמא֑דמְאֹדמאדme.'OdveryH3966HAcmsa
וּ/מָ֨שׁו/מ֨שוּ/מָשׁו/משu./Mashand/ it will departH9001H4185Hc+Vqq3ms
חֲצִ֥יחצ֥יחֲצִיחציcha.Tzi<the> half ofH2677HNcmsc
הָ/הָ֛רה/ה֛רהָ/הָרה/הרha./Harthe/ mountainH9009H2022GHTd+Ncmsa
צָפ֖וֹנָ/הצפ֖ונ/הצָפוֹנָ/הצפונ/הtza.Fo.na/hnorth/ -wardH6828GH9011HNcfsa+Sd
וְ/חֶצְי/וֹ\־ו/חצי/ו\וְ/חֶצְי/וֹ\־ו/חצי/ו\ve./chetz.yo/v-and/ half of/ itH9002H2677H9023\H9014HC+Ncmsc+Sp3ms
נֶֽגְבָּ/ה\׃נגב/ה\נֶֽגְבָּ/ה\׃נגב/ה\Neg.ba/hsouth/ -wardH5045HH9011\H9016HNcmsa+Sd
  1. te dien dage staan op den Olijfberg, Te weten, ten tijde van Christus, die op den Olijfberg verkeerd heeft, aldaar zijn lijden aangevangen en ten hemel is gevaren. Zie Luk 22:39 ; Act 1:12 .
  2. die voor Jeruzalem ligt, Hebr. die voor het aangezicht van Jeruzalem is tegen het oosten. Zie Act 1:12 .
  3. in tweeën gespleten worden Hebr. in zijn midden, of in zijn helft gespleten worden.
  4. naar het oosten, en naar het westen, Dat is, in de lengten van het oosten tot het westen toe.
  5. zodat er een zeer grote vallei zal zijn; Dat is, zodat er een zeer groot dal tussen die twee helften van den berg zal wezen, en dat men Jeruzalem bescheidenlijk zal kunnen zien liggen, hetwelk tevoren met dezen berg en andere als bedekt lag of verborgen was. Versta dit van het geestelijke Jeruzalem, namelijk de kerk Gods, waarvan de heidenen vóór de komst van Christus, geen kennis hadden; maar dan zullen alle hindernissen, die de heidenen den toegang tot Christus en zijne kerk konden verhinderen of afsnijden, weggenomen worden, en zij zullen een open pas hebben tot dezelven. Verg. Isa 57:14 , en Isa 62:10 .

5 Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen ( want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, den koning van Juda; den zal de Heere, mijn God, komen, en al de heiligen met U, o Heere!1234567891011

Original Hebrew

וְ/נַסְתֶּ֣םו/נסת֣םוְ/נַסְתֶּםו/נסתםve./nas.Temand/ you will fleeH9001H5127Hc+Vqq2mp
גֵּֽיא\־גיא\גֵּֽיא\־גיא\gei'-[the] valley ofH1516R\H9014HNcbsc
הָרַ֗/יהר֗/יהָרַ/יהר/יha.Ra/imountains/ myH2022GH9020HNcmpc+Sp1bs
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
יַגִּ֣יעַיג֣יעיַגִּיעַיגיעya.Gi.a'it will reachH5060HVhi3ms
גֵּי\־גי\גֵּי\־גי\gei-[the] valley ofH1516R\H9014HNcbsc
הָרִים֮הרים֮הָרִיםהריםha.RimmountainsH2022GHNcmpa
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
אָצַל֒אצל֒אָצַלאצל'a.TzalAzalH0682BHNpl
וְ/נַסְתֶּ֗םו/נסת֗םוְ/נַסְתֶּםו/נסתםve./nas.Temand/ you will fleeH9001H5127Hc+Vqq2mp
כַּ/אֲשֶׁ֤רכ/אש֤רכַּ/אֲשֶׁרכ/אשרka./'a.Sherjust/ asH9004H0834DHR+Tr
נַסְתֶּם֙נסתם֙נַסְתֶּםנסתםnas.Temyou fledH5127HVqp2mp
מִ/פְּנֵ֣ימ/פנ֣ימִ/פְּנֵימ/פניmi./pe.Neifrom/ beforeH9006H6440GHR+Ncmpc
הָ/רַ֔עַשׁה/ר֔עשהָ/רַעַשׁה/רעשha./Ra.'ashthe/ earthquakeH9009H7494HTd+Ncmsa
בִּ/ימֵ֖יב/ימ֖יבִּ/ימֵיב/ימיbi./Meiin/ [the] days ofH9003H3117GHR+Ncmpc
עֻזִּיָּ֣העזי֣העֻזִּיָּהעזיה'u.zi.YahUzziahH5818GHNpm
מֶֽלֶךְ\־מלך\מֶֽלֶךְ\־מלך\Me.lekh-[the] king ofH4428G\H9014HNcmsc
יְהוּדָ֑היהוד֑היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
וּ/בָא֙ו/בא֙וּ/בָאו/באu./Va'and/ he will comeH9001H0935GHc+Vqq3ms
יְהוָ֣היהו֣היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֱלֹהַ֔/יאלה֔/יאֱלֹהַ/יאלה/י'e.lo.Ha/iGod/ myH0430GH9020HNcmpc+Sp1bs
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
קְדֹשִׁ֖יםקדש֖יםקְדֹשִׁיםקדשיםke.do.Shimholy [ones]H6918GHAampa
עִמָּֽ/ךְ\׃עמ/ך\עִמָּֽ/ךְ\׃עמ/ך\'i.Ma/kh[will be] with/ youH5973AH9032\H9016HR+Sp2ms
  1. gijlieden O mijne uitverkorenen.
  2. vlieden Dat is, haastelijk toelopen, gelijk de vluchtenden plegen te doen. Of, men kan het verstaan van de goddeloze Joden, die door schrik en vrees van straf wegvluchten zouden en ruimte maken voor het aankomende volk des Heeren.
  3. door de vallei Anders: tot de vallei mijner bergen; dat is, tot mijne kerk.
  4. Mijner bergen Of, der bergen; dat is, dier twee delen van den Olijfberg, die Ik met het doorspijten van den Olijfberg, gemaakt heb.
  5. Azal Anders: tot den berg, dien Hij afgezonderd, of verkoren heeft, te weten, den berg Zion. Hij, te weten, de Heere. De zin is: Daar zal een wijde baan zijn, alzo dat een ieder wel plaats en ruimte hebben zal om de kerk van Christus te kunnen komen. Wat den berg Azal aangaat, is onzeker waar hij ligt, want van dezelven wordt nergens meer gedacht.
  6. en gij zult vlieden, Anders: gij zult vinden, zeg ik, gelijk, enz.
  7. voor de aardbeving Of, vanwege de aardbeving, of uit vrees der aardbeving. Zie Amo 1:1 .
  8. in de dagen van Uzzia, Zie de koning Uzzia, 2Ch 26:19 .
  9. dan zal de HEERE, Dit spreekt de profeet in zijn eigen persoon. De zin is: Na de eerste verschijning van Christus, in het vlees, zal de andere volgen ten jongsten dage.
  10. al de heiligen Dat is, alle engelen. Zie Dan 8:13 .
  11. met U, o HEERE Hier wendt de profeet zijne aanspraak tot Christus, hetwelk, gelijk sommigen menen, daarom geschiedt, omdat de profeet wel geweten heeft, dat die boze Joden hem niet geloven zouden. Verg. Joel 3:11 .

6 En het zal te dien dage geschieden, dat er niet zal zijn het kostelijk licht, en de dikke duisternis.123

Original Hebrew

וְ/הָיָ֖הו/הי֖הוְ/הָיָהו/היהve./ha.Yahand/ it will beH9001H1961Hc+Vqq3ms
בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomon the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֑וּאה/ה֑ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
לֹֽא\־לא\לֹֽא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
יִהְיֶ֣היהי֣היִהְיֶהיהיהyih.Yehit will beH1961HVqi3ms
א֔וֹרא֔וראוֹראור'orlightH0216HNcfsa
יְקָר֖וֹתיקר֖ותיְקָרוֹתיקרותye.ka.Rotsplendid [ones]H3368HAafpa
וְ/קִפָּאֽוֹן\׃ו/קפאון\וְ/קִפָּאֽוֹן\׃ו/קפאון\ve./yik.pe.'unand/ frostH9002H7087B\H9016HC+Ncmsa
  1. dat er niet zal zijn Dat is, daar zullen gene beurten zijn van licht en duisternis, klaren dag en nacht, het zal een eeuwige dag zijn; zie Isa 60:19-20 ; Rev 21:23 , en Rev 22:5 . Doch enigen verstaan dit van het licht van het heilg Evangelie, hetwelk ten tijde van Christus lichten zal. Anderen van de verduistering der zon ten tijde van het lijden van Christus.
  2. het kostelijke licht, Dat is, het klare licht, gelijk Job 31:26 .
  3. dikke duisternis Hebr. samenstemming, te weten, der duisternis.

7 Maar het zal een enige dag zijn, die den Heere bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen.12345

Original Hebrew

וְ/הָיָ֣הו/הי֣הוְ/הָיָהו/היהve./ha.Yahand/ it will beH9001H1961Hc+Vqq3ms
יוֹם\־יום\יוֹם\־יום\yom-a dayH3117G\H9014HNcmsa
אֶחָ֗דאח֗דאֶחָדאחד'e.ChadoneH0259HNcfsa
ה֛וּאה֛ואהוּאהואhu'itH1931HPp3ms
יִוָּדַ֥עיוד֥עיִוָּדַעיודעyi.va.Da'it will be knownH3045HVNi3ms
לַֽ/יהוָ֖הל/יהו֖הלַֽ/יהוָהל/יהוהla./Yah.wehto/ YahwehH9005H3068GHR+Npt
לֹא\־לא\לֹא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
י֣וֹםי֣וםיוֹםיוםYomdayH3117GHNcmsa
וְ/לֹא\־ו/לא\וְ/לֹא\־ו/לא\ve./lo'-and/ notH9002H3808\H9014HC+Tn
לָ֑יְלָהל֑ילהלָיְלָהלילהLa.ye.lahnightH3915HNcmsa
וְ/הָיָ֥הו/הי֥הוְ/הָיָהו/היהve./ha.Yahand/ it will beH9001H1961Hc+Vqq3ms
לְ/עֵֽת\־ל/עת\לְ/עֵֽת\־ל/עת\le./'et-to/ [the] time ofH9005H6256\H9014HR+Ncbsc
עֶ֖רֶבע֖רבעֶרֶבערב'E.reveveningH6153HNcmsa
יִֽהְיֶה\־יהיה\יִֽהְיֶה\־יהיה\yih.yeh-it will beH1961\H9014HVqi3ms
אֽוֹר\׃אור\אֽוֹר\׃אור\'orlightH0216\H9016HNcfsa
  1. een enige dag zijn, Dat is, een dag die eeuwig duren zal.
  2. die den HEERE bekend zal zijn; De Heere alleen weet wanneer deze dag beginnen zal; Mat 24:36 .
  3. dag, Te weten, zulk een dag, die met de zon voortkomt.
  4. nacht zijn; Te weten, zulk een nacht, als nu door het wegblijven der zon komt.
  5. des avonds, Versta hier door avond den gehelen nacht, of ten tijde van den avond; dat is, als het placht avond te worden. Zie Isa 60:20 ; Rev 21:23 .

8 Ook zal het te dien dage geschieden, dat er levende wateren uit Jeruzalem vlieten zullen, de helft van die naar de oostzee, en de helft van die naar de achterste zee aan; zij zullen des zomers en des winters zijn.123456

Original Hebrew

וְ/הָיָ֣ה\׀ו/הי֣ה\וְ/הָיָה\׀ו/היה\ve./ha.Yahand/ it will beH9001H1961\H9015Hc+Vqq3ms
בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomon the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֗וּאה/ה֗ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
יֵצְא֤וּיצא֤ויֵצְאוּיצאוye.tze.'Uthey will go outH3318LHVqi3mp
מַֽיִם\־מים\מַֽיִם\־מים\ma.yim-watersH4325G\H9014HNcmpa
חַיִּים֙חיים֙חַיִּיםחייםchai.YimlivingH2416AHAampa
מִ/יר֣וּשָׁלִַ֔םמ/יר֣ושל֔םמִ/ירוּשָׁלִַםמ/ירושלםmi./Ru.sha.Limfrom/ JerusalemH9006H3389HR+Npl
חֶצְיָ֗/םחצי֗/םחֶצְיָ/םחצי/םchetz.Ya/mhalf of/ themH2677H9028HNcmsc+Sp3mp
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
הַ/יָּם֙ה/ים֙הַ/יָּםה/יםhai./Yamthe/ seaH9009H3220GHTd+Ncmsa
הַ/קַּדְמוֹנִ֔יה/קדמונ֔יהַ/קַּדְמוֹנִיה/קדמוניha./kad.mo.Ni<the>/ easternH9009H6931GHTd+Aamsa
וְ/חֶצְיָ֖/םו/חצי֖/םוְ/חֶצְיָ/םו/חצי/םve./chetz.Ya/mand/ half of/ themH9002H2677H9028HC+Ncmsc+Sp3mp
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
הַ/יָּ֣םה/י֣םהַ/יָּםה/יםhai./Yamthe/ seaH9009H3220GHTd+Ncmsa
הָ/אַחֲר֑וֹןה/אחר֑וןהָ/אַחֲרוֹןה/אחרוןha./'a.cha.Ron<the>/ westernH9009H0314HTd+Aamsa
בַּ/קַּ֥יִץב/ק֥יץבַּ/קַּיִץב/קיץba./Ka.yitzin the/ summerH9003H7019HRd+Ncmsa
וּ/בָ/חֹ֖רֶףו/ב/ח֖רףוּ/בָ/חֹרֶףו/ב/חרףu./va./Cho.refand/ in the/ winterH9002H9003H2779HC+Rd+Ncmsa
יִֽהְיֶֽה\׃יהיה\יִֽהְיֶֽה\׃יהיה\Yih.Yehit will beH1961\H9016HVqi3ms
  1. te dien dage geschieden, Ten tijde der verschijning van Christus in het vlees.
  2. levende wateren uit Jeruzalem vlieten zullen, Dat is, altijd vloeiende en vliedende. Hierdoor moet men verstaan de gaven van de Heilige Geest , die Christus overvloedig over zijne kerk uitstorten zou; zie Eze 47:1 ; Joel 3:18 ; Rev 22:1 ; verg. Joh 4:14 , en Joh 7:38 .
  3. de helft van die naar de Oostzee, Dat is, alle gelovigen der ganse wereld, zij zijn waar zij zijn mogen, hetzij tegen den opgang of den ondergang der zon, zullen die geestelijke gaven deelachtig worden.
  4. de achterste zee aan; Aldus wordt de Middellandse zee genoemd. Zie Deu 11:24 , en Deu 34:2 .
  5. zij zullen des zomers en des winters Dat is, in eeuwigheid en altoosdurend.
  6. zijn Dat is, duren, vlieten. Anders: het zal des zomers, en des winters geschieden.

9 En de Heere zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de Heere een zijn, en Zijn Naam een.123

Original Hebrew

וְ/הָיָ֧הו/הי֧הוְ/הָיָהו/היהve./ha.Yahand/ he will becomeH9001H1961Hc+Vqq3ms
יְהוָ֛היהו֛היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
לְ/מֶ֖לֶךְל/מ֖לךלְ/מֶלֶךְל/מלךle./Me.lekh<into>/ kingH9005H4428GHR+Ncmsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-overH5921A\H9014HR
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
הָ/אָ֑רֶץה/א֑רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ earthH9009H0776GHTd+Ncfsa
בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomon the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֗וּאה/ה֗ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
יִהְיֶ֧היהי֧היִהְיֶהיהיהyih.Yehhe will beH1961HVqi3ms
יְהוָ֛היהו֛היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֶחָ֖דאח֖דאֶחָדאחד'e.ChadoneH0259HNcfsa
וּ/שְׁמ֥/וֹו/שמ֥/ווּ/שְׁמ/וֹו/שמ/וu./she.M/oand/ name/ hisH9002H8034H9023HC+Ncmsc+Sp3ms
אֶחָֽד\׃אחד\אֶחָֽד\׃אחד\'e.ChadoneH0259\H9016HNcfsa
  1. de HEERE Te weten, de Heere Christus Jezus.
  2. zal de HEERE Dat is, Hij zal alleen geëerd worden, als zijnde de enige ware God en Zaligmaker, de afgoden zullen uitgeroeid worden; Zech 13:2 .
  3. zijn, en Zijn Naam een Dat is, bekend worden te zijn. Aldus wordt het woord zijn ook gebruikt Joh 15:8 ; Gij zult mijne discipelen zijn; dat is, voor mijne discipelen bekend worden.

10 Dit ganse land zal rondom als een vlak veld gemaakt worden, van Geba tot Rimmon toe, zuidwaarts van Jeruzalem; en zij zal verhoogd en bewoond worden in haar plaats; van de poort van Benjamin af, tot aan de plaats van de eerste poort, tot aan de Hoekpoort toe; en van den toren van Hananeel, tot aan des konings wijnbakken toe.123456

Original Hebrew

יִסּ֨וֹביס֨וביִסּוֹביסובyi.Sovit will changeH5437GHVqi3ms
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
הָ/אָ֤רֶץה/א֤רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ landH9009H0776GHTd+Ncfsa
כָּ/עֲרָבָה֙כ/ערבה֙כָּ/עֲרָבָהכ/ערבהka./'a.ra.Vahlike the/ ArabahH9004H6160GHRd+Npl
מִ/גֶּ֣בַעמ/ג֣בעמִ/גֶּבַעמ/גבעmi./Ge.va'from/ GebaH9006H1387GHR+Npl
לְ/רִמּ֔וֹןל/רמ֔וןלְ/רִמּוֹןל/רמוןle./ri.Monto/ RimmonH9005H7417GHR+Npl
נֶ֖גֶבנ֖גבנֶגֶבנגבNe.gev[the] south ofH5045HHNcmsc
יְרֽוּשָׁלִָ֑םירושל֑םיְרֽוּשָׁלִָםירושלםye.ru.sha.LimJerusalemH3389HNpl
וְֽ/רָאֲמָה֩ו/ראמה֩וְֽ/רָאֲמָהו/ראמהve./ra.'a.Mahand/ it will riseH9001H7213Hc+Vqq3fs
וְ/יָשְׁבָ֨הו/ישב֨הוְ/יָשְׁבָהו/ישבהve./ya.she.Vahand/ it will remainH9001H3427Hc+Vqq3fs
תַחְתֶּ֜י/הָתחת֜י/התַחְתֶּי/הָתחתי/הtach.Tei./hain place/ itsH8478IH9034HNcmpc+Sp3fs
לְ/מִ/שַּׁ֣עַרל/מ/ש֣ערלְ/מִ/שַּׁעַרל/מ/שערle./mi./Sha.'ar<to>/ from/ [the] gate ofH9005H9006H8179GHR+R+Ncmsc
בִּנְיָמִ֗ןבנימ֗ןבִּנְיָמִןבנימןbin.ya.MinBenjaminH1144MHNpm
עַד\־עד\עַד\־עד\'ad-toH5704\H9014HR
מְק֞וֹםמק֞וםמְקוֹםמקוםme.Kom[the] place ofH4725HNcmsc
שַׁ֤עַרש֤ערשַׁעַרשערSha.'ar[the] gateH8179GHNcmsa
הָֽ/רִאשׁוֹן֙ה/ראשון֙הָֽ/רִאשׁוֹןה/ראשוןha./ri.shOn<the>/ firstH9009H7223HHTd+Aomsa
עַד\־עד\עַד\־עד\'ad-toH5704\H9014HR
שַׁ֣עַרש֣ערשַׁעַרשערSha.'ar[the] gate ofH8179GHNcmsc
הַ/פִּנִּ֔יםה/פנ֔יםהַ/פִּנִּיםה/פניםha./pi.Nimthe/ cornersH9009H6434HTd+Ncmpa
וּ/מִגְדַּ֣לו/מגד֣לוּ/מִגְדַּלו/מגדלu./mig.Daland/ [the] tower ofH9002H4026GHC+Ncmsc
חֲנַנְאֵ֔לחננא֔לחֲנַנְאֵלחננאלcha.nan.'ElHananelH2606HNpm
עַ֖דע֖דעַדעד'adtoH5704HR
יִקְבֵ֥ייקב֥ייִקְבֵייקביyik.Vei[the] wine-presses ofH3342HNcmpc
הַ/מֶּֽלֶךְ\׃ה/מלך\הַ/מֶּֽלֶךְ\׃ה/מלך\ha./Me.lekhthe/ kingH9009H4428G\H9016HTd+Ncmsa
  1. Dit ganse land Te weten, het land van Juda, van het ene einde van het land tot aan het andere. Want Geba [anders] Gibea lag aan den landpaal der Benjaminieten, 1Ki 15:22 , en Rimmon aan de landpalen van den stam van Juda; Jos 15:32 , en Jos 19:7 ; zie van Geba Jos 21:17 ; 1Ki 15:22 , en Isa 10:29 .
  2. zij zal Te weten, de stad Jeruzalem, waar door de kerk Gods hier wordt beduid, inzonderheid de kerk van het Nieuwe Testament.
  3. verhoogd Dat is, beroemd en heerlijk gemaakt worden.
  4. bewoond worden in haar plaats; Dat is, velen zullen zich tot de kerk begeven.
  5. van de poort van Benjamin af, Dat is, aan alle plaatsen waar de Heere zijne kerk hebben zal. Van de poort van Benjamin wordt ook gesproken, Jer 20:2 , en Jer 37:13 .
  6. den toren van Hanáneël, Zie Neh 3:1 , en Neh 12:39 , en Jer 31:38 .

11 En zij zullen daarin wonen, en er zal geen verbanning meer zijn; want Jeruzalem zal zeker wonen.12345

Original Hebrew

וְ/יָ֣שְׁבוּו/י֣שבווְ/יָשְׁבוּו/ישבוve./Ya.she.vuand/ people will dwellH9001H3427Hc+Vqq3cp
בָ֔/הּב֔/הבָ/הּב/הVa/hin/ itH9003H9034HR+Sp3fs
וְ/חֵ֖רֶםו/ח֖רםוְ/חֵרֶםו/חרםve./Che.remand/ total destructionH9002H2764AHC+Ncmsa
לֹ֣אל֣אלֹאלאlo'notH3808HTn
יִֽהְיֶה\־יהיה\יִֽהְיֶה\־יהיה\yih.yeh-it will beH1961\H9014HVqi3ms
ע֑וֹדע֑ודעוֹדעודodagainH5750HAcmsa
וְ/יָשְׁבָ֥הו/ישב֥הוְ/יָשְׁבָהו/ישבהve./ya.she.Vahand/ it will remainH9001H3427Hc+Vqq3fs
יְרוּשָׁלִַ֖םירושל֖םיְרוּשָׁלִַםירושלםye.ru.sha.LimJerusalemH3389HNpl
לָ/בֶֽטַח\׃ל/בטח\לָ/בֶֽטַח\׃ל/בטח\la./Ve.tachto/ securityH9005H0983\H9016HR+Ncmsa
  1. daarin wonen, Te weten, in de stad Jeruzalem, dat is in de gemeente Gods.
  2. er zal geen verbanning meer zijn; Dat is, zij zal niet meer verstoord worden, gelijk voordezen geschied is, toen het scheen dat Ik hen geheel verbannen en verstoten had; zie Deu 2:34 .
  3. Jeruzalem Dat is, de inwoners van Jeruzalem.
  4. zeker Hebr. in verzekerdheid.
  5. wonen Of, bewoond worden.

12 En dit zal de plage zijn, waarmede de Heere al de volken plagen zal, die tegen Jeruzalem krijg gevoerd zullen hebben: Hij zal een iegelijks vlees, daar hij op zijn voeten staat, doen uitteren; en een iegelijks ogen zullen uitteren in hun holen; een eens iegelijks tong zal in hun mond uitteren.123456

Original Hebrew

וְ/זֹ֣את\׀ו/ז֣את\וְ/זֹאת\׀ו/זאת\ve./Zotand/ thisH9002H2063\H9015HC+Tm
תִּֽהְיֶ֣התהי֣התִּֽהְיֶהתהיהtih.Yehit will beH1961HVqi3fs
הַ/מַּגֵּפָ֗הה/מגפ֗ההַ/מַּגֵּפָהה/מגפהha./ma.ge.Fahthe/ plagueH9009H4046HTd+Ncfsa
אֲשֶׁ֨ראש֨ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
יִגֹּ֤ףיג֤ףיִגֹּףיגףyi.Gofhe will strikeH5062HVqi3ms
יְהוָה֙יהוה֙יְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
הָ֣/עַמִּ֔יםה֣/עמ֔יםהָ/עַמִּיםה/עמיםha./'a.Mimthe/ peoplesH9009H5971AHTd+Ncmpa
אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
צָבְא֖וּצבא֖וצָבְאוּצבאוtza.ve.'Uthey have waged warH6633HVqp3cp
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
יְרוּשָׁלִָ֑םירושל֑םיְרוּשָׁלִָםירושלםye.ru.sha.LimJerusalemH3389HNpl
הָמֵ֣ק\׀המ֣ק\הָמֵק\׀המק\ha.Mekhe will cause to rotH4743\H9015HVhcc
בְּשָׂר֗/וֹבשר֗/ובְּשָׂר/וֹבשר/וbe.sa.R/oflesh/ itsH1320H9023HNcmsc+Sp3ms
וְ/הוּא֙ו/הוא֙וְ/הוּאו/הואve./Hu'and/ itH9002H1931HC+Pp3ms
עֹמֵ֣דעמ֣דעֹמֵדעמד'o.Med[is] standingH5975GHVqrmsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
רַגְלָ֔י/ורגל֔י/ורַגְלָי/ורגלי/וrag.La/vfeet/ itsH7272H9023HNcfdc+Sp3ms
וְ/עֵינָי/ו֙ו/עיני/ו֙וְ/עֵינָי/וו/עיני/וve./'ei.Na/vand/ eyes/ itsH9002H5869AH9023HC+Ncfdc+Sp3ms
תִּמַּ֣קְנָהתמ֣קנהתִּמַּקְנָהתמקנהti.Mak.nahthey will rotH4743HVNi3fp
בְ/חֹֽרֵי/הֶ֔ןב/חרי/ה֔ןבְ/חֹֽרֵי/הֶןב/חרי/הןve./cho.rei./Henin/ sockets/ theirH9003H2356H9029HR+Ncmpc+Sp3fp
וּ/לְשׁוֹנ֖/וֹו/לשונ֖/ווּ/לְשׁוֹנ/וֹו/לשונ/וu./le.sho.N/oand/ tongue/ itsH9002H3956GH9023HC+Ncbsc+Sp3ms
תִּמַּ֥קתמ֥קתִּמַּקתמקti.Makit will rotH4743HVNi3fs
בְּ/פִי/הֶֽם\׃ב/פי/הם\בְּ/פִי/הֶֽם\׃ב/פי/הם\be./fi./Hemin/ mouth/ theirH9003H6310GH9028\H9016HR+Ncmsc+Sp3mp
  1. En dit zal de plage zijn, Nadat de profeet van den stand en de gelegenheid der gelovigen gesproken heeft, spreekt hij nu hier van de plagen en ellenden der goddelozen.
  2. die tegen Jeruzalem krijg gevoerd zullen hebben Dat is, die kerk Gods bevochten en vervolgd hebben.
  3. een iegelijks vlees, Hebr. zijn vlees; dat is, eens ieders vlees, lichaam, leden, of deszelfs vlees, alzo straks, zijne ogen en zijne tong.
  4. hij op zijn voeten staat, Dat is, haastelijk, onvoorziens, geen kwaad vermoedende. Zie het voorbeeld in Herodes; Act 12:21 , enz.
  5. doen uitteren; Dat is, ganselijk verderven.
  6. tong zal in hun mond uitteren Met welke zij God en de vromen gelasterd en gesmaad hebben.

13 Ook zal het te dien dage geschieden, dat er een groot gedruis van den Heere onder hen zal wezen, zodat zij een ieder zijns naasten hand zullen aangrijpen, een eens ieders hand zal tegen de hand zijns naasten opgaan.12345

Original Hebrew

וְ/הָיָה֙ו/היה֙וְ/הָיָהו/היהve./ha.Yahand/ it will beH9001H1961Hc+Vqq3ms
בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomon the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֔וּאה/ה֔ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
תִּֽהְיֶ֧התהי֧התִּֽהְיֶהתהיהtih.Yehit will beH1961HVqi3fs
מְהֽוּמַת\־מהומת\מְהֽוּמַת\־מהומת\me.hu.mat-a panic ofH4103\H9014HNcfsc
יְהוָ֛היהו֛היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
רַבָּ֖הרב֖הרַבָּהרבהra.BahgreatH7227AHAafsa
בָּ/הֶ֑םב/ה֑םבָּ/הֶםב/הםba./Hemamong/ themH9003H9038HR+Sp3mp
וְ/הֶחֱזִ֗יקוּו/החז֗יקווְ/הֶחֱזִיקוּו/החזיקוve./he.che.Zi.kuand/ they will take hold ofH9001H2388HHc+Vhq3cp
אִ֚ישׁא֚ישאִישׁאיש'isheachH0376IHNcmsa
יַ֣די֣דיַדידyad[the] hand ofH3027GHNcbsc
רֵעֵ֔/הוּרע֔/הורֵעֵ/הוּרע/הוre.'E./huneighbor/ hisH7453H9023HNcmsc+Sp3ms
וְ/עָלְתָ֥הו/עלת֥הוְ/עָלְתָהו/עלתהve./'al.Tahand/ it will go upH9001H5927HHc+Vqq3fs
יָד֖/וֹיד֖/ויָד/וֹיד/וya.D/ohand/ hisH3027GH9023HNcbsc+Sp3ms
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
יַ֥די֥דיַדידyad[the] hand ofH3027GHNcbsc
רֵעֵֽ/הוּ\׃רע/הו\רֵעֵֽ/הוּ\׃רע/הו\re.'E./huneighbor/ hisH7453H9023\H9016HNcmsc+Sp3ms
  1. Ook zal het te dien dage geschieden, De zin is: God de Heere zal hen niet alleen door zijne hand plagen, vs.12; maar ook door henzelven onder elkander; en ook door zijn volk, vs.14; verg. Eze 30:21 , enz.
  2. een groot gedruis Of, een groot rumoer, of getrommel, hetwelk hun de Heere aanjagen zal.
  3. van den HEERE Hebr. des Heeren.
  4. aangrijpen, Hetzij vijandelijkerwijze; of uit angst en vrees, hulp en troost van zijne vriend, metgezel of naaste verzoekende; verg. Jdg 7:22 ; 1Sa 14:20 ; Eze 38:21-22 .
  5. opgaan Hetzij om te slaan, of, gelijk het anderen verstaan, om hulp en bijstand te zoeken.

14 En ook zal Juda te Jeruzalem strijden; en het vermogen aller heidenen rondom zal verzameld worden, goud en zilver, en klederen in grote menigte.123

Original Hebrew

וְ/גַ֨ם\־ו/ג֨ם\וְ/גַם\־ו/גם\ve./Gam-and/ alsoH9002H1571\H9014HC+D
יְהוּדָ֔היהוד֔היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
תִּלָּחֵ֖םתלח֖םתִּלָּחֵםתלחםti.la.Chemit will fightH3898AHVNi3fs
בִּ/ירֽוּשָׁלִָ֑םב/ירושל֑םבִּ/ירֽוּשָׁלִָםב/ירושלםbi./ru.sha.Limat/ JerusalemH9003H3389HR+Npl
וְ/אֻסַּף֩ו/אסף֩וְ/אֻסַּףו/אסףve./'u.Safand/ it will be gatheredH9001H0622Hc+VPq3ms
חֵ֨ילח֨ילחֵילחילcheil[the] wealth ofH2428HHNcmsc
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
הַ/גּוֹיִ֜םה/גוי֜םהַ/גּוֹיִםה/גויםha./go.Yimthe/ nationsH9009H1471AHTd+Ncmpa
סָבִ֗יבסב֗יבסָבִיבסביבsa.Vivall aroundH5439GHNcbsa
זָהָ֥בזה֥בזָהָבזהבza.HavgoldH2091HNcmsa
וָ/כֶ֛סֶףו/כ֛סףוָ/כֶסֶףו/כסףva./Khe.sefand/ silverH9002H3701GHC+Ncmsa
וּ/בְגָדִ֖יםו/בגד֖יםוּ/בְגָדִיםו/בגדיםu./ve.ga.Dimand/ garmentsH9002H0899BHC+Ncmpa
לָ/רֹ֥בל/ר֥בלָ/רֹבל/רבla./Roto/ abundanceH9005H7230HR+Ncmsa
מְאֹֽד\׃מאד\מְאֹֽד\׃מאד\me.'Odvery greatH3966\H9016HAcmsa
  1. Juda te Jeruzalem Dat is, het Joodse volk, de Joden. Anders: ook zult gij, Juda, tegen Jeruzalem strijden.
  2. strijden; Te weten, tegen die volken, van wie in vs.12, gesproken is.
  3. verzameld worden, Dat is, weggevoerd worden, het zal verzameld worden om weggevoerd te worden. De zin is: God zal zijne kerk een volkomen overwinning geven over al hare vijanden, alzo dat zij hen zullen plunderen en al hunne goederen roven, gelijk in den krijg geschiedt, als men zijne vijanden heeft overwonnen. Het is een figuurlijke manier van spreken van den krijg en krijgers genomen.

15 Alzo zal ook de plage der paarden, der muildieren, der kemelen, en der ezelen, en aller beesten zijn, die in diezelve heirlegers geweest zullen zijn, gelijk gener plage geweest is.1234

Original Hebrew

וְ/כֵ֨ןו/כ֨ןוְ/כֵןו/כןve./Khenand/ thusH9002H3651CHC+D
תִּֽהְיֶ֜התהי֜התִּֽהְיֶהתהיהtih.Yehit will beH1961HVqi3fs
מַגֵּפַ֣תמגפ֣תמַגֵּפַתמגפתma.ge.Fat[the] plague ofH4046HNcfsc
הַ/סּ֗וּסה/ס֗וסהַ/סּוּסה/סוסha./Susthe/ horseH9009H5483MHTd+Ncmsa
הַ/פֶּ֙רֶד֙ה/פ֙רד֙הַ/פֶּרֶדה/פרדha./Pe.redthe/ muleH9009H6505HTd+Ncmsa
הַ/גָּמָ֣לה/גמ֣להַ/גָּמָלה/גמלha./ga.Malthe/ camelH9009H1581HTd+Ncbsa
וְ/הַ/חֲמ֔וֹרו/ה/חמ֔ורוְ/הַ/חֲמוֹרו/ה/חמורve./ha./cha.Morand/ the/ donkeyH9002H9009H2543HC+Td+Ncbsa
וְ/כָ֨ל\־ו/כ֨ל\וְ/כָל\־ו/כל\ve./kholand/ allH9002H3605\H9014HC+Ncmsc
הַ/בְּהֵמָ֔הה/בהמ֔ההַ/בְּהֵמָהה/בהמהha./be.he.Mahthe/ livestockH9009H0929HTd+Ncfsa
אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
יִהְיֶ֖היהי֖היִהְיֶהיהיהyih.Yehit will beH1961HVqi3ms
בַּ/מַּחֲנ֣וֹתב/מחנ֣ותבַּ/מַּחֲנוֹתב/מחנותba./ma.cha.Notin the/ campsH9003H4264HRd+Ncfpa
הָ/הֵ֑מָּהה/ה֑מההָ/הֵמָּהה/המהha./He.mah<the>/ thoseH9009H1992HTd+Pp3mp
כַּ/מַּגֵּפָ֖הכ/מגפ֖הכַּ/מַּגֵּפָהכ/מגפהka./ma.ge.Fahlike the/ plagueH9004H4046HRd+Ncfsa
הַ/זֹּֽאת\׃ה/זאת\הַ/זֹּֽאת\׃ה/זאת\ha./Zot<the>/ thisH9009H2063\H9016HTd+Tm
  1. de plage De zin is: De Heere zal niet alleen de vijanden zijner kerk verdelgen, maar ook al hunne macht en geweld, mitsgaders al de middelen, die zij gebruikt hebben om Gods volk te bevechten, zal Hij teniet maken.
  2. der paarden, Hebr. van het paard, van den muil, enz.
  3. in diezelve heirlegers geweest zullen zijn, Versta, de heirlegers dergenen, die rondom Jeruzalem zijn zouden.
  4. gener plage geweest is Te weten, mensenplaag, waarvan in vs.12-14, gesproken is.

16 En het zal geschieden, dat al de overgeblevenen van alle heidenen, die tegen Jeruzalem zullen gekomen zijn, die zullen van jaar tot jaar optrekken om aan te bidden den Koning, den Heere der heirscharen, en om te vieren het feest der loofhutten.1234

Original Hebrew

וְ/הָיָ֗הו/הי֗הוְ/הָיָהו/היהve./ha.Yahand/ it will beH9001H1961Hc+Vqq3ms
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-everyH3605\H9014HNcmsc
הַ/נּוֹתָר֙ה/נותר֙הַ/נּוֹתָרה/נותרha./no.Tar<the>/ [one who] remainsH9009H3498HTd+VNrmsa
מִ/כָּל\־מ/כל\מִ/כָּל\־מ/כל\mi./kolof/ allH9006H3605\H9014HR+Ncmsc
הַ/גּוֹיִ֔םה/גוי֔םהַ/גּוֹיִםה/גויםha./go.Yimthe/ nationsH9009H1471AHTd+Ncmpa
הַ/בָּאִ֖יםה/בא֖יםהַ/בָּאִיםה/באיםha./ba.'Imwhich/ cameH9009H0935GHTd+Vqrmpa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
יְרֽוּשָׁלִָ֑םירושל֑םיְרֽוּשָׁלִָםירושלםye.ru.sha.LimJerusalemH3389HNpl
וְ/עָל֞וּו/על֞ווְ/עָלוּו/עלוve./'a.Luand/ they will go upH9001H5927GHc+Vqq3cp
מִ/דֵּ֧ימ/ד֧ימִ/דֵּימ/דיmi./Deias/ often asH9006H1767HR+Ncmsc
שָׁנָ֣השנ֣השָׁנָהשנהsha.Naha yearH8141HNcfsa
בְ/שָׁנָ֗הב/שנ֗הבְ/שָׁנָהב/שנהve./sha.Nahin/ a yearH9003H8141HR+Ncfsa
לְ/הִֽשְׁתַּחֲוֹת֙ל/השתחות֙לְ/הִֽשְׁתַּחֲוֹתל/השתחותle./hish.ta.cha.Votto/ bow downH9005H7812HR+Vvcc
לְ/מֶ֙לֶךְ֙ל/מ֙לך֙לְ/מֶלֶךְל/מלךle./Me.lekhto/ [the] kingH9005H4428GHR+Ncmsa
יְהוָ֣היהו֣היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
צְבָא֔וֹתצבא֔ותצְבָאוֹתצבאותtze.va.'otof hostsH6635BHNcfpa
וְ/לָ/חֹ֖גו/ל/ח֖גוְ/לָ/חֹגו/ל/חגve./la./Chogand/ to/ celebrate a festivalH9002H9005H2287HC+R+Vqcc
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
חַ֥גח֥גחַגחגchag[the] festival ofH2282HNcmsc
הַ/סֻּכּֽוֹת\׃ה/סכות\הַ/סֻּכּֽוֹת\׃ה/סכות\ha./su.Kot<the>/ TabernaclesH9009H5521\H9016HTd+Ncfpa
  1. al de overgeblevenen van alle heidenen, Dat is, al degenen, die de Heere niet zal verdelgd hebben, te weten, alle uitverkorenen, die tot de ware kennis Gods zullen gebracht wezen door de predikatie van het heilg Evangelie.
  2. optrekken Te weten, naar Jeruzalem. De Heere zal hen bekeren, alzo dat zij zich ook tot de Christelijke gemeente begeven zullen om den Heere te dienen. De profeet beschrijft hier den inwendigen godsdienst der kerk van het Nieuwe Testament door den uiterlijken godsdienst, die in het Oude Testament is gebruikelijk geweest.
  3. den Koning, den HEERE der heirscharen, Dat is, den Heere Christus.
  4. om te vieren het feest der loofhutten Dat is, om God te loven voor zijne weldaden, gelijk het volk Gods placht te doen, als het het feest der loofhutten placht te houden. Zie Lev 23:34 , enz. En onder den naam van dit feest vervat hij allerhande eer, die men Gode te doen schuldig is.

17 En het zal geschieden, zo wie van de geslachten der aarde niet zal optrekken naar Jeruzalem, om den Koning, den Heere der heirscharen, te aanbidden, zo zal er over henlieden geen regen wezen.1

Original Hebrew

וְ֠/הָיָהו֠/היהוְ/הָיָהו/היהVe./ha.yahand/ it will beH9001H1961Hc+Vqq3ms
אֲשֶׁ֨ראש֨ראֲשֶׁראשר'a.Sher[one] whoH0834AHTr
לֹֽא\־לא\לֹֽא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
יַעֲלֶ֜היעל֜היַעֲלֶהיעלהya.'a.Lehhe will go upH5927GHVqi3ms
מֵ/אֵ֨תמ/א֨תמֵ/אֵתמ/אתme./'Etfrom/ withH9006H0854HR+R
מִשְׁפְּח֤וֹתמשפח֤ותמִשְׁפְּחוֹתמשפחותmish.pe.Chot[the] clans ofH4940HNcfpc
הָ/אָ֙רֶץ֙ה/א֙רץ֙הָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ earthH9009H0776GHTd+Ncfsa
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
יְר֣וּשָׁלִַ֔םיר֣ושל֔םיְרוּשָׁלִַםירושלםye.Ru.sha.LimJerusalemH3389HNpl
לְ/הִֽשְׁתַּחֲוֹ֔תל/השתחו֔תלְ/הִֽשְׁתַּחֲוֹתל/השתחותle./hish.ta.cha.Votto/ bow downH9005H7812HR+Vvcc
לְ/מֶ֖לֶךְל/מ֖לךלְ/מֶלֶךְל/מלךle./Me.lekhto/ [the] kingH9005H4428GHR+Ncmsa
יְהוָ֣היהו֣היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
צְבָא֑וֹתצבא֑ותצְבָאוֹתצבאותtze.va.'otof hostsH6635BHNcfpa
וְ/לֹ֥או/ל֥אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
עֲלֵי/הֶ֖םעלי/ה֖םעֲלֵי/הֶםעלי/הם'a.lei./Hemon/ themH5921AH9038HR+Sp3mp
יִהְיֶ֥היהי֥היִהְיֶהיהיהyih.Yehit will beH1961HVqi3ms
הַ/גָּֽשֶׁם\׃ה/גשם\הַ/גָּֽשֶׁם\׃ה/גשם\ha./Ga.shem<the>/ rainH9009H1653\H9016HTd+Ncmsa
  1. zo zal er over henlieden geen regen wezen Dat is, zij zullen van den Heere niet gezegend worden, maar integendeel zullen zij vervloekt wezen. De regen zijnde een uiterlijk teken van den zegen des Heeren. Verg. Deu 28:23-24 ; Isa 30:23 .

18 En indien het geslacht der Egyptenaren, over dewelke de regen niet is, niet zal optrekken noch komen, zo zal die plage over hen zijn, met dewelke de Heere die heidenen plagen zal, die niet optrekken zullen, om te vieren het feest der loofhutten.12

Original Hebrew

וְ/אִם\־ו/אם\וְ/אִם\־ו/אם\ve./'im-and/ ifH9002H0518A\H9014HC+Tc
מִשְׁפַּ֨חַתמשפ֨חתמִשְׁפַּחַתמשפחתmish.Pa.chat[the] clan ofH4940HNcfsc
מִצְרַ֧יִםמצר֧יםמִצְרַיִםמצריםmitz.Ra.yimEgyptH4714GHNpl
לֹֽא\־לא\לֹֽא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
תַעֲלֶ֛התעל֛התַעֲלֶהתעלהta.'a.Lehit will go upH5927GHVqi3fs
וְ/לֹ֥או/ל֥אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
בָאָ֖הבא֖הבָאָהבאהva.'Ah[is] goingH0935GHVqp3fs
וְ/לֹ֣או/ל֣אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
עֲלֵי/הֶ֑םעלי/ה֑םעֲלֵי/הֶםעלי/הם'a.lei./Hemon/ themH5921AH9038HR+Sp3mp
תִּֽהְיֶ֣התהי֣התִּֽהְיֶהתהיהtih.Yehit will beH1961HVqi3fs
הַ/מַּגֵּפָ֗הה/מגפ֗ההַ/מַּגֵּפָהה/מגפהha./ma.ge.Fahthe/ plagueH9009H4046HTd+Ncfsa
אֲשֶׁ֨ראש֨ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
יִגֹּ֤ףיג֤ףיִגֹּףיגףyi.Gofhe will strikeH5062HVqi3ms
יְהוָה֙יהוה֙יְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הַ/גּוֹיִ֔םה/גוי֔םהַ/גּוֹיִםה/גויםha./go.Yimthe/ nationsH9009H1471AHTd+Ncmpa
אֲשֶׁר֙אשר֙אֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
לֹ֣אל֣אלֹאלאlo'notH3808HTn
יַֽעֲל֔וּיעל֔ויַֽעֲלוּיעלוya.'a.Luthey will go upH5927GHVqi3mp
לָ/חֹ֖גל/ח֖גלָ/חֹגל/חגla./Chogto/ celebrate a festivalH9005H2287HR+Vqcc
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
חַ֥גח֥גחַגחגchag[the] festival ofH2282HNcmsc
הַ/סֻּכּֽוֹת\׃ה/סכות\הַ/סֻּכּֽוֹת\׃ה/סכות\ha./su.Kot<the>/ TabernaclesH9009H5521\H9016HTd+Ncfpa
  1. het geslacht der Egyptenaren, Eenigen verstaan hier door de Egyptenaars [die grote vijanden der kerk Gods waren] ook alle andere heidense natiën, vijanden van Gods kerk.
  2. over dewelke de regen niet is, Dat is, over welke het gewoonlijk niet regent gelijk over andere landen. Want zeer zelden regent het in Egypte, maar de Nijl bevochtigt gewoonlijk het land tweemalen des jaars. Zie Deu 11:10 . Anders: alhoewel het over hen niet [placht te regenen] zo zal [dan nog] die plaag [over hen komen met] welke de Heere plagen zal die heidenen, die niet, enz. Alsof de Heere zeide: Alhoewel het daar niet regent, zo zullen zij dan nog dezen vloek niet ontgaan, want de plaag, die anderen overkomen zal door de onthouding van den regen, zal hen ook treffen bij andere middelen. Of, aldus: En indien het geslacht der Egyptenaren niet zal optrekken noch komen, zo zal [de regen] over hen niet zijn; de plaag zal er zijn met welke, enz.

19 Dit zal de zonde der Egyptenaren zijn, mitsgaders de zonde aller heidenen, die niet optrekken zullen, om te vieren het feest der loofhutten.12

Original Hebrew

זֹ֥אתז֥אתזֹאתזאתzotthisH2063HTm
תִּהְיֶ֖התהי֖התִּהְיֶהתהיהtih.Yehit will beH1961HVqi3fs
חַטַּ֣אתחט֣אתחַטַּאתחטאתcha.Tat[the] punishment for sin ofH2403IHNcfsc
מִצְרָ֑יִםמצר֑יםמִצְרָיִםמצריםmitz.Ra.yimEgyptH4714GHNpl
וְ/חַטַּאת֙ו/חטאת֙וְ/חַטַּאתו/חטאתve./cha.taTand/ [the] punishment for sin ofH9002H2403IHC+Ncfsc
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
הַ/גּוֹיִ֔םה/גוי֔םהַ/גּוֹיִםה/גויםha./go.Yimthe/ nationsH9009H1471AHTd+Ncmpa
אֲשֶׁר֙אשר֙אֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
לֹ֣אל֣אלֹאלאlo'notH3808HTn
יַֽעֲל֔וּיעל֔ויַֽעֲלוּיעלוya.'a.Luthey will go upH5927GHVqi3mp
לָ/חֹ֖גל/ח֖גלָ/חֹגל/חגla./Chogto/ celebrate a festivalH9005H2287HR+Vqcc
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
חַ֥גח֥גחַגחגchag[the] festival ofH2282HNcmsc
הַ/סֻּכּֽוֹת\׃ה/סכות\הַ/סֻּכּֽוֹת\׃ה/סכות\ha./su.Kot<the>/ TabernaclesH9009H5521\H9016HTd+Ncfpa
  1. de zonde der Egyptenaren zijn, Dat is, de straf der zonde.
  2. om te vieren het feest der loofhutten Dat is, om den Heere te dienen.

20 Te dien dage zal op de bellen der paarden staan: De HEILIGHEID DES Heeren. En de potten in het huis des Heeren zullen zijn als de sprengbekkens voor het altaar;1234

Original Hebrew

בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomon the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֗וּאה/ה֗ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
יִֽהְיֶה֙יהיה֙יִֽהְיֶהיהיהyih.Yehit will beH1961HVqi3ms
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
מְצִלּ֣וֹתמצל֣ותמְצִלּוֹתמצלותme.tzi.Lot[the] bells ofH4698HNcfpc
הַ/סּ֔וּסה/ס֔וסהַ/סּוּסה/סוסha./Susthe/ horse[s]H9009H5483MHTd+Ncmsa
קֹ֖דֶשׁק֖דשקֹדֶשׁקדשKo.deshholinessH6944GHNcmsa
לַֽ/יהוָ֑הל/יהו֑הלַֽ/יהוָהל/יהוהla./Yah.wehto/ YahwehH9005H3068GHR+Npt
וְ/הָיָ֤הו/הי֤הוְ/הָיָהו/היהve./ha.Yahand/ it will beH9001H1961Hc+Vqq3ms
הַ/סִּירוֹת֙ה/סירות֙הַ/סִּירוֹתה/סירותha./si.rOtthe/ potsH9009H5518AHTd+Ncfpa
בְּ/בֵ֣יתב/ב֣יתבְּ/בֵיתב/ביתbe./Veitin/ [the] house ofH9003H1004QHR+Ncmsc
יְהוָ֔היהו֔היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
כַּ/מִּזְרָקִ֖יםכ/מזרק֖יםכַּ/מִּזְרָקִיםכ/מזרקיםka./miz.ra.Kim[will be] like the/ bowlsH9004H4219HRd+Ncmpa
לִ/פְנֵ֥יל/פנ֥ילִ/פְנֵיל/פניli/f.Nei<to>/ beforeH9005H6440GHR+Ncmpc
הַ/מִּזְבֵּֽחַ\׃ה/מזבח\הַ/מִּזְבֵּֽחַ\׃ה/מזבח\ha./miz.Be.achthe/ altarH9009H4196\H9016HTd+Ncmsa
  1. op de bellen der paarden Het is in verscheidene landen gebruikelijk, dat de voerlieden hunnen paarden bellen om den hals hangen, menende dat derzelver geklank de paarden enige verlichting of moed aanbrengt.
  2. staan Hebr. zijn.
  3. DE HEILIGHEID DES HEEREN De zin is: dat zelfs de kleinste dingen, ook die in den oorlog tegen Gods volk plachten gebruikt te worden, enz. tot den dienst van God zullen geheiligd zijn. Dit was de titel, die in een gouden plaat voor het voorhoofd van den hogepriester geschreven was. Doch daarvan, zie Exo 28:36 .
  4. als de sprengbekkens voor het altaar; Te weten, in menigte en groot getal. De zin is: er zullen overvloedige middelen zijn tot verrichting van den godsdienst, ook dienaars in groot getal, tot verrichting van den godsdienst, gelijk er ook vele offeraars wezen zullen.

21 Ja, al de potten in Jeruzalem en in Juda zullen den Heere der heirscharen heilig zijn, zodat allen, die offeren willen, zullen komen, en van dezelve nemen, en in dezelve koken; en er zal geen Kanaäniet meer zijn, in het huis des Heeren der heirscharen, te dien dage.1234

Original Hebrew

וְ֠/הָיָהו֠/היהוְ/הָיָהו/היהVe./ha.yahand/ it will beH9001H1961Hc+Vqq3ms
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-everyH3605\H9014HNcmsc
סִ֨ירס֨ירסִירסירsirpotH5518AHNcfsa
בִּ/ירוּשָׁלִַ֜םב/ירושל֜םבִּ/ירוּשָׁלִַםב/ירושלםbi./ru.sha.Limin/ JerusalemH9003H3389HR+Npl
וּ/בִֽ/יהוּדָ֗הו/ב/יהוד֗הוּ/בִֽ/יהוּדָהו/ב/יהודהu./vi./hu.Dahand/ in/ JudahH9002H9003H3063GHC+R+Npl
קֹ֚דֶשׁק֚דשקֹדֶשׁקדשKo.desha holy thingH6944GHNcmsa
לַ/יהוָ֣הל/יהו֣הלַ/יהוָהל/יהוהla./Yah.wehto/ YahwehH9005H3068GHR+Npt
צְבָא֔וֹתצבא֔ותצְבָאוֹתצבאותtze.va.'otof hostsH6635BHNcfpa
וּ/בָ֙אוּ֙ו/ב֙או֙וּ/בָאוּו/באוu./Va.'uand/ they will comeH9001H0935GHc+Vqq3cp
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
הַ/זֹּ֣בְחִ֔יםה/ז֣בח֔יםהַ/זֹּבְחִיםה/זבחיםha./Zoe.Chimthose/ [who] sacrificeH9009H2076HTd+Vqrmpa
וְ/לָקְח֥וּו/לקח֥ווְ/לָקְחוּו/לקחוve./la.ke.Chuand/ they will takeH9001H3947GHc+Vqq3cp
מֵ/הֶ֖םמ/ה֖םמֵ/הֶםמ/הםme./Hemsome of/ themH9006H9038HR+Sp3mp
וּ/בִשְּׁל֣וּו/בשל֣ווּ/בִשְּׁלוּו/בשלוu./vi.she.Luand/ they will boilH9001H1310Hc+Vpq3cp
בָ/הֶ֑םב/ה֑םבָ/הֶםב/הםva./Hemin/ themH9003H9038HR+Sp3mp
וְ/לֹא\־ו/לא\וְ/לֹא\־ו/לא\ve./lo'-and/ notH9002H3808\H9014HC+Tn
יִהְיֶ֨היהי֨היִהְיֶהיהיהyih.Yeh[he] will beH1961HVqi3ms
כְנַעֲנִ֥יכנענ֥יכְנַעֲנִיכנעניkhe.na.'a.Nia CanaaniteH3669BHNgmsa
ע֛וֹדע֛ודעוֹדעודodagainH5750HAcmsa
בְּ/בֵית\־ב/בית\בְּ/בֵית\־ב/בית\be./veit-in/ [the] house ofH9003H1004Q\H9014HR+Ncmsc
יְהוָ֥היהו֥היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
צְבָא֖וֹתצבא֖ותצְבָאוֹתצבאותtze.va.'otof hostsH6635BHNcfpa
בַּ/יּ֥וֹםב/י֥וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomon the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/הֽוּא\׃ה/הוא\הַ/הֽוּא\׃ה/הוא\ha./Hu'<the>/ thatH9009H1931\H9016HTd+Pp3ms
  1. in Jeruzalem en in Juda Dat is, die te Jeruzalem zullen zijn.
  2. heilig zijn, Hebr. heiligheid zijn; dat is, den Heere geheiligd zijn.
  3. koken; Te weten, hunne offeranden. Zie 1Sa 2:13 .
  4. geen Kanaäniet meer zijn, Dat is, geen onrein en goddeloos mens. Verg. Rev 21:27 . Zie ook Isa 35:8 , en Joel 3:17 . Versta hierbij, maar die in het huis des Heeren zullen zijn en verkeren, die zullen van zonden gereinigd en wedergeboren zijn, Eph 5:27 . Anderen verstaan het aldus: Ten tijde van den Messias zal er geen volk noch natie van den godsdienst of uit den tempel gesloten worden, want die natiën, die tevoren onrein geweest zijn, zullen alsdan heilig en zuiver zijn voor de Heere.