reltext

Chapter 11

1 Doe uw deuren open, o Libanon! opdat het vuur uw cederen vertere.1234

Original Hebrew

פְּתַ֥חפת֥חפְּתַחפתחpe.TachopenH6605AHVqv2ms
לְבָנ֖וֹןלבנ֖וןלְבָנוֹןלבנוןle.va.NonO LebanonH3844GHNpl
דְּלָתֶ֑י/ךָדלת֑י/ךדְּלָתֶי/ךָדלתי/ךde.la.Tei./khadoors/ yourH1817CH9021HNcfdc+Sp2ms
וְ/תֹאכַ֥לו/תאכ֥לוְ/תֹאכַלו/תאכלve./to.Khalso/ it may consumeH9002H0398HC+Vqu3fs
אֵ֖שׁא֖שאֵשׁאש'eshfireH0784HNcbsa
בַּ/אֲרָזֶֽי/ךָ\׃ב/ארזי/ך\בַּ/אֲרָזֶֽי/ךָ\׃ב/ארזי/ך\ba./'a.ra.Zei./kha<in>/ cedars/ yourH9003H0730H9021\H9016HR+Ncmpc+Sp2ms
  1. deuren open, Poorten, vastigheden, sloten, kastelen. Het is een profetie, dat de Joden uitgeroeid en verstrooid zouden worden, die Christus en de predikatie van het heilig Evangelie versmaden zouden.
  2. o Libanon De profeet wendt zijne rede tot de bossen en bergen, hier en in het volgende vers, willende te kennen geven dat geen ding God, als Hij straffen wil, kan hinderen en tegenstaan. Libanon is een berg, gelegen aan het noordelijke einde van Kanaän.
  3. opdat het vuur Dat is, opdat uwe vijanden, en hier bij name de Romeinen, uwe steden innemen en uw land verderven.
  4. uw cederen vertere Dat is, de grootste en voortreffelijkste onder ulieden. Zie Jdg 9:15 .

2 Huilt, gij dennen! dewijl de cederen gevallen zijn, dewijl die heerlijke bomen verwoest zijn; huilt, gij eiken van Basan! dewijl het sterke woud nedergevallen is.123456

Original Hebrew

הֵילֵ֤להיל֤להֵילֵלהיללhei.LelwailH3213HVhv2ms
בְּרוֹשׁ֙ברוש֙בְּרוֹשׁברושbe.ro.VoshO cypressH1265HNcmsa
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
נָ֣פַלנ֣פלנָפַלנפלNa.falit has fallenH5307MHVqp3ms
אֶ֔רֶזא֔רזאֶרֶזארז'E.reza cedarH0730HNcmsa
אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherthatH0834AHTr
אַדִּרִ֖יםאדר֖יםאַדִּרִיםאדרים'a.di.Rimmajestic [trees]H0117HAampa
שֻׁדָּ֑דוּשד֑דושֻׁדָּדוּשדדוshu.Da.duthey have been devastatedH7703HVPp3cp
הֵילִ֙ילוּ֙היל֙ילו֙הֵילִילוּהילילוhei.Li.luwailH3213HVhv2mp
אַלּוֹנֵ֣יאלונ֣יאַלּוֹנֵיאלוני'a.lo.NeiO oaks ofH0437HNcmpc
בָשָׁ֔ןבש֔ןבָשָׁןבשןva.ShanBashanH1316HNpl
כִּ֥יכ֥יכִּיכיkiforH3588AHTc
יָרַ֖דיר֖דיָרַדירדya.Radit has come downH3381HVqp3ms
יַ֥עַרי֥עריַעַריערYa.'ar[the] forestH3293AHNcmsc
הַ/בָּצִֽיר\׃ה/בציר\הַ/בָּצִֽיר\׃ה/בציר\ha./ba.tzurof the/ vintageH9009H1210\H9016HTd+Ncmsa
  1. gij dennen Versta hierdoor het gemene volk onder de Joden.
  2. de cederen gevallen zijn, Dat is, de oversten en de voornaamsten onder de Joden.
  3. bomen verwoest zijn; Of, [personen].
  4. gij eiken van Basan Dat is, gij machtige inwoners van Basan. Verg. Eze 27:6 .
  5. het sterke woud Te weten, de Libanon.
  6. nedergevallen is Hebr. nedergedaald is, of nedergekomen is; dat is, nedergehouwen of afgehouwen is.

3 Er is een stem des gehuils der herderen, dewijl hun heerlijkheid verwoest is; een stem des gebruls der jonge leeuwen, dewijl de hoogmoed van de Jordaan verwoest is.12345

Original Hebrew

ק֚וֹלק֚ולקוֹלקולKol[the] sound ofH6963HHNcmsc
יִֽלְלַ֣תילל֣תיִֽלְלַתיללתyi.Lat[the] wailing ofH3215HNcfsc
הָ/רֹעִ֔יםה/רע֔יםהָ/רֹעִיםה/רעיםha./ro.'Imthe/ shepherdsH9009H7462BHTd+Vqrmpa
כִּ֥יכ֥יכִּיכיkiforH3588AHTc
שֻׁדְּדָ֖השדד֖השֻׁדְּדָהשדדהshu.de.Dahit has been devastatedH7703HVPp3fs
אַדַּרְתָּ֑/םאדרת֑/םאַדַּרְתָּ/םאדרת/ם'a.dar.Ta/msplendor/ theirH0155H9028HNcfsc+Sp3mp
ק֚וֹלק֚ולקוֹלקולKol[the] sound ofH6963HHNcmsc
שַׁאֲגַ֣תשאג֣תשַׁאֲגַתשאגתsha.'a.Gat[the] roaring ofH7581HNcfsc
כְּפִירִ֔יםכפיר֔יםכְּפִירִיםכפיריםke.fi.Rimyoung lionsH3715AHNcmpa
כִּ֥יכ֥יכִּיכיkiforH3588AHTc
שֻׁדַּ֖דשד֖דשֻׁדַּדשדדshu.Dadit has been devastatedH7703HVPp3ms
גְּא֥וֹןגא֥וןגְּאוֹןגאוןge.'on[the] thicket[s] ofH1347HNcmsc
הַ/יַּרְדֵּֽן\׃\ \סה/ירדן\\ \סהַ/יַּרְדֵּֽן\׃\ \סה/ירדן\\ \סhai./yar.Denthe/ JordanH9009H3383\H9016\ \H9018HTd+Npl
  1. Daar is een stem des gehuils der herderen, Dat is, men hoort de herders huilen; dat is, de regenten van het volk, zo geestelijk als wereldlijke personen.
  2. hun heerlijkheid verwoest is; Dat is, de voornaamste burgerschap, en vast al het volk, waarin de eer der prinsen is bestaande; Pro 14:28 . Anderen verstaan hierdoor de heerlijkheid den tempel; anderen de gehele stad Jeruzalem; sommigen ook het gehele Joodse land; zie Dan 11:16 , Dan 11:41 .
  3. der jonge leeuwen, Dat is, der moedige krijgers.
  4. de hoogmoed Of, de voortreffelijkheid.
  5. van de Jordaan verwoest is Dat is, van het Joodse land aan de Jordaan gelegen.

4 Alzo zegt de Heere, mijn God: Weidt deze slachtschapen.12

Original Hebrew

כֹּ֥הכ֥הכֹּהכהkohthusH3541HD
אָמַ֖ראמ֖ראָמַראמר'a.Marhe saysH0559HVqp3ms
יְהוָ֣היהו֣היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֱלֹהָ֑/יאלה֑/יאֱלֹהָ/יאלה/י'e.lo.Ha/iGod/ myH0430GH9020HNcmpc+Sp1bs
רְעֵ֖הרע֖הרְעֵהרעהre.'EhshepherdH7462BHVqv2ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
צֹ֥אןצ֥אןצֹאןצאןtzon[the] flock ofH6629GHNcbsc
הַ/הֲרֵגָֽה\׃ה/הרגה\הַ/הֲרֵגָֽה\׃ה/הרגה\ha./ha.re.Gah<the>/ slaughterH9009H2028H\H9016HTd+Ncfsa
  1. Weidt Dit beveelt de Heere den profeet Zacharia in het gezicht, of in een figuur, aanwijzende dat Christus, de ware en overste Herder zijner kerk, van zijn hemelsen Vader bevel ontvangen had zorg te dragen voor zijn arm volk, hetwelk van de boze regenten verdrukt werd. Dit bevel wordt ook aan alle getrouwe herders, staande onder hun Hoofd Christus gegeven.
  2. deze slachtschapen Versta, het gemene volk onder de Joden, hetwelk van de machtigen werd onderdrukt en als ter slachting geëigend.

5 Welker bezitters hen doden, en houden het voor geen schuld; en een ieder dergenen, die ze verkopen, zegt: Geloofd zij de Heere, dat ik rijk geworden ben! en niemand van degenen, die ze weiden, verschoont ze.123456

Original Hebrew

אֲשֶׁ֨ראש֨ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
קֹנֵי/הֶ֤ןקני/ה֤ןקֹנֵי/הֶןקני/הןko.nei./Hen[those who] buy/ themH7069H9039HVqrmpc+Sp3fp
יַֽהֲרְגֻ/ן֙יהרג/ן֙יַֽהֲרְגֻ/ןיהרג/ןya.har.Gu/nthey will kill/ themH2026H9039HVqi3mp+Sp3fp
וְ/לֹ֣או/ל֣אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
יֶאְשָׁ֔מוּיאש֔מויֶאְשָׁמוּיאשמוye'.Sha.muthey will be held guiltyH0816HVqi3mp
וּ/מֹכְרֵי/הֶ֣ןו/מכרי/ה֣ןוּ/מֹכְרֵי/הֶןו/מכרי/הןu./mo.khe.rei./Henand/ [those who] sell/ themH9002H4376H9039HC+Vqrmpc+Sp3fp
יֹאמַ֔ריאמ֔ריֹאמַריאמרyo.Marhe will sayH0559HVqi3ms
בָּר֥וּךְבר֥וךבָּרוּךְברוךba.Rukh[be] blessedH1288HVqsmsa
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
וַ/אעְשִׁ֑רו/אעש֑רוַ/אעְשִׁרו/אעשרva/'.Shirso/ I may gain richesH9002H6238HC+Vhu1cs
וְ/רֹ֣עֵי/הֶ֔םו/ר֣עי/ה֔םוְ/רֹעֵי/הֶםו/רעי/הםve./Ro.'ei./Hemand/ shepherds/ theirH9002H7462BH9028HC+Vqrmpc+Sp3mp
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
יַחְמ֖וֹליחמ֖וליַחְמוֹליחמולyach.Molhe will have compassionH2550HVqi3ms
עֲלֵי/הֶֽן\׃עלי/הן\עֲלֵי/הֶֽן\׃עלי/הן\'a.lei./Henon/ themH5921AH9039\H9016HR+Sp3fp
  1. bezitters Dat is, hunne regenten, de machtigen onder het volk, als daar waren de hogepriesters, Herodes, de Schrifgeleerden, Farizeën, Sadduceën, enz.
  2. doden, Dat is, uitmergelen door hunne gierigheid, woeker, onrechtvaardigen handel en geweld.
  3. en houden het voor geen schuld; Zij hebben daarover gene wroeging in hunne conscientiën; het wordt hun ook niet ter misdaad gerekend, zij blijven ongestraft. Hebr. zij worden niet schuldig.
  4. een ieder dergenen, Het gewelddrijven der groten over de armen is zo algemeen geworden, dat de groten zich laten dunken dat het hun vrijstaat met de armen te handelen alsof het hun eigen slaven waren, die verkopende alsof het een vrije en geoorloofde koopmanschap ware.
  5. Geloofd zij de HEERE, Zij schrijven hun rijkdom den zegen Gods toe, welken zij hunnen broeders met geweld en ongerechtigheid afgeperst hadden. Verg. Mat 23:14-15 , enz.
  6. niemand van degenen, Geen van hunne herders verschoont hen en betoont barmhartigheid aan hen. Zie Eze 34:2-4 , enz.

6 Zekerlijk, Ik zal niet meer de inwoners dezes lands verschonen, spreekt de Heere; maar ziet, Ik zal de mensen overleveren, elk een in de hand zijns naasten, en in de hand zijns konings, en zij zullen dit land te morzel slaan, en Ik zal ze uit hun hand niet verlossen.12345678

Original Hebrew

כִּ֠יכ֠יכִּיכיkiforH3588AHTc
לֹ֣אל֣אלֹאלאlo'notH3808HTn
אֶחְמ֥וֹלאחמ֥ולאֶחְמוֹלאחמול'ech.MolI will have compassionH2550HVqi1cs
ע֛וֹדע֛ודעוֹדעודodagainH5750HAcmsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
יֹשְׁבֵ֥יישב֥ייֹשְׁבֵיישביyo.she.Vei[the] inhabitants ofH3427HVqrmpc
הָ/אָ֖רֶץה/א֖רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ landH9009H0776GHTd+Ncfsa
נְאֻם\־נאם\נְאֻם\־נאם\ne.'um-[the] utterance ofH5002\H9014HNcmsc
יְהוָ֑היהו֑היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
וְ/הִנֵּ֨הו/הנ֨הוְ/הִנֵּהו/הנהve./hi.Nehand/ here!H9002H2009HC+Tj
אָנֹכִ֜יאנכ֜יאָנֹכִיאנכי'a.no.KhiIH0595HPp1bs
מַמְצִ֣יאממצ֣יאמַמְצִיאממציאmam.Tzi'[am] about to deliverH4672HVhrmsa
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הָ/אָדָ֗םה/אד֗םהָ/אָדָםה/אדםha./'a.Dam<the>/ everyoneH9009H0120GHTd+Ncmsa
אִ֤ישׁא֤ישאִישׁאיש'isheachH0376IHNcmsa
בְּ/יַד\־ב/יד\בְּ/יַד\־ב/יד\be./yad-in/ [the] hand ofH9003H3027H\H9014HR+Ncbsc
רֵעֵ֙/הוּ֙רע֙/הו֙רֵעֵ/הוּרע/הוre.'E./huneighbor/ hisH7453H9023HNcmsc+Sp3ms
וּ/בְ/יַ֣דו/ב/י֣דוּ/בְ/יַדו/ב/ידu./ve./Yadand/ in/ [the] hand ofH9002H9003H3027HHC+R+Ncbsc
מַלְכּ֔/וֹמלכ֔/ומַלְכּ/וֹמלכ/וmal.K/oking/ hisH4428GH9023HNcmsc+Sp3ms
וְ/כִתְּתוּ֙ו/כתתו֙וְ/כִתְּתוּו/כתתוve./khi.te.Tuand/ they will crushH9001H3807Hc+Vpq3cp
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הָ/אָ֔רֶץה/א֔רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ landH9009H0776GHTd+Ncfsa
וְ/לֹ֥או/ל֥אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
אַצִּ֖ילאצ֖ילאַצִּילאציל'a.TzilI will deliver [it]H5337HVhi1cs
מִ/יָּדָֽ/ם\׃מ/יד/ם\מִ/יָּדָֽ/ם\׃מ/יד/ם\mi./ya.Da/mfrom/ hand/ theirH9006H3027HH9028\H9016HR+Ncbsc+Sp3mp
  1. de inwoners dezes lands verschonen, Versta dit van die boze mensen, van wie in vs.5 gesproken is, die verre het grootste deel onder de Joden waren; maar God de Vader wil evenwel hebben dat Christus voor die arme slachtschapen zou zorgdragen, gelijk Hij ook gedaan heeft toen Hij in het vlees hier op aarde verschenen is.
  2. Ik zal de Hebr. Ik zal de mensen doen vinden; zie 2Sa 3:8 .
  3. mensen overleveren, Te weten, die goddeloze Joden.
  4. elkeen in de hand zijns naasten, Dat is, Ik zal den een door den ander verslaan en ombrengen. Dit is geschied: want door de inwendige twisten en beroerten, zijn er vele duizenden onder de Joden omgekomen, zie Josefus de bello Judas lib. 6, cap. 1, en 4.
  5. en in de hand zijns konings, Na lange onenigheden, tussen de hogepriesters Aristobulus, Alexander en Hyrcanus zijn de Romeinen in het Joodse land geroepen en gekomen, die, meester over de Joden geworden zijnde, hebben Antipater en Herodus de Grote over hetzekfe tot koningen gesteld, die nagenoeg al de voornaamsten onder de Joden hebben omgebracht. Doch enigen verstaan hierdoor den koning den Romeinsen keizer.
  6. zij zullen dit land Te weten, de vijanden van het Joodse volk, hetzij de Romeinen of hun andere vijanden.
  7. te morzel slaan, Als met hamers.
  8. zal ze uit hun hand niet verlossen Of, zal het, te weten, het land.

7 Dies heb ik deze slachtschapen geweid, dewijl zij ellendige schapen zijn; en ik heb mij genomen twee stokken, den een heb ik genoemd LIEFELIJKHEID, en den anderen heb ik genoemd SAMENBINDERS; en ik heb die schapen geweid.123456

Original Hebrew

וָֽ/אֶרְעֶה֙ו/ארעה֙וָֽ/אֶרְעֶהו/ארעהva./'er.'Ehand/ I shepherdedH9001H7462BHc+Vqw1cs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
צֹ֣אןצ֣אןצֹאןצאןtzon[the] flock ofH6629GHNcbsc
הַֽ/הֲרֵגָ֔הה/הרג֔ההַֽ/הֲרֵגָהה/הרגהha./ha.re.Gah<the>/ slaughterH9009H2028HHTd+Ncfsa
לָ/כֵ֖ןל/כ֖ןלָ/כֵןל/כןla./Khen<to>/ thereforeH9005H3651CHR+D
עֲנִיֵּ֣יעני֣יעֲנִיֵּיעניי'a.ni.Yei[the] afflicted [ones] ofH6041HAampc
הַ/צֹּ֑אןה/צ֑אןהַ/צֹּאןה/צאןha./Tzonthe/ flockH9009H6629GHTd+Ncbsa
וָ/אֶקַּֽח\־ו/אקח\וָ/אֶקַּֽח\־ו/אקח\va./'e.kach-and/ I tookH9001H3947G\H9014Hc+Vqw1cs
לִ֞/יל֞/ילִ/יל/יl/ifor/ myselfH9005H9030HR+Sp1bs
שְׁנֵ֣ישנ֣ישְׁנֵישניshe.NeitwoH8147HNcbdc
מַקְל֗וֹתמקל֗ותמַקְלוֹתמקלותmak.LotstaffsH4731HNcfpa
לְ/אַחַ֞דל/אח֞דלְ/אַחַדל/אחדle./'a.Chad<to>/ oneH9005H0259HR+Ncfsa
קָרָ֤אתִיקר֤אתיקָרָאתִיקראתיka.Ra.tiI calledH7121HHVqp1cs
נֹ֙עַם֙נ֙עם֙נֹעַםנעםno.'amFavorH5278HNcmsa
וּ/לְ/אַחַד֙ו/ל/אחד֙וּ/לְ/אַחַדו/ל/אחדu./le./'a.Chadand/ <to>/ oneH9002H9005H0259HC+R+Ncfsa
קָרָ֣אתִיקר֣אתיקָרָאתִיקראתיka.Ra.tiI calledH7121HHVqp1cs
חֹֽבְלִ֔יםחבל֔יםחֹֽבְלִיםחבליםchoe.LimUnionH2256CHNcmpa
וָ/אֶרְעֶ֖הו/ארע֖הוָ/אֶרְעֶהו/ארעהva./'er.'Ehand/ I shepherdedH9001H7462BHc+Vqw1cs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הַ/צֹּֽאן\׃ה/צאן\הַ/צֹּֽאן\׃ה/צאן\ha./Tzonthe/ flockH9009H6629G\H9016HTd+Ncbsa
  1. Dies heb Ik Of, dies zal Ik weiden. Het zijn de woorden van Christus.
  2. deze slachtschapen geweid, Zie vs.4.
  3. dewijl zij ellendige schapen zijn; Of, o gij ellendigste van de kudde, verstaande de vromen en godzaligen onder de Joden.
  4. LIEFELIJKHEID, Eenigen houden het Hebr. woord Noham in den tekst, betekenende lieflijkheid aanwijzende dat de Heere vriendelijk en goedertieren met den armen zondaar is omgaande.
  5. SAMENBINDERS; Anderen houden het Hebr. woord Chobelim, of Hobelim; dat is, binders, of banden, samenbinders, de staf der samenbinders, betekenende dat Hij poogde Juda en Israël tezamen te verbinden. Anderen zetten het over verdervers.
  6. die schapen geweid Te weten, die slachtschapen.

8 En ik heb drie herders in een maand afgesneden; want mijn ziel was over hen verdrietig geworden, en ook had hun ziel een walg van mij.1234567

Original Hebrew

וָ/אַכְחִ֛דו/אכח֛דוָ/אַכְחִדו/אכחדva./'akh.Chidand/ I annihilatedH9001H3582Hc+Vhw1cs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
שְׁלֹ֥שֶׁתשל֥שתשְׁלֹשֶׁתשלשתshe.Lo.shet[the] threeH7969HNcbsc
הָ/רֹעִ֖יםה/רע֖יםהָ/רֹעִיםה/רעיםha./ro.'Imthe/ shepherdsH9009H7462BHTd+Vqrmpa
בְּ/יֶ֣רַחב/י֣רחבְּ/יֶרַחב/ירחbe./Ye.rachin/ a monthH9003H3391HR+Ncmsa
אֶחָ֑דאח֑דאֶחָדאחד'e.ChadoneH0259HNcfsa
וַ/תִּקְצַ֤רו/תקצ֤רוַ/תִּקְצַרו/תקצרva./tik.Tzarand/ it was shortH9001H7114AHc+Vqw3fs
נַפְשִׁ/י֙נפש/י֙נַפְשִׁ/ינפש/יnaf.Sh/iself/ myH5315IH9020HNcfsc+Sp1bs
בָּ/הֶ֔םב/ה֔םבָּ/הֶםב/הםba./Hemwith/ themH9003H9038HR+Sp3mp
וְ/גַם\־ו/גם\וְ/גַם\־ו/גם\ve./gam-and/ alsoH9002H1571\H9014HC+D
נַפְשָׁ֖/םנפש֖/םנַפְשָׁ/םנפש/םnaf.Sha/mself/ theirH5315IH9028HNcfsc+Sp3mp
בָּחֲלָ֥הבחל֥הבָּחֲלָהבחלהba.cha.Lahit loathedH0973AHVqrfsa
בִֽ/י\׃ב/י\בִֽ/י\׃ב/י\V/i<in>/ meH9003H9030\H9016HR+Sp1bs
  1. drie herders Dat is, al de herders of leraars van het Joodse volk, die in drie sekten onderscheiden waren, te weten, Farizeën, Sadduceën en Esseën. Anders aldus: Ik heb de koningen, priesters en profeten van hen genomen. En merk dat hier profetischewijze gesproken wordt van hetgeen nog geschieden zou alsof het alrede geschied ware.
  2. in een maand Dat is, in korten tijd. Verg. Hos 5:7 met de aantekening aldaar.
  3. afgesneden; Dat is, overtuigd van valse leer en dwaling. Maar verstaat men dit van de boze koningen, priesters en profeten, zo is afsnijden hier te zeggen weren of wegnemen, of te schande maken, verdelgen. En dit is ene weldaad, die God zijn volk belooft, te weten dat Hij de kwade regeerders, die zij hadden, wegnemen zou tot een teken zijner liefde tot hen.
  4. mijn ziel Hebr. mijne ziel werd hunnenthalve verkort; dat is, Ik vermocht hen niet en zij vermochten mij niet.
  5. over hen Te weten, over de ondankbare Joden, of vanwege die valse leraars, enz.
  6. verdrietig geworden, Zie Jdg 18:16 de aantekening aldaar.
  7. ook had hun ziel Zie Mat 27:21 .

9 En ik zeide: Ik zal ulieden niet meer weiden; wat sterft, dat sterve, en wat afgesneden is, dat zij afgesneden, en dat de overgeblevenen de een des anderen vlees verslinden.1234

Original Hebrew

וָ/אֹמַ֕רו/אמ֕רוָ/אֹמַרו/אמרva./'o.Marand/ I saidH9001H0559Hc+Vqw1cs
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
אֶרְעֶ֖הארע֖האֶרְעֶהארעה'er.'EhI will shepherdH7462BHVqi1cs
אֶתְ/כֶ֑םאת/כ֑םאֶתְ/כֶםאת/כם'et./Khem<obj.>/ youH0853H9036HTo+Sp2mp
הַ/מֵּתָ֣הה/מת֣ההַ/מֵּתָהה/מתהha./me.Tahthe/ [one which] diesH9009H4191HTd+Vqrfsa
תָמ֗וּתתמ֗ותתָמוּתתמותta.Mutlet it dieH4191HVqi3fs
וְ/הַ/נִּכְחֶ֙דֶת֙ו/ה/נכח֙דת֙וְ/הַ/נִּכְחֶדֶתו/ה/נכחדתve./ha/n.nikh.Che.detand/ the/ [one which] is being destroyedH9002H9009H3582HC+Td+VNrfsa
תִּכָּחֵ֔דתכח֔דתִּכָּחֵדתכחדti.ka.Chedlet it be destroyedH3582HVNi3fs
וְ/הַ֨/נִּשְׁאָר֔וֹתו/ה֨/נשאר֔ותוְ/הַ/נִּשְׁאָרוֹתו/ה/נשארותve./Ha./nish.'a.Rotand/ those/ [which] surviveH9002H9009H7604HC+Td+VNrfpa
תֹּאכַ֕לְנָהתאכ֕לנהתֹּאכַלְנָהתאכלנהto.Khal.nahlet them devourH0398HVqi3fp
אִשָּׁ֖האש֖האִשָּׁהאשה'i.ShaheachH0802IHNcfsa
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
בְּשַׂ֥רבש֥רבְּשַׂרבשרbe.Sar[the] flesh ofH1320HNcmsc
רְעוּתָֽ/הּ\׃רעות/ה\רְעוּתָֽ/הּ\׃רעות/ה\re.'u.Ta/h[female] neighbor/ itsH7468H9024\H9016HNcfsc+Sp3fs
  1. Ik zeide Te weten, tot die ondankbare Joden; of, gelijk het anderen verstaan, tot het ganse Joodse volk, gelijk Mat 23:37 .
  2. Ik zal ulieden Dat is, Ik [te weten, Ik] Christus zal geen zorg meer voor ulieden dragen, Ik zal ulieden het Evangelie niet meer prediken, noch laten prediken. Hiermede geeft de Heere te kennen dat Hij de Joden, vanwege hun grote ondankbaarheid, verwerpen en niet meer voor zijn volk houden zou. Zie Deu 31:17 .
  3. wat sterft, dat sterve, De zin is: als mijne tucht versmaad wordt, zo weest dan onderworpen aan het verderf, aan ellende, zo van buiten als van binnenshuis. Zie breder vs.10, en Jer 15:2 , enz; Rev 22:11 .
  4. dat de overgeblevenen Hebr. de vrouw verslinde het vlees harer vriedin, of metgezellin.

10 En ik nam mijn stok LIEFELIJKHEID, en ik verbrak denzelven, te niet doende mijn verbond, hetwelk ik met al deze volken gemaakt had.123456

Original Hebrew

וָ/אֶקַּ֤חו/אק֤חוָ/אֶקַּחו/אקחva./'e.Kachand/ I tookH9001H3947GHc+Vqw1cs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
מַקְלִ/י֙מקל/י֙מַקְלִ/ימקל/יmak.L/istaff/ myH4731H9020HNcmsc+Sp1bs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
נֹ֔עַםנ֔עםנֹעַםנעםNo.'amFavorH5278HNcmsa
וָ/אֶגְדַּ֖עו/אגד֖עוָ/אֶגְדַּעו/אגדעva./'eg.Da'and/ I cut upH9001H1438Hc+Vqw1cs
אֹת֑/וֹאת֑/ואֹת/וֹאת/ו'o.T/o<obj.>/ itH0853H9033HTo+Sp3ms
לְ/הָפֵיר֙ל/הפיר֙לְ/הָפֵירל/הפירle./ha.Feirto/ breakH9005H6565AHR+Vhcc
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
בְּרִיתִ֔/יברית֔/יבְּרִיתִ/יברית/יbe.ri.T/icovenant/ myH1285H9020HNcfsc+Sp1bs
אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
כָּרַ֖תִּיכר֖תיכָּרַתִּיכרתיka.Ra.tiI had madeH3772HHVqp1cs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-withH0854\H9014HR
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
הָ/עַמִּֽים\׃ה/עמים\הָ/עַמִּֽים\׃ה/עמים\ha./'a.Mimthe/ peoplesH9009H5971A\H9016HTd+Ncmpa
  1. Ik nam mijn stok Te weten, Ik Christus.
  2. LIEFELIJKHEID, Zie vs.7.
  3. Ik verbrak denzelven, Hiermede te kennen gevende dat Hij hen niet meer met zoetigheid welden of regeren wilden, gelijk Hij wel tevoren gedaan had.
  4. te niet doende mijn verbond, Hetwelk Ik met deze voorwaarden met hen had opgericht, dat zij in mijne geboden wandelen zouden; Exo 19:5-6 ; Lev 26:3 ; Deu 28:1 .
  5. met al deze volken Versta, de de twaalfstammen, die als twaalf verscheidene volken of natiën waren.
  6. gemaakt had Zie deze manier van spreken Gen 15:18 .

11 Dus werd het te dien dage vernietigd, en alzo hebben de ellendigen onder de schapen, die op mij wachtten, bekend, dat het des Heeren woord was.12

Original Hebrew

וַ/תֻּפַ֖רו/תפ֖רוַ/תֻּפַרו/תפרva./tu.Farand/ it was brokenH9001H6565AHc+VHw3fs
בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomon the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/ה֑וּאה/ה֑ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
וַ/יֵּדְע֨וּו/ידע֨ווַ/יֵּדְעוּו/ידעוva/i.ye.de.'Uand/ they knewH9001H3045Hc+Vqw3mp
כֵ֜ןכ֜ןכֵןכןkhenthusH3651CHD
עֲנִיֵּ֤יעני֤יעֲנִיֵּיעניי'a.ni.Yei[the] afflicted [ones] ofH6041HAampc
הַ/צֹּאן֙ה/צאן֙הַ/צֹּאןה/צאןha./tzoNthe/ flockH9009H6629GHTd+Ncbsa
הַ/שֹּׁמְרִ֣יםה/שמר֣יםהַ/שֹּׁמְרִיםה/שמריםha./sho.me.Rimwho/ were watchingH9009H8104IHTd+Vqrmpa
אֹתִ֔/יאת֔/יאֹתִ/יאת/י'o.T/i<obj.>/ meH0853H9030HTo+Sp1bs
כִּ֥יכ֥יכִּיכיkithatH3588AHTc
דְבַר\־דבר\דְבַר\־דבר\de.var-[was] [the] word ofH1697G\H9014HNcmsc
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
הֽוּא\׃הוא\הֽוּא\׃הוא\Hu'itH1931\H9016HPp3ms
  1. de ellendigen onder de schapen, Zie vs.7.
  2. dat het des HEEREN woord was Dat is, dat dit alzo geschied was naar des Heeren woord en wil.

12 Want ik had tot henlieden gezegd: Indiën het goed is in uw ogen, brengt mijn loon, en zo niet, laat het na. En zij hebben mijn loon gewogen, dertig zilverlingen.1234567

Original Hebrew

וָ/אֹמַ֣רו/אמ֣רוָ/אֹמַרו/אמרva./'o.Marand/ I saidH9001H0559Hc+Vqw1cs
אֲלֵי/הֶ֗םאלי/ה֗םאֲלֵי/הֶםאלי/הם'a.lei./Hemto/ themH0413H9038HR+Sp3mp
אִם\־אם\אִם\־אם\'im-ifH0518A\H9014HTc
ט֧וֹבט֧ובטוֹבטובTovit is goodH2895HVqp3ms
בְּ/עֵינֵי/כֶ֛םב/עיני/כ֛םבְּ/עֵינֵי/כֶםב/עיני/כםbe./'ei.nei./Khemin/ view/ yourH9003H5869IH9026HR+Ncfdc+Sp2mp
הָב֥וּהב֥והָבוּהבוha.VugiveH3051HVqv2mp
שְׂכָרִ֖/ישכר֖/ישְׂכָרִ/ישכר/יse.kha.R/iwage[s]/ myH7939H9020HNcmsc+Sp1bs
וְ/אִם\־ו/אם\וְ/אִם\־ו/אם\ve./'im-and/ ifH9002H0518A\H9014HC+Tc
לֹ֣א\׀ל֣א\לֹא\׀לא\lo'notH3808\H9015HTn
חֲדָ֑לוּחד֑לוחֲדָלוּחדלוcha.Da.lurefrainH2308HVqv2mp
וַ/יִּשְׁקְל֥וּו/ישקל֥ווַ/יִּשְׁקְלוּו/ישקלוva/i.yish.ke.Luand/ they weighed outH9001H8254Hc+Vqw3mp
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
שְׂכָרִ֖/ישכר֖/ישְׂכָרִ/ישכר/יse.kha.R/iwage[s]/ myH7939H9020HNcmsc+Sp1bs
שְׁלֹשִׁ֥יםשלש֥יםשְׁלֹשִׁיםשלשיםshe.lo.ShimthirtyH7970HNcmpa
כָּֽסֶף\׃כסף\כָּֽסֶף\׃כסף\Ka.sefsilverH3701G\H9016HNcmsa
  1. Want ik had tot henlieden gezegd Hier geeft de Heer Christus reden, waarom Hij de zorg van de Joden te weiden had afgelegd en de herders had verstoten. Ik had, zegt Hij, hen vermaand dat zij mij hun loon zouden brengen, dat is, dat zij mij vruchten der bekering waardig brengen zouden, als zijnde het loon, dat Ik verdiend had met hen te weiden; zij integendeel, uit een bitteren haat, dien zij mij toedroegen, hebben mijnen verrader een loon toegewogen, om mij door hem te onderdrukken. Zie Mat 26:15 , en Mat 27:9 .
  2. mijn loon Dat is, het loon dat zij mij achten waardig te zijn.
  3. gewogen, Zie van de manier van het geld te wegen, Gen 23:16 ;
  4. 13 Of, tot; dat is, dat zij den pottenbakker gegeven worden, en alzo straks weder onder in dit vers.
  5. een heerlijken prijs, Hebr. die heerlijkheid, of voortreffelijkheid van den prijs, of der waardij. Versta dit als spottendewijze gesproken te zijn en met verontwaardiging.
  6. in het huis des HEEREN, Dat is, in den tempel.
  7. voor den pottenbakker Dat is, omdat men er een pottenbakkersakker voor kopen zou.

13 Doch de Heere zeide tot mij: Werp ze henen voor den pottenbakker: een heerlijken prijs, dien ik waard geacht ben geweest van hen! En ik nam die dertig zilverlingen, en wierp ze in het huis des Heeren, voor den pottenbakker.1234

Original Hebrew

וַ/יֹּ֨אמֶרו/י֨אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
יְהוָ֜היהו֜היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֵלַ֗/יאל֗/יאֵלַ/יאל/י'e.La/ito/ meH0413H9030HR+Sp1bs
הַשְׁלִיכֵ֙/הוּ֙השליכ֙/הו֙הַשְׁלִיכֵ/הוּהשליכ/הוhash.li.Khe./huthrow/ itH7993H9033HVhv2ms+Sp3ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
הַ/יּוֹצֵ֔רה/יוצ֔רהַ/יּוֹצֵרה/יוצרhai./yo.Tzerthe/ potterH9009H3335HHTd+Ncmsa
אֶ֣דֶרא֣דראֶדֶראדר'E.der[the] magnificence ofH0145HNcmsc
הַ/יְקָ֔רה/יק֔רהַ/יְקָרה/יקרha/y.Karthe/ valueH9009H3366HTd+Ncmsa
אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
יָקַ֖רְתִּייק֖רתייָקַרְתִּייקרתיya.Kar.tiI was valuedH3365HVqp1cs
מֵֽ/עֲלֵי/הֶ֑םמ/עלי/ה֑םמֵֽ/עֲלֵי/הֶםמ/עלי/הםme./'a.lei./Hemfrom/ <the> with/ themH9006H5921AH9038HR+Rd+Sp3mp
וָֽ/אֶקְחָ/ה֙ו/אקח/ה֙וָֽ/אֶקְחָ/הו/אקח/הva./'ek.Cha/hand/ I took/ !H9001H3947GH9012Hc+Vqw1cs+Sh
שְׁלֹשִׁ֣יםשלש֣יםשְׁלֹשִׁיםשלשיםshe.lo.ShimthirtyH7970HNcmpa
הַ/כֶּ֔סֶףה/כ֔סףהַ/כֶּסֶףה/כסףha./Ke.sefthe/ silverH9009H3701GHTd+Ncmsa
וָ/אַשְׁלִ֥יךְו/אשל֥יךוָ/אַשְׁלִיךְו/אשליךva./'ash.Likhand/ I threwH9001H7993Hc+Vhw1cs
אֹת֛/וֹאת֛/ואֹת/וֹאת/ו'o.T/o<obj.>/ itH0853H9033HTo+Sp3ms
בֵּ֥יתב֥יתבֵּיתביתbeit[the] house ofH1004QHNcmsc
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
הַ/יּוֹצֵֽר\׃ה/יוצר\הַ/יּוֹצֵֽר\׃ה/יוצר\hai./yo.Tzerthe/ potterH9009H3335H\H9016HTd+Ncmsa
  1. voor den pottenbakker Of, tot; dat is, dat zij den pottenbakker gegeven worden, en alzo straks weder onder in dit vers.
  2. een heerlijken prijs, Hebr. die heerlijkheid, of voortreffelijkheid van den prijs, of der waardij. Versta dit als spottendewijze gesproken te zijn en met verontwaardiging.
  3. in het huis des HEEREN, Dat is, in den tempel.
  4. voor den pottenbakker Dat is, omdat men er een pottenbakkersakker voor kopen zou.

14 Toen verbrak ik mijn tweeden stok, SAMENBINDERS, te niet doende de broederschap tussen Juda en tussen Israël.12

Original Hebrew

וָֽ/אֶגְדַּע֙ו/אגדע֙וָֽ/אֶגְדַּעו/אגדעva./'eg.Da'and/ I cut upH9001H1438Hc+Vqw1cs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
מַקְלִ֣/ימקל֣/ימַקְלִ/ימקל/יmak.L/istaff/ myH4731H9020HNcmsc+Sp1bs
הַ/שֵּׁנִ֔יה/שנ֔יהַ/שֵּׁנִיה/שניha./she.Ni<the>/ secondH9009H8145HTd+Aomsa
אֵ֖תא֖תאֵתאת'et<obj.>H0853HTo
הַ/חֹֽבְלִ֑יםה/חבל֑יםהַ/חֹֽבְלִיםה/חבליםha./choe.Lim<the>/ UnionH9009H2256CHTd+Ncmpa
לְ/הָפֵר֙ל/הפר֙לְ/הָפֵרל/הפרle./ha.Ferto/ breakH9005H6565AHR+Vhcc
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הָֽ/אַחֲוָ֔הה/אחו֔ההָֽ/אַחֲוָהה/אחוהha./'a.cha.Vahthe/ brotherhoodH9009H0264HTd+Ncfsa
בֵּ֥יןב֥יןבֵּיןביןbeinbetweenH0996GHAcmsc
יְהוּדָ֖היהוד֖היְהוּדָהיהודהye.hu.DahJudahH3063GHNpl
וּ/בֵ֥יןו/ב֥יןוּ/בֵיןו/ביןu./Veinand/ betweenH9002H0996GHC+Acmsc
יִשְׂרָאֵֽל\׃\ \סישראל\\ \סיִשְׂרָאֵֽל\׃\ \סישראל\\ \סYis.ra.'ElIsraelH3478\H9016\ \H9018HNpl
  1. SAMENBINDERS, Zie vs.7.
  2. te niet doende Hiermede wordt te kennen gegeven dat dewijl Juda en Israël Gods genade niet hedden willen erkennen, als Hij hen met elkander had willen verenigen en beide voor zijn volk houden en als zijne schapen weiden wilde, tot welk ende Hij verscheidene profeten tot hen gezonden had; dat Hij zich voortaan om hen niet meer zou bekommeren, maar laten hen in die scheuring blijven, en beide gelijkelijk te gronde gaan.

15 Verder zeide de Heere tot mij: Neem u nog eens dwazen herders gereedschap.12

Original Hebrew

וַ/יֹּ֥אמֶרו/י֥אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֵלָ֑/יאל֑/יאֵלָ/יאל/י'e.La/ito/ meH0413H9030HR+Sp1bs
ע֣וֹדע֣ודעוֹדעודodagainH5750HAcmsa
קַח\־קח\קַח\־קח\kach-takeH3947G\H9014HVqv2ms
לְ/ךָ֔ל/ך֔לְ/ךָל/ךle./Khafor/ yourselfH9005H9031HR+Sp2ms
כְּלִ֖יכל֖יכְּלִיכליke.Li[the] equipment ofH3627HNcmsc
רֹעֶ֥הרע֥הרֹעֶהרעהro.'Eha shepherdH7462BHVqrmsa
אֱוִלִֽי\׃אולי\אֱוִלִֽי\׃אולי\'e.vi.LifoolishH0196\H9016HAamsa
  1. nog eens dwazen herders Dat is, nog hier boven; en wijst daarmede, als in een voorbeeld, het gekke en zeldzame bestuur van het Joodse volk, na de tijden van Christus; namelijk hoe het onder hetzelve zou toegaan voor de laatste verstoring van hetzelve.
  2. gereedschap Het Hebr. woord betekent somtijds een herderstach, 1Sa 17:40 ; somtijds een kleed, Deu 22:5 ; somtijds allerlei gereedschap; Lev 15:4 , enz.

16 Want ziet, Ik zal een herder verwekken in dit land; dat gereed is om afgesneden te worden, zal hij niet bezoeken; het jonge zal hij niet zoeken, en het verbrokene zal hij niet helen, en het stilstaande zal hij niet dragen; maar het vlees van het vette zal hij eten, en derzelver klauwen zal hij verscheuren.123456789

Original Hebrew

כִּ֣יכ֣יכִּיכיkiforH3588AHTc
הִנֵּֽה\־הנה\הִנֵּֽה\־הנה\hi.neh-here!H2009\H9014HTj
אָנֹכִי֩אנכי֩אָנֹכִיאנכי'a.no.KhiIH0595HPp1bs
מֵקִ֨יםמק֨יםמֵקִיםמקיםme.Kim[am] about to raise upH6965HHVhrmsa
רֹעֶ֜הרע֜הרֹעֶהרעהro.'Eha shepherdH7462BHVqrmsa
בָּ/אָ֗רֶץב/א֗רץבָּ/אָרֶץב/ארץba./'A.retzin the/ landH9003H0776GHRd+Ncfsa
הַ/נִּכְחָד֤וֹתה/נכחד֤ותהַ/נִּכְחָדוֹתה/נכחדותha./nikh.cha.Dotthose/ [which] are being destroyedH9009H3582HTd+VNrfpa
לֹֽא\־לא\לֹֽא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
יִפְקֹד֙יפקד֙יִפְקֹדיפקדyif.Kodhe will visitH6485IHVqi3ms
הַ/נַּ֣עַרה/נ֣ערהַ/נַּעַרה/נערha./Na.'arthe/ young manH9009H5289HTd+Ncmsa
לֹֽא\־לא\לֹֽא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
יְבַקֵּ֔שׁיבק֔שיְבַקֵּשׁיבקשye.va.Keshhe will seekH1245HVpi3ms
וְ/הַ/נִּשְׁבֶּ֖רֶתו/ה/נשב֖רתוְ/הַ/נִּשְׁבֶּרֶתו/ה/נשברתve./ha./nish.Be.retand/ the/ [one which] is maimedH9002H9009H7665HC+Td+VNrfsa
לֹ֣אל֣אלֹאלאlo'notH3808HTn
יְרַפֵּ֑אירפ֑איְרַפֵּאירפאye.ra.Pe'he will healH7495HVpi3ms
הַ/נִּצָּבָה֙ה/נצבה֙הַ/נִּצָּבָהה/נצבהha./ni.tza.Vahthe/ [one which] stands firmH9009H5324HTd+VNrfsa
לֹ֣אל֣אלֹאלאlo'notH3808HTn
יְכַלְכֵּ֔ליכלכ֔ליְכַלְכֵּליכלכלye.khal.Kelhe will sustainH3557HVpi3ms
וּ/בְשַׂ֤רו/בש֤רוּ/בְשַׂרו/בשרu./ve.Sarand/ [the] flesh ofH9002H1320HC+Ncmsc
הַ/בְּרִיאָה֙ה/בריאה֙הַ/בְּרִיאָהה/בריאהha./be.ri.'Ahthe/ fat [sheep]H9009H1277HTd+Aafsa
יֹאכַ֔ליאכ֔ליֹאכַליאכלyo.Khalhe will eatH0398HVqi3ms
וּ/פַרְסֵי/הֶ֖ןו/פרסי/ה֖ןוּ/פַרְסֵי/הֶןו/פרסי/הןu./far.sei./Henand/ hooves/ theirH9002H6541H9029HC+Ncmpc+Sp3fp
יְפָרֵֽק\׃\ \סיפרק\\ \סיְפָרֵֽק\׃\ \סיפרק\\ \סye.fa.Rekhe will tear offH6561\H9016\ \H9018HVpi3ms
  1. een herder verwekken in dit land; Anderen, herders, verstaande de Schriftgeleerden en Farizeën, alsook andere kwade leraars, die ten tijde van Christus leven en het volk leren zouden. Anderen verstaan hierdoor herders die kwade regenten, die het Joodse land geregeerd hebben.
  2. dat gereed is om afgesneden te worden, Hebr. die afgesneden zijn; dat is, gereed om afgesneden te worden.
  3. het jonge zal hij niet zoeken, De jonge en tedere lammeren. Verg. dit vers met Eze 34:2 , enz.
  4. het verbrokene Het beschadigde, het gekwetste.
  5. het stilstaande Te weten, de schapen, die staande blijven, omdat zij zo zwak zijn dat zij de anderen niet kunnen volgen. Anders: hetstaande; dat is, dat nog gezond en wel tepas is, op zijne benen overeind staande en gaande.
  6. niet dragen; Of, niet vatten, onderhouden, verzorgen, voeden.
  7. het vette zal hij eten, Het vette [land].
  8. hunne klauwen Te weten, dergenen die staande blijven en niet kunnen voortgaan, dewijl zij zwak zijn.
  9. zal hij verscheuren Te weten, door hard drijven door berg en dal, door bossen en steenklippen. Verg. Jer 23:2 ; Eze 34:2-4 .

17 Wee den nietigen herder, den verlater der kudde! Het zwaard zal over zijn arm zijn, en over zijn rechteroog; zijn arm zal ten enenmale verdorren, en zijn rechteroog zal ten enenmale donker worden.12345

Original Hebrew

ה֣וֹיה֣ויהוֹיהויHowoe to!H1945HTj
רֹעִ֤/ירע֤/ירֹעִ/ירע/יro.'/Ishepherd of/ myH7462BH9020HVqrmsc+Sp1bs
הָֽ/אֱלִיל֙ה/אליל֙הָֽ/אֱלִילה/אלילha./'e.Lil<the>/ worthlessnessH9009H0457HTd+Ncmsa
עֹזְבִ֣יעזב֣יעֹזְבִיעזבי'o.ze.Vi[who] abandonsH5800AHVqrmsc
הַ/צֹּ֔אןה/צ֔אןהַ/צֹּאןה/צאןha./Tzon<of> the/ flockH9009H6629GHTd+Ncbsa
חֶ֥רֶבח֥רבחֶרֶבחרבChe.reva swordH2719HNcfsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-[will be] onH5921A\H9014HR
זְרוֹע֖/וֹזרוע֖/וזְרוֹע/וֹזרוע/וze.ro.'/Oarm/ hisH2220H9023HNcfsc+Sp3ms
וְ/עַל\־ו/על\וְ/עַל\־ו/על\ve./'al-and/ onH9002H5921A\H9014HC+R
עֵ֣יןע֣יןעֵיןעין'ein[the] eye ofH5869AHNcfsc
יְמִינ֑/וֹימינ֑/ויְמִינ/וֹימינ/וye.mi.N/oright [side]/ hisH3225GH9023HNcfsc+Sp3ms
זְרֹע/וֹ֙זרע/ו֙זְרֹע/וֹזרע/וze.ro.'/Oarm/ hisH2220H9023HNcfsc+Sp3ms
יָב֣וֹשׁיב֣ושיָבוֹשׁיבושya.Vo.oshtotally <wither>H3001HVqaa
תִּיבָ֔שׁתיב֔שתִּיבָשׁתיבשti.Vashit will witherH3001HVqi3fs
וְ/עֵ֥יןו/ע֥יןוְ/עֵיןו/עיןve./'Einand/ [the] eye ofH9002H5869AHC+Ncfsc
יְמִינ֖/וֹימינ֖/ויְמִינ/וֹימינ/וye.mi.N/oright [side]/ hisH3225GH9023HNcfsc+Sp3ms
כָּהֹ֥הכה֥הכָּהֹהכההka.Hohcertainly <to dim>H3543AHVqaa
תִכְהֶֽה\׃\ \סתכהה\\ \סתִכְהֶֽה\׃\ \סתכהה\\ \סtikh.Hehit will grow dimH3543A\H9016\ \H9018HVqi3fs
  1. Wee den nietigen herder, Anders: wee mijn nietigen herder.
  2. Het zwaard Dat is, de hand en straf des Heeren. Anders: droogte. Zie Deu 28:22 . Of, het verderf, ondergang, schade.
  3. over Of, op, of aan, of omtrent.
  4. zal ten enenmale verdorren, Hebr. verdorrende verdorren.
  5. zal ten enenmale donker worden Hebr. donker wordende, donker worden.