reltext

Chapter 20

1 En Abraham reisde van daar naar het land van het zuiden, en woonde tussen Kades en tussen Sur; en hij verkeerde als vreemdeling te Gerar.12345

Original Hebrew

וַ/יִּסַּ֨עו/יס֨עוַ/יִּסַּעו/יסעva/i.yi.Sa'and/ he set outH9001H5265Hc+Vqw3ms
מִ/שָּׁ֤םמ/ש֤םמִ/שָּׁםמ/שםmi./Shamfrom/ thereH9006H8033GHR+D
אַבְרָהָם֙אברהם֙אַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
אַ֣רְצָ/הא֣רצ/האַרְצָ/הארצ/ה'Ar.tza/h[the] land of/ towardsH0776GH9011HNcfsc+Sd
הַ/נֶּ֔גֶבה/נ֔גבהַ/נֶּגֶבה/נגבha./Ne.gevthe/ NegevH9009H5045GHTd+Npl
וַ/יֵּ֥שֶׁבו/י֥שבוַ/יֵּשֶׁבו/ישבva/i.Ye.shevand/ he dweltH9001H3427Hc+Vqw3ms
בֵּין\־בין\בֵּין\־בין\bein-betweenH0996G\H9014HAcmsc
קָדֵ֖שׁקד֖שקָדֵשׁקדשka.DeshKadeshH6946GHNpl
וּ/בֵ֣יןו/ב֣יןוּ/בֵיןו/ביןu./Veinand/ betweenH9002H0996GHC+Acmsc
שׁ֑וּרש֑ורשׁוּרשורShurShurH7793HNpl
וַ/יָּ֖גָרו/י֖גרוַ/יָּגָרו/יגרva/i.Ya.gorand/ he sojournedH9001H1481AHc+Vqw3ms
בִּ/גְרָֽר\׃ב/גרר\בִּ/גְרָֽר\׃ב/גרר\bi/g.Rarin/ GerarH9003H1642\H9016HR+Npl
  1. van daar Te weten, van de eikenbossen, Mamre, bij Hebron. Zie Gen 13:18, en Gen 14:13 en Gen 18:1.
  2. naar het Hebron en Mamre waren wel in het zuidelijk einde van Palestina gelegen, maar Abraham is nog meer zuidwaarts getrokken, om redenen die de Heilige Schrift niet meldt.
  3. Kades Zie boven Gen 14:7.
  4. Sur; Zie boven Gen 16:7.
  5. Gerar Een stad, gelegen in het zuiden van Kanaän, niet ver van Berseba en Ziklag; zie boven Gen 10:19, onder Gen 26:1, en 2Ch 14:13.

2 Als nu Abraham van Sara, zijn huisvrouw, gezegd had: Zij is mijn zuster, zo zond Abimelech, de koning van Gerar, en nam Sara weg.12

Original Hebrew

וַ/יֹּ֧אמֶרו/י֧אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אַבְרָהָ֛םאברה֛םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-concerningH0413\H9014HR
שָׂרָ֥השר֥השָׂרָהשרהsa.RahSarahH8283HNpf
אִשְׁתּ֖/וֹאשת֖/ואִשְׁתּ/וֹאשת/ו'ish.T/owife/ hisH0802HH9023HNcfsc+Sp3ms
אֲחֹ֣תִ/יאח֣ת/יאֲחֹתִ/יאחת/י'a.Cho.t/i[is] sister/ myH0269H9020HNcfsc+Sp1bs
הִ֑ואה֑ואהִואהואhi'sheH1931HPp3fs
וַ/יִּשְׁלַ֗חו/ישל֗חוַ/יִּשְׁלַחו/ישלחva/i.yish.Lachand/ he sentH9001H7971GHc+Vqw3ms
אֲבִימֶ֙לֶךְ֙אבימ֙לך֙אֲבִימֶלֶךְאבימלך'a.vi.Me.lekhAbimelechH0040GHNpm
מֶ֣לֶךְמ֣לךמֶלֶךְמלךMe.lekh[the] king ofH4428GHNcmsc
גְּרָ֔רגר֔רגְּרָרגררge.RarGerarH1642HNpl
וַ/יִּקַּ֖חו/יק֖חוַ/יִּקַּחו/יקחva/i.yi.Kachand/ he tookH9001H3947GHc+Vqw3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
שָׂרָֽה\׃שרה\שָׂרָֽה\׃שרה\sa.RahSarahH8283\H9016HNpf
  1. gezegd Te weten, uit gelijke vrees, als hem ook tevoren toen hij naar Egypte reisde, overkomen was. Zie boven Gen 11:29, en Gen 12:13, en in dit hoofdst. vs.12.
  2. Abimélech, Men meent dat deze naam den koningen van dat land gemeen is geweest, gelijk de naam Faraö in Egypte. Zie boven Gen 12:15, verg. onder Gen 26:1; Psa 34:1.

3 Maar God kwam tot Abimelech in een droom des nachts, en Hij zeide tot hem: Zie, gij zijt dood om der vrouwe wil, die gij weggenomen hebt; want zij is met een man getrouwd.12

Original Hebrew

וַ/יָּבֹ֧או/יב֧אוַ/יָּבֹאו/יבאva/i.ya.Vo'and/ he cameH9001H0935GHc+Vqw3ms
אֱלֹהִ֛יםאלה֛יםאֱלֹהִיםאלהים'E.lo.HimGodH0430GHNcmpa
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
אֲבִימֶ֖לֶךְאבימ֖לךאֲבִימֶלֶךְאבימלך'a.vi.Me.lekhAbimelechH0040GHNpm
בַּ/חֲל֣וֹםב/חל֣וםבַּ/חֲלוֹםב/חלוםba./cha.Lomin/ a dreamH9003H2472HR+Ncmsa
הַ/לָּ֑יְלָהה/ל֑ילההַ/לָּיְלָהה/לילהha./La.ye.lahthe/ nightH9009H3915HTd+Ncmsa
וַ/יֹּ֣אמֶרו/י֣אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
ל֗/וֹל֗/ול/וֹל/וl/oto <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
הִנְּ/ךָ֥הנ/ך֥הִנְּ/ךָהנ/ךhi.ne./Khahere/ youH2009H9041HTj+Sp2ms
מֵת֙מת֙מֵתמתmet[are] about to dieH4191HVqrmsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
הָ/אִשָּׁ֣הה/אש֣ההָ/אִשָּׁהה/אשהha./'i.Shahthe/ womanH9009H0802GHTd+Ncfsa
אֲשֶׁר\־אשר\אֲשֶׁר\־אשר\'a.Sher-whomH0834A\H9014HTr
לָקַ֔חְתָּלק֔חתלָקַחְתָּלקחתla.Kach.tayou have takenH3947GHVqp2ms
וְ/הִ֖ואו/ה֖ואוְ/הִואו/הואve./Hiv'and/ sheH9002H1931HC+Pp3fs
בְּעֻ֥לַתבע֥לתבְּעֻלַתבעלתbe.'U.lat[is] married ofH1166IHVqsfsc
בָּֽעַל\׃בעל\בָּֽעַל\׃בעל\Ba.'ala husbandH1167I\H9016HNcmsa
  1. in een God heeft in voorgaande tijden zich geopenbaard door dromen, niet alleen den zijnen, maar ook aan degenen, die vreemd van zijn volk waren, en dat ten beste van de zijnen. Zie onder Gen 28:12, en Gen 31:24, en Gen 40:8, en Gen 41:1; Dan 2:1, en Dan 4:5.
  2. gij zijt Anders, gij gaat sterven; dat is, gij zult straks sterven, zo gij deze vrouw niet terstond ongeschonden wedergeeft. Verg. onder vs.7, en zie deze manier van spreken onder Gen 30:1, en Gen 48:21, en Gen 50:24.

4 Doch Abimelech was tot haar niet genaderd; daarom zeide hij: Heere! zult Gij dan ook een rechtvaardig volk doden?123

Original Hebrew

וַ/אֲבִימֶ֕לֶךְו/אבימ֕לךוַ/אֲבִימֶלֶךְו/אבימלךva./'a.vi.Me.lekhand/ AbimelechH9002H0040GHC+Npm
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
קָרַ֖בקר֖בקָרַבקרבka.Ravhe had drawn nearH7126GHVqp3ms
אֵלֶ֑י/הָאל֑י/האֵלֶי/הָאלי/ה'e.Lei./hato/ herH0413H9034HRd+Sp3fs
וַ/יֹּאמַ֕רו/יאמ֕רוַ/יֹּאמַרו/יאמרva/i.yo.Marand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אֲדֹנָ֕יאדנ֕יאֲדֹנָיאדני'a.do.NaiO LordH0136HNpt
הֲ/ג֥וֹיה/ג֥ויהֲ/גוֹיה/גויha./Goy¿/ a nationH9008H1471AHTi+Ncmsa
גַּם\־גם\גַּם\־גם\gam-alsoH1571\H9014HD
צַדִּ֖יקצד֖יקצַדִּיקצדיקtza.DikrighteousH6662HAamsa
תַּהֲרֹֽג\׃תהרג\תַּהֲרֹֽג\׃תהרג\ta.ha.Rogwill you killH2026\H9016HVqi2ms
  1. genaderd; Dat is, hij had haar niet beslapen. Deze manier van spreken komt overeen met een vrouw bekennen, boven Gen 4:1; tot een vrouw ingaan, boven Gen 6:4; of een vrouw aanroeren, Pro 6:29; 1Co 7:1, en onder vs.6. Versta, dat hij door God belet was door ziekte. Zie onder vs.6, 17.
  2. rechtvaardig Dat is, onschuldig en onnozel in deze zaak. Verg. 2Sa 4:11.
  3. volk Dat is, niet alleen mijn huisgezin, gelijk vs.17, maar ook de andere onderdanen, gelijk vs.9.

5 Heeft hij zelf mij niet gezegd: Zij is mijn zuster? en zij, ook zij heeft gezegd: Hij is mijn broeder. In oprechtheid mijns harten en in reinheid mijner handen, heb ik dit gedaan.12

Original Hebrew

הֲ/לֹ֨אה/ל֨אהֲ/לֹאה/לאha./Lo'¿/ notH9008H3808HTi+Tn
ה֤וּאה֤ואהוּאהואhu'heH1931HPp3ms
אָֽמַר\־אמר\אָֽמַר\־אמר\'a.mar-did he sayH0559\H9014HVqp3ms
לִ/י֙ל/י֙לִ/יל/יl/ito <the>/ meH9005H9030HRd+Sp1bs
אֲחֹ֣תִ/יאח֣ת/יאֲחֹתִ/יאחת/י'a.Cho.t/i[is] sister/ myH0269H9020HNcfsc+Sp1bs
הִ֔ואה֔ואהִואהואhi'sheH1931HPp3fs
וְ/הִֽיא\־ו/היא\וְ/הִֽיא\־ו/היא\ve./hi'-and/ sheH9002H1931\H9014HC+Pp3fs
גַם\־גם\גַם\־גם\gam-alsoH1571\H9014HD
הִ֥ואה֥ואהִואהואhi'sheH1931HPp3fs
אָֽמְרָ֖האמר֖האָֽמְרָהאמרה'a.me.Rahshe saidH0559HVqp3fs
אָחִ֣/יאח֣/יאָחִ/יאח/י'a.Ch/i[is] brother/ myH0251GH9020HNcmsc+Sp1bs
ה֑וּאה֑ואהוּאהואHu'heH1931HPp3ms
בְּ/תָם\־ב/תם\בְּ/תָם\־ב/תם\be./tom-in/ [the] integrity ofH9003H8537\H9014HR+Ncmsc
לְבָבִ֛/ילבב֛/ילְבָבִ/ילבב/יle.va.V/iheart/ myH3824H9020HNcmsc+Sp1bs
וּ/בְ/נִקְיֹ֥ןו/ב/נקי֥ןוּ/בְ/נִקְיֹןו/ב/נקיןu./ve./nik.Yonand/ in/ [the] innocence ofH9002H9003H5356AHC+R+Ncmsc
כַּפַּ֖/יכפ֖/יכַּפַּ/יכפ/יka.Pa/ihands/ myH3709GH9020HNcfdc+Sp1bs
עָשִׂ֥יתִיעש֥יתיעָשִׂיתִיעשיתי'a.Si.tiI have doneH6213AHVqp1cs
זֹֽאת\׃זאת\זֹֽאת\׃זאת\ZotthisH2063\H9016HTm
  1. In Dat is, hierin is mijn hart zuiver van een overspelig voornemen, en mijn lichaam van onkuische daad. Zo wordt de inwendige en uitwendige onschuld en ongeveinsdheid, òf in het algemeen van den gehelen wandel der vromen, òf in het bijzonder van enige zaak en enig werk ook elder uitgedrukt, zo als 1Ki 9:4; 1Ch 29:17; Psa 24:4, en Psa 73:13, en Psa 78:72, en Psa 101:2.
  2. mijner Hebr. mijner palmen, of van het hol mijner handen. Zie Job 17:9.

6 En God zeide tot hem in den droom: Ik heb ook geweten, dat gij dit in oprechtheid uws harten gedaan hebt, en Ik heb u ook belet van tegen Mij te zondigen; daarom heb Ik u niet toegelaten, haar aan te roeren.123

Original Hebrew

וַ/יֹּאמֶר֩ו/יאמר֩וַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.yo.Merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אֵלָ֨י/ואל֨י/ואֵלָי/ואלי/ו'e.La/vto/ himH0413H9033HRd+Sp3ms
הָֽ/אֱלֹהִ֜יםה/אלה֜יםהָֽ/אֱלֹהִיםה/אלהיםha./'E.lo.Him<the>/ GodH9009H0430GHTd+Ncmpa
בַּ/חֲלֹ֗םב/חל֗םבַּ/חֲלֹםב/חלםba./cha.Lomin/ a dreamH9003H2472HR+Ncmsa
גַּ֣םג֣םגַּםגםgamalsoH1571HD
אָנֹכִ֤יאנכ֤יאָנֹכִיאנכי'a.no.KhiIH0595HPp1bs
יָדַ֙עְתִּי֙יד֙עתי֙יָדַעְתִּיידעתיya.Da'.tiI knowH3045HVqp1cs
כִּ֤יכ֤יכִּיכיkithatH3588AHTc
בְ/תָם\־ב/תם\בְ/תָם\־ב/תם\ve./tom-in/ [the] integrity ofH9003H8537\H9014HR+Ncmsc
לְבָבְ/ךָ֙לבב/ך֙לְבָבְ/ךָלבב/ךle.va.ve./Khaheart/ yourH3824H9021HNcmsc+Sp2ms
עָשִׂ֣יתָעש֣יתעָשִׂיתָעשית'a.Si.tayou didH6213AHVqp2ms
זֹּ֔אתז֔אתזֹּאתזאתZotthisH2063HTm
וָ/אֶחְשֹׂ֧ךְו/אחש֧ךוָ/אֶחְשֹׂךְו/אחשךva./'ech.Sokhand/ I have restrainedH9001H2820Hc+Vqw1cs
גַּם\־גם\גַּם\־גם\gam-alsoH1571\H9014HD
אָנֹכִ֛יאנכ֛יאָנֹכִיאנכי'a.no.KhiIH0595HPp1bs
אֽוֹתְ/ךָ֖אות/ך֖אֽוֹתְ/ךָאות/ך'ot./Kha<obj.>/ youH0853H9031HTo+Sp2ms
מֵ/חֲטוֹ\־מ/חטו\מֵ/חֲטוֹ\־מ/חטו\me./cha.tov-from/ sinningH9006H2398\H9014HR+Vqcc
לִ֑/יל֑/ילִ/יל/יL/ito <the>/ meH9005H9030HRd+Sp1bs
עַל\־על\עַל\־על\'al-there-H5921A\H9014HR
כֵּ֥ןכ֥ןכֵּןכןken-foreH3651CHD
לֹא\־לא\לֹא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
נְתַתִּ֖י/ךָנתת֖י/ךנְתַתִּי/ךָנתתי/ךne.ta.Ti./khaI have permitted/ youH5414KH9031HVqp1cs+Sp2ms
לִ/נְגֹּ֥עַל/נג֥עלִ/נְגֹּעַל/נגעli/n.Go.a'to/ touchH9005H5060HR+Vqcc
אֵלֶֽי/הָ\׃אלי/ה\אֵלֶֽי/הָ\׃אלי/ה\'e.Lei./ha<to>/ herH0413H9034\H9016HRd+Sp3fs
  1. gij dit Hiermede wil God niet zeggen dat hij ten enenmale in het nemen van Sara onschuldig was, maar ten aanzien van het voornemen en de daad des overspels. Zelfs een enkel ongeveinsd voornemen, in een kwade daad, maar uit onbedachtzaamheid of onwetenden ijver spruitende, wordt aldus uitgedrukt, gelijk 2Sa 15:11; 1Ki 22:34, en 2Ch 18:33.
  2. van tegen De misdaad aan Sara en Abraham rekent God als hemzelven aangedaan; verg. Psa 51:6, en Psa 105:14-15, Act 9:5.
  3. toegelaten Hebr. gegeven.

7 Zo geef dan nu dezes mans huisvrouw weder; want hij is een profeet, en hij zal voor u bidden, opdat gij leeft; maar zo gij haar niet wedergeeft, weet, dat gij voorzeker sterven zult, gij, en al wat uwes is!123

Original Hebrew

וְ/עַתָּ֗הו/עת֗הוְ/עַתָּהו/עתהve./'a.Tahand/ thereforeH9002H6258HC+D
הָשֵׁ֤בהש֤בהָשֵׁבהשבha.ShevreturnH7725GHVhv2ms
אֵֽשֶׁת\־אשת\אֵֽשֶׁת\־אשת\'e.shet-[the] wife ofH0802H\H9014HNcfsc
הָ/אִישׁ֙ה/איש֙הָ/אִישׁה/אישha./'Ishthe/ manH9009H0376GHTd+Ncmsa
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
נָבִ֣יאנב֣יאנָבִיאנביאna.Vi'[is] a prophetH5030HNcmsa
ה֔וּאה֔ואהוּאהואHu'heH1931HPp3ms
וְ/יִתְפַּלֵּ֥לו/יתפל֥לוְ/יִתְפַּלֵּלו/יתפללve./yit.pa.Lelso/ he may prayH9002H6419HC+Vtu3ms
בַּֽעַדְ/ךָ֖בעד/ך֖בַּֽעַדְ/ךָבעד/ךba.'ad./Khafor/ youH1157H9031HAcbsc+Sp2ms
וֶֽ/חְיֵ֑הו/חי֑הוֶֽ/חְיֵהו/חיהve/ch.Yehand/ liveH9002H2421HC+Vqv2ms
וְ/אִם\־ו/אם\וְ/אִם\־ו/אם\ve./'im-and/ ifH9002H0518A\H9014HC+Tc
אֵֽינְ/ךָ֣אינ/ך֣אֵֽינְ/ךָאינ/ך'ei.ne./Khanot [are]/ youH0369H9041HNcmsc+Sp2ms
מֵשִׁ֗יבמש֗יבמֵשִׁיבמשיבme.Shivreturning [her]H7725GHVhrmsa
דַּ֚עד֚עדַּעדעda'knowH3045HVqv2ms
כִּי\־כי\כִּי\־כי\ki-thatH3588A\H9014HTc
מ֣וֹתמ֣ותמוֹתמותMotcertainly <to die>H4191HVqaa
תָּמ֔וּתתמ֔ותתָּמוּתתמותta.Mutyou will dieH4191HVqi2ms
אַתָּ֖האת֖האַתָּהאתה'a.TahyouH0859AHPp2ms
וְ/כָל\־ו/כל\וְ/כָל\־ו/כל\ve./kholand/ allH9002H3605\H9014HC+Ncmsa
אֲשֶׁר\־אשר\אֲשֶׁר\־אשר\'a.Sher-whoH0834A\H9014HTr
לָֽ/ךְ\׃ל/ך\לָֽ/ךְ\׃ל/ך\La/kh[belong] to <the>/ youH9005H9032\H9016HRd+Sp2ms
  1. een profeet Dat is, een man Gods, van zonderlinge wetenschap en godvruchtigheid, aan wien Ik Mij zeer vrijelijk openbaar, en dien Ik zeer liefheb en die Mij waardig is.
  2. hij zal Of, laat hem voor u bidden.
  3. al wat uwes is Of, al wie de uwen zijn.

8 Toen stond Abimelech des morgens vroeg op, en riep al zijn knechten, en sprak al deze woorden voor hun oren. En die mannen vreesden zeer.1234

Original Hebrew

וַ/יַּשְׁכֵּ֨םו/ישכ֨םוַ/יַּשְׁכֵּםו/ישכםva/i.yash.Kemand/ he rose earlyH9001H7925Hc+Vhw3ms
אֲבִימֶ֜לֶךְאבימ֜לךאֲבִימֶלֶךְאבימלך'a.vi.Me.lekhAbimelechH0040GHNpm
בַּ/בֹּ֗קֶרב/ב֗קרבַּ/בֹּקֶרב/בקרba./Bo.kerin the/ morningH9003H1242HRd+Ncmsa
וַ/יִּקְרָא֙ו/יקרא֙וַ/יִּקְרָאו/יקראva/i.yik.Ra'and/ he summonedH9001H7121GHc+Vqw3ms
לְ/כָל\־ל/כל\לְ/כָל\־ל/כל\le./khol<to>/ allH9005H3605\H9014HR+Ncmsc
עֲבָדָ֔י/ועבד֔י/ועֲבָדָי/ועבדי/ו'a.va.Da/vservants/ hisH5650H9023HNcmpc+Sp3ms
וַ/יְדַבֵּ֛רו/ידב֛רוַ/יְדַבֵּרו/ידברva/y.da.Berand/ he spokeH9001H1696GHc+Vpw3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
הַ/דְּבָרִ֥יםה/דבר֥יםהַ/דְּבָרִיםה/דבריםha./de.va.Rimthe/ wordsH9009H1697IHTd+Ncmpa
הָ/אֵ֖לֶּהה/א֖לההָ/אֵלֶּהה/אלהha./'E.leh<the>/ theseH9009H0428HTd+Tm
בְּ/אָזְנֵי/הֶ֑םב/אזני/ה֑םבְּ/אָזְנֵי/הֶםב/אזני/הםbe./'a.ze.nei./Hemin/ ears/ theirH9003H0241IH9028HR+Ncfdc+Sp3mp
וַ/יִּֽירְא֥וּו/יירא֥ווַ/יִּֽירְאוּו/ייראוva/i.yi.re.'Uand/ they were afraidH9001H3372GHc+Vqw3mp
הָ/אֲנָשִׁ֖יםה/אנש֖יםהָ/אֲנָשִׁיםה/אנשיםha./'a.na.Shimthe/ menH9009H0582HTd+Ncmpa
מְאֹֽד\׃מאד\מְאֹֽד\׃מאד\me.'OdexceedinglyH3966\H9016HAcmsa
  1. knechten, Versta, raadsheren, officieren en voornaamste hovelingen. Alzo 1Ki 1:2, en 1Ki 10:5; 2Ki 6:8; 2Ch 24:25.
  2. woorden Of, zaken; te weten, die hem in den droom waren wedervaren. Alzo ook onder, vs.10, en Gen 24:66, enz.
  3. voor hun Dat is, dat zij die hoorden.
  4. vreesden Als hebbende ten dienste van hun koning het nemen van Sara gevorderd. Verg. boven Gen 12:15.

9 En Abimelech riep Abraham, en zeide tot hem: Wat hebt gij ons gedaan? en wat heb ik tegen u gezondigd, dat gij over mij en over mijn koninkrijk een grote zonde gebracht hebt? gij hebt daden met mij gedaan, die niet zouden gedaan worden.12

Original Hebrew

וַ/יִּקְרָ֨או/יקר֨אוַ/יִּקְרָאו/יקראva/i.yik.Ra'and/ he summonedH9001H7121GHc+Vqw3ms
אֲבִימֶ֜לֶךְאבימ֜לךאֲבִימֶלֶךְאבימלך'a.vi.Me.lekhAbimelechH0040GHNpm
לְ/אַבְרָהָ֗םל/אברה֗םלְ/אַבְרָהָםל/אברהםle./'av.ra.Ham<to>/ AbrahamH9005H0085HR+Npm
וַ/יֹּ֨אמֶרו/י֨אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
ל֜/וֹל֜/ול/וֹל/וl/oto <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
מֶֽה\־מה\מֶֽה\־מה\meh-what?H4100\H9014HPi
עָשִׂ֤יתָעש֤יתעָשִׂיתָעשית'a.Si.tahave you doneH6213AHVqp2ms
לָּ֙/נוּ֙ל֙/נו֙לָּ/נוּל/נוla./nuto <the>/ usH9005H9035HRd+Sp1bp
וּ/מֶֽה\־ו/מה\וּ/מֶֽה\־ו/מה\u./meh-and/ what?H9002H4100\H9014HC+Pi
חָטָ֣אתִיחט֣אתיחָטָאתִיחטאתיcha.Ta.tihave I sinnedH2398HVqp1cs
לָ֔/ךְל֔/ךלָ/ךְל/ךLa/khto <the>/ youH9005H9032HRd+Sp2ms
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
הֵבֵ֧אתָהב֧אתהֵבֵאתָהבאתhe.Ve.tayou have broughtH0935PHVhp2ms
עָלַ֛/יעל֛/יעָלַ/יעל/י'a.La/ion/ meH5921AH9030HR+Sp1bs
וְ/עַל\־ו/על\וְ/עַל\־ו/על\ve./'al-and/ onH9002H5921A\H9014HC+R
מַמְלַכְתִּ֖/יממלכת֖/ימַמְלַכְתִּ/יממלכת/יmam.lakh.T/ikingdom/ myH4467H9020HNcfsc+Sp1bs
חֲטָאָ֣החטא֣החֲטָאָהחטאהcha.ta.'Aha sinH2401HNcfsa
גְדֹלָ֑הגדל֑הגְדֹלָהגדלהge.do.LahgreatH1419AHAafsa
מַעֲשִׂים֙מעשים֙מַעֲשִׂיםמעשיםma.'a.SimdeedsH4639KHNcmpa
אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
לֹא\־לא\לֹא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
יֵֽעָשׂ֔וּיעש֔ויֵֽעָשׂוּיעשוye.'a.Suthey will be doneH6213AHVNi3mp
עָשִׂ֖יתָעש֖יתעָשִׂיתָעשית'a.Si.tayou have doneH6213AHVqp2ms
עִמָּדִֽ/י\׃עמד/י\עִמָּדִֽ/י\׃עמד/י\'i.ma.D/iwith/ meH5978H9030\H9016HR+Sp1bs
  1. een grote zonde Dat is, gij zoudt, door uw onbedachtzaamheid, de grote zonde des overspels en de straf daarvan over ons allen gebracht hebben. Het is opmerkelijk in dezen heidensen koning, dat hij het overspel, zelfs in den tijd [vóór de wet] gehouden heeft voor zulk een gruwelijke zonde, dat ook zijn ganse koninkrijk zijnenthalve daarom zou hebben moeten lijden. Zie onder Gen 38:24; Lev 20:10; Deu 22:22; 2Sa 12:5; 2Sa 12:10-11; Jer 29:22-23; Eze 16:38, Eze 16:40, en Eze 23:45, Eze 23:47; Joh 8:5.
  2. die niet Dat is, die ongeoorloofd en onbetamelijk zijn. Zie dezelfde manier van spreken onder Gen 34:7; Lev 4:2, Lev 4:13.

10 Voorts zeide Abimelech tot Abraham: Wat hebt gij gezien, dat gij deze zaak gedaan hebt?1

Original Hebrew

וַ/יֹּ֥אמֶרו/י֥אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אֲבִימֶ֖לֶךְאבימ֖לךאֲבִימֶלֶךְאבימלך'a.vi.Me.lekhAbimelechH0040GHNpm
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
אַבְרָהָ֑םאברה֑םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
מָ֣המ֣המָהמהmahwhat?H4100HPi
רָאִ֔יתָרא֔יתרָאִיתָראיתra.'I.tadid you seeH7200GHVqp2ms
כִּ֥יכ֥יכִּיכיkithatH3588AHTc
עָשִׂ֖יתָעש֖יתעָשִׂיתָעשית'a.Si.tayou have doneH6213AHVqp2ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הַ/דָּבָ֥רה/דב֥רהַ/דָּבָרה/דברha./da.Varthe/ thingH9009H1697IHTd+Ncmsa
הַ/זֶּֽה\׃ה/זה\הַ/זֶּֽה\׃ה/זה\ha./Zeh<the>/ thisH9009H2088\H9016HTd+Tm
  1. Wat hebt Of, wat hebt gij ingezien, of opgemerkt, dat u bewogen heeft om dit te doen?

11 En Abraham zeide: Want ik dacht: alleen is de vreze Gods in deze plaats niet, zodat zij mij om mijner huisvrouw wil zullen doden.123

Original Hebrew

וַ/יֹּ֙אמֶר֙ו/י֙אמר֙וַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אַבְרָהָ֔םאברה֔םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
כִּ֣יכ֣יכִּיכיkithatH3588AHTc
אָמַ֗רְתִּיאמ֗רתיאָמַרְתִּיאמרתי'a.Mar.tiI saidH0559HVqp1cs
רַ֚קר֚קרַקרקrakcertainlyH7535HD
אֵין\־אין\אֵין\־אין\'ein-there notH0369\H9014HNcmsc
יִרְאַ֣תירא֣תיִרְאַתיראתyir.'At[is] [the] fear ofH3374HNcfsc
אֱלֹהִ֔יםאלה֔יםאֱלֹהִיםאלהים'E.lo.HimGodH0430GHNcmpa
בַּ/מָּק֖וֹםב/מק֖וםבַּ/מָּקוֹםב/מקוםba./ma.Komin the/ placeH9003H4725HRd+Ncmsa
הַ/זֶּ֑הה/ז֑ההַ/זֶּהה/זהha./Zeh<the>/ thisH9009H2088HTd+Tm
וַ/הֲרָג֖וּ/נִיו/הרג֖ו/ניוַ/הֲרָגוּ/נִיו/הרגו/ניva./ha.ra.Gu./niand/ they will kill/ meH9001H2026H9030Hc+Vqq3cp+Sp1bs
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
דְּבַ֥רדב֥רדְּבַרדברde.Var[the] matter ofH1697MHNcmsc
אִשְׁתִּֽ/י\׃אשת/י\אִשְׁתִּֽ/י\׃אשת/י\'ish.T/iwife/ myH0802HH9020\H9016HNcfsc+Sp1bs
  1. ik dacht Hebr. ik zeide, dat is, ik dacht. Aldus wordt zeggen voor denken genomen; Exo 2:14; Jos 22:34; 1Ki 5:5; 2Ch 2:1; Isa 8:12; Act 7:28.
  2. alleen is Hij schijnt te willen zeggen: hier is wel een schone landstreek en alle overvloed, maar alleen ontbreekt de vreze Gods. And. zekerlijk is, enz.
  3. huisvrouw Hebr. om de zaak van mijn huisvrouw.

12 En ook is zij waarlijk mijn zuster; zij is mijns vaders dochter, maar niet mijner moeder dochter; en zij is mij ter vrouwe geworden.1

Original Hebrew

וְ/גַם\־ו/גם\וְ/גַם\־ו/גם\ve./gam-and/ alsoH9002H1571\H9014HC+D
אָמְנָ֗האמנ֗האָמְנָהאמנה'a.me.NahtrulyH0546HD
אֲחֹתִ֤/יאחת֤/יאֲחֹתִ/יאחת/י'a.cho.T/i[is] sister/ myH0269H9020HNcfsc+Sp1bs
בַת\־בת\בַת\־בת\vat-[the] daughter ofH1323G\H9014HNcfsc
אָבִ/י֙אב/י֙אָבִ/יאב/י'a.V/ifather/ myH0001GH9020HNcmsc+Sp1bs
הִ֔ואה֔ואהִואהואhi'sheH1931HPp3fs
אַ֖ךְא֖ךאַךְאך'akhonlyH0389HD
לֹ֣אל֣אלֹאלאlo'notH3808HTn
בַת\־בת\בַת\־בת\vat-[the] daughter ofH1323G\H9014HNcfsc
אִמִּ֑/יאמ֑/יאִמִּ/יאמ/י'i.M/imother/ myH0517H9020HNcfsc+Sp1bs
וַ/תְּהִי\־ו/תהי\וַ/תְּהִי\־ו/תהי\va./te.hi-and/ she becameH9001H1961\H9014Hc+Vqw3fs
לִ֖/יל֖/ילִ/יל/יl/iof/ meH9005H9030HRd+Sp1bs
לְ/אִשָּֽׁה\׃ל/אשה\לְ/אִשָּֽׁה\׃ל/אשה\le./'i.Shah<into>/ a wifeH9005H0802H\H9016HR+Ncfsa
  1. zij is Zie boven Gen 11:29.

13 En het is geschied, als God mij uit mijns vaders huis deed dwalen, zo sprak ik tot haar: Dit zij uw weldadigheid, die gij bij mij doen zult; aan alle plaatsen waar wij komen zullen, zeg van mij: Hij is mijn broeder!12

Original Hebrew

וַ/יְהִ֞יו/יה֞יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it wasH9001H1961Hc+Vqw3ms
כַּ/אֲשֶׁ֧רכ/אש֧רכַּ/אֲשֶׁרכ/אשרka./'a.Sherjust/ asH9004H0834DHR+Tr
הִתְע֣וּהתע֣והִתְעוּהתעוhit.'Uthey caused to wanderH8582HVhp3cp
אֹתִ֗/יאת֗/יאֹתִ/יאת/י'o.T/i<obj.>/ meH0853H9030HTo+Sp1bs
אֱלֹהִים֮אלהים֮אֱלֹהִיםאלהים'E.lo.HimGodH0430GHNcmpa
מִ/בֵּ֣יתמ/ב֣יתמִ/בֵּיתמ/ביתmi./Beitfrom/ [the] household ofH9006H1004BHR+Ncmsc
אָבִ/י֒אב/י֒אָבִ/יאב/י'a.V/ifather/ myH0001GH9020HNcmsc+Sp1bs
וָ/אֹמַ֣רו/אמ֣רוָ/אֹמַרו/אמרva./'o.Marand/ I saidH9001H0559Hc+Vqw1cs
לָ֔/הּל֔/הלָ/הּל/הLa/hto <the>/ herH9005H9034HRd+Sp3fs
זֶ֣הז֣הזֶהזהzehthisH2088HTm
חַסְדֵּ֔/ךְחסד֔/ךחַסְדֵּ/ךְחסד/ךchas.De/kh[is] loyalty/ yourH2617AH9022HNcmsc+Sp2fs
אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
תַּעֲשִׂ֖יתעש֖יתַּעֲשִׂיתעשיta.'a.Siyou will doH6213AHVqi2fs
עִמָּדִ֑/יעמד֑/יעִמָּדִ/יעמד/י'i.ma.D/iwith/ meH5978H9030HR+Sp1bs
אֶ֤לא֤לאֶלאל'eltoH0413HR
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-everyH3605\H9014HNcmsc
הַ/מָּקוֹם֙ה/מקום֙הַ/מָּקוֹםה/מקוםha./ma.kOm<the>/ placeH9009H4725HTd+Ncmsa
אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhereH0834AHTr
נָב֣וֹאנב֣ואנָבוֹאנבואna.Vo'we will goH0935GHVqi1cp
שָׁ֔מָּ/הש֔מ/השָׁמָּ/השמ/הSha.ma/hthere/ towardsH8033GH9011HD+Sd
אִמְרִי\־אמרי\אִמְרִי\־אמרי\'im.ri-sayH0559\H9014HVqv2fs
לִ֖/יל֖/ילִ/יל/יl/iof <the>/ meH9005H9030HRd+Sp1bs
אָחִ֥/יאח֥/יאָחִ/יאח/י'a.Ch/i[is] brother/ myH0251GH9020HNcmsc+Sp1bs
הֽוּא\׃הוא\הֽוּא\׃הוא\Hu'heH1931\H9016HPp3ms
  1. deed dwalen, Hoewel de naam Gods ELOHIM, die in het getal van velen staat, gewoonlijk gevoegd wordt bij een woord, dat in het eenvoudig staat, hetwelk betekent de enigheid des Goddelijken wezens, nochtans wordt het hier gevoegd bij een woord, dat ook in het getal van velen staat, om [zoals sommige geleerden oordelen] te betekenen de drievuldigheid der personen, Hebr. Als mij ELOHIM deden dwalen. Zie dergelijke manier van spreken, onder Gen 35:7; Jos 24:19; 2Sa 7:23; Psa 58:12; Jer 10:10.
  2. aan alle Hiermede schijnt Abraham te willen zeggen dat hij, uit zijns vaders huis trekkende, vermoedde dat hij geen vreze Gods vinden zou bij enige volken, tot welke hij zou komen; zodat die van Gerar dit zich in het bijzonder niet hadden aan te trekken.

14 Toen nam Abimelech schapen en runderen, ook dienstknechten en dienstmaagden, en gaf dezelve aan Abraham; en hij gaf hem Sara zijn huisvrouw weder.1

Original Hebrew

וַ/יִּקַּ֨חו/יק֨חוַ/יִּקַּחו/יקחva/i.yi.Kachand/ he tookH9001H3947GHc+Vqw3ms
אֲבִימֶ֜לֶךְאבימ֜לךאֲבִימֶלֶךְאבימלך'a.vi.Me.lekhAbimelechH0040GHNpm
צֹ֣אןצ֣אןצֹאןצאןtzonsheepH6629GHNcbsa
וּ/בָקָ֗רו/בק֗רוּ/בָקָרו/בקרu./va.Karand/ cattleH9002H1241HC+Ncbsa
וַ/עֲבָדִים֙ו/עבדים֙וַ/עֲבָדִיםו/עבדיםva./'a.va.Dimand/ [male] servantsH9002H5650HC+Ncmpa
וּ/שְׁפָחֹ֔תו/שפח֔תוּ/שְׁפָחֹתו/שפחתu./she.fa.Chotand/ female servantsH9002H8198HC+Ncfpa
וַ/יִּתֵּ֖ןו/ית֖ןוַ/יִּתֵּןו/יתןva/i.yi.Tenand/ he gave [them]H9001H5414GHc+Vqw3ms
לְ/אַבְרָהָ֑םל/אברה֑םלְ/אַבְרָהָםל/אברהםle./'av.ra.Hamto/ AbrahamH9005H0085HR+Npm
וַ/יָּ֣שֶׁבו/י֣שבוַ/יָּשֶׁבו/ישבva/i.Ya.shevand/ he restoredH9001H7725GHc+Vhw3ms
ל֔/וֹל֔/ול/וֹל/וl/oto <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
אֵ֖תא֖תאֵתאת'et<obj.>H0853HTo
שָׂרָ֥השר֥השָׂרָהשרהsa.RahSarahH8283HNpf
אִשְׁתּֽ/וֹ\׃אשת/ו\אִשְׁתּֽ/וֹ\׃אשת/ו\'ish.T/owife/ hisH0802HH9023\H9016HNcfsc+Sp3ms
  1. Toen nam Dit, mitsgaders het vorafgaande en volgende, is een uitzonderlinge beleefdheid in een heidensen koning, voortgekomen uit Gods beleid en regering.

15 En Abimelech zeide: Zie, mijn land is voor uw aangezicht; woon, waar het goed is in uw ogen.1

Original Hebrew

וַ/יֹּ֣אמֶרו/י֣אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אֲבִימֶ֔לֶךְאבימ֔לךאֲבִימֶלֶךְאבימלך'a.vi.Me.lekhAbimelechH0040GHNpm
הִנֵּ֥ההנ֥ההִנֵּההנהhi.Nehthere!H2009HTj
אַרְצִ֖/יארצ֖/יאַרְצִ/יארצ/י'ar.Tz/iland/ myH0776GH9020HNcbsc+Sp1fs
לְ/פָנֶ֑י/ךָל/פנ֑י/ךלְ/פָנֶי/ךָל/פני/ךle./fa.Nei./kha[is] <to>/ before/ youH9005H6440GH9021HR+Ncmpc+Sp2ms
בַּ/טּ֥וֹבב/ט֥ובבַּ/טּוֹבב/טובba./Tovin the/ [place] goodH9003H2896AHRd+Aamsa
בְּ/עֵינֶ֖י/ךָב/עינ֖י/ךבְּ/עֵינֶי/ךָב/עיני/ךbe./'ei.Nei./khain/ view/ yourH9003H5869IH9021HR+Ncfdc+Sp2ms
שֵֽׁב\׃שב\שֵֽׁב\׃שב\ShevdwellH3427\H9016HVqv2ms
  1. voor uw Dat is, voor u open en ten uwen beste. And. deed Faraö, boven Gen 12:19-20. Zie boven, Gen 12:13.

16 En tot Sara zeide hij: Zie, ik heb uw broeder duizend zilverlingen gegeven; zie, hij zij u een deksel der ogen, allen, die met u zijn, ja, bij allen, en wees geleerd.12345

Original Hebrew

וּ/לְ/שָׂרָ֣הו/ל/שר֣הוּ/לְ/שָׂרָהו/ל/שרהu./le./sa.Rahand/ to/ SarahH9002H9005H8283HC+R+Npf
אָמַ֗ראמ֗ראָמַראמר'a.Marhe saidH0559HVqp3ms
הִנֵּ֨ההנ֨ההִנֵּההנהhi.Nehhere!H2009HTj
נָתַ֜תִּינת֜תינָתַתִּינתתיna.Ta.tiI giveH5414GHVqp1cs
אֶ֤לֶףא֤לףאֶלֶףאלף'E.lefa thousandH0505GHAcbsa
כֶּ֙סֶף֙כ֙סף֙כֶּסֶףכסףke.sefsilverH3701GHNcmsa
לְ/אָחִ֔י/ךְל/אח֔י/ךלְ/אָחִי/ךְל/אחי/ךle./'a.Chi/khto/ brother/ yourH9005H0251GH9022HR+Ncmsc+Sp2fs
הִנֵּ֤ההנ֤ההִנֵּההנהhi.Nehthere!H2009HTj
הוּא\־הוא\הוּא\־הוא\hu'-itH1931\H9014HPp3ms
לָ/ךְ֙ל/ך֙לָ/ךְל/ךlo/Khfor <the>/ youH9005H9032HRd+Sp2fs
כְּס֣וּתכס֣ותכְּסוּתכסותke.Sut[is] a covering ofH3682HNcfsc
עֵינַ֔יִםעינ֔יםעֵינַיִםעינים'ei.Na.yimeyesH5869AHNcfda
לְ/כֹ֖לל/כ֖ללְ/כֹלל/כלle./Kholto/ allH9005H3605HR+Ncmsa
אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhoH0834AHTr
אִתָּ֑/ךְאת֑/ךאִתָּ/ךְאת/ך'i.Ta/kh[are] with/ youH0854H9032HRd+Sp2fs
וְ/אֵ֥תו/א֥תוְ/אֵתו/אתve./'Etand/ withH9002H0854HC+R
כֹּ֖לכ֖לכֹּלכלkoleveryoneH3605HNcmsa
וְ/נֹכָֽחַת\׃ו/נכחת\וְ/נֹכָֽחַת\׃ו/נכחת\ve./no.Kha.chat<and>/ [you are] vindicatedH9002H3198\H9016HC+VNrfsa
  1. uw broeder Hiermede geeft hij Sara bedektelijk te verstaan, dat zij gelegenheid gegeven had tot dit kwaad, zeggende dat Abraham haar broeder was.
  2. duizend Hebr. duizend zilvers. Dat is, naar het algemeen gevoelen, duizend zilveren sikkels, of zilverlingen. En alzo er tweeërlei sikkels waren, de burgerlijke sikkel, bedragende wat meer dan een oord (een vierde deel van een rijksdaalder); de ander, des heiligdoms, wegende dubbel zoveel; zo wordt gemeend dat hier gemeente of burgerlijke sikkels te verstaan zijn; makende deze duizend zilverlingen weinig meer dan de som van 250 rijksdaalders.
  3. zij u Dat is, beken na dezen vrijelijk dat hij uw echte man is, en dek uw aangezicht, tot een teken dat gij getrouwd zijt, en dat hij daarom een schut en scherm uwer kuisheid is. Zie van dit dekken des aangezichts van de vrouwen, onder Gen 24:65, en 1Co 11:10. Anders, het zij u tot een deksel, enz., te weten, het geld zij u gegeven om zulk een deksel te kopen.
  4. allen, Dat is, niet alleen, die bij u verkeren, maar ook bij de vreemden.
  5. en wees Dat is, wees geleerd en gewaarschuwd, om hierna voorzichtiger te zijn; of, en dit alles opdat gij geleerd zijt. Sommigen nemen dit, gelijk Mozes' woorden, aldus: zo werd zij bestraft.

17 En Abraham bad tot God; en God genas Abimelech, en zijn huisvrouw, en zijn dienstmaagden, zodat zij baarden.123

Original Hebrew

וַ/יִּתְפַּלֵּ֥לו/יתפל֥לוַ/יִּתְפַּלֵּלו/יתפללva/i.yit.pa.Leland/ he prayedH9001H6419Hc+Vtw3ms
אַבְרָהָ֖םאברה֖םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
הָ/אֱלֹהִ֑יםה/אלה֑יםהָ/אֱלֹהִיםה/אלהיםha./'E.lo.Him<the>/ GodH9009H0430GHTd+Ncmpa
וַ/יִּרְפָּ֨או/ירפ֨אוַ/יִּרְפָּאו/ירפאva/i.yir.Pa'and/ he healedH9001H7495Hc+Vqw3ms
אֱלֹהִ֜יםאלה֜יםאֱלֹהִיםאלהים'E.lo.HimGodH0430GHNcmpa
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
אֲבִימֶ֧לֶךְאבימ֧לךאֲבִימֶלֶךְאבימלך'a.vi.Me.lekhAbimelechH0040GHNpm
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
אִשְׁתּ֛/וֹאשת֛/ואִשְׁתּ/וֹאשת/ו'ish.T/owife/ hisH0802HH9023HNcfsc+Sp3ms
וְ/אַמְהֹתָ֖י/וו/אמהת֖י/ווְ/אַמְהֹתָי/וו/אמהתי/וve./'am.ho.Ta/vand/ female slaves/ hisH9002H0519H9023HC+Ncfpc+Sp3ms
וַ/יֵּלֵֽדוּ\׃ו/ילדו\וַ/יֵּלֵֽדוּ\׃ו/ילדו\va/i.ye.Le.duand/ they bore childrenH9001H3205\H9016Hc+Vqw3mp
  1. Abraham Zie boven, vs.7.
  2. genas Zodat hij niet stierf aan de ziekte, gelijk God de HEERE hem bedreigd had, vs.3, 7.
  3. zodat Dat is, baren konden. Zie het volgende vers.

18 Want de Heere had al de baarmoeders van het huis van Abimelech ganselijk toegesloten, ter oorzake van Sara, Abrahams huisvrouw.12

Original Hebrew

כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
עָצֹ֤רעצ֤רעָצֹרעצר'a.Tzorcertainly <to shut up>H6113HVqaa
עָצַר֙עצר֙עָצַרעצר'a.Tzar<he> had shut upH6113HVqp3ms
יְהוָ֔היהו֔היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
בְּעַ֥דבע֥דבְּעַדבעדbe.'AdbehindH1157HAcbsc
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-everyH3605\H9014HNcmsc
רֶ֖חֶםר֖חםרֶחֶםרחםRe.chemwombH7358HNcmsa
לְ/בֵ֣יתל/ב֣יתלְ/בֵיתל/ביתle./Veitof/ [the] household ofH9005H1004MHR+Ncmsc
אֲבִימֶ֑לֶךְאבימ֑לךאֲבִימֶלֶךְאבימלך'a.vi.Me.lekhAbimelechH0040GHNpm
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
דְּבַ֥רדב֥רדְּבַרדברde.Var[the] matter ofH1697MHNcmsc
שָׂרָ֖השר֖השָׂרָהשרהsa.RahSarahH8283HNpf
אֵ֥שֶׁתא֥שתאֵשֶׁתאשת'E.shet[the] wife ofH0802HHNcfsc
אַבְרָהָֽם\׃\ \סאברהם\\ \סאַבְרָהָֽם\׃\ \סאברהם\\ \ס'av.ra.HamAbrahamH0085\H9016\ \H9018HNpm
  1. ganselijk Hebr. toesluitende toegesloten voor alle baarmoeder, dat is, Hij had haar onvruchtbaar gemaakt. Zie deze manier van spreken 1Sa 1:5-6; daarentegen betekent de opening der baarmoeder, de gave der vruchtbaarheid, ond Gen 29:31.
  2. ter oorzake Hebr. om de zaak van Sara.