reltext

Chapter 22

1 En het geschiedde na deze dingen, dat God Abraham verzocht; en Hij zeide tot hem: Abraham! En hij zeide: Zie, hier ben ik!123

Original Hebrew

וַ/יְהִ֗יו/יה֗יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it wasH9001H1961Hc+Vqw3ms
אַחַר֙אחר֙אַחַראחר'a.CharafterH0310AHAcmsc
הַ/דְּבָרִ֣יםה/דבר֣יםהַ/דְּבָרִיםה/דבריםha./de.va.Rimthe/ thingsH9009H1697IHTd+Ncmpa
הָ/אֵ֔לֶּהה/א֔לההָ/אֵלֶּהה/אלהha./'E.leh<the>/ theseH9009H0428HTd+Tm
וְ/הָ֣/אֱלֹהִ֔יםו/ה֣/אלה֔יםוְ/הָ/אֱלֹהִיםו/ה/אלהיםve./Ha./'E.lo.Himand/ <the>/ GodH9002H9009H0430GHC+Td+Ncmpa
נִסָּ֖הנס֖הנִסָּהנסהni.Sahhe put to [the] testH5254GHVpp3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
אַבְרָהָ֑םאברה֑םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
וַ/יֹּ֣אמֶרו/י֣אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אֵלָ֔י/ואל֔י/ואֵלָי/ואלי/ו'e.La/vto/ himH0413H9033HRd+Sp3ms
אַבְרָהָ֖םאברה֖םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamO AbrahamH0085HNpm
וַ/יֹּ֥אמֶרו/י֥אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
הִנֵּֽנִ/י\׃הננ/י\הִנֵּֽנִ/י\׃הננ/י\hi.Ne./nihere [am]/ IH2009H9040\H9016HTj+Sp1bs
  1. het geschiedde Nadat Abraham zoveel beloften ontvangen had, ja zelfs van de geboorte van den Messias, van welke er geen konden vervuld worden, indien Izak zonder zaad ware gestorven, zo heeft de Heere Abraham aldus willen beproeven, alsof Hij al de voorgemelde beloften had willen vernietigen.
  2. verzocht God verzoekt de zijnen, als Hij een proef neemt van hun zwakheid of deugd, om door derzelver openbaring hen te vernederen of te verheerlijken. Zie Deu 8:2, en Deu 13:3; Jdg 2:22; 2Ch 32:21; Psa 139:23-24. Wat Abraham aangaat, God kende hem volkomen, maar wilde zijn sterk geloof en ongeveinsde gehoorzaamheid op een bijzondere wijze, tot zijn eer, mitsgaders van Abraham en van zijn ganse kerk, ten beste openbaren. Zie onder vs.16,17.
  3. Zie Hebr. Zie ik, te weten, ben hier. Een manier van spreken, dengenen eigen, die, geroepen zijnde, bereid zijn om aan te horen wat hun voorgehouden wordt. Zie onder vs.7, 11, en Gen 27:1; 1Sa 3:4, 1Sa 3:6, enz.

2 En Hij zeide: Neem nu uw zoon, uw enige, dien gij liefhebt, Izak, en ga heen naar het land Moria, en offer hem aldaar tot een brandoffer, op een van de bergen, dien Ik u zeggen zal.1234

Original Hebrew

וַ/יֹּ֡אמֶרו/י֡אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
קַח\־קח\קַח\־קח\kach-takeH3947G\H9014HVqv2ms
נָ֠אנ֠אנָאנאna'pleaseH4994HTj
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
בִּנְ/ךָ֨בנ/ך֨בִּנְ/ךָבנ/ךbin./Khason/ yourH1121AH9021HNcmsc+Sp2ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
יְחִֽידְ/ךָ֤יחיד/ך֤יְחִֽידְ/ךָיחיד/ךye.chi.de./Khaonly [son]/ yourH3173H9021HAamsc+Sp2ms
אֲשֶׁר\־אשר\אֲשֶׁר\־אשר\'a.Sher-whomH0834A\H9014HTr
אָהַ֙בְתָּ֙אה֙בת֙אָהַבְתָּאהבת'a.Hav.tayou loveH0157GHVqp2ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
יִצְחָ֔קיצח֔קיִצְחָקיצחקyitz.ChakIsaacH3327HNpm
וְ/לֶךְ\־ו/לך\וְ/לֶךְ\־ו/לך\ve./lekh-and/ goH9002H1980G\H9014HC+Vqv2ms
לְ/ךָ֔ל/ך֔לְ/ךָל/ךle./Khafor <the>/ yourselfH9005H9031HRd+Sp2ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
אֶ֖רֶץא֖רץאֶרֶץארץ'E.retz[the] land ofH0776GHNcfsc
הַ/מֹּרִיָּ֑הה/מרי֑ההַ/מֹּרִיָּהה/מריהha./mo.ri.Yah<the>/ MoriahH9009H4179HTd+Npl
וְ/הַעֲלֵ֤/הוּו/העל֤/הווְ/הַעֲלֵ/הוּו/העל/הוve./ha.'a.Le./huand/ offer up/ himH9002H5927IH9033HC+Vhv2ms+Sp3ms
שָׁם֙שם֙שָׁםשםshamthereH8033GHD
לְ/עֹלָ֔הל/על֔הלְ/עֹלָהל/עלהle./'o.Lahto/ a burnt offeringH9005H5930AHR+Ncfsa
עַ֚לע֚לעַלעל'alonH5921AHR
אַחַ֣דאח֣דאַחַדאחד'a.Chadone ofH0259HAcfsc
הֶֽ/הָרִ֔יםה/הר֔יםהֶֽ/הָרִיםה/הריםhe./ha.Rimthe/ mountainsH9009H2022GHTd+Ncmpa
אֲשֶׁ֖ראש֖ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
אֹמַ֥ראמ֥ראֹמַראמר'o.MarI will tellH0559HVqi1cs
אֵלֶֽי/ךָ\׃אלי/ך\אֵלֶֽי/ךָ\׃אלי/ך\'e.Lei./khato/ youH0413H9031\H9016HRd+Sp2ms
  1. Neem Elk woord kon des vaders hart doorsnijden. Dit en hetgeen onder vs.6, 9,10, verhaald wordt, kan ons enigszins afbeelden het genadewerk Gods, die zijn eigen, welbeminden Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgeven heeft, om onze zonden te dragen op het hout; Rom 8:32; 1Pe 2:24.
  2. het land Alzo, naar het algemeen gevoelen genoemd naar de uitkomst dezer verzoeking. Zie onder, vs.14, met de aant. Dit is het land, waarin Jeruzalem gelegen en de tempel op den berg Moria gebouwd is, 1Ch 22:1; 2Ch 3:1, ter zijde van den berg Zion, omtrent drie dagreizen van Berseba. Zie onder, vs.4.
  3. offer hem Dat is, dood hem eerst met uw eigen hand, en verbrand daarna het dode lichaam tot as toe; gelijk men doet met de beesten, die ten brandoffer geëigend zijn; Lev 6:9-10, enz. Dit bevel was door geen natuurlijk vernuft, maar alleenlijk door het geloof, met Gods belofte en Abrahams vaderlijken plicht en genegenheid tot zijn enigen zoon overeen te brengen; maar van Gods verborgen raad en voornemen in dit bevel; zie op vs.1 en onder vs.12.
  4. brandoffer, Zie de aantekening boven Gen 8:20.

3 Toen stond Abraham des morgens vroeg op, en zadelde zijn ezel, en nam twee van zijn jongeren met zich, en Izak zijn zoon; en hij kloofde hout tot het brandoffer, en maakte zich op, en ging naar de plaats, die God hem gezegd had.12

Original Hebrew

וַ/יַּשְׁכֵּ֨םו/ישכ֨םוַ/יַּשְׁכֵּםו/ישכםva/i.yash.Kemand/ he rose earlyH9001H7925Hc+Vhw3ms
אַבְרָהָ֜םאברה֜םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
בַּ/בֹּ֗קֶרב/ב֗קרבַּ/בֹּקֶרב/בקרba./Bo.kerin the/ morningH9003H1242HRd+Ncmsa
וַֽ/יַּחֲבֹשׁ֙ו/יחבש֙וַֽ/יַּחֲבֹשׁו/יחבשva/i.ya.cha.Voshand/ he saddledH9001H2280Hc+Vqw3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
חֲמֹר֔/וֹחמר֔/וחֲמֹר/וֹחמר/וcha.mo.R/odonkey/ hisH2543H9023HNcbsc+Sp3ms
וַ/יִּקַּ֞חו/יק֞חוַ/יִּקַּחו/יקחva/i.yi.Kachand/ he tookH9001H3947GHc+Vqw3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
שְׁנֵ֤ישנ֤ישְׁנֵישניshe.Neitwo ofH8147HAcbdc
נְעָרָי/ו֙נערי/ו֙נְעָרָי/ונערי/וne.'a.Ra/vservants/ hisH5288H9023HNcmpc+Sp3ms
אִתּ֔/וֹאת֔/ואִתּ/וֹאת/ו'i.T/owith/ himH0854H9033HRd+Sp3ms
וְ/אֵ֖תו/א֖תוְ/אֵתו/אתve./'Etand/ <obj.>H9002H0853HC+To
יִצְחָ֣קיצח֣קיִצְחָקיצחקyitz.ChakIsaacH3327HNpm
בְּנ֑/וֹבנ֑/ובְּנ/וֹבנ/וbe.N/oson/ hisH1121AH9023HNcmsc+Sp3ms
וַ/יְבַקַּע֙ו/יבקע֙וַ/יְבַקַּעו/יבקעva/y.va.Ka'and/ he cutH9001H1234Hc+Vpw3ms
עֲצֵ֣יעצ֣יעֲצֵיעצי'a.Tzeiwood<s> ofH6086GHNcmpc
עֹלָ֔העל֔העֹלָהעלה'o.Lahburnt offeringH5930AHNcfsa
וַ/יָּ֣קָםו/י֣קםוַ/יָּקָםו/יקםva/i.Ya.komand/ he aroseH9001H6965BHc+Vqw3ms
וַ/יֵּ֔לֶךְו/י֔לךוַ/יֵּלֶךְו/ילךva/i.Ye.lekhand/ he wentH9001H1980GHc+Vqw3ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
הַ/מָּק֖וֹםה/מק֖וםהַ/מָּקוֹםה/מקוםha./ma.Komthe/ placeH9009H4725HTd+Ncmsa
אֲשֶׁר\־אשר\אֲשֶׁר\־אשר\'a.Sher-whichH0834A\H9014HTr
אָֽמַר\־אמר\אָֽמַר\־אמר\'a.mar-he had saidH0559\H9014HVqp3ms
ל֥/וֹל֥/ול/וֹל/וl/oto <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
הָ/אֱלֹהִֽים\׃ה/אלהים\הָ/אֱלֹהִֽים\׃ה/אלהים\ha./'E.lo.Him<the>/ GodH9009H0430G\H9016HTd+Ncmpa
  1. stond Abraham is terstond vaardig, overwinnende vlees en bloed, en vastelijk gelovende dat God, niettegenstaande dit alles, zijn beloften zou volbrengen, als machtig zijnde om hem Izak uit de doden weder te geven, hetwelk ook naar gelijkenis geschied is, gelijk de apostel betuigt, Heb 11:19.
  2. hout tot Hebr. houten des brandoffers.

4 Aan den derden dag, toen hief Abraham zijn ogen op, en zag die plaats van verre.1

Original Hebrew

בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomon the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa
הַ/שְּׁלִישִׁ֗יה/שליש֗יהַ/שְּׁלִישִׁיה/שלישיha./she.li.Shi<the>/ thirdH9009H7992HTd+Aomsa
וַ/יִּשָּׂ֨או/יש֨אוַ/יִּשָּׂאו/ישאva/i.yi.Sa'and/ he lifted upH9001H5375MHc+Vqw3ms
אַבְרָהָ֧םאברה֧םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
עֵינָ֛י/ועינ֛י/ועֵינָי/ועיני/ו'ei.Na/veyes/ hisH5869AH9023HNcfdc+Sp3ms
וַ/יַּ֥רְאו/י֥ראוַ/יַּרְאו/יראva/i.Yar'and/ he sawH9001H7200GHc+Vqw3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הַ/מָּק֖וֹםה/מק֖וםהַ/מָּקוֹםה/מקוםha./ma.Komthe/ placeH9009H4725HTd+Ncmsa
מֵ/רָחֹֽק\׃מ/רחק\מֵ/רָחֹֽק\׃מ/רחק\me./ra.Chokfrom/ a distanceH9006H7350\H9016HR+Aamsa
  1. Aan den Deze verheid van plaats en reis van omtrent drie dagen, diende tot klaarder openbaring van Abrahams zonderlinge bestendigheid.

5 En Abraham zeide tot zijn jongeren: Blijft gij hier met den ezel, en ik en de jongen zullen heengaan tot daar; als wij aangebeden zullen hebben, dan zullen wij tot u wederkeren.123

Original Hebrew

וַ/יֹּ֨אמֶרו/י֨אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אַבְרָהָ֜םאברה֜םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
נְעָרָ֗י/ונער֗י/ונְעָרָי/ונערי/וne.'a.Ra/vservants/ hisH5288H9023HNcmpc+Sp3ms
שְׁבוּ\־שבו\שְׁבוּ\־שבו\she.vu-remainH3427\H9014HVqv2mp
לָ/כֶ֥םל/כ֥םלָ/כֶםל/כםla./Khemfor <the>/ yourselvesH9005H9036HRd+Sp2mp
פֹּה֙פה֙פֹּהפהpohhereH6311HD
עִֽם\־עם\עִֽם\־עם\'im-withH5973A\H9014HR
הַ/חֲמ֔וֹרה/חמ֔ורהַ/חֲמוֹרה/חמורha./cha.Morthe/ donkeyH9009H2543HTd+Ncbsa
וַ/אֲנִ֣יו/אנ֣יוַ/אֲנִיו/אניva./'a.Niand/ IH9002H0589HC+Pp1bs
וְ/הַ/נַּ֔עַרו/ה/נ֔ערוְ/הַ/נַּעַרו/ה/נערve./ha./Na.'arand/ the/ ladH9002H9009H5288HC+Td+Ncmsa
נֵלְכָ֖הנלכ֖הנֵלְכָהנלכהne.le.Khahwe will goH1980GHVqc1cp
עַד\־עד\עַד\־עד\'ad-toH5704\H9014HR
כֹּ֑הכ֑הכֹּהכהKohthereH3541HD
וְ/נִֽשְׁתַּחֲוֶ֖הו/נשתחו֖הוְ/נִֽשְׁתַּחֲוֶהו/נשתחוהve./nish.ta.cha.Vehso/ we may bow downH9002H7812HC+Vvu1cp
וְ/נָשׁ֥וּבָהו/נש֥ובהוְ/נָשׁוּבָהו/נשובהve./na.Shu.vahand/ we will returnH9002H7725JHC+Vqc1cp
אֲלֵי/כֶֽם\׃אלי/כם\אֲלֵי/כֶֽם\׃אלי/כם\'a.lei./Khemto/ youH0413H9036\H9016HRd+Sp2mp
  1. jongen Dit woord wordt niet alleen op de kleine kinderen toegepast, maar ook op de volwassenen, gelijk Abrahams gewapende knechten, boven, Gen 14:14, Gen 14:24; idem, op den jonkman Sichem, die Dina verkrachtte, on. Gen 34:19; Jozef, toen hij Faraö's dromen uitlegde, ond. Gen 41:12; Jozua, toen hij Mozes diende, Exo 33:1; Absalom, toen hij zijn vader oorlog aandeed, 2Sa 18:29, en hier op Izak en Abrahams knechten; verg. het volgende vers (6).
  2. aangebeden Zie ond. Gen 24:26.
  3. dan zullen Hoewel het voornemen van Abraham was zijn zoon te offeren, en hem de uitkomst van dit werk specialijk onbekend was, nochtans geloofde hij dat God zijn zoon hem wedergeven kon; en alzo heeft hij onwetend wat toekomstig was voorzegd.

6 En Abraham nam het hout des brandoffers, en legde het op Izak, zijn zoon; en hij nam het vuur en het mes in zijn hand, en zij beiden gingen samen.1

Original Hebrew

וַ/יִּקַּ֨חו/יק֨חוַ/יִּקַּחו/יקחva/i.yi.Kachand/ he tookH9001H3947GHc+Vqw3ms
אַבְרָהָ֜םאברה֜םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
עֲצֵ֣יעצ֣יעֲצֵיעצי'a.Tzei[the] wood<s> ofH6086GHNcmpc
הָ/עֹלָ֗הה/על֗ההָ/עֹלָהה/עלהha./'o.Lahthe/ burnt offeringH9009H5930AHTd+Ncfsa
וַ/יָּ֙שֶׂם֙ו/י֙שם֙וַ/יָּשֶׂםו/ישםva/i.Ya.semand/ he put [it]H9001H7760HHc+Vqw3ms
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
יִצְחָ֣קיצח֣קיִצְחָקיצחקyitz.ChakIsaacH3327HNpm
בְּנ֔/וֹבנ֔/ובְּנ/וֹבנ/וbe.N/oson/ hisH1121AH9023HNcmsc+Sp3ms
וַ/יִּקַּ֣חו/יק֣חוַ/יִּקַּחו/יקחva/i.yi.Kachand/ he tookH9001H3947GHc+Vqw3ms
בְּ/יָד֔/וֹב/יד֔/ובְּ/יָד/וֹב/יד/וbe./ya.D/oin/ hand/ hisH9003H3027GH9023HR+Ncbsc+Sp3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הָ/אֵ֖שׁה/א֖שהָ/אֵשׁה/אשha./'Eshthe/ fireH9009H0784HTd+Ncbsa
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
הַֽ/מַּאֲכֶ֑לֶתה/מאכ֑לתהַֽ/מַּאֲכֶלֶתה/מאכלתha./ma.'a.Khe.letthe/ knifeH9009H3979HTd+Ncfsa
וַ/יֵּלְכ֥וּו/ילכ֥ווַ/יֵּלְכוּו/ילכוva/i.ye.le.Khuand/ they wentH9001H1980GHc+Vqw3mp
שְׁנֵי/הֶ֖םשני/ה֖םשְׁנֵי/הֶםשני/הםshe.nei./Hem[the] two of/ themH8147H9028HAcbdc+Sp3mp
יַחְדָּֽו\׃יחדו\יַחְדָּֽו\׃יחדו\yach.DavtogetherH3162B\H9016HD
  1. En Abraham Hoewel het onzeker is hoe oud Izak in dezen tijd was [enigen menen vijf en twintig jaren, anderen minder, anderen meer] nochtans is hieruit af te nemen dat hij tamelijk oud was, omdat hij het hout, waarmede de ezel was beladen geweest, heeft kunnen dragen op het gebergte. Zie boven vs.5

7 Toen sprak Izak tot Abraham, zijn vader, en zeide: Mijn vader! En hij zeide: Zie, hier ben ik, mijn zoon! En hij zeide: Zie het vuur en het hout; maar waar is het lam tot het brandoffer?1

Original Hebrew

וַ/יֹּ֨אמֶרו/י֨אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
יִצְחָ֜קיצח֜קיִצְחָקיצחקyitz.ChakIsaacH3327HNpm
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
אַבְרָהָ֤םאברה֤םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
אָבִי/ו֙אבי/ו֙אָבִי/ואבי/ו'a.Vi/vfather/ hisH0001GH9023HNcmsc+Sp3ms
וַ/יֹּ֣אמֶרו/י֣אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אָבִ֔/יאב֔/יאָבִ/יאב/י'a.V/iO father/ myH0001GH9020HNcmsc+Sp1bs
וַ/יֹּ֖אמֶרו/י֖אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
הִנֶּ֣נִּֽ/יהנ֣נ/יהִנֶּנִּֽ/יהננ/יhi.Ne./nihere [am]/ IH2009H9040HTj+Sp1bs
בְנִ֑/יבנ֑/יבְנִ/יבנ/יve.N/iO son/ myH1121AH9020HNcmsc+Sp1bs
וַ/יֹּ֗אמֶרו/י֗אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
הִנֵּ֤ההנ֤ההִנֵּההנהhi.Nehhere!H2009HTj
הָ/אֵשׁ֙ה/אש֙הָ/אֵשׁה/אשha./'Eshthe/ fireH9009H0784HTd+Ncbsa
וְ/הָ֣/עֵצִ֔יםו/ה֣/עצ֔יםוְ/הָ/עֵצִיםו/ה/עציםve./Ha./'e.Tzimand/ the/ wood<s>H9002H9009H6086GHC+Td+Ncmpa
וְ/אַיֵּ֥הו/אי֥הוְ/אַיֵּהו/איהve./'ai.Yehand/ where?H9002H0346HC+Ti
הַ/שֶּׂ֖הה/ש֖ההַ/שֶּׂהה/שהha./Seh[is] the/ sheepH9009H7716HTd+Ncbsa
לְ/עֹלָֽה\׃ל/עלה\לְ/עֹלָֽה\׃ל/עלה\le./'o.Lahfor/ a burnt offeringH9005H5930A\H9016HR+Ncfsa
  1. Mijn vader De liefelijke woorden van Izak zouden Abraham naar het vlees wel veel hebben kunnen hinderen, maar door des Heeren Geest verwekten zij in hem meerder vertrouwen van een goede uitkomst, gelijk zijn antwoord getuigt.

8 En Abraham zeide: God zal Zichzelven een lam ten brandoffer voorzien, mijn zoon! Zo gingen zij beiden samen.1

Original Hebrew

וַ/יֹּ֙אמֶר֙ו/י֙אמר֙וַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אַבְרָהָ֔םאברה֔םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
אֱלֹהִ֞יםאלה֞יםאֱלֹהִיםאלהים'E.lo.HimGodH0430GHNcmpa
יִרְאֶה\־יראה\יִרְאֶה\־יראה\yir.'eh-he will seeH7200J\H9014HVqi3ms
לּ֥/וֹל֥/ולּ/וֹל/וl/ofor <the>/ himselfH9005H9033HRd+Sp3ms
הַ/שֶּׂ֛הה/ש֛ההַ/שֶּׂהה/שהha./Sehthe/ sheepH9009H7716HTd+Ncbsa
לְ/עֹלָ֖הל/על֖הלְ/עֹלָהל/עלהle./'o.Lahfor/ a burnt offeringH9005H5930AHR+Ncfsa
בְּנִ֑/יבנ֑/יבְּנִ/יבנ/יbe.N/iO son/ myH1121AH9020HNcmsc+Sp1bs
וַ/יֵּלְכ֥וּו/ילכ֥ווַ/יֵּלְכוּו/ילכוva/i.ye.le.Khuand/ they wentH9001H1980GHc+Vqw3mp
שְׁנֵי/הֶ֖םשני/ה֖םשְׁנֵי/הֶםשני/הםshe.nei./Hem[the] two of/ themH8147H9028HAcbdc+Sp3mp
יַחְדָּֽו\׃יחדו\יַחְדָּֽו\׃יחדו\yach.DavtogetherH3162B\H9016HD
  1. voorzien, Hebr. zien. Verg. onder vs.14.

9 En zij kwamen ter plaatse, die hem God gezegd had; en Abraham bouwde aldaar een altaar, en hij schikte het hout, en bond zijn zoon Izak, en leide hem op het altaar boven op het hout.1

Original Hebrew

וַ/יָּבֹ֗אוּו/יב֗אווַ/יָּבֹאוּו/יבאוva/i.ya.Vo.'uand/ they cameH9001H0935GHc+Vqw3mp
אֶֽל\־אל\אֶֽל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
הַ/מָּקוֹם֮ה/מקום֮הַ/מָּקוֹםה/מקוםha./ma.kOmthe/ placeH9009H4725HTd+Ncmsa
אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
אָֽמַר\־אמר\אָֽמַר\־אמר\'a.mar-he had saidH0559\H9014HVqp3ms
ל֣/וֹל֣/ול/וֹל/וl/oto <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
הָ/אֱלֹהִים֒ה/אלהים֒הָ/אֱלֹהִיםה/אלהיםha./'E.lo.Him<the>/ GodH9009H0430GHTd+Ncmpa
וַ/יִּ֨בֶןו/י֨בןוַ/יִּבֶןו/יבןva/i.Yi.venand/ he builtH9001H1129Hc+Vqw3ms
שָׁ֤םש֤םשָׁםשםshamthereH8033GHD
אַבְרָהָם֙אברהם֙אַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הַ/מִּזְבֵּ֔חַה/מזב֔חהַ/מִּזְבֵּחַה/מזבחha./miz.Be.achthe/ altarH9009H4196HTd+Ncmsa
וַֽ/יַּעֲרֹ֖ךְו/יער֖ךוַֽ/יַּעֲרֹךְו/יערךva/i.ya.'a.Rokhand/ he arrangedH9001H6186AHc+Vqw3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הָ/עֵצִ֑יםה/עצ֑יםהָ/עֵצִיםה/עציםha./'e.Tzimthe/ wood<s>H9009H6086GHTd+Ncmpa
וַֽ/יַּעֲקֹד֙ו/יעקד֙וַֽ/יַּעֲקֹדו/יעקדva/i.ya.'a.Kodand/ he boundH9001H6123Hc+Vqw3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
יִצְחָ֣קיצח֣קיִצְחָקיצחקyitz.ChakIsaacH3327HNpm
בְּנ֔/וֹבנ֔/ובְּנ/וֹבנ/וbe.N/oson/ hisH1121AH9023HNcmsc+Sp3ms
וַ/יָּ֤שֶׂםו/י֤שםוַ/יָּשֶׂםו/ישםva/i.Ya.semand/ he putH9001H7760HHc+Vqw3ms
אֹת/וֹ֙את/ו֙אֹת/וֹאת/ו'o.T/o<obj.>/ himH0853H9033HTo+Sp3ms
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
הַ/מִּזְבֵּ֔חַה/מזב֔חהַ/מִּזְבֵּחַה/מזבחha./miz.Be.achthe/ altarH9009H4196HTd+Ncmsa
מִ/מַּ֖עַלמ/מ֖עלמִ/מַּעַלמ/מעלmi./Ma.'alfrom/ aboveH9006H4605HR+Acbsa
לָ/עֵצִֽים\׃ל/עצים\לָ/עֵצִֽים\׃ל/עצים\la./'e.Tzim<to> the/ wood<s>H9005H6086G\H9016HRd+Ncmpa
  1. bond zijn Gelijk de beesten ter offerande aan hun vier voeten gebonden worden, alzo heeft Abraham zijn zoon Izak aan handen en voeten gebonden, zoals enigen menen, omdat het Hebreeuwse woord, van de offeranden gebruikt zijnde, zulks dikwijls betekent. Merk hier de bijzondere lijdzaamheid en gehoorzaamheid van Izak, die zonder twijfel door zijn vader daartoe tevoren was overreed.

10 En Abraham strekte zijn hand uit, en nam het mes om zijn zoon te slachten.1

Original Hebrew

וַ/יִּשְׁלַ֤חו/ישל֤חוַ/יִּשְׁלַחו/ישלחva/i.yish.Lachand/ he stretched outH9001H7971KHc+Vqw3ms
אַבְרָהָם֙אברהם֙אַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
יָד֔/וֹיד֔/ויָד/וֹיד/וya.D/ohand/ hisH3027GH9023HNcbsc+Sp3ms
וַ/יִּקַּ֖חו/יק֖חוַ/יִּקַּחו/יקחva/i.yi.Kachand/ he tookH9001H3947GHc+Vqw3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הַֽ/מַּאֲכֶ֑לֶתה/מאכ֑לתהַֽ/מַּאֲכֶלֶתה/מאכלתha./ma.'a.Khe.letthe/ knifeH9009H3979HTd+Ncfsa
לִ/שְׁחֹ֖טל/שח֖טלִ/שְׁחֹטל/שחטli/sh.Chotto/ slaughterH9005H7819AHR+Vqcc
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
בְּנֽ/וֹ\׃בנ/ו\בְּנֽ/וֹ\׃בנ/ו\be.N/oson/ hisH1121AH9023\H9016HNcmsc+Sp3ms
  1. te slachten Anders, de keel af te snijden.

11 Maar de Engel des Heeren riep tot hem van den hemel, en zeide: Abraham, Abraham! En hij zeide: Zie, hier ben ik!12

Original Hebrew

וַ/יִּקְרָ֨או/יקר֨אוַ/יִּקְרָאו/יקראva/i.yik.Ra'and/ he calledH9001H7121GHc+Vqw3ms
אֵלָ֜י/ואל֜י/ואֵלָי/ואלי/ו'e.La/vto/ himH0413H9033HRd+Sp3ms
מַלְאַ֤ךְמלא֤ךמַלְאַךְמלאךmal.'Akh[the] angel ofH4397HHNcmsc
יְהוָה֙יהוה֙יְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
מִן\־מן\מִן\־מן\min-fromH4480A\H9014HR
הַ/שָּׁמַ֔יִםה/שמ֔יםהַ/שָּׁמַיִםה/שמיםha./sha.Ma.yimthe/ heavensH9009H8064HTd+Ncmpa
וַ/יֹּ֖אמֶרו/י֖אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אַבְרָהָ֣ם\׀אברה֣ם\אַבְרָהָם\׀אברהם\'av.ra.HamO AbrahamH0085\H9015HNpm
אַבְרָהָ֑םאברה֑םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
וַ/יֹּ֖אמֶרו/י֖אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
הִנֵּֽנִ/י\׃הננ/י\הִנֵּֽנִ/י\׃הננ/י\hi.Ne./nihere [am]/ IH2009H9040\H9016HTj+Sp1bs
  1. engel des Versta, den Zoon Gods, blijkende uit het einde van het 12 vs . en het ganse vervolg dezer historie. Verg. Gen 18:1, Gen 18:17, Gen 18:22, en Gen 19:18-19, Gen 19:21, Gen 19:24.
  2. Abraham, De naam wordt verdubbeld, omdat de zaak haast vereiste, dewijl Abraham bezig was om het mes aan de keel te brengen en de snede te geven.

12 Toen zeide Hij: Strek uw hand niet uit aan den jongen, en doe hem niets! want nu weet Ik, dat gij God vrezende zijt, en uw zoon, uw enige, van Mij niet hebt onthouden.123

Original Hebrew

וַ/יֹּ֗אמֶרו/י֗אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אַל\־אל\אַל\־אל\'al-may notH0408\H9014HTn
תִּשְׁלַ֤חתשל֤חתִּשְׁלַחתשלחtish.Lachyou stretch outH7971KHVqj2ms
יָֽדְ/ךָ֙יד/ך֙יָֽדְ/ךָיד/ךya.de./Khahand/ yourH3027GH9021HNcbsc+Sp2ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-againstH0413\H9014HR
הַ/נַּ֔עַרה/נ֔ערהַ/נַּעַרה/נערha./Na.'arthe/ ladH9009H5288HTd+Ncmsa
וְ/אַל\־ו/אל\וְ/אַל\־ו/אל\ve./'al-and/ may notH9002H0408\H9014HC+Tn
תַּ֥עַשׂת֥עשתַּעַשׂתעשTa.'asyou doH6213AHVqj2ms
ל֖/וֹל֖/ול/וֹל/וl/oto <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
מְא֑וּמָּהמא֑ומהמְאוּמָּהמאומהme.'U.mahanythingH3972HNcfsa
כִּ֣י\׀כ֣י\כִּי\׀כי\kiforH3588A\H9015HTc
עַתָּ֣העת֣העַתָּהעתה'a.TahnowH6258HD
יָדַ֗עְתִּייד֗עתייָדַעְתִּיידעתיya.Da'.tiI knowH3045HVqp1cs
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-thatH3588A\H9014HTc
יְרֵ֤איר֤איְרֵאיראye.Re'[are one] fearingH3373HAamsc
אֱלֹהִים֙אלהים֙אֱלֹהִיםאלהים'E.lo.Him<of> GodH0430GHNcmpa
אַ֔תָּהא֔תהאַתָּהאתה'A.tahyouH0859AHPp2ms
וְ/לֹ֥או/ל֥אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
חָשַׂ֛כְתָּחש֛כתחָשַׂכְתָּחשכתcha.Sakh.tayou have withheldH2820HVqp2ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
בִּנְ/ךָ֥בנ/ך֥בִּנְ/ךָבנ/ךbin./Khason/ yourH1121AH9021HNcmsc+Sp2ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
יְחִידְ/ךָ֖יחיד/ך֖יְחִידְ/ךָיחיד/ךye.chi.de./Khaonly [son]/ yourH3173H9021HAamsc+Sp2ms
מִמֶּֽ/נִּי\׃ממ/ני\מִמֶּֽ/נִּי\׃ממ/ני\mi.Me./nifrom/ meH4480AH9030\H9016HRd+Sp1bs
  1. Strek uw Door dit bevel openbaart nu God zijn verborgen raad en voornemen in deze verzoeking, hetwelk Hij in het voorgaande bevel, vs.2, niet gedaan had.
  2. nu weet Menselijker wijze van God gesproken, gelijk vs.1, want Abrahams godvruchtigheid was God tevoren genoeg bekend, maar Hij wordt gezegd nu daarvan kennis te hebben, omdat Hij haar door deze verzoeking aan zijn ganse kerk ten volle bekend had gemaakt. Zo wordt het Hebreeuwse woord genomen Psa 139:23. Beproef mij en ken mijn gedachten. Want tevoren had hij gezegd vs.2: Gij verstaat mijn gedachten van verre.
  3. van Mij Hieruit blijkt dat het God zelf is, die hier spreekt.

13 Toen hief Abraham zijn ogen op, en zag om, en ziet, achter was een ram in de verwarde struiken vast met zijn hoornen; en Abraham ging, en nam dien ram, en offerde hem ten brandoffer in zijns zoons plaats.12

Original Hebrew

וַ/יִּשָּׂ֨או/יש֨אוַ/יִּשָּׂאו/ישאva/i.yi.Sa'and/ he lifted upH9001H5375MHc+Vqw3ms
אַבְרָהָ֜םאברה֜םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
עֵינָ֗י/ועינ֗י/ועֵינָי/ועיני/ו'ei.Na/veyes/ hisH5869AH9023HNcfdc+Sp3ms
וַ/יַּרְא֙ו/ירא֙וַ/יַּרְאו/יראva/i.yaR'and/ he sawH9001H7200GHc+Vqw3ms
וְ/הִנֵּה\־ו/הנה\וְ/הִנֵּה\־ו/הנה\ve./hi.neh-and/ there!H9002H2009\H9014HC+Tj
אַ֔יִלא֔ילאַיִלאיל'A.yila ramH0352AHNcmsa
אַחַ֕ראח֕ראַחַראחר'a.CharbehindH0310AHAcmsa
נֶאֱחַ֥זנאח֥זנֶאֱחַזנאחזne.'e.Chazit was caughtH0270HVNp3ms
בַּ/סְּבַ֖ךְב/סב֖ךבַּ/סְּבַךְב/סבךba./se.Vakhin the/ thicketH9003H5442HRd+Ncmsa
בְּ/קַרְנָ֑י/וב/קרנ֑י/ובְּ/קַרְנָי/וב/קרני/וbe./kar.Na/vby/ horns/ itsH9003H7161AH9023HR+Ncfdc+Sp3ms
וַ/יֵּ֤לֶךְו/י֤לךוַ/יֵּלֶךְו/ילךva/i.Ye.lekhand/ he wentH9001H1980GHc+Vqw3ms
אַבְרָהָם֙אברהם֙אַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
וַ/יִּקַּ֣חו/יק֣חוַ/יִּקַּחו/יקחva/i.yi.Kachand/ he tookH9001H3947GHc+Vqw3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הָ/אַ֔יִלה/א֔ילהָ/אַיִלה/אילha./'A.yilthe/ ramH9009H0352AHTd+Ncmsa
וַ/יַּעֲלֵ֥/הוּו/יעל֥/הווַ/יַּעֲלֵ/הוּו/יעל/הוva/i.ya.'a.Le./huand/ he offered up/ itH9001H5927IH9033Hc+Vhw3ms+Sp3ms
לְ/עֹלָ֖הל/על֖הלְ/עֹלָהל/עלהle./'o.Lahto/ a burnt offeringH9005H5930AHR+Ncfsa
תַּ֥חַתת֥חתתַּחַתתחתTa.chatin place ofH8478HHNcmsc
בְּנֽ/וֹ\׃בנ/ו\בְּנֽ/וֹ\׃בנ/ו\be.N/oson/ hisH1121AH9023\H9016HNcmsc+Sp3ms
  1. achter Het schijnt dat de engel Abraham van achteren geroepen heeft, zodat hij, omziende, meteen den ram gezien heeft; verstaande terstond door Gods ingeven, dat hij dien in zijns zoons plaats zou slachten.
  2. in de Te weten, van een haag of doornbos.

14 En Abraham noemde den naam van die plaats: De Heere zal het voorzien! Waarom heden ten dage gezegd wordt: Op den berg des Heeren zal het voorzien worden!123

Original Hebrew

וַ/יִּקְרָ֧או/יקר֧אוַ/יִּקְרָאו/יקראva/i.yik.Ra'and/ he calledH9001H7121HHc+Vqw3ms
אַבְרָהָ֛םאברה֛םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
שֵֽׁם\־שם\שֵֽׁם\־שם\shem-[the] name ofH8034\H9014HNcmsc
הַ/מָּק֥וֹםה/מק֥וםהַ/מָּקוֹםה/מקוםha./ma.Komthe/ placeH9009H4725HTd+Ncmsa
הַ/ה֖וּאה/ה֖ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms
יְהוָ֣ה\׀יהו֣ה\יְהוָה\׀יהוה\Yah.wehYahwehH3068G\H9015HNpt
יִרְאֶ֑הירא֑היִרְאֶהיראהyir.'Ehhe will seeH7200NHVqi3ms
אֲשֶׁר֙אשר֙אֲשֶׁראשר'a.SherthatH0834AHTr
יֵאָמֵ֣ריאמ֣ריֵאָמֵריאמרye.'a.Merit is saidH0559HVNi3ms
הַ/יּ֔וֹםה/י֔וםהַ/יּוֹםה/יוםhai./Yomthis/ dayH9009H3117LHTd+Ncmsa
בְּ/הַ֥רב/ה֥רבְּ/הַרב/הרbe./Haron/ [the] mountain ofH9003H2022GHR+Ncmsc
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
יֵרָאֶֽה\׃יראה\יֵרָאֶֽה\׃יראה\ye.ra.'Ehit will be seenH7200G\H9016HVNi3ms
  1. Abraham Vergelijkende zijn vertrouwen vs.8, met deze uitkomst.
  2. HEERE Versta, dat de berg Moria den naam heeft van het antwoord, dat Abraham zijn zoon gaf, vs.8, gelijk ook het woord Moria schier hetzelfde betekent; dat is, het gezicht Gods.
  3. Op den Een spreekwoord, gebruikt van degenen, die in den uitersten nood zijnde, en geen menselijke uitkomst ziende, zich op de trouwe voorzienigheid Gods verlieten.

15 Toen riep de Engel des Heeren tot Abraham ten tweeden male van den hemel;

Original Hebrew

וַ/יִּקְרָ֛או/יקר֛אוַ/יִּקְרָאו/יקראva/i.yik.Ra'and/ he calledH9001H7121GHc+Vqw3ms
מַלְאַ֥ךְמלא֥ךמַלְאַךְמלאךmal.'Akh[the] angel ofH4397HHNcmsc
יְהוָ֖היהו֖היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
אַבְרָהָ֑םאברה֑םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
שֵׁנִ֖יתשנ֖יתשֵׁנִיתשניתshe.Nita second [time]H8145HAofsc
מִן\־מן\מִן\־מן\min-fromH4480A\H9014HR
הַ/שָּׁמָֽיִם\׃ה/שמים\הַ/שָּׁמָֽיִם\׃ה/שמים\ha./sha.Ma.yimthe/ heavensH9009H8064\H9016HTd+Ncmpa

16 En zeide: Ik zweer bij Mijzelven, spreekt de Heere; daarom dat gij deze zaak gedaan hebt, en uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt;12

Original Hebrew

וַ/יֹּ֕אמֶרו/י֕אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
בִּ֥/יב֥/יבִּ/יב/יb/iby <the>/ myselfH9003H9030HRd+Sp1bs
נִשְׁבַּ֖עְתִּינשב֖עתינִשְׁבַּעְתִּינשבעתיnish.Ba'.tiI swearH7650HVNp1cs
נְאֻם\־נאם\נְאֻם\־נאם\ne.'um-[the] utterance ofH5002\H9014HNcmsc
יְהוָ֑היהו֑היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
כִּ֗יכ֗יכִּיכיKithatH3588AHTc
יַ֚עַןי֚עןיַעַןיעןYa.'anbecauseH3282HC
אֲשֶׁ֤ראש֤ראֲשֶׁראשר'a.SherthatH0834AHTr
עָשִׂ֙יתָ֙עש֙ית֙עָשִׂיתָעשית'a.Si.tayou have doneH6213AHVqp2ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הַ/דָּבָ֣רה/דב֣רהַ/דָּבָרה/דברha./da.Varthe/ thingH9009H1697IHTd+Ncmsa
הַ/זֶּ֔הה/ז֔ההַ/זֶּהה/זהha./Zeh<the>/ thisH9009H2088HTd+Tm
וְ/לֹ֥או/ל֥אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
חָשַׂ֖כְתָּחש֖כתחָשַׂכְתָּחשכתcha.Sakh.tayou have withheldH2820HVqp2ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
בִּנְ/ךָ֥בנ/ך֥בִּנְ/ךָבנ/ךbin./Khason/ yourH1121AH9021HNcmsc+Sp2ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
יְחִידֶֽ/ךָ\׃יחיד/ך\יְחִידֶֽ/ךָ\׃יחיד/ך\ye.chi.De./khaonly [son]/ yourH3173H9021\H9016HAamsc+Sp2ms
  1. bij Mijzelven, Want Hij had geen meerderen, om bij te zweren; Heb 6:13. Zie ook Jer 22:5. Elders zweert God bij zijn groten naam, Jer 44:26; ook bij zijn ziel, Jer 51:14; en bij zijn heiligheid, Amo 4:2. Dat is, bij zichzelven. In het volgende: spreekt. Hebr. Neüm. Zie van dit woord Jer 23:31.
  2. daarom Versta hierdoor geen verdienende oorzaak der volgende belofte, die ook tevoren Abraham gedaan was, maar de vrucht of het einde der gehoorzaamheid Abrahams, die God uit genade met de vernieuwing zijner belofte, en met dezen zijn eed heeft willen vereren en belonen, tot meerdere versterking van het geloof Abrahams en zijner ganse kerk; zie hiervan Heb 6:13-14, Heb 6:17-18.

17 Voorzeker zal Ik u grotelijks zegenen, en uw zaad zeer vermenigvuldigen, als de sterren des hemels, en als het zand, dat aan den oever der zee is; en uw zaad zal de poort zijner vijanden erfelijk bezitten.123

Original Hebrew

כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
בָרֵ֣ךְבר֣ךבָרֵךְברךva.Rekhsurely <bless>H1288HVpcc
אֲבָרֶכְ/ךָ֗אברכ/ך֗אֲבָרֶכְ/ךָאברכ/ך'a.va.rekh./KhaI will bless/ youH1288H9031HVpi1cs+Sp2ms
וְ/הַרְבָּ֨הו/הרב֨הוְ/הַרְבָּהו/הרבהve./har.Bahand/ certainly <to increase>H9002H7235AHC+Vhaa
אַרְבֶּ֤הארב֤האַרְבֶּהארבה'ar.BehI will increaseH7235AHVhi1cs
אֶֽת\־את\אֶֽת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
זַרְעֲ/ךָ֙זרע/ך֙זַרְעֲ/ךָזרע/ךzar.'a./Khaoffspring/ yourH2233HH9021HNcmsc+Sp2ms
כְּ/כוֹכְבֵ֣יכ/כוכב֣יכְּ/כוֹכְבֵיכ/כוכביke./chokh.Veilike/ [the] stars ofH9004H3556HR+Ncmpc
הַ/שָּׁמַ֔יִםה/שמ֔יםהַ/שָּׁמַיִםה/שמיםha./sha.Ma.yimthe/ heavensH9009H8064HTd+Ncmpa
וְ/כַ/ח֕וֹלו/כ/ח֕ולוְ/כַ/חוֹלו/כ/חולve./kha./Choland/ like the/ sandH9002H9004H2344HC+Rd+Ncmsa
אֲשֶׁ֖ראש֖ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
עַל\־על\עַל\־על\'al-[is] onH5921A\H9014HR
שְׂפַ֣תשפ֣תשְׂפַתשפתse.Fat[the] shore ofH8193JHNcfsc
הַ/יָּ֑םה/י֑םהַ/יָּםה/יםhai./Yamthe/ seaH9009H3220GHTd+Ncmsa
וְ/יִרַ֣שׁו/יר֣שוְ/יִרַשׁו/ירשve./yi.Rashso/ <it> may take possession ofH9002H3423HHC+Vqu3ms
זַרְעֲ/ךָ֔זרע/ך֔זַרְעֲ/ךָזרע/ךzar.'a./Khaoffspring/ yourH2233HH9021HNcmsc+Sp2ms
אֵ֖תא֖תאֵתאת'et<obj.>H0853HTo
שַׁ֥עַרש֥ערשַׁעַרשערSha.'ar[the] gate ofH8179GHNcmsc
אֹיְבָֽי/ו\׃איבי/ו\אֹיְבָֽי/ו\׃איבי/ו\'o.ye.Va/venemies/ itsH0341H9023\H9016HVqrmpc+Sp3ms
  1. Voorzeker Hebr. zegenende zegenen, en vermenigvuldigende zal Ik vermenigvuldigen.
  2. aan den Hebr. aan de lip der zee; alzo onder, Gen 41:4; Jos 11:4, 1Sa 13:5.
  3. de poort Dat is, gebied, geweld, steden en landen, want bij de ouden is in de poort het gericht geweest, Deu 21:19; en Deu 22:15; Amo 5:12, Amo 5:15; Zec 8:16, idem, der steden sterkte. Zie Jdg 5:8; Psa 147:13; Isa 22:7; Eze 21:22. Hierom zijn ook poorten de steden zelf, Deu 22:15 en Deu 18:6, ja de steden van een geheel land, Jer 14:2. Dit is ten aanzien van het lichamelijke vervuld in Jozua, David, enz., maar voornamelijk en geestelijk in den Messias, Psa 2:8-9 en Psa 110:1-3; Col 2:15, die zijn kerk en dienstknechten ziujn overwinning deelachtig maakt; 1Co 15:57; 2Co 2:14 en 2Co 10:5-6.

18 En in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde, naardien gij Mijn stem gehoorzaam geweest zijt.1234

Original Hebrew

וְ/הִתְבָּרֲכ֣וּו/התברכ֣ווְ/הִתְבָּרֲכוּו/התברכוve./hit.ba.ra.Khuand/ they will bless themselvesH9001H1288Hc+Vtq3cp
בְ/זַרְעֲ/ךָ֔ב/זרע/ך֔בְ/זַרְעֲ/ךָב/זרע/ךve./zar.'a./Khaby/ offspring/ yourH9003H2233HH9021HR+Ncmsc+Sp2ms
כֹּ֖לכ֖לכֹּלכלkolallH3605HNcmsc
גּוֹיֵ֣יגוי֣יגּוֹיֵיגוייgo.Yei[the] nations ofH1471AHNcmpc
הָ/אָ֑רֶץה/א֑רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ earthH9009H0776GHTd+Ncfsa
עֵ֕קֶבע֕קבעֵקֶבעקב'E.kevconsequenceH6118HNcmsc
אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherthatH0834AHTr
שָׁמַ֖עְתָּשמ֖עתשָׁמַעְתָּשמעתsha.Ma'.tayou have listenedH8085HHVqp2ms
בְּ/קֹלִֽ/י\׃ב/קל/י\בְּ/קֹלִֽ/י\׃ב/קל/י\be./ko.L/ito/ voice/ myH9003H6963AH9020\H9016HR+Ncmsc+Sp1bs
  1. in uw Dat is, in Christus, die uit uw zaad naar het vlees voortkomen zal. Zie boven Gen 12:3.
  2. zullen Zie Act 3:25; Gal 3:8, Gal 3:16.
  3. alle Niet alleen, die uit uw vlees zullen voortkomen, maar ook alle andere volken, die in uw zaad aan den Messias geloven zullen. Zie Gal 3:29.
  4. naardien Zie vs.16.

19 Toen keerde Abraham weder tot zijn jongeren, en zij maakten zich op, en zij gingen samen naar Ber-seba; en Abraham woonde te Ber-seba.1

Original Hebrew

וַ/יָּ֤שָׁבו/י֤שבוַ/יָּשָׁבו/ישבva/i.Ya.shovand/ he returnedH9001H7725GHc+Vqw3ms
אַבְרָהָם֙אברהם֙אַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
נְעָרָ֔י/ונער֔י/ונְעָרָי/ונערי/וne.'a.Ra/vservants/ hisH5288H9023HNcmpc+Sp3ms
וַ/יָּקֻ֛מוּו/יק֛מווַ/יָּקֻמוּו/יקמוva/i.ya.Ku.muand/ they aroseH9001H6965BHc+Vqw3mp
וַ/יֵּלְכ֥וּו/ילכ֥ווַ/יֵּלְכוּו/ילכוva/i.ye.le.Khuand/ they wentH9001H1980GHc+Vqw3mp
יַחְדָּ֖ויחד֖ויַחְדָּויחדוyach.DavtogetherH3162BHD
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
בְּאֵ֣רבא֣רבְּאֵרבארbe.'ErBeerH0884HNpl
שָׁ֑בַעש֑בעשָׁבַעשבעSha.va'ShebaH0884HNpl
וַ/יֵּ֥שֶׁבו/י֥שבוַ/יֵּשֶׁבו/ישבva/i.Ye.shevand/ he dweltH9001H3427Hc+Vqw3ms
אַבְרָהָ֖םאברה֖םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm
בִּ/בְאֵ֥רב/בא֥רבִּ/בְאֵרב/בארbi/v.'Erin/ BeerH9003H0884HR+Npl
שָֽׁבַע\׃\ \פשבע\\ \פשָֽׁבַע\׃\ \פשבע\\ \פSha.va'ShebaH0884\H9016\ \H9017HNpl
  1. Ber-séba; Zie boven, Gen 21:31.

20 En het geschiedde na deze dingen, dat men Abraham boodschapte, zeggende: Zie, Milka heeft ook Nahor, uw broeder, zonen gebaard:1

Original Hebrew

וַ/יְהִ֗יו/יה֗יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it wasH9001H1961Hc+Vqw3ms
אַחֲרֵי֙אחרי֙אַחֲרֵיאחרי'a.cha.ReiafterH0310AHAcmpc
הַ/דְּבָרִ֣יםה/דבר֣יםהַ/דְּבָרִיםה/דבריםha./de.va.Rimthe/ thingsH9009H1697IHTd+Ncmpa
הָ/אֵ֔לֶּהה/א֔לההָ/אֵלֶּהה/אלהha./'E.leh<the>/ theseH9009H0428HTd+Tm
וַ/יֻּגַּ֥דו/יג֥דוַ/יֻּגַּדו/יגדva/i.yu.Gadand/ it was toldH9001H5046Hc+VHw3ms
לְ/אַבְרָהָ֖םל/אברה֖םלְ/אַבְרָהָםל/אברהםle./'av.ra.Hamto/ AbrahamH9005H0085HR+Npm
לֵ/אמֹ֑רל/אמ֑רלֵ/אמֹרל/אמרle./Mor<to>/ sayingH9005H0559HR+Vqcc
הִ֠נֵּהה֠נההִנֵּההנהHi.nehthere!H2009HTj
יָלְדָ֨הילד֨היָלְדָהילדהyale.Dahshe has borneH3205HVqp3fs
מִלְכָּ֥המלכ֥המִלְכָּהמלכהmil.KahMilcahH4435GHNpf
גַם\־גם\גַם\־גם\gam-alsoH1571\H9014HD
הִ֛ואה֛ואהִואהואhi'sheH1931HPp3fs
בָּנִ֖יםבנ֖יםבָּנִיםבניםba.NimchildrenH1121AHNcmpa
לְ/נָח֥וֹרל/נח֥ורלְ/נָחוֹרל/נחורle./na.Chorto/ NahorH9005H5152HHR+Npm
אָחִֽי/ךָ\׃אחי/ך\אָחִֽי/ךָ\׃אחי/ך\'a.Chi./khabrother/ yourH0251GH9021\H9016HNcmsc+Sp2ms
  1. Milka die met Abraham uit Ur der Chaldeën niet was vertrokken naar het land Kanaän, maar had zich met ter woon begeven naar Mesopotamië. Zie boven, Gen 11:29, Gen 11:31, en Gen 24:10.

21 Uz, zijn eerstgeborene, en Buz, zijn broeder, en Kemuël, den vader van Aram,123

Original Hebrew

אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
ע֥וּץע֥וץעוּץעוץ'utzUzH5780HHNpm
בְּכֹר֖/וֹבכר֖/ובְּכֹר/וֹבכר/וbe.kho.R/ofirstborn/ hisH1060H9023HNcmsc+Sp3ms
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
בּ֣וּזב֣וזבּוּזבוזbuzBuzH0938GHNpm
אָחִ֑י/ואח֑י/ואָחִי/ואחי/ו'a.Chi/vbrother/ hisH0251GH9023HNcmsc+Sp3ms
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
קְמוּאֵ֖לקמוא֖לקְמוּאֵלקמואלke.mu.'ElKemuelH7055GHNpm
אֲבִ֥יאב֥יאֲבִיאבי'a.Vi[the] father ofH0001GHNcmsc
אֲרָֽם\׃ארם\אֲרָֽם\׃ארם\'a.RamAramH0758H\H9016HNpl
  1. Uz, Deze Uz, de zoon van Nahor, is van twee anderen van denzelfden naam te onderscheiden: de ene is geweest de zoon van Aram, Sems zoon, boven Gen 10:23, de andere, de zoon van Dischan, de zoon van Seïr den Horiet, ond. Gen 36:28.
  2. Buz, Van dezen menen sommigen dat Elihu de Buziet afkomstig is van welken men zie Job 32:2.
  3. Aram Zie van een anderen Aram, bov. Gen 10:22. Men meent dat van beiden, of een hunner, het landschap Syrië Aram geheten wordt.

22 En Chesed, en Hazo, en Pildas, en Jidlaf, en Bethuël;

Original Hebrew

וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
כֶּ֣שֶׂדכ֣שדכֶּשֶׂדכשדKe.sedKesedH3777HNpm
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
חֲז֔וֹחז֔וחֲזוֹחזוcha.ZoHazoH2375HNpm
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
פִּלְדָּ֖שׁפלד֖שפִּלְדָּשׁפלדשpil.DashPildashH6394HNpm
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
יִדְלָ֑ףידל֑ףיִדְלָףידלףyid.LafJidlaphH3044HNpm
וְ/אֵ֖תו/א֖תוְ/אֵתו/אתve./'Etand/ <obj.>H9002H0853HC+To
בְּתוּאֵֽל\׃בתואל\בְּתוּאֵֽל\׃בתואל\be.tu.'ElBethuelH1328A\H9016HNpm

23 (En Bethuël gewon Rebekka) deze acht baarde Milka aan Nahor, den broeder van Abraham.1

Original Hebrew

וּ/בְתוּאֵ֖לו/בתוא֖לוּ/בְתוּאֵלו/בתואלu./ve.tu.'Eland/ BethuelH9002H1328AHC+Npm
יָלַ֣דיל֣דיָלַדילדya.Ladhe fatheredH3205HVqp3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
רִבְקָ֑הרבק֑הרִבְקָהרבקהriv.KahRebekahH7259HNpf
שְׁמֹנָ֥השמנ֥השְׁמֹנָהשמנהshe.mo.Naheight [sons]H8083HAcbsa
אֵ֙לֶּה֙א֙לה֙אֵלֶּהאלה'e.lehtheseH0428HTm
יָלְדָ֣הילד֣היָלְדָהילדהyal.Dahshe boreH3205HVqp3fs
מִלְכָּ֔המלכ֔המִלְכָּהמלכהmil.KahMilcahH4435GHNpf
לְ/נָח֖וֹרל/נח֖ורלְ/נָחוֹרל/נחורle./na.Chorto/ NahorH9005H5152HHR+Npm
אֲחִ֥יאח֥יאֲחִיאחי'a.Chi[the] brother ofH0251GHNcmsc
אַבְרָהָֽם\׃אברהם\אַבְרָהָֽם\׃אברהם\'av.ra.HamAbrahamH0085\H9016HNpm
  1. Rebekka Hebr. Ribka, die naderhand aan Izak vertrouwd is; ond. Gen 24

24 En zijn bijwijf, welker naam was Reüma, diezelve baarde ook Tebah, en Gaham, en Tahas, en Maacha.12

Original Hebrew

וּ/פִֽילַגְשׁ֖/וֹו/פילגש֖/ווּ/פִֽילַגְשׁ/וֹו/פילגש/וu./fi.lag.Sh/oand/ concubine/ hisH9002H6370H9023HC+Ncfsc+Sp3ms
וּ/שְׁמָ֣/הּו/שמ֣/הוּ/שְׁמָ/הּו/שמ/הu./she.Ma/hand/ name/ herH9002H8034H9024HC+Ncmsc+Sp3fs
רְאוּמָ֑הראומ֑הרְאוּמָהראומהre.'u.Mah[was] ReumahH7208HNpf
וַ/תֵּ֤לֶדו/ת֤לדוַ/תֵּלֶדו/תלדva./Te.ledand/ she boreH9001H3205Hc+Vqw3fs
גַּם\־גם\גַּם\־גם\gam-alsoH1571\H9014HD
הִוא֙הוא֙הִואהואhi'sheH1931HPp3fs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
טֶ֣בַחט֣בחטֶבַחטבחTe.vachTebahH2875HNpm
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
גַּ֔חַםג֔חםגַּחַםגחםGa.chamGahamH1514HNpm
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
תַּ֖חַשׁת֖חשתַּחַשׁתחשTa.chashTahashH8477HNpm
וְ/אֶֽת\־ו/את\וְ/אֶֽת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
מַעֲכָֽה\׃\ \סמעכה\\ \סמַעֲכָֽה\׃\ \סמעכה\\ \סma.'a.KhahMaacahH4601G\H9016\ \H9018HNpm
  1. bijwijf, Versta een zodanige vrouw, die wel tot voortteling van kinderen getrouwd werd, naar het misbruik van dien tijd, maar evenwel werd genomen zonder bruidschat en huwelijkscontract, staande onder de wettelijke en principale huisvrouw; gelijk ook haar kinderen geen erfgenamen waren, maar werden met giften of legaten uitgezet; bov. Gen 21:14-15, en Gen 25:6. Het Hebreeuwse woord betekent een gedeelde of halve vrouw.
  2. Máächa. Dit schijnt hier de naam van een man te zijn; alsook 2Sa 10:6, de naam van zekeren koning. Aldus was ook genoemd de moeder van den koning Asa, 1Ki 15:13.