reltext

Chapter 12

1 De Heere nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal.123

Original Hebrew

וַ/יֹּ֤אמֶרו/י֤אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
יְהוָה֙יהוה֙יְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
אַבְרָ֔םאבר֔םאַבְרָםאברם'av.RamAbramH0087HNpm
לֶךְ\־לך\לֶךְ\־לך\lekh-goH1980G\H9014HVqv2ms
לְ/ךָ֛ל/ך֛לְ/ךָל/ךle./Khafor <the>/ yourselfH9005H9031HRd+Sp2ms
מֵ/אַרְצְ/ךָ֥מ/ארצ/ך֥מֵ/אַרְצְ/ךָמ/ארצ/ךme./'ar.tze./Khafrom/ land/ yourH9006H0776GH9021HR+Ncfsc+Sp2ms
וּ/מִ/מּֽוֹלַדְתְּ/ךָ֖ו/מ/מולדת/ך֖וּ/מִ/מּֽוֹלַדְתְּ/ךָו/מ/מולדת/ךu./mi./mo.lad.te./Khaand/ from/ kindred/ yourH9002H9006H4138H9021HC+R+Ncfsc+Sp2ms
וּ/מִ/בֵּ֣יתו/מ/ב֣יתוּ/מִ/בֵּיתו/מ/ביתu./mi./Beitand/ from/ [the] household ofH9002H9006H1004MHC+R+Ncmsc
אָבִ֑י/ךָאב֑י/ךאָבִי/ךָאבי/ך'a.Vi./khafather/ yourH0001GH9021HNcmsc+Sp2ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
הָ/אָ֖רֶץה/א֖רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ landH9009H0776GHTd+Ncfsa
אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
אַרְאֶֽ/ךָּ\׃ארא/ך\אַרְאֶֽ/ךָּ\׃ארא/ך\'ar.'E./kaI will show/ youH7200GH9031\H9016HVhi1cs+Sp2ms
  1. Abram Te weten, eer hij uit Chaldea vertrokken was, want dit bevel van God was de oorzaak zijner verhuizing uit Chaldea, eer hij nog wist waar hij heentrekken zou; hetwelk hem daarna is geopenbaard. Zie boven Gen 11:31. Verg. hiermede Act 7:3-4.
  2. Ga gij Hebr. Ga voor u, of ga u. Dat is, tot uw best; alzo onder Gen 22:2, idem, vlied voor u, onder Gen 27:43, onderken voor u, onder Gen 31:32, doch overigens is dit woordje u, dikwerf in de Hebr. taal als een overtollig bijvoegsel, zoals het sommigen hier ook verstaan.
  3. dat Ik u wijzen zal Hij noemt geen land, om aldus Abrams geloof, gehoorzaamheid en geduld door beproeving te oefenen en openbaar te maken.

2 En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen!123

Original Hebrew

וְ/אֶֽעֶשְׂ/ךָ֙ו/אעש/ך֙וְ/אֶֽעֶשְׂ/ךָו/אעש/ךve./'e.'es./Khaso/ I may make/ youH9002H6213HH9031HC+Vqu1cs+Sp2ms
לְ/ג֣וֹיל/ג֣וילְ/גוֹיל/גויle./Goyinto/ a nationH9005H1471AHR+Ncmsa
גָּד֔וֹלגד֔ולגָּדוֹלגדולga.DolgreatH1419AHAamsa
וַ/אֲבָ֣רֶכְ/ךָ֔ו/אב֣רכ/ך֔וַ/אֲבָרֶכְ/ךָו/אברכ/ךva./'a.Va.rekh./khaand/ I will bless/ youH9002H1288H9031HC+Vpu1cs+Sp2ms
וַ/אֲגַדְּלָ֖הו/אגדל֖הוַ/אֲגַדְּלָהו/אגדלהva./'a.ga.de.Lahand/ I will make greatH9002H1431HC+Vpc1cs
שְׁמֶ֑/ךָשמ֑/ךשְׁמֶ/ךָשמ/ךshe.Me./khaname/ yourH8034H9021HNcmsc+Sp2ms
וֶ/הְיֵ֖הו/הי֖הוֶ/הְיֵהו/היהve/h.Yehand/ you beH9002H1961HC+Vqv2ms
בְּרָכָֽה\׃ברכה\בְּרָכָֽה\׃ברכה\be.ra.Khaha blessingH1293\H9016HNcfsa
  1. groot volk Niet alleen ten aanzien van de veelheid der mensen, wier vader gij zult wezen naar het vlees, maar ook ten aanzien van hun waardigheid, omdat zij mijn volk en eigendom zullen zijn, wier vader gij zult zijn naar den geest; Rom 4:11-12, Rom 4:16-17, Rom 9:6-8; Gal 3:7.
  2. zegenen, De zegening van God betekent allerlei weldaden, of in het algemeen lichamelijke en geestelijke, aardse en hemelse, tijdelijke en eeuwige, onder 2Sa 4:1; Deu 28:2-4, enz. of in het bijzonder enige derzelve; boven Gen 1:22, Gen 1:28; onder Gen 39:5; Deu 7:13; Eph 1:3.
  3. een zegen Zo gans zeer gezegend, dat gij niet alleen in uzelven mijn zegen bezitten zult, maar dat ook deze zegen door uw zaad over ontallijke anderen uitgespreid zal worden.

3 En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.1

Original Hebrew

וַ/אֲבָֽרֲכָה֙ו/אברכה֙וַ/אֲבָֽרֲכָהו/אברכהva./'a.va.ra.Khahso/ let me blessH9002H1288HC+Vpc1cs
מְבָ֣רְכֶ֔י/ךָמב֣רכ֔י/ךמְבָרְכֶי/ךָמברכי/ךme.Va.re.Khei./kha[those who] bless/ youH1288H9031HVprmpc+Sp2ms
וּ/מְקַלֶּלְ/ךָ֖ו/מקלל/ך֖וּ/מְקַלֶּלְ/ךָו/מקלל/ךu./me.ka.lel./Chaand/ [one who] disdains/ youH9002H7043H9031HC+Vprmsc+Sp2ms
אָאֹ֑ראא֑ראָאֹראאר'a.'OrI will curseH0779HVqi1cs
וְ/נִבְרְכ֣וּו/נברכ֣ווְ/נִבְרְכוּו/נברכוve./niv.re.Khuand/ they will be blessedH9001H1288Hc+VNq3cp
בְ/ךָ֔ב/ך֔בְ/ךָב/ךve./Khaby <the>/ youH9003H9031HRd+Sp2ms
כֹּ֖לכ֖לכֹּלכלkolallH3605HNcmsc
מִשְׁפְּחֹ֥תמשפח֥תמִשְׁפְּחֹתמשפחתmish.pe.Chot[the] clans ofH4940HNcfpc
הָ/אֲדָמָֽה\׃ה/אדמה\הָ/אֲדָמָֽה\׃ה/אדמה\ha./'a.da.Mahthe/ earthH9009H0127I\H9016HTd+Ncfsa
  1. in u Dat is, in uw zaad, onder Gen 22:18, en Gen 26:4, en Gen 28:14; welk zaad is Christus, Gal 3:16; die uit Abrahams zaad naar het vlees moest voortkomen, Mat 1:1, om allen waren gelovigen, wier vader Abraham is, de eeuwige zegening te verwerven en mede te delen; Gal 3:28-29. Anders, met u, te weten door het geloof in Christus, gelijk Gal 3:8-9, in u, wordt uitgelegd, met Abraham. Zie ook Rom 4:11-12, Rom 4:16.

4 En Abram toog heen, gelijk de Heere tot hem gesproken had; en Lot toog met hem; en Abram was vijf en zeventig jaren oud, toen hij uit Haran ging.12

Original Hebrew

וַ/יֵּ֣לֶךְו/י֣לךוַ/יֵּלֶךְו/ילךva/i.Ye.lekhand/ he wentH9001H1980GHc+Vqw3ms
אַבְרָ֗םאבר֗םאַבְרָםאברם'av.RamAbramH0087HNpm
כַּ/אֲשֶׁ֨רכ/אש֨רכַּ/אֲשֶׁרכ/אשרka./'a.Sherjust/ asH9004H0834DHR+Tr
דִּבֶּ֤רדב֤רדִּבֶּרדברdi.Berhe had saidH1696GHVpp3ms
אֵלָי/ו֙אלי/ו֙אֵלָי/ואלי/ו'e.La/vto/ himH0413H9033HRd+Sp3ms
יְהוָ֔היהו֔היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
וַ/יֵּ֥לֶךְו/י֥לךוַ/יֵּלֶךְו/ילךva/i.Ye.lekhand/ he wentH9001H1980GHc+Vqw3ms
אִתּ֖/וֹאת֖/ואִתּ/וֹאת/ו'i.T/owith/ himH0854H9033HRd+Sp3ms
ל֑וֹטל֑וטלוֹטלוטLotLotH3876HNpm
וְ/אַבְרָ֗םו/אבר֗םוְ/אַבְרָםו/אברםve./'av.Ramand/ AbramH9002H0087HC+Npm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[was] a son ofH1121L\H9014HNcmsc
חָמֵ֤שׁחמ֤שחָמֵשׁחמשcha.MeshfiveH2568HAcbsa
שָׁנִים֙שנים֙שָׁנִיםשניםsha.NimyearsH8141HNcmpa
וְ/שִׁבְעִ֣יםו/שבע֣יםוְ/שִׁבְעִיםו/שבעיםve./shiv.'Imand/ seventyH9002H7657HC+Acmpa
שָׁנָ֔השנ֔השָׁנָהשנהsha.Nahyear[s]H8141HNcfsa
בְּ/צֵאת֖/וֹב/צאת֖/ובְּ/צֵאת/וֹב/צאת/וbe./tze.T/owhen/ came out/ heH9003H3318GH9043HR+Vqcc+Sp3ms
מֵ/חָרָֽן\׃מ/חרן\מֵ/חָרָֽן\׃מ/חרן\me./cha.Ranfrom/ HaranH9006H2771A\H9016HR+Npl
  1. vijf en zeventig jaren Hebr. een zoon van vijf jaren en zeventig jaar.
  2. Haran ging Vanwaar hij tevoren met zijn vader Terah uit Chaldea gekomen was, boven Gen 11:31.

5 En Abram nam Sarai, zijn huisvrouw, en Lot, zijns broeders zoon, en al hun have, die zij verworven hadden, en de zielen, die zij verkregen hadden in Haran; en zij togen uit, om te gaan naar het land Kanaän, en zij kwamen in het land Kanaän.123

Original Hebrew

וַ/יִּקַּ֣חו/יק֣חוַ/יִּקַּחו/יקחva/i.yi.Kachand/ he tookH9001H3947GHc+Vqw3ms
אַבְרָם֩אברם֩אַבְרָםאברם'av.RamAbramH0087HNpm
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
שָׂרַ֨ישר֨ישָׂרַישריsa.RaiSaraiH8297HNpf
אִשְׁתּ֜/וֹאשת֜/ואִשְׁתּ/וֹאשת/ו'ish.T/owife/ hisH0802HH9023HNcfsc+Sp3ms
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
ל֣וֹטל֣וטלוֹטלוטLotLotH3876HNpm
בֶּן\־בן\בֶּן\־בן\ben-[the] son ofH1121A\H9014HNcmsc
אָחִ֗י/ואח֗י/ואָחִי/ואחי/ו'a.Chi/vbrother/ hisH0251GH9023HNcmsc+Sp3ms
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
רְכוּשָׁ/ם֙רכוש/ם֙רְכוּשָׁ/םרכוש/םre.khu.Sha/mpossession[s]/ theirH7399H9028HNcmsc+Sp3mp
אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
רָכָ֔שׁוּרכ֔שורָכָשׁוּרכשוra.Kha.shuthey had accumulatedH7408HVqp3cp
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
הַ/נֶּ֖פֶשׁה/נ֖פשהַ/נֶּפֶשׁה/נפשha./Ne.feshthe/ person[s]H9009H5315JHTd+Ncfsa
אֲשֶׁר\־אשר\אֲשֶׁר\־אשר\'a.Sher-whomH0834A\H9014HTr
עָשׂ֣וּעש֣ועָשׂוּעשו'a.Suthey had acquiredH6213IHVqp3cp
בְ/חָרָ֑ןב/חר֑ןבְ/חָרָןב/חרןve./cha.Ranin/ HaranH9003H2771AHR+Npl
וַ/יֵּצְא֗וּו/יצא֗ווַ/יֵּצְאוּו/יצאוva/i.ye.tze.'Uand/ they went outH9001H3318GHc+Vqw3mp
לָ/לֶ֙כֶת֙ל/ל֙כת֙לָ/לֶכֶתל/לכתla./Le.khetto/ goH9005H1980GHR+Vqcc
אַ֣רְצָ/הא֣רצ/האַרְצָ/הארצ/ה'Ar.tza/h[the] land of/ towardsH0776GH9011HNcfsc+Sd
כְּנַ֔עַןכנ֔עןכְּנַעַןכנעןke.Na.'anCanaanH3667AHNpl
וַ/יָּבֹ֖אוּו/יב֖אווַ/יָּבֹאוּו/יבאוva/i.ya.Vo.'uand/ they cameH9001H0935GHc+Vqw3mp
אַ֥רְצָ/הא֥רצ/האַרְצָ/הארצ/ה'Ar.tza/h[the] land of/ towardsH0776GH9011HNcfsc+Sd
כְּנָֽעַן\׃כנען\כְּנָֽעַן\׃כנען\ke.Na.'anCanaanH3667A\H9016HNpl
  1. have, Dit zijn als de eerstelingen van den beloofden zegen, die Abram en de zijnen ontvangen hebben in Haran. Het Hebr. woord begrijpt in zich allerlei goederen, hetzij vee, of geld en huisraad.
  2. zielen, Dat is, mensen van dienstbare conditie, die hij veroverd had, en die, welke uit dezen geboren waren; want Abraham had toen nog geen kinderen. Het Hebr. woord hier overgezet zielen, wordt aldus genomen voor mensen of personen, onder Gen 17:14; Exo 12:15; Lev 2:1; Num 23:10; Deu 24:7; Jdg 16:30; Mar 3:4, enz.
  3. Kanaän, Van de grenzen dezes lands [genaamd naderhand Palestina, het beloofde land, omdat dit Abrahams nakomelingen beloofd werd, onder vs.7] zie boven Gen 10:19 en de aantekening.

6 En Abram is doorgetogen in dat land, tot aan de plaats Sichem, tot aan het eikenbos More; en de Kanaänieten waren toen ter tijd in dat land.1234

Original Hebrew

וַ/יַּעֲבֹ֤רו/יעב֤רוַ/יַּעֲבֹרו/יעברva/i.ya.'a.Vorand/ he passedH9001H5674AHc+Vqw3ms
אַבְרָם֙אברם֙אַבְרָםאברם'av.RamAbramH0087HNpm
בָּ/אָ֔רֶץב/א֔רץבָּ/אָרֶץב/ארץba./'A.retzin the/ landH9003H0776GHRd+Ncfsa
עַ֚דע֚דעַדעד'adtoH5704HR
מְק֣וֹםמק֣וםמְקוֹםמקוםme.Kom[the] place ofH4725HNcmsc
שְׁכֶ֔םשכ֔םשְׁכֶםשכםshe.KhemShechemH7927GHNpl
עַ֖דע֖דעַדעד'adtoH5704HR
אֵל֣וֹןאל֣וןאֵלוֹןאלון'e.Lon[the] great tree ofH0436HHNcmsc
מוֹרֶ֑המור֑המוֹרֶהמורהmo.RehMorehH4176GHNpl
וְ/הַֽ/כְּנַעֲנִ֖יו/ה/כנענ֖יוְ/הַֽ/כְּנַעֲנִיו/ה/כנעניve./ha./ke.na.'a.Niand/ the/ Canaanite[s]H9002H9009H3669AHC+Td+Ngmsa
אָ֥זא֥זאָזאז'azthenH0227AHD
בָּ/אָֽרֶץ\׃ב/ארץ\בָּ/אָֽרֶץ\׃ב/ארץ\ba./'A.retz[was] in the/ landH9003H0776G\H9016HRd+Ncfsa
  1. Sichem, Hebr. Scechem, gelegen in het midden van het land Kanaän, in het gebergte Ephraïm, Jos 21:21; Jdg 8:31; 1Ch 6:67; Act 7:16; ook genaamd Sichar, Joh 4:5.
  2. eikenbos Anders, het effen veld. Zie Deu 11:30; want het Hebr. woord betekent dit beide.
  3. More; Dit kan zijn de naam van een man, naar wien deze plaats aldus genoemd wordt.
  4. de Kanaänieten Hebr. de Kanaänieter, een vervloekt, afgodisch en goddeloos volk, afkomstig van Kanaän, Chams zoon; zie Zec 14:21.

7 Zo verscheen de Heere aan Abram, en zeide: Aan uw zaad zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij aldaar een altaar den Heere, Die hem verschenen was.12

Original Hebrew

וַ/יֵּרָ֤או/יר֤אוַ/יֵּרָאו/יראva/i.ye.Ra'and/ he appearedH9001H7200GHc+VNw3ms
יְהוָה֙יהוה֙יְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
אַבְרָ֔םאבר֔םאַבְרָםאברם'av.RamAbramH0087HNpm
וַ/יֹּ֕אמֶרו/י֕אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
לְ/זַ֨רְעֲ/ךָ֔ל/ז֨רע/ך֔לְ/זַרְעֲ/ךָל/זרע/ךle./Zar.'a./khato/ offspring/ yourH9005H2233HH9021HR+Ncmsc+Sp2ms
אֶתֵּ֖ןאת֖ןאֶתֵּןאתן'e.TenI will giveH5414GHVqi1cs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הָ/אָ֣רֶץה/א֣רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ landH9009H0776GHTd+Ncfsa
הַ/זֹּ֑אתה/ז֑אתהַ/זֹּאתה/זאתha./Zot<the>/ thisH9009H2063HTd+Tm
וַ/יִּ֤בֶןו/י֤בןוַ/יִּבֶןו/יבןva/i.Yi.venand/ he builtH9001H1129Hc+Vqw3ms
שָׁם֙שם֙שָׁםשםshamthereH8033GHD
מִזְבֵּ֔חַמזב֔חמִזְבֵּחַמזבחmiz.Be.achan altarH4196HNcmsa
לַ/יהוָ֖הל/יהו֖הלַ/יהוָהל/יהוהla./Yah.wehto/ YahwehH9005H3068GHR+Npt
הַ/נִּרְאֶ֥הה/נרא֥ההַ/נִּרְאֶהה/נראהha./nir.'Ehwho/ had appearedH9009H7200GHTd+VNrmsa
אֵלָֽי/ו\׃אלי/ו\אֵלָֽי/ו\׃אלי/ו\'e.La/vto/ himH0413H9033\H9016HRd+Sp3ms
  1. Zo verscheen de HEERE Abram Om door een nieuwe openbaring Abram in het geloof te versterken, die het land bewoond zag met Kanaänieten.
  2. Toen bouwde hij aldaar een altaar Te weten, om aldaar offeranden, gebeden en dankzeggingen te doen; en den gehelen uiterlijken godsdienst onder de zijnen tegen de afgoderij der Kanaänieten te oefenen; hetwelk geheten wordt den naam des Heeren aanroepen; zie vs.8, en boven Gen 4:26.

8 En hij brak op van daar naar het gebergte, tegen het oosten van Beth-el, en hij sloeg zijn tent op, zijnde Beth-el tegen het westen, en Ai tegen het oosten; en hij bouwde daar den Heere een altaar, en riep den Naam des Heeren aan.1234

Original Hebrew

וַ/יַּעְתֵּ֨קו/יעת֨קוַ/יַּעְתֵּקו/יעתקva/i.ya'.Tekand/ he moved onH9001H6275Hc+Vhw3ms
מִ/שָּׁ֜םמ/ש֜םמִ/שָּׁםמ/שםmi./Shamfrom/ thereH9006H8033GHR+D
הָ/הָ֗רָ/הה/ה֗ר/ההָ/הָרָ/הה/הר/הha./Ha.ra/hthe/ hill country/ towardsH9009H2022HH9011HTd+Ncmsa+Sd
מִ/קֶּ֛דֶםמ/ק֛דםמִ/קֶּדֶםמ/קדםmi./Ke.demfrom/ [the] eastH9006H6924GHR+Ncmsa
לְ/בֵֽית\־ל/בית\לְ/בֵֽית\־ל/בית\le./veit-of/ Beth-H9005H1008G\H9014HR+Npl
אֵ֖לא֖לאֵלאל'el-elH1008GHNpl
וַ/יֵּ֣טו/י֣טוַ/יֵּטו/יטva/i.Yetand/ he pitchedH9001H5186Hc+Vqw3ms
אָהְָל֑/וֹאהל֑/ואָהְָל/וֹאהל/ו'o.ho.L/otent/ hisH0168GH9023HNcmsc+Sp3ms
בֵּֽית\־בית\בֵּֽית\־בית\beit-Beth-H1008G\H9014HNpl
אֵ֤לא֤לאֵלאל'el-elH1008GHNpl
מִ/יָּם֙מ/ים֙מִ/יָּםמ/יםmi./Yam[was] from/ [the] westH9006H3220HHR+Ncmsa
וְ/הָ/עַ֣יו/ה/ע֣יוְ/הָ/עַיו/ה/עיve./ha./'Aiand/ <the>/ AiH9002H9009H5857GHC+Td+Npl
מִ/קֶּ֔דֶםמ/ק֔דםמִ/קֶּדֶםמ/קדםmi./Ke.dem[was] from/ [the] eastH9006H6924GHR+Ncmsa
וַ/יִּֽבֶן\־ו/יבן\וַ/יִּֽבֶן\־ו/יבן\va/i.yi.ven-and/ he builtH9001H1129\H9014Hc+Vqw3ms
שָׁ֤םש֤םשָׁםשםshamthereH8033GHD
מִזְבֵּ֙חַ֙מזב֙ח֙מִזְבֵּחַמזבחmiz.Be.achan altarH4196HNcmsa
לַֽ/יהוָ֔הל/יהו֔הלַֽ/יהוָהל/יהוהla./Yah.wehto/ YahwehH9005H3068GHR+Npt
וַ/יִּקְרָ֖או/יקר֖אוַ/יִּקְרָאו/יקראva/i.yik.Ra'and/ he calledH9001H7121GHc+Vqw3ms
בְּ/שֵׁ֥םב/ש֥םבְּ/שֵׁםב/שםbe./Shemon/ [the] name ofH9003H8034HR+Ncmsc
יְהוָֽה\׃יהוה\יְהוָֽה\׃יהוה\Yah.wehYahwehH3068G\H9016HNpt
  1. Beth-el, Een stad, gelegen in het land, dat den stam van Benjamin daarna toegevallen is, en aldus eerst genoemd door Jakob, toen hij reisde naar Mesopotamië, maar vóór dien tijd geheten Luz; onder Gen 28:19.
  2. westen, Hebr. zee. Hierdoor wordt het westen verstaan, omdat de westzijde van Kanaän aan de zee gelegen was; zie onder Gen 13:14, en Gen 28:14; Num 3:23; Deu 3:27, enz.
  3. Ai Een stad in het land Kanaän, in den stam van Benjamin, oostwaarts van Bethel gelegen; zie Jos 7:2.
  4. riep den naam Zie boven Gen 4:26.

9 Daarna vertrok Abram, gaande en trekkende naar het zuiden.1

Original Hebrew

וַ/יִּסַּ֣עו/יס֣עוַ/יִּסַּעו/יסעva/i.yi.Sa'and/ he journeyedH9001H5265Hc+Vqw3ms
אַבְרָ֔םאבר֔םאַבְרָםאברם'av.RamAbramH0087HNpm
הָל֥וֹךְהל֥וךהָלוֹךְהלוךha.LokhgoingH1980LHVqaa
וְ/נָס֖וֹעַו/נס֖ועוְ/נָסוֹעַו/נסועve./na.So.a'and/ journeyingH9002H5265HC+Vqaa
הַ/נֶּֽגְבָּ/ה\׃\ \פה/נגב/ה\\ \פהַ/נֶּֽגְבָּ/ה\׃\ \פה/נגב/ה\\ \פha./Neg.ba/hthe/ south/ towardsH9009H5045GH9011\H9016\ \H9017HTd+Npl+Sd
  1. gaande en trekkende Dat is, allengskens en geduriglijk voortreizende.

10 En er was honger in dat land; zo toog Abram af naar Egypte, om daar als een vreemdeling te verkeren, dewijl de honger zwaar was in dat land.1234

Original Hebrew

וַ/יְהִ֥יו/יה֥יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it wasH9001H1961Hc+Vqw3ms
רָעָ֖ברע֖ברָעָברעבra.'Ava famineH7458HNcmsa
בָּ/אָ֑רֶץב/א֑רץבָּ/אָרֶץב/ארץba./'A.retzin the/ landH9003H0776GHRd+Ncfsa
וַ/יֵּ֨רֶדו/י֨רדוַ/יֵּרֶדו/ירדva/i.Ye.redand/ he went downH9001H3381Hc+Vqw3ms
אַבְרָ֤םאבר֤םאַבְרָםאברם'av.RamAbramH0087HNpm
מִצְרַ֙יְמָ/ה֙מצר֙ימ/ה֙מִצְרַיְמָ/המצרימ/הmitz.Ray.ma/hEgypt/ towardsH4714GH9011HNpl+Sd
לָ/ג֣וּרל/ג֣ורלָ/גוּרל/גורla./Gurto/ sojournH9005H1481AHR+Vqcc
שָׁ֔םש֔םשָׁםשםShamthereH8033GHD
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
כָבֵ֥דכב֥דכָבֵדכבדkha.Ved[was] heavyH3515HAamsa
הָ/רָעָ֖בה/רע֖בהָ/רָעָבה/רעבha./ra.'Avthe/ famineH9009H7458HTd+Ncmsa
בָּ/אָֽרֶץ\׃ב/ארץ\בָּ/אָֽרֶץ\׃ב/ארץ\ba./'A.retzin the/ landH9003H0776G\H9016HRd+Ncfsa
  1. honger in Hier wordt Abrams vertrouwen beproefd.
  2. dat land; Te weten, Kanaän, hetwelk wel vruchtbaar was, Deu 8:7-8, maar nu om de boosheid der inwoners, met onvruchtbaarheid gestraft; Psa 107:34.
  3. zo toog Verstaande dat hij, om God niet te verzoeken, wel voor enigen tijd mocht vertrekken, om dezen duren tijd te ontgaan.
  4. Egypte, Een land, in het Hebreeuws genaamd Mitsraïm, van Mitsraïm den zoon van Cham, gelegen in Afrika, grenzende oostwaarts aan de Rode zee en een deel van Arabië; zuidwaarts aan Ethiopië, westwaarts aan Libyë, en noordwaarts aan de Middellandse zee; zeer goed bekend in de Heilige Schrift; onder Gen 13:10, en Gen 39:1, enz.

11 En het geschiedde, als hij naderde, om in Egypte te komen, dat hij zeide tot Sarai, zijn huisvrouw: Zie toch, ik weet, dat gij een vrouw zijt, schoon van aangezicht.1

Original Hebrew

וַ/יְהִ֕יו/יה֕יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it wasH9001H1961Hc+Vqw3ms
כַּ/אֲשֶׁ֥רכ/אש֥רכַּ/אֲשֶׁרכ/אשרka./'a.Sherjust/ asH9004H0834DHR+Tr
הִקְרִ֖יבהקר֖יבהִקְרִיבהקריבhik.Rivhe drew nearH7126GHVhp3ms
לָ/ב֣וֹאל/ב֣ואלָ/בוֹאל/בואla./Vo'to/ enterH9005H0935GHR+Vqcc
מִצְרָ֑יְמָ/המצר֑ימ/המִצְרָיְמָ/המצרימ/הmitz.Ra.ye.ma/hEgypt/ <towards>H4714GH9011HNpl+Sd
וַ/יֹּ֙אמֶר֙ו/י֙אמר֙וַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
שָׂרַ֣ישר֣ישָׂרַישריsa.RaiSaraiH8297HNpf
אִשְׁתּ֔/וֹאשת֔/ואִשְׁתּ/וֹאשת/ו'ish.T/owife/ hisH0802HH9023HNcfsc+Sp3ms
הִנֵּה\־הנה\הִנֵּה\־הנה\hi.neh-here!H2009\H9014HTj
נָ֣אנ֣אנָאנאna'pleaseH4994HTj
יָדַ֔עְתִּייד֔עתייָדַעְתִּיידעתיya.Da'.tiI knowH3045HVqp1cs
כִּ֛יכ֛יכִּיכיkithatH3588AHTc
אִשָּׁ֥האש֥האִשָּׁהאשה'i.Shah[are] a womanH0802GHNcfsa
יְפַת\־יפת\יְפַת\־יפת\ye.fat-beautiful ofH3303\H9014HAafsc
מַרְאֶ֖המרא֖המַרְאֶהמראהmar.'EhappearanceH4758HNcmsa
אָֽתְּ\׃את\אָֽתְּ\׃את\'AtyouH0859C\H9016HPp2fs
  1. ik weet dat gij een vrouw zijt schoon Hier valt Abram in vleselijke vrees, daar hij wel behoorde zijnen God vertrouwd te hebben.

12 En het zal geschieden, als u de Egyptenaars zullen zien, zo zullen zij zeggen: Dat is zijn huisvrouw; en zij zullen mij doden, en u in het leven behouden.

Original Hebrew

וְ/הָיָ֗הו/הי֗הוְ/הָיָהו/היהve./ha.Yahand/ it will beH9001H1961Hc+Vqq3ms
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-thatH3588A\H9014HTc
יִרְא֤וּירא֤ויִרְאוּיראוyir.'Uthey will seeH7200GHVqi3mp
אֹתָ/ךְ֙את/ך֙אֹתָ/ךְאת/ך'o.to/Kh<obj.>/ youH0853H9032HTo+Sp2fs
הַ/מִּצְרִ֔יםה/מצר֔יםהַ/מִּצְרִיםה/מצריםha./mitz.Rimthe/ EgyptiansH9009H4713HTd+Ngmpa
וְ/אָמְר֖וּו/אמר֖ווְ/אָמְרוּו/אמרוve./'a.me.Ruand/ they will sayH9001H0559Hc+Vqq3cp
אִשְׁתּ֣/וֹאשת֣/ואִשְׁתּ/וֹאשת/ו'ish.T/o[is] wife/ hisH0802HH9023HNcfsc+Sp3ms
זֹ֑אתז֑אתזֹאתזאתZotthisH2063HTm
וְ/הָרְג֥וּו/הרג֥ווְ/הָרְגוּו/הרגוve./ha.re.Guand/ they will killH9001H2026Hc+Vqq3cp
אֹתִ֖/יאת֖/יאֹתִ/יאת/י'o.T/i<obj.>/ meH0853H9030HTo+Sp1bs
וְ/אֹתָ֥/ךְו/את֥/ךוְ/אֹתָ/ךְו/את/ךve./'o.Ta/khand/ <obj.>/ youH9002H0853H9032HC+To+Sp2fs
יְחַיּֽוּ\׃יחיו\יְחַיּֽוּ\׃יחיו\ye.chai.Yuthey will let liveH2421\H9016HVpi3mp

13 Zeg toch: Gij zijt mijn zuster; opdat het mij wel ga om u, en mijn ziel om uwentwil leve.1

Original Hebrew

אִמְרִי\־אמרי\אִמְרִי\־אמרי\'im.ri-sayH0559\H9014HVqv2fs
נָ֖אנ֖אנָאנאna'pleaseH4994HTj
אֲחֹ֣תִ/יאח֣ת/יאֲחֹתִ/יאחת/י'a.Cho.t/i[are] sister/ myH0269H9020HNcfsc+Sp1bs
אָ֑תְּא֑תאָתְּאת'AtyouH0859CHPp2fs
לְמַ֙עַן֙למ֙ען֙לְמַעַןלמעןle.Ma.'anso thatH4616HTc
יִֽיטַב\־ייטב\יִֽיטַב\־ייטב\yi.tav-it may go wellH3190\H9014HVqj3ms
לִ֣/יל֣/ילִ/יל/יl/ifor <the>/ meH9005H9030HRd+Sp1bs
בַ/עֲבוּרֵ֔/ךְב/עבור֔/ךבַ/עֲבוּרֵ/ךְב/עבור/ךva./'a.vu.Re/khfor/ sake of/ youH9003H5668H9032HR+Ncmsc+Sp2fs
וְ/חָיְתָ֥הו/חית֥הוְ/חָיְתָהו/חיתהve./cha.ye.Tahand/ it will liveH9001H2421Hc+Vqq3fs
נַפְשִׁ֖/ינפש֖/ינַפְשִׁ/ינפש/יnaf.Sh/ilife/ myH5315HH9020HNcfsc+Sp1bs
בִּ/גְלָלֵֽ/ךְ\׃ב/גלל/ך\בִּ/גְלָלֵֽ/ךְ\׃ב/גלל/ך\bi/g.la.Le/khon/ account of/ youH9003H1558H9032\H9016HR+Ncmsc+Sp2fs
  1. mijn ziel Dat is, mijn persoon; zie boven op vs.5.

14 En het geschiedde, als Abram in Egypte kwam, dat de Egyptenaars deze vrouw zagen, dat zij zeer schoon was.

Original Hebrew

וַ/יְהִ֕יו/יה֕יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it wasH9001H1961Hc+Vqw3ms
כְּ/ב֥וֹאכ/ב֥ואכְּ/בוֹאכ/בואke./Vo'when/ enteredH9004H0935GHR+Vqcc
אַבְרָ֖םאבר֖םאַבְרָםאברם'av.RamAbramH0087HNpm
מִצְרָ֑יְמָ/המצר֑ימ/המִצְרָיְמָ/המצרימ/הmitz.Ra.ye.ma/hEgypt/ <towards>H4714GH9011HNpl+Sd
וַ/יִּרְא֤וּו/ירא֤ווַ/יִּרְאוּו/יראוva/i.yir.'Uand/ they sawH9001H7200GHc+Vqw3mp
הַ/מִּצְרִים֙ה/מצרים֙הַ/מִּצְרִיםה/מצריםha./mitz.Rimthe/ EgyptiansH9009H4713HTd+Ngmpa
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
הָ֣/אִשָּׁ֔הה֣/אש֔ההָ/אִשָּׁהה/אשהha./'i.Shahthe/ womanH9009H0802GHTd+Ncfsa
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-thatH3588A\H9014HTc
יָפָ֥היפ֥היָפָהיפהya.Fah[was] beautifulH3303HAafsa
הִ֖ואה֖ואהִואהואhi'sheH1931HPp3fs
מְאֹֽד\׃מאד\מְאֹֽד\׃מאד\me.'OdveryH3966\H9016HAcmsa

15 Ook zagen haar de vorsten van Farao, en prezen haar bij Farao; en die vrouw werd weggenomen naar het huis van Farao.1234

Original Hebrew

וַ/יִּרְא֤וּו/ירא֤ווַ/יִּרְאוּו/יראוva/i.yir.'Uand/ they sawH9001H7200GHc+Vqw3mp
אֹתָ/הּ֙את/ה֙אֹתָ/הּאת/ה'o.Ta/h<obj.>/ herH0853H9034HTo+Sp3fs
שָׂרֵ֣ישר֣ישָׂרֵישריsa.Rei[the] officials ofH8269HNcmpc
פַרְעֹ֔הפרע֔הפַרְעֹהפרעהfar.'OhPharaohH6547GHNtmsa
וַ/יְהַֽלְל֥וּו/יהלל֥ווַ/יְהַֽלְלוּו/יהללוva/y.ha.Luand/ they praisedH9001H1984BHc+Vpw3mp
אֹתָ֖/הּאת֖/האֹתָ/הּאת/ה'o.Ta/h<obj.>/ herH0853H9034HTo+Sp3fs
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
פַּרְעֹ֑הפרע֑הפַּרְעֹהפרעהpar.'OhPharaohH6547GHNtmsa
וַ/תֻּקַּ֥חו/תק֥חוַ/תֻּקַּחו/תקחva./tu.Kachand/ she was takenH9001H3947GHc+VHw3fs
הָ/אִשָּׁ֖הה/אש֖ההָ/אִשָּׁהה/אשהha./'i.Shahthe/ womanH9009H0802GHTd+Ncfsa
בֵּ֥יתב֥יתבֵּיתביתbeit[the] house ofH1004MHNcmsc
פַּרְעֹֽה\׃פרעה\פַּרְעֹֽה\׃פרעה\par.'OhPharaohH6547G\H9016HNtmsa
  1. Faraö's vorsten, Dat is, de voornaamste heren, edellieden en officieren van Faraö's hof, die gemeenlijk met zulke diensten hun vorsten zoeken te behagen.
  2. Faraö; Een algemene titel van alle koningen van Egypte, dien zij behouden hebben, totdat zij naderhand den naam van Plolomaeus bekomen hebben.
  3. weggenomen Niet naar den koning, maar naar het koninklijke vrouwengetimmer, om aldaar naar de wijze van het land toebereid te worden voor de koning haar tot zijne huisvrouw zou nemen; zie Est 2:8-9; intussen droeg God zorg voor Abram en de kuisheid zijner huisvrouw.
  4. naar het huis Te weten, om geleid te worden naar Faraö's huis. De Hebreën begrijpen dikwijls onder één woord de betekenis van nog een ander, gelijk hier en elders geschiedt met het woord Lakach, nemen. Zie onder Gen 18:7; Psa 143:3; Eze 28:16.

16 En hij deed Abram goed, om harentwil; zodat hij had schapen, en runderen, en ezelen, en knechten, en maagden, en ezelinnen, en kemelen.12

Original Hebrew

וּ/לְ/אַבְרָ֥םו/ל/אבר֥םוּ/לְ/אַבְרָםו/ל/אברםu/l./'av.Ramand/ to/ AbramH9002H9005H0087HC+R+Npm
הֵיטִ֖יבהיט֖יבהֵיטִיבהיטיבhei.Tivhe did goodH3190HVhp3ms
בַּ/עֲבוּרָ֑/הּב/עבור֑/הבַּ/עֲבוּרָ/הּב/עבור/הba./'a.vu.Ra/hfor/ sake of/ herH9003H5668H9034HR+Ncmsc+Sp3fs
וַֽ/יְהִי\־ו/יהי\וַֽ/יְהִי\־ו/יהי\va/y.hi-and/ it be[longed]H9001H1961\H9014Hc+Vqw3ms
ל֤/וֹל֤/ול/וֹל/וl/oto <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms
צֹאן\־צאן\צֹאן\־צאן\tzon-sheepH6629G\H9014HNcbsa
וּ/בָקָר֙ו/בקר֙וּ/בָקָרו/בקרu./va.Karand/ cattleH9002H1241HC+Ncbsa
וַ/חֲמֹרִ֔יםו/חמר֔יםוַ/חֲמֹרִיםו/חמריםva./cha.mo.Rimand/ [male] donkeysH9002H2543HC+Ncbpa
וַ/עֲבָדִים֙ו/עבדים֙וַ/עֲבָדִיםו/עבדיםva./'a.va.Dimand/ [male] servantsH9002H5650HC+Ncmpa
וּ/שְׁפָחֹ֔תו/שפח֔תוּ/שְׁפָחֹתו/שפחתu./she.fa.Chotand/ female servantsH9002H8198HC+Ncfpa
וַ/אֲתֹנֹ֖תו/אתנ֖תוַ/אֲתֹנֹתו/אתנתva./'a.to.Notand/ female donkeysH9002H0860HC+Ncfpa
וּ/גְמַלִּֽים\׃ו/גמלים\וּ/גְמַלִּֽים\׃ו/גמלים\u./ge.ma.Limand/ camelsH9002H1581\H9016HC+Ncbpa
  1. om harentwil; Omdat hij voorgenomen had haar te trouwen, en dat liever met Abrams vriendschap dan onwil.
  2. schapen, en runderen, Onder de woorden van schapen en runderen, wordt allerlei klein en groot vee begrepen, gelijk onder Gen 13:5, en Gen 20:14, en Gen 26:14, enz. Zie ook Lev 1:2.

17 Maar de Heere plaagde Farao met grote plagen, ook zijn huis, ter oorzake van Sarai, Abrams huisvrouw.1

Original Hebrew

וַ/יְנַגַּ֨עו/ינג֨עוַ/יְנַגַּעו/ינגעva/y.na.Ga'and/ he struckH9001H5060Hc+Vpw3ms
יְהוָ֧ה\׀יהו֧ה\יְהוָה\׀יהוה\Yah.wehYahwehH3068G\H9015HNpt
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
פַּרְעֹ֛הפרע֛הפַּרְעֹהפרעהpar.'OhPharaohH6547GHNtmsa
נְגָעִ֥יםנגע֥יםנְגָעִיםנגעיםne.ga.'ImplaguesH5061HNcmpa
גְּדֹלִ֖יםגדל֖יםגְּדֹלִיםגדליםge.do.LimgreatH1419AHAampa
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
בֵּית֑/וֹבית֑/ובֵּית/וֹבית/וbei.T/ohouse/ hisH1004MH9023HNcmsc+Sp3ms
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
דְּבַ֥רדב֥רדְּבַרדברde.Var[the] matter ofH1697MHNcmsc
שָׂרַ֖ישר֖ישָׂרַישריsa.RaiSaraiH8297HNpf
אֵ֥שֶׁתא֥שתאֵשֶׁתאשת'E.shet[the] wife ofH0802HHNcfsc
אַבְרָֽם\׃אברם\אַבְרָֽם\׃אברם\'av.RamAbramH0087\H9016HNpm
  1. grote plagen, Wat dit voor plagen geweest zijn, is onzeker; het is zeker dat zij gediend hebben, zowel om de schending van Sarai te verhinderen, als om deze daad des konings en zijn huis te straffen.

18 Toen riep Farao Abram, en zeide: Wat is dit, dat gij mij gedaan hebt? waarom hebt gij mij niet te kennen gegeven, dat zij uw huisvrouw is?1

Original Hebrew

וַ/יִּקְרָ֤או/יקר֤אוַ/יִּקְרָאו/יקראva/i.yik.Ra'and/ he summonedH9001H7121GHc+Vqw3ms
פַרְעֹה֙פרעה֙פַרְעֹהפרעהfar.'OhPharaohH6547GHNtmsa
לְ/אַבְרָ֔םל/אבר֔םלְ/אַבְרָםל/אברםle./'av.Ram<to>/ AbramH9005H0087HR+Npm
וַ/יֹּ֕אמֶרו/י֕אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms
מַה\־מה\מַה\־מה\mah-what?H4100\H9014HPi
זֹּ֖אתז֖אתזֹּאתזאתzotthisH2063HTm
עָשִׂ֣יתָעש֣יתעָשִׂיתָעשית'a.Si.tahave you doneH6213AHVqp2ms
לִּ֑/יל֑/ילִּ/יל/יL/ito <the>/ meH9005H9030HRd+Sp1bs
לָ֚/מָּהל֚/מהלָ/מָּהל/מהLa./mah<to>/ why?H9005H4100HR+Pi
לֹא\־לא\לֹא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
הִגַּ֣דְתָּהג֣דתהִגַּדְתָּהגדתhi.Gad.tadid you tellH5046HVhp2ms
לִּ֔/יל֔/ילִּ/יל/יL/ito <the>/ meH9005H9030HRd+Sp1bs
כִּ֥יכ֥יכִּיכיkithatH3588AHTc
אִשְׁתְּ/ךָ֖אשת/ך֖אִשְׁתְּ/ךָאשת/ך'ish.te./Kha[was] wife/ yourH0802HH9021HNcfsc+Sp2ms
הִֽוא\׃הוא\הִֽוא\׃הוא\hi'sheH1931\H9016HPp3fs
  1. Waarom hebt gij Faraö wist dit nu zonder twijfel, eensdeels uit de hoedanigheid zijner plaag en de wroeging van zijn conscientie, anderdeels uit de ingeving en openbaring Gods, gelijk op een anderen tijd met Abimélech geschied is; onder Gen 20:3.

19 Waarom hebt gij gezegd: Zij is mijn zuster; zodat ik haar mij tot een vrouw zoude genomen hebben? en nu, zie, daar is uw huisvrouw; neem haar en ga henen!

Original Hebrew

לָ/מָ֤הל/מ֤הלָ/מָהל/מהla./Mah<to>/ why?H9005H4100HR+Pi
אָמַ֙רְתָּ֙אמ֙רת֙אָמַרְתָּאמרת'a.Mar.tadid you sayH0559HVqp2ms
אֲחֹ֣תִ/יאח֣ת/יאֲחֹתִ/יאחת/י'a.Cho.t/i[is] sister/ myH0269H9020HNcfsc+Sp1bs
הִ֔ואה֔ואהִואהואhi'sheH1931HPp3fs
וָ/אֶקַּ֥חו/אק֥חוָ/אֶקַּחו/אקחva./'e.Kachand/ I tookH9001H3947GHc+Vqw1cs
אֹתָ֛/הּאת֛/האֹתָ/הּאת/ה'o.Ta/h<obj.>/ herH0853H9034HTo+Sp3fs
לִ֖/יל֖/ילִ/יל/יl/ifor <the>/ myselfH9005H9030HRd+Sp1bs
לְ/אִשָּׁ֑הל/אש֑הלְ/אִשָּׁהל/אשהle./'i.Shahto/ a wifeH9005H0802HHR+Ncfsa
וְ/עַתָּ֕הו/עת֕הוְ/עַתָּהו/עתהve./'a.Tahand/ nowH9002H6258HC+D
הִנֵּ֥ההנ֥ההִנֵּההנהhi.Nehhere!H2009HTj
אִשְׁתְּ/ךָ֖אשת/ך֖אִשְׁתְּ/ךָאשת/ך'ish.te./Khawife/ yourH0802HH9021HNcfsc+Sp2ms
קַ֥חק֥חקַחקחkachtake [her]H3947GHVqv2ms
וָ/לֵֽךְ\׃ו/לך\וָ/לֵֽךְ\׃ו/לך\va./Lekhand/ goH9002H1980G\H9016HC+Vqv2ms

20 En Farao gebood zijn mannen vanwege hem, en zij geleidden hem, en zijn huisvrouw, en alles wat hij had.1

Original Hebrew

וַ/יְצַ֥וו/יצ֥ווַ/יְצַוו/יצוva/y.Tzavand/ he commandedH9001H6680Hc+Vpw3ms
עָלָ֛י/ועל֛י/ועָלָי/ועלי/ו'a.La/von/ himH5921AH9033HRd+Sp3ms
פַּרְעֹ֖הפרע֖הפַּרְעֹהפרעהpar.'OhPharaohH6547GHNtmsa
אֲנָשִׁ֑יםאנש֑יםאֲנָשִׁיםאנשים'a.na.ShimmenH0582HNcmpa
וַֽ/יְשַׁלְּח֥וּו/ישלח֥ווַֽ/יְשַׁלְּחוּו/ישלחוva/y.sha.le.Chuand/ they sent awayH9001H7971GHc+Vpw3mp
אֹת֛/וֹאת֛/ואֹת/וֹאת/ו'o.T/o<obj.>/ himH0853H9033HTo+Sp3ms
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
אִשְׁתּ֖/וֹאשת֖/ואִשְׁתּ/וֹאשת/ו'ish.T/owife/ hisH0802HH9023HNcfsc+Sp3ms
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ <obj.>H9002H0853\H9014HC+To
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsa
אֲשֶׁר\־אשר\אֲשֶׁר\־אשר\'a.Sher-thatH0834A\H9014HTr
לֽ/וֹ\׃ל/ו\לֽ/וֹ\׃ל/ו\l/o[belonged] to <the>/ himH9005H9033\H9016HRd+Sp3ms
  1. Faraö Hier staat niet dat Abram enige woorden van verontschuldiging gebruikt heeft, daar hij zonder twijfel zijn zwakheid en onbedachtzaamheid gevoelde en bekende; als ook een bijzondere genade des Heeren, die hij opmerkte in het Goddelijk beleid dezer zaak.