Chapter 35
1 Daarna zeide God tot Jakob: Maak u op, trek op naar Beth-el, en woon aldaar; en maak daar een altaar dien God, Die u verscheen, toen gij vluchttet voor het aangezicht van uw broeder Ezau.1
וַ/יֹּ֤אמֶרו/י֤אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms אֱלֹהִים֙אלהים֙אֱלֹהִיםאלהים'E.lo.HimGodH0430GHNcmpa יַעֲקֹ֔ביעק֔ביַעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm ק֛וּםק֛וםקוּםקוםkumariseH6965BHVqv2ms עֲלֵ֥העל֥העֲלֵהעלה'a.Lehgo upH5927GHVqv2ms שָׁ֑םש֑םשָׁםשםShamthereH8033GHD שָׁ֣םש֣םשָׁםשםshamthereH8033GHD מִזְבֵּ֔חַמזב֔חמִזְבֵּחַמזבחmiz.Be.achan altarH4196HNcmsa לָ/אֵל֙ל/אל֙לָ/אֵלל/אלla./'Elto the/ GodH9005H0410GHRd+Ncmsa הַ/נִּרְאֶ֣הה/נרא֣ההַ/נִּרְאֶהה/נראהha./nir.'Ehwho/ appearedH9009H7200GHTd+VNrmsa אֵלֶ֔י/ךָאל֔י/ךאֵלֶי/ךָאלי/ך'e.Lei./khato/ youH0413H9031HRd+Sp2ms בְּ/בָרְחֲ/ךָ֔ב/ברח/ך֔בְּ/בָרְחֲ/ךָב/ברח/ךbe./va.re.cha./Khawhen/ fleeing/ youH9003H1272H9041HR+Vqcc+Sp2ms מִ/פְּנֵ֖ימ/פנ֖ימִ/פְּנֵימ/פניmi./pe.Neifrom/ beforeH9006H6440GHR+Ncmpc עֵשָׂ֥ועש֥ועֵשָׂועשו'e.SavEsauH6215GHNpm אָחִֽי/ךָ\׃אחי/ך\אָחִֽי/ךָ\׃אחי/ך\'a.Chi./khabrother/ yourH0251GH9021\H9016HNcmsc+Sp2ms - maak daar Om te gedenken aan de beloften, die Ik daar aan u gedaan heb, en gij aan mij; boven, Gen 28:13-14, Gen 28:20. Dit schijnt daartoe te dienen, dat Jakob getroost en gesterkt mocht worden tegen de vrees, waarmede hij bevangen was; zie Gen 34:30.
2 Toen zeide Jakob tot zijn huisgezin, en tot allen, die bij hem waren: Doet weg de vreemde goden, die in het midden van u zijn, en reinigt u, en verandert uw klederen;12345
וַ/יֹּ֤אמֶרו/י֤אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms יַעֲקֹב֙יעקב֙יַעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm בֵּית֔/וֹבית֔/ובֵּית/וֹבית/וbei.T/ohousehold/ hisH1004MH9023HNcmsc+Sp3ms וְ/אֶ֖לו/א֖לוְ/אֶלו/אלve./'Eland/ toH9002H0413HC+R אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhoH0834AHTr עִמּ֑/וֹעמ֑/ועִמּ/וֹעמ/וi.M/o[were] with/ himH5973AH9033HRd+Sp3ms הָסִ֜רוּהס֜רוהָסִרוּהסרוha.Si.ruremoveH5493GHVhv2mp אֱלֹהֵ֤יאלה֤יאֱלֹהֵיאלהי'e.lo.Hei[the] gods ofH0430JHNcmpc הַ/נֵּכָר֙ה/נכר֙הַ/נֵּכָרה/נכרha./ne.Khar<the>/ foreignnessH9009H5236HTd+Ncmsa אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr בְּ/תֹכְ/כֶ֔םב/תכ/כ֔םבְּ/תֹכְ/כֶםב/תכ/כםbe./to.khe./Khemin/ midst of/ youH9003H8432H9026HR+Ncmsc+Sp2mp וְ/הִֽטַּהֲר֔וּו/הטהר֔ווְ/הִֽטַּהֲרוּו/הטהרוve./hi.ta.ha.Ruand/ purify yourselvesH9002H2891HC+Vtv2mp וְ/הַחֲלִ֖יפוּו/החל֖יפווְ/הַחֲלִיפוּו/החליפוve./ha.cha.Li.fuand/ changeH9002H2498HC+Vhv2mp שִׂמְלֹתֵי/כֶֽם\׃שמלתי/כם\שִׂמְלֹתֵי/כֶֽם\׃שמלתי/כם\sim.lo.tei./Khemclothes/ yourH8071H9026\H9016HNcfpc+Sp2mp - huisgezin, Hebr. huis; zie boven, Gen 7:1.
- allen, Knechts en dienstmaagden, en die van buiten er bij gekomen waren.
- vreemde Hebr. Goden des vreemden. Versta er onder de beelden der afgoden, die van vreemde volken gediend waren, niet zijnde de ware God, die zich aan Abraham, Izak en Jakob geopenbaard had. Aldus werden de afgoden genoemd, Deu 31:16, en Deu 32:12; Jos 24:20; Psa 81:10. Dezen werden geheten, andere goden, Deu 6:14; Jos 23:16; Jdg 10:13, idem, nieuwe goden, Jdg 5:8.
- die in Het blijkt hieruit dat onder Jakobs gezin nog enige beelden verborgen waren, hetzij dat deze afgoden waren van Laban, boven, Gen 31:19, of enige kostbare beelden, die zij bij de plundering van Sichem gekregen, of die andere gevangenen daar gebracht hadden.
- reinigt u, Om met deze uitwendige ceremonie te betuigen de inwendige zuivering en bekering des harten, die zij niet alleen ten aanzien van de afgodische besmetting, maar ook vooral van dien moord der Sichemieten nodig hadden, om zich te bereiden tot den statelijken godsdienst, dien Jakob op Gods bevel met zijn huisgezin zou verrichten. Zie Exo 19:10, Exo 19:14.
3 En laat ons ons opmaken, en optrekken naar Beth-el; en ik zal daar een altaar maken dien God, Die mij antwoordt ten dage mijner benauwdheid, en met mij geweest is op den weg, die ik gewandeld heb.12
וְ/נָק֥וּמָהו/נק֥ומהוְ/נָקוּמָהו/נקומהve./na.Ku.mahso/ let us ariseH9002H6965BHC+Vqc1cp וְ/נַעֲלֶ֖הו/נעל֖הוְ/נַעֲלֶהו/נעלהve./na.'a.Lehand/ we may go upH9002H5927GHC+Vqu1cp וְ/אֶֽעֱשֶׂה\־ו/אעשה\וְ/אֶֽעֱשֶׂה\־ו/אעשה\ve./'e.'e.seh-so/ I may makeH9002H6213H\H9014HC+Vqu1cs שָּׁ֣םש֣םשָּׁםשםshamthereH8033GHD מִזְבֵּ֗חַמזב֗חמִזְבֵּחַמזבחmiz.Be.achan altarH4196HNcmsa לָ/אֵ֞לל/א֞ללָ/אֵלל/אלla./'Elto the/ GodH9005H0410GHRd+Ncmsa הָ/עֹנֶ֤הה/ענ֤ההָ/עֹנֶהה/ענהha./'o.Nehwho/ answeredH9009H6030BHTd+Vqrmsa אֹתִ/י֙את/י֙אֹתִ/יאת/י'o.T/i<obj.>/ meH0853H9030HTo+Sp1bs בְּ/י֣וֹםב/י֣וםבְּ/יוֹםב/יוםbe./Yomon/ [the] day ofH9003H3117GHR+Ncmsc צָֽרָתִ֔/יצרת֔/יצָֽרָתִ/יצרת/יtza.ra.T/idistress/ myH6869BH9020HNcfsc+Sp1bs וַ/יְהִי֙ו/יהי֙וַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ he has beenH9001H1961Hc+Vqw3ms עִמָּדִ֔/יעמד֔/יעִמָּדִ/יעמד/י'i.ma.D/iwith/ meH5978H9030HR+Sp1bs בַּ/דֶּ֖רֶךְב/ד֖רךבַּ/דֶּרֶךְב/דרךba./De.rekhon the/ journeyH9003H1870LHRd+Ncbsa אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr הָלָֽכְתִּי\׃הלכתי\הָלָֽכְתִּי\׃הלכתי\ha.La.khe.tiI have goneH1980G\H9016HVqp1cs - die mij Dat is, die mij placht te verhoren. God antwoordt zijn volk, als Hij met woorden of werken doet blijken dat Hij het verhoord heeft; zie 1Ki 18:24; Isa 41:17-18; Psa 22:22.
- op den weg, Te weten, van Haran tot hiertoe.
4 Toen gaven zij Jakob al die vreemde goden, die in hun hand waren, en de oorsierselen, die aan hun oren waren, en Jakob verborg ze onder den eikeboom, die bij Sichem is.123
וַ/יִּתְּנ֣וּו/יתנ֣ווַ/יִּתְּנוּו/יתנוva/i.yi.te.Nuand/ they gaveH9001H5414GHc+Vqw3mp יַעֲקֹ֗ביעק֗ביַעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm אֵ֣תא֣תאֵתאת'et<obj.>H0853HTo אֱלֹהֵ֤יאלה֤יאֱלֹהֵיאלהי'e.lo.Hei[the] gods ofH0430JHNcmpc הַ/נֵּכָר֙ה/נכר֙הַ/נֵּכָרה/נכרha./ne.Khar<the>/ foreignnessH9009H5236HTd+Ncmsa אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr בְּ/יָדָ֔/םב/יד֔/םבְּ/יָדָ/םב/יד/םbe./ya.Da/m[were] in/ hand/ theirH9003H3027IH9028HR+Ncbsc+Sp3mp הַ/נְּזָמִ֖יםה/נזמ֖יםהַ/נְּזָמִיםה/נזמיםha./ne.za.Mimthe/ ringsH9009H5141HTd+Ncmpa אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr בְּ/אָזְנֵי/הֶ֑םב/אזני/ה֑םבְּ/אָזְנֵי/הֶםב/אזני/הםbe./'a.ze.nei./Hem[were] in/ ears/ theirH9003H0241GH9028HR+Ncfdc+Sp3mp וַ/יִּטְמֹ֤ןו/יטמ֤ןוַ/יִּטְמֹןו/יטמןva/i.yit.Monand/ he hidH9001H2934Hc+Vqw3ms אֹתָ/ם֙את/ם֙אֹתָ/םאת/ם'o.Ta/m<obj.>/ themH0853H9038HTo+Sp3mp יַעֲקֹ֔ביעק֔ביַעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm תַּ֥חַתת֥חתתַּחַתתחתTa.chatunderH8478GHNcmsc הָ/אֵלָ֖הה/אל֖ההָ/אֵלָהה/אלהha./'e.Lahthe/ oakH9009H0424HTd+Ncfsa אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr - die in hun Dat is, die zij bij zich hadden; zie 2Sa 8:10.
- oorsierselen, Dezen heeft Jakob hun afgenomen, òf omdat die bij de plundering der afgoden te Sichem gekregen, òf ter ere van die afgoden gedragen waren; òf tot enig misbruik der zijnen hadden mogen dienen.
- verbergde Zonder dat zijn volk wist waar hij die liet, opdat niemand dezelve mocht vinden en tot superstitie en afgoderij misbruiken.
5 En zij reisden heen; en Gods verschrikking was over de steden, die rondom hen waren, zodat zij de zonen van Jakob niet achterna jaagden.1
וַ/יִּסָּ֑עוּו/יס֑עווַ/יִּסָּעוּו/יסעוva/i.yi.Sa.'uand/ they set outH9001H5265Hc+Vqw3mp חִתַּ֣תחת֣תחִתַּתחתתchi.Tat[the] terror ofH2847HNcfsc אֱלֹהִ֗יםאלה֗יםאֱלֹהִיםאלהים'E.lo.HimGodH0430GHNcmpa הֶֽ/עָרִים֙ה/ערים֙הֶֽ/עָרִיםה/עריםhe./'a.Rimthe/ citiesH9009H5892BHTd+Ncmpa אֲשֶׁר֙אשר֙אֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr סְבִיבֹ֣תֵי/הֶ֔םסביב֣תי/ה֔םסְבִיבֹתֵי/הֶםסביבתי/הםse.vi.Vo.tei./Hem[were] around/ themH5439GH9038HNcfpc+Sp3mp וְ/לֹ֣או/ל֣אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn רָֽדְפ֔וּרדפ֔ורָֽדְפוּרדפוra.de.Fupeople pursuedH7291HVqp3cp אַחֲרֵ֖יאחר֖יאַחֲרֵיאחרי'a.cha.ReiafterH0310AHAcmpc בְּנֵ֥יבנ֥יבְּנֵיבניbe.Nei[the] sons ofH1121AHNcmpc יַעֲקֹֽב\׃יעקב\יַעֲקֹֽב\׃יעקב\ya.'a.KoJacobH3290\H9016HNpm - Gods verschrikking Dat is, die van God toegezonden en zeer groot was; alzo Exo 23:27; 2Ch 14:14, en 2Ch 17:10. Het woord God wordt somtijds gebruikt om de grootheid en uitnemendheid van enige zaak uit te drukken; zie boven, Gen 13:10. Zonder deze verschrikking zou Jakob met al de zijnen lichtelijk overvallen en vernield geweest zijn, om de daad van Simeon en Levi, te Sichem begaan; boven Gen 34:25.
6 Alzo kwam Jakob te Luz, hetwelk is in het land Kanaän ( dat is Beth-el), hij en al het volk, dat bij hem was.12
וַ/יָּבֹ֨או/יב֨אוַ/יָּבֹאו/יבאva/i.ya.Vo'and/ he cameH9001H0935GHc+Vqw3ms יַעֲקֹ֜ביעק֜ביַעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm ל֗וּזָ/הל֗וז/הלוּזָ/הלוז/הLu.za/hLuz/ towardsH3870HH9011HNpl+Sd אֲשֶׁר֙אשר֙אֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr בְּ/אֶ֣רֶץב/א֣רץבְּ/אֶרֶץב/ארץbe./'E.retz[is] in/ [the] land ofH9003H0776GHR+Ncfsc כְּנַ֔עַןכנ֔עןכְּנַעַןכנעןke.Na.'anCanaanH3667AHNpl הִ֖ואה֖ואהִואהואhi'thatH1931HPp3fs ה֖וּאה֖ואהוּאהואhu'heH1931HPp3ms הָ/עָ֥םה/ע֥םהָ/עָםה/עםha./'Amthe/ peopleH9009H5971AHTd+Ncmsa - Luz, Zie boven, Gen 12:8, en Gen 28:19.
- Beth-el Aldus door Jakob genoemd.
7 En hij bouwde aldaar een altaar, en noemde die plaats El Beth-el; want God was hem aldaar geopenbaard geweest, als hij voor zijns broeders aangezicht vlood.12
וַ/יִּ֤בֶןו/י֤בןוַ/יִּבֶןו/יבןva/i.Yi.venand/ he builtH9001H1129Hc+Vqw3ms שָׁם֙שם֙שָׁםשםshamthereH8033GHD מִזְבֵּ֔חַמזב֔חמִזְבֵּחַמזבחmiz.Be.achan altarH4196HNcmsa וַ/יִּקְרָא֙ו/יקרא֙וַ/יִּקְרָאו/יקראva/i.yik.Ra'and/ he calledH9001H7121GHc+Vqw3ms לַ/מָּק֔וֹםל/מק֔וםלַ/מָּקוֹםל/מקוםla./ma.Kom<to> the/ placeH9005H4725HRd+Ncmsa אֵ֖לא֖לאֵלאל'elElH0416HNpl אֵ֑לא֑לאֵלאל'El-elH0416HNpl שָׁ֗םש֗םשָׁםשםShamthereH8033GHD נִגְל֤וּנגל֤ונִגְלוּנגלוnig.Luthey had revealed themselvesH1540HHVNp3cp אֵלָי/ו֙אלי/ו֙אֵלָי/ואלי/ו'e.La/vto/ himH0413H9033HRd+Sp3ms הָֽ/אֱלֹהִ֔יםה/אלה֔יםהָֽ/אֱלֹהִיםה/אלהיםha./'E.lo.Him<the>/ GodH9009H0430GHTd+Ncmpa בְּ/בָרְח֖/וֹב/ברח֖/ובְּ/בָרְח/וֹב/ברח/וbe./va.re.Ch/owhen/ fled/ heH9003H1272H9043HR+Vqcc+Sp3ms מִ/פְּנֵ֥ימ/פנ֥ימִ/פְּנֵימ/פניmi./pe.Neifrom/ beforeH9006H6440GHR+Ncmpc - El Beth-el Dat is, God is [te] Beth-el. Aldus noemt hij deze plaats voor de tweede maal; zie boven, Gen 28:19, en verg. boven, Gen 33:20.
- God was Zie boven, Gen 28:13, en de manier van spreken, Gen 20:13.
8 En Debora, de voedster van Rebekka, stierf, en zij werd begraven onder aan Beth-el; onder dien eik, welks naam hij noemde Allon-bachuth.12
וַ/תָּ֤מָתו/ת֤מתוַ/תָּמָתו/תמתva./Ta.motand/ she diedH9001H4191Hc+Vqw3fs דְּבֹרָה֙דברה֙דְּבֹרָהדברהde.vo.RahDeborahH1683GHNpf מֵינֶ֣קֶתמינ֣קתמֵינֶקֶתמינקתmei.Ne.ket[the] suckling-nurse ofH3243IHNcfsc רִבְקָ֔הרבק֔הרִבְקָהרבקהriv.KahRebekahH7259HNpf וַ/תִּקָּבֵ֛רו/תקב֛רוַ/תִּקָּבֵרו/תקברva./ti.ka.Verand/ she was buriedH9001H6912Hc+VNw3fs מִ/תַּ֥חַתמ/ת֥חתמִ/תַּחַתמ/תחתmi./Ta.chatfrom/ underH9006H8478GHR+Ncmsc תַּ֣חַתת֣חתתַּחַתתחתTa.chatunderH8478GHNcmsc הָֽ/אַלּ֑וֹןה/אל֑וןהָֽ/אַלּוֹןה/אלוןha./'a.Lonthe/ oakH9009H0437HTd+Ncmsa וַ/יִּקְרָ֥או/יקר֥אוַ/יִּקְרָאו/יקראva/i.yik.Ra'and/ someone calledH9001H7121HHc+Vqw3ms שְׁמ֖/וֹשמ֖/ושְׁמ/וֹשמ/וshe.M/oname/ itsH8034H9023HNcmsc+Sp3ms אַלּ֥וֹןאל֥וןאַלּוֹןאלון'a.LonAllonH0439HNpl - Debóra, Die met Rebekka uit Mesopotamië gezonden was, naar het land Kanaän. Zie boven, Gen 24:59.
- Allon-Báchuth. Dat is, elk des wenens, omdat zij Debora daar beklaagd en beweend hebben.
9 En God verscheen Jakob wederom, als hij van Paddan-aram gekomen was; en Hij zegende hem.
וַ/יֵּרָ֨או/יר֨אוַ/יֵּרָאו/יראva/i.ye.Ra'and/ he appearedH9001H7200GHc+VNw3ms אֱלֹהִ֤יםאלה֤יםאֱלֹהִיםאלהים'E.lo.HimGodH0430GHNcmpa יַעֲקֹב֙יעקב֙יַעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm ע֔וֹדע֔ודעוֹדעודodagainH5750HAcmsa בְּ/בֹא֖/וֹב/בא֖/ובְּ/בֹא/וֹב/בא/וbe./vo.'/Owhen/ came/ heH9003H0935GH9043HR+Vqcc+Sp3ms מִ/פַּדַּ֣ןמ/פד֣ןמִ/פַּדַּןמ/פדןmi./pa.Danfrom/ PaddanH9006H6307HR+Npl אֲרָ֑םאר֑םאֲרָםארם'a.RamAramH0758LHNpl וַ/יְבָ֖רֶךְו/יב֖רךוַ/יְבָרֶךְו/יברךva/y.Va.rekhand/ he blessedH9001H1288Hc+Vpw3ms 10 En God zeide tot hem: Uw naam is Jakob, uw naam zal voortaan niet Jakob genoemd worden, maar Israël zal uw naam zijn; en Hij noemde zijn naam Israël.1
וַ/יֹּֽאמֶר\־ו/יאמר\וַ/יֹּֽאמֶר\־ו/יאמר\va/i.yo.mer-and/ he saidH9001H0559\H9014Hc+Vqw3ms ל֥/וֹל֥/ול/וֹל/וl/oto <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms אֱלֹהִ֖יםאלה֖יםאֱלֹהִיםאלהים'E.lo.HimGodH0430GHNcmpa שִׁמְ/ךָ֣שמ/ך֣שִׁמְ/ךָשמ/ךshim./Khaname/ yourH8034H9021HNcmsc+Sp2ms יַעֲקֹ֑ביעק֑ביַעֲקֹביעקבya.'a.Ko[is] JacobH3290HNpm יִקָּרֵא֩יקרא֩יִקָּרֵאיקראyi.ka.Re'it will be calledH7121GHVNi3ms שִׁמְ/ךָ֙שמ/ך֙שִׁמְ/ךָשמ/ךshim./Khaname/ yourH8034H9021HNcmsc+Sp2ms ע֜וֹדע֜ודעוֹדעודodagainH5750HAcmsa יַעֲקֹ֗ביעק֗ביַעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm יִשְׂרָאֵל֙ישראל֙יִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpm יִהְיֶ֣היהי֣היִהְיֶהיהיהyih.Yehit will beH1961HVqi3ms שְׁמֶ֔/ךָשמ֔/ךשְׁמֶ/ךָשמ/ךshe.Me./khaname/ yourH8034H9021HNcmsc+Sp2ms וַ/יִּקְרָ֥או/יקר֥אוַ/יִּקְרָאו/יקראva/i.yik.Ra'and/ he calledH9001H7121GHc+Vqw3ms שְׁמ֖/וֹשמ֖/ושְׁמ/וֹשמ/וshe.M/oname/ hisH8034H9023HNcmsc+Sp3ms יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\Yis.ra.'ElIsraelH3478\H9016HNpm - Uw naam is God bevestigt hier aan Jakob hetgeen Hij hem tevoren gezegd had; zie boven, Gen 32:28.
11 Voorts zeide God tot hem: Ik ben God de Almachtige! wees vruchtbaar, en vermenigvuldig! Een volk, ja, een hoop der volken zal uit u worden, en koningen zullen uit uw lenden voortkomen.123
וַ/יֹּאמֶר֩ו/יאמר֩וַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.yo.Merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms ל֨/וֹל֨/ול/וֹל/וl/oto <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms אֱלֹהִ֜יםאלה֜יםאֱלֹהִיםאלהים'E.lo.HimGodH0430GHNcmpa אֲנִ֨יאנ֨יאֲנִיאני'a.NiIH0589HPp1bs אֵ֤לא֤לאֵלאל'el[am] GodH0410GHNcmsc שַׁדַּי֙שדי֙שַׁדַּישדיsha.DaiAlmightyH7706HNpt פְּרֵ֣הפר֣הפְּרֵהפרהpe.Rehbe fruitfulH6509HVqv2ms וּ/רְבֵ֔הו/רב֔הוּ/רְבֵהו/רבהu./re.Vehand/ multiplyH9002H7235AHC+Vqv2ms גּ֛וֹיג֛ויגּוֹיגויGoya nationH1471AHNcmsa וּ/קְהַ֥לו/קה֥לוּ/קְהַלו/קהלu./ke.Haland/ a company ofH9002H6951HC+Ncmsc גּוֹיִ֖םגוי֖םגּוֹיִםגויםgo.YimnationsH1471AHNcmpa יִהְיֶ֣היהי֣היִהְיֶהיהיהyih.Yehit will beH1961HVqi3ms מִמֶּ֑/ךָּממ֑/ךמִמֶּ/ךָּממ/ךmi.Me./kafrom/ youH4480AH9031HRd+Sp2ms וּ/מְלָכִ֖יםו/מלכ֖יםוּ/מְלָכִיםו/מלכיםu./me.la.Khimand/ kingsH9002H4428GHC+Ncmpa מֵ/חֲלָצֶ֥י/ךָמ/חלצ֥י/ךמֵ/חֲלָצֶי/ךָמ/חלצי/ךme./cha.la.Tzei./khafrom/ loins/ yourH9006H2504H9021HR+Ncfdc+Sp2ms יֵצֵֽאוּ\׃יצאו\יֵצֵֽאוּ\׃יצאו\ye.Tze.'uthey will come outH3318M\H9016HVqi3mp - God de Zie boven, Gen 17:1.
- wees God bevestigt hier den zegen van zijn vader Izak, dien hij hem gaf toen hij vluchtte naar Mesopotamië; zie boven, Gen 28:3-4.
- uit uw lenden Dat is, uit uw eigen vlees en bloed geboren worden; alzo 1Ki 8:19; 2Ch 6:9; Act 2:30, verg. onder, Gen 46:26.
12 En dit land, dat Ik aan Abraham en Izak gegeven heb, dat zal Ik u geven; en aan uw zaad na u zal Ik dit land geven.
הָ/אָ֗רֶץה/א֗רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ landH9009H0776GHTd+Ncfsa אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr נָתַ֛תִּינת֛תינָתַתִּינתתיna.Ta.tiI gaveH5414GHVqp1cs לְ/אַבְרָהָ֥םל/אברה֥םלְ/אַבְרָהָםל/אברהםle./'av.ra.Hamto/ AbrahamH9005H0085HR+Npm וּ/לְ/יִצְחָ֖קו/ל/יצח֖קוּ/לְ/יִצְחָקו/ל/יצחקu./le./yitz.Chakand/ to/ IsaacH9002H9005H3327HC+R+Npm לְ/ךָ֣ל/ך֣לְ/ךָל/ךle./Khato <the>/ youH9005H9031HRd+Sp2ms אֶתְּנֶ֑/נָּהאתנ֑/נהאֶתְּנֶ/נָּהאתנ/נה'et.te.Ne./nahI will give/ itH5414GH9034HVqi1cs+Sp3fs וּֽ/לְ/זַרְעֲ/ךָ֥ו/ל/זרע/ך֥וּֽ/לְ/זַרְעֲ/ךָו/ל/זרע/ךu./le./zar.'a./Khaand/ to/ offspring/ yourH9002H9005H2233HH9021HC+R+Ncmsc+Sp2ms אַחֲרֶ֖י/ךָאחר֖י/ךאַחֲרֶי/ךָאחרי/ך'a.cha.Rei./khaafter/ youH0310AH9031HAcmpc+Sp2ms אֶתֵּ֥ןאת֥ןאֶתֵּןאתן'e.TenI will giveH5414GHVqi1cs 13 Toen voer God van hem op in die plaats, waar Hij met hem gesproken had.1
וַ/יַּ֥עַלו/י֥עלוַ/יַּעַלו/יעלva/i.Ya.'aland/ he went upH9001H5927GHc+Vqw3ms מֵ/עָלָ֖י/ומ/על֖י/ומֵ/עָלָי/ומ/עלי/וme./'a.La/vfrom/ with <the>/ himH9006H5921AH9033HR+Rd+Sp3ms אֱלֹהִ֑יםאלה֑יםאֱלֹהִיםאלהים'E.lo.HimGodH0430GHNcmpa בַּ/מָּק֖וֹםב/מק֖וםבַּ/מָּקוֹםב/מקוםba./ma.Komat the/ placeH9003H4725HRd+Ncmsa דִּבֶּ֥רדב֥רדִּבֶּרדברdi.Berhe had spokenH1696GHVpp3ms - voer God Hebr. voer op van boven hem. God wordt gezegd op te klimmen en neder te dalen, de plaatsen niet veranderende, aangemerkt Hij overal is, maar de tekenen zijner tegenwoordigheid, die Hij openbaart door zijn nederdalen; gelijk boven, Gen 11:5; Exo 3:8, en Num 11:17, of wegneemt door zijn opklimmen gelijk hier en boven, Gen 17:22; Jdg 13:20.
14 En Jakob stelde een opgericht teken op in die plaats, waar Hij met hem gesproken had, een stenen opgericht teken; en hij stortte daarop drankoffer, en goot olie daarover.12
וַ/יַּצֵּ֨בו/יצ֨בוַ/יַּצֵּבו/יצבva/i.ya.Tzevand/ he set upH9001H5324Hc+Vhw3ms יַעֲקֹ֜ביעק֜ביַעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm מַצֵּבָ֗המצב֗המַצֵּבָהמצבהma.tze.Vaha pillarH4676HNcfsa בַּ/מָּק֛וֹםב/מק֛וםבַּ/מָּקוֹםב/מקוםba./ma.Komat the/ placeH9003H4725HRd+Ncmsa דִּבֶּ֥רדב֥רדִּבֶּרדברdi.Berhe had spokenH1696GHVpp3ms אִתּ֖/וֹאת֖/ואִתּ/וֹאת/ו'i.T/owith/ himH0854H9033HRd+Sp3ms מַצֶּ֣בֶתמצ֣בתמַצֶּבֶתמצבתma.Tze.veta pillar ofH4678HNcfsc אָ֑בֶןא֑בןאָבֶןאבן'A.venstoneH0068GHNcfsa וַ/יַּסֵּ֤ךְו/יס֤ךוַ/יַּסֵּךְו/יסךva/i.ya.Sekhand/ he poured outH9001H5258AHc+Vhw3ms עָלֶ֙י/הָ֙על֙י/ה֙עָלֶי/הָעלי/ה'a.Lei./haon/ itH5921AH9034HRd+Sp3fs נֶ֔סֶךְנ֔סךנֶסֶךְנסךNe.sekha drink offeringH5262HNcmsa וַ/יִּצֹ֥קו/יצ֥קוַ/יִּצֹקו/יצקva/i.yi.Tzokand/ he pouredH9001H3332GHc+Vqw3ms עָלֶ֖י/הָעל֖י/העָלֶי/הָעלי/ה'a.Lei./haon/ itH5921AH9034HRd+Sp3fs - Jakob Jakob vernieuwt hier het gedenkteken, dat hij tevoren opgericht had, boven, Gen 28:18, omdat het door langheid ingezetenen mocht vervallen of omgeworpen zijn; opdat het strekken van Gods weldaad en zijn schuldigen plicht.
- drankoffer, Versta hierdoor, òf de olie, zoals terstond volgt; òf den wijn, òf enig ander vocht, dat gewoonlijk gebruikt werd in drankoffers, of in plengoffers tot dankzegging.
15 En Jakob noemde den naam dier plaats, alwaar God met hem gesproken had, Beth-el.1
וַ/יִּקְרָ֨או/יקר֨אוַ/יִּקְרָאו/יקראva/i.yik.Ra'and/ he calledH9001H7121HHc+Vqw3ms יַעֲקֹ֜ביעק֜ביַעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm שֵׁ֣םש֣םשֵׁםשםshem[the] name ofH8034HNcmsc הַ/מָּק֗וֹםה/מק֗וםהַ/מָּקוֹםה/מקוםha./ma.Komthe/ placeH9009H4725HTd+Ncmsa אֲשֶׁר֩אשר֩אֲשֶׁראשר'a.SherwhereH0834AHTr דִּבֶּ֨רדב֨רדִּבֶּרדברdi.Berhe had spokenH1696GHVpp3ms אִתּ֥/וֹאת֥/ואִתּ/וֹאת/ו'i.T/owith/ himH0854H9033HRd+Sp3ms שָׁ֛םש֛םשָׁםשםshamthereH8033GHD אֱלֹהִ֖יםאלה֖יםאֱלֹהִיםאלהים'E.lo.HimGodH0430GHNcmpa - noemde den Zijn belofte willende volbrengen, vernieuwt hij niet alleen het gedenkteken, maar ook den naam. Deze plaats schijnt onderscheiden te zijn van El Beth-el, boven, vs.7.
16 En zij reisden van Beth-el; en er was nog een kleine streek lands om tot Efrath te komen; en Rachel baarde, en zij had het hard in haar baren.12
וַ/יִּסְעוּ֙ו/יסעו֙וַ/יִּסְעוּו/יסעוva/i.yis.'Uand/ they set outH9001H5265Hc+Vqw3mp מִ/בֵּ֣יתמ/ב֣יתמִ/בֵּיתמ/ביתmi./Beitfrom/ Beth-H9006H1008GHR+Npl ע֥וֹדע֥ודעוֹדעודodyetH5750HAcmsa כִּבְרַת\־כברת\כִּבְרַת\־כברת\kiv.rat-[the] distance ofH3530\H9014HNcfsc הָ/אָ֖רֶץה/א֖רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ landH9009H0776GHTd+Ncfsa לָ/ב֣וֹאל/ב֣ואלָ/בוֹאל/בואla./Vo'to/ goH9005H0935IHR+Vqcc אֶפְרָ֑תָהאפר֑תהאֶפְרָתָהאפרתה'ef.Ra.tahEphrathahH0672HHNpl וַ/תֵּ֥לֶדו/ת֥לדוַ/תֵּלֶדו/תלדva./Te.ledand/ she gave birthH9001H3205Hc+Vqw3fs רָחֵ֖לרח֖לרָחֵלרחלra.ChelRachelH7354HNpf וַ/תְּקַ֥שׁו/תק֥שוַ/תְּקַשׁו/תקשva./te.Kashand/ she had difficultiesH9001H7185Hc+Vpw3fs בְּ/לִדְתָּֽ/הּ\׃ב/לדת/ה\בְּ/לִדְתָּֽ/הּ\׃ב/לדת/ה\be./lid.Ta/hwhen/ gave birth/ sheH9003H3205H9044\H9016HR+Vqcc+Sp3fs - een kleine Anders, omtrent een voedering, of pleistering lands; dat is, zoveel land als men reist eer men pleistert, een mijl van den weg. Zie Gen 48:7; 2Ki 5:19.
- Efrath Dit is de naam van een stad, die gewoonlijk Bethlehem genoemd wordt. Zie deze beide namen onder, vs.19; Mic 5:1.
17 En het geschiedde, als zij het hard had in haar baren, zo zeide de vroedvrouw tot haar: Vrees niet; want dezen zoon zult gij ook hebben!1
וַ/יְהִ֥יו/יה֥יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it wasH9001H1961Hc+Vqw3ms בְ/הַקְשֹׁתָ֖/הּב/הקשת֖/הבְ/הַקְשֹׁתָ/הּב/הקשת/הve./hak.sho.Ta/hwhen/ had difficulties/ sheH9003H7185H9044HR+Vhcc+Sp3fs בְּ/לִדְתָּ֑/הּב/לדת֑/הבְּ/לִדְתָּ/הּב/לדת/הbe./lid.Ta/hwhen/ gave birth/ sheH9003H3205H9044HR+Vqcc+Sp3fs וַ/תֹּ֨אמֶרו/ת֨אמרוַ/תֹּאמֶרו/תאמרva./To.merand/ she saidH9001H0559Hc+Vqw3fs לָ֤/הּל֤/הלָ/הּל/הla/hto <the>/ herH9005H9034HRd+Sp3fs הַ/מְיַלֶּ֙דֶת֙ה/מיל֙דת֙הַ/מְיַלֶּדֶתה/מילדתha/m.ya.Le.detthe/ midwifeH9009H3205HTd+Vprfsa תִּ֣ירְאִ֔ית֣ירא֔יתִּירְאִיתיראיtir.'Iyou be afraidH3372GHVqj2fs זֶ֥הז֥הזֶהזהzehthis [one]H2088HTm לָ֖/ךְל֖/ךלָ/ךְל/ךla/khfor <the>/ youH9005H9032HRd+Sp2fs - zult gij Of, hebt gij ook, boven Jozef; gelijk gij gewenst hebt, dat u nog een boven hem zou toegevoegd worden; boven Gen 30:24.
18 En het geschiedde, als haar ziel uitging ( want zij stierf), dat zij zijn naam noemde Ben-oni; maar zijn vader noemde hem Benjamin.1234
וַ/יְהִ֞יו/יה֞יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it wasH9001H1961Hc+Vqw3ms בְּ/צֵ֤אתב/צ֤אתבְּ/צֵאתב/צאתbe./Tzetwhen/ went outH9003H3318GHR+Vqcc נַפְשָׁ/הּ֙נפש/ה֙נַפְשָׁ/הּנפש/הnaf.Sha/hlife/ herH5315GH9024HNcfsc+Sp3fs מֵ֔תָהמ֔תהמֵתָהמתהMe.tahshe diedH4191HVqp3fs וַ/תִּקְרָ֥או/תקר֥אוַ/תִּקְרָאו/תקראva./tik.Ra'and/ she calledH9001H7121HHc+Vqw3fs שְׁמ֖/וֹשמ֖/ושְׁמ/וֹשמ/וshe.M/oname/ hisH8034H9023HNcmsc+Sp3ms אוֹנִ֑יאונ֑יאוֹנִיאוני'o.NiOniH1126HNpm וְ/אָבִ֖י/וו/אב֖י/ווְ/אָבִי/וו/אבי/וve./'a.Vi/vand/ father/ hisH9002H0001GH9023HC+Ncmsc+Sp3ms ל֥/וֹל֥/ול/וֹל/וl/o<to> <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms בִנְיָמִֽין\׃בנימין\בִנְיָמִֽין\׃בנימין\vin.ya.MinBenjaminH1144G\H9016HNpm - als haar Een klare beschrijving van den dood, waaruit blijkt dat hij is een scheiding der ziel, die tot een ander leven overblijft, en gaat uit het lichaam, hetwelk door den dood vergaat. Waarom ook gezegd wordt van degenen, die nog leven, dat hun ziel in hen is, 2Sa 1:9, en van degenen, die sterven, dat hun geest uitgaat, Psa 146:4, en van degenen die verrijzen, dat hun geest in hen wederkeert; 1Ki 17:21-22.
- (want zij Of, dat zij stierf, en noemde, of had genoemd.
- Ben-oni; Dat is, zoon mijner smart, mijns weedoms.
- Benjamin Dat is zoon der rechterhand; dat is, die mij altijd nabij en zeer lief zal zijn, als den mens zijn rechterhand; Psa 80:18.
19 Alzo stierf Rachel; en zij werd begraven aan den weg naar Efrath, hetwelk is Bethlehem.12
וַ/תָּ֖מָתו/ת֖מתוַ/תָּמָתו/תמתva./Ta.motand/ she diedH9001H4191Hc+Vqw3fs רָחֵ֑לרח֑לרָחֵלרחלra.ChelRachelH7354HNpf וַ/תִּקָּבֵר֙ו/תקבר֙וַ/תִּקָּבֵרו/תקברva./ti.ka.Verand/ she was buriedH9001H6912Hc+VNw3fs בְּ/דֶ֣רֶךְב/ד֣רךבְּ/דֶרֶךְב/דרךbe./De.rekhon/ [the] way ofH9003H1870KHR+Ncbsc אֶפְרָ֔תָהאפר֔תהאֶפְרָתָהאפרתה'ef.Ra.tahEphrathahH0672HHNpl הִ֖ואה֖ואהִואהואhi'thatH1931HPp3fs בֵּ֥יתב֥יתבֵּיתביתbeit[is] Beth-H1035GHNpl - Efrath, Deze naam schijnt Bethlehem gegeven te zijn door Kalebs huisvrouw, zie 1Ch 2:19, 1Ch 2:24; en daarmede wordt ook dit Bethlehem, gelegen in den stam van Juda, [ Mic 5:1; Mat 2:6 ] , onderscheiden van een ander Bethlehem, gelegen in den stam van Zebulon; Jos 19:15.
- Bethlehem Bethlehem betekent een huis des broods.
20 En Jakob richtte een gedenkteken op boven haar graf, dit is het gedenkteken van Rachels graf tot op dezen dag.1
וַ/יַּצֵּ֧בו/יצ֧בוַ/יַּצֵּבו/יצבva/i.ya.Tzevand/ he set upH9001H5324Hc+Vhw3ms יַעֲקֹ֛ביעק֛ביַעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm מַצֵּבָ֖המצב֖המַצֵּבָהמצבהma.tze.Vaha pillarH4676HNcfsa קְבֻרָתָ֑/הּקברת֑/הקְבֻרָתָ/הּקברת/הke.vu.ra.Ta/hgrave/ herH6900H9024HNcfsc+Sp3fs הִ֛ואה֛ואהִואהואhi'itH1931HPp3fs מַצֶּ֥בֶתמצ֥בתמַצֶּבֶתמצבתma.Tze.vet[is] [the] pillar ofH4678HNcfsc קְבֻֽרַת\־קברת\קְבֻֽרַת\־קברת\ke.vu.rat-[the] grave ofH6900\H9014HNcfsc רָחֵ֖לרח֖לרָחֵלרחלra.ChelRachelH7354HNpf - tot op dezen Te weten, ten tijde toen Mozes dit schreef; ja het bestond nog ten tijde van Samuel en Saul; 1Sa 10:2. Omtrent den kindermoord, dien Herodes hieromtrent heeft laten plegen, ten tijde van Christus' geboorte, zie Jer 31:15; Mat 2:16-17.
21 Toen verreisde Israël, en hij spande zijn tent op gene zijde van Migdal-eder.12
וַ/יִּסַּ֖עו/יס֖עוַ/יִּסַּעו/יסעva/i.yi.Sa'and/ he set outH9001H5265Hc+Vqw3ms יִשְׂרָאֵ֑לישרא֑ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpm וַ/יֵּ֣טו/י֣טוַ/יֵּטו/יטva/i.Yetand/ he pitchedH9001H5186Hc+Vqw3ms אָֽהֳל֔/וֹאהל֔/ואָֽהֳל/וֹאהל/ו'o.ho.L/otent/ hisH0168GH9023HNcmsc+Sp3ms מֵ/הָ֖לְאָהמ/ה֖לאהמֵ/הָלְאָהמ/הלאהme./Hal.'ahfrom/ beyondH9006H1973HR+D לְ/מִגְדַּל\־ל/מגדל\לְ/מִגְדַּל\־ל/מגדל\le./mig.dal-<to>/ MigdalH9005H4029\H9014HR+Npl - Israël, Hier wordt Jakob eerst Israel genoemd, naar het bevel Gods, vs.10.
- Migdal-Eder. Dat is, een toren der kudde; zie ook Mic 4:8.
22 En het geschiedde, als Israël in dat land woonde, dat Ruben heenging, en lag bij Bilha, zijns vaders bijwijf; en Israël hoorde het. En de zonen van Jakob waren twaalf.12
וַ/יְהִ֗יו/יה֗יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it wasH9001H1961Hc+Vqw3ms בִּ/שְׁכֹּ֤ןב/שכ֤ןבִּ/שְׁכֹּןב/שכןbi/sh.Konwhen/ dweltH9003H7931HR+Vqcc יִשְׂרָאֵל֙ישראל֙יִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpm בָּ/אָ֣רֶץב/א֣רץבָּ/אָרֶץב/ארץba./'A.retzin the/ landH9003H0776GHRd+Ncfsa הַ/הִ֔ואה/ה֔ואהַ/הִואה/הואha./Hiv'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3fs וַ/יֵּ֣לֶךְו/י֣לךוַ/יֵּלֶךְו/ילךva/i.Ye.lekhand/ he wentH9001H1980GHc+Vqw3ms רְאוּבֵ֔ןראוב֔ןרְאוּבֵןראובןre.'u.VenReubenH7205HNpm וַ/יִּשְׁכַּ֕ב֙ו/ישכ֕ב֙וַ/יִּשְׁכַּבו/ישכבva/i.yish.Kavand/ he lay withH9001H7901IHc+Vqw3ms בִּלְהָ֖ה֙בלה֖ה֙בִּלְהָהבלההbil.HahBilhahH1090AHNpf פִּילֶ֣גֶשׁפיל֣גשפִּילֶגֶשׁפילגשpi.Le.gesh[the] concubine ofH6370HNcfsc אָבִ֑֔י/ואב֑֔י/ואָבִי/ואבי/ו'a.Vi/vfather of/ hisH0001GH9023HNcmsc+Sp3ms וַ/יִּשְׁמַ֖עו/ישמ֖עוַ/יִּשְׁמַעו/ישמעva/i.yish.Ma'and/ he heardH9001H8085GHc+Vqw3ms יִשְׂרָאֵֽ֑ל\ \פישרא֑ל\ \פיִשְׂרָאֵֽל\ \פישראל\ \פYis.ra.'ElIsraelH3478\ \H9017HNpm וַ/יִּֽהְי֥וּו/יהי֥ווַ/יִּֽהְיוּו/יהיוva/i.yih.Yuand/ they wereH9001H1961Hc+Vqw3mp בְנֵֽי\־בני\בְנֵֽי\־בני\ve.nei-[the] sons ofH1121A\H9014HNcmpc יַעֲקֹ֖ביעק֖ביַעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm שְׁנֵ֥יםשנ֥יםשְׁנֵיםשניםshe.Neimtwo [plus]H8147HAcbda - bijwijf; Zie boven, Gen 22:24.
- Israël Zonder twijfel met groot harteleed, ziende dat door deze daad van Ruben God vertoornd, zijn huisgezin onteerd, en oorzaak van lasteringen gegeven was; zo zelfs, dat Jakob, liggende op zijn sterfbed, reden had om zich te beklagen over deze schandelijke daad; onder, Gen 49:3-4; en Ruben het recht der eerstgeboorte te benemen; 1Ch 5:1-2.
23 De zonen van Lea waren: Ruben, Jakobs eerstgeborene, daarna Simeon, en Levi, en Juda, en Issaschar, en Zebulon.1
בְּנֵ֣יבנ֣יבְּנֵיבניbe.Nei[the] sons ofH1121AHNcmpc לֵאָ֔הלא֔הלֵאָהלאהle.'AhLeahH3812HNpf בְּכ֥וֹרבכ֥ורבְּכוֹרבכורbe.Khor[the] firstborn ofH1060HNcmsc יַעֲקֹ֖ביעק֖ביַעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm רְאוּבֵ֑ןראוב֑ןרְאוּבֵןראובןre.'u.VenReubenH7205HNpm וְ/שִׁמְעוֹן֙ו/שמעון֙וְ/שִׁמְעוֹןו/שמעוןve./shim.'Onand/ SimeonH9002H8095GHC+Npm וְ/לֵוִ֣יו/לו֣יוְ/לֵוִיו/לויve./le.Viand/ LeviH9002H3878HC+Npm וִֽ/יהוּדָ֔הו/יהוד֔הוִֽ/יהוּדָהו/יהודהvi./hu.Dahand/ JudahH9002H3063GHC+Npm וְ/יִשָּׂשכָ֖רו/יששכ֖רוְ/יִשָּׂשכָרו/יששכרve./yi.so.sh.Kharand/ IssacharH9002H3485GHC+Npm וּ/זְבוּלֻֽן\׃ו/זבולן\וּ/זְבוּלֻֽן\׃ו/זבולן\u./ze.vu.Lunand/ ZebulunH9002H2074\H9016HC+Npm - De zonen Deze twaalf zonen van Jakob worden hier vermeld, omdat hun getal na Benjamins geboorte en Rachels dood nu vol was, en hem geen zonen meer geboren zijn; en dat deze twaalf geweest zijn de vaders der twaalf stammen Israëls, van welke hierna dikwijls zal gesproken worden.
24 De zonen van Rachel: Jozef en Benjamin.
בְּנֵ֣יבנ֣יבְּנֵיבניbe.Nei[the] sons ofH1121AHNcmpc רָחֵ֔לרח֔לרָחֵלרחלra.ChelRachelH7354HNpf יוֹסֵ֖ףיוס֖ףיוֹסֵףיוסףyo.SefJosephH3130GHNpm וּ/בִנְיָמִֽן\׃ו/בנימן\וּ/בִנְיָמִֽן\׃ו/בנימן\u./vin.ya.Minand/ BenjaminH9002H1144G\H9016HC+Npm 25 En de zonen van Bilha, Rachels dienstmaagd: Dan en Nafthali.
וּ/בְנֵ֤יו/בנ֤יוּ/בְנֵיו/בניu./ve.Neiand/ [the] sons ofH9002H1121AHC+Ncmpc בִלְהָה֙בלהה֙בִלְהָהבלההvil.HahBilhahH1090AHNpf שִׁפְחַ֣תשפח֣תשִׁפְחַתשפחתshif.Chat[the] maidservant ofH8198HNcfsc רָחֵ֔לרח֔לרָחֵלרחלra.ChelRachelH7354HNpf דָּ֖ןד֖ןדָּןדןdanDanH1835HHNpm וְ/נַפְתָּלִֽי\׃ו/נפתלי\וְ/נַפְתָּלִֽי\׃ו/נפתלי\ve./naf.ta.Liand/ NaphtaliH9002H5321G\H9016HC+Npm 26 En de zonen van Zilpa, Lea’s dienstmaagd: Gad en Aser. Deze zijn de zonen van Jakob, die hem geboren zijn in Paddan-aram.1
וּ/בְנֵ֥יו/בנ֥יוּ/בְנֵיו/בניu./ve.Neiand/ [the] sons ofH9002H1121AHC+Ncmpc זִלְפָּ֛הזלפ֛הזִלְפָּהזלפהzil.PahZilpahH2153HNpf שִׁפְחַ֥תשפח֥תשִׁפְחַתשפחתshif.Chat[the] maidservant ofH8198HNcfsc לֵאָ֖הלא֖הלֵאָהלאהle.'AhLeahH3812HNpf גָּ֣דג֣דגָּדגדgadGadH1410GHNpm וְ/אָשֵׁ֑רו/אש֑רוְ/אָשֵׁרו/אשרve./'a.Sherand/ AsherH9002H0836HC+Npm אֵ֚לֶּהא֚להאֵלֶּהאלה'E.lehtheseH0428HTm בְּנֵ֣יבנ֣יבְּנֵיבניbe.Nei[were] [the] sons ofH1121AHNcmpc יַעֲקֹ֔ביעק֔ביַעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhoH0834AHTr יֻלַּד\־ילד\יֻלַּד\־ילד\yu.lad-it was bornH3205\H9014HVPp3ms ל֖/וֹל֖/ול/וֹל/וl/oto <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms בְּ/פַדַּ֥ןב/פד֥ןבְּ/פַדַּןב/פדןbe./fa.Danin/ PaddanH9003H6307HR+Npl - die hem Uitgenomen Benjamin, die bij Efrath in het land Kanaän geboren is, boven, vs.16. Maar Mozes spreekt zo, aangezien al de anderen daar geboren zijn. Dit is een manier van spreken, waardoor iets niet precieselijk wordt gesteld, maar in het algemeen en in een zeker opzicht; zie boven, Gen 15:13; nder, Gen 46:15; Jdg 20:46; 1Co 15:5.
27 En Jakob kwam tot Izak, zijn vader, in Mamre, te Kirjath-arba, hetwelk is Hebron, waar Abraham als vreemdeling had verkeerd, en Izak.1234
וַ/יָּבֹ֤או/יב֤אוַ/יָּבֹאו/יבאva/i.ya.Vo'and/ he cameH9001H0935GHc+Vqw3ms יַעֲקֹב֙יעקב֙יַעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm יִצְחָ֣קיצח֣קיִצְחָקיצחקyitz.ChakIsaacH3327HNpm אָבִ֔י/ואב֔י/ואָבִי/ואבי/ו'a.Vi/vfather/ hisH0001GH9023HNcmsc+Sp3ms מַמְרֵ֖אממר֖אמַמְרֵאממראmam.Re'MamreH4471GHNpl קִרְיַ֣תקרי֣תקִרְיַתקריתkir.YatKiriathH7153HNpl הָֽאַרְבַּ֑עהארב֑עהָֽאַרְבַּעהארבעha.'ar.Ba'<the> ArbaH7153HNpl הִ֣ואה֣ואהִואהואhi'thatH1931HPp3fs חֶבְר֔וֹןחבר֔וןחֶבְרוֹןחברוןchev.Ron[is] HebronH2275AHNpl שָׁ֥םש֥םשָׁםשםshamthereH8033GHD אַבְרָהָ֖םאברה֖םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm וְ/יִצְחָֽק\׃ו/יצחק\וְ/יִצְחָֽק\׃ו/יצחק\ve./yitz.Chakand/ IsaacH9002H3327\H9016HC+Npm - in Mamre, Een plaats vanwaar men zien mag boven, Gen 23:17. Alzo genoemd door Abrahams bondgenoot, die Mamre heette; zie boven, Gen 13:18, en Gen 14:13, Gen 14:24.
- Kirjath-Arba, Zie boven, Gen 23:2.
- Hebron, Zie boven, Gen 13:18, en Gen 23:2, Gen 23:19.
- en Izak Die er nog als vreemdeling woonde.
28 En de dagen van Izak waren honderd jaren, en tachtig jaren.
וַ/יִּֽהְי֖וּו/יהי֖ווַ/יִּֽהְיוּו/יהיוva/i.yih.Yuand/ they wereH9001H1961Hc+Vqw3mp יְמֵ֣יימ֣ייְמֵיימיye.Mei[the] days ofH3117GHNcmpc יִצְחָ֑קיצח֑קיִצְחָקיצחקyitz.ChakIsaacH3327HNpm מְאַ֥תמא֥תמְאַתמאתme.'Atone hundredH3967HAcfsc שָׁנָ֖השנ֖השָׁנָהשנהsha.Nahyear[s]H8141HNcfsa וּ/שְׁמֹנִ֥יםו/שמנ֥יםוּ/שְׁמֹנִיםו/שמניםu./she.mo.Nimand/ eightyH9002H8084HC+Acmpa שָׁנָֽה\׃שנה\שָׁנָֽה\׃שנה\sha.Nahyear[s]H8141\H9016HNcfsa 29 En Izak gaf den geest en stierf, en werd verzameld tot zijn volken, oud en zat van dagen; en zijn zonen Ezau en Jakob begroeven hem.123
וַ/יִּגְוַ֨עו/יגו֨עוַ/יִּגְוַעו/יגועva/i.yig.Va'and/ he expiredH9001H1478Hc+Vqw3ms יִצְחָ֤קיצח֤קיִצְחָקיצחקyitz.ChakIsaacH3327HNpm וַ/יָּ֙מָת֙ו/י֙מת֙וַ/יָּמָתו/ימתva/i.Ya.motand/ he diedH9001H4191Hc+Vqw3ms וַ/יֵּאָ֣סֶףו/יא֣סףוַ/יֵּאָסֶףו/יאסףva/i.ye.'A.sefand/ he was gatheredH9001H0622Hc+VNw3ms עַמָּ֔י/ועמ֔י/ועַמָּי/ועמי/ו'a.Ma/vpeople<s>/ hisH5971BH9023HNcmpc+Sp3ms זָקֵ֖ןזק֖ןזָקֵןזקןza.Kenan old [man]H2205HHAamsa וּ/שְׂבַ֣עו/שב֣עוּ/שְׂבַעו/שבעu./se.Va'and/ satisfied ofH9002H7649HC+Aamsc יָמִ֑יםימ֑יםיָמִיםימיםya.MimdaysH3117GHNcmpa וַ/יִּקְבְּר֣וּו/יקבר֣ווַ/יִּקְבְּרוּו/יקברוva/i.yik.be.Ruand/ they buriedH9001H6912Hc+Vqw3mp אֹת֔/וֹאת֔/ואֹת/וֹאת/ו'o.T/o<obj.>/ himH0853H9033HTo+Sp3ms עֵשָׂ֥ועש֥ועֵשָׂועשו'e.SavEsauH6215GHNpm וְ/יַעֲקֹ֖בו/יעק֖בוְ/יַעֲקֹבו/יעקבve./ya.'a.Koand/ JacobH9002H3290HC+Npm - gaf den Verg. boven, Gen 25:8.
- tot zijn Zie boven, Gen 15:15.
- begroeven hem Te weten, in de spelonk, waarvan te lezen is boven, Gen 23, waarin ook Abraham begraven lag, boven, Gen 25:9. Deze was in Hebron, waar Izak gestorven is. Dit is geschied lang na dezen tijd, overmits Jakob wel 23 jaren in Kanaän na zijn wederkomst uit Mesopotamië gewoond had, eer zijn vader stierf. Maar het wordt hier door Mozes verhaald, om hiermede Izaks historie te eindigen, en Jakobs historie te vervolgen.