Chapter 15
1 Na deze dingen geschiedde het woord des Heeren tot Abram in een gezicht, zeggende: Vrees niet, Abram! Ik ben u een Schild, uw Loon zeer groot.12
הַ/דְּבָרִ֣יםה/דבר֣יםהַ/דְּבָרִיםה/דבריםha./de.va.Rimthe/ thingsH9009H1697IHTd+Ncmpa הָ/אֵ֗לֶּהה/א֗לההָ/אֵלֶּהה/אלהha./'E.leh<the>/ theseH9009H0428HTd+Tm הָיָ֤ההי֤ההָיָההיהha.Yahit cameH1961HVqp3ms דְבַר\־דבר\דְבַר\־דבר\de.var-[the] word ofH1697G\H9014HNcmsc יְהוָה֙יהוה֙יְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt אַבְרָ֔םאבר֔םאַבְרָםאברם'av.RamAbramH0087HNpm בַּֽ/מַּחֲזֶ֖הב/מחז֖הבַּֽ/מַּחֲזֶהב/מחזהba./ma.cha.Zehin the/ visionH9003H4236HRd+Ncmsa לֵ/אמֹ֑רל/אמ֑רלֵ/אמֹרל/אמרle./Mor<to>/ sayingH9005H0559HR+Vqcc תִּירָ֣אתיר֣אתִּירָאתיראti.Ra'you fearH3372GHVqj2ms אַבְרָ֗םאבר֗םאַבְרָםאברם'av.RamO AbramH0087HNpm אָנֹכִי֙אנכי֙אָנֹכִיאנכי'a.no.KhiIH0595HPp1bs מָגֵ֣ןמג֣ןמָגֵןמגןma.Gen[am] a shieldH4043HNcmsa שְׂכָרְ/ךָ֖שכר/ך֖שְׂכָרְ/ךָשכר/ךse.kha.re./Khareward/ yourH7939H9021HNcmsc+Sp2ms הַרְבֵּ֥ההרב֥ההַרְבֵּההרבהhar.Beh[will be] greatH7235AHVhaa - in een Een soort der goddelijke openbaring, waardoor den mens, als hij niet slaapt, òf uitwendig van God iets voorkomt, òf in zijn geest opgetrokken wordt, om door denzelven inwendig te zien, of te verstaan hetgeen de Heere hem wil bekendmaken, Num 12:6-8, Num 24:4; Isa 1:1; Act 10:10-11. Het schijnt dat God in dit gezicht Abram ook uitwendig op zichtbare wijze verschenen is; zie vs.5 enz.
- Ik ben Deze woorden begrijpen de volheid aller gelukzaligheid, die God zijn kinderen in den Messias belooft en geeft, bestaande in de bescherming tegen alle kwaad, en toevoeging van alles goeds, hier aanvankelijk en hierna volmaaktelijk.
2 Toen zeide Abram: Heere, Heere! wat zult Gij mij geven, daar ik zonder kinderen heenga en de bezorger van mijn huis is deze Damaskener Eliëzer?12345
וַ/יֹּ֣אמֶרו/י֣אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms אַבְרָ֗םאבר֗םאַבְרָםאברם'av.RamAbramH0087HNpm אֲדֹנָ֤יאדנ֤יאֲדֹנָיאדני'a.do.NaiO LordH0136HNpt יֱהוִה֙יהוה֙יֱהוִהיהוהYah.wehYahwehH3069HNpt תִּתֶּן\־תתן\תִּתֶּן\־תתן\ti.ten-will you giveH5414G\H9014HVqi2ms לִ֔/יל֔/ילִ/יל/יL/ito <the>/ meH9005H9030HRd+Sp1bs וְ/אָנֹכִ֖יו/אנכ֖יוְ/אָנֹכִיו/אנכיve./'a.no.Khiand/ IH9002H0595HC+Pp1bs הוֹלֵ֣ךְהול֣ךהוֹלֵךְהולךho.Lekh[am] goingH1980LHVqrmsa עֲרִירִ֑יעריר֑יעֲרִירִיערירי'a.ri.RichildlessH6185HAamsa מֶ֣שֶׁקמ֣שקמֶשֶׁקמשקMe.shek[the] acquisition ofH4943HNcmsc בֵּיתִ֔/יבית֔/יבֵּיתִ/יבית/יbei.T/ihousehold/ myH1004MH9020HNcmsc+Sp1bs ה֖וּאה֖ואהוּאהואhu'heH1931HPp3ms דַּמֶּ֥שֶׂקדמ֥שקדַּמֶּשֶׂקדמשקda.Me.sek[is] DamascusH1834HNpl אֱלִיעֶֽזֶר\׃אליעזר\אֱלִיעֶֽזֶר\׃אליעזר\'e.li.'E.zerEliezerH0461G\H9016HNpm - wat zult Dat is, welke gave zal mij vermaken, zolang ik niet zie de vervulling uwer belofte, aangaande mijn zaad, waaruit de Messias zal voortkomen?
- daar ik Anders, ik ga toch zonder kinderen.
- bezorger van Hebr. de zoon der beloping, of, besturing, of, der bezorging van mijn huis. Dat is, de verzorger van mijn huis. Aldus wordt een zoon der vroomheid gezegd, 1Ki 1:52, voor een vroom man; aldus zonen der gevangenis, Ezr 4:1, voor degenen, die gevangen geweest waren; zonen der verdrukking, Pro 31:5, voor verdrukten; en Jer 48:45, zonen der beroerte, voor degenen die beroerte maken.
- deze Damaskener Hebr. Dammeseck, dat is, van Damaskus, of Damaskener. Dit is een afgebroken rede, die Abram vervolgt en ten einde brengt in het volgende vs.3.
- Eliëzer De naam des verzorgers van Abrams huis.
3 Voorts zeide Abram: Zie, mij hebt Gij geen zaad gegeven, en zie, de zoon van mijn huis zal mijn erfgenaam zijn!123
וַ/יֹּ֣אמֶרו/י֣אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms אַבְרָ֔םאבר֔םאַבְרָםאברם'av.RamAbramH0087HNpm הֵ֣ןה֣ןהֵןהןhenhere!H2005HTj לִ֔/יל֔/ילִ/יל/יL/ito <the>/ meH9005H9030HRd+Sp1bs לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn נָתַ֖תָּהנת֖תהנָתַתָּהנתתהna.Ta.tahyou have givenH5414GHVqp2ms זָ֑רַעז֑רעזָרַעזרעZa.ra'offspringH2233HHNcmsa וְ/הִנֵּ֥הו/הנ֥הוְ/הִנֵּהו/הנהve./hi.Nehand/ there!H9002H2009HC+Tj בֵּיתִ֖/יבית֖/יבֵּיתִ/יבית/יbei.T/ihousehold/ myH1004MH9020HNcmsc+Sp1bs יוֹרֵ֥שׁיור֥שיוֹרֵשׁיורשyo.Resh[is] inheritingH3423GHVqrmsa - zaad gegeven, Dat is zoon. Zie boven Gen 4:25.
- de zoon Dat is, mijn knecht, die in mijn huis geboren is, vergelijk boven Gen 14:14. Met deze manier van spreken worden de ingeboren knechten onderscheiden van de zonen des lichaams, of eigen kinderen, zoals Job 19:17; Pro 31:2; Jer 2:14.
- zal mijn erfgenaam zijn Hebr. zal mij erven, zo ook vs.4.
4 En ziet, het woord des Heeren was tot hem, zeggende: Deze zal uw erfgenaam niet zijn; maar die uit uw lijf voortkomen zal, die zal uw erfgenaam zijn.12
וְ/הִנֵּ֨הו/הנ֨הוְ/הִנֵּהו/הנהve./hi.Nehand/ there!H9002H2009HC+Tj דְבַר\־דבר\דְבַר\־דבר\de.var-[the] word ofH1697G\H9014HNcmsc יְהוָ֤היהו֤היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt אֵלָי/ו֙אלי/ו֙אֵלָי/ואלי/ו'e.La/v[was] to/ himH0413H9033HRd+Sp3ms לֵ/אמֹ֔רל/אמ֔רלֵ/אמֹרל/אמרle./Mor<to>/ sayingH9005H0559HR+Vqcc לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn יִֽירָשְׁ/ךָ֖יירש/ך֖יִֽירָשְׁ/ךָיירש/ךyi.ra.she./Khahe will inherit/ youH3423GH9031HVqi3ms+Sp2ms זֶ֑הז֑הזֶהזהZehthis [one]H2088HTm אִם֙אם֙אִםאם'imexceptH0518BHTc אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.Sher[one] whoH0834AHTr יֵצֵ֣איצ֣איֵצֵאיצאye.Tze'he will come outH3318MHVqi3ms מִ/מֵּעֶ֔י/ךָמ/מע֔י/ךמִ/מֵּעֶי/ךָמ/מעי/ךmi./me.'Ei./khafrom/ inward parts/ yourH9006H4578H9021HR+Ncmpc+Sp2ms ה֖וּאה֖ואהוּאהואhu'heH1931HPp3ms יִֽירָשֶֽׁ/ךָ\׃יירש/ך\יִֽירָשֶֽׁ/ךָ\׃יירש/ך\Yi.ra.She./khahe will inherit/ youH3423GH9031\H9016HVqi3ms+Sp2ms - Deze zal Nam. Eliëzer de Damaskener.
- uit uw Hebr. uit uw ingewand. Zie 2Sa 7:12; verg. onder Gen 35:11, en 2Ch 6:9.
5 Toen leidde Hij hem uit naar buiten, en zeide: Zie nu op naar den hemel, en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt; en Hij zeide tot hem: Zo zal uw zaad zijn!1234
וַ/יּוֹצֵ֨או/יוצ֨אוַ/יּוֹצֵאו/יוצאva/i.yo.Tze'and/ he brought outH9001H3318HHc+Vhw3ms אֹת֜/וֹאת֜/ואֹת/וֹאת/ו'o.T/o<obj.>/ himH0853H9033HTo+Sp3ms הַ/ח֗וּצָ/הה/ח֗וצ/ההַ/חוּצָ/הה/חוצ/הha./Chu.tza/hthe/ outside/ towardsH9009H2351H9011HTd+Ncmsa+Sd וַ/יֹּ֙אמֶר֙ו/י֙אמר֙וַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms נָ֣אנ֣אנָאנאna'pleaseH4994HTj הַ/שָּׁמַ֗יְמָ/הה/שמ֗ימ/ההַ/שָּׁמַיְמָ/הה/שמימ/הha./sha.May.ma/hthe/ heavens/ towardsH9009H8064H9011HTd+Ncmpa+Sd וּ/סְפֹר֙ו/ספר֙וּ/סְפֹרו/ספרu./se.Forand/ countH9002H5608AHC+Vqv2ms הַ/כּ֣וֹכָבִ֔יםה/כ֣וכב֔יםהַ/כּוֹכָבִיםה/כוכביםha./Ko.kha.Vimthe/ starsH9009H3556HTd+Ncmpa תּוּכַ֖לתוכ֖לתּוּכַלתוכלtu.Khalyou are ableH3201HVqi2ms לִ/סְפֹּ֣רל/ספ֣רלִ/סְפֹּרל/ספרli/s.Porto/ countH9005H5608AHR+Vqcc אֹתָ֑/םאת֑/םאֹתָ/םאת/ם'o.Ta/m<obj.>/ themH0853H9038HTo+Sp3mp וַ/יֹּ֣אמֶרו/י֣אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms ל֔/וֹל֔/ול/וֹל/וl/oto <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms כֹּ֥הכ֥הכֹּהכהkohthusH3541HD יִהְיֶ֖היהי֖היִהְיֶהיהיהyih.Yehit will beH1961HVqi3ms זַרְעֶֽ/ךָ\׃זרע/ך\זַרְעֶֽ/ךָ\׃זרע/ך\zar.'E./khaoffspring/ yourH2233HH9021\H9016HNcmsc+Sp2ms - Hij Te weten, God.
- hem Nam. Abram.
- uit naar Buiten de tent.
- Zo zal Verg. boven Gen 13:16; 1Ki 4:20.
6 En hij geloofde in den Heere; en Hij rekende het hem tot gerechtigheid.123
וְ/הֶאֱמִ֖ןו/האמ֖ןוְ/הֶאֱמִןו/האמןve./he.'e.Minand/ he believedH9001H0539Hc+Vhq3ms בַּֽ/יהוָ֑הב/יהו֑הבַּֽ/יהוָהב/יהוהba./Yah.wehin/ YahwehH9003H3068GHR+Npt וַ/יַּחְשְׁבֶ֥/הָו/יחשב֥/הוַ/יַּחְשְׁבֶ/הָו/יחשב/הva/i.yach.she.Ve./haand/ he credited/ itH9001H2803HH9034Hc+Vqw3ms+Sp3fs לּ֖/וֹל֖/ולּ/וֹל/וl/oto <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms צְדָקָֽה\׃צדקה\צְדָקָֽה\׃צדקה\tze.da.KahrighteousnessH6666\H9016HNcfsa - hij geloofde Niet dat Abram hier eerst begon te geloven, maar dat hij sterker werd in het geloof, zijn vlees overwinnende, en de grote belofte, die hem God. vs.1, 4,5, van zijn zaad en voornamelijk van den Messias gedaan had, tot troost en zaligheid van zijn ziel langs zo meer aannemende.
- Hij rekende Dat is, God heeft uit loutere genade, hem, die geen gerechtigheid had in zichzelven, om voor zijn gericht te bestaan, voor rechtvaardig geacht, door het geloof aan zijn belofte en den beloofden Middelaar; Rom 4:2-3, enz.
- tot Het woordje tot, wordt hier bijgevoegd uit Psa 106:31; Rom 4:3; Gal 3:6; Jam 2:23.
7 Voorts zeide Hij tot hem: Ik ben de Heere, Die u uitgeleid heb uit Ur der Chaldeen, om u dit land te geven, om dat erfelijk te bezitten.1
וַ/יֹּ֖אמֶרו/י֖אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms אֵלָ֑י/ואל֑י/ואֵלָי/ואלי/ו'e.La/vto/ himH0413H9033HRd+Sp3ms אֲנִ֣יאנ֣יאֲנִיאני'a.NiIH0589HPp1bs יְהוָ֗היהו֗היְהוָהיהוהYah.weh[am] YahwehH3068GHNpt אֲשֶׁ֤ראש֤ראֲשֶׁראשר'a.SherwhoH0834AHTr הוֹצֵאתִ֙י/ךָ֙הוצאת֙י/ך֙הוֹצֵאתִי/ךָהוצאתי/ךho.tze.Ti./khaI brought out/ youH3318HH9031HVhp1cs+Sp2ms מֵ/א֣וּרמ/א֣ורמֵ/אוּרמ/אורme./'Urfrom/ UrH9006H0218BHR+Npl כַּשְׂדִּ֔יםכשד֔יםכַּשְׂדִּיםכשדיםkas.Dimof [the] ChaldeansH3778HNpl לָ֧/תֶתל֧/תתלָ/תֶתל/תתLa./tetto/ giveH9005H5414GHR+Vqcc לְ/ךָ֛ל/ך֛לְ/ךָל/ךle./Khato <the>/ youH9005H9031HRd+Sp2ms הָ/אָ֥רֶץה/א֥רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ landH9009H0776GHTd+Ncfsa הַ/זֹּ֖אתה/ז֖אתהַ/זֹּאתה/זאתha./Zot<the>/ thisH9009H2063HTd+Tm לְ/רִשְׁתָּֽ/הּ\׃ל/רשת/ה\לְ/רִשְׁתָּֽ/הּ\׃ל/רשת/ה\le./rish.Ta/hto/ take possession of/ itH9005H3423HH9034\H9016HR+Vqcc+Sp3fs - uit Ur Zie boven Gen 11:31.
8 En hij zeide: Heere, Heere! waarbij zal ik weten, dat ik het erfelijk bezitten zal?1
וַ/יֹּאמַ֑רו/יאמ֑רוַ/יֹּאמַרו/יאמרva/i.yo.Marand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms אֲדֹנָ֣יאדנ֣יאֲדֹנָיאדני'a.do.NaiO LordH0136HNpt יֱהוִ֔היהו֔היֱהוִהיהוהYah.wehYahwehH3069HNpt בַּ/מָּ֥הב/מ֥הבַּ/מָּהב/מהba./Mah<in>/ how?H9003H4100HR+Pi אֵדַ֖עאד֖עאֵדַעאדע'e.Da'will I knowH3045HVqi1cs אִֽירָשֶֽׁ/נָּה\׃אירש/נה\אִֽירָשֶֽׁ/נָּה\׃אירש/נה\'I.ra.She./nahI will take possession of/ itH3423HH9034\H9016HVqi1cs+Sp3fs - dat ik Abram, hoewel gelovende, begeert nochtans van God nader bericht en versterking gelijk ook andere gelovigen eertijds gedaan hebben; Jdg 6:27; 2Ki 20:8.
9 En Hij zeide tot hem: Neem Mij een driejarige vaars, en een driejarige geit, en een driejarigen ram, en een tortelduif, en een jonge duif.1
וַ/יֹּ֣אמֶרו/י֣אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms אֵלָ֗י/ואל֗י/ואֵלָי/ואלי/ו'e.La/vto/ himH0413H9033HRd+Sp3ms קְחָ֥/הקח֥/הקְחָ/הקח/הke.Cha/hbring/ !H3947JH9012HVqv2ms+Sh לִ/י֙ל/י֙לִ/יל/יl/ito <the>/ meH9005H9030HRd+Sp1bs עֶגְלָ֣העגל֣העֶגְלָהעגלה'eg.Laha heiferH5697AHNcfsa מְשֻׁלֶּ֔שֶׁתמשל֔שתמְשֻׁלֶּשֶׁתמשלשתme.shu.Le.shetthree years oldH8027HVPsfsc וְ/עֵ֥זו/ע֥זוְ/עֵזו/עזve./'Ezand/ a goatH9002H5795HC+Ncfsa מְשֻׁלֶּ֖שֶׁתמשל֖שתמְשֻׁלֶּשֶׁתמשלשתme.shu.Le.shetthree years oldH8027HVPsfsc וְ/אַ֣יִלו/א֣ילוְ/אַיִלו/אילve./'A.yiland/ a ramH9002H0352AHC+Ncmsa מְשֻׁלָּ֑שׁמשל֑שמְשֻׁלָּשׁמשלשme.shu.Lashthree years oldH8027HVPsmsa וְ/תֹ֖רו/ת֖רוְ/תֹרו/תרve./Torand/ a turtle-doveH9002H8449HC+Ncbsa וְ/גוֹזָֽל\׃ו/גוזל\וְ/גוֹזָֽל\׃ו/גוזל\ve./go.Zaland/ a young pigeonH9002H1469\H9016HC+Ncmsa - Neem mij Het is opmerkelijk dat hier zulke beesten genomen worden, als in de offeranden meest gebruikt werden.
10 En hij bracht Hem deze alle, en hij deelde ze middendoor, en hij leide elks deel tegen het andere over; maar het gevogelte deelde hij niet.123
וַ/יִּֽקַּֽח\־ו/יקח\וַ/יִּֽקַּֽח\־ו/יקח\va/i.yi.kach-and/ he broughtH9001H3947J\H9014Hc+Vqw3ms ל֣/וֹל֣/ול/וֹל/וl/oto <the>/ himH9005H9033HRd+Sp3ms אֵ֗לֶּהא֗להאֵלֶּהאלה'E.lehtheseH0428HTm וַ/יְבַתֵּ֤רו/יבת֤רוַ/יְבַתֵּרו/יבתרva/y.va.Terand/ he cut in piecesH9001H1334Hc+Vpw3ms אֹתָ/ם֙את/ם֙אֹתָ/םאת/ם'o.Ta/m<obj.>/ themH0853H9038HTo+Sp3mp בַּ/תָּ֔וֶךְב/ת֔וךבַּ/תָּוֶךְב/תוךba./Ta.vekhin the/ middleH9003H8432HRd+Ncmsa וַ/יִּתֵּ֥ןו/ית֥ןוַ/יִּתֵּןו/יתןva/i.yi.Tenand/ he setH9001H5414HHc+Vqw3ms בִּתְר֖/וֹבתר֖/ובִּתְר/וֹבתר/וbit.R/opiece/ itsH1335H9023HNcmsc+Sp3ms לִ/קְרַ֣אתל/קר֣אתלִ/קְרַאתל/קראתli/k.Ratto/ meetH9005H7122HHR+Vqcc רֵעֵ֑/הוּרע֑/הורֵעֵ/הוּרע/הוre.'E./huneighbor/ itsH7453H9023HNcmsc+Sp3ms הַ/צִפֹּ֖רה/צפ֖רהַ/צִפֹּרה/צפרha./tzi.Porthe/ bird[s]H9009H6833HTd+Ncbsa לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn בָתָֽר\׃בתר\בָתָֽר\׃בתר\va.Tarhe cut in twoH1334\H9016HVqp3ms - hem deze Aan God, die tevoren, vs.9, gezegd had: Neem Mij, dat is, om aan Mij toe te brengen.
- hij deelde Zonder twijfel door God onderwezen zijnde.
- elks deel Hebr. den man zijns deels tegen over zijn naaste, of vriend; dat is, de stukken die tezamen behoorden, legde hij tegen elkander over, zoals de rechterzijde van de vaars tegen de linkerzijde, enz.
11 En het wild gevogelte kwam neder op het aas; maar Abram joeg het weg.1
וַ/יֵּ֥רֶדו/י֥רדוַ/יֵּרֶדו/ירדva/i.Ye.redand/ it came downH9001H3381Hc+Vqw3ms הָ/עַ֖יִטה/ע֖יטהָ/עַיִטה/עיטha./'A.yitthe/ bird[s] of preyH9009H5861HTd+Ncmsa הַ/פְּגָרִ֑יםה/פגר֑יםהַ/פְּגָרִיםה/פגריםha./pe.ga.Rimthe/ carcassesH9009H6297HTd+Ncmpa וַ/יַּשֵּׁ֥בו/יש֥בוַ/יַּשֵּׁבו/ישבva/i.ya.Shevand/ he drove awayH9001H5380Hc+Vhw3ms אֹתָ֖/םאת֖/םאֹתָ/םאת/ם'o.Ta/m<obj.>/ themH0853H9038HTo+Sp3mp אַבְרָֽם\׃אברם\אַבְרָֽם\׃אברם\'av.RamAbramH0087\H9016HNpm - joeg het Met geblaas, naar de eigenschap van het Hebr. woord.
12 En het geschiedde, als de zon was aan het ondergaan, zo viel een diepe slaap op Abram; en ziet, een schrik, en grote duisternis viel op hem.1
וַ/יְהִ֤יו/יה֤יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it wasH9001H1961Hc+Vqw3ms הַ/שֶּׁ֙מֶשׁ֙ה/ש֙מש֙הַ/שֶּׁמֶשׁה/שמשha./She.meshthe/ sunH9009H8121HTd+Ncbsa לָ/ב֔וֹאל/ב֔ואלָ/בוֹאל/בואla./Vo'[about] to/ goH9005H0935GHR+Vqcc וְ/תַרְדֵּמָ֖הו/תרדמ֖הוְ/תַרְדֵּמָהו/תרדמהve./tar.de.Mahand/ a deep sleepH9002H8639HC+Ncfsa נָפְלָ֣הנפל֣הנָפְלָהנפלהna.fe.Lahit fellH5307GHVqp3fs אַבְרָ֑םאבר֑םאַבְרָםאברם'av.RamAbramH0087HNpm וְ/הִנֵּ֥הו/הנ֥הוְ/הִנֵּהו/הנהve./hi.Nehand/ there!H9002H2009HC+Tj אֵימָ֛האימ֛האֵימָהאימה'ei.MahdreadH0367HNcfsa חֲשֵׁכָ֥החשכ֥החֲשֵׁכָהחשכהcha.she.KhahdarknessH2825HNcfsa גְדֹלָ֖הגדל֖הגְדֹלָהגדלהge.do.LahgreatH1419AHAafsa נֹפֶ֥לֶתנפ֥לתנֹפֶלֶתנפלתno.Fe.let[was] fallingH5307GHVqrfsa - duisternis Duisternis betekent dikwijls in de Heilige Schrift droefheid, ellende, tegenspoed, Psa 35:14 Psa 38:7, enz.
13 Toen zeide Hij tot Abram: Weet voorzeker, dat uw zaad vreemd zal zijn in een land, dat het hunne niet is, en zij zullen hen dienen, en zij zullen hen verdrukken vierhonderd jaren.1234
וַ/יֹּ֣אמֶרו/י֣אמרוַ/יֹּאמֶרו/יאמרva/i.Yo.merand/ he saidH9001H0559Hc+Vqw3ms לְ/אַבְרָ֗םל/אבר֗םלְ/אַבְרָםל/אברםle./'av.Ramto/ AbramH9005H0087HR+Npm יָדֹ֨עַיד֨עיָדֹעַידעya.Do.a'certainly <to know>H3045HVqaa תֵּדַ֜עתד֜עתֵּדַעתדעte.Da'you will knowH3045HVqi2ms יִהְיֶ֣היהי֣היִהְיֶהיהיהyih.Yehit will beH1961HVqi3ms זַרְעֲ/ךָ֗זרע/ך֗זַרְעֲ/ךָזרע/ךzar.'a./Khaoffspring/ yourH2233HH9021HNcmsc+Sp2ms בְּ/אֶ֙רֶץ֙ב/א֙רץ֙בְּ/אֶרֶץב/ארץbe./'E.retzin/ a landH9003H0776GHR+Ncfsa לֹ֣אל֣אלֹאלאlo'[which] notH3808HTn לָ/הֶ֔םל/ה֔םלָ/הֶםל/הםla./Hem[belongs] to <the>/ themH9005H9038HRd+Sp3mp וַ/עֲבָד֖וּ/םו/עבד֖ו/םוַ/עֲבָדוּ/םו/עבדו/םva./'a.va.Du/mand/ they will serve/ themH9001H5647GH9038Hc+Vqq3cp+Sp3mp וְ/עִנּ֣וּו/ענ֣ווְ/עִנּוּו/ענוve./'i.Nuand/ they will afflictH9001H6031BHc+Vpq3cp אֹתָ֑/םאת֑/םאֹתָ/םאת/ם'o.Ta/m<obj.>/ themH0853H9038HTo+Sp3mp אַרְבַּ֥עארב֥עאַרְבַּעארבע'ar.Ba'fourH0702HAcbsc מֵא֖וֹתמא֖ותמֵאוֹתמאותme.'othundred<s>H3967HAcfpa שָׁנָֽה\׃שנה\שָׁנָֽה\׃שנה\sha.Nahyear[s]H8141\H9016HNcfsa - Weet voorzeker, Hebr. wetende zult gij weten.
- dat het Versta het land Kanaän, maar voornamelijk Egypte.
- hen dienen, De landzaten.
- vierhonderd Het getal van deze vier honderd jaren [volgens het eenvoudigste gevoelen], wordt hier in het groot, en niet in het volkomen gesteld; zijnde het even getal genomen, en het oneven nagelaten, gelijk dit dikmaals in zulke gezegden voorkomt, zoals Jdg 11:26, Jdg 20:46; 2Sa 5:4-5; 1Ki 15:25. Het volle getal is 430 jaren, Exo 12:41; Gal 3:17, waarvan het begin is de tijd des verbonds, dat God hier met Abram heeft gemaakt tot bevestiging zijner voorgaande beloften, zoals dit blijkt uit de woorden van Paulus, Gal 3:17. Het einde van het genoemd aantal jaren is de uitgang der kinderen Israëls uit Egypte, of de wetgeving. Anderen beginnen deze jaren van den uitgang van Abram uit Ur der Chaldeën, of uit Haran, òf van de geboorte van Izak, òf van dien tijd af dat Ismaël Izak bespotte, welke bespotting door Paulus een vervolging genoemd wordt, Gal 4:29.
14 Doch Ik zal het volk ook rechten, hetwelk zij zullen dienen; en daarna zullen zij uittrekken met grote have.1
וְ/גַ֧םו/ג֧םוְ/גַםו/גםve./Gamand/ alsoH9002H1571HC+D הַ/גּ֛וֹיה/ג֛ויהַ/גּוֹיה/גויha./Goythe/ nationH9009H1471AHTd+Ncmsa אֲשֶׁ֥ראש֥ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr יַעֲבֹ֖דוּיעב֖דויַעֲבֹדוּיעבדוya.'a.Vo.duthey will serveH5647GHVqi3mp דָּ֣ןד֣ןדָּןדןdan[will be] judgingH1777HVqrmsa אָנֹ֑כִיאנ֑כיאָנֹכִיאנכי'a.No.khiIH0595HPp1bs וְ/אַחֲרֵי\־ו/אחרי\וְ/אַחֲרֵי\־ו/אחרי\ve./'a.cha.rei-and/ afterH9002H0310A\H9014HC+Acmpc יֵצְא֖וּיצא֖ויֵצְאוּיצאוye.tze.'Uthey will come outH3318GHVqi3mp בִּ/רְכֻ֥שׁב/רכ֥שבִּ/רְכֻשׁב/רכשbi/r.Khushwith/ possession[s]H9003H7399HR+Ncmsa - rechten, Rechten is dikwijls zoveel als iemands zaak te beoordelen en uit te wijzen, òf tot zijn nadeel om hem te straffen, zoals hier en Psa 51:6, òf tot zijn voordeel om hem te beschermen, zoals onder Gen 30:6; Psa 7:9; Jer 5:28, Jer 22:16.
15 En gij zult tot uw vaderen gaan met vrede; gij zult in goeden ouderdom begraven worden.12
וְ/אַתָּ֛הו/את֛הוְ/אַתָּהו/אתהve./'a.Tahand/ youH9002H0859AHC+Pp2ms תָּב֥וֹאתב֥ואתָּבוֹאתבואta.Vo'you will goH0935GHVqi2ms אֲבֹתֶ֖י/ךָאבת֖י/ךאֲבֹתֶי/ךָאבתי/ך'a.vo.Tei./khaancestors/ yourH0001GH9021HNcfpc+Sp2ms בְּ/שָׁל֑וֹםב/של֑וםבְּ/שָׁלוֹםב/שלוםbe./sha.Lomin/ peaceH9003H7965GHR+Ncmsa תִּקָּבֵ֖רתקב֖רתִּקָּבֵרתקברti.ka.Veryou will be buriedH6912HVNi2ms בְּ/שֵׂיבָ֥הב/שיב֥הבְּ/שֵׂיבָהב/שיבהbe./sei.Vahin/ old ageH9003H7872HR+Ncfsa - gij zult tot Dat is, gij zult sterven naar het lichaam, maar naar de ziel vergaderd worden tot den staat van het andere leven; verg. onder Gen 25:8, Gen 25:17.
- goeden Hebr. in goede grijsheid. Een goede ouderdom bestaat eigenlijk niet alleen in de langheid des levens en het tijdelijk geluk, maar in het voorgaande leven, doorgebracht in Godvruchtigheid voor God, rechtvaardigheid jegens de mensen, matigheid en gerustheid bij zichzelven. Alzo onder Gen 25:8; Jdg 8:32; 1Ch 29:28.
16 En het vierde geslacht zal herwaarts wederkeren; want de ongerechtigheid der Amorieten is tot nog toe niet volkomen.123
וְ/ד֥וֹרו/ד֥ורוְ/דוֹרו/דורve./Dorand/ [the] generationH9002H1755HC+Ncmsa רְבִיעִ֖ירביע֖ירְבִיעִירביעיre.vi.'IfourthH7243HAomsa יָשׁ֣וּבוּיש֣ובויָשׁוּבוּישובוya.Shu.vuthey will returnH7725GHVqi3mp הֵ֑נָּהה֑נההֵנָּההנהHe.nahhitherH2008HD שָׁלֵ֛םשל֛םשָׁלֵםשלםsha.Lem[is] completeH8003HAamsa עֲוֹ֥ןעו֥ןעֲוֹןעון'a.Von[the] iniquity ofH5771GHNcmsc הָ/אֱמֹרִ֖יה/אמר֖יהָ/אֱמֹרִיה/אמריha./'e.mo.Rithe/ Amorite[s]H9009H0567HTd+Ngmsa - het vierde Anders, in het vierde geslacht zullen zij wederkeren, dat is, na het einde van vier honderd jaren; het leven des mensen in dien tijd op omtrent honderd jaren gerekend zijnde.
- der Amorieten En van andere boze natiën, die hieronder genoemd worden, vs.19-21. Alzo onder Gen 48:22; 1Ki 21:2; 2Ki 21:11.
- is tot nog Dewijl God dit land den Amorieten gegeven, en besloten had hen daaruit niet te verdelgen, eer zij zulks ten hoogste zouden verdiend hebben, zo heeft Hij hun dien tijd willen laten vervullen, en intussen de zijnen beproeven en oefenen; Jer 51:13; Mat 23:32.
17 En het geschiedde, dat de zon onderging en het duister werd, en ziet, daar was een rokende oven en vurige fakkel, die tussen die stukken doorging.123
וַ/יְהִ֤יו/יה֤יוַ/יְהִיו/יהיva/y.Hiand/ it wasH9001H1961Hc+Vqw3ms הַ/שֶּׁ֙מֶשׁ֙ה/ש֙מש֙הַ/שֶּׁמֶשׁה/שמשha./She.meshthe/ sunH9009H8121HTd+Ncbsa בָּ֔אָהב֔אהבָּאָהבאהBa.'ahit had goneH0935GHVqp3fs וַ/עֲלָטָ֖הו/עלט֖הוַ/עֲלָטָהו/עלטהva./'a.la.Tahand/ darknessH9002H5939HC+Ncfsa הָיָ֑ההי֑ההָיָההיהha.Yahit wasH1961HVqp3ms וְ/הִנֵּ֨הו/הנ֨הוְ/הִנֵּהו/הנהve./hi.Nehand/ there!H9002H2009HC+Tj תַנּ֤וּרתנ֤ורתַנּוּרתנורta.Nura fire pot ofH8574HHNcmsc עָשָׁן֙עשן֙עָשָׁןעשן'a.ShansmokeH6227HNcmsa וְ/לַפִּ֣ידו/לפ֣ידוְ/לַפִּידו/לפידve./la.Pidand/ a torch ofH9002H3940HC+Ncmsc אֵ֔שׁא֔שאֵשׁאש'EshfireH0784HNcbsa אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr עָבַ֔רעב֔רעָבַרעבר'a.Varit passedH5674AHVqp3ms בֵּ֖יןב֖יןבֵּיןביןbeinbetweenH0996GHAcmsc הַ/גְּזָרִ֥יםה/גזר֥יםהַ/גְּזָרִיםה/גזריםha./ge.za.Rimthe/ piecesH9009H1506HTd+Ncmpa הָ/אֵֽלֶּה\׃ה/אלה\הָ/אֵֽלֶּה\׃ה/אלה\ha./'E.leh<the>/ theseH9009H0428\H9016HTd+Tm - rokende Hebr. oven des rooks. De verdrukking des Israelietischen volks in Egypte wordt vergeleken bij een ijzeren oven. Deu 4:20; 1Ki 8:51; Jer 11:14.
- vurige Hebr. fakkel des vuurs; betekenende Gods tegenwoordigheid en de toekomstige verlossing uit de verdrukking. Zie Jdg 6:21; Isa 62:1; Zec 12:6.
- doorging God maakt hier zijn verbond met Abram op een bijzonder solemnele doch zeer vriendelijke wijze, gelijk de ene mens, vriend en bondgenoot, in dien tijd met den ander gewoon was te doen, te weten, door het slachten van beesten, en de verdeling der stukken, waar de bondgenoten midden door gingen, tot een teken, dat de verbreker van het verbond waardig was aldus in stukken gehouwen te worden. Zie Jer 34:18-19.
18 Ten zelfden dage maakte de Heere een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath:1234
בַּ/יּ֣וֹםב/י֣וםבַּ/יּוֹםב/יוםba/i.Yomon the/ dayH9003H3117GHRd+Ncmsa הַ/ה֗וּאה/ה֗ואהַ/הוּאה/הואha./Hu'<the>/ thatH9009H1931HTd+Pp3ms כָּרַ֧תכר֧תכָּרַתכרתka.Rathe madeH3772HHVqp3ms יְהוָ֛היהו֛היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt אַבְרָ֖םאבר֖םאַבְרָםאברם'av.RamAbramH0087HNpm בְּרִ֣יתבר֣יתבְּרִיתבריתbe.Rita covenantH1285HNcfsa לֵ/אמֹ֑רל/אמ֑רלֵ/אמֹרל/אמרle./Mor<to>/ sayingH9005H0559HR+Vqcc לְ/זַרְעֲ/ךָ֗ל/זרע/ך֗לְ/זַרְעֲ/ךָל/זרע/ךle./zar.'a./Khato/ offspring/ yourH9005H2233HH9021HR+Ncmsc+Sp2ms נָתַ֙תִּי֙נת֙תי֙נָתַתִּינתתיna.Ta.tiI giveH5414GHVqp1cs הָ/אָ֣רֶץה/א֣רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ landH9009H0776GHTd+Ncfsa הַ/זֹּ֔אתה/ז֔אתהַ/זֹּאתה/זאתha./Zot<the>/ thisH9009H2063HTd+Tm מִ/נְּהַ֣רמ/נה֣רמִ/נְּהַרמ/נהרmi./ne.Harfrom/ [the] river ofH9006H5104HHR+Ncmsc מִצְרַ֔יִםמצר֔יםמִצְרַיִםמצריםmitz.Ra.yimEgyptH4714GHNpl הַ/נָּהָ֥רה/נה֥רהַ/נָּהָרה/נהרha./na.Harthe/ riverH9009H5104HHTd+Ncmsa הַ/גָּדֹ֖לה/גד֖להַ/גָּדֹלה/גדלha./ga.Dol<the>/ greatH9009H1419AHTd+Aamsa נְהַר\־נהר\נְהַר\־נהר\ne.har-[the] river ofH5104H\H9014HNcmsc פְּרָֽת\׃פרת\פְּרָֽת\׃פרת\pe.RatEuphratesH6578\H9016HNpl - maakte de Hebr. sneed, of, hieuw. Een manier van spreken genomen van het slachten der beesten, en de verdeling der stukken, vermeld vs.17.
- gegeven, Te weten, door mijn besloten voornemen en verklaarde belofte; boven hoofdstuk Gen 13:15, hoewel de uitvoering nog tot den tijd voornoemd, vs.13, moet uitgesteld worden.
- van de Hierdoor wordt verstaan de rivier Sichor, welke Egypte van Kanaän scheidt; Num 34:5; Jos 13:3; 1Ch 13:5. Anderen verstaan hier de rivier Nilus (de Nijl.)
- Frath Zie boven Gen 2:14, en de vervulling hiervan 2Sa 8:3, en 1Ki 4:21, 1Ki 9:21; 1Ch 18:3; 2Ch 9:26.
19 Den Keniet, en den Keniziet, en den Kadmoniet,1
הַ/קֵּינִי֙ה/קיני֙הַ/קֵּינִיה/קיניha./kei.Nithe/ Kenite[s]H9009H7017HTd+Ngmsa הַ/קְּנִזִּ֔יה/קנז֔יהַ/קְּנִזִּיה/קנזיha./ke.ni.Zithe/ Kenizzite[s]H9009H7074GHTd+Ngmsa וְ/אֵ֖תו/א֖תוְ/אֵתו/אתve./'Etand/ <obj.>H9002H0853HC+To הַ/קַּדְמֹנִֽי\׃ה/קדמני\הַ/קַּדְמֹנִֽי\׃ה/קדמני\ha./kad.mo.Nithe/ Kadmonite[s]H9009H6935\H9016HTd+Ngmsa - Den Kenieter, De opsomming der volken, die het land Kanaän vóór de Israëlieten bezeten hebben. Vergelijk dezelve met boven, Gen 10:15-16, enz. en met de aantekeningen aldaar.
20 En den Hethiet, en den Fereziet, en de Refaieten,1
הַ/חִתִּ֥יה/חת֥יהַ/חִתִּיה/חתיha./chi.Tithe/ Hittite[s]H9009H2850HTd+Ngmsa הַ/פְּרִזִּ֖יה/פרז֖יהַ/פְּרִזִּיה/פרזיha./pe.ri.Zithe/ Perizzite[s]H9009H6522HTd+Ngmsa הָ/רְפָאִֽים\׃ה/רפאים\הָ/רְפָאִֽים\׃ה/רפאים\ha./re.fa.'Imthe/ RephaitesH9009H7497B\H9016HTd+Ngmpa - Refaïm Zie van dezen boven Gen 14:15.
21 En den Amoriet, en den Kanaäniet, en den Girgaziet, en den Jebusiet.
הָֽ/אֱמֹרִי֙ה/אמרי֙הָֽ/אֱמֹרִיה/אמריha./'e.mo.Rithe/ Amorite[s]H9009H0567HTd+Ngmsa הַֽ/כְּנַעֲנִ֔יה/כנענ֔יהַֽ/כְּנַעֲנִיה/כנעניha./ke.na.'a.Nithe/ Canaanite[s]H9009H3669AHTd+Ngmsa הַ/גִּרְגָּשִׁ֖יה/גרגש֖יהַ/גִּרְגָּשִׁיה/גרגשיha./gir.ga.Shithe/ Girgashite[s]H9009H1622HTd+Ngmsa