Chapter 4
1 Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:
Original Hebrew
2 Zo wij een woord opnemen tegen u, zult gij verdrietig zijn? Nochtans wie zal zich van woorden kunnen onthouden?123
Original Hebrew
- woord Het Hebreeuwse woord nasah is voor opheffen genomen, Psa 4:7 , gelijk manieren van spreken zijn Num 23:7 , onder, Job 27:1 . Anders, zo wij een woord verzoeken tot u, of aan u; namelijk, te spreken.
- verdrietig Hebreeuws eigenlijk, moede, of vermoeid worden? dat is, kwalijk tevreden zijn? Dit vrezen zij, merkende in Job enige tekenen van ongeduld, van welke zij begonnen kwalijk te oordelen.
- wie zal Te weten, die achtgeven op de woorden, die gij uit uw mond hebt laten gaan, en op de eer des Allerhoogsten, die wij voorstaan. Onder een schijn van goddelijken ijver strijkt Elifaz een verkeerd oordeel over zijn vriend, den vromen Job.
3 Zie, gij hebt velen onderwezen, en gij hebt slappe handen gesterkt;1
Original Hebrew
- slappe handen Versta, de mensen, die traag waren in het volbrengen van hun schuldigen plicht, voornamelijk wanneer hun een zwaar kruis en lijden bejegend was. Vergelijk Isa 35:3 . De handen worden gezegd te verslappen als der mensen moed en kracht vergaan. Zie 2Sa 4:1 .
4 Uw woorden hebben den struikelende opgericht, en de krommende knieën hebt gij vastgesteld;12
Original Hebrew
- den struikelende Dat is, die door ongeloof, mistrouwen, ongeduld en murmurering op den weg der godzaligheid gevallen waren, dat is gezondigd hadden. Zie van zulken geestelijken val, Pro 25:26 ; 1Co 10:12 ; Gal 6:1 .
- krommende Die vanwege haar grote zwakheid door sterke vertroostingen moesten ondersteund worden om onder het kruis niet te bezwijken. Vergelijk Isa 35:3 .
5 Maar nu komt het aan u, en gij zijt verdrietig; het raakt tot u, en gij wordt beroerd.12
Original Hebrew
- aan u, Te weten, het kwaad der straf, in hetwelk, als gij anderen placht gesteld te zien, gij dezelve onderwezen, gesterkt, vermaand en getroost hebt; daarom is het wonder dat gij dit nu aan uzelven niet weet te doen.
- zijt verdrietig; Of, bezwijkt; te weten, onder den last des lijdens.
6 Was niet uw vreze Gods uw hoop, en de oprechtheid uwer wegen uw verwachting?12
Original Hebrew
- vreze Dat is, uw godvruchtigheid en religie.
- hoop, Te weten, waarop gij steundet, dat is een oorzaak om loon voor uw godvruchtigheid te hopen en te genieten. De zin is: Hebt gij niet gehoopt, als gij God zoudt vrezen, dat Hij u altijd goeddoen zou? Maar dat is nu niet geschied. Bedenk dan dat uw vreze Gods niet oprecht is geweest, maar een geveinsde huichelarij. Het Hebreeuwse woord is ook voor hoop genomen, onder Job 8:14 , en Job 31:24 ; Psa 78:7 ; Pro 3:26 .
7 Gedenk toch, wie is de onschuldige, die vergaan zij; en waar zijn de oprechten verdelgd?
Original Hebrew
8 Maar gelijk als ik gezien heb: die ondeugd ploegen, en moeite zaaien, maaien dezelve.1
Original Hebrew
- die ondeugd Dat is, die goddelooslijk leven en anderen mensen kwaaddoen, zullen eindelijk om hun misdaden van God gestraft worden. Zie gelijke manier van spreken onder, Job 15:35 ; Psa 7:15 ; Pro 22:8 ; Isa 59:4 ; Hos 10:13 ; Gal 6:7-8 .
9 Van den adem Gods vergaan zij, en van het geblaas van Zijn neus worden zij verdaan.12
Original Hebrew
- adem Dit wordt van God bij gelijkenis gesproken, om zijn kracht en rechtvaardigheid te beter uit te drukken. De adem Gods betekent zijn kracht, die Hij gebruikt naar zijn wil, en zo licht kan uitvoeren als een mens zijn adem kan laten gaan. Vergelijk onder Job 33:4 , en Job 37:10 ; Isa 30:33 .
- het geblaas Versta, zijn gramschap en toornigheid. Vergelijk onder, Job 15:30 , en de aantekening.
10 De brulling des leeuws, en de stem des fellen leeuws, en de tanden der jonge leeuwen worden verbroken.1
Original Hebrew
- De brulling De zin is: Gelijk God de wrede en gruwzame dieren bedwingt en verdoet, dat Hij ook alzo de boze tirannen en goddeloze mensen, die hier bij leeuwen vergeleken worden, weet in den toom te houden en te verdoen. Anders, [van de] brulling des leeuws en de stem des fellen leeuws vergaan zij, en [van de] tanden, enz. worden zij gemaald; te weten, de goddelozen. De zin is, zo God hen niet verderft door zichzelven, òf door anderen, òf door enige levenloze schepselen, Hij verderft hen door de wilde dieren.
11 De oude leeuw vergaat, omdat er geen roof is, en de jongens eens oudachtigen leeuws worden verstrooid.1
Original Hebrew
- De oude leeuw Dat is, gelijk de leeuwen, hoewel zij geweldig en moedig zijn, onder, Job 39:1 , nochtans eindelijk vergaan door het ene of het andere middel, alzo nemen ook de goddeloze tirannen door Gods rechtvaardig oordeel hun einde.
12 Voorts is tot mij een woord heimelijk gebracht, en mijn oor heeft een weinigje daarvan gevat;123
Original Hebrew
- woord Dat is, een leer en openbaring Gods, op dezen handel wel passende.
- heimelijk Hebreeuws, gestolen, of steelsgewijze gekomen; dat is, heimelijk en in het verborgen toegebracht om van mij waargenomen en wel bewaard te worden.
- weinigje Of, stukje.
13 Onder de gedachten van de gezichten des nachts, als diepe slaap valt op de mensen;12
Original Hebrew
- gedachten Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk takken; gelijk Isa 17:6 en Isa 27:11 , maar hier wordt het genomen bij gelijkenis voor gedachten, gelijk onder, Job 20:2 . Zie ook 1Ki 18:21 , en de aantekening daarop; want gelijk de takken van den stam des booms voortkomen, alzo ook komen de gedachten voort van den zin of het hart des mensen.
- van de gezichten Of, uit de gezichten; dat is, die uit de gezichten des nachts voortkomen. Anders, naar de gezichten des nachts. Versta door deze, die des nachts den mensen in den slaap, of buiten denzelven vertoond worden. Zie van de gezichten Gen 15:1 , en Gen 46:2 .
14 Kwam mij schrik en beving over, en verschrikte de veelheid mijner beenderen.12
Original Hebrew
- Kwam mij Welke pleegt te bejegenen dengenen, wien God, òf zelf, òf door zijne engelen verschijnt, om hem tot aandacht en eerbied te bereiden. Vergelijk Exo 3:6 , en de aantekening.
- veelheid Dat is al mijn beenderen.
15 Toen ging voorbij mijn aangezicht een geest; hij deed het haar mijns vleses te berge rijzen.123
Original Hebrew
- ging Alzo wordt het Hebreeuwse woord ook genomen onder Job 9:11 , Job 9:26 , en Job 11:10 .
- geest; Dat is, een goede engel des Heeren, om hem te verklaren hetgeen volgt, vs.17.
- mijns vleses Dat is, van mijn hoofd.
16 Hij stond, doch ik kende zijn gedaante niet; een beeltenis was voor mijn ogen; er was stilte, en ik hoorde een stem, zeggende:12
Original Hebrew
- Hij stond, Te weten, de geest.
- daar was stilte, Vergelijk hiermede 1Ki 19:12-13 , en de aantekening daarop.
17 Zou een mens rechtvaardiger zijn dan God? Zou een man reiner zijn dan zijn Maker?12
Original Hebrew
- mens Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk den mens, die vol zwakheid en boosheid en aan vele ellendigheden onderworpen is, na welke eindelijk de dood volgt.
- zijn Maker? Dat is, God, die hem gemaakt en geschapen heeft. Alzo Deu 32:15 , onder, Job 35:10 ; Pro 14:31 , en Pro 22:2 ; Isa 17:7 ; Hos 8:14 .
18 Zie, op Zijn knechten zou Hij niet vertrouwen; hoewel Hij in Zijn engelen klaarheid gesteld heeft.123
Original Hebrew
- knechten Versta, de heilige engelen, die voor hem staan om zijn wil uit te voeren; Psa 103:20-21 .
- vertrouwen; Dat is, Hij zou niet steunen op de kloekheid en de gaven, die in hen geschapen zijn, wanneer zij afgezonderd waren van de gedurige zorg en bewaring, waardoor Hij hen in hun staat onderhoudt. Gelijke manier van spreken is onder, Job 15:15 .
- klaarheid Waardoor verstaan wordt de volmaaktheid der gaven en deugden, die God in de heilige engelen heeft geschapen. Want hoewel zij uitnemend zijn, zo zijn zij nochtans niet te vergelijken met de volmaaktheid des Scheppers, omdat zij zonder deze gedurige genade en kracht in zichzelven veranderlijk zijn. In welken zin Elifaz ook onder, Job 15:15 , zegt dat de hemelen in de ogen des Heeren niet zuiver zijn; namelijk met zijn oneindige volmaaktheid vergeleken zijnde. Anders, en zijnen engelen zou Hij dwaasheid opleggen; dat is, Hij zou hen voor dwaas houden indien zij zich rechtvaardiger zouden houden dan God; gelijk Elifaz meende dat Job van zichzelven gezegd had. Of Hij zou hun dwaasheid kunnen toeschrijven, wanneer Hij van hen oordeelde naar hun natuur buiten zijn gave, waardoor Hij hen geduriglijk in hun staat onderhoudt; anders bevindt Hij dat zij wel tot zottigheid en onzinnigheid zouden kunnen vervallen; of, Hij zou hun dwaasheid kunnen toeschrijven in vergelijking van zijn oneindige wijsheid en majesteit.
19 Hoeveel te min op degenen, die lemen huizen bewonen, welker grondslag in het stof is? Zij worden verbrijzeld voor de motten.1234
Original Hebrew
- op degenen, Te weten, vertrouwt Hij, namelijk, God. Anders, hoeveel te meer, [verlegt Hij dwaasheid] op degenen, enz.
- lemen huizen Hebreeuws, huizen des leems. Versta door deze de lichamen der mensen, die oorspronkelijk uit aarde en slijk gemaakt zijn; Gen 2:7 ; 1Co 15:47 . Zo worden ook de lichamen bij huizen en woningen vergeleken; 2Co 5:1 . Sommigen verstaan het van de aardse woning der mensen gesteld tegen de hemelse woningen der engelen.
- worden verbrijzeld Hebreeuws, verbrijzelen; dat is, verbrijzeld worden. Alzo onder, Job 7:3 , hebben mij besteld, voor zijn, of worden mij besteld; en Job 34:20 , nemen weg, voor wordt weggenomen; Pro 6:30 , verachten, voor veracht wordt; Luk 12:20 , zal eisen, voor zal geëist worden, enz.
- voor de motten Hebreeuws, voor het aangezicht ener mot; dat is, zeer haastelijk, eerder en lichter dan een mot verteerd wordt, welke door een kleine aanwrijving verbroken wordt. De woorden voor het aangezicht betekenen hier niet de plaats, maar den tijd, gelijk Gen 27:7 , en Gen 29:26 , en Gen 36:31 . Anderen verstaan daardoor van de motten.
20 Van den morgen tot den avond worden zij vermorzeld; zonder dat men er acht op slaat, vergaan zij in eeuwigheid.12
Original Hebrew
- Van den morgen Dat is, geduriglijk door, den gansen tijd huns levens worden zij door allerlei ellende en plagen verpletterd.
- zonder Dat is, zonder dat iemand zulks waarneme of enige remedie daartoe brenge. Hebreeuws, omdat niet is, die [zijn hart tot zich] stelt. Vergelijk Job 23:6 , en zie deze manier van spreken in haar geheel boven, Job 1:8 , en in de aantekening.
21 Verreist niet hun uitnemendheid met hen? Zij sterven, maar niet in wijsheid.123
Original Hebrew
- uitnemendheid Versta hierdoor al hetgeen, waardoor de mensen hier onder elkander plegen uit te steken en verheven te worden.
- met hen? Of, die in hen is.
- in wijsheid Dat is, zonder de ware kennis en vreze Gods, die het beginsel, ja de hoofdzaak is van de ware wijsheid; Pro 1:7 . Vergelijk Psa 49:21 .