reltext

Chapter 1

1 Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in den raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters;1234567

Original Hebrew

אַ֥שְֽׁרֵי\־א֥שרי\אַשְֽׁרֵי\־אשרי\'Ash.rei-how blessed!H0835\H9014HNcmpc
הָ/אִ֗ישׁה/א֗ישהָ/אִישׁה/אישha./'Ish[is] the/ personH9009H0376GHTd+Ncmsa
אֲשֶׁ֤ר\׀אש֤ר\אֲשֶׁר\׀אשר\'a.SherwhoH0834A\H9015HTr
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
הָלַךְ֮הלך֮הָלַךְהלךha.laKhhe walksH1980IHVqp3ms
בַּ/עֲצַ֪תב/עצ֪תבַּ/עֲצַתב/עצתba./'a.Tzatin/ [the] counsel ofH9003H6098HR+Ncfsc
רְשָׁ֫עִ֥יםרש֫ע֥יםרְשָׁעִיםרשעיםre.Sha.'Imwicked [people]H7563HNcmpa
וּ/בְ/דֶ֣רֶךְו/ב/ד֣רךוּ/בְ/דֶרֶךְו/ב/דרךu./ve./De.rekhand/ in/ [the] way ofH9002H9003H1870GHC+R+Ncbsc
חַ֭טָּאִיםח֭טאיםחַטָּאִיםחטאיםCha.ta.'imsinnersH2400HAampa
לֹ֥אל֥אלֹאלאlo'notH3808HTn
עָמָ֑דעמ֑דעָמָדעמד'a.Madhe standsH5975GHVqp3ms
וּ/בְ/מוֹשַׁ֥בו/ב/מוש֥בוּ/בְ/מוֹשַׁבו/ב/מושבu./ve./mo.Shavand/ in/ [the] seat ofH9002H9003H4186HC+R+Ncmsc
לֵ֝צִ֗יםל֝צ֗יםלֵצִיםלציםle.TzimmockersH3887HAampa
לֹ֣אל֣אלֹאלאlo'notH3808HTn
יָשָֽׁב\׃ישב\יָשָֽׁב\׃ישב\ya.Shavhe sitsH3427\H9016HVqp3ms
  1. Welgelukzalig Als hebbende de belofte van het tegenwoordige en toekomende leven; 1Ti 4:8 .
  2. de man Dat is, een mens. Zie Job 12:10 .
  3. niet wandelt Dat is, naar de raad of aanraden zijn leven niet aanstelt; of niet gaat in hun raad, om boze stukken met hen te besluiten. Zie Job 21:16 .
  4. goddelozen Of, ongoddelijk, ongerechtigen, onvromen, bozen, onrustigen. Zie Num 35:31 .
  5. staat op Dat is, met hunne manier van leven, bozen handel en wandel gene gemeenschap heeft. Zie Gen 6:12 en onder vs.6.
  6. zondaren Die hun werk maken van het zondigen, in welken de zonde ten enenmale is heersende; alzo vs.5, en Psa 26:9 ; Psa 104:35 . Ecc 2:26 ; Ecc 9:2 . Isa 65:20 . Mat 26:45 . Rom 5:8 . Zie ook 1Sa 15:18 .
  7. Gestoelte Of, zetel, zitplaats [gelijk Psa 107:32 ] , waar samen zijn om, als verstokte en overgegeven booswichten, met alles wat goddelijk is hunne spotternij te drijven.

2 Maar zijn lust is in des Heeren wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht.123

Original Hebrew

כִּ֤יכ֤יכִּיכיkithatH3588BHTc
אִ֥םא֥םאִםאם'imexceptH0518BHTc
בְּ/תוֹרַ֥תב/תור֥תבְּ/תוֹרַתב/תורתbe./to.Rat[is] in/ [the] law ofH9003H8451HR+Ncfsc
יְהוָ֗היהו֗היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
חֶ֫פְצ֥/וֹח֫פצ֥/וחֶפְצ/וֹחפצ/וchef.Tz/odelight/ hisH2656H9023HNcmsc+Sp3ms
וּֽ/בְ/תוֹרָת֥/וֹו/ב/תורת֥/ווּֽ/בְ/תוֹרָת/וֹו/ב/תורת/וu./ve./to.ra.T/oand/ in/ law/ hisH9002H9003H8451H9023HC+R+Ncfsc+Sp3ms
יֶהְגֶּ֗היהג֗היֶהְגֶּהיהגהyeh.Gehhe meditatesH1897HVqi3ms
יוֹמָ֥םיומ֥םיוֹמָםיומםyo.Mamby dayH3119HD
וָ/לָֽיְלָה\׃ו/לילה\וָ/לָֽיְלָה\׃ו/לילה\va./La.ye.lahand/ nightH9002H3915\H9016HC+Ncmsa
  1. Wet Of, leer; want door dit woord wordt elders en doorgaans in dit boek verstaan de ganse leer van Gods beschreven woord, of der heilige Schrift.
  2. overdenkt Hebr. eigenlijk, zal overdenken, of betrachten, of spreken; te weten met hart en mond, en zo in het volgende. Deze verwisseling van tijden is zeer algemeen bij de Hebreeën [gelijk in het voorgaande vs.1. Hebr. eigenlijk, heeft gewandeld, gestaan, gezeten ]. Wij gebruiken ook wel in onze taal gelijke manier van spreken: een vroom man zal zulks niet doen, de goddeloze zal zo en zo doen; een goede boom zal zijne vrucht brengen te zijner tijd; dat is een vroom man doet zulks niet, pleegt zo niet te doen; een goddeloze daarentegen doet zo, pleegt zo te doen, enz.
  3. dag en nacht Als hij ontwaakt, of daartoe zijn slaap breekt, Verg. Psa 16:7 ; Psa 17:3 ; Psa 63:7 ; Psa 77:7 ; Psa 88:2 ; Psa 119:55 , Psa 119:62 . De zin is steeds, geduriglijk, doorgaans.

3 Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.12345

Original Hebrew

וְֽ/הָיָ֗הו/הי֗הוְֽ/הָיָהו/היהve./ha.Yahand/ he isH9001H1961Hc+Vqq3ms
כְּ/עֵץ֮כ/עץ֮כְּ/עֵץכ/עץke./'Etzlike/ a treeH9004H6086HHR+Ncmsa
שָׁת֪וּלשת֪ולשָׁתוּלשתולsha.TulplantedH8362HVqsmsa
עַֽל\־על\עַֽל\־על\'al-atH5921A\H9014HR
פַּלְגֵ֫יפלג֫יפַּלְגֵיפלגיpal.Geistreams ofH6388HNcmpc
מָ֥יִםמ֥יםמָיִםמיםMa.yimwaterH4325GHNcmpa
אֲשֶׁ֤ראש֤ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
פִּרְי֨/וֹ\׀פרי֨/ו\פִּרְי/וֹ\׀פרי/ו\pir.Y/ofruit/ itsH6529H9023\H9015HNcmsc+Sp3ms
יִתֵּ֬ןית֬ןיִתֵּןיתןyi.Tenit givesH5414GHVqi3ms
בְּ/עִתּ֗/וֹב/עת֗/ובְּ/עִתּ/וֹב/עת/וbe./'i.T/oat/ appropriate time/ itsH9003H6256H9023HR+Ncbsc+Sp3ms
וְ/עָלֵ֥/הוּו/על֥/הווְ/עָלֵ/הוּו/על/הוve./'a.Le./huand/ leafage/ itsH9002H5929H9023HC+Ncmsc+Sp3ms
לֹֽא\־לא\לֹֽא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
יִבּ֑וֹליב֑וליִבּוֹליבולyi.Bolit withersH5034BHVqi3ms
וְ/כֹ֖לו/כ֖לוְ/כֹלו/כלve./Kholand/ allH9002H3605HC+Ncmsa
אֲשֶׁר\־אשר\אֲשֶׁר\־אשר\'a.Sher-thatH0834A\H9014HTr
יַעֲשֶׂ֣היעש֣היַעֲשֶׂהיעשהya.'a.Sehhe doesH6213AHVqi3ms
יַצְלִֽיחַ\׃יצליח\יַצְלִֽיחַ\׃יצליח\yatz.Li.achit succeedsH6743B\H9016HVhi3ms
  1. Waterbeken Hebr. eigenlijk, waterscheidingen, of verdelingen der wateren; dat is, stromen, armen, hier en daar heen vlietende. Verg. Psa 46:5 . Pro 5:16 .
  2. zijn tijd Dat is, ter rechter tijd, in zijn seizoen. Alzo Lev 26:4 . Psa 104:27 ; Psa 145:15 . Jer 5:24 .
  3. blad Of loof. Het afvallen der bladeren is vergezelschapt met het verwelken, daarom zetten het sommigen over, verwelkt niet. Verg. Isa 34:4 .
  4. hij doet De rechtvaardige, die bij den boom vergeleken is.
  5. gelukken Of, bestaan, gedijen; of [daarin] zal hij voorspoedig zijn. Verg. Gen 39:2 . 2Ch 31:21 ; 2Ch 32:30 . en zie Rom 8:28 . Sommigen duiden dit op de boom, bij welken de rechtvaardige wordt vergeleken, aldus; Al wat hij voortbrengt [ Hebr. maakt of doet] zal wel gedijen; omdat het Hebreeuwse woord maken van het voortbrengen der vruchten elders gebruikt wordt. Zie Isa 5:4 , Isa 5:10 . Jer 12:2 ; Jer 17:8 . en verg. Mat 3:8 , Mat 3:10 .

4 Alzo zijn de goddelozen niet, maar als het kaf, dat de wind henendrijft.1

Original Hebrew

לֹא\־לא\לֹא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
כֵ֥ןכ֥ןכֵןכןkhen[are] soH3651CHD
הָ/רְשָׁעִ֑יםה/רשע֑יםהָ/רְשָׁעִיםה/רשעיםha./re.sha.'Imthe/ wicked [people]H9009H7563HTd+Ncmpa
כִּ֥יכ֥יכִּיכיkithatH3588BHTc
אִם\־אם\אִם\־אם\'im-exceptH0518B\H9014HTc
כַּ֝/מֹּ֗ץכ֝/מ֗ץכַּ/מֹּץכ/מץka./Motz[they are] like the/ chaffH9004H4671HRd+Ncmsa
אֲֽשֶׁר\־אשר\אֲֽשֶׁר\־אשר\'asher-whichH0834A\H9014HTr
תִּדְּפֶ֥/נּוּתדפ֥/נותִּדְּפֶ/נּוּתדפ/נוti.de.Fe./nuit drives about/ itH5086H9033HVqi3fs+Sp3ms
רֽוּחַ\׃רוח\רֽוּחַ\׃רוח\Ru.achwindH7307H\H9016HNcfsa
  1. Alzo Te weten, als zulk een boom; als de rechtvaardige,

5 Daarom zullen de goddelozen niet bestaan in het gericht, noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen.1

Original Hebrew

עַל\־על\עַל\־על\'al-there-H5921A\H9014HR
כֵּ֤ן\׀כ֤ן\כֵּן\׀כן\ken-foreH3651C\H9015HD
לֹא\־לא\לֹא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
יָקֻ֣מוּיק֣מויָקֻמוּיקמוya.Ku.muthey will standH6965IHVqi3mp
רְ֭שָׁעִיםר֭שעיםרְשָׁעִיםרשעיםRe.sha.'imwicked [people]H7563HNcmpa
בַּ/מִּשְׁפָּ֑טב/משפ֑טבַּ/מִּשְׁפָּטב/משפטba./mish.Patin the/ judgmentH9003H4941GHRd+Ncmsa
וְ֝/חַטָּאִ֗יםו֝/חטא֗יםוְ/חַטָּאִיםו/חטאיםve./cha.ta.'Imand/ sinnersH9002H2400HC+Aampa
בַּ/עֲדַ֥תב/עד֥תבַּ/עֲדַתב/עדתba./'a.Datin/ [the] congregation ofH9003H5712HR+Ncfsc
צַדִּיקִֽים\׃צדיקים\צַדִּיקִֽים\׃צדיקים\tza.di.Kimrighteous [people]H6662\H9016HAampa
  1. niet bestaan Maar vallen, ten tijde als God zijne oordelen in de wereld over de goddelozen uitvoert, doch inzonderheid als zij van de Zoon Gods verdoemd en ter helle verwezen zullen worden; de vergadering der rechtvaardigen daarentegen zal voor God bestaan, en ten laatste ingaan in de eeuwige heerlijkheid. Zie Mat 25:41 , Mat 25:46 , enz.

6 Want de Heere kent den weg der rechtvaardigen; maar de weg der goddelozen zal vergaan.1

Original Hebrew

כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
יוֹדֵ֣עַיוד֣עיוֹדֵעַיודעyo.De.a'[is] knowingH3045HVqrmsa
יְ֭הוָהי֭הוהיְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
דֶּ֣רֶךְד֣רךדֶּרֶךְדרךDe.rekh[the] way ofH1870LHNcbsc
צַדִּיקִ֑יםצדיק֑יםצַדִּיקִיםצדיקיםtza.di.Kimrighteous [people]H6662HAampa
וְ/דֶ֖רֶךְו/ד֖רךוְ/דֶרֶךְו/דרךve./De.rekhand/ [the] way ofH9002H1870LHC+Ncbsc
רְשָׁעִ֣יםרשע֣יםרְשָׁעִיםרשעיםre.sha.'Imwicked [people]H7563HNcmpa
תֹּאבֵֽד\׃תאבד\תֹּאבֵֽד\׃תאבד\to.Vedit will perishH0006\H9016HVqi3fs
  1. kent den weg Dat is, bemint, heeft er behagen in, kent voor goed, draagt er zorg voor. Verg. Gen 18:19 . Deu 2:7 . Psa 31:8 ; Psa 101:4 . Nah 1:7 . Mat 7:23 ; Mat 25:12 . 1Th 5:12 .