reltext

Chapter 85

1 Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach. [085:2] Gij zijt Uw lande gunstig geweest, Heere! de gevangenis van Jakob hebt Gij gewend.1234

DutSVVA word tags

psalmH4210
opperzangmeesterH5329H8764
kinderenH1121
KorachH7141
landeH776
geweestH7521H8804
HeereH3068
gevangenisH7622H8675H7622
JakobH3290

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. uwen lande Of, hebt een welgevallen aan uw land gehad, te weten het land Kanaän, hetwelk Gij uw volk ingegeven hebt om te bewonen.
  2. geweest, Te weten, voormaals, wanneer Gij het den vijanden, die het ingenomen hadden, wederom hebt benomen.
  3. de gevangenis Dat is, de gavangen Joden hebt Gij verlost uit hunne gevangenschap in Babylonië, waar zij heen gevoerd waren. Gevangenis voor gevangenen wordt ook gebruikt Psa 14:7 , en Psa 68:19 ; en elders.
  4. Jakob Dat is, van denakomelingen van Jakob.

2 [085:3] De misdaad Uws volks hebt Gij weggenomen; Gij hebt al hun zonden bedekt. Sela.

DutSVVA word tags

misdaadH5771
volksH5971
weggenomenH5375H8804
zondenH2403
SelaH5542

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

3 [085:4] Gij hebt weggenomen al Uw verbolgenheid; Gij hebt U gewend van de hittigheid Uws toorns.12

DutSVVA word tags

weggenomenH622H8804
verbolgenheidH5678
hittigheidH2740
toornsH639

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. weggenomen Of, doen ophouden. Hebr. Gij hebt vergaderd.
  2. verbolgenheid; Dat is, de straffen en plagen, die Gij in uwen toorn over de mensen pleegt uit te storten; zie de aantekening bij Job 21:30 .

4 [085:5] Breng ons weder, o God onzes heils! en doe te niet Uw toornigheid over ons.1

DutSVVA word tags

GodH430
heilsH3468
toornigheidH3708

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Breng ons Tot onzen vorigen staat. Anders, bekeer ons.

5 [085:6] Zult Gij eeuwiglijk tegen ons toornen? Zult Gij Uw toorn uitstrekken van geslacht tot geslacht?1

DutSVVA word tags

eeuwiglijkH5769
toornenH599H8799
toornH639
uitstrekkenH4900H8799
geslachtH1755
geslachtH1755

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. van geslacht tot Hebr. op geslacht en geslacht.

6 [085:7] Zult Gij ons niet weder levend maken, opdat Uw volk zich in U verblijde?12

DutSVVA word tags

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Zult Gij Hebr. zult Gij niet wederkeren, ons levend maken? Te weten, ons geheellijk weder herstellen, inplaats daar wij nu als dood zijn in deze ellendige gevangenis?
  2. in U Te weten, vanwege uwe goedertierenheid aan hen bewezen.

7 [085:8] Toon ons Uw goedertierenheid, o Heere, en geef ons Uw heil.12

DutSVVA word tags

goedertierenheidH2617
HeereH3068
heilH3468

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Toon ons Of, laat ons zien; dat is, laat ons uwe genade en weldadigheid genieten; gelijk Psa 50:23 .
  2. uw heil Dat is, uw heilzame verlossing.

8 [085:9] Ik zal horen, wat God, de Heere, spreken zal; want Hij zal tot Zijn volk en tot Zijn gunstgenoten van vrede spreken; maar dat zij niet weder tot dwaasheid keren.12

DutSVVA word tags

GodH410
HeereH3068
volkH5971
gunstgenotenH2623
vredeH7965
sprekenH1696H8762
wederH7725
dwaasheidH3690

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Ik zal horen Dat is, ik zal naarstiglijk letten op hetgeen God ons getuigt van zijn gunst tot zijne kerk, zowel door zijn woord als door menigerlei werken zijner mogendheid.
  2. tot dwaasheid Dat is, tot zonden en overtredingen van Gods heilige wet, waarmede zij den rechtvaardigen toorn Gods op zich gehaald hebben, niet horende of gehoorzamende de vermaningen en onderrichtingen der profeten, gelijk dat betaamt. Zie Psa 125:3 .

9 [085:10] Zekerlijk, Zijn heil is nabij degenen, die Hem vrezen, opdat in ons land eer wone.1

DutSVVA word tags

heilH3468
nabijH7138
vrezenH3373
landH776

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. opdat in ons Dat is, opdat ons land wederom in den heerlijken en gelukkigen stand gebracht worde, in welken het tevoren geweest is.

10 [085:11] De goedertierenheid en waarheid zullen elkander ontmoeten; de gerechtigheid en vrede zullen elkander kussen.1234

DutSVVA word tags

goedertierenheidH2617
waarheidH571
ontmoetenH6298H8738
gerechtigheidH6664
vredeH7965

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. waarheid Of, trouw. En alzo ook vs.12.
  2. zullen elkander ontmoeten Of, hebben elkander ontmoet.
  3. zullen Met deze en de navolgende spreuken, die ten dele bij gelijkenis gesproken worden, beschrijft de profeet den welstand van het rijk van Christus, op wiens toekomst en heerlijke weldaden hier gezien wordt.
  4. elkander Te weten, gelijk vrienden doen, als zij elkander ontmoeten; Exo 4:27 , en Exo 18:7 .

11 [085:12] De waarheid zal uit de aarde spruiten, en gerechtigheid zal van den hemel nederzien.12

DutSVVA word tags

waarheidH571
aardeH776
spruitenH6779H8799
gerechtigheidH6664
hemelH8064
nederzienH8259H8738

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. zal uit de aarde Dat is, zij zal vermeerderd en uitgebreid worden door veler mensen bekering tot God en gehoorzaamheid tot het Evangelie.
  2. zal van den hemel Dat is, zij zal den mensen van God gegeven en medegedeeld worden.

12 [085:13] Ook zal de Heere het goede geven; en ons land zal zijn vrucht geven.1

DutSVVA word tags

HeereH3068
goedeH2896
landH776
vruchtH2981

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. het goede geven; Versta hier, de goede gift en volmaakte gave, die van boven komt van den Vader der lichten; Jam 1:17 .

13 [085:14] De gerechtigheid zal voor Zijn aangezicht henengaan, en Hij zal ze zetten op den weg Zijner voetstappen.12

DutSVVA word tags

gerechtigheidH6664
aangezichtH6440
henengaanH1980H8762
voetstappenH6471

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. De gerechtigheid De psalmist wil met deze woorden te verstaan geven dat Christus aan alle plaatsen, waar Hij met de predikatie des heiligen Evangelies komen zal, de gerechtigheid des geloofs medebrengen zal, van welke gesproken is, vs.11.
  2. zal ze zetten Te weten, de gerechtigheid. Of, Hij zal [ons] op den weg zijner voetstappen zetten.