reltext

Chapter 34

Aleph

1 Een psalm van David, als hij zijn gelaat veranderd had voor het aangezicht van Abimelech, die hem wegjoeg, dat hij doorging. [034:2] . Ik zal den Heere loven te aller tijd; Zijn lof zal geduriglijk in mijn mond zijn.12345

DutSVVA word tags

DavidH1732
gelaatH2940
aangezichtH6440
AbimelechH40
wegjoegH1644H8762
doorgingH3212H8799
HeereH3068
tijdH6256
geduriglijkH8548
mondH6310

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. gelaat Of, gebaren, wezen. Hebr. eigenlijk, smaak; omdat men uit gebaren den mens pleegt als te proeven en te oordelen wat in hem is. Zie deze historie 1Sa 21:11-13 , enz.
  2. Abimelech, 1Sa 21 wordt hij genoemd bij zijn eigen naam Achis, koning van Gath, maar Abimelech schijnt daarenboven een algemene naam geweest te zijn der Filistijnse koningen. Zie daarvan Gen 20:2 .
  3. wegjoeg Te weten, door zijne officieren, die David voor hem brachten, menende dat hij hem zou vasthouden en laten ombrengen, dat hij ook ongetwijfeld zou hebben gedaan indien het God niet merkelijk belet en David uitgeholpen had. Zie 1Sa 21:11-12 .
  4. Alef Zie van dit A, B, op den titel van den 25sten Psalm.
  5. loven Hebr. zegenen.

Beth

2 [034:3] . Mijn ziel zal zich beroemen in den Heere; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn.1

DutSVVA word tags

zielH5315
beroemenH1984H8691
HeereH3068
zachtmoedigenH6035

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. zachtmoedigen Zie Psa 10:17 .

Gimel

3 [034:4] . Maakt den Heere met mij groot, en laat ons Zijn Naam samen verhogen.1

DutSVVA word tags

HeereH3068
NaamH8034
samenH3162
verhogenH7311H8787

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. verhogen Dat is, hogelijk prijzen, gelijk Psa 30:2 .

Daleth

4 [034:5] . Ik heb den Heere gezocht, en Hij heeft mij geantwoord, en mij uit al mijn vrezen gered.12

DutSVVA word tags

HeereH3068
gezochtH1875H8804
geantwoordH6030H8804
vrezenH4035

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. gezocht, Door gebeden zijne hulp verzocht.
  2. vrezen Zie 1Sa 21:12 .

He. Vau

5 [034:6] . Zij hebben op Hem gezien, ja, Hem als een waterstroom aangelopen; en hun aangezichten zijn niet schaamrood geworden.123

DutSVVA word tags

aangelopenH5102H8804
aangezichtenH6440
gewordenH2659H8799

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Zij Te weten, de zachtmoedigen, uit vs.3.
  2. gezien Met de geestelijke ogen des geloofs uitgezien naar zijne hulp.
  3. aangelopen; Doende God [om zo te spreken] geweld, door den aanval van hun ijver en krachtige gebeden. Verg. Isa 2:2 , en Isa 60:5 ; Jer 31:12 , en Jer 51:44 ; Mat 11:12 ; Luk 16:16 ; Jam 5:16 . Anders, en zijn verlicht; dat is, vertroost, hebben oorzaak van blijdschap bekomen; alzo hHet Hebr. in tweeërlei betekenis van sommigen wordt genomen.

Zain

6 [034:7] . Deze ellendige riep, en de Heere hoorde; en Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden.1

DutSVVA word tags

ellendigeH6041
HeereH3068
verlosteH3467H8689
benauwdhedenH6869

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Deze Namelijk David; die hier van zichzelven spreekt, als op zijn persoon wijzende, of voert in de woorden der gelovigen van hem.

Cheth

7 [034:8] . De Engel des Heeren legert Zich rondom degenen, die Hem vrezen, en rukt hen uit.1

DutSVVA word tags

EngelH4397
HeerenH3068
rondomH5439
vrezenH3373

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. engel Dat is, de engelen, alzo er van legers gesproken wordt. Zie Gen 32:1-2 ; en 2Ki 6:17 .

Teth

8 [034:9] . Smaakt en ziet, dat de Heere goed is; welgelukzalig is de man, die op Hem betrouwt.1

DutSVVA word tags

HeereH3068
goedH2896
welgelukzaligH835
betrouwtH2620H8799

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Smaakt Dat is, aanmerkt en gevoelt in uwe harten, en vermaakt u daarin, of neemt de proef daarvan, gij zult bevinden dat het zo is. Verg. Job 12:20 ; Pro 31:18 , en 1Pe 2:2-3 .

Jod

9 [034:10] . Vreest den Heere, gij Zijn heiligen! want die Hem vrezen, hebben geen gebrek.1

DutSVVA word tags

HeereH3068
heiligenH6918
vrezenH3373
gebrekH4270

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Vreest Zie Psa 19:10 .

Caph

10 [034:11] . De jonge leeuwen lijden armoede, en hongeren; maar die den Heere zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed.1

DutSVVA word tags

leeuwenH3715
armoedeH7326H8804
hongerenH7456H8804
HeereH3068
goedH2896

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. lijden Kunnende somtijds geen roof krijgen. Zie Job 4:11 .

Lamed

11 [034:12] . Komt, gij, kinderen! hoort naar mij! ik zal u des Heeren vreze leren.1

DutSVVA word tags

kinderenH1121
HeerenH3068
vrezeH3374

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. kinderen Die mij houdt voor uw geestelijken vader, dat is profeet en leraar. Zie Jdg 17:10 ; Pro 1:8 .

Mem

12 [034:13] . Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien?123

DutSVVA word tags

manH376
lustH2655
levenH2416
dagenH3117
liefheeftH157H8802
goedeH2896

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Wie Dat is, is er iemand, die enz., of, degene die, enz. Zie Deu 20:5 ; het antwoord op deze vraag hebt gij in volgende verzen.
  2. dagen Dat is, een lang leven, lengte der dagen.
  3. het Dat is, welvaart te genieten. Zie Job 7:7 . Deze en dergelijke beloften moeten alzo verstaan worden, dat het kruis geenzins daarmede uitgesloten is, gelijk het ganse woord Gods, en in het bijzonder dit boek der psalmen, zelfs deze psalm vs.20, uitwijst.

Nun

13 [034:14] . Bewaar uw tong van het kwaad, en uw lippen van bedrog te spreken.1

DutSVVA word tags

tongH3956
kwaadH7451
lippenH8193
bedrogH4820
sprekenH1696H8763

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Bewaar De zin is, die het voorzeide goed begeert te genieten, die doet dit.

Samech

14 [034:15] . Wijk af van het kwaad, en doe het goede; zoek den vrede, en jaag dien na.

DutSVVA word tags

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

Ain

15 [034:16] . De ogen des Heeren zijn op de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun geroep.1

DutSVVA word tags

ogenH5869
HeerenH3068
rechtvaardigenH6662
orenH241
geroepH7775

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. De ogen Gelijk boven, Psa 33:18 .

Pe

16 [034:17] . Het aangezicht des Heeren is tegen degenen, die kwaad doen, om hun gedachtenis van de aarde uit te roeien.1

DutSVVA word tags

aangezichtH6440
HeerenH3068
kwaadH7451
gedachtenisH2143
aardeH776

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. aangezicht des Heeren Versta zijn toornig aangezicht, gelijk boven, Psa 21:10 . Zie aldaar.

Tsade

17 [034:18] . Zij roepen, en de Heere hoort, en Hij redt hen uit al hun benauwdheden.1

DutSVVA word tags

HeereH3068
benauwdhedenH6869

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Zij Te weten, de rechtvaardigen, uit vs.16.

Koph

18 [034:19] . De Heere is nabij de gebrokenen van harte, en Hij behoudt de verslagenen van geest.12

DutSVVA word tags

HeereH3068
nabijH7138
gebrokenenH7665H8737
harteH3820
behoudtH3467H8686
verslagenenH1793
geestH7307

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. gebrokenen Die, allen hoogmoed afleggende, zich voor den Heere vernederen met hartelijke bekommernissen over hunne zonden en begeerte van genade. Verg. Psa 51:19 , en Psa 147:3 ; Isa 42:3 , en Isa 57:15 , en Isa 61:1 , en Isa 66:2 ; Luk 4:18 , en Luk 7:38 ; Act 2:37 .
  2. verslagenen Of, gekneusden, verbrijzelden.

Resch

19 [034:20] . Vele zijn de tegenspoeden des rechtvaardigen; maar uit alle die redt hem de Heere.1

DutSVVA word tags

VeleH7227
tegenspoedenH7451
rechtvaardigenH6662
HeereH3068

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Vele Of, de rechtvaardige heeft vele tegenspoeden. Hebr. kwaden; dat is, veel ellende, kruis en verdriet overkomt hem, bejegent hem.

Schin

20 [034:21] . Hij bewaart al zijn beenderen; niet een van die wordt gebroken.

DutSVVA word tags

bewaartH8104H8802
beenderenH6106
eenH259
gebrokenH7665H8738

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

Thau

21 [034:22] . De boosheid zal den goddeloze doden; en die den rechtvaardige haten, zullen schuldig verklaard worden.1

DutSVVA word tags

boosheidH7451
goddelozeH7563
rechtvaardigeH6662
wordenH816H8799

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. schuldig Het Hebr. woord betekent somtijds schuldig gehouden, of verklaard worden, somtijds verwoest worden; beide die betekenissen worden hier van sommigen, als elkander na verwant zijnde, tesamen gevoegd aldus: Zullen als schuldigen verwoest worden.

22 [034:23] De Heere verlost de ziel Zijner knechten; en allen, die op Hem betrouwen, zullen niet schuldig verklaard worden.

DutSVVA word tags

HeereH3068
verlostH6299H8802
zielH5315
knechtenH5650
betrouwenH2620H8802
wordenH816H8799

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.