reltext

Chapter 142

1 Een onderwijzing van David, een gebed, als hij in de spelonk was. [142:2] Ik riep met mijn stem tot den Heere; ik smeekte tot den Heere met mijn stem.12

DutSVVA word tags

onderwijzingH4905H8688
DavidH1732
gebedH8605
spelonkH4631
stemH6963
HeereH3068
smeekteH2603H8691
HeereH3068
stemH6963

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. onderwijzing van Zie Psa 32:1 .
  2. als hij in de David verhaalt hier hoe hij zich gehouden heeft in de spelonk te Engedi of Adullam, waarheen hij gevlucht was vanwege Sauls wrede vervolging, 1Sa 22:1 , en 1Sa 24:4 .

2 [142:3] Ik stortte mijn klacht uit voor Zijn aangezicht; ik gaf te kennen voor Zijn aangezicht mijn benauwdheid.

DutSVVA word tags

stortteH8210H8799
klachtH7879
aangezichtH6440
aangezichtH6440
benauwdheidH6869

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

3 [142:4] Als mijn geest in mij overstelpt was, zo hebt Gij mijn pad gekend. Zij hebben mij een strik verborgen op den weg, dien ik gaan zou.1234

DutSVVA word tags

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. overstelpt was, Zie de aantekening bij Psa 102:1 .
  2. Gij mijn pad Gij o Heere. De zin is: Ofschoonik niet wist waarheen ik mij zou keren of wenden, zo hebt Gij het wel geweten, mij wijzende een weg en middel om aan Sauls bloeddorstige handen te ontkomen.
  3. Zij hebben mij Te weten, Saul met zijn bijhebbend volk.
  4. verborgen op Dat is, in het verborgen gelegd.

4 [142:5] Ik zag uit ter rechterhand, en ziet, zo was er niemand, die mij kende, er was geen ontvlieden voor mij; niemand zorgde voor mijn ziel.1234

DutSVVA word tags

rechterhandH3225
ontvliedenH4498
zielH5315

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. die mij kende, Te weten, om mij hulp en bijstand te doen.
  2. er was geen Hebr. te ontvlieden was van mij verloren of vergaan; dat is, ik wist niet waarheen ik zou vliden. Verg. Job 11:20 .
  3. zorgde Hebr. zacht, of vraagde naar mijne ziel. Zie de aantekening bij Pro 29:10 . Deu 11:12 . Verg. 2Sa 4:8 .
  4. voor mijn ziel Dat is, voor mij of voor mijn leven.

5 [142:6] Tot U riep ik, o Heere! ik zeide: Gij zijt mijn Toevlucht, mijn Deel in het land der levenden.12

DutSVVA word tags

HeereH3068
ToevluchtH4268
DeelH2506
landH776
levendenH2416

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Tot U riep ik, Te weten, toen ik in zulken nood en benauwdheid was.
  2. mijn Deel Mijn erfdeel, waar ik mij op verlaat, zolang als ik in deze wereld leerf. Zie Psa 27:13 ; Isa 38:11 , en Isa 53:8 .

6 [142:7] Let op mijn geschrei, want ik ben zeer uitgeteerd; red mij van mijn vervolgers, want zij zijn machtiger dan ik.1

DutSVVA word tags

geschreiH7440
zeerH3966
uitgeteerdH1809H8804
vervolgersH7291H8802
machtigerH553H8804

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. uitgeteerd; Hebr. dun geworden.

7 [142:8] Voer mijn ziel uit de gevangenis, om Uw Naam te loven; de rechtvaardigen zullen mij omringen, wanneer Gij wel bij mij zult gedaan hebben.12345

DutSVVA word tags

VoerH3318
zielH5315
gevangenisH4525
NaamH8034
rechtvaardigenH6662
omringenH3803H8686

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. mijn ziel Dat is, mij, mijn persoon.
  2. uit de gevangenis, Hebr. uit de besluiting, te weten, in welke ik met mijn volk als in een gevangenis besloten ben, zijnde van mijne vijanden rondom omsingeld.
  3. de rechtvaardigen De godzaliggen onder het volk Gods.
  4. omringen, Of, kroonsgewijze mij omsingelen; namelijk om mij met verwondering aan te zien, en om U, o Heere, met mij te loven en te danken voor de wonderlijk verlossing en genade aan mij bewezen.
  5. wanneer Gij Dat is, als Gij mij tot rust en tot een gelukkigen stand zult gebracht hebben.