reltext

Chapter 81

1 Voor den opperzangmeester, op de Gittith, een psalm van Asaf. [081:2] Zingt vrolijk Gode, onze Sterkte; juicht den God van Jakob.123

DutSVVA word tags

opperzangmeesterH5329H8764
GittithH1665
AsafH623
vrolijkH7442H8685
GodeH430
SterkteH5797
GodH430
JakobH3290

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. de gittith Zie Psa 8:1 .
  2. Asaf Of, voor Asaf, gelijk Psa 80:1 .
  3. den God Dat is, dien God, die een verbond gemaakt heeft met Jakob en zijne nakomelingen.

2 [081:3] Heft een psalm op, en geeft de trommel; de liefelijke harp met de luit.1

DutSVVA word tags

HeftH5375
psalmH2172
trommelH8596
liefelijkeH5273
harpH3658
luitH5035

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. den God Dat is, dien God, die een verbond gemaakt heeft met Jakob en zijne nakomelingen.

3 [081:4] Blaast de bazuin in de nieuwe maan, ter bestemder tijd, op onzen feestdag.

DutSVVA word tags

bazuinH7782
maanH2320
tijdH3677
feestdagH2282H3117

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

4 [081:5] Want dat is een inzetting in Israël, een recht van den God Jakobs.123

DutSVVA word tags

inzettingH2706
IsraëlH3478
rechtH4941
GodH430
JakobsH3290

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Blaast Zie de aantekening bij Lev 23 , Lev 24 .
  2. in de Te weten, te dien tijde als God een bijzonder feest had ingesteld; Num 10:10 , en Num 28:11 , Num 28:14 .
  3. ter Anders, in de bedekking; te weten, der maan, dat is, als de maan duister is. Sommigen verstaan hier het feest des geklanks, waarvan te zien is Lev 23:24 . Anderen verstaan in het eerste lid de nieuwe manen in het volgende de drie jaarfeesten, waarvan te zien is Deu 16:16 .

5 [081:6] Hij heeft het gezet tot een getuigenis in Jozef, als Hij uitgetogen was tegen Egypteland; alwaar ik gehoord heb een spraak, die ik niet verstond;123

DutSVVA word tags

getuigenisH5715
JozefH3084
EgyptelandH776H4714
spraakH8193
verstondH3045H8804

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. dat is Te weten, de bazuin te blazen.
  2. in Israël, Dat is, onder het volk van Israël.
  3. van den Anders, voor den God van Jakob; te weten, dat men Hem een rechten godsdienst doet, zoals Hij dien van zijn volk vereist. Zie van de inzetting der feestdagen Exo 23:17 ; Deu 16:16 .

6 [081:7] Ik heb zijn schouder van den last onttrokken; zijn handen zijn van de potten ontslagen.123456

DutSVVA word tags

schouderH7926
lastH5447
onttrokkenH5493H8689
handenH3709
pottenH1731
ontslagenH5674H8799

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. het gezet Te weten, het blazen der bazuinen en de onderhouding der ceremoniën en feestdagen.
  2. tot een Te weten, zijne genade over zijn volk.
  3. in Jozef, Dat is, onder de nakomelingen van Jozef, bij wien hier in het algemeen alle Israëlieten verstaan worden; gelijk ook Psa 80:2 .
  4. hij uitgetogen Te weten, God, die oorlog tegen de Egyptenaren gevoerd heeft, hen aantastende met zijne plagen.
  5. ik gehoord Dit spreekt Israël, in zulk een zin namelijk, willende te verstaan geven dat het in den persoon hunner vaderen [in wier lenden zij waren] onder een vreemd en onbekend volk in Egypte gewoond had.
  6. een spraak, Hebr. een lip; gelijk Gen 11:1 . De Hebreeuwse en Egyptische talen waren zo wijd van elkander verscheiden, dat de een den ander niet verstond; te weten, in het begin als zij eerst in Egypte kwamen. Zie Gen 42:23 . Sommigen nemen dit alzo, dat de profeet hier wil zeggen dat Israël te dien tijde nog niet verstond de aanspraak van God, als daartoe nog niet gewend zijnde. Verg. Act 7:25 .

7 [081:8] In de benauwdheid riept gij, en Ik hielp u uit; Ik antwoordde u uit de schuilplaats des donders; Ik beproefde u aan de wateren van Meriba. Sela.12345

DutSVVA word tags

benauwdheidH6869
antwoorddeH6030H8799
schuilplaatsH5643
dondersH7482
beproefdeH974H8799
waterenH4325
MeribaH4809
SelaH5542

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Ik heb Dit zijn de woorden des Heeren, welken de profeet hier sprekende invoert.
  2. zijn schouder [Zijne], te weten van Jozef, dat is, der Israëlieten, gelijk vs.6.
  3. den last Te weten, der dienstbaarheid, waaraan het volk van Israël in Egypte onderworpen was. Zie Exo 1:5 .
  4. van de pot Hebr. van de pot. Het schijnt dat de profeet daarop ziet, dat de kinderen Israëls potaarde hebben moeten graven, van welke zij gedwongen waren tichelstenen en potten te maken. Anders, bakken, te weten, waar men den kalk en het gruis in droeg. Anders, manden, korven.
  5. ontslagen Hebr. doorgegaan, of gepasseerd.

8 [081:9] Mijn volk, zeide Ik hoor toe, en Ik zal onder u betuigen, Israël, of gij naar Mij hoordet!12345

DutSVVA word tags

volkH5971
betuigenH5749H8686
IsraëlH3478
hoordetH8085H8799

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. In de Eenigen verstaan dit van hetgeen waar vs.7, van gesproken wordt; anderen van de benauwdheid waarin zij waren bij de Rode zee; Exo 2:23 , en Exo 14:10 , Exo 14:15 .
  2. uit de Of, in de schuilplaats, dat is, uit de dikke wolkkolom, in welke God als verborgen zijnde, zijn volk van Israël geleidde, maar de Egyptenaars verschrikte met donder, enz.; Exo 13:21 , en Exo 14:19-20 , Exo 14:24-25 . Zie ook Psa 77:18-19 .
  3. Ik beproefde Te weten, door groten dorst, dien Ik u te Rafidim liet lijden.
  4. Meriba Aldus zijn de wateren te Rafidim naderhand genoemd geworden. Zie Exo 17:1-7 ; Num 20:13 .
  5. Sela Zie de aantekening bij Psa 3:3 .

9 [081:10] Er zal onder u geen uitlands god wezen, en gij zult u voor geen vreemden god nederbuigen.123

DutSVVA word tags

uitlandsH2114H8801
godH410
vreemdenH5236
godH410
nederbuigenH7812H8691

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Mijn volk, Dit zijn de woorden met welke God zijn volk aanspreekt in het geven zijner wet.
  2. Ik zal Dat is, Ik zal u tot getuige nemen. Of, Ik zal u betuigen en te kennen geven wat mijn wil is en wat gij doen zult.
  3. of gij Versta hierbij: Hoe gelukkig zoudt gij zijn? Zie Exo 15:26 ; Deu 32:29 .

10 [081:11] Ik ben de Heere, uw God, Die u heb opgevoerd uit het land van Egypte; doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen.

DutSVVA word tags

HeereH3068
GodH430
opgevoerdH5927H8688
landH776
EgypteH4714
mondH6310
vervullenH4390H8762

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

11 [081:12] Maar Mijn volk heeft Mijn stem niet gehoord; en Israël heeft Mijner niet gewild.1

DutSVVA word tags

volkH5971
stemH6963
gehoordH8085H8804
IsraëlH3478
gewildH14H8804

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. doe uw Dat is, spreek en begeer al wat gij wilt, Ik zal het u overvloediglijk geven; te weten indien gij naar mijn wil en wetten leeft. Zie dergelijke belofte Joh 15:7 , en 1Jo 3:22 .

12 [081:13] Dies heb Ik het overgegeven in het goeddunken huns harten, dat zij wandelden in hun raadslagen.1

DutSVVA word tags

overgegevenH7971H8762
goeddunkenH8307
hartenH3820
wandeldenH3212H8799
raadslagenH4156

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. heeft Dat is, het is tot mij zo ijverig en zo getrouw niet geneigd geweest, als dat wel zou betaamd hebben; hetwelk daaraan gebleken is, als het zich straks, nadat Ik het mijne wetten en geboden gegeven had, een gouden kalf gemaakt heeft en jegens mij opgestaan is; Exo 32:2 , enz., idem Jdg 2:2 , en Jdg 4:1 , en Jdg 6:1 , en Jdg 8:27 , en Jdg 10:6 , en Jdg 13:1 , en Jdg 18:30 .

13 [081:14] Och, dat Mijn volk naar Mij gehoord had, dat Israël in Mijn wegen gewandeld had!1

DutSVVA word tags

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. in het Zie Deu 29:19 ; Jer 3:17 , en Jer 7:24 , en Jer 9:14 , en Jer 11:8 ; Act 14:16 .

14 [081:15] In kort zou Ik hun vijanden gedempt hebben, en Mijn hand gewend hebben tegen hun wederpartijders.1

DutSVVA word tags

kortH4592
vijandenH341H8802
handH3027
wederpartijdersH6862

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. dat Israël Dat is, de Israëlieten. Daarom volgt er in den Hebr. tekst, gewandeld hadden, in het getal van velen.

15 [081:16] Die den Heere haten, zouden zich Hem geveinsdelijk onderworpen hebben, maar hunlieder tijd zou eeuwig geweest zijn.12

DutSVVA word tags

HeereH3068
tijdH6256
eeuwigH5769

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. gedempt En volgens dien, hun vrede verleend hebben. Verg. 2Sa 7:10 , en 1Ch 17:9 .
  2. hand Dat is, straf, plaag. Zie de aantekening bij Job 13:21 .

16 [081:17] En Hij zou het gespijsd hebben met het vette der tarwe; ja, Ik zou u verzadigd hebben met honig uit de rotsstenen.12

DutSVVA word tags

hebbenH398H8686
vetteH2459
tarweH2406
honigH1706
rotsstenenH6697

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. zich hem Zie de aantekening bij Deu 33:29 . Zie ook Psa 66:3 .
  2. hunlieder Te weten, mijns volks tijd, dat is welvaart, gelukzaligheid. De zin is dat zij een langdurig en goed leven zouden gehad hebben.