reltext

Chapter 64

1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester. [064:2] Hoor, o God! mijn stem in mijn geklag; behoed mijn leven voor des vijands schrik.123

DutSVVA word tags

psalmH4210
DavidH1732
opperzangmeesterH5329H8764
GodH430
stemH6963
geklagH7879
levenH2416
vijandsH341H8802
schrikH6343

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. opperzangmeester Zie Psa 4:1 .
  2. in mijn Dat is, terwijl ik klaag, of aandachtig bid en kerm.
  3. vijands Dat is, dien de vijand met zijn vervolgen mij aandoet.

2 [064:3] Verberg mij voor den heimelijken raad der boosdoeners, voor de oproerigheid van de werkers der ongerechtigheid.1

DutSVVA word tags

VerbergH5641H8686
raadH5475
boosdoenersH7489H8688
oproerigheidH7285
werkersH6466H8802
ongerechtigheidH205

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. oproerigheid Of, geraas, rumoerig rotten. Zie van het Hebr. woord Psa 2:1 .

3 [064:4] Die hun tong scherpen als een zwaard, een bitter woord aanleggen als hun pijl;1

DutSVVA word tags

tongH3956
scherpenH8150H8804
zwaardH2719
bitterH4751
woordH1697
aanleggenH1869H8804
pijlH2671

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. aanleggen Hebr. treden; dat is spannen, gelijk men den voetboog treedt als men dien wil spannen en pijlen daarop leggen; alzo boven Psa 58:8 , enz. Of, zij hebben gespannen; een bitter woord is hun pijl.

4 [064:5] Om in verborgen plaatsen den oprechte te schieten; haastig schieten zij naar hem, en vrezen niet.12

DutSVVA word tags

plaatsenH4565
oprechteH8535
schietenH3384H8800
haastigH6597

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. haastig Dat is, onvoorziens; alzo vs.8.
  2. vrezen Schromen of ontzien God noch mensen.

5 [064:6] Zij sterken zichzelven in een boze zaak; zij houden spraak van strikken te verbergen; zij zeggen: Wie zal ze zien?

DutSVVA word tags

zichzelvenH2388H8762
bozeH7451
zaakH1697
strikkenH4170
verbergenH2934H8800
zeggenH559H8804

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

6 [064:7] Zij doorzoeken allerlei schalkheid; ten uiterste doorzoeken zij, wat te doorzoeken is; zelfs het binnenste eens mans, en het diepe hart.12

DutSVVA word tags

doorzoekenH2664H8799
schalkheidH5766
uitersteH8552H8804
doorzoekenH2665
binnensteH7130
mansH376
diepeH6013
hartH3820

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. allerlei Hebr. schalkheden, of onrechtvaardige, slimme, verkeerde trekken; dat is, zij bedenken met alle vlijt en scherpzinnigheid allerlei boze vonden, om heun goddeloos voornemen onder een schijn uit te voeren.
  2. ten uiterste Hebr. zij voltrekken een doorzochte doorzoeking, of, een onderzoek dat te onderzoeken is. Verg. Psa 137:8 ; alles [wil hij zeggen] doorsnuffelen, beproeven en ondervinden zij, of het dus of zo best zou mogen gelukken. Anders: wij worden verteerd [door hunne] doorzochte doorzoeking; [dat is, arglistige praktijken] zo diep is het binnenste eens mans en het hart.

7 [064:8] Maar God zal hen haastig met een pijl schieten; hun plagen zijn er.1

DutSVVA word tags

GodH430
haastigH6597
pijlH2671
schietenH3384H8686
plagenH4347

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. hun Hij spreekt door den profetischen Geest van het toekomende, alsof het al geschied en voor ogen ware.

8 [064:9] En hun tong zal hen doen aanstoten tegen zichzelven; een ieder, die hen ziet, zal zich wegpakken.1234

DutSVVA word tags

tongH3956
aanstotenH3782H8686
wegpakkenH5074H8709

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. tong Waarmede zij zo gruwelijk en bitterlijk tegen God, mij en alle vromen gezondigd hebben; dat is, hun eigen woorden zullen hen vangen en verstrikken, ja zij zullen zichzelven onder elkander met hun lasterlijke tongen verdriet aandoen en ten val brengen.
  2. zal hen Hebr. zal hem; dat is, een ieder van hen, hen altemaal.
  3. een ieder, Anders, zij zullen omdolen, een ieder zal op hen zien, of aan hen zien; tw eten, Gods rechtvaardig oordeel, gelijk Psa 59:11 , enz.
  4. zich Die hun tevoren was toegedaan, zal dan met hen niet meer te doen willen hebben. Hebr. zullen wegzwerven, of wegvluchten, in het getal van velen, alzo in het volgende vs.10.

9 [064:10] En alle mensen zullen vrezen, en Gods werk verkondigen, en Zijn doen verstandelijk aanmerken.1

DutSVVA word tags

mensenH120
GodsH430
werkH6467
verkondigenH5046H8686
doenH4639
aanmerkenH7919H8689

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. alle Dat is, vele personene van allerlei stand. Hebr. allen, of een ieder mens, zullen vrezen.

10 [064:11] De rechtvaardige zal zich verblijden in den Heere, en op Hem betrouwen; en alle oprechten van hart zullen zich beroemen.1

DutSVVA word tags

rechtvaardigeH6662
verblijdenH8055H8799
HeereH3068
betrouwenH2620H8804
oprechtenH3477
hartH3820
beroemenH1984H8691

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. oprechten Hebr. rechte, of richtige van hart. Zie Psa 7:11 .