reltext

Chapter 29

1 Een psalm van David. Geeft den Heere, gij kinderen der machtigen! geeft den Heere eer en sterkte.1

Original Hebrew

הָב֣וּהב֣והָבוּהבוha.VuascribeH3051HVqv2mp
לַֽ֭/יהוָהל֭/יהוהלַֽ/יהוָהל/יהוהla./Yah.wehto/ YahwehH9005H3068GHR+Npt
בְּנֵ֣יבנ֣יבְּנֵיבניbe.NeiO sons ofH1121IHNcmpc
אֵלִ֑יםאל֑יםאֵלִיםאלים'e.LimgodsH0410KHNcmpa
הָב֥וּהב֥והָבוּהבוha.VuascribeH3051HVqv2mp
לַ֝/יהוָ֗הל֝/יהו֗הלַ/יהוָהל/יהוהla./Yah.wehto/ YahwehH9005H3068GHR+Npt
כָּב֥וֹדכב֥ודכָּבוֹדכבודka.VodgloryH3519HNcmsa
וָ/עֹֽז\׃ו/עז\וָ/עֹֽז\׃ו/עז\va./'Ozand/ strengthH9002H5797\H9016HC+Ncmsa
  1. kinderen Dat is, gij machtigen, geweldigen, die boven anderen in macht en gezag op aarde verheven zijt. Alzo Psa 89:7 .

2 Geeft den Heere de eer Zijns Naams, aanbidt den Heere in de heerlijkheid des heiligdoms.12

Original Hebrew

הָב֣וּהב֣והָבוּהבוha.VuascribeH3051HVqv2mp
לַֽ֭/יהוָהל֭/יהוהלַֽ/יהוָהל/יהוהla./Yah.wehto/ YahwehH9005H3068GHR+Npt
כְּב֣וֹדכב֣ודכְּבוֹדכבודke.Vod[the] glory ofH3519HNcmsc
שְׁמ֑/וֹשמ֑/ושְׁמ/וֹשמ/וshe.M/oname/ hisH8034H9023HNcmsc+Sp3ms
הִשְׁתַּחֲו֥וּהשתחו֥והִשְׁתַּחֲווּהשתחווhish.ta.cha.Vubow downH7812HVtv2mp
לַ֝/יהוָ֗הל֝/יהו֗הלַ/יהוָהל/יהוהla./Yah.wehto/ YahwehH9005H3068GHR+Npt
בְּ/הַדְרַת\־ב/הדרת\בְּ/הַדְרַת\־ב/הדרת\be./had.rat-in/ adornment ofH9003H1927\H9014HR+Ncfsc
קֹֽדֶשׁ\׃קדש\קֹֽדֶשׁ\׃קדש\Ko.deshholinessH6944G\H9016HNcmsa
  1. aanbidt Of, buigt u voor den HEERE. Zie Gen 24:26 .
  2. heerlijkheid Dat is, in zijn tabernakel, dien de grote God zelf met de heerlijke waartekenen zijner genade versierd heeft. Sommigen menen dat David dezen psalm gedicht heeft als hij de ark des verbonds met grote vreugde tot zich gehaald had in Zion, 2Sa 6 om de groten op aarde [die gemeenlijk trots en hoogmoedig zijn] onder de krachtige hand van den enigen waren God, die te Zion in zijn hius woonde, te vernederen, en door zijn voorbeeld te vermanen dat zij dezen God in zijne woning in alle nederigheid zouden komen eren; waartoe hij in in het volgende ook gebruikt de beschrijving van den donder dezes Gods, voor welken zich zelfs de allergrootsten op aarde moeten ontzetten en verschrikken, en dienvolgens den auteur daarvan behoren te kennen en naar zijne instelling te eren. Anders, in sieraad der heiligheid. Of, met sieraad, enz.

3 De stem des Heeren is op de wateren, de God der ere dondert; de Heere is op de grote wateren.1234

Original Hebrew

ק֥וֹלק֥ולקוֹלקולKol[the] voice ofH6963AHNcmsc
יְהוָ֗היהו֗היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
עַל\־על\עַל\־על\'al-[is] overH5921A\H9014HR
הַ֫/מָּ֥יִםה֫/מ֥יםהַ/מָּיִםה/מיםha./Ma.yimthe/ watersH9009H4325GHTd+Ncmpa
אֵֽל\־אל\אֵֽל\־אל\'el-[the] God ofH0410G\H9014HNcmsc
הַ/כָּב֥וֹדה/כב֥ודהַ/כָּבוֹדה/כבודha./ka.Vod<the>/ gloryH9009H3519HTd+Ncmsa
הִרְעִ֑יםהרע֑יםהִרְעִיםהרעיםhir.'Imhe thundersH7481HVhp3ms
יְ֝הוָ֗הי֝הו֗היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
עַל\־על\עַל\־על\'al-[is] overH5921A\H9014HR
מַ֥יִםמ֥יםמַיִםמיםMa.yimwatersH4325GHNcmpa
רַבִּֽים\׃רבים\רַבִּֽים\׃רבים\ra.BimmanyH7227A\H9016HAampa
  1. stem Versta, den donder en het verschrikkelijk geluid van dien, gelijk Psa 18:14 , en 2Sa 22:14 ; Job 28:26 , en Job 37:2 , Job 37:4-5 ; Psa 46:7 , en Psa 68:34 ; Isa 30:30-31 .
  2. wateren, Men kan dit verstaan van de bovenste wateren, te weten, de wolken, en ook van de onderste, waarop de donder vreeslijk geluid maakt. Anders, boven de wateren; dat is, heeft groter en sterker geluid dan het bruisen der wateren. Zie hiervan Eze 1:24 , en Eze 43:2 ; Rev 1:15 , en Rev 14:2 , en Rev 19:6 .
  3. der ere Dat is de heerlijke God, die te eren is, gelijk 1Co 2:8 .
  4. grote Of, vele, geweldige.

4 De stem des Heeren is met kracht, de stem des Heeren is met heerlijkheid.

Original Hebrew

קוֹל\־קול\קוֹל\־קול\kol-[the] voice ofH6963A\H9014HNcmsc
יְהוָ֥היהו֥היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
בַּ/כֹּ֑חַב/כ֑חבַּ/כֹּחַב/כחba./Ko.ach[is] with <the>/ strengthH9003H3581BHRd+Ncmsa
ק֥וֹלק֥ולקוֹלקולKol[the] voice ofH6963AHNcmsc
יְ֝הוָ֗הי֝הו֗היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
בֶּ/הָדָֽר\׃ב/הדר\בֶּ/הָדָֽר\׃ב/הדר\be./ha.Dar[is] with <the>/ majestyH9003H1926\H9016HRd+Ncmsa

5 De stem des Heeren breekt de cederen; ja, de Heere verbreekt de cederen van Libanon.1

Original Hebrew

ק֣וֹלק֣ולקוֹלקולKol[the] voice ofH6963AHNcmsc
יְ֭הוָהי֭הוהיְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
שֹׁבֵ֣רשב֣רשֹׁבֵרשברsho.Ver[is] breakingH7665HVqrmsa
אֲרָזִ֑יםארז֑יםאֲרָזִיםארזים'a.ra.ZimcedarsH0730HNcmpa
וַ/יְשַׁבֵּ֥רו/ישב֥רוַ/יְשַׁבֵּרו/ישברva/y.sha.Berand/ he broke in piecesH9001H7665Hc+Vpw3ms
יְ֝הוָ֗הי֝הו֗היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
אַרְזֵ֥יארז֥יאַרְזֵיארזי'ar.Zei[the] cedars ofH0730HNcmpc
הַ/לְּבָנֽוֹן\׃ה/לבנון\הַ/לְּבָנֽוֹן\׃ה/לבנון\ha./le.va.Non<the>/ LebanonH9009H3844G\H9016HTd+Npl
  1. Libanon Een zeer vermaard gebergte, in de Schriftuur dikwijls vermeld, gelegen aan de noordelijke zijde van Kanaän, geroemd om de schone cederbomen. Zie Jdg 9:15 .

6 En Hij doet ze huppelen als een kalf, den Libanon en Sirjon als een jongen eenhoorn.12

Original Hebrew

וַ/יַּרְקִידֵ֥/םו/ירקיד֥/םוַ/יַּרְקִידֵ/םו/ירקיד/םva/i.yar.ki.De/mand/ he made skip/ themH9001H7540H9038Hc+Vhw3ms+Sp3mp
כְּמוֹ\־כמו\כְּמוֹ\־כמו\ke.mov-likeH3644G\H9014HR
עֵ֑גֶלע֑גלעֵגֶלעגל'E.gela calfH5695HNcmsa
לְבָנ֥וֹןלבנ֥וןלְבָנוֹןלבנוןle.va.NonLebanonH3844GHNpl
וְ֝/שִׂרְיֹ֗ןו֝/שרי֗ןוְ/שִׂרְיֹןו/שריןve./sir.Yonand/ SirionH9002H8303HC+Npl
כְּמ֣וֹכמ֣וכְּמוֹכמוke.MolikeH3644GHR
בֶן\־בן\בֶן\־בן\ven-a young one ofH1121H\H9014HNcmsc
רְאֵמִֽים\׃ראמים\רְאֵמִֽים\׃ראמים\re.'e.Mimwild oxenH7214\H9016HNcmpa
  1. Sirjon Zie Deu 3:9 .
  2. jongen Hebr. een zoon der eenhoornen.

7 De stem des Heeren houwt er vlammen vuurs uit.12

Original Hebrew

קוֹל\־קול\קוֹל\־קול\kol-[the] voice ofH6963A\H9014HNcmsc
יְהוָ֥היהו֥היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
חֹצֵ֗בחצ֗בחֹצֵבחצבcho.Tzev[is] strikingH2672HVqrmsa
לַהֲב֥וֹתלהב֥ותלַהֲבוֹתלהבותla.ha.Votflames ofH3852HNcfpc
אֵֽשׁ\׃אש\אֵֽשׁ\׃אש\'EshfireH0784\H9016HNcbsa
  1. houwt Of, slaat. Het Hebr. woord wordt eigenlijk van steenhouwen en houthouwen gebruikt.
  2. vlammen Versta, de vuurvlammen des bliksems, die God bij den donder verspreidt, alsof Hij ze uit de wolken hieuw, dat de vuurstralen overal springen.

8 De stem des Heeren doet de woestijn beven; de Heere doet de woestijn Kades beven.12

Original Hebrew

ק֣וֹלק֣ולקוֹלקולKol[the] voice ofH6963AHNcmsc
יְ֭הוָהי֭הוהיְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
יָחִ֣יליח֣יליָחִיליחילya.Chilit causes to trembleH2342AHVhi3ms
מִדְבָּ֑רמדב֑רמִדְבָּרמדברmid.Bar[the] wildernessH4057BHNcmsa
יָחִ֥יליח֥יליָחִיליחילya.Chilhe causes to trembleH2342AHVhi3ms
יְ֝הוָ֗הי֝הו֗היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
מִדְבַּ֥רמדב֥רמִדְבַּרמדברmid.Bar[the] wilderness ofH4057BHNcmsc
קָדֵֽשׁ\׃קדש\קָדֵֽשׁ\׃קדש\ka.DeshKadeshH6946G\H9016HNpl
  1. beven; Anders, maakt dat zij in smart of arbeid komt; dat is, verschrikt de wilde gedierten der woestijn alzo, dat zij vóór den tijd den arbeid op den hals krijgen.
  2. Kades Den Joden bekend, waardoor anderen mede verstaan worden; zie Num 33:36-37 , en elders meer.

9 De stem des Heeren doet de hinden jongen werpen, en ontbloot de wouden; maar in Zijn tempel zegt Hem een iegelijk eer.1234

Original Hebrew

ק֤וֹלק֤ולקוֹלקולKol[the] voice ofH6963AHNcmsc
יְהוָ֨ה\׀יהו֨ה\יְהוָה\׀יהוה\Yah.wehYahwehH3068G\H9015HNpt
יְחוֹלֵ֣ליחול֣ליְחוֹלֵליחוללye.cho.Lelit causes labor pains toH2342JHVpi3ms
אַיָּלוֹת֮אילות֮אַיָּלוֹתאילות'ai.ya.lOtdoesH0355HNcfpa
וַֽ/יֶּחֱשֹׂ֪ףו/יחש֪ףוַֽ/יֶּחֱשֹׂףו/יחשףva/i.ye.che.Sofand/ it stripped bareH9001H2834Hc+Vqw3ms
יְעָ֫ר֥וֹתיע֫ר֥ותיְעָרוֹתיערותye.'A.RotforestsH3293AHNcfpa
וּ/בְ/הֵיכָל֑/וֹו/ב/היכל֑/ווּ/בְ/הֵיכָל/וֹו/ב/היכל/וu./ve./hei.kha.L/oand/ in/ temple/ hisH9002H9003H1964GH9023HC+R+Ncmsc+Sp3ms
כֻּ֝לּ֗/וֹכ֝ל֗/וכֻּלּ/וֹכל/וku.L/oall of/ itH3605H9023HNcmsc+Sp3ms
אֹמֵ֥ראמ֥ראֹמֵראמר'o.Mer[is] sayingH0559HVqrmsa
כָּבֽוֹד\׃כבוד\כָּבֽוֹד\׃כבוד\ka.VodgloryH3519\H9016HNcmsa
  1. hinden Die [gelijk te zien is Job 39:4-6 , en de natuurbeschrijvers betuigen] anderzins zwaarlijk werpen. Of, doet de hinden in arbeid komen.
  2. ontbloot Te weten, van bomen, die door donder, bliksem en storm van bladeren ontbloot, verbrand, uit de aarde gescheurd en nedergeveld worden; idem van dieren, die de donder in de holen jaagt, dat zij in de wouden niet durven omlopen.
  3. tempel Of, paleis; dat is, tabernakel, gelijk boven, Psa 27:4 , alsof hij zeide: God laat zijne stem door den donder overal horen, maar in zijne gemeente en woning looft Hem een iede van hen, tw eten, der gelovigen, vanwege zijn grote daden in het algemeen, en in het bijzonder van de voren verhaalde; waarheen David de groten nodigd heeft te komen, vs.1.
  4. Hem Of, spreekt een ieder van [zijne] eer, of glorie. Anders, al wat daarin is; te weten, in den tempel, spreekt [zijne] eer.

10 De Heere heeft gezeten over den watervloed; ja, de Heere zit, Koning in eeuwigheid.12

Original Hebrew

יְ֭הוָהי֭הוהיְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
לַ/מַּבּ֣וּלל/מב֣וללַ/מַּבּוּלל/מבולla./ma.Bulto the/ floodH9005H3999HRd+Ncmsa
יָשָׁ֑ביש֑ביָשָׁבישבya.Shavhe satH3427HVqp3ms
וַ/יֵּ֥שֶׁבו/י֥שבוַ/יֵּשֶׁבו/ישבva/i.Ye.shevand/ he satH9001H3427Hc+Vqw3ms
יְ֝הוָ֗הי֝הו֗היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
מֶ֣לֶךְמ֣לךמֶלֶךְמלךMe.lekhkingH4428GHNcmsa
לְ/עוֹלָֽם\׃ל/עולם\לְ/עוֹלָֽם\׃ל/עולם\le./'o.Lamfor/ everH9005H5769G\H9016HR+Ncmsa
  1. heeft Of, zit in den watervloed; dat is ten tijde des watervloeds.
  2. watervloed; Dit verstaan velen van den zondvloed, waarvan het Hebr. woord in de Heilige Schrift alleenlijk gebruikt wordt, waarover de Heere als president, regent en rechter gezeten heeft; doch men kan het voorts uitstrekken tot alle watervloeden, die God alle tezamen regeert en bestuurt.

11 De Heere zal Zijn volk sterkte geven; de Heere zal Zijn volk zegenen met vrede.1

Original Hebrew

יְֽהוָ֗היהו֗היְֽהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
עֹ֭זע֭זעֹזעז'ozstrengthH5797HNcmsa
לְ/עַמּ֣/וֹל/עמ֣/ולְ/עַמּ/וֹל/עמ/וle./'a.M/oto/ people/ hisH9005H5971AH9023HR+Ncmsc+Sp3ms
יִתֵּ֑ןית֑ןיִתֵּןיתןyi.Tenhe will giveH5414GHVqi3ms
יְהוָ֓ה\׀יהו֓ה\יְהוָה\׀יהוה\Yah.wehYahwehH3068G\H9015HNpt
יְבָרֵ֖ךְיבר֖ךיְבָרֵךְיברךye.va.Rekhhe will blessH1288HVpi3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
עַמּ֣/וֹעמ֣/ועַמּ/וֹעמ/וa.M/opeople/ hisH5971AH9023HNcmsc+Sp3ms
בַ/שָּׁלֽוֹם\׃ב/שלום\בַ/שָּׁלֽוֹם\׃ב/שלום\va./sha.Lomwith <the>/ peaceH9003H7965G\H9016HRd+Ncmsa
  1. vrede Dat is, met allerlei welvaart, bijzonderlijk in Christus, die onze vrede is. Zie Jdg 6:24 .