reltext

Chapter 129

1 Een lied Hammaaloth. Zij hebben mij dikwijls benauwd van mijn jeugd af, zegge nu Israël;1234

Original Hebrew

רַ֭בַּתר֭בתרַבַּתרבתRa.batmuchH7227AHAafsc
צְרָר֣וּ/נִיצרר֣ו/ניצְרָרוּ/נִיצררו/ניtze.ra.Ru./nipeople have opposed/ meH6887DH9030HVqp3cp+Sp1bs
מִ/נְּעוּרַ֑/ימ/נעור֑/ימִ/נְּעוּרַ/ימ/נעור/יmi./ne.'u.Ra/isince/ youth<s>/ myH9006H5271AH9020HR+Ncmpc+Sp1bs
יֹֽאמַר\־יאמר\יֹֽאמַר\־יאמר\yo.mar-let it sayH0559\H9014HVqi3ms
נָ֝אנ֝אנָאנאna'pleaseH4994HTj
יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\יִשְׂרָאֵֽל\׃ישראל\Yis.ra.'ElIsraelH3478\H9016HNpl
  1. lied Hamaälòth Zie Psa 120:1 .
  2. Zij hebben mij Te weten, mijne vijanden.
  3. van mijn jeugd Dat is, van dien tijd af, toen ik in Egypte van een kleinen hoop volk tot een menigte gewassen ben; of van dien tijd af, toen God met Abraham onzer aller vader een verbond gemaakt heeft. Men kan het ook van Jakob verstaan, die van Ezau is vervolgd geweest van zijne jeugd af.
  4. Israël; Dat is, het volk Israël, de gemeente Gods, gelijk Psa 128:6 .

2 Zij hebben mij dikwijls van mijn jeugd af benauwd; evenwel hebben zij mij niet overmocht.

Original Hebrew

רַ֭בַּתר֭בתרַבַּתרבתRa.batmuchH7227AHAafsc
צְרָר֣וּ/נִיצרר֣ו/ניצְרָרוּ/נִיצררו/ניtze.ra.Ru./nipeople have opposed/ meH6887DH9030HVqp3cp+Sp1bs
מִ/נְּעוּרָ֑/ימ/נעור֑/ימִ/נְּעוּרָ/ימ/נעור/יmi./ne.'u.Ra/isince/ youth<s>/ myH9006H5271AH9020HR+Ncmpc+Sp1bs
גַּ֝םג֝םגַּםגםgamalsoH1571HD
לֹא\־לא\לֹא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
יָ֥כְלוּי֥כלויָכְלוּיכלוYa.khe.luthey have prevailedH3201HVqp3cp
לִֽ/י\׃ל/י\לִֽ/י\׃ל/י\L/ito/ meH9005H9030\H9016HR+Sp1bs

3 Ploegers hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun voren lang getogen.123

Original Hebrew

עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
גַּ֭בִּ/יג֭ב/יגַּבִּ/יגב/יGa.b/iback/ myH1354H9020HNcmsc+Sp1bs
חָרְשׁ֣וּחרש֣וחָרְשׁוּחרשוcha.re.Shuthey have plowedH2790AHVqp3cp
חֹרְשִׁ֑יםחרש֑יםחֹרְשִׁיםחרשיםcho.re.ShimplowmenH2790AHVqrmpa
הֶ֝אֱרִ֗יכוּה֝אר֗יכוהֶאֱרִיכוּהאריכוhe.'e.Ri.khuthey have made longH0748HVhp3cp
לְ/מַעֲנִיתָֽ/ם\׃ל/מענית/ם\לְ/מַעֲנִיתָֽ/ם\׃ל/מענית/ם\le./ma.'a.no.ta/m<to>/ furrows/ theirH9005H4618H9028\H9016HR+Ncfpc+Sp3mp
  1. Ploegers Versta hier door de ploegers de zaaiers der ongerechtigheid; gelijk Job 4:8 .
  2. hebben op mijn De zin is: Gelijk een land met den ploeg wordt doorsneden, alzo hebben de boze mensen mij gepijnigd en gemarteld. Verg. Isa 51:23 .
  3. voren lang getogen Of, voor; in het Hebr. is het een en ander; versta door de voren der goddelozen hunne lasteringen en wrevelmoedigheid, die lang geduurd heeft.

4 De Heere, Die rechtvaardig is, heeft de touwen der goddelozen afgehouwen.1

Original Hebrew

יְהוָ֥היהו֥היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
צַדִּ֑יקצד֑יקצַדִּיקצדיקtza.Dik[is] righteousH6662HAamsa
קִ֝צֵּ֗ץק֝צ֗ץקִצֵּץקצץki.Tzetzhe has cut offH7112HVpp3ms
עֲב֣וֹתעב֣ותעֲבוֹתעבותa.Vot[the] rope ofH5688HNcfsc
רְשָׁעִֽים\׃רשעים\רְשָׁעִֽים\׃רשעים\re.sha.'Imwicked [people]H7563\H9016HNcmpa
  1. heeft de touwen Versta door de touwen der bozen hunne raadslagen en aanslagen, samenspannende om de ploeg der ongerechtigheid te trekken. Zie Isa 8:18 ; dat is, de Heere heeft ons uit hunne macht verlost en het juk der dienstbaarheid verscheurd.

5 Laat hen beschaamd en achterwaarts gedreven worden, allen, die Sion haten.12

Original Hebrew

יֵ֭בֹשׁוּי֭בשויֵבֹשׁוּיבשוYe.vo.shumay they be ashamedH0954HVqi3mp
וְ/יִסֹּ֣גוּו/יס֣גווְ/יִסֹּגוּו/יסגוve./yi.So.guand/ they may be turned backH9002H5472HC+VNu3mp
אָח֑וֹראח֑וראָחוֹראחור'a.ChorbackwardH0268HNcmsa
כֹּ֝֗לכ֝֗לכֹּלכלKolallH3605HNcmsc
שֹׂנְאֵ֥ישנא֥ישֹׂנְאֵישנאיso.ne.'Ei[those who] hateH8130HVqrmpc
צִיּֽוֹן\׃ציון\צִיּֽוֹן\׃ציון\tzi.Yon<of> ZionH6726\H9016HNpl
  1. Laat hen beschaamd Dat is, laat de hoop der vijanden, van ons te verdelgen, geen voortgang hebben. Anders: zij zullen, enz., en alzo in vs.6.
  2. Sion haten Dat is, het volk Gods, hetwelk te Zion samenkomt om God te dienen.

6 Laat hen worden als gras op de daken, hetwelk verdort, eer men het uittrekt;123

Original Hebrew

יִ֭הְיוּי֭היויִהְיוּיהיוYih.yumay they beH1961HVqi3mp
כַּ/חֲצִ֣ירכ/חצ֣ירכַּ/חֲצִירכ/חצירka./cha.Tzirlike/ [the] grass ofH9004H2682AHR+Ncmsc
גַּגּ֑וֹתגג֑ותגַּגּוֹתגגותga.GotroofsH1406HNcfpa
שֶׁ/קַּדְמַ֖תש/קדמ֖תשֶׁ/קַּדְמַתש/קדמתshe./kad.Matthat/ beforeH9007H6927HTr+Ncfsc
שָׁלַ֣ףשל֣ףשָׁלַףשלףsha.Lafit has shot upH8025HVqp3ms
יָבֵֽשׁ\׃יבש\יָבֵֽשׁ\׃יבש\ya.Veshit has witheredH3001\H9016HVqp3ms
  1. gras op de Zie 1Ki 18:5 .
  2. daken, In het land Kanaän waren de daken der huizen van boven plat, waar gras op wies tussen de glepen of samenvoegingen der stenen en aan de kanten.
  3. eer men het Anders: eer men [de sikkel] trekt; te weten, om het gras af te maaien.

7 Waarmede de maaier zijn hand niet vult, noch de garvenbinder zijn arm;123

Original Hebrew

שֶׁ/לֹּ֤אש/ל֤אשֶׁ/לֹּאש/לאshe./Lo'that/ notH9007H3808HTr+Tn
מִלֵּ֖אמל֖אמִלֵּאמלאmi.Le'he has filledH4390HVpp3ms
כַפּ֥/וֹכפ֥/וכַפּ/וֹכפ/וkha.P/ohand/ hisH3709GH9023HNcfsc+Sp3ms
קוֹצֵ֗רקוצ֗רקוֹצֵרקוצרko.Tzera reaperH7114BHVqrmsa
וְ/חִצְנ֥/וֹו/חצנ֥/ווְ/חִצְנ/וֹו/חצנ/וve./chitz.N/oand/ bosom/ hisH9002H2683H9023HC+Ncmsc+Sp3ms
מְעַמֵּֽר\׃מעמר\מְעַמֵּֽר\׃מעמר\me.'a.Mer[one who] binds sheavesH6014A\H9016HVprmsa
  1. Waarmede de Hij wil zeggen dat de goddelozen tot hun volkomen wasdom of ouderdom niet komen; of, dat zij tot het uitvoeren hunner boze aanslagen niet geraken kunnen.
  2. hand niet vult, Hebr. palm.
  3. arm; Of, schoot.

8 En die voorbijgaan, niet zeggen: De zegen des Heeren zij bij u! Wij zegenen ulieden in den Naam des Heeren.12

Original Hebrew

וְ/לֹ֤או/ל֤אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
אָֽמְר֨וּ\׀אמר֨ו\אָֽמְרוּ\׀אמרו\'a.me.Ruthey sayH0559\H9015HVqp3cp
הָ/עֹבְרִ֗יםה/עבר֗יםהָ/עֹבְרִיםה/עבריםha./'oe.Rimthose/ [who] pass byH9009H5674AHTd+Vqrmpa
בִּרְכַּֽת\־ברכת\בִּרְכַּֽת\־ברכת\bir.kat-[the] blessing ofH1293\H9014HNcfsc
יְהוָ֥היהו֥היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֲלֵי/כֶ֑םאלי/כ֑םאֲלֵי/כֶםאלי/כם'a.lei./Khem[be] to/ youH0413H9036HR+Sp2mp
בֵּרַ֥כְנוּבר֥כנובֵּרַכְנוּברכנוbe.Rakh.nuwe blessH1288HVpp1cp
אֶ֝תְ/כֶ֗םא֝ת/כ֗םאֶתְ/כֶםאת/כם'et./Khem<obj.>/ youH0853H9036HTo+Sp2mp
בְּ/שֵׁ֣םב/ש֣םבְּ/שֵׁםב/שםbe./Shemin/ [the] name ofH9003H8034HR+Ncmsc
יְהוָֽה\׃יהוה\יְהוָֽה\׃יהוה\Yah.wehYahwehH3068G\H9016HNpt
  1. bij u Of, over, of op u.
  2. Wij zegenen Dat is, wij wensen u den zegen des Heeren, dat is, alle heil en welstand. Alzo plachten de voorbijgangers de maaiers en anderen, die in het veld arbeidden, te groeten. Sommigen nemen deze laatste woorden als een antwoord dergenen, die gezegend werden. Verg. Psa 118:26 en de aantekening Rth 2:4 .