reltext

Chapter 104

1 Loof den Heere, mijn ziel! O Heere, mijn God! Gij zijt zeer groot, Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid.

Original Hebrew

בָּרֲכִ֥יברכ֥יבָּרֲכִיברכיba.ra.KhiblessH1288HVpv2fs
נַפְשִׁ֗/ינפש֗/ינַפְשִׁ/ינפש/יnaf.Sh/iO self/ myH5315GH9020HNcfsc+Sp1bs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
יְה֫וָ֥היה֫ו֥היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
יְהוָ֣היהו֣היְהוָהיהוהYah.wehO YahwehH3068GHNpt
אֱ֭לֹהַ/יא֭לה/יאֱלֹהַ/יאלה/י'E.lo.ha/iGod/ myH0430GH9020HNcmpc+Sp1bs
גָּדַ֣לְתָּגד֣לתגָּדַלְתָּגדלתga.Dal.tayou are greatH1431HVqp2ms
מְּאֹ֑דמא֑דמְּאֹדמאדme.'OdexceedinglyH3966HAcmsa
ה֭וֹדה֭ודהוֹדהודHodsplendorH1935HNcmsa
וְ/הָדָ֣רו/הד֣רוְ/הָדָרו/הדרve./ha.Darand/ majestyH9002H1926HC+Ncmsa
לָבָֽשְׁתָּ\׃לבשת\לָבָֽשְׁתָּ\׃לבשת\la.Va.she.tayou are clothedH3847\H9016HVqp2ms

2 Hij bedekt Zich met het licht, als met een kleed; Hij rekt den hemel uit als een gordijn.1

Original Hebrew

עֹֽטֶה\־עטה\עֹֽטֶה\־עטה\'o.teh-[you are] wrapping yourselfH5844A\H9014HVqrmsa
א֭וֹרא֭וראוֹראור'orlightH0216HNcfsa
כַּ/שַּׂלְמָ֑הכ/שלמ֑הכַּ/שַּׂלְמָהכ/שלמהka./sal.Mahlike <the>/ garmentH9004H8008HRd+Ncfsa
נוֹטֶ֥הנוט֥הנוֹטֶהנוטהno.Teh[you are] stretching outH5186HVqrmsa
שָׁ֝מַ֗יִםש֝מ֗יםשָׁמַיִםשמיםSha.Ma.yim[the] heavensH8064HNcmpa
כַּ/יְרִיעָֽה\׃כ/יריעה\כַּ/יְרִיעָֽה\׃כ/יריעה\ka/y.ri.'Ahlike <the>/ tent curtainH9004H3407\H9016HRd+Ncfsa
  1. Hij bedekt Of, Hij bekleedt; of omhangt, of bewindt zich. Zie de aantekening bij Job 40:5 .

3 Die Zijn opperzalen zoldert in de wateren, Die van de wolken Zijn wagen maakt, Die op de vleugelen des winds wandelt.1234

Original Hebrew

הַ֥/מְקָרֶֽהה֥/מקרההַ/מְקָרֶֽהה/מקרהHa/m.ka.rehthe/ [one who] makes beams forH9009H7136BHTd+Vprmsa
בַ/מַּ֗יִםב/מ֗יםבַ/מַּיִםב/מיםva./Ma.yimon the/ watersH9003H4325GHRd+Ncmpa
עֲֽלִיּ֫וֹתָ֥י/ועלי֫ות֥י/ועֲֽלִיּוֹתָי/ועליותי/וali.Yo.Ta/vupper rooms/ hisH5944H9023HNcfpc+Sp3ms
הַ/שָּׂם\־ה/שם\הַ/שָּׂם\־ה/שם\ha./som-the/ [one who] makesH9009H7760A\H9014HTd+Vqrmsa
עָבִ֥יםעב֥יםעָבִיםעבים'a.VimcloudsH5645HNcmpa
רְכוּב֑/וֹרכוב֑/ורְכוּב/וֹרכוב/וre.khu.V/ochariot/ hisH7398H9023HNcmsc+Sp3ms
הַֽ֝/מְהַלֵּ֗ךְה֝/מהל֗ךהַֽ/מְהַלֵּךְה/מהלךha/m.ha.Lekhthe/ [one who] walksH9009H1980IHTd+Vprmsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
כַּנְפֵי\־כנפי\כַּנְפֵי\־כנפי\kan.fei-[the] wings ofH3671\H9014HNcfdc
רֽוּחַ\׃רוח\רֽוּחַ\׃רוח\Ru.ach[the] windH7307H\H9016HNcfsa
  1. zijn opperzalen Hierbij worden verstaan de verscheidene streken, die in de lucht of in het uitspansel zijn, waar ook de wolken gelijk als hangende blijven, gelijk vs.13.
  2. in de wateren, Of, met de wateren; versta die wateren, die boven in de wolken zijn, Gen 1:7 . Zie Job 26:8 .
  3. die van de wolken Hebr. die de wolken zijnen wagen stelt.
  4. die op de vleugelen Dat is, op den wind, die snellijk voortvliegt alsof hij vleugelen had. Zie Isa 19:1 .

4 Hij maakt Zijn engelen geesten, Zijn dienaars tot een vlammend vuur.123

Original Hebrew

עֹשֶׂ֣העש֣העֹשֶׂהעשה'o.Seh[he is] makingH6213HHVqrmsa
מַלְאָכָ֣י/ומלאכ֣י/ומַלְאָכָי/ומלאכי/וmal.'a.Kha/vmessengers/ hisH4397GH9023HNcmpc+Sp3ms
רוּח֑וֹתרוח֑ותרוּחוֹתרוחותru.ChotwindsH7307HHNcfpa
מְ֝שָׁרְתָ֗י/ומ֝שרת֗י/ומְשָׁרְתָי/ומשרתי/וme.sha.re.Ta/vservants/ hisH8334H9033HVprmpc+Sp3ms
אֵ֣שׁא֣שאֵשׁאש'esha fireH0784HNcbsa
לֹהֵֽט\׃להט\לֹהֵֽט\׃להט\lo.HetflamingH3857\H9016HVqrmsa
  1. maakt zijn Dat is, Hij maakt en gebruikt de engelen als boden om allerlei zaken te verrichten.
  2. geesten, De apostel, Heb 1:7 , op deze spreuk ziende, besluit dat de engelen schepselen en dienstbare geesten zijn, of winden, bij welke de engelen in snelheid mogen vergeleken worden.
  3. tot een vlammend Dat is, Hij geeft hun grote sterkte om zijne oordelen uit te richten, alzo dat zij voortvaren en doordringen als vuur. Hiervan worden de engelen serafim genoemd, Isa 6:2 , hetwelk betekent brandende. Zie 2Ki 2:11 , en 2Ki 6:17 .

5 Hij heeft de aarde gegrond op haar grondvesten; zij zal nimmermeer noch eeuwiglijk wankelen.1

Original Hebrew

יָֽסַד\־יסד\יָֽסַד\־יסד\ya.sad-he establishedH3245\H9014HVqp3ms
אֶ֭רֶץא֭רץאֶרֶץארץ'E.retz[the] earthH0776GHNcfsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
מְכוֹנֶ֑י/הָמכונ֑י/המְכוֹנֶי/הָמכוני/הme.kho.Nei./hafoundations/ itsH4349H9024HNcmpc+Sp3fs
בַּל\־בל\בַּל\־בל\bal-notH1077\H9014HTn
תִּ֝מּ֗וֹטת֝מ֗וטתִּמּוֹטתמוטti.Motit will be shakenH4131HVNi3fs
עוֹלָ֥םעול֥םעוֹלָםעולםo.LamforeverH5769GHNcmsa
וָ/עֶֽד\׃ו/עד\וָ/עֶֽד\׃ו/עד\va./'Edand/ everH9002H5703\H9016HC+Ncmsa
  1. heeft de aarde De profeet wil hier zeggen dat het aardrijk zo vast van den Heere gegrond is, alsof het op een vasten en sterken bodem, fondament of steunsel stond. Zie de aantekening bij Psa 24:2 , en Job 26:7 .

6 Gij hadt ze met den afgrond als een kleed overdekt; de wateren stonden boven de bergen.12

Original Hebrew

תְּ֭הוֹםת֭הוםתְּהוֹםתהוםTe.hom[the] deepH8415HNcfsa
כַּ/לְּב֣וּשׁכ/לב֣ושכַּ/לְּבוּשׁכ/לבושka./le.Vushlike <the>/ clothingH9004H3830HRd+Ncmsa
כִּסִּית֑/וֹכסית֑/וכִּסִּית/וֹכסית/וki.si.T/oyou covered/ itH3680H9033HVpp2ms+Sp3ms
עַל\־על\עַל\־על\'al-aboveH5921A\H9014HR
הָ֝רִ֗יםה֝ר֗יםהָרִיםהריםha.Rim[the] mountainsH2022GHNcmpa
יַֽעַמְדוּ\־יעמדו\יַֽעַמְדוּ\־יעמדו\ya.'am.du-they stoodH5975G\H9014HVqi3mp
מָֽיִם\׃מים\מָֽיִם\׃מים\Ma.yim[the] watersH4325G\H9016HNcmpa
  1. met den afgrond Dat is, met de diepe en grondeloze wateren, die God op den eersten dag geschapen heeft; Gen 1:2 .
  2. overdekt; Te weten, van het begin der schepping tot aan den derden dag, in welken eerst het aardrijk droog geworden is; Gen 1:9 ,10. De wateren hebben ook het aardrijk ten tijde van den zondvloed overdekt; Gen 7:19 .

7 Van Uw schelden vloden zij, zij haastten zich weg voor de stem Uws donders.12

Original Hebrew

מִן\־מן\מִן\־מן\min-fromH4480A\H9014HR
גַּעֲרָ֣תְ/ךָ֣גער֣ת/ך֣גַּעֲרָתְ/ךָגערת/ךga.'a.Ra.te./kharebuke/ yourH1606H9021HNcfsc+Sp2ms
יְנוּס֑וּ/ןינוס֑ו/ןיְנוּסוּ/ןינוסו/ןye.nu.Su/nthey fled/ !H5127H9013HVqi3mp+Sn
מִן\־מן\מִן\־מן\min-fromH4480A\H9014HR
ק֥וֹלק֥ולקוֹלקולKol[the] sound ofH6963HHNcmsc
רַֽ֝עַמְ/ךָ֗ר֝עמ/ך֗רַֽעַמְ/ךָרעמ/ךra.'am./khathunder/ yourH7482H9021HNcmsc+Sp2ms
יֵחָפֵזֽוּ/ן\׃יחפזו/ן\יֵחָפֵזֽוּ/ן\׃יחפזו/ן\ye.cha.fe.Zu/nthey hurried away/ !H2648H9013\H9016HVNi3mp+Sn
  1. Van uw schelden Het schijnt dat hier door het schelden Gods moeten verstaan worden de sterken winden en stormen. Zie Psa 18:16 . Anders: van uw schelden; dat is, van uw enrstig bevel. Zie Job 26:12 .
  2. voor de stem Dat is, van uw grote en krachtige stem, die als een donder is.

8 De bergen rezen op, de dalen daalden, ter plaatse, die Gij voor hen gegrond hadt.12

Original Hebrew

יַעֲל֣וּיעל֣ויַעֲלוּיעלוya.'a.Luthey went upH5927GHVqi3mp
הָ֭רִיםה֭ריםהָרִיםהריםHa.rimmountainsH2022GHNcmpa
יֵרְד֣וּירד֣ויֵרְדוּירדוye.re.Duthey went downH3381HVqi3mp
בְקָע֑וֹתבקע֑ותבְקָעוֹתבקעותve.ka.'otvalleysH1237KHNcfpa
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
מְ֝ק֗וֹםמ֝ק֗וםמְקוֹםמקוםme.Kom[the] placeH4725HNcmsc
זֶ֤ה\׀ז֤ה\זֶה\׀זה\zeh<of> whichH2088\H9015HTm
יָסַ֬דְתָּיס֬דתיָסַדְתָּיסדתya.Sad.tayou had establishedH3245HVqp2ms
לָ/הֶֽם\׃ל/הם\לָ/הֶֽם\׃ל/הם\la./Hemfor/ themH9005H9038\H9016HR+Sp3mp
  1. bergen rezen op, Of, zij [te weten, de wateren] rezen op de bergen en daalden door de valleien, naar de plaats, die Gij hun [te weten, de wateren] gegrond hadt.
  2. ter plaatse Dat is, in de laagten der aarde; Gen 1:9-10 ; Job 38:10-11 .

9 Gij hebt een paal gesteld, dien zij niet overgaan zullen; zij zullen de aarde niet weder bedekken.12

Original Hebrew

גְּֽבוּל\־גבול\גְּֽבוּל\־גבול\ge.vu.l.Sa-a boundaryH1366G\H9014HNcmsa
שַׂ֭מְתָּש֭מתשַׂמְתָּשמתSam.tayou setH7760AHVqp2ms
בַּל\־בל\בַּל\־בל\bal-[which] notH1077\H9014HTn
יַֽעֲבֹר֑וּ/ןיעבר֑ו/ןיַֽעֲבֹרוּ/ןיעברו/ןya.'a.vo.Ru/nthey will pass/ !H5674AH9013HVqi3mp+Sn
בַּל\־בל\בַּל\־בל\bal-notH1077\H9014HTn
יְ֝שׁוּב֗וּ/ןי֝שוב֗ו/ןיְשׁוּבוּ/ןישובו/ןye.shu.Vu/nthey will return/ !H7725JH9013HVqi3mp+Sn
לְ/כַסּ֥וֹתל/כס֥ותלְ/כַסּוֹתל/כסותle./kha.Sotto/ coverH9005H3680HR+Vpcc
הָ/אָֽרֶץ\׃ה/ארץ\הָ/אָֽרֶץ\׃ה/ארץ\ha./'A.retzthe/ earthH9009H0776G\H9016HTd+Ncfsa
  1. zij niet overgaan Te weten, de wateren. Verg. met de woorden van den tekst Job 26:10 , en Job 38:8 , Job 38:10-11 ; Psa 148:6 ; Jer 5:22 .
  2. zij zullen de Te weten, tenzij, Heere, Gij het hun gebiedt, gelijk in den zondvloed geschied is, Hebr. zij zullen niet wederkeren om de aarde te bedekken, of bedekkende de aarde.

10 Die de fonteinen uitzendt door de dalen, dat zij tussen de gebergten henen wandelen.12

Original Hebrew

הַֽ/מְשַׁלֵּ֣חַה/משל֣חהַֽ/מְשַׁלֵּחַה/משלחha/m.sha.Le.achthe/ [one who] sends forthH9009H7971GHTd+Vprmsa
מַ֭עְיָנִיםמ֭עיניםמַעְיָנִיםמעיניםMa'.ya.nimspringsH4599HNcmpa
בַּ/נְּחָלִ֑יםב/נחל֑יםבַּ/נְּחָלִיםב/נחליםba./ne.cha.Limin the/ wadisH9003H5158NHRd+Ncmpa
בֵּ֥יןב֥יןבֵּיןביןbeinbetweenH0996GHAcmsc
הָ֝רִ֗יםה֝ר֗יםהָרִיםהריםha.Rim[the] mountainsH2022GHNcmpa
יְהַלֵּכֽוּ/ן\׃יהלכו/ן\יְהַלֵּכֽוּ/ן\׃יהלכו/ן\ye.ha.le.Khu/nthey go/ !H1980IH9013\H9016HVpi3mp+Sn
  1. fonteinen Versta hier door de fonteinen de rivieren en de beken, die haren oorsprong uit de fonteinen nemen, gelijk te zien is uit de naastvolgende woorden.
  2. wandelen Dat is, lopen. Alzo ook Psa 105:41 .

11 Zij drenken al het gedierte des velds; de woudezels breken er hun dorst mede.1

Original Hebrew

יַ֭שְׁקוּי֭שקויַשְׁקוּישקוYash.kuthey give drink toH8248GHVhi3mp
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-everyH3605\H9014HNcmsc
חַיְת֣וֹחית֣וחַיְתוֹחיתוchay.Toanimal ofH2416CHNcfsc
שָׂדָ֑ישד֑ישָׂדָישדיsa.Dai[the] fieldH7704MHNcmsa
יִשְׁבְּר֖וּישבר֖ויִשְׁבְּרוּישברוyish.be.Ruthey breakH7665HVqi3mp
פְרָאִ֣יםפרא֣יםפְרָאִיםפראיםfe.ra.'Imwild donkeysH6501HNcmpa
צְמָאָֽ/ם\׃צמא/ם\צְמָאָֽ/ם\׃צמא/ם\tze.ma.'A/mthirst/ theirH6772H9028\H9016HNcmsc+Sp3mp
  1. breken er hun Te weten, met de wateren der fonteinen en rivieren. Anders: zij lessen er hunnen dorst mede.

12 Bij dezelve woont het gevogelte des hemels, een stem gevende van tussen de takken.1

Original Hebrew

עֲ֭לֵי/הֶםע֭לי/הםעֲלֵי/הֶםעלי/הם'A.lei./hemat/ themH5921AH9038HR+Sp3mp
עוֹף\־עוף\עוֹף\־עוף\'of-[the] bird[s] ofH5775\H9014HNcmsc
הַ/שָּׁמַ֣יִםה/שמ֣יםהַ/שָּׁמַיִםה/שמיםha./sha.Ma.yimthe/ heavensH9009H8064HTd+Ncmpa
יִשְׁכּ֑וֹןישכ֑וןיִשְׁכּוֹןישכוןyish.Konit dwellsH7931HVqi3ms
מִ/בֵּ֥יןמ/ב֥יןמִ/בֵּיןמ/ביןmi./Beinfrom/ betweenH9006H0996HHR+Acmsc
עֳ֝פָאיִ֗םע֝פאי֗םעֳפָאיִםעפאים'o.fa.YimfoliageH6073HNcmpa
יִתְּנוּ\־יתנו\יִתְּנוּ\־יתנו\yi.te.nu-they give forthH5414P\H9014HVqi3mp
קֽוֹל\׃קול\קֽוֹל\׃קול\KolvoiceH6963A\H9016HNcmsa
  1. het gevogelte Dat is, de vogels, die in den hemel, dat is in de lucht, vliegen.

13 Hij drenkt de bergen uit Zijn opperzalen; de aarde wordt verzadigd van de vrucht Uwer werken.1234

Original Hebrew

מַשְׁקֶ֣המשק֣המַשְׁקֶהמשקהmash.Keh[he is] wateringH8248GHVhrmsa
הָ֭רִיםה֭ריםהָרִיםהריםHa.rimmountainsH2022GHNcmpa
מֵ/עֲלִיּוֹתָ֑י/ומ/עליות֑י/ומֵ/עֲלִיּוֹתָי/ומ/עליותי/וme./'a.li.yo.Ta/vfrom/ upper rooms/ hisH9006H5944H9023HR+Ncfpc+Sp3ms
מִ/פְּרִ֥ימ/פר֥ימִ/פְּרִימ/פריmi./pe.Rifrom/ [the] fruit ofH9006H6529HR+Ncmsc
מַ֝עֲשֶׂ֗י/ךָמ֝עש֗י/ךמַעֲשֶׂי/ךָמעשי/ךma.'a.Sei./khaworks/ yourH4639GH9021HNcmpc+Sp2ms
תִּשְׂבַּ֥עתשב֥עתִּשְׂבַּעתשבעtis.Ba'it is satisfiedH7646HVqi3fs
הָ/אָֽרֶץ\׃ה/ארץ\הָ/אָֽרֶץ\׃ה/ארץ\ha./'A.retzthe/ earthH9009H0776G\H9016HTd+Ncfsa
  1. drenkt de Dat is, Hij bevochtigt hen, te weten, met het regenwater.
  2. uit zijn Dat is, uit de wolken, gelijk vs.3.
  3. aarde wordt Alsof hij zeide: Het aardrijk wordt met den regen zijn dorst geblust, nadat het lang dorst geleden heeft.
  4. van de vrucht Dat is, van den regen, welken God alleen geeft; Jer 10:13 , en Jer 14:22 . Of, van den regen, die uit uwe werken, o Heere, dat is uit de wolken gelijk als ene vrucht voortkomt. Van den regen wast het koren en gras; idem alle kruiden en boomvruchten. Verg. hiermede Job 38:26-28 ; Deu 11:14-15 .

14 Hij doet het gras uitspruiten voor de beesten, en het kruid tot dienst des mensen, doende het brood uit de aarde voortkomen.123

Original Hebrew

מַצְמִ֤יחַמצמ֤יחמַצְמִיחַמצמיחmatz.Mi.ach[he is] causing to growH6779HVhrmsa
חָצִ֨יר\׀חצ֨יר\חָצִיר\׀חציר\cha.TzirgrassH2682A\H9015HNcmsa
לַ/בְּהֵמָ֗הל/בהמ֗הלַ/בְּהֵמָהל/בהמהla./be.he.Mahfor the/ cattleH9005H0929HRd+Ncfsa
וְ֭/עֵשֶׂבו֭/עשבוְ/עֵשֶׂבו/עשבVe./'e.sevand/ vegetationH9002H6212HC+Ncmsa
לַ/עֲבֹדַ֣תל/עבד֣תלַ/עֲבֹדַתל/עבדתla./'a.vo.Datfor/ [the] labor ofH9005H5656IHR+Ncfsc
הָ/אָדָ֑םה/אד֑םהָ/אָדָםה/אדםha./'a.Dam<the>/ humankindH9009H0120GHTd+Ncmsa
לְ/ה֥וֹצִיאל/ה֥וציאלְ/הוֹצִיאל/הוציאle./Ho.tzi'to/ bring forthH9005H3318HHR+Vhcc
לֶ֝֗חֶםל֝֗חםלֶחֶםלחםLe.chemfoodH3899GHNcmsa
מִן\־מן\מִן\־מן\min-fromH4480A\H9014HR
הָ/אָֽרֶץ\׃ה/ארץ\הָ/אָֽרֶץ\׃ה/ארץ\ha./'A.retzthe/ earthH9009H0776G\H9016HTd+Ncfsa
  1. het gras Zie de aantekening bij 1Ki 18:5 .
  2. het kruid Te weten, allerlei kruid tot spijs en tot medicijn.
  3. het brood Te weten, het koren, waar het brood van gemaakt wordt, gelijk Job 28:5 ; Ecc 11:1 ; Isa 28:28 , en Isa 30:23 . Het woord brood betekent hier, gelijk op vele plaatsen, allerlei spijs.

15 En den wijn, die het hart des mensen verheugt, doende het aangezicht blinken van olie; en het brood, dat het hart des mensen sterkt.12345

Original Hebrew

וְ/יַ֤יִן\׀ו/י֤ין\וְ/יַיִן\׀ו/יין\ve./Ya.yinand/ wineH9002H3196\H9015HC+Ncmsa
יְשַׂמַּ֬חישמ֬חיְשַׂמַּחישמחye.sa.Mach[which] it makes gladH8055HVpi3ms
לְֽבַב\־לבב\לְֽבַב\־לבב\le.vav-[the] heart ofH3824\H9014HNcmsc
אֱנ֗וֹשׁאנ֗ושאֱנוֹשׁאנוש'e.No.oshhumankindH0582HNcmsa
לְ/הַצְהִ֣ילל/הצה֣יללְ/הַצְהִילל/הצהילle./hatz.Hilto/ make shineH9005H6670BHR+Vhcc
פָּנִ֣יםפנ֣יםפָּנִיםפניםpa.NimfacesH6440HHNcmpa
מִ/שָּׁ֑מֶןמ/ש֑מןמִ/שָּׁמֶןמ/שמןmi./Sha.menfrom/ oilH9006H8081HR+Ncmsa
וְ֝/לֶ֗חֶםו֝/ל֗חםוְ/לֶחֶםו/לחםve./Le.chemand/ foodH9002H3899HHC+Ncmsa
לְֽבַב\־לבב\לְֽבַב\־לבב\le.vav-[which the] heart ofH3824\H9014HNcmsc
אֱנ֥וֹשׁאנ֥ושאֱנוֹשׁאנוש'e.No.oshhumankindH0582HNcmsa
יִסְעָֽד\׃יסעד\יִסְעָֽד\׃יסעד\yis.'Adit sustainsH5582\H9016HVqi3ms
  1. den wijn, Te weten, doet Hij voortkomen. Den wijn, dat is, den wijnstok waar de druiven vol wijn aan wassen.
  2. verheugt, Zie Jdg 9:9 , Jdg 9:13 ; Psa 23:5 .
  3. van olie; Het was eertijds zeer gebruikelijk in het Joodse land, dat de mensen hun lichaam, inzonderheid het hoofd en het aangezicht, met olie bestreken om het te verfrissen; Psa 23:5 .
  4. het brood, dat Dat is, het koren, waar men het brood van maakt.
  5. sterkt Of, ondersteunt, onderstut. Zie 1Ki 13:7 .

16 De bomen des Heeren worden verzadigd, de cederbomen van Libanon, die Hij geplant heeft;123

Original Hebrew

יִ֭שְׂבְּעוּי֭שבעויִשְׂבְּעוּישבעוYis.be.'uthey are satisfiedH7646HVqi3mp
עֲצֵ֣יעצ֣יעֲצֵיעצי'a.Tzei[the] trees ofH6086HHNcmpc
יְהוָ֑היהו֑היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אַֽרְזֵ֥יארז֥יאַֽרְזֵיארזי'ar.Zei[the] cedars ofH0730HNcmpc
לְ֝בָנ֗וֹןל֝בנ֗וןלְבָנוֹןלבנוןle.va.NonLebanonH3844GHNpl
אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
נָטָֽע\׃נטע\נָטָֽע\׃נטע\na.Ta'he plantedH5193\H9016HVqp3ms
  1. De bomen Dat is, de zeer hoge bomen. Zie de aantekening bij Psa 80:11 , of, die zonder mensenarbeid, alleen door Gods regering, worden opgebracht.
  2. worden Te weten, van den regen. Alsof hij zeide: Hoe groot en hoe hoog de bomen zijn, zo krijgen zij voedsel of lafenis genoeg van den regen om te groeien en te wassen.
  3. de cederbomen Deze bomen wassen zeer hoog en groot, inzonderheid op den berg Libanon.

17 Alwaar de vogeltjes nestelen; des ooievaars huis zijn de dennebomen.123

Original Hebrew

אֲשֶׁר\־אשר\אֲשֶׁר\־אשר\'a.she.ro.Sha-whereH0834A\H9014HTr
שָׁ֭םש֭םשָׁםשםShamthereH8033GHD
צִפֳּרִ֣יםצפר֣יםצִפֳּרִיםצפריםtzi.po.RimbirdsH6833HNcbpa
יְקַנֵּ֑נוּיקנ֑נויְקַנֵּנוּיקננוye.ka.Ne.nuthey make nestsH7077HVpi3mp
חֲ֝סִידָ֗הח֝סיד֗החֲסִידָהחסידהcha.si.Dah[the] storkH2624HNcfsa
בְּרוֹשִׁ֥יםברוש֥יםבְּרוֹשִׁיםברושיםbe.ro.Shim[is] fir treesH1265HNcmpa
בֵּיתָֽ/הּ\׃בית/ה\בֵּיתָֽ/הּ\׃בית/ה\bei.Ta/hhome/ itsH1004BH9024\H9016HNcmsc+Sp3fs
  1. de vogeltjes Zie Gen 7:14 , en Lev 14:4 .
  2. ooievaars Zie Lev 11:19 .
  3. de dennebomen Zie 1Ki 5:8 .

18 De hoge bergen zijn voor de steenbokken; de steenrotsen zijn een vertrek voor de konijnen.12

Original Hebrew

הָרִ֣יםהר֣יםהָרִיםהריםha.Rim[the] mountainsH2022GHNcmpa
הַ֭/גְּבֹהִיםה֭/גבהיםהַ/גְּבֹהִיםה/גבהיםHa./ge.vo.him<the>/ highH9009H1364HTd+Aampa
לַ/יְּעֵלִ֑יםל/יעל֑יםלַ/יְּעֵלִיםל/יעליםla/i.ye.'e.Lim[belong] to the/ mountain goatsH9005H3277HHRd+Ncmpa
סְ֝לָעִ֗יםס֝לע֗יםסְלָעִיםסלעיםse.la.'ImcragsH5553HHNcmpa
מַחְסֶ֥המחס֥המַחְסֶהמחסהmach.Seh[are] a refugeH4268HNcmsa
לַֽ/שְׁפַנִּֽים\׃ל/שפנים\לַֽ/שְׁפַנִּֽים\׃ל/שפנים\La/sh.fa.Nimfor the/ rock badgersH9005H8227A\H9016HRd+Ncmpa
  1. de steenrotsen Te weten, de gaten en kloven, die in en tussen de rotsachtige gebergten zijn.
  2. voor de konijnen Zie Pro 30:24 , Pro 30:26 .

19 Hij heeft de maan gemaakt tot de gezette tijden, de zon weet haar ondergang.12

Original Hebrew

עָשָׂ֣העש֣העָשָׂהעשה'a.Sahhe madeH6213HHVqp3ms
יָ֭רֵחַי֭רחיָרֵחַירחYa.re.ach[the] moonH3394HNcmsa
לְ/מוֹעֲדִ֑יםל/מועד֑יםלְ/מוֹעֲדִיםל/מועדיםle./mo.'a.Dimfor/ appointed timesH9005H4150GHR+Ncmpa
שֶׁ֝֗מֶשׁש֝֗מששֶׁמֶשׁשמשShe.mesh[the] sunH8121HNcbsa
יָדַ֥עיד֥עיָדַעידעya.Da'it knowsH3045HVqp3ms
מְבוֹאֽ/וֹ\׃מבוא/ו\מְבוֹאֽ/וֹ\׃מבוא/ו\me.vo.'/Osetting/ itsH3996H9023\H9016HNcmsc+Sp3ms
  1. tot de gezette Zie Gen 1:14 .
  2. weet haar Namelijk, waar en wanneer zij tot alle tijden des jaars zal ondergaan. Hebr. haren ingang; te weten, wanneer zij in hare slaapkamer zal gaan. Zie Job 38:12 ; Psa 19:6 .

20 Gij beschikt de duisternis, en het wordt nacht, in denwelken al het gedierte des wouds uittreedt:123

Original Hebrew

תָּֽשֶׁת\־תשת\תָּֽשֶׁת\־תשת\ta.shet-you makeH7896G\H9014HVqj2ms
חֹ֭שֶׁךְח֭שךחֹשֶׁךְחשךCho.shekhdarknessH2822HNcmsa
וִ֣/יהִיו֣/יהיוִ/יהִיו/יהיVi./hiand/ it may beH9002H1961HC+Vqj3ms
לָ֑יְלָהל֑ילהלָיְלָהלילהLa.ye.lahnightH3915HNcmsa
בּֽ/וֹ\־ב/ו\בּֽ/וֹ\־ב/ו\bo/v-in/ itH9003H9033\H9014HR+Sp3ms
תִ֝רְמֹ֗שׂת֝רמ֗שתִרְמֹשׂתרמשtir.Mosit moves aboutH7430HVqi3fs
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-everyH3605\H9014HNcmsc
חַיְתוֹ\־חיתו\חַיְתוֹ\־חיתו\chay.tov-animal ofH2416C\H9014HNcfsc
יָֽעַר\׃יער\יָֽעַר\׃יער\Ya.'ar[the] forestH3293A\H9016HNcmsa
  1. beschikt de Te weten, door den ondergang der zon.
  2. denwelken Te weten, nacht.
  3. uittreedt Te weten, elk uit zijn hol of schuilplaats.

21 De jonge leeuwen, briesende om een roof, en om hun spijs van God te zoeken.12

Original Hebrew

הַ֭/כְּפִירִיםה֭/כפיריםהַ/כְּפִירִיםה/כפיריםHa./ke.fi.rimthe/ young lionsH9009H3715AHTd+Ncmpa
שֹׁאֲגִ֣יםשאג֣יםשֹׁאֲגִיםשאגיםsho.'a.Gim[are] roaringH7580HVqrmpa
לַ/טָּ֑רֶףל/ט֑רףלַ/טָּרֶףל/טרףla./Ta.reffor the/ preyH9005H2964HRd+Ncmsa
וּ/לְ/בַקֵּ֖שׁו/ל/בק֖שוּ/לְ/בַקֵּשׁו/ל/בקשu./le./va.Keshand/ to/ seekH9002H9005H1245HC+R+Vpcc
מֵ/אֵ֣למ/א֣למֵ/אֵלמ/אלme./'Elfrom/ GodH9006H0410GHR+Ncmsa
אָכְלָֽ/ם\׃אכל/ם\אָכְלָֽ/ם\׃אכל/ם\'a.khe.La/mfood/ theirH0400H9028\H9016HNcmsc+Sp3mp
  1. De jonge leeuwen, Te weten, kruipen uit hunne holen.
  2. briesende Hij wil zeggen dat het briesen der leeuwen is als hun gebed, waarmede zij van God nooddruft des levens verzoeken.

22 De zon opgaande, maken zij zich weg, en liggen neder in hun holen.12

Original Hebrew

תִּזְרַ֣חתזר֣חתִּזְרַחתזרחtiz.Rachit risesH2224HVqi3fs
הַ֭/שֶּׁמֶשׁה֭/שמשהַ/שֶּׁמֶשׁה/שמשHa./she.meshthe/ sunH9009H8121HTd+Ncbsa
יֵאָסֵפ֑וּ/ןיאספ֑ו/ןיֵאָסֵפוּ/ןיאספו/ןye.'a.se.Fu/nthey gather/ !H0622H9013HVNi3mp+Sn
וְ/אֶל\־ו/אל\וְ/אֶל\־ו/אל\ve./'el-and/ intoH9002H0413\H9014HC+R
מְ֝עוֹנֹתָ֗/םמ֝עונת֗/םמְעוֹנֹתָ/םמעונת/םme.'o.no.Ta/mdens/ theirH4585H9028HNcfpc+Sp3mp
יִרְבָּצֽוּ/ן\׃ירבצו/ן\יִרְבָּצֽוּ/ן\׃ירבצו/ן\yir.ba.Tzu/nthey lie down/ !H7257H9013\H9016HVqi3mp+Sn
  1. maken zij zich Te weten, naar hunne holen. Hebr. zij vergaderen zich.
  2. holen Hebr. woningen.

23 De mens gaat dan uit tot zijn werk, en naar zijn arbeid tot den avond toe.1

Original Hebrew

יֵצֵ֣איצ֣איֵצֵאיצאye.Tze'he goes outH3318GHVqi3ms
אָדָ֣םאד֣םאָדָםאדם'a.Dama personH0120GHNcmsa
לְ/פָעֳל֑/וֹל/פעל֑/ולְ/פָעֳל/וֹל/פעל/וle./fo.'o.L/oto/ work/ hisH9005H6467H9023HR+Ncmsc+Sp3ms
וְֽ/לַ/עֲבֹ֖דָת֣/וֹו/ל/עב֖דת֣/ווְֽ/לַ/עֲבֹדָת/וֹו/ל/עבדת/וve./la./'a.Vo.da.T/oand/ to/ labor/ hisH9002H9005H5656IH9023HC+R+Ncfsc+Sp3ms
עֲדֵי\־עדי\עֲדֵי\־עדי\'a.dei-untilH5704\H9014HR
עָֽרֶב\׃ערב\עָֽרֶב\׃ערב\'A.reveveningH6153\H9016HNcmsa
  1. arbeid tot Of, akkerwerk; of landbouwerij.

24 Hoe groot zijn Uw werken, o Heere! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt; het aardrijk is vol van Uw goederen.12

Original Hebrew

מָֽה\־מה\מָֽה\־מה\mah-how!H4100\H9014HPi
רַבּ֬וּרב֬ורַבּוּרבוra.Buthey are manyH7231HVqp3cp
מַעֲשֶׂ֨י/ךָ\׀מעש֨י/ך\מַעֲשֶׂי/ךָ\׀מעשי/ך\ma.'a.Sei./khaworks/ yourH4639GH9021\H9015HNcmpc+Sp2ms
יְֽהוָ֗היהו֗היְֽהוָהיהוהYah.wehO YahwehH3068GHNpt
כֻּ֭לָּ/םכ֭ל/םכֻּלָּ/םכל/םKu.lo/mall of/ themH3605H9028HNcmsc+Sp3mp
בְּ/חָכְמָ֣הב/חכמ֣הבְּ/חָכְמָהב/חכמהbe./cha.khe.Mahwith/ wisdomH9003H2451HR+Ncfsa
עָשִׂ֑יתָעש֑יתעָשִׂיתָעשית'a.Si.tayou have madeH6213HHVqp2ms
מָלְאָ֥המלא֥המָלְאָהמלאהmal.'Ahit is fullH4390HVqp3fs
הָ֝/אָ֗רֶץה֝/א֗רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ earthH9009H0776GHTd+Ncfsa
קִנְיָנֶֽ/ךָ\׃קנינ/ך\קִנְיָנֶֽ/ךָ\׃קנינ/ך\kin.ya.Ne./chacreature[s]/ yourH7075H9021\H9016HNcmsc+Sp2ms
  1. Hoe groot Of, hoe vele.
  2. uw goederen Dat is, van rijkdommen, die U eigenlijk toebehoren.

25 Deze zee, die groot en wijd van ruimte is, daarin is het wriemelende gedierte, en dat zonder getal, kleine gedierten met grote.1

Original Hebrew

זֶ֤ה\׀ז֤ה\זֶה\׀זה\zehthisH2088\H9015HTm
הַ/יָּ֥םה/י֥םהַ/יָּםה/יםhai./Yamthe/ seaH9009H3220GHTd+Ncmsa
גָּדוֹל֮גדול֮גָּדוֹלגדולga.dOl[is] greatH1419AHAamsa
וּ/רְחַ֪בו/רח֪בוּ/רְחַבו/רחבu./re.Chavand/ wide ofH9002H7342HHC+Aamsc
יָ֫דָ֥יִםי֫ד֥יםיָדָיִםידיםya.Da.yimboth handsH3027QHNcbda
שָֽׁם\־שם\שָֽׁם\־שם\sham-[are] thereH8033G\H9014HD
רֶ֭מֶשׂר֭משרֶמֶשׂרמשRe.mesmoving thing[s]H7431HNcmsa
וְ/אֵ֣יןו/א֣יןוְ/אֵיןו/איןve./'Einand/ there notH9002H0369HC+Ncmsc
מִסְפָּ֑רמספ֑רמִסְפָּרמספרmis.Par[is] a numberH4557HNcmsa
חַיּ֥וֹתחי֥ותחַיּוֹתחיותchai.Yotliving creaturesH2416CHNcfpa
קְ֝טַנּ֗וֹתק֝טנ֗ותקְטַנּוֹתקטנותke.ta.NotsmallH6996AHAafpa
עִם\־עם\עִם\־עם\'im-withH5973A\H9014HR
גְּדֹלֽוֹת\׃גדלות\גְּדֹלֽוֹת\׃גדלות\ge.do.LotlargeH1419A\H9016HAafpa
  1. wijd van ruimte Hebr. wijd aan beide handen; dat is, aan beide zijden breed en ruim, gelijk Gen 34:21 ; Neh 7:4 .

26 Daar wandelen de schepen, en de Leviathan, dien Gij geformeerd hebt, om daarin te spelen.12

Original Hebrew

שָׁ֭םש֭םשָׁםשםShamthereH8033GHD
אֳנִיּ֣וֹתאני֣ותאֳנִיּוֹתאניות'o.ni.YotshipsH0591HNcfpa
יְהַלֵּכ֑וּ/ןיהלכ֑ו/ןיְהַלֵּכוּ/ןיהלכו/ןye.ha.le.Khu/nthey go about/ !H1980GH9013HVpi3mp+Sn
לִ֝וְיָתָ֗ןל֝וית֗ןלִוְיָתָןלויתןliv.ya.TanLeviathanH3882HNtmsa
זֶֽה\־זה\זֶֽה\־זה\zeh-whichH2088\H9014HTm
יָצַ֥רְתָּיצ֥רתיָצַרְתָּיצרתya.Tzar.tayou formedH3335GHVqp2ms
לְ/שַֽׂחֶק\־ל/שחק\לְ/שַֽׂחֶק\־ל/שחק\le./sa.chek-to/ playH9005H7832\H9014HR+Vpcc
בּֽ/וֹ\׃ב/ו\בּֽ/וֹ\׃ב/ו\b/oin/ itH9003H9033\H9016HR+Sp3ms
  1. leviathan, dien Zie Psa 74:14 . Dit zeemonster wordt wijdlopig beschreven Job 40:20 .
  2. om daarin te Evenals de behemoth en andere beesten op de bergen spelen; Job 40:15 .

27 Zij allen wachten op U, dat Gij hun hun spijze geeft te zijner tijd.123

Original Hebrew

כֻּ֭לָּ/םכ֭ל/םכֻּלָּ/םכל/םKu.lo/mall of/ themH3605H9028HNcmsc+Sp3mp
אֵלֶ֣י/ךָאל֣י/ךאֵלֶי/ךָאלי/ך'e.Lei./khato/ youH0413H9031HR+Sp2ms
יְשַׂבֵּר֑וּ/ןישבר֑ו/ןיְשַׂבֵּרוּ/ןישברו/ןye.sa.be.Ru/nthey wait/ !H7663BH9013HVpi3mp+Sn
לָ/תֵ֖תל/ת֖תלָ/תֵתל/תתla./Tetto/ giveH9005H5414GHR+Vqcc
אָכְלָ֣/םאכל֣/םאָכְלָ/םאכל/ם'a.khe.La/mfood/ theirH0400H9028HNcmsc+Sp3mp
בְּ/עִתּֽ/וֹ\׃ב/עת/ו\בְּ/עִתּֽ/וֹ\׃ב/עת/ו\be./'i.T/oat/ appropriate time/ itsH9003H6256H9023\H9016HR+Ncbsc+Sp3ms
  1. Zij alle Te weten, al die dieren, van welke boven gesproken is.
  2. hun spijze Dat is, de spijs, die Gij hun verordineerd hebt.
  3. te zijner tijd Dat is, ter bekwamer tijd.

28 Geeft Gij ze hun, zij vergaderen ze; doet Gij Uw hand open, zij worden met goed verzadigd.1

Original Hebrew

תִּתֵּ֣ןתת֣ןתִּתֵּןתתןti.Tenyou giveH5414GHVqi2ms
לָ֭/הֶםל֭/הםלָ/הֶםל/הםLa./hemto/ themH9005H9038HR+Sp3mp
יִלְקֹט֑וּ/ןילקט֑ו/ןיִלְקֹטוּ/ןילקטו/ןyil.ko.Tu/nthey gather/ !H3950H9013HVqi3mp+Sn
תִּפְתַּ֥חתפת֥חתִּפְתַּחתפתחtif.Tachyou openH6605AHVqi2ms
יָֽ֝דְ/ךָ֗י֝ד/ך֗יָֽדְ/ךָיד/ךya.de./khahand/ yourH3027GH9021HNcbsc+Sp2ms
יִשְׂבְּע֥וּ/ןישבע֥ו/ןיִשְׂבְּעוּ/ןישבעו/ןyis.be.'U/nthey are satisfied/ !H7646H9013HVqi3mp+Sn
טֽוֹב\׃טוב\טֽוֹב\׃טוב\Tovgood thing[s]H2896B\H9016HAamsa
  1. goed verzadigd Zie Job 21:13 .

29 Verbergt Gij Uw aangezicht, zij worden verschrikt; neemt Gij hun adem weg, zij sterven, en zij keren weder tot hun stof.12345

Original Hebrew

תַּסְתִּ֥ירתסת֥ירתַּסְתִּירתסתירtas.Tiryou hideH5641HVhi2ms
פָּנֶי/ךָ֮פני/ך֮פָּנֶי/ךָפני/ךpa.nei./Khaface/ yourH6440HH9021HNcmpc+Sp2ms
יִֽבָּהֵ֫ל֥וּ/ןיבה֫ל֥ו/ןיִֽבָּהֵלוּ/ןיבהלו/ןyi.ba.He.Lu/nthey are terrified/ !H0926H9013HVNi3mp+Sn
תֹּסֵ֣ףתס֣ףתֹּסֵףתסףto.Sefyou withdrawH0622HVqi2ms
ר֭וּחָ/םר֭וח/םרוּחָ/םרוח/םRu.cho/mbreath/ theirH7307HH9028HNcfsc+Sp3mp
יִגְוָע֑וּ/ןיגוע֑ו/ןיִגְוָעוּ/ןיגועו/ןyig.va.'U/nthey die/ !H1478H9013HVqi3mp+Sn
וְֽ/אֶל\־ו/אל\וְֽ/אֶל\־ו/אל\ve./'el-and/ toH9002H0413\H9014HC+R
עֲפָרָ֥/םעפר֥/םעֲפָרָ/םעפר/ם'a.fa.Ra/mdust/ theirH6083H9028HNcmsc+Sp3mp
יְשׁוּבֽוּ/ן\׃ישובו/ן\יְשׁוּבֽוּ/ן\׃ישובו/ן\ye.shu.Vu/nthey return/ !H7725GH9013\H9016HVqi3mp+Sn
  1. Verbergt Gij Dat is, als Gij hun uwen zegen onttrekt.
  2. neemt Gij Hebr. vergadert Gij hunne adem.
  3. adem weg, Hebr. geest.
  4. zij sterven Of, zij gaan uit, of zij geven den geest, of zij ademen uit.
  5. tot hun stof Dat is, tot hetgeen waar zij van gemaakt zijn.

30 Zendt Gij Uw Geest uit, zo worden zij geschapen, en Gij vernieuwt het gelaat des aardrijks.12

Original Hebrew

תְּשַׁלַּ֣חתשל֣חתְּשַׁלַּחתשלחte.sha.Lachyou send forthH7971GHVpi2ms
ר֭וּחֲ/ךָר֭וח/ךרוּחֲ/ךָרוח/ךRu.cha./khaspirit/ yourH7307GH9021HNcfsc+Sp2ms
יִבָּרֵא֑וּ/ןיברא֑ו/ןיִבָּרֵאוּ/ןיבראו/ןyi.ba.re.'U/nthey are created/ !H1254AH9013HVNi3mp+Sn
וּ֝/תְחַדֵּ֗שׁו֝/תחד֗שוּ/תְחַדֵּשׁו/תחדשu./te.cha.Deshand/ you may renewH9002H2318HC+Vpu2ms
פְּנֵ֣יפנ֣יפְּנֵיפניpe.Nei[the] surface ofH6440JHNcmpc
אֲדָמָֽה\׃אדמה\אֲדָמָֽה\׃אדמה\'a.da.Mah[the] groundH0127G\H9016HNcfsa
  1. uw Geest uit, Versta dit van den Heilige Geest, door welken aanvankelijk alle dingen geschapen zijn, en nu nog onderhouden en vernieuwd worden; gelijk Job 33:4 ; Psa 33:6 .
  2. Gij vernieuwt Te weten, nieuwe schepselen voortbrengende in de plaats van de verstorvene en verdorvene; Ecc 1:4 .

31 De heerlijkheid des Heeren zij tot in der eeuwigheid; de Heere verblijde Zich in Zijn werken.1

Original Hebrew

יְהִ֤ייה֤ייְהִייהיye.Himay it beH1961HVqj3ms
כְב֣וֹדכב֣ודכְבוֹדכבודkhe.Vod[the] glory ofH3519HNcmsc
יְהוָ֣היהו֣היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
לְ/עוֹלָ֑םל/עול֑םלְ/עוֹלָםל/עולםle./'o.Lamfor/ everH9005H5769GHR+Ncmsa
יִשְׂמַ֖חישמ֖חיִשְׂמַחישמחyis.Machmay he rejoiceH8055HVqi3ms
יְהוָ֣היהו֣היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
בְּ/מַעֲשָֽׂי/ו\׃ב/מעשי/ו\בְּ/מַעֲשָֽׂי/ו\׃ב/מעשי/ו\be./ma.'a.Sa/vin/ works/ hisH9003H4639GH9023\H9016HR+Ncmpc+Sp3ms
  1. verblijde zich Dat is, dat Hij een goed behagen in zijne werken hebbe om die te onderhouden en niet te verderven; hiervan is het tegendeel dat de Heere gezegd wordt berouw te hebben dat Hij den mens of ander werken geschapen heeft, en die te willen verderven.

32 Als Hij de aarde aanschouwt, zo beeft zij; als Hij de bergen aanroert, zo roken zij.12

Original Hebrew

הַ/מַּבִּ֣יטה/מב֣יטהַ/מַּבִּיטה/מביטha./ma.Bitthe/ [one who] looksH9009H5027HTd+Vhrmsa
לָ֭/אָרֶץל֭/ארץלָ/אָרֶץל/ארץLa./'a.retzto the/ earthH9005H0776GHRd+Ncfsa
וַ/תִּרְעָ֑דו/תרע֑דוַ/תִּרְעָדו/תרעדva./tir.'Adand/ it trembledH9001H7460Hc+Vqw3fs
יִגַּ֖עיג֖עיִגַּעיגעyi.Ga'he touchesH5060HVqi3ms
בֶּ/הָרִ֣יםב/הר֣יםבֶּ/הָרִיםב/הריםbe./ha.Rim<in> the/ mountainsH9003H2022GHRd+Ncmpa
וְֽ/יֶעֱשָֽׁנוּ\׃ו/יעשנו\וְֽ/יֶעֱשָֽׁנוּ\׃ו/יעשנו\Ve./ye.'e.Sha.nuso/ they may smokeH9002H6225\H9016HC+Vqu3mp
  1. beeft zij; Te weten, voor zijn grote heerlijkheid en majesteit. Zie Exo 19:18 .
  2. roken zij Dat is, een teken van schrik en vaardigheid; gelijk Psa 144:5 .

33 Ik zal den Heere zingen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben.

Original Hebrew

אָשִׁ֣ירָהאש֣ירהאָשִׁירָהאשירה'a.Shi.rahI will singH7891HVqc1cs
לַ/יהוָ֣הל/יהו֣הלַ/יהוָהל/יהוהla./Yah.wehto/ YahwehH9005H3068GHR+Npt
בְּ/חַיָּ֑/יב/חי֑/יבְּ/חַיָּ/יב/חי/יbe./chai.Ya/iin/ life/ myH9003H2416EH9020HR+Ncmpc+Sp1bs
אֲזַמְּרָ֖האזמר֖האֲזַמְּרָהאזמרה'a.za.me.RahI will sing praisesH2167HVpc1cs
לֵ/אלֹהַ֣/יל/אלה֣/ילֵ/אלֹהַ/יל/אלה/יle./lo.Ha/ito/ God/ myH9005H0430GH9020HR+Ncmpc+Sp1bs
בְּ/עוֹדִֽ/י\׃ב/עוד/י\בְּ/עוֹדִֽ/י\׃ב/עוד/י\be./'o.D/iin/ duration/ myH9003H5750H9020\H9016HR+Acmsc+Sp1bs

34 Mijn overdenking van Hem zal zoet zijn; ik zal mij in den Heere verblijden.1

Original Hebrew

יֶעֱרַ֣ביער֣ביֶעֱרַביערבye.'e.Ravmay it be pleasingH6149HVqi3ms
עָלָ֣י/ועל֣י/ועָלָי/ועלי/ו'a.La/vto/ himH5921AH9033HR+Sp3ms
שִׂיחִ֑/ישיח֑/ישִׂיחִ/ישיח/יsi.Ch/imeditation/ myH7879H9020HNcmsc+Sp1bs
אָ֝נֹכִ֗יא֝נכ֗יאָנֹכִיאנכי'a.no.KhiIH0595HPp1bs
אֶשְׂמַ֥חאשמ֥חאֶשְׂמַחאשמח'es.MachI rejoiceH8055HVqi1cs
בַּ/יהוָֽה\׃ב/יהוה\בַּ/יהוָֽה\׃ב/יהוה\ba./Yah.wehin/ YahwehH9003H3068G\H9016HR+Npt
  1. Mijn overdenking Of, mijn aandachtige rede.

35 De zondaars zullen van de aarde verdaan worden, en de goddelozen zullen niet meer zijn. Loof den Heere, mijn ziel! Hallelujah!12

Original Hebrew

יִתַּ֤מּוּית֤מויִתַּמּוּיתמוyi.Ta.mulet them be destroyedH8552HVqi3mp
חַטָּאִ֨ים\׀חטא֨ים\חַטָּאִים\׀חטאים\cha.ta.'ImsinnersH2400\H9015HAampa
מִן\־מן\מִן\־מן\min-fromH4480A\H9014HR
הָ/אָ֡רֶץה/א֡רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ earthH9009H0776GHTd+Ncfsa
וּ/רְשָׁעִ֤ים\׀ו/רשע֤ים\וּ/רְשָׁעִים\׀ו/רשעים\u./re.sha.'Imand/ wicked [people]H9002H7563\H9015HC+Ncmpa
ע֤וֹדע֤ודעוֹדעודod[be] againH5750HAcmsa
אֵינָ֗/םאינ֗/םאֵינָ/םאינ/ם'ei.Na/mnot/ theyH0369H9048HNcmsc+Sp3mp
בָּרֲכִ֣יברכ֣יבָּרֲכִיברכיba.ra.KhiblessH1288HVpv2fs
נַ֭פְשִׁ/ינ֭פש/ינַפְשִׁ/ינפש/יNaf.sh/iO self/ myH5315GH9020HNcfsc+Sp1bs
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
יְהוָ֗היהו֗היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
הַֽלְלוּ\־הללו\הַֽלְלוּ\־הללו\ha.lu-praiseH1984B\H9014HVpv2mp
יָֽהּ\׃יה\יָֽהּ\׃יה\YahYahwehH3050\H9016HNpm
  1. De zondaars Anders, O dat de zondaars van de aarde verdaan werden, enz.; te weten, die zich overgeven tot zondigen, gelijk Psa 1:1 ; Joh 9:31 , en ondankbaar zijnde, den Heere niet eren in het gebruik zijner schepselen, van welke in deze psalm, tot Gods lof, gesproken is.
  2. Hallelujah Dat is, Looft den Heere. Het Hebr. woord Hallelujah heeft de Christelijke kerk van de Joodse kerk behouden, dienende om elkander te verwekken tot Gods lof in de heilige vergaderingen. Zie Rev 19:1 , Rev 19:3 .