Chapter 105
1 Looft den Heere, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.1
הוֹד֣וּהוד֣והוֹדוּהודוho.Dugive thanksH3034HVhv2mp לַ֭/יהוָהל֭/יהוהלַ/יהוָהל/יהוהla./Yah.wehto/ YahwehH9005H3068GHR+Npt קִרְא֣וּקרא֣וקִרְאוּקראוkir.'UcallH7121GHVqv2mp בִּ/שְׁמ֑/וֹב/שמ֑/ובִּ/שְׁמ/וֹב/שמ/וbi/sh.M/oon/ name/ hisH9003H8034H9023HR+Ncmsc+Sp3ms הוֹדִ֥יעוּהוד֥יעוהוֹדִיעוּהודיעוho.Di.'umake knownH3045HVhv2mp בָ֝/עַמִּ֗יםב֝/עמ֗יםבָ/עַמִּיםב/עמיםva./'a.Mimamong the/ peoplesH9003H5971AHRd+Ncmpa עֲלִילוֹתָֽי/ו\׃עלילותי/ו\עֲלִילוֹתָֽי/ו\׃עלילותי/ו\a.li.lo.Ta/vdeeds/ hisH5949H9023\H9016HNcfpc+Sp3ms - den HEERE, Een groot deel van dezen psalm staat geschreven 1Ch 16:8 , hetwelk gezongen is geweest voor de ark des Heeren.
2 Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderen.
שִֽׁירוּ\־שירו\שִֽׁירוּ\־שירו\shi.ru-singH7891\H9014HVqv2mp זַמְּרוּ\־זמרו\זַמְּרוּ\־זמרו\za.me.ru-sing praisesH2167\H9014HVpv2mp שִׂ֝֗יחוּש֝֗יחושִׂיחוּשיחוSi.chutellH7878HVqv2mp נִפְלְאוֹתָֽי/ו\׃נפלאותי/ו\נִפְלְאוֹתָֽי/ו\׃נפלאותי/ו\nif.le.'o.Ta/vwonders/ hisH6381H9023\H9016HVNrfpc+Sp3ms 3 Roemt u in den Naam Zijner heiligheid; het hart dergenen, die den Heere zoeken, verblijde zich.1
הִֽ֭תְהַלְלוּה֭תהללוהִֽתְהַלְלוּהתהללוHit.ha.luboastH1984HHVtv2mp בְּ/שֵׁ֣םב/ש֣םבְּ/שֵׁםב/שםbe./Shemin/ [the] name ofH9003H8034HR+Ncmsc קָדְשׁ֑/וֹקדש֑/וקָדְשׁ/וֹקדש/וka.de.Sh/oholiness/ hisH6944GH9023HNcmsc+Sp3ms יִ֝שְׂמַ֗חי֝שמ֗חיִשְׂמַחישמחyis.Machlet it rejoiceH8055HVqi3ms מְבַקְשֵׁ֬ימבקש֬ימְבַקְשֵׁימבקשיme.vak.Shei[those who] seekH1245HVprmpc יְהוָֽה\׃יהוה\יְהוָֽה\׃יהוה\Yah.weh<of> YahwehH3068G\H9016HNpt - in den naam Of, van den naam zijner heiligheid.
4 Vraagt naar den Heere en Zijn sterkte; zoekt Zijn aangezicht geduriglijk.12
דִּרְשׁ֣וּדרש֣ודִּרְשׁוּדרשוdir.ShuseekH1875HVqv2mp יְהוָ֣היהו֣היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt וְ/עֻזּ֑/וֹו/עז֑/ווְ/עֻזּ/וֹו/עז/וve./'u.Z/oand/ strength/ hisH9002H5797H9023HC+Ncmsc+Sp3ms בַּקְּשׁ֖וּבקש֖ובַּקְּשׁוּבקשוba.ke.ShuseekH1245HVpv2mp פָנָ֣י/ופנ֣י/ופָנָי/ופני/וfa.Na/vface/ hisH6440HH9023HNcmpc+Sp3ms תָּמִֽיד\׃תמיד\תָּמִֽיד\׃תמיד\ta.MidcontinuallyH8548\H9016HNcmsa - zijn sterkte; Van welke men een zichtbare getuigenis had in de ark. Zie 2Ch 6:41 ; Psa 78:61 , en de aantekening bij Psa 63:3 .
- zijn aangezicht Dat is, zijn raad en geboden; 2Sa 21:1 .
5 Gedenkt Zijner wonderen, die Hij gedaan heeft, Zijner wondertekenen, en der oordelen Zijns monds.12
זִכְר֗וּזכר֗וזִכְרוּזכרוzikh.RurememberH2142HVqv2mp נִפְלְאוֹתָ֥י/ונפלאות֥י/ונִפְלְאוֹתָי/ונפלאותי/וnif.le.'o.Ta/vwonders/ hisH6381H9023HVNrfpc+Sp3ms עָשָׂ֑העש֑העָשָׂהעשה'a.Sahhe didH6213AHVqp3ms מֹ֝פְתָ֗י/ומ֝פת֗י/ומֹפְתָי/ומפתי/וmo.fe.Ta/vsigns/ hisH4159H9023HNcmpc+Sp3ms וּ/מִשְׁפְּטֵי\־ו/משפטי\וּ/מִשְׁפְּטֵי\־ו/משפטי\u./mish.pe.tei-and/ [the] judgments ofH9002H4941G\H9014HC+Ncmpc - die Hij gedaan Te weten, in Egypte door Mozes en Aäron.
- der oordelen Versta hier de plagen van Egypte waarmede God hen tevoren gedreigd had. Het woord oordelen, of gerichten, wordt dikwijls gebruikt voor plagen of straffen; gelijk Rom 13:2 , en 1Co 11:29 .
6 Gij zaad van Abraham, Zijn knecht, gij kinderen van Jakob, Zijn uitverkorene!12
זֶ֭רַעז֭רעזֶרַעזרעZe.ra'O offspring ofH2233HHNcmsc אַבְרָהָ֣םאברה֣םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm עַבְדּ֑/וֹעבד֑/ועַבְדּ/וֹעבד/וav.D/oservant/ hisH5650H9023HNcmsc+Sp3ms בְּנֵ֖יבנ֖יבְּנֵיבניbe.NeiO children ofH1121GHNcmpc יַעֲקֹ֣ביעק֣ביַעֲקֹביעקבya.'a.KoJacobH3290HNpm בְּחִירָֽי/ו\׃בחירי/ו\בְּחִירָֽי/ו\׃בחירי/ו\be.chi.Ra/vchosen ones/ hisH0972H9023\H9016HAampc+Sp3ms - Gij zaad van Dezelfde woorden van dit vers staan ook 1Ch 16:13 . Behalve dat er staat: Gij zaad Israëls, en hier staat: Gij zaad Abrahams.
- zijn uitverkorene Te weten, Gods uitverkorenen.
7 Hij is de Heere, onze God; Zijn oordelen zijn over de gehele aarde.1
ה֭וּאה֭ואהוּאהואhu'heH1931HPp3ms יְהוָ֣היהו֣היְהוָהיהוהYah.weh[is] YahwehH3068GHNpt אֱלֹהֵ֑י/נוּאלה֑י/נואֱלֹהֵי/נוּאלהי/נו'e.lo.Hei./nuGod/ ourH0430GH9025HNcmpc+Sp1bp הָ֝/אָ֗רֶץה֝/א֗רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ earthH9009H0776GHTd+Ncfsa מִשְׁפָּטָֽי/ו\׃משפטי/ו\מִשְׁפָּטָֽי/ו\׃משפטי/ו\mish.pa.Ta/vjudgments/ hisH4941GH9023\H9016HNcmpc+Sp3ms - zijn oordelen Dat is, Hij oefent zijne gerichten over den gansen aardbodem, dat is over alle natiën en volken, opdat men zijnen naam vertelle op de ganse aarde; Exo 9:16 .
8 Hij gedenkt Zijns verbonds tot in der eeuwigheid, des woords, dat Hij ingesteld heeft, tot in duizend geslachten;123
זָכַ֣רזכ֣רזָכַרזכרza.Kharhe remembersH2142HVqp3ms לְ/עוֹלָ֣םל/עול֣םלְ/עוֹלָםל/עולםle./'o.Lamfor/ everH9005H5769GHR+Ncmsa בְּרִית֑/וֹברית֑/ובְּרִית/וֹברית/וbe.ri.T/ocovenant/ hisH1285H9023HNcfsc+Sp3ms דָּבָ֥רדב֥רדָּבָרדברda.Var[the] wordH1697GHNcmsa צִ֝וָּ֗הצ֝ו֗הצִוָּהצוהtzi.Vah[which] he commandedH6680HVpp3ms לְ/אֶ֣לֶףל/א֣לףלְ/אֶלֶףל/אלףle./'E.leffor/ a thousandH9005H0505GHR+Ncbsc דּֽוֹר\׃דור\דּֽוֹר\׃דור\Dorgeneration[s]H1755\H9016HNcmsa - zijns verbonds Te weten, dat Hij met ons gemaakt heeft.
- ingesteld heeft Hebr. bevolen; dat is, zijne belofte, die zo vast en zeker is alsof het een ingestelde en bevolen wet ware. Zie van het Hebr. woord 2Sa 7:11 .
- tot in duizend Dat is, vele geslachten.
9 Des verbonds, dat Hij met Abraham heeft gemaakt, en Zijns eeds aan Izak;1
אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr כָּ֭רַתכ֭רתכָּרַתכרתKa.rathe madeH3772HHVqp3ms אַבְרָהָ֑םאברה֑םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm וּ/שְׁב֖וּעָת֣/וֹו/שב֖ועת֣/ווּ/שְׁבוּעָת/וֹו/שבועת/וu./she.Vu.'a.T/oand/ oath/ hisH9002H7621H9023HC+Ncfsc+Sp3ms לְ/יִשְׂחָֽק\׃ל/ישחק\לְ/יִשְׂחָֽק\׃ל/ישחק\le./yis.Chakto/ IsaacH9005H3446\H9016HR+Npm - dat Hij met Zie hiervan hetgeen geschreven staat Gen 15:18 , en Gen 17:2 , en Gen 22:16 ; Luk 1:73 ; Heb 6:13 .
10 Welken Hij ook gesteld heeft aan Jakob tot een inzetting, aan Israël tot een eeuwig verbond,1
וַ/יַּֽעֲמִידֶ֣/הָו/יעמיד֣/הוַ/יַּֽעֲמִידֶ/הָו/יעמיד/הva/i.ya.'a.mi.De./haand/ he confirmed/ itH9001H5975HH9034Hc+Vhw3ms+Sp3fs לְ/יַעֲקֹ֣בל/יעק֣בלְ/יַעֲקֹבל/יעקבle./ya.'a.Koto/ JacobH9005H3290HR+Npm לְ/חֹ֑קל/ח֑קלְ/חֹקל/חקle./Chokto/ a decreeH9005H2706GHR+Ncmsa לְ֝/יִשְׂרָאֵ֗לל֝/ישרא֗ללְ/יִשְׂרָאֵלל/ישראלle./Yis.ra.'Elto/ IsraelH9005H3478HR+Npl בְּרִ֣יתבר֣יתבְּרִיתבריתbe.Rita covenant ofH1285HNcfsc עוֹלָֽם\׃עולם\עוֹלָֽם\׃עולם\o.LamperpetuityH5769G\H9016HNcmsa - tot Hebr. tot een verbond der eeuw.
11 Zeggende: Ik zal u geven het land Kanaän, het snoer van ulieder erfdeel.1
לֵ/אמֹ֗רל/אמ֗רלֵ/אמֹרל/אמרle./Mor<to>/ sayingH9005H0559HR+Vqcc לְ/ךָ֗ל/ך֗לְ/ךָל/ךle./Khato/ youH9005H9031HR+Sp2ms אֶתֵּ֥ןאת֥ןאֶתֵּןאתן'e.TenI will giveH5414GHVqi1cs אֶֽרֶץ\־ארץ\אֶֽרֶץ\־ארץ\'e.retz-[the] land ofH0776G\H9014HNcfsc כְּנָ֑עַןכנ֑עןכְּנָעַןכנעןke.Na.'anCanaanH3667AHNpl חֶ֝֗בֶלח֝֗בלחֶבֶלחבלChe.vel[the] portion ofH2256MHNcbsc נַחֲלַתְ/כֶֽם\׃נחלת/כם\נַחֲלַתְ/כֶֽם\׃נחלת/כם\na.cha.lat./Kheminheritance/ yourH5159H9026\H9016HNcfsc+Sp2mp - het snoer Zie de aantekening bij Deu 32:9 , en Psa 16:6 .
12 Als zij weinig mensen in getal waren, ja, weinig en vreemdelingen daarin;1
בִּֽ֭/הְיוֹתָ/םב֭/היות/םבִּֽ/הְיוֹתָ/םב/היות/םBi/h.yo.to/mwhen/ were/ theyH9003H1961H9048HR+Vqcc+Sp3mp מְתֵ֣ימת֣ימְתֵימתיme.Teimen ofH4962HNcmpc מִסְפָּ֑רמספ֑רמִסְפָּרמספרmis.ParnumberH4557HNcmsa כִּ֝/מְעַ֗טכ֝/מע֗טכִּ/מְעַטכ/מעטki/m.'Atlike/ a littleH9004H4592HR+Ncmsa וְ/גָרִ֥יםו/גר֥יםוְ/גָרִיםו/גריםve./ga.Rimand/ sojournersH9002H1481AHC+Vqrmpa - weinig Hebr. lieden van getal; dat is licht te tellen, telbaar. Zie Gen 34:30 ; het tegendeel is volk zonder getal; dat is ontelbaar; Psa 147:5 .
13 En wandelden van volk tot volk, van het ene koninkrijk tot het andere volk;1
וַֽ֭/יִּתְהַלְּכוּו֭/יתהלכווַֽ/יִּתְהַלְּכוּו/יתהלכוVa/i.yit.ha.le.khuand/ they went aboutH9001H1980IHc+Vtw3mp מִ/גּ֣וֹימ/ג֣וימִ/גּוֹימ/גויmi./Goyfrom/ nationH9006H1471AHR+Ncmsa גּ֑וֹיג֑ויגּוֹיגויGoynationH1471AHNcmsa מִ֝/מַּמְלָכָ֗המ֝/ממלכ֗המִ/מַּמְלָכָהמ/ממלכהmi./mam.la.Khahfrom/ a kingdomH9006H4467HR+Ncfsa עַ֥םע֥םעַםעם'ama peopleH5971AHNcmsa אַחֵֽר\׃אחר\אַחֵֽר\׃אחר\'a.CheranotherH0312\H9016HAamsa - van volk tot volk, Te weten, in het land Kanaän, waar zeven machtige natiën in waren; Deu 7:1 . Hoe de patriarchen daarin gewandeld hebben als vreemdelingen, zie Gen 12:8-10 , en Gen 13:18 , en Gen 20:1 , en Gen 23:4 , en Gen 26:1 , Gen 26:23 , en Gen 33:19 , en Gen 35:1 , enz.; Heb 11:9 , Heb 11:13 .
14 Hij liet geen mens toe hen te onderdrukken; ook bestrafte Hij koningen om hunnentwil, zeggende:1
הִנִּ֣יחַהנ֣יחהִנִּיחַהניחhi.Ni.achhe permittedH5117HVhp3ms אָדָ֣םאד֣םאָדָםאדם'a.DamanyoneH0120GHNcmsa לְ/עָשְׁקָ֑/םל/עשק֑/םלְ/עָשְׁקָ/םל/עשק/םle./'a.she.Ka/mto/ oppress/ themH9005H6231H9038HR+Vqcc+Sp3mp וַ/יּ֖וֹכַחו/י֖וכחוַ/יּוֹכַחו/יוכחva/i.Yo.khachand/ he rebukedH9001H3198Hc+Vhw3ms עֲלֵי/הֶ֣םעלי/ה֣םעֲלֵי/הֶםעלי/הם'a.lei./Hemon/ themH5921AH9038HRd+Sp3mp מְלָכִֽים\׃מלכים\מְלָכִֽים\׃מלכים\me.la.KhimkingsH4428G\H9016HNcmpa - bestrafte Hij Te weten, met woorden en ook metterdaad, gelijk Farao, Gen 12:17 ; Abimelech, Gen 20:3 , en meer anderen.
15 Tast Mijn gezalfden niet aan, en doet Mijn profeten geen kwaad.123
תִּגְּע֥וּתגע֥ותִּגְּעוּתגעוti.ge.'Uyou touchH5060HVqj2mp בִ/מְשִׁיחָ֑/יב/משיח֑/יבִ/מְשִׁיחָ/יב/משיח/יvi/m.shi.Cha/i<in>/ anointed [ones]/ myH9003H4899H9020HR+Ncmpc+Sp1bs וְ֝/לִ/נְבִיאַ/יו֝/ל/נביא/יוְ/לִ/נְבִיאַ/יו/ל/נביא/יVe./li/n.vi.'a/iand/ to/ prophets/ myH9002H9005H5030H9020HC+R+Ncmpc+Sp1bs תָּרֵֽעוּ\׃תרעו\תָּרֵֽעוּ\׃תרעו\ta.Re.'uyou do harmH7489A\H9016HVhi2mp - Tast De profeet voert met deze woorden God in, toesprekende de koningen en overheden, hen belastende dat zij wel zouden toezien zijne knechten niet te beschadigen.
- mijn gezalfden Dat is, die tot mijn dienst geheiligd zijn. Hier wordt vooreerst gesproken van Abraham, Izak en Jakob, onder wie ook andere profeten en dienaren Gods te verstaan zijn.
- profeten geen Abraham wordt een profeet genoemd, zie de aantekening bij Gen 20:7 .
16 Hij riep ook een honger in het land; Hij brak allen staf des broods.123
וַ/יִּקְרָ֣או/יקר֣אוַ/יִּקְרָאו/יקראva/i.yik.Ra'and/ he calledH9001H7121GHc+Vqw3ms רָ֭עָבר֭עברָעָברעבra.'oa famineH7458HNcmsa הָ/אָ֑רֶץה/א֑רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ landH9009H0776GHTd+Ncfsa לֶ֥חֶםל֥חםלֶחֶםלחםLe.chembreadH3899HHNcmsa שָׁבָֽר\׃שבר\שָׁבָֽר\׃שבר\sha.Varhe brokeH7665\H9016HVqp3ms - Hij riep Deze manier van spreken staat ook 2Ki 8:1 ; honger en dure tijd, gelijk alle andere plagen, zijn boden en uitrichters van Gods bevelen over de zondaars.
- land Te weten, over het land van Egypte, Kanaän en andere landen, Gen 41:54 , enz., en Gen 42:1 .
- Hij brak Zie Lev 26:26 . Gelijk een zwak of oud mens met een stok of staf ondersteund wordt, alzo stijft en sterkt het brood des mensen hart; Psa 104:15 .
17 Hij zond een man voor hun aangezicht henen; Jozef werd verkocht tot een slaaf.
שָׁלַ֣חשל֣חשָׁלַחשלחsha.Lachhe sentH7971GHVqp3ms לִ/פְנֵי/הֶ֣םל/פני/ה֣םלִ/פְנֵי/הֶםל/פני/הםli/f.nei./Hem<to>/ before/ themH9005H6440GH9028HR+Ncmpc+Sp3mp אִ֑ישׁא֑ישאִישׁאיש'Isha manH0376GHNcmsa לְ֝/עֶ֗בֶדל֝/ע֗בדלְ/עֶבֶדל/עבדle./'E.vedto/ a slaveH9005H5650HR+Ncmsa נִמְכַּ֥רנמכ֥רנִמְכַּרנמכרnim.Karhe was soldH4376HVNp3ms 18 Men drukte zijn voeten in den stok; zijn persoon kwam in de ijzers.123
עִנּ֣וּענ֣ועִנּוּענו'i.Nupeople afflictedH6031BHVpp3cp בַ/כֶּ֣בֶלב/כ֣בלבַ/כֶּבֶלב/כבלva./Ke.velwith <the>/ shackle[s]H9003H3525HRd+Ncmsa רַגְל֑/וֹרגל֑/ורַגְל/וֹרגל/וrag.L/ofoot/ hisH7272H9023HNcfsc+Sp3ms בַּ֝רְזֶ֗לב֝רז֗לבַּרְזֶלברזלbar.ZelironH1270HNcmsa בָּ֣אָהב֣אהבָּאָהבאהBa.'ahit cameH0935PHVqp3fs - in den stok Of, boeien. Zie Gen 39:20 , en Gen 40:15 .
- zijn persoon Hebr. zijne ziel, dat is hijzelf. Zie de aantekening bij Gen 12:5 .
- de ijzers Dat is, in ijzeren boeien. Hebr. in het ijzer.
19 Tot den tijd toe, dat Zijn woord kwam, heeft hem de rede des Heeren doorlouterd.1234
עֵ֥תע֥תעֵתעת'et[the] timeH6256HNcbsa דְבָר֑/וֹדבר֑/ודְבָר/וֹדבר/וde.va.R/oword/ hisH1697GH9023HNcmsc+Sp3ms אִמְרַ֖תאמר֖תאִמְרַתאמרת'im.Rat[the] word ofH0565AHNcfsc יְהוָ֣היהו֣היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt צְרָפָֽתְ/הוּ\׃צרפת/הו\צְרָפָֽתְ/הוּ\׃צרפת/הו\tze.ra.Fa.te./huit tested/ himH6884H9033\H9016HVqp3fs+Sp3ms - zijn woord Te weten, het woord des Heeren. De zinis: Totdat de tijd vervuld was dat geschieden zou hetgeen God over hem besloten en hem in den droom had te kennen gegeven; Gen 37:5 , enz., en Gen 42:9 .
- kwam, heeft Dat is, vervuld werd; komen voor vervuld worden staat ook 1Sa 9:6 ; Job 6:8 ; Jer 17:15 , en elders.
- de rede des Te weten, de belofte, die hem God door dromen gedaan had; Gen 37
- doorlouterd Te weten, in zwaar kruis en lijden. Zie Psa 12:7 , en 1Pe 1:7 .
20 De koning zond, en deed hem ontslaan; de heerser der volken liet hem los.12
שָׁ֣לַחש֣לחשָׁלַחשלחSha.lachhe sentH7971GHVqp3ms מֶ֭לֶךְמ֭לךמֶלֶךְמלךMe.lekha kingH4428GHNcmsa וַ/יַּתִּירֵ֑/הוּו/יתיר֑/הווַ/יַּתִּירֵ/הוּו/יתיר/הוva./ya.ti.Re./huand/ he set free/ himH9001H5425BH9033Hc+Vhw3ms+Sp3ms מֹשֵׁ֥למש֥למֹשֵׁלמשלmo.Shela ruler ofH4910HVqrmsc עַ֝מִּ֗יםע֝מ֗יםעַמִּיםעמים'a.MimpeoplesH5971AHNcmpa וַֽ/יְפַתְּחֵֽ/הוּ\׃ו/יפתח/הו\וַֽ/יְפַתְּחֵֽ/הוּ\׃ו/יפתח/הו\Va/y.fa.te.Che./huand/ he set free/ himH9001H6605AH9033\H9016Hc+Vpw3ms+Sp3ms - De koning Te weten, Farao, Gen 41:14 , en Gen 45:8 .
- liet hem los Hebr. die opende hem; dat is, Hij opende en maakte los de banden en boeien met welke hij gebonden was.
21 Hij zette hem tot een heer over zijn huis, en tot een heerser over al zijn goed;
שָׂמ֣/וֹשמ֣/ושָׂמ/וֹשמ/וsa.M/ohe appointed/ himH7760AH9033HVqp3ms+Sp3ms אָד֣וֹןאד֣וןאָדוֹןאדון'a.DonmasterH0113HNcmsa לְ/בֵית֑/וֹל/בית֑/ולְ/בֵית/וֹל/בית/וle./vei.T/oof/ household/ hisH9005H1004BH9023HR+Ncmsc+Sp3ms וּ֝/מֹשֵׁ֗לו֝/מש֗לוּ/מֹשֵׁלו/משלu./mo.Sheland/ rulerH9002H4910HC+Vqrmsa קִנְיָנֽ/וֹ\׃קנינ/ו\קִנְיָנֽ/וֹ\׃קנינ/ו\kin.ya.N/opossession/ hisH7075H9023\H9016HNcmsc+Sp3ms 22 Om zijn vorsten te binden naar zijn lust, en zijn oudsten te onderwijzen.12345
לֶ/אְסֹ֣רל/אס֣רלֶ/אְסֹרל/אסרle/'.Sorto/ bindH9005H0631HR+Vqcc שָׂרָ֣י/ושר֣י/ושָׂרָי/ושרי/וsa.Ra/vofficials/ hisH8269H9023HNcmpc+Sp3ms בְּ/נַפְשׁ֑/וֹב/נפש֑/ובְּ/נַפְשׁ/וֹב/נפש/וbe./naf.Sh/oin/ will/ hisH9003H5315LH9023HR+Ncfsc+Sp3ms וּ/זְקֵנָ֥י/וו/זקנ֥י/ווּ/זְקֵנָי/וו/זקני/וu./ze.ke.Na/vand/ elders/ hisH9002H2205GH9023HC+Aampc+Sp3ms יְחַכֵּֽם\׃יחכם\יְחַכֵּֽם\׃יחכם\ye.cha.Kemhe taught wisdomH2449\H9016HVpi3ms - zijn vorsten Te weten, van den koning Farao.
- naar Hebr. naar zijne ziel; dat is, naar zijn lust, wil, believen, goeddunken. Anders, verbinden aan zijne ziel.
- zijn lust Te weten, van den koning; of JoZEf.
- zijn oudsten Te weten, van den koning Farao; raadsheren en edelen aan zijn hof.
- te onderwijzen Te weten, hoe zij het koren der vruchtbare jaren zouden inzamelen en bewaren, opdat er voorraad zou wezen tegen de kwade jaren; Gen 41:47 .
23 Daarna kwam Israël in Egypte, en Jakob verkeerde als vreemdeling in het land van Cham.123
וַ/יָּבֹ֣או/יב֣אוַ/יָּבֹאו/יבאva/i.ya.Vo'and/ he cameH9001H0935GHc+Vqw3ms יִשְׂרָאֵ֣לישרא֣ליִשְׂרָאֵלישראלYis.ra.'ElIsraelH3478HNpl מִצְרָ֑יִםמצר֑יםמִצְרָיִםמצריםmitz.Ra.yimEgyptH4714GHNpl וְ֝/יַעֲקֹ֗בו֝/יעק֗בוְ/יַעֲקֹבו/יעקבve./ya.'a.Koand/ JacobH9002H3290HC+Npm גָּ֣רג֣רגָּרגרgarhe sojournedH1481AHVqp3ms בְּ/אֶֽרֶץ\־ב/ארץ\בְּ/אֶֽרֶץ\־ב/ארץ\be./'e.retz-in/ [the] land ofH9003H0776G\H9014HR+Ncfsc - kwam Van Farao en Jozef geroepen, en van God daartoe vermaand en gesterkt zijnde; Gen 45:17 , Gen 45:20 , en Gen 46:3-4 .
- Israël in Te weten, met zijn ganse huisgezin.
- in het land van Dat is, in het land, hetwelk de nakomelingen van Cham bezaten; te weten in Egypte. Cham was Mitsraïms; zie Psa 78:51 .
24 En Hij deed Zijn volk zeer wassen, en maakte het machtiger dan Zijn tegenpartijders.1
וַ/יֶּ֣פֶרו/י֣פרוַ/יֶּפֶרו/יפרva/i.Ye.ferand/ he made fruitfulH9001H6509Hc+Vhw3ms עַמּ֣/וֹעמ֣/ועַמּ/וֹעמ/וa.M/opeople/ hisH5971AH9023HNcmsc+Sp3ms מְאֹ֑דמא֑דמְאֹדמאדme.'OdexceedinglyH3966HAcmsa וַ֝/יַּֽעֲצִמֵ/הוּו֝/יעצמ/הווַ/יַּֽעֲצִמֵ/הוּו/יעצמ/הוVa/i.ya.'a.tzi.me./huand/ he made strong/ itH9001H6105AH9033Hc+Vhw3ms+Sp3ms מִ/צָּרָֽי/ו\׃מ/צרי/ו\מִ/צָּרָֽי/ו\׃מ/צרי/ו\mi./tza.Ra/vmore than/ foes/ itsH9006H6862CH9023\H9016HR+Ncmpc+Sp3ms - tegenpartijders Of, benauwers.
25 Hij keerde hun hart om, dat zij Zijn volk haatten, dat zij met Zijn knechten listiglijk handelden.123
הָפַ֣ךְהפ֣ךהָפַךְהפךha.Fakhhe turnedH2015HVqp3ms לִ֭בָּ/םל֭ב/םלִבָּ/םלב/םLi.bo/mheart/ theirH3820AH9028HNcmsc+Sp3mp לִ/שְׂנֹ֣אל/שנ֣אלִ/שְׂנֹאל/שנאli/s.No'to/ hateH9005H8130HR+Vqcc עַמּ֑/וֹעמ֑/ועַמּ/וֹעמ/וa.M/opeople/ hisH5971AH9023HNcmsc+Sp3ms לְ֝/הִתְנַכֵּ֗לל֝/התנכ֗ללְ/הִתְנַכֵּלל/התנכלle./hit.na.Kelto/ deal deceptivelyH9005H5230HR+Vtcc בַּ/עֲבָדָֽי/ו\׃ב/עבדי/ו\בַּ/עֲבָדָֽי/ו\׃ב/עבדי/ו\ba./'a.va.Da/vwith/ servants/ hisH9003H5650H9023\H9016HR+Ncmpc+Sp3ms - hun hart om, Te weten, der Egyptenaars. Anders: hun hart keerde zich om, of werd omgekeerd.
- dat zij met Of, dat zij listen aanlegden tegen zijne knechten; te weten, de kinderen Israël.
- listiglijk Zie de aantekening bij Gen 37:18 .
26 Hij zond Mozes, Zijn knecht, en Aäron, dien Hij verkoren had.1
שָׁ֭לַחש֭לחשָׁלַחשלחSha.lachhe sentH7971GHVqp3ms מֹשֶׁ֣המש֣המֹשֶׁהמשהmo.ShehMosesH4872HNpm עַבְדּ֑/וֹעבד֑/ועַבְדּ/וֹעבד/וav.D/oservant/ hisH5650H9023HNcmsc+Sp3ms אַ֝הֲרֹ֗ןא֝הר֗ןאַהֲרֹןאהרן'a.ha.RonAaronH0175HNpm אֲשֶׁ֣ראש֣ראֲשֶׁראשר'a.SherwhomH0834AHTr בָּֽחַר\־בחר\בָּֽחַר\־בחר\ba.char-he had chosenH0977\H9014HVqp3ms - dien Hij Om te zijn Mozes, mond tot het volk en een profeet aan Farao; Exo 4:12 , Exo 4:14 , Exo 4:16 , en Exo 7:1-3 .
27 Zij deden onder hen de bevelen Zijner tekenen, en de wonderwerken in het land van Cham.12
שָֽׂמוּ\־שמו\שָֽׂמוּ\־שמו\sa.mu-they performedH7760H\H9014HVqp3cp דִּבְרֵ֣ידבר֣ידִּבְרֵידבריdiv.Rei[the] words ofH1697MHNcmpc אֹתוֹתָ֑י/ואתות֑י/ואֹתוֹתָי/ואתותי/ו'o.to.Ta/vsigns/ hisH0226GH9023HNcfpc+Sp3ms וּ֝/מֹפְתִ֗יםו֝/מפת֗יםוּ/מֹפְתִיםו/מפתיםu./mo.fe.Timand/ wondersH9002H4159HC+Ncmpa בְּ/אֶ֣רֶץב/א֣רץבְּ/אֶרֶץב/ארץbe./'E.retzin/ [the] land ofH9003H0776GHR+Ncfsc - de bevelen zijner Hebr. de woorden zijner tekenen; dat is den last, dien hun God gegeven had om tekenen te doen.
- in het land Zie boven vs.23.
28 Hij zond duisternis, en maakte het duister; en zij waren Zijn woord niet wederspannig.1234
שָׁ֣לַֽחש֣לחשָׁלַֽחשלחSha.lachhe sentH7971GHVqp3ms חֹ֭שֶׁךְח֭שךחֹשֶׁךְחשךCho.shekhdarknessH2822HNcmsa וַ/יַּחְשִׁ֑ךְו/יחש֑ךוַ/יַּחְשִׁךְו/יחשךva/i.yach.Shikhand/ he made darkH9001H2821Hc+Vhw3ms מָ֝ר֗וּמ֝ר֗ומָרוּמרוma.Ruthey rebelled againstH4784HVqp3cp - Hij zond Te weten, God.
- duisternis en maakte Dit was de negende plaag, welke God over Egypte gezonden heeft, en deze duisternis duurde drie dagen lang; Exo 10:22-23 .
- zij waren Dat is, de wondertekenen geschieden terstond als Hij het woord uitgesproken had. Of, versta dit alzo dat Mozes en Aäron deden hetgeen hun bevolen was, ofschoon het met groot gevaar huns levens scheen vermengd te wezen.
- zijn woord niet Dat is, zijn bevel.
29 Hij keerde hun wateren in bloed, en Hij doodde hun vissen.1
הָפַ֣ךְהפ֣ךהָפַךְהפךha.Fakhhe turnedH2015HVqp3ms מֵימֵי/הֶ֣םמימי/ה֣םמֵימֵי/הֶםמימי/הםmei.mei./Hemwater/ theirH4325GH9028HNcmpc+Sp3mp לְ/דָ֑םל/ד֑םלְ/דָםל/דםle./Daminto/ bloodH9005H1818HR+Ncmsa וַ֝/יָּ֗מֶתו֝/י֗מתוַ/יָּמֶתו/ימתva/i.Ya.metand/ he caused to dieH9001H4191Hc+Vhw3ms דְּגָתָֽ/ם\׃דגת/ם\דְּגָתָֽ/ם\׃דגת/ם\de.ga.Ta/mfish/ theirH1710H9028\H9016HNcfsc+Sp3mp - Hij keerde Dat was de eerste van de tien plagen van Egypte; Exo 7:20 ; Psa 78:44 . De profeet stelt in dezen psalm enige zware plagen, die God in Egypte gedaan heeft, zonder de orde te volgen, die in Exodus staat.
30 Hun land bracht vorsen voort in overvloed, tot in de binnenste kameren hunner koningen.12
שָׁרַ֣ץשר֣ץשָׁרַץשרץsha.Ratzit swarmedH8317HVqp3ms אַרְצָ֣/םארצ֣/םאַרְצָ/םארצ/ם'ar.Tza/mland/ theirH0776GH9028HNcfsc+Sp3mp צְפַרְדְּעִ֑יםצפרדע֑יםצְפַרְדְּעִיםצפרדעיםtze.far.de.'ImfrogsH6854HNcmpa בְּ֝/חַדְרֵ֗יב֝/חדר֗יבְּ/חַדְרֵיב/חדריbe./chad.Reiin/ [the] rooms ofH9003H2315HR+Ncmpc מַלְכֵי/הֶֽם\׃מלכי/הם\מַלְכֵי/הֶֽם\׃מלכי/הם\mal.khei./Hemkings/ theirH4428GH9028\H9016HNcmpc+Sp3mp - bracht vorsen Dit was de tweede plaag; Exo 8:3 , Exo 8:6 ; Psa 78:45 .
- hunner koningen Versta hier Farao en zijne vorsten; Exo 8:3 .
31 Hij sprak, en er kwam een vermenging van ongedierte, luizen, in hun ganse landpale.12
אָ֭מַרא֭מראָמַראמר'A.marhe spokeH0559HVqp3ms וַ/יָּבֹ֣או/יב֣אוַ/יָּבֹאו/יבאva/i.ya.Vo'and/ it cameH9001H0935GHc+Vqw3ms עָרֹ֑בער֑בעָרֹבערבa.Roa swarm of fliesH6157HNcmsa כִּ֝נִּ֗יםכ֝נ֗יםכִּנִּיםכניםki.NimgnatsH3654HNcmpa גְּבוּלָֽ/ם\׃גבול/ם\גְּבוּלָֽ/ם\׃גבול/ם\ge.vu.La/mterritory/ theirH1366HH9028\H9016HNcmsc+Sp3mp - ongedierte, Als sprinkhanen, kevers en dergelijke. Zie Psa 78:45 . Dit was de vierde plaag; Exo 8:24 .
- luizen, Dit was de derde plaag; Exo 8:17 .
32 Hij maakte hun regen tot hagel, vlammig vuur in hun land.12
נָתַ֣ןנת֣ןנָתַןנתןna.Tanhe madeH5414GHVqp3ms גִּשְׁמֵי/הֶ֣םגשמי/ה֣םגִּשְׁמֵי/הֶםגשמי/הםgish.mei./Hemrains/ theirH1653H9028HNcmpc+Sp3mp בָּרָ֑דבר֑דבָּרָדברדba.RadhailH1259HNcmsa אֵ֖שׁא֖שאֵשׁאש'esha fire ofH0784HNcbsc לֶהָב֣וֹתלהב֣ותלֶהָבוֹתלהבותle.ha.VotflamesH3852HNcfpa בְּ/אַרְצָֽ/ם\׃ב/ארצ/ם\בְּ/אַרְצָֽ/ם\׃ב/ארצ/ם\be./'ar.Tza/m[was] in/ land/ theirH9003H0776GH9028\H9016HR+Ncfsc+Sp3mp - maakte hun Dit was de zevende plaag; Exo 9:23 . Zie ook Psa 78:47 .
- vlammig Hebr. vuur der vlam; nimmerwas dergelijke in Egypte gezien; Exo 9:24 .
33 En Hij sloeg hun wijnstok en hun vijgeboom, en Hij brak het geboomte hunner landpalen.1
וַ/יַּ֣ךְו/י֣ךוַ/יַּךְו/יךva/i.Yakhand/ he struck downH9001H5221Hc+Vhw3ms גַּ֭פְנָ/םג֭פנ/םגַּפְנָ/םגפנ/םGaf.no/mvine[s]/ theirH1612H9028HNcbsc+Sp3mp וּ/תְאֵנָתָ֑/םו/תאנת֑/םוּ/תְאֵנָתָ/םו/תאנת/םu./te.'e.na.Ta/mand/ fig tree[s]/ theirH9002H8384H9028HC+Ncfsc+Sp3mp וַ֝/יְשַׁבֵּ֗רו֝/ישב֗רוַ/יְשַׁבֵּרו/ישברva/y.sha.Berand/ he broke downH9001H7665Hc+Vpw3ms עֵ֣ץע֣ץעֵץעץ'etz[the] tree[s] ofH6086HHNcmsc גְּבוּלָֽ/ם\׃גבול/ם\גְּבוּלָֽ/ם\׃גבול/ם\ge.vu.La/mterritory/ theirH1366HH9028\H9016HNcmsc+Sp3mp - Hij sloeg Te weten, door den hagel en het vuur.
34 Hij sprak, en er kwamen sprinkhanen en kevers, en dat zonder getal;12
אָ֭מַרא֭מראָמַראמר'A.marhe spokeH0559HVqp3ms וַ/יָּבֹ֣או/יב֣אוַ/יָּבֹאו/יבאva/i.ya.Vo'and/ it cameH9001H0935GHc+Vqw3ms אַרְבֶּ֑הארב֑האַרְבֶּהארבה'ar.Behlocust[s]H0697HNcmsa וְ֝/יֶ֗לֶקו֝/י֗לקוְ/יֶלֶקו/ילקve./Ye.lekand/ locust[s]H9002H3218HC+Ncmsa וְ/אֵ֣יןו/א֣יןוְ/אֵיןו/איןve./'Einand/ there notH9002H0369HC+Ncmsc מִסְפָּֽר\׃מספר\מִסְפָּֽר\׃מספר\mis.Par[was] a numberH4557\H9016HNcmsa - kwamen Dit was de achste plaag; Exo 10:13 ; Psa 78:46 .
- sprinkhanen en Hebr. de sprinkhaan en de kever.
35 Die al het kruid in hun land opaten, ja, aten de vrucht hunner landouwe op.
וַ/יֹּ֣אכַלו/י֣אכלוַ/יֹּאכַלו/יאכלva/i.Yo.khaland/ it ateH9001H0398Hc+Vqw3ms עֵ֣שֶׂבע֣שבעֵשֶׂבעשב'E.sev[the] vegetationH6212HNcmsa בְּ/אַרְצָ֑/םב/ארצ֑/םבְּ/אַרְצָ/םב/ארצ/םbe./'ar.Tza/min/ land/ theirH9003H0776GH9028HR+Ncfsc+Sp3mp וַ֝/יֹּ֗אכַלו֝/י֗אכלוַ/יֹּאכַלו/יאכלva/i.Yo.khaland/ it ateH9001H0398Hc+Vqw3ms פְּרִ֣יפר֣יפְּרִיפריpe.Ri[the] fruit ofH6529HNcmsc אַדְמָתָֽ/ם\׃אדמת/ם\אַדְמָתָֽ/ם\׃אדמת/ם\'ad.ma.Ta/mground/ theirH0127GH9028\H9016HNcfsc+Sp3mp 36 Hij versloeg ook alle eerstgeborenen in hun land, de eerstelingen al hunner krachten.123
וַ/יַּ֣ךְו/י֣ךוַ/יַּךְו/יךva/i.Yakhand/ he struck downH9001H5221Hc+Vhw3ms בְּכ֣וֹרבכ֣ורבְּכוֹרבכורbe.KhorfirstbornH1060HNcmsa בְּ/אַרְצָ֑/םב/ארצ֑/םבְּ/אַרְצָ/םב/ארצ/םbe./'ar.Tza/min/ land/ theirH9003H0776GH9028HR+Ncfsc+Sp3mp רֵ֝אשִׁ֗יתר֝אש֗יתרֵאשִׁיתראשיתre.Shit[the] beginningH7225GHNcfsa אוֹנָֽ/ם\׃אונ/ם\אוֹנָֽ/ם\׃אונ/ם\'o.Na/mmanly vigor/ theirH0202H9028\H9016HNcmsc+Sp3mp - Hij versloeg ook Dit was de tiende plaag. Zie Exo 12:23 , Exo 12:29 ; Psa 78:51 .
- alle eerstgeborenen In dit vers wordt een ding tweemaal, doch met andere woorden gezegd, hetwelk bij de Hebr. zeer gebruikelijk is. Zie boven vs.20.
- eerstelingen Dit is ene beschrijving der eerstgeborenen, gelijk Gen 49:3 , en Psa 78:51 .
37 En Hij voerde hen uit met zilver en goud; en onder hun stammen was niemand, die struikelde.123
וַֽ֭/יּוֹצִיאֵ/םו֭/יוציא/םוַֽ/יּוֹצִיאֵ/םו/יוציא/םVa/i.yo.tzi.'e/mand/ he brought out/ themH9001H3318HH9038Hc+Vhw3ms+Sp3mp בְּ/כֶ֣סֶףב/כ֣סףבְּ/כֶסֶףב/כסףbe./Khe.sefwith/ silverH9003H3701GHR+Ncmsa וְ/זָהָ֑בו/זה֑בוְ/זָהָבו/זהבve./za.Havand/ goldH9002H2091HC+Ncmsa וְ/אֵ֖יןו/א֖יןוְ/אֵיןו/איןve./'Einand/ there notH9002H0369HC+Ncmsc בִּ/שְׁבָטָ֣י/וב/שבט֣י/ובִּ/שְׁבָטָי/וב/שבטי/וbi/sh.va.Ta/vamong/ tribes/ hisH9003H7626HH9023HR+Ncmpc+Sp3ms כּוֹשֵֽׁל\׃כושל\כּוֹשֵֽׁל\׃כושל\ko.Shel[was one who] stumbledH3782\H9016HVqrmsa - met zilver Dat is, met zilveren en gouden vaten; Exo 12:35 .
- onder hun Sterk zijnde zeshonderd duizend mannen, behalve de vrouwen en kinderen, Exo 12:37 , en Exo 13:18 . Dusdanige belofte werd der kerk Gods ook gedaan; Isa 33:24 .
- die struikelde Te weten, van zwakheid.
38 Egypte was blijde, als zij uittrokken, want hun verschrikking was op hen gevallen.1
שָׂמַ֣חשמ֣חשָׂמַחשמחsa.Machit was gladH8055HVqp3ms מִצְרַ֣יִםמצר֣יםמִצְרַיִםמצריםmitz.Ra.yimEgyptH4714GHNpl בְּ/צֵאתָ֑/םב/צאת֑/םבְּ/צֵאתָ/םב/צאת/םbe./tze.Ta/mwhen/ went out/ theyH9003H3318GH9048HR+Vqcc+Sp3mp נָפַ֖לנפ֖לנָפַלנפלna.Falit had fallenH5307GHVqp3ms פַּחְדָּ֣/םפחד֣/םפַּחְדָּ/םפחד/םpach.Da/mdread of/ themH6343H9028HNcmsc+Sp3mp - hun verschrikking Dat is, zij hadden een schrik voor de Israëlieten gekregen, zodat zij hen voortdreven en hun hun beste juwelen gaven, Exo 12:33 , Exo 12:35 ; vrezende dat zij allen van God zouden gedood worden indien zij hen niet lieten trekken. Zie dergelijke manier van spreken Est 8:17 , en Est 9:2 .
39 Hij breidde een wolk uit tot een deksel, en vuur om den nacht te verlichten.12
פָּרַ֣שׂפר֣שפָּרַשׂפרשpa.Rashe spread outH6566HVqp3ms עָנָ֣ןענ֣ןעָנָןענן'a.Nana cloudH6051HNcmsa לְ/מָסָ֑ךְל/מס֑ךלְ/מָסָךְל/מסךle./ma.Sakhto/ a coveringH9005H4539HR+Ncmsa וְ֝/אֵ֗שׁו֝/א֗שוְ/אֵשׁו/אשve./'Eshand/ fireH9002H0784HC+Ncbsa לְ/הָאִ֥ירל/הא֥ירלְ/הָאִירל/האירle./ha.'Irto/ give lightH9005H0215HR+Vhcc לָֽיְלָה\׃לילה\לָֽיְלָה\׃לילה\La.ye.lahnightH3915\H9016HNcmsa - een wolk Te weten, om de Israëlieten voor de hitte der zon te bedekken en te beschermen.
- vuur om den Dat is, een vurige kolom.
40 Zij baden, en Hij deed kwakkelen komen, en Hij verzadigde hen met hemels brood.123
שָׁאַ֣לשא֣לשָׁאַלשאלsha.'Alhe askedH7592HVqp3ms וַ/יָּבֵ֣או/יב֣אוַ/יָּבֵאו/יבאva/i.ya.Ve'and/ he broughtH9001H0935PHc+Vhw3ms שְׂלָ֑ושל֑ושְׂלָושלוse.LavquailH7958HNcfsa וְ/לֶ֥חֶםו/ל֥חםוְ/לֶחֶםו/לחםve./Le.chemand/ bread ofH9002H3899HHC+Ncmsc שָׁ֝מַ֗יִםש֝מ֗יםשָׁמַיִםשמיםSha.Ma.yimheavensH8064HNcmpa יַשְׂבִּיעֵֽ/ם\׃ישביע/ם\יַשְׂבִּיעֵֽ/ם\׃ישביע/ם\yas.bi.'E/mhe satisfied/ themH7646H9038\H9016HVhi3ms+Sp3mp - Zij baden, Of, het bad; te weten het volk van Israël. Zie Num 11 , en Psa 78:27-28 .
- Hij deed Te weten, God de Heere.
- met hemels Dat is, met brood, dat uit den hemel, dat is uit de lucht viel. Zie Exo 16:1-14 ; Psa 78:24-25 .
41 Hij opende een steenrots, en er vloeiden wateren uit, die gingen door de dorre plaatsen als een rivier.123
פָּ֣תַחפ֣תחפָּתַחפתחPa.tachhe openedH6605AHVqp3ms צ֭וּרצ֭ורצוּרצורtzura rockH6697HHNcmsa וַ/יָּז֣וּבוּו/יז֣ובווַ/יָּזוּבוּו/יזובוva/i.ya.Zu.vuand/ they flowed outH9001H2100GHc+Vqw3mp מָ֑יִםמ֑יםמָיִםמיםMa.yimwatersH4325GHNcmpa הָ֝לְכ֗וּה֝לכ֗והָלְכוּהלכוha.le.Khuthey wentH1980IHVqp3cp בַּ/צִּיּ֥וֹתב/צי֥ותבַּ/צִּיּוֹתב/ציותba./tzi.Yotin the/ dry regionsH9003H6723HRd+Ncfpa - Hij Te weten, God.
- opende Te weten, te Rafidim, Exo 17:6 , en te Kades, Num 20:11 . Zie ook Psa 78:15 .
- de dorre Door welke de Israëlieten reisden. Waar zij gingen, het water volgde hen na. Zie 1Co 10:4 .
42 Want Hij dacht aan Zijn heilig woord, aan Abraham, Zijn knecht.12
זָ֭כַרז֭כרזָכַרזכרZa.kharhe rememberedH2142HVqp3ms דְּבַ֣רדב֣רדְּבַרדברde.Var[the] word ofH1697JHNcmsc קָדְשׁ֑/וֹקדש֑/וקָדְשׁ/וֹקדש/וka.de.Sh/oholiness/ hisH6944GH9023HNcmsc+Sp3ms אַבְרָהָ֥םאברה֥םאַבְרָהָםאברהם'av.ra.HamAbrahamH0085HNpm עַבְדּֽ/וֹ\׃עבד/ו\עַבְדּֽ/וֹ\׃עבד/ו\av.D/oservant/ hisH5650H9023\H9016HNcmsc+Sp3ms - aan zijn heilig Hebr. aan het woord zijner heiligheid; dat is aan zijn heilige beloften.
- aan Abraham Dat is, aan het verbond met Abraham gemaakt. Anderen, tot Abraham [gesproken].
43 Alzo voerde Hij Zijn volk uit met vrolijkheid, Zijn uitverkorenen met gejuich.1
וַ/יּוֹצִ֣או/יוצ֣אוַ/יּוֹצִאו/יוצאva/i.yo.Tzi'and/ he brought outH9001H3318HHc+Vhw3ms עַמּ֣/וֹעמ֣/ועַמּ/וֹעמ/וa.M/opeople/ hisH5971AH9023HNcmsc+Sp3ms בְ/שָׂשׂ֑וֹןב/שש֑וןבְ/שָׂשׂוֹןב/ששוןve./sa.Sonwith/ joyH9003H8342HR+Ncmsa בְּ֝/רִנָּ֗הב֝/רנ֗הבְּ/רִנָּהב/רנהbe./ri.Nahwith/ a shout of joyH9003H7440HR+Ncfsa בְּחִירָֽי/ו\׃בחירי/ו\בְּחִירָֽי/ו\׃בחירי/ו\be.chi.Ra/vchosen ones/ hisH0972H9023\H9016HAampc+Sp3ms - zijn uitverkorenen Te weten, van God; gelijk boven vs.6.
44 En Hij gaf hun de landen der heidenen, zodat zij in erfenis bezaten den arbeid der volken;123
וַ/יִּתֵּ֣ןו/ית֣ןוַ/יִּתֵּןו/יתןva/i.yi.Tenand/ he gaveH9001H5414GHc+Vqw3ms לָ֭/הֶםל֭/הםלָ/הֶםל/הםLa./hemto/ themH9005H9038HR+Sp3mp אַרְצ֣וֹתארצ֣ותאַרְצוֹתארצות'ar.Tzotlands ofH0776GHNcfpc גּוֹיִ֑םגוי֑םגּוֹיִםגויםgo.YimnationsH1471AHNcmpa וַ/עֲמַ֖לו/עמ֖לוַ/עֲמַלו/עמלva./'a.Maland/ [the] labor ofH9002H5999HC+Ncbsc לְאֻמִּ֣יםלאמ֣יםלְאֻמִּיםלאמיםle.'u.MimpeoplesH3816HNcmpa יִירָֽשׁוּ\׃יירשו\יִירָֽשׁוּ\׃יירשו\yi.Ra.shuthey took possession ofH3423H\H9016HVqi3mp - Hij gaf hun Zie de Boeken Numeri, Deuteronomium, en Jozua.
- der heidenen, Te weten, der zeven natiën, van welke gesproken wordt Psa 78:55 .
- den arbeid Dat is, de goederen, die de heidense volken met moeite en arbeid verkregen hadden; Deu 6:10-11 .
45 Opdat zij Zijn inzettingen onderhielden, en Zijn wetten bewaarden. Hallelujah!1
בַּ/עֲב֤וּר\׀ב/עב֤ור\בַּ/עֲבוּר\׀ב/עבור\ba./'a.Vurin/order thatH9003H5668\H9015HR+Ncmsa יִשְׁמְר֣וּישמר֣ויִשְׁמְרוּישמרוyish.me.Ruthey may keepH8104GHVqj3mp חֻ֭קָּי/וח֭קי/וחֻקָּי/וחקי/וChu.ka/vdecrees/ hisH2706GH9023HNcmpc+Sp3ms וְ/תוֹרֹתָ֥י/וו/תורת֥י/ווְ/תוֹרֹתָי/וו/תורתי/וve./to.ro.Ta/vand/ laws/ hisH9002H8451H9023HC+Ncfpc+Sp3ms יִנְצֹ֗רוּינצ֗רויִנְצֹרוּינצרוyin.Tzo.ruthey may observeH5341HVqi3mp הַֽלְלוּ\־הללו\הַֽלְלוּ\־הללו\ha.lu-praiseH1984B\H9014HVpv2mp - Hallelujah Zie de aantekening bij Psa 104:35 .